Raadsvoorstel Verordening rechtspositie raad 2021.docx
Tekst van het document
VOORBLAD
Voorstel aan de Raad
Zaaknummer: Datum collegebesluit: Datum commissievergadering: Datum raadsvergadering:
Z/21/060313/277974 n.v.t. 9 december 2021 16 december 2021
Soort Voorstel: Onderwerp: Portefeuillehouder: Programma:
Adviesnota Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Burgemeester N. Stemerdink Programma 0 Bestuur en ondersteuning
Kernboodschap:
De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2014 wordt vernieuwd en aangepast aan het nieuwe Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers die in de plaats is gekomen van het oude Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Hierdoor ontstaat een vereenvoudigde en kortere lokale verordening die past bij de raad van Voorschoten.
Bijlagen:
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Rechtspositieregeling decentrale politiek ambtsdragers. Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Circulaire Specifieke aandachtspunten Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers voor gemeenten. Conversietabel oude-nieuwe verordening. VNG, Model Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden 2019. Ledenbrief VNG over modelverordening.
Beslispunten
De ‘Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Voorschoten 2021’ overeenkomstig bijgaand ontwerp vast te stellen.
Relatie met:
Agendapunt: (bijv. een aangehouden stuk of een stuk wat nog moet komen of al geweest is) Toezegging: Amendement/motie: Schriftelijke vragen:
Pagina 1 van 15
Adviesnota aan de Raad Onderwerp Vaststelling ‘Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2021’. Inleiding Per 1 januari 2019 zijn het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de bijbehorende ministeriële regeling in werking getreden. Aan de inwerkingtreding van dit besluit ging een periode vooraf - 2013 tot en met 2018- van stapsgewijze harmonisering en modernisering van de rechtsposities van decentrale politieke ambtsdragers. De noodzaak voor aanpassing van de rechtsposities is gelegen in het feit dat het nodig is continu te investeren in de aantrekkelijkheid en kwaliteit van het politieke ambt. Het vak van bestuurder en volksvertegenwoordiger is complexer en dynamischer geworden. Het nieuwe, geharmoniseerde en gemoderniseerde rechtspositiebesluit dient bestuurders en volksvertegenwoordigers in dat kader beter te ondersteunen. Het nieuwe Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna Rechtspositiebesluit) bevat een aantal wijzigingen die van invloed zijn op onze lokale Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2014 (hierna Verordening 2014). Met dit voorstel wordt een nieuwe, geactualiseerde verordening vastgesteld die beter aansluit bij het rechtspositiebesluit en de regeling.
Hoewel er geen wezenlijke veranderingen in de rechtspositie van raads- en commissieleden zijn gekomen, is het toch goed de verordening te actualiseren, zodat deze weer aansluit bij de huidige wetgeving. Uitgangspunt bij het inrichten en opstellen van de Verordening 2021 is de modelverordening van de VNG (zie bijlage), conform de afspraak bij het actualiseren van verordeningen. Tevens is inhoudelijk aansluiting gezocht bij de Verordening 2014. Dat wil zeggen dat daar waar de raad de mogelijkheid heeft een eigen invulling te geven aan een onderwerp, is aangesloten bij wat in de Verordening 2014 over dat onderwerp staat. Beoogd effect Met het vaststellen van de nieuwe ‘Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden Voorschoten 2021’ beschikt de raad over een geactualiseerde en gemoderniseerde verordening die in overeenstemming is met het nieuwe Rechtspositiebesluit. Samenvatting De noodzakelijke wijzigingen in de verordening zijn in te delen in twee categorieën. 1.
2.
De Verordening 2014 verwijst in een aantal bepalingen naar het oude Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en naar de oude Regeling rechtspositie raads- en commissieleden. In de Verordening 2021 zijn deze verwijzingen aangepast en wordt er correct verwezen naar het nieuwe Rechtspositiebesluit en bijbehorende ministeriële regeling. De wijzigingen zijn te zien in de bijgevoegde conversietabel en behoeven verder geen uitleg. Met de komst van het nieuwe Rechtspositiebesluit zijn een aantal bepalingen daarin dwingend geregeld die voorheen als ‘kan’ bepaling in het oude rechtspositiebesluit stonden. Doordat de bepalingen al vastgesteld zijn in hogere wetgeving, hoeven deze niet meer in lagere wetgeving, de verordening, opgenomen te worden. De noodzakelijke wijzigingen in de verordening hebben betrekking op de volgende onderwerpen: a. Introductie van een uniforme regeling van reiskostenvergoeding woonwerkverkeer en dienstreizen voor raadsleden én commissieleden. Heeft gevolgen voor artikel 3 van de Verordening 2014. b. De ICT-bepalingen zijn aangepast aan het huidige fiscale regime: informatie- en communicatievoorzieningen worden voor de duur van het ambt verstrekt die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van dat ambt. Heeft gevolgen voor artikel 6 van de Verordening 2014.
