Raadsvoorstel Vierde (technische) wijziging Verordening Jeugdhulp gemeente Voorschoten 2015
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer:
Z/25/101926/469312
Datum collegebesluit:
4 november 2025
Datum commissievergadering:
27 november 2025
Datum raadsvergadering:
11 december 2025
Soort Voorstel:
Raadsvoorstel
Onderwerp:
Vierde (technische) wijziging Verordening Jeugdhulp gemeente Voorschoten 2015
Portefeuillehouder:
Wethouder Schokker
Programma:
6. Sociaal Domein
Kernboodschap:
Met dit besluit wordt de raad voorgesteld om een technische wijziging in de huidige Verordening Jeugdhulp gemeente Voorschoten 2015 (hierna: de Verordening) aan te brengen. Het college heeft daarmee de bevoegdheid om een toezichthouder aan te wijzen voor het toezicht op de kwaliteit van de uitvoering van de Jeugdhulp.
Bijlagen:
1. Was - wordt overzicht Verordening Jeugd
Beslispunten:
De raad besluit: 1.
De navolgende Verordening tot vierde wijziging van de Verordening jeugdhulp gemeente Voorschoten 2015 vast te stellen.
Relatie met:
De bestuurlijke Taskforce Jeugdhulp en de maatregelen die in dit kader in de jeugdhulpregio Holland Rijnland worden genomen.
Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G
Inleiding en samenvatting Aanleiding voor de technische wijziging is de behoefte bij de bestuurlijke Taskforce Jeugdhulp Holland Rijnland en de Leidse Regio gemeenten om het kwaliteitstoezicht voor jeugdhulp ook zelf te organiseren naast de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: de IGJ). De IGJ houdt namelijk alleen landelijk risico gestuurd toezicht op de wettelijke kwaliteitseisen. Lokale en/of regionale belangen bij onderzoek naar een specifieke jeugdhulpaanbieder kunnen hierbij ondergesneeuwd raken. Met deze wijziging creëren we de grondslag waarop de toezichthouder kan worden aangewezen en het toezicht daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. Die uitwerking is niet opgenomen in de Jeugdwet. Door dit besluit hanteren alle gemeenten in de Leidse Regio dezelfde regels zodat de toezichthouder het toezicht voor de hele regio op dezelfde manier kan uitvoeren. Het besluit leidt ertoe dat per januari 2026 kan worden begonnen met het project: Inrichting: Toezicht en Handhaving in het sociaal domein: Jeugd en Wmo (hierna: het project toezicht en handhaving). Dit project is erop gericht inzicht te krijgen in hoe het toezicht en de handhaving in de Leidse regio het beste kunnen worden ingericht voor zowel Jeugd als Wmo.
Het gaat bijvoorbeeld over rollen, taken en verantwoordelijkheden, inzicht in de benodigde expertise, arbeidscapaciteit, werkprocessen, kosten en de gewenste intensiteit van toezicht en handhaving. Beoogd effect Een geactualiseerde verordening die de grondslag creëert waarop het college de toezichthouder kwaliteit jeugdhulp kan aanwijzen. De toevoeging in de verordening biedt meer rechtszekerheid aan zowel inwoners en jeugdhulpaanbieders, jeugdconsulenten en aan andere belanghebbenden over de rol van de toezichthouder en de bevoegdheden waar deze gebruik van mag maken. Argumenten 1.1 De wijziging creëert de juridische grondslag voor het aanwijzen van een toezichthouder Jeugd (kwaliteit) Met deze wijziging wordt de grondslag gecreëerd waarop de toezichthouder rechtmatig kan worden aangewezen. In de Wmo 2015 is de grondslag vastgelegd in de wet. In de Jeugdwet is dit niet het geval, behoudens voor de toezichthouder kwaliteit van de IGJ. Met de wijziging kunnen daarna de met toezicht belaste ambtenaren toezicht houden op het naleven van wet- en regelgeving, op het naleven van gemaakte afspraken in het kader van verstrekte persoonsgebonden budgetten en op de kwaliteit en doelmatigheid daarvan.
