CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Voorstel bindend adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplan-activiteiten en verplichte participatie (get.)

Gemeenteraad Voorschoten 23 mei 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Voorstel bindend adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en verplichte participatie3.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zaaknummer:

Z/23/080576/370194

Datum collegebesluit:

Dinsdag 2 april 2024

Datum commissievergadering:

donderdag 18 april 2024

Datum raadsvergadering:

donderdag 23 mei 2024

Soort Voorstel:

Raadsvoorstel

Onderwerp:

Voorstel bindend adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en verplichte participatie

Portefeuillehouder:

Wethouder Van der Elst

Programma:

8.1

Kernboodschap:

In de Omgevingswet heeft de gemeenteraad een bindend adviesrecht op ruimtelijke initiatieven die afwijken van het (tijdelijk) omgevingsplan, de zogenoemde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa’s). Anders dan onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) moet de gemeenteraad expliciet aangeven welke initiatieven de raad voor advies voorgelegd wil krijgen. Dit voorstel geeft invulling aan de bevoegdheid van de raad om gevallen aan te wijzen voor bindend adviesrecht en hoe dit procedureel is ingebed. Gelijktijdig wordt met dit voorstel duidelijk gemaakt in welke situaties participatie verplicht wordt gesteld.

Bijlagen:

1: Raadsbesluit 10 juni 2021 2: Lijst met gevallen waarvoor bindend advies van de gemeenteraad vereist is, inclusief uitzonderingen 3: Leidraad participatie Omgevingswet Voorschoten 2024

Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G

Beslispunten:

1.

Ter vervanging van het raadsbesluit van 10 juni 2021 de bijgevoegde lijst met gevallen waarvoor bindend advies van de gemeenteraad vereist is, inclusief uitzonderingen (bijlage 2) vast te stellen;

2.

Het bindend adviesrecht procedureel te positioneren vóór de indiening van de formele aanvraag, met uitzondering van de initiatieven waarvoor het college besluit om de uitgebreide procedure te starten;

3.

Het werken met de lijst van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met bindend adviesrecht, inclusief uitzonderingen, na één jaar te evalueren;

4.

De initiatieven die in de Leidraad participatie Omgevingswet Voorschoten 2024 (bijlage 3) vallen onder niveau 2 en 3 aan te wijzen voor verplichte participatie met een participatieverslag;

5.

Het verankeren van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarover de raad reeds heeft geadviseerd, in het omgevingsplan te delegeren aan het college.

Relatie met:

Raadsbesluit: buitenplanse activiteiten met een adviesrecht met instemming van de raad (verzwaard adviesrecht) respectievelijk met het Toetsingskader participatie Voorschoten, beide vastgesteld op 10 juni 2021;

Pagina 2 van 12

Inleiding en samenvatting Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in Nederland in werking getreden. Het (tijdelijk) omgevingsplan is het kader waaraan aanvragen tegenwoordig worden getoetst. Het college van burgemeester en wethouders kan via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) afwijken van het omgevingsplan. Onder de Omgevingswet heeft de gemeenteraad de bevoegdheid om bij bopa’s gebruik te maken van het bindend adviesrecht. Het adviesrecht van de raad onder de Omgevingswet lijkt een voortzetting van de voormalige regeling omtrent de verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb). Met de nadruk op lijkt. Onder de verklaring van geen bedenkingen kon de gemeenteraad besluiten of men de afhandeling van een ruimtelijk initiatief aan het college wilde laten of niet. Met het bindend adviesrecht werkt het andersom. Nu moet de gemeenteraad vooraf expliciet aangegeven voor wel type initiatieven de raad advies wil geven. Alle initiatieven die daar niet onder vallen komen niet langs de gemeenteraad. Besluit 10 juni 2021 Op 10 juni 2021 heeft de raad besloten het voorstel over bopa's met een bindend adviesrecht van de raad vast te stellen, zie bijlage 1. Hierin staat dat initiatieven met veel impact zoals bedoeld in het Toetsingskader participatie Voorschoten verplicht voorgelegd moeten worden aan de raad voor het bindend adviesrecht.