Pagina 2 van 15
c.
Specifieke wijziging voor Voorschoten: met het nieuwe rechtspositiebesluit zijn de voorzieningen voor raadsleden met een structurele beperking uniform geregeld en maken commissieleden met ingang van het nieuwe rechtspositiebesluit ook aanspraak op deze voorzieningen. Deze wijziging heeft gevolgen voor artikel 8 van de Verordening 2014. d. Naast de genoemde wijzigingen is de Verordening 2014 op een aantal punten verouderd. Om goed aan te sluiten op huidige wet- en regelgeving en de modelverordening van de VNG, zijn een aantal onderdelen verwijderd/aangepast. Dit heeft gevolgen voor artikel 2, artikel 10, artikel 11 en artikel 12 van de Verordening 2014. Al deze bovengenoemde wijzigingen hebben in de praktijk geen directe consequenties voor de rechtspositie van raads- en commissieleden in Voorschoten. De Verordening 2021 is met deze wijzigingen eenvoudiger en moderner geworden en sluit goed aan op de modelverordening van de VNG. Met de inwerkingtreding van het nieuwe Rechtspositiebesluitbesluit, kan nog maar een beperkt aantal zaken lokaal rechtspositioneel worden geregeld. Ten aanzien van de volgende vier onderwerpen heeft de raad wel de mogelijkheid om nadere regels in de verordening vast te leggen. 1. 2. 3. 4. 5.
De regeling waarbij bij verordening kan bepaald dat ten hoogste 20% van de raadsvergoeding kan worden uitbetaald naar rato van het aantal bijgewoonde vergaderingen. Toekenning van een aanvullende toelage voor raadsleden die lid zijn van een onderzoekscommissie en/of bijzondere commissie. Een vergoeding voor voorzieningen in het kader van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Hogere vergoeding voor commissieleden waarbij sprake is van bijzondere beroepsmatige deskundigheid of een zwaardere taak. De mogelijkheid om nadere regels te stellen voor scholing. In de Verordening 2014 zijn nadere bepalingen met betrekking tot scholing al geregeld in artikel 5 en deze worden ook opgenomen in de nieuwe verordening.
Hierna wordt in paragraaf Lokale keuzes voor de Verordening 2021 door het presidium een voorstel gedaan aan de raad over de punten 1 tot en met 4. Daarna volgt een toelichting op de gewijzigde artikelen die geen grote inhoudelijk consequenties hebben.
Lokale keuzes voor de Verordening 2021 Voor de volgende onderwerpen heeft de raad de mogelijkheid om bij verordening nadere regelingen vast te stellen. De voor- en nadelen worden hieronder beschreven. Bij ieder onderwerp doet het presidium een voorstel aan de raad. 1.
Vergoeding raadsleden o.b.v. aantal bijgewoonde vergaderingen (artikel 2, modelverordening). De gemeenteraad kan op grond van het vierde lid van artikel 3.1.1 van het Rechtspositiebesluit bij verordening bepalen dat een deel van de vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden wordt uitbetaald als presentiegeld. Maximaal 20% van de maandelijkse vergoeding kan hiervoor gebruikt worden1. Deze bepaling kan bijvoorbeeld worden benut bij ‘spookleden’. Voorbeeld van nadere uitwerking van deze regeling in Den Haag: 20201216-RIS307054 Wijziging Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Den Haag 2019 (raadsinformatie.nl) 1
Pagina 3 van 15
Spookleden zijn wel gekozen als volksvertegenwoordigers, maar zijn nauwelijks tot niet aanwezig bij raadsvergaderingen. Aangezien raadsleden de vergoeding voor het raadswerk niet mogen weigeren, geeft deze bepaling de raad toch de mogelijkheid om een deel van de vergoeding af te laten hangen van de aanwezigheid. Echter, als hiervoor wordt gekozen, geldt dit voor alle raadsleden. Ook raadsleden die incidenteel door omstandigheden niet aanwezig kunnen zijn, zien dit terug in de uitbetaling van de raadsvergoeding. In bijvoorbeeld Den Haag (voetnoot) is dit ondervangen door de korting alleen toe te passen als aan het eind van het jaar blijkt dat een raadslid 25% of meer van de gehouden raadsvergaderingen afwezig was. Voor raadsleden die wegens langdurige ziekte of zwangerschap afwezig zijn en zich laten vervangen, geldt deze regeling niet. Nadeel van een regeling met mogelijke korting op de raadsvergoeding is de administratieve last die het met zich meebrengt voor de ambtelijke organisatie in het bijhouden van de aanwezigheid, berekening en uitbetaling van de vergoeding. Genoemde mogelijkheid werd in het vorige rechtspositiebesluit ook al geboden, maar toen is er niet voor gekozen dit op te nemen. Het presidium legt de raad nu een regeling naar Haags model voor ter bespreking en besluitvorming (artikel 2a Verordening 2021). 2.