Pagina 2 van 7
1.2 De wijziging van de verordening is een randvoorwaarde voor de doorontwikkeling van Toezicht en Handhaving in de Leidse Regio. Het invoeren van toezicht op de jeugdhulp is cruciaal om de rechtmatigheid en kwaliteit van de geleverde zorg en ondersteuning te waarborgen. Om dit te kunnen bereiken is het niet alleen nodig aan de voorkant goed aan te besteden en te contracteren, maar ook tussentijds middels toezichtonderzoek te kunnen controleren. Met effectieve toezicht- en handhavingsmechanismen kunnen onregelmatigheden vroegtijdig worden opgespoord en aangepakt. Dit zorgt ervoor dat jongeren de juiste hulp krijgen, middelen doelmatig worden besteed, en zorgaanbieders voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. Toezicht versterkt niet alleen het vertrouwen in het systeem, maar draagt ook bij aan een veilige en verantwoorde jeugdhulppraktijk. 1.3 De aanpassingen sluiten aan bij het maatregelenpakket van de Bestuurlijke Taskforce Jeugdhulp in Holland Rijnland. De opdracht aan de Taskforce is om een antwoord te geven op de vraag ‘of het ook anders kan’.
Welke fundamentele keuzes zijn noodzakelijk om meer sturing te kunnen geven aan het bereiken van (1) inhoudelijke en (2) financiële doelen en resultaten in de jeugdzorg? En, welke interventies zijn nodig in (3) de bedrijfsvoering en (4) de governance om de sturing te verbeteren? In de eindrapportage van de fundamentele heroverwegingen Jeugdhulp (Holland Rijnland) is expliciet aandacht voor Toezicht en handhaving. Eén van de maatregelen betreft het aanwijzen van een toezichthouder op de kwaliteit van de jeugdzorg. Hiervoor zullen gemeenten – indien nodig - de verordening aanpassen, beleidsregels opstellen en deze publiceren. 1.4 De aanpassingen sluiten aan bij de gewenste uitvoeringspraktijk waaronder de uitvoering van het project: Inrichting toezicht en handhaving in het sociaal domein: Jeugd en Wmo . De wijziging is noodzakelijk om te kunnen beginnen met het project toezicht en handhaving, waarbij het de bedoeling is dat de processen en procedures voor Wmo en Jeugd zoveel mogelijk synchroon gaan lopen. De wijziging maakt het mogelijk dat in januari 2026 gestart wordt met het project. Kanttekeningen Geen. Inwonersparticipatie en communicatieInwonersparticipatie en communicatie Na vaststelling door de raad volgt bekendmaking in het digitale gemeenteblad en wordt de gewijzigde verordening gepubliceerd op de gemeentelijke website.
De volledige documenten worden ook bekend gemaakt op overheid.nl. Omdat het een technische wijziging betreft is
Pagina 3 van 7
inwonersparticipatie niet van toepassing. Wel zal de Adviesraad Sociaal Domein Voorschoten worden geïnformeerd. Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties. Kosten voor toezicht zijn reeds meegenomen in de bestaande jeugdhulpbegroting. Er is geld gereserveerd voor dit toezicht, omdat de toezichthouder zoals beoogd en bedoelt bij de SOZ zit. Hier is al rekening mee gehouden binnen de capaciteit van de SOZ en daarmee heeft de wijziging geen financiële gevolgen. Juridisch kader Artikel 2.6 lid 1 onder a, 2.9 en 8.1.1. lid 2 onder c van de Jeugdwet 2015 Titel 5.2 van de Awb Risico’s Bij dit voorstel zijn geen risico’s bekend. Duurzaamheid Niet van toepassing. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris
Pagina 4 van 7
mw. drs. N. Stemerdink, burgemeester
Besluit Zaaknummer: Z/25/101926/469312 De raad van de gemeente Voorschoten; gelet op de artikelen 2.3, 2.9 en 2.10 van de Jeugdwet gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2025, gezien het advies van de Commissie Mens en Samenleving van 27 november 2025,
besluit: 1.
De navolgende Verordening tot vierde wijziging van de Verordening Jeugdhulp gemeente Voorschoten 2015 vast te stellen.