Met de inzichten van nu is duidelijk geworden dat dit raadsbesluit en het Toetsingskader participatie Voorschoten onvoldoende eenduidig is. De kern is dat `veel impact’ niet nader is gedefinieerd en zich ook moeilijk laat objectiveren. Commissie WRG 11 januari 2024 en themabijeenkomst Op 11 januari 2024 is een raadsvoorstel aan de commissie WRG voorgelegd met als doel het bindend adviesrecht in de procedure goed te verankeren. Tijdens de commissiebehandeling is duidelijk geworden dat de raad nog worstelt met het besluit van 10 juni 2021. In het verlengde daarvan leven heel veel vragen over rollen en bevoegdheden in relatie tot het bindend adviesrecht alsook over de procedurele inbedding (uitgebreide procedure versus reguliere procedure). De portefeuillehouder heeft het voorstel ingetrokken en in de commissie WRG is besloten een themabijeenkomst te organiseren die meer verdieping en duidelijkheid moet geven. De themabijeenkomst heeft op 7 februari 2024 plaatsgevonden. Tijdens de themabijeenkomst hebben we de bevestiging gekregen dat er vanuit de raad behoefte is aan een nadere duiding van de initiatieven die voor bindend advies aan de raad worden voorgelegd. Kortom, het raadsbesluit van 10 juni 2021 behoeft een nadere uitwerking.

Ook is duidelijk geworden dat de raad in het proces betrokken wil worden op een moment dat het plan voldoende is uitgewerkt én er al participatie heeft plaatsgevonden.

Pagina 3 van 12

Wat ligt nu voor? Met het huidige voorstel willen we een nadere invulling geven aan het besluit van 10 juni 2021: -

wat gaat voor bindend advies naar de raad, met in het verlengde daarvan ook een herbevestiging van wat niet voor advies langs de raad gaat;

-

hoe gaan we het bindend adviesrecht procedureel inbedden?

-

het antwoord op de vraag voor welke initiatieven verplichte participatie gaat gelden.

Beoogd effect De gemeenteraad heeft een overzichtelijke lijst van gevallen waarvoor het bindend adviesrecht geldt en komt op tijd in positie voor het adviesrecht. Tevens is geregeld voor welke gevallen de verplichte participatie van toepassing is. Argumenten 1.1 Het voorstel voor de lijst van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met bindend adviesrecht is gebaseerd op de Voorschotense praktijk. Uit de themabijeenkomst van 7 februari 2024 kwam naar voren dat raadsbreed behoefte was aan een `praktische’ invulling van de lijst van initiatieven die aan de raad worden voorgelegd. Dit vraagt een nadere uitwerking van het raadsbesluit van 10 juni 2021. -

Wat we wel om bindend advies voorleggen is gebaseerd op de praktijk

Voor de ruimtelijke initiatieven die we wel om bindend advies willen voorleggen hebben we gekeken naar de aard en omvang van de initiatieven die in de afgelopen jaren voor een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) naar de raad zijn gegaan. Daarnaast hebben we aan de hand van voorbeelden uit andere gemeenten (denk aan: Leiden en Wassenaar) gekeken wat past bij de schaal van Voorschoten. Voor zover bestaand beleid (structuurvisie, woonvisie e.d.) richting en/of houvast geeft hebben we daar bij de totstandkoming van de lijst van initiatieven die aan de raad worden voorgelegd rekening mee gehouden. Bij het opstellen van de lijst van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met bindend adviesrecht hebben we ook bepaald welke situaties uitgezonderd zijn van het bindend adviesrecht (zie bijlage 2). Dit schept veel duidelijkheid. -

Alle ruimtelijke initiatieven (zowel woningbouwprojecten als niet woningbouwprojecten) die expliciet als project zijn benoemd komen al bij de raad langs.

-

De halfjaarlijkse lijst met betrekking tot woningbouwprojecten, raadsinformatiebrieven 062 (2023) en 14(2024).

Bij de samenstelling van de lijst voor het bindend adviesrecht is als vertrekpunt genomen dat alle ruimtelijke initiatieven die expliciet als project zijn benoemd al langs de gemeenteraad

Pagina 4 van 12

komen. Naast woningbouw kan dit gaan om projecten als Adegeest, scholenbouw, kruispuntkerk e.d.. Noot: onderwerpen of opgaven die een integrale aanpak vragen die team overstijgend zijn worden in het MT als project benoemd. Specifiek voor woningbouw gaat het om de projecten die zijn genoemd zijn in de raadsinformatiebrief van 8 maart 2024, Z/24/083589\384305 en in de daaropvolgende halfjaarlijkse geactualiseerde versies. De gemeenteraad wordt halfjaarlijks over de voortgang van deze projecten geïnformeerd en het uiteindelijke ruimtelijk besluit zal sowieso aan de raad worden voorgelegd of is in het recente verleden al aan de raad voorgelegd. Er bestaat daarom geen reden om deze projecten ook nog eens aan het bindend adviesrecht te koppelen. -

Alle kruimelgevallen worden niet om bindend advies voorgelegd.