Toelage raadsleden lid van een onderzoekscommissie en/of bijzondere commissie (artikel 3, modelverordening) De raad kan bij verordening bepalen dat raadsleden die lid zijn van een onderzoekscommissie en/of bijzondere commissie, zogenaamde ‘zware commissies’, een toelage ontvangen, zoals in artikel 3.1.3 en artikel 3.1.4 van het Rechtspositiebesluit staat. Daarbij moet gemotiveerd worden dat het lidmaatschap van deze raadscommissies voor de desbetreffende raadsleden duidelijk meerwerk is naast het reguliere raadswerk van de gemeenteraad. Naast de erkenning dat het werk in deze commissie meerwerk is, stelt de toelage de raadsleden in de gelegenheid om tijd vanuit hun hoofdfunctie beschikbaar te maken voor deze extra raadswerkzaamheden. Zolang een commissie slapend is, wordt geen vergoeding uitgekeerd. Voor raadsleden die lid zijn van de vertrouwenscommissie en Rekenkamercommissie zijn de vergoedingen al geregeld in het Rechtspositiebesluit. Wat betreft de vergoeding voor de leden van de onderzoekscommissie geldt dat deze per jaar niet hoger mogen zijn dan driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden. Aan de leden van een bijzondere commissie kan op dezelfde voet als de vertrouwenscommissie en rekenkamerfunctie vergoeding worden toegekend. Op lokaal niveau kan een politieke afweging worden gemaakt.
De hoogte van de toelage wordt bij verordening vastgesteld, maar is gemaximeerd op € 120,- per maand. Een toelage voor raadsleden, lid van een bijzondere- of onderzoekscommissie heeft financiële gevolgen. De financiële gevolgen voor Voorschoten zijn vooraf niet aan te geven, want dit hangt af van de duur, en het aantal leden van een dergelijke commissie. Daarnaast moet er sprake zijn van een ‘zware commissie’ met duidelijk meerwerk om een dergelijke vergoeding bij verordening vast te leggen. Aangezien op dit moment in Voorschoten geen onderzoeks- of bijzondere commissie is aangesteld (overigens de afgelopen 15 jaar was dit niet aan de orde) en gezien de financiële gevolgen die de toevoeging van dit artikel zou hebben, stelt het presidium de raad voor een dergelijk artikel niet in de Verordening 2021 toe te voegen. 3.
Een vergoeding voor voorzieningen in het kader van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden (modelverordening, artikel 5). De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat een raadslid eenmaal per jaar een bedrag wordt toekend ter hoogte van de vergoeding voor één maand. Dit is vastgelegd in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit. De reden dat deze mogelijkheid gegeven wordt, is dat raadsleden vaak een groot deel van hun werkweek besteden aan het raadswerk. Daardoor bouwen ze vaak minder pensioen op met hun hoofdfunctie. Om dit gat op te vullen, heeft de raad de mogelijkheid om bij verordening te bepalen dat jaarlijks een vergoeding wordt uitgekeerd om voorzieningen te kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom
Pagina 4 van 15
en overlijden. Deze bepaling heeft aanzienlijke financiële gevolgen, omdat de kosten zullen stijgen met jaarlijks 21 keer het maandbedrag van een raadslid (totaal ca. €22.000,-). Vanwege het feit dat in Voorschoten weinig financiële ruimte is en daarnaast het raadswerk in Voorschoten een minder grote belasting is op de werkweek in vergelijking met grotere gemeentes, stelt het presidium de raad voor van deze mogelijkheid geen gebruik te maken.
4.