Artikel I A Artikel 13 lid 5 en 6 komen te vervallen. B Een nieuw artikel 13.1 wordt ingevoegd en komt te luiden als volgt: Artikel 13.1 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid van voorzieningen in natura en in pgb. 1. Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het toezicht op de naleving van de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet en de kwaliteit van de uitvoering van de jeugdhulp. 2. Het college onderzoekt met inachtneming van de paragrafen 6a en 6b van de Regeling Jeugdwet de rechtmatigheid en doelmatigheid van individuele voorzieningen. 3. De toezichthouder onderzoekt met inachtneming van de contractuele of subsidie bepalingen de kwaliteit van de gecontracteerde of gesubsidieerde individuele voorzieningen en met inachtneming van de verordening, beleidsregels en budgetplannen de kwaliteit van de hulp die door aanbieders geboden wordt en uit een persoonsgebonden budget (pgb) bekostigd wordt. 4.
De aangewezen toezichthouder is belast met: • de bevoegdheid om inlichtingen te vorderen; • de bevoegdheid om de (cliënten)administratie te vorderen bij de zorgaanbieder; • de bevoegdheid om de administratie te vorderen van de Pgb-beheerder; • de bevoegdheid om inzage in identificatie te verkrijgen; • het verkrijgen van inzage in documenten en toegang tot gegevens;
Pagina 5 van 7
•
de bevoegdheid tot het betreden van plaatsen (met uitzondering van woningen);
C Aan de Toelichting Verordening Jeugdhulp gemeente Voorschoten 2015 wordt na artikel 13 een nieuw onderdeel ingevoegd en deze komt te luiden als volgt: Artikel 13.1 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid van voorzieningen in natura en in pgb. In lid 1 van dit artikel wordt een grondslag gecreëerd op grond waarvan het college een toezichthouder kan aanwijzen die toezicht houdt op de rechtmatigheid, doelmatigheid en de kwaliteit van de uitvoering van de geboden jeugdhulp voor alle individuele voorzieningen zowel in natura als in de vorm van een pgb. Deze uitwerking is niet opgenomen in de Jeugdwet, daarom is het noodzakelijk om op te nemen in de verordening. Het aanwijzen van een toezichthouder voor het doen van onderzoek heeft als voordeel dat een toezichthouder gebruik mag maken van toezichthoudende bevoegdheden zoals deze beschreven zijn in hoofdstuk 5 van de Awb. Ter verduidelijking zijn de belangrijkste bevoegdheden van de toezichthouder voor het houden van toezicht op de rechtmatigheid, doelmatigheid en kwaliteit van de uitvoering van jeugdhulp ook opgenomen in lid 4 van dit artikel. Hier worden dus geen nieuwe bevoegdheden gecreëerd. In lid 2 van dit artikel wordt verwezen naar de paragrafen 6a en 6b van de Regeling Jeugdwet.
Hierin is opgenomen aan welke regels een onderzoek naar de rechtmatigheid en doelmatigheid van geboden individuele voorzieningen moet voldoen. Aan deze regels zal de toezichthouder zich bij zijn onderzoek moeten houden. Lid 3. In artikel 2.6, lid 1, sub a, van de Jeugdwet is vastgelegd dat het college er in ieder geval verantwoordelijk voor is dat: er een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod is om aan de taken als bedoeld in de artikelen 2.2, 2.3 en 2.4, tweede lid, onderdeel b, te kunnen voldoen. Daarnaast staat in artikel 8.1.1. lid 2 onder c vermeld dat “een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien: naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is. Om te beoordelen of de geboden jeugdhulp van goede kwaliteit is, is het onvoldoende om enkel vooraf te controleren of een zorgaanbieder op papier voldoet aan de eisen die in de raamcontracten, verordening, beleidsregels en/of beschikkingen genoemd zijn. Het gaat erom dat de hulp ook in de praktijk van goede kwaliteit is. Dit kan door steekproefsgewijs en als gevolg van signalen toezichtonderzoeken uit te voeren.
Artikel II Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Artikel III Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: de vierde wijziging van de Verordening Jeugdhulp gemeente Voorschoten 2015.
Pagina 6 van 7
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op 11 december 2025
de griffier,
de voorzitter,
dhr. drs. E. Krijgsman
mw. drs. N. Stemerdink
Pagina 7 van 7