Alle ruimtelijke initiatieven die vóór 1 januari 2024 gezien werden als een `kruimel’, zoals bedoeld in artikel 4 van bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht (de oude reguliere procedures), kwamen vóór de wetswijziging al niet langs de raad. Ons is niet gebleken dat dit tot problemen heeft geleid. Er is, gezien het streven van de Omgevingswet om procedures sneller en simpeler te maken, geen reden om deze kruimelgevallen nu wel om advies voor te leggen. 2.1 Het adviesrecht wordt gepositioneerd aan het eind van het vooroverleg, met dien verstande dat een voldoende uitgewerkt plan en een participatieverslag onderdeel uitmaken van het verzoek om advies. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de bijbehorende kortere procedures is het zwaartepunt van de planvoorbereiding en planvorming in het vooroverleg komen te liggen. Een plan indienen zonder vooroverleg te voeren gaat in de praktijk niet werken omdat zo’n aanvraag per definitief niet volledig c.q. niet ontvankelijk zal zijn. Een goed vooroverleg is essentieel voor een kans op een vergunbare aanvraag. Gezien de agenda van de raad, de frequentie van vergaderen en de aanlevertermijnen voor raadsvoorstellen lijkt het een gegeven dat het procedureel inpassen van het bindend adviesrecht bij de gemeenteraad binnen de behandeltermijnen van 8 ( + 6 weken) voor omgevingsvergunningen niet gaat lukken.

Tijdens de commissiebehandeling van 11 januari 2024 is ook gebleken dat er veel vragen leven over het positioneren van het adviesrecht in het vooroverleg. Naar aanleiding van zowel de korte behandeltermijnen als de vragen uit de raad is het van belang te benadrukken dat het vooroverleg geen wettelijke termijnen kent. Dit maakt dat het vooroverleg, in het belang van de voortgang van een initiatief, zo vormgegeven kan worden dat participatie onderdeel uitmaakt van het vooroverleg en dat het vooroverleg eindigt met een voldoende uitgewerkt plan (DO-niveau). Dit is ook in het belang van een

Pagina 5 van 12

initiatiefnemer. De raad krijgt dan als resultaat van het vooroverleg een voldoende uitgewerkt plan (vergelijkbaar met de ontwerp-vvgb) met participatieverslag om advies voorgelegd. Juist de positionering van het bindend adviesrecht in het vooroverleg maakt snelle besluitvorming in de formele procedure mogelijk. 2.2 In uitzonderlijke gevallen kan het college kiezen voor een uitgebreide procedure. De mogelijkheid om een uitgebreide procedure (met een proceduretermijn van 26 weken) te volgen blijft formeel denkbaar. Het college heeft de wettelijke bevoegdheid om te bepalen welke procedure van toepassing is. In de Omgevingswet is vastgelegd onder welke voorwaarden het college kan kiezen voor een uitgebreide procedure, te weten: als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving én activiteiten waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. De intentie van de Omgevingswet is wel dat uitgebreide procedures uitzondering zijn en geen regel. De initiatiefnemer kan ook zelf kiezen voor een uitgebreide procedure. Mocht het college willen kiezen voor een uitgebreide procedure, dan heeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om tegen deze procedurekeuze een zienswijze in te brengen.

In gevallen waarbij de uitgebreide procedure wordt doorlopen zal het bindend adviesrecht van de raad op een vergelijkbare wijze als vóór 1 januari 2024 bij de verklaring van geen bedenkingen (vvgb) worden georganiseerd. Een ontwerp besluit zal dan, inclusief advies van de raad, ter visie worden gelegd. 3.1 Het organiseren van een evaluatie biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om bij te sturen. Het vinden van een efficiënte werkwijze binnen de kaders van de Omgevingswet is een zoektocht. Daarnaast is geconstateerd dat het niet mogelijk is om de gemeenteraad op voorhand een lijst ter vaststelling voor te leggen die alle denkbare situaties dekt die gemeenteraad voor advies wil ontvangen. De praktijk zal leren dat zich altijd een situatie zal (kunnen) voordoen die niet om advies is voorgelegd en waarvan achteraf geconcludeerd kan worden dat de raad deze wel had willen zien. Het inbouwen van een evaluatiemoment biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om op basis van praktijkervaring waar nodig bij te sturen. 4.1 Voor initiatiefnemers moet duidelijk zijn wat er van hen verwacht wordt als het gaat om participatie. Om die reden is het toetsingskader van juni 2021 verder uitgewerkt naar de participatieleidraad die nu voorligt. Dat participatie belangrijk is om tot enigszins gedragen ruimtelijke ontwikkelingen en daarmee tot snellere procedures te komen behoeft geen toelichting.