Hogere vergoeding voor commissieleden waarbij sprake is van bijzondere beroepsmatige deskundigheid of een zwaardere taak (artikel 8, modelverordening) Commissieleden ontvangen een vastgesteld bedrag per bijgewoonde commissievergadering. In bepaalde gevallen, zoals bij bijzondere deskundigheid en/of zwaarte van de taak in de commissie, is het mogelijk om een hoger bedrag aan vergoeding per vergadering toe te kennen dan bepaald is in het Rechtspositiebesluit. Een voorbeeld hiervan is een raadscommissie met een bijzondere opdracht die een hogere belasting kent voor één of meerdere commissieleden. Aangezien gemeente Voorschoten momenteel geen raadscommissie heeft waarbij een extra zware belasting/deskundigheid van een aantal commissieleden wordt vereist/gevraagd, stelt het presidium de raad voor hiervan geen gebruik te maken. Artikelsgewijze toelichting op de overige wijzigingen Artikel 2 ‘Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen’ Vergoedingen voor het bijwonen van commissievergaderingen zijn dwingendrechtelijk geregeld in het Rechtspositiebesluit (artikelen 3.1.1. en 3.4.1). De bepalingen in de Verordening 2014 bevinden zich daarom niet in de modelverordening. Lid 1 t/m 3 uit de Verordening 2014 zijn daarom overbodig en worden verwijderd.
De overige twee bepalingen hebben betrekking op de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed (CWC) en blijven van kracht tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de CWC wordt vervangen door een Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Artikel 3 ‘Reis- en verblijfkosten Doordat reiskostenvergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen voor commissieleden nu dwingendrechtelijk geregeld zijn in het Rechtspositiebesluit, artikel 3.4.3, is lid twee van de Verordening 2014 overbodig geworden. Lid vijf wordt ook verwijderd aangezien dit gewaarborgd is in de begripsbepaling van een commissielid, artikel 3.1, onderdeel f, van het Rechtspositiebesluit. In het Rechtspositiebesluit (art. 3.1.7 en art. 3.4.3) en de -regeling (art. 3.1) wordt de vergoeding van reiskosten voor raads- en commissieleden binnen de gemeente geregeld. Dit hoeft dus niet meer in de lokale verordening geregeld te worden. Op grond van artikel 97 Gemeentewet kan bij verordening worden bepaald dat kosten door raadsleden voor reizen buiten gemeentegrond aan raadsleden vergoed worden (alleen ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur). Dat is ook geregeld in de Verordening 2014. De VNG modelverordening maakt deze vergoeding ook mogelijk voor commissieleden. Deze aanpassing wordt overgenomen in het kader van de uniformering van regelingen voor raads- en commissieleden.
Voor wat betreft reiskosten buiten de gemeente door raads- en commissieleden met een functionele beperking wijkt de modelverordening af van de Rechtspositieregeling. Die laatste spreekt in artikel 3.1 lid 5 van een ‘functionele beperking’, waarmee niet expliciet wordt gemaakt of deze structureel of tijdelijk is. Terwijl in de modelverordening in artikel 3 lid 4 gesproken wordt van een ‘tijdelijke functionele beperking’. In de Verordening 2021 is ervoor gekozen zo dicht mogelijk aan te sluiten bij de Rechtspositieregeling waardoor de reiskostenvergoeding ook bij een structurele functionele beperking kan worden toegekend.
Pagina 5 van 15
In de modelverordening worden de parkeer-, veer- en tolkosten ook vergoed voor reizen buiten de gemeentegrond, zoals ook in de Rechtspositie is geregeld voor reizen binnen de gemeente. Door de modelverordening hierin te volgen sluit de Verordening 2021 goed aan op de moderne wet- en regelgeving. Artikel 4 Buitenlandse dienstreis In de modelverordening staat geen separaat artikel over reizen naar het buitenland. In de toelichting bij artikel 3 over reiskosten buiten het grondgebied van de gemeente, wordt aangegeven dat dit ook geldt voor buitenlandse reizen. In de praktijk is het de afgelopen 15 jaar niet voorgekomen dat raadsleden reizen naar het buitenland maakten ter uitvoering van beslissingen van het gemeentebestuur. Artikel 6 ‘Computer en internetverbinding’ Artikel 3.3.2 van het Rechtspositiebesluit bepaalt dat politieke ambtsdragers voor de duur van hun ambt informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld. Ten opzichte van het oude rechtspositiebesluit is de verstrekking van informatie- en communicatievoorzieningen verplicht gesteld, omdat deze voorzieningen gezien worden als noodzakelijk ‘digitaal gereedschap’; een raads- of commissielid kan zijn/haar werk niet doen zonder dit ‘digitale gereedschap’.