Participatie (tenminste informeren) is

Pagina 6 van 12

een indieningsvereiste bij de vergunningaanvraag. Dit betekent echter niet dat participatie (meer dan informeren) voor alle aanvragen verplicht is. Voor de initiatiefnemer moet duidelijk zijn bij welk type aanvragen een participatieverslag onderdeel moet uitmaken van de vergunningaanvraag. Dat geldt voor initiatieven die vallen onder niveau 2 en 3. Als de initiatiefnemer aan participatie moet doen, moet voor hem/haar bovendien duidelijk zijn in welke mate participatie moet plaatsvinden. Bij het besluit van 10 juni 2021 is het Toetsingskader participatie Voorschoten vastgesteld. In de inleiding is al geconstateerd dat dit toetsingskader niet eenduidig is. De leidraad participatie die als bijlage bij het voorstel van januari 2024 was gevoegd moet gezien worden als de opvolger (een uitwerking) van het toetsingskader dat op 10 juni 2021 is vastgesteld. De commissiebehandeling van 11 januari 2024 heeft echter geleerd dat deze leidraad participatie m.n. met betrekking tot de objectiviteit van de score op impact nog een aanscherping behoeft. Om die reden is het controleren van de score door de gemeente aan deze leidraad (bijlage 3) toegevoegd. 4.2 Verplichte participatie gaat verder dan alleen bij de initiatieven die om advies aan de raad worden voorgelegd. Participatie is een belangrijke pijler in de Omgevingswet.

In de argumentatie onder 4.1 is aangegeven dat participatie niet voor alle aanvragen verplicht is. Formeel kan de gemeenteraad aangeven voor welke initiatieven die verplichting wel of niet geldt. In de leidraad participatie is een voorzet gedaan om aan ruimtelijke initiatieven een score toe te kennen en aan de hand van die score de mate van participatie te bepalen. Het invullen van die score moet geen willekeur tot gevolg hebben. Om die reden hebben we in de leidraad opgenomen dat de score definitief tot stand komt na controle door de gemeente. Dit maakt het vooroverleg niet vrijblijvend (zie argumentatie onder 2.1; als de raad een bindend advies kan afgeven dan moet participatie daar onderdeel van zijn). Door afstemming over de score wordt voorkomen dat initiatiefnemer en de gemeente verschillende beelden hebben bij het niveau van participatie. De participatieverplichting beperkt zich niet alleen tot de complexe initiatieven. In de leidraad zijn drie niveau’s onderscheiden. Hoewel de impact onder niveau 2 minder is dan onder niveau 3 kunnen initiatieven onder niveau 2 nog wel van een zodanige omvang zijn dat het wenselijk is om omwonenden en/of belanghebbenden daar actief in te betrekken. De participatie blijft vormvrij en blijft een verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Voor niveau 2 moet een participatieverslag onderdeel uitmaken van de aanvraag.

Dit participatieverslag zal meegewogen worden bij het besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning.

Pagina 7 van 12

Voor niveau 3 moet een door de gemeente beoordeeld participatieplan onderdeel zijn van de aanvraag. De resultaten van het participatietraject gaat mee in het bindend adviesrecht. 5.1 Als een vergunning is verleend voor een bopa is de formele verankering van de bopa in het omgevingsplan uitvoering en daarmee aan het college. Het voorstel dat nu voorligt handelt over het bindend adviesrecht van de raad over bopa`s. Naast bopa's met een bindend adviesrecht zijn er ook bopa's zonder adviesrecht (denk aan de bopa's uit bijlage 3). Voor alle bopa's met een bindend adviesrecht geldt dat deze uiteindelijk in het omgevingsplan moeten worden verankerd. Voor de bopa's zonder adviesrecht is dit niet in alle gevallen aan de orde. Met name voor bopa’s zonder adviesrecht geldt dat er kleinere initiatieven kunnen zijn (denk bijv. aan een dakkapel of een schutting) die niet in het omgevingsplan verankerd hoeven te worden. Kortom, met uitzondering van de kleinere initiatieven moeten alle bopa’s (met of zonder adviesrecht) verankerd moeten worden in het omgevingsplan. De wettelijke termijn hiervoor bedraagt 5 jaar. Het wijzigen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de raad. Als een vergunning voor een bopa (met of zonder adviesrecht) is verleend en onherroepelijk (de vergunning heeft rechtskracht en er is geen beroep meer mogelijk) is heeft de inhoudelijk afweging al plaatsgevonden.