De verstrekking van ICT-middelen gebeurt nu belastingvrij waardoor het niet toegestaan is om een vergoeding aan te bieden voor de aanschaf/het gebruik van eigen ICT-middelen. Ten behoeve van de verstrekking wordt een bruikleenovereenkomst ondertekend. Dat was in Voorschoten al praktijk, maar is nu ook in de verordening vastgelegd. Bij het wijzigen van de verordening is om die reden de modelverordening gevolgd en zijn de overige bepalingen uit de Verordening 2014 verwijderd. Artikel 8 ‘Voorzieningen voor commissieleden met functionele beperking’ In artikel 3.3.7, Rechtspositiebesluit zijn de voorzieningen voor raadsleden met een structurele functionele beperking geregeld. Vervolgens stelt artikel 3.4.4 van het Rechtspositiebesluit vast dat deze voorzieningen ook voor commissieleden met een structurele functionele beperking gelden. Dit was in Voorschoten al bepaald in artikel 8 van de Verordening 2014, dat daarmee automatisch overbodig is geworden. Voor de reiskosten, zie hierboven onder artikel 3. Artikel 8 uit de Verordening 2014 komt dus te vervallen. Artikel 10 & 11 ‘Rechtstreekse facturering bij de gemeente’ & ‘Declaratie van vooruit betaalde kosten’ Met het combineren van artikel 10 & 11 uit de Verordening 2014 tot één artikel 8 in de Verordening 2021 wordt aansluiting gezocht bij de modelverordening.
De combinatie van artikel 10 & 11 is geen noodzakelijke wijziging, maar een logische keuze, omdat het artikel eenvoudiger en duidelijker wordt. Deze wijziging heeft verder geen consequenties voor de toepassing van de bepalingen. De modelverordening heeft een extra bepaling waarin vaststaat binnen welk termijn de vooruitbetaalde kosten worden vergoed. Deze bepaling is opgenomen met als terugbetalingstermijn 4 weken. Artikel 12 ‘Brutering vergoedingen’ Dit artikel was een overgangsbepaling voor gemeenten die in 2014 nog niet de werkkostenregeling hadden ingevoerd. Gemeenten zijn per 1 januari 2015 verplicht om van de werkkostenregeling gebruik te maken. Aangezien deze overgangsbepaling niet meer van toepassing is op de huidige situatie komt het artikel te vervallen.
Pagina 6 van 15
Kanttekeningen In de meeste gevallen is gekozen voor de modelverordening. Op enkele punten is het nodig geweest om vast te houden aan de huidige vorm, zoals artikel twee van de verordening waarbij de vergoeding voor commissieleden van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed is geregeld. Deze keuzes zijn verantwoord in dit raadsvoorstel. Met dit raadsvoorstel wordt een geheel nieuwe verordening vastgesteld in plaats van een gewijzigde verordening. De keuze voor een nieuwe verordening is gebaseerd op het aantal wijzigingen die noodzakelijk waren. Aangezien in een groot aantal artikelen (kleine) wijzigingen zijn gemaakt, is het efficiënter en ook eenduidiger om een geheel nieuwe verordening vast te stellen. Voor de toepassing van de verordening heeft deze keuze verder geen consequenties. Communicatie/Inwonersparticipatie N.v.t. Financiën Het voorstel heeft geen financiële consequenties, omdat met alle wijzigingen niet is gekozen voor nadere bepalingen met mogelijke extra uitgaven. Risico’s N.v.t. Duurzaamheid N.v.t.
Met vriendelijke groet,
Het presidium.
Pagina 7 van 15
Besluit Zaaknummer:
Z/21/060313/277974
De raad van de gemeente Voorschoten, gelezen het voorstel van het presidium van 6 oktober 2021; gelet op de artikelen 95, 96, eerste en tweede lid en 97 en 147 van de Gemeentewet; gelet op het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie politieke ambtsdragers, besluit: vast te stellen de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Voorschoten 2021 Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: – commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet; – commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 3.1, onderdeel f, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. – college: college van burgemeester en wethouders. – griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. – raadslid: lid van de gemeenteraad. Hoofdstuk II Voorzieningen voor raads- en commissieleden Artikel 2a Vergoeding voor het bijwonen van raadsvergaderingen 1.
2.
Indien een raadslid in een kalenderjaar 25% of meer van de gehouden raadsvergaderingen niet heeft bijgewoond, wordt van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, 20% uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden raadsvergaderingen. Indien na afloop van een kalenderjaar blijkt dat een raadslid in het daarvoor liggende jaar 25% of meer raadsvergaderingen niet heeft bijgewoond dan vindt op basis van nacalculatie een verrekening of terugvordering plaats. Het recht op 20% van de vergoeding uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden raadsvergaderingen, wordt berekend volgens de formule (a/b)20% x 12 x c, waarbij: a. ‘a’ staat voor het totaal in het kalenderjaar bijgewoonde raadsvergaderingen; b. ‘b’ staat voor het totaal in het kalenderjaar gehouden raadsvergaderingen;
Pagina 8 van 15
3.
c. ‘c’ staat voor het bedrag bedoeld in artikel 3.1.1., eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In een verkiezingsjaar wordt het aantal gehouden raadsvergaderingen geteld met ingang van de raadsvergadering waarin de nieuwe gemeenteraad wordt geïnstalleerd.
Artikel 2b Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed 1.
2.
De leden – niet zijnde de burgerleden - van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed worden voor het bijwonen van de vergaderingen van deze commissie vergoed op basis van het aantal uren dat zij in een vergadering aanwezig zijn. De vaststelling van het uurtarief geschiedt door burgemeester en wethouders. De burgerleden van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie een vergoeding, die door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld.
Artikel 3 Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1.
2. 3. 4. 5.
Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raadsof commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt . Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed; Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 4 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1.
2. 3.
Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De maximale vergoeding van de scholing bedraagt: a. € 500,- per jaar per raadslid;
Pagina 9 van 15
4.
b. € 500,- per jaar per commissielid. Het presidium beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.
Artikel 5 Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden 1.
2.
Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente.
Artikel 6 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel 1.
2.
Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op loonbelasting 1964.
Hoofdstuk III De procedure van declaratie
Artikel 7 Betaling vaste vergoedingen Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding van commissieleden, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats met inachtneming van een vergoeding per bijgewoonde vergadering. Artikel 8 Betaling en declaratie van onkosten 1. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur; b. betaling vooruit uit eigen middelen. 2. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een daarvoor vastgesteld declaratieformulier en bewijsstukken. 3. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen twee maanden na de betaling c.q. de datum van de gemaakte autorit volledig ingevuld en ondertekend door het raads- of commissielid en ingediend bij de griffier. 4.
Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raadsof commissieleden binnen 4 weken na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Pagina 10 van 15
Hoofdstuk IV Citeertitel en inwerkingtreding Artikel 9 Intrekking oude regeling De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Voorschoten 2014 wordt ingetrokken. Artikel 10 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op de dag volgende op die van zijn bekendmaking. Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Voorschoten 2021. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op 16 december 2021.
de griffier,
de voorzitter,
Drs. B.J. Urban
Drs. N. Stemerdink
Pagina 11 van 15
Toelichting ALGEMEEN Wettelijke regelingen In de wet en nadere regelgeving zijn alle van belang zijnde onderwerpen geregeld betreffende de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van raads- en commissieleden alsmede de financiële voorzieningen moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Deze nader regeling is vastgelegd in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers zijn de (onkosten)vergoedingen nader uitgewerkt. Hoofdlijnen gemeentelijke verordening In deze verordening zijn alleen bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van raadsleden en leden van gemeentelijke commissies zover die niet dwingend geregeld zijn in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Bij de laatste moderniserings- en harmoniseringsoperatie (Staatsblad 15 oktober 2018), betreffende de rechtspositiebesluiten voor decentrale politieke ambtsdragers zijn er wederom een aantal bepalingen imperatief in hogere wet- en regelgeving vastgelegd.
De overweging hierbij is dat het bestuurlijk wenselijk is om de voorzieningen zoals vergoedingen, tegemoetkomingen en andere rechtspositionele aanspraken voor decentrale politieke ambtsdragers dwingendrechtelijk in hogere wet- en regelgeving vast te leggen om politieke discussies te voorkomen. Dit betekent dat er voor gemeenten minder ruimte is om lokaal bij verordening van wettelijke regelingen af te wijken. Indien een gemeente besluit om bij verordening voorzieningen voor politieke ambtsdragers te regelen, zijn een aantal regels van belang. In artikel 99 Gemeentewet is bepaald dat ’buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend’, ontvangen de leden van de raad en/of door de raad ingestelde commissie (in de zin van artikel 82, 83 of 84 Gemeentewet) als zodanig geen andere vergoedingen en tegemoetkomingen ten laste van de gemeente. Deze verordening vormt een (nadere) uitwerking van de bij of krachtens de wet toegekende vergoedingen en tegemoetkomingen. De arbeidsverhoudingen en fiscale positie Raadsleden en commissieleden hebben geen dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de Werkloosheidswet (WW), Ziektewet (ZW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).