Uit oogpunt van efficiëntie is het wenselijk om de wijzigingen van het omgevingsplan als gevolg van verleende vergunningen in handen te stellen van het college. Voor de duidelijkheid, een ruimtelijk initiatief waarvoor direct een wijziging omgevingsplan in procedure wordt gebracht blijft een bevoegdheid van de raad. Kanttekeningen Het kan voorkomen dat aanvragen binnenkomen die niet op de vastgestelde lijst staan, maar waarover die de gemeenteraad wel advies zou willen geven. Op voorhand is het niet mogelijk volledig eenduidig zicht te krijgen op welke ruimtelijke initiatieven zullen worden ingediend. Daarmee is denkbaar dat er ruimtelijke initiatieven worden ingediend die niet op de vastgestelde lijst staan, maar waarvan achteraf duidelijk wordt dat de raad deze initiatieven wel had willen zien. De kans dat dit zich voordoet is niet heel groot omdat alle ruimtelijke projecten, dit zijn veelal de projecten met impact, sowieso langs de raad gaan. Mocht zich toch zo’n situatie voordoen, dan zal het college (pro)actief communiceren naar de raad en de raad zo meenemen in de genomen besluiten. Voorkomende gevallen zullen zeker input zijn voor de aangekondigde evaluatie. De gemeenteraad zal worden betrokken bij de voorbereiding van de evaluatie.

Pagina 8 van 12

De initiatiefnemer hoeft strikt formeel geen vooroverleg te voeren en kan direct een aanvraag indienen. Initiatiefnemers zijn formeel gezien vrij om wel of geen vooroverlegplan in te dienen. Een vergunningprocedure zonder vooroverleg staat echter garant voor veel herstelacties en daarmee een inefficiënte procedure om tot een deugdelijke besluitvorming te komen. Een vergunningprocedure zonder vooroverleg gaat in de praktijk niet werken. Wij zullen initiatiefnemers nadrukkelijk adviseren om vooral wel te investeren in een goed vooroverleg. Een goed vooroverleg is de basis voor een efficiënte vergunningverlening vanaf het moment van indiening van de formele aanvraag. Dit zal de gemeente actief communiceren naar de initiatiefnemer en zal op de gemeentewebsite gezet worden. Een noot hierbij is dat de termijn van 8 (+6) weken een termijn van orde is en dat er geen sprake zal zijn van `van rechtswege verleende vergunningen’ als de termijn niet wordt gehaald. Het direct indienen van een aanvraag (zonder vooroverleg) zal de initiatiefnemer niet helpen. Inwonersparticipatie en communicatie Het voorstel dat nu voorligt richt zich in eerste aanleg op de samenwerking tussen college en raad binnen de wettelijke kaders van de Omgevingswet. Actieve communicatie of participatie over de inhoud is daarbij niet aan de orde.

Nadat de gemeenteraad een besluit heeft genomen, moet de vastgestelde lijst wel gepubliceerd worden. De besluitvorming over de verplichte participatie bij bepaalde ruimtelijke initiatieven vraagt wel om actieve communicatie richting potentiële initiatiefnemers (burgers, bedrijven en/of maatschappelijke instellingen). Onder de argumenten 4.1. en 4.2 is beschreven hoe de laatste versie zich verhoudt tot het in juni 2021 vastgestelde toetsingskader. De leidraad participatie die thans op de website staat zal na vaststelling door de gemeenteraad worden vervangen door de vastgestelde versie (is voor nu bijlage 3). In de leidraad participatie Voorschoten 2024 is opgenomen dat de initiatiefnemer de aard van de participatie afstemt met de gemeente. Dit om voorkomen dat de initiatiefnemer en de gemeente verschillende inzichten hebben bij het vereiste niveau van participatie. Na besluitvorming in de raad zullen we de lokale krant en op de website extra aandacht besteden aan de verplichte participatie rondom vergunningaanvragen.