Omdat er geen sprake is van een dienstbetrekking vallen raads- en commissieleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar worden hun inkomsten belast in de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kunnen raads- en commissieleden opteren voor de loonbelasting als voorheffing door samen met de gemeente te kiezen voor het fictief werknemerschap, het zogenaamde opting-in. Het fictief werknemerschap kan worden aangevraagd met behulp van een opting-in verklaring bij de Belastingdienst. De gemeente verstrekt dit formulier bij aanvang van het raadslidmaatschap. Als de raads- en commissieleden en gemeente niet kiezen voor het fictief werknemerschap, dan geldt dat de onkostenvergoedingen en raadsvergoeding als inkomsten moeten worden verantwoord en mogen de (beroeps)kosten die worden gemaakt worden afgetrokken. Het resultaat zal het raads- of commissielid moeten verantwoorden in de aangifte inkomstenbelasting, onder de post inkomsten uit overige werkzaamheden. De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen voor de raads- en commissieleden die niet als fictief werknemerschap te kwalificeren zijn op grond van deze verordening aan de Belastingdienst
Pagina 12 van 15
doorgeven middels een formulier IB-47. Omdat raads- en commissieleden op persoonlijke titel worden gekozen, zijn zij niet aan te merken als (fiscaal) ondernemer. Er hoeft dan ook geen VAR-verklaring / Modelovereenkomst ZZP overgelegd te worden aan de gemeente. De Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) is niet van toepassing op raads- en commissieleden. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING Artikel 2a Vergoeding voor het bijwonen van raadsvergaderingen Indien een raadslid in een kalenderjaar 25% of meer van de gehouden raadsvergaderingen, blijkend uit de notulen van de raadsvergadering, niet aanwezig is geweest vindt er een verrekening plaats volgens de formule (a/b)20% x 12 x c, waarbij: a.‘a’ staat voor het totaal in het kalenderjaar bijgewoonde raadsvergaderingen; b.‘b’ staat voor het totaal in het kalenderjaar gehouden raadsvergaderingen; c.‘c’ staat voor het bedrag bedoeld in artikel 3.1.1., eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Indien een raadslid in het betreffende jaar afwezig was op grond van artikel X10 van de Kieswet, wegens ziekte of zwangerschap, voor een periode van 16 weken, dan worden de raadsvergaderingen die gehouden zijn in die periode van 16 weken aangemerkt als raadsvergaderingen waarbij het raadslid aanwezig was. Rekenvoorbeeld 1: a. Het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen is 11. b.
Het aantal gehouden raadsvergaderingen is 15. Niet bijgewoond 4. c. De maandvergoeding bedraagt 2.500,00 euro bruto per maand. Het percentage van het aantal niet bijgewoonde vergaderingen bedraagt (4/15)100 = 26,67%. Er vindt een terugvordering of verrekening met nog uit te keren vergoedingen plaats. Er is in het kalenderjaar het volledige bedrag uitbetaald, nl. 20%x12x2.500,00 euro bruto per maand. De terugvordering bedraagt (4/15)20%x12x2.500,00 = 1.600,00 euro bruto. Dit wordt dan teruggevorderd of in termijnen in mindering gebracht op de maandelijkse vergoeding door middel van verrekening. Rekenvoorbeeld 2 a. Het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen is 12. b. Het aantal gehouden raadsvergaderingen is 15. Niet bijgewoond 3. c. De maandvergoeding bedraagt 2.500,00 euro bruto per maand. Het percentage van het aantal niet bijgewoonde raadsvergaderingen bedraagt (3/15)100 = 20%. De afwezigheid bedraagt minder dan 25%. Er vindt geen terugvordering plaats. Een raadslid van wie is vastgesteld dat hij 25% of meer raadsvergaderingen in een kalenderjaar niet heeft bijgewoond, zal voorafgaand aan de terugvordering of verrekening schriftelijk hiervan op de hoogte worden gebracht.
Artikel 2b Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed Het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers regelt de vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden en de vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van commissieleden in artikelen 3.1.1 en 3.4.1. De bepalingen in dit artikel regelen de vergoeding voor de leden van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed. Deze commissie valt niet onder een gemeentelijke commissie op basis van
Pagina 13 van 15
artikel 82 t/m 84, maar is gegrond op respectievelijk artikel 8, vijfde lid, Woningwet, artikel 9.2, achtste lid, Bouwverordening Voorschoten 2008, en artikel 4, Reglement van Orde Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed (WCE) Gemeente Voorschoten 2015. Artikel 3 Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden Ingevolge artikel 96, in samenhang met artikel 97, van de Gemeentewet kunnen kosten voor (dienst)reizen buiten het grondgebied van de gemeente alleen op basis van een verordening van de gemeenteraad worden vergoed. In deze bepaling is bij verordening geregeld dat raadsleden een vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente kunnen krijgen ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur. Onder reizen “buiten de gemeentegrenzen” kunnen ook de buitenlandse dienstreizen worden geschaard. De vergoeding voor noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten is niet nader ingevuld en is een lokale aangelegenheid per gemeente. Omdat in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers verder geen eigen vergoedingsregeling is opgenomen, kan aansluiting worden gezocht bij de vergoedingsregelingen voor wethouders.