Pagina 9 van 12

Financiën Er zijn geen financiële consequenties. Het voorstel dat voorligt betreft in essentie een procedurevoorstel (welke dossiers krijgt de raad voorgelegd en wanneer?). Met verwijzing naar de risico's kan de situatie zich voordoen dat een initiatiefnemer de gemeente in gebreke kan stellen. Dit is op voorhand niet in cijfers uit te drukken. Juridisch kader Artikel 16.15a, onder b, onder 1 van de Omgevingswet geeft de raad de bevoegdheid om gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarop een bindend advies van de raad nodig is om te mogen afwijken van het omgevingsplan. Op grond van in artikel 16.55, lid 7, van de Omgevingswet kan de gemeenteraad gevallen van activiteiten aanwijzen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is. Artikel 2.8 van de Omgevingswet biedt de raad de mogelijkheid om de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college. Risico’s De kans is reëel dat de gemeenteraad relatief veel initiatieven voor advies voorgelegd wil krijgen. Tijdens het bespreken van voorbeelden tijdens de themabijeenkomst van 7 februari jl. werd duidelijk dat de gemeenteraadsleden veel praktische criteria op het netvlies hebben waarom een initiatief aan de raad voorgelegd zou moeten worden.

Het risico hiervan is dat de raad veel initiatieven voorgelegd wil krijgen en dus vaak om advies gevraagd moet worden. Dit is niet de insteek vanuit de Omgevingswet. Nog afgezien daarvan is dit niet in te passen in de reguliere cycli van raadsvergaderingen, met grote vertragingen op de ruimtelijke initiatieven tot gevolg. Daarnaast heeft het aanwijzen van veel initiatieven voor het bindend advies als effect dat veel langere procedures in de ambtelijke organisatie een capaciteitsprobleem gaat veroorzaken.

Initiatiefnemers kunnen de gemeente in gebreke stellen als de Omgevingsvergunning niet binnen de wettelijke termijn wordt afgegeven. Initiatiefnemers kunnen de gemeente in gebreke stellen wanneer de vergunning niet binnen de wettelijke termijn van 8 weken (plus de eenmalige mogelijkheid tot verlenging van 6 weken) is afgehandeld. Het goed positioneren van de raad in de procedure is om die reden van belang. Duidelijk is dat het bindend adviesrecht niet in te passen is in een procedure van 8 weken (zie argument 2.1). Met het voorstel dat nu voorligt is er juist mede op gericht om dit risico te voorkomen.

Pagina 10 van 12

Duurzaamheid Niet van toepassing. Het voorstel richt zich op de invulling en positionering van het bindend adviesrecht van de raad. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris

Pagina 11 van 12

drs. N. Stemerdink, burgemeester

Besluit Zaaknummer:

Z/23/080576/370194

De raad van de gemeente Voorschoten; Gelet op de artt. 16.15a (bevoegdheid raad) en 16.64 (beslistermijn) van de Omgevingswet gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 april 2024,

besluit: 1.

Ter vervanging van het raadsbesluit van 10 juni 2021 de bijgevoegde lijst met gevallen waarvoor bindend advies van de gemeenteraad vereist is, inclusief uitzonderingen (bijlage 2) vast te stellen;

2.

Het bindend adviesrecht procedureel te positioneren vóór de indiening van de formele aanvraag, met uitzondering van de initiatieven waarvoor het college besluit om de uitgebreide procedure te starten;

3.

Het werken met de lijst van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met bindend adviesrecht, inclusief uitzonderingen, na één jaar te evalueren;

4.

De initiatieven die in de Leidraad participatie Omgevingswet Voorschoten 2024 (bijlage 3) vallen onder niveau 2 en 3 aan te wijzen voor verplichte participatie met een participatieverslag;

5.

Het verankeren van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarover de raad reeds heeft geadviseerd, in het omgevingsplan te delegeren aan het college.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op donderdag 23 mei 2024 de griffier,

de voorzitter,

ValidSigned door B.J. Urban op 31-05-2024

ValidSigned door Nadine Stemerdink op 01-06-2024

drs. B.J. Urban

drs. N. Stemerdink

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=3cbd43fb-31f6-489c-9b97-8cef7a259344