Artikel 4 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden Voor raads- en commissieleden is expliciet bepaald dat de kosten voor niet partijpolitiek georiënteerde functionele scholing, zoals deelname aan congressen en opleidingen, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. Partijpolitieke scholing komt niet voor vergoeding door de gemeente in aanmerking. De inhoud van de scholing is bepalend of deze al dan niet partijpolitiek georiënteerd is. Wanneer scholing verzorgd wordt door een politieke partij betekent dat niet automatisch dat die scholing partijpolitiek georiënteerd is. Op grond van artikel 3.3.3, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers kan de raad nadere regels stellen voor de scholing van zijn leden. In dit artikel is de procedure verder uitgewerkt. Om in aanmerking te komen voor vergoeding van scholingskosten, moet gemotiveerd worden dat het gaat om functiegerichte scholing. Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. Scholing is partijpolitiek georiënteerd als zij geheel of gedeeltelijk tot doel heeft betrokkene op te leiden in het gedachtegoed van de desbetreffende partij.
Onder scholingskosten worden verstaan de cursus- en lesgelden, de kosten van het studiemateriaal, examen- en diplomakosten en de aanschafkosten van verplicht gesteld studiemateriaal, alsmede reis- en verblijfkosten in het kader van de opleiding. Voor reis- en verblijfkosten gelden de bepalingen uit artikel 3. Het beoordelen van en/of fiatteren van scholingsaanvragen gebeurt door het presidium. De raad kan bij verordening nadere regels stellen omtrent het maximale bedrag voor de scholing die voor vergoeding in aanmerking komt. Van die mogelijkheid is in deze verordening gebruik gemaakt. Artikel 5 Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid, wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie de noodzakelijke informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Ook commissieleden kunnen aanspraak maken op ICT-middelen op grond van art. 3.4.4 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. In het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is de verstrekking van informatie- en communicatievoorzieningen al vastgelegd. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan een smartphone, een computer en de daarbij behorende (internet)abonnementen. Er mag slechts één computer verstrekt worden.
Een computer is een desktop, laptop, tablet- of minicomputer. Een smartphone is niet te kwalificeren als computer. Geadviseerd wordt te verstrekken op basis van een bruikleenovereenkomst. Dit artikel sluit aan op dit advies.
Pagina 14 van 15
Artikel 6 Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel In het kader van de werkkostenregeling op grond van artikel 31 Wet op de Loonbelasting 1964 zijn een aantal vergoedingen in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de verordening aangewezen als eindheffingsbestanddeel. De gemeente draagt in dat geval de loonbelasting, waardoor de vergoeding belastingvrij (netto) aan de politieke ambtsdrager kan worden overgemaakt. Anders worden deze door de Belastingdienst als loon gezien en moet hierover bij de politieke ambtsdragers loonbelasting worden ingehouden. In het kader van de werkkostenregeling kan in de financiële administratie worden aangegeven of een verstrekking of vergoeding onder de gerichte vrijstellingen, intermediaire kosten of onder de nihil-waarderingen valt. Gemeenten mogen daarnaast een verstrekking of vergoeding in de vrije ruimte – tot 1,2% fiscale loonsom – onderbrengen zonder fiscale consequenties. Indien de grens van 1,2% wordt overschreden, zal de gemeente 80% eindheffing moeten betalen.
Artikel 7 Betaling vaste vergoedingen & artikel 8 Betaling en declaratie van onkosten Het Rechtspositiebesluit en de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers regelen wanneer de vergoedingen en onkosten betaald moeten worden aan raads- en commissieleden. Daar waar geen expliciete termijn is genoemd, kunnen deze artikelen uitkomst bieden. In dit artikel zijn twee wijzen van betaling aangegeven. De betaling kan worden voorgeschoten uit eigen middelen, later gedeclareerd worden of de factuur wordt rechtstreeks naar de gemeente verstuurd. Ook is aangegeven in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde is en welke procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden.
Pagina 15 van 15