Raadsvoorstel Verordening Nadeelcompensatie (get.)
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaaknummer:
Z/23/082229/387296
Datum collegebesluit:
dinsdag 26 maart 2024
Datum commissievergadering:
donderdag 18 april 2024
Datum raadsvergadering:
donderdag 23 mei 2024
Soort Voorstel:
Raadsvoorstel
Onderwerp:
Verordening Nadeelcompensatie
Portefeuillehouder:
Wethouder Van der Elst
Programma:
8.3 Wonen en Bouwen
Kernboodschap:
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking getreden en aan de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) titel 4.5 over nadeelcompensatie toegevoegd. Hierdoor is er een algemene (en zeer brede) regeling ontstaan voor nadeel en compensatie daarvan, waarmee schade die is veroorzaakt uit rechtmatig gemeentelijk handelen kan worden gecompenseerd. Om beide wettelijke regelingen (Ow en Awb) in de gemeente Voorschoten te implementeren is het raadzaam een verordening voor nadeelcompensatie vast te stellen. Planschade valt onder nadeelcompensatie, waardoor de verordening hierover vervalt en opgaat in de nieuwe verordening.
Bijlagen:
Bijlage 1 Vraag en antwoord bij de verordening Nadeelcompensatie
Beslispunten:
1.
de ‘Verordening nadeelcompensatie Voorschoten 2024’ vast te stellen
2.
de verordening met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024 in werking te laten treden
3. de verordening ‘Planschadeverordening Voorschoten’ gelijktijdig in te trekken 4. de regeling ‘Procedureregeling Planschadevergoeding Voorschoten’ gelijktijdig in te trekken Relatie met:
N.v.t.
Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G
Inleiding en samenvatting De gemeente kan bij rechtmatig handelen schade veroorzaken. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning, het inperken van rechten of neveneffecten door werkzaamheden. Wanneer er bijvoorbeeld een weg wordt afgesloten, kan een ondernemer die afhankelijk is van die weg omzet mislopen. En als er een vergunning wordt gegeven voor het uitbaten van een lawaaiige fabriek, kan de waarde van een woning daarnaast dalen. In bepaalde gevallen kan een inwoner verzoeken om een schadevergoeding. Dat is het geval als het nadeel van één inwoner zo groot is dat het boven het normale maatschappelijke risico uitstijgt. Een vergoeding op deze basis dekt niet de volledige schade, maar geeft een compensatie: nadeelcompensatie. Vóór 1 januari 2024 was nadeelcompensatie versnipperd geregeld. Voor sommige gevallen bestond er een wettelijke regeling (bijvoorbeeld voor planschade), maar voor andere soorten nadeel (bijvoorbeeld verkeersbesluiten) niet. Toch kon er ook als er geen wettelijke regeling bestond een verplichting bestaan om schade te vergoeden. Op 1 januari 2024 is dat veranderd. Op dat moment is titel 4.5 toegevoegd aan de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor is een algemene wettelijke regeling ontstaan om verzoeken tot nadeelcompensatie te behandelen. Ook is afdeling 15.1 van de Omgevingswet ingevoerd.
Hierin staan aanvullende regels die specifiek op het omgevingsrecht zijn toegesneden. Planschade, zoals we voorheen ook al kenden, valt hier ook onder. De Ow heeft de regeling ook iets aangepast ten aanzien van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Denk bijvoorbeeld aan het omgevingsplan, dat geen schadeoorzaak kan zijn, waar het bestemmingsplan dat voorheen wel was. Een later besluit volgend uit het plan kan wel een schadeoorzaak zijn. Om deze wettelijke regeling in de gemeente te implementeren is er een verordening over nadeelcompensatie opgesteld op basis van het model van de VNG. Dit model geeft de gemeente (toepasbare) regels om de nadeelcompensatie uit te voeren. Doordat nadeelcompensatie ook planschade bevat (bij planschade gaat het slechts om inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak als gevolg van een planologische maatregel) vervangt de nadeelcompensatieverordening de planschadeverordening en de procedure regels die daarbij waren opgesteld (dit is terug te zien in artikel 8 van de verordening).
Pagina 2 van 13
Beoogd effect De verordening implementeert de wet en procedure van nadeelcompensatie in gemeentelijke regels waardoor onze inwoners en bedrijven er gebruik van kunnen maken. Bovendien neemt de uniforme nieuwe regeling de planschaderegeling in zich op. Argumenten 1.1 De verordening implementeert de wet en procedure nadeelcompensatie in gemeentelijke regels Door de verordening heeft gemeente eigen regels over de procedure voor nadeelcompensatie. 1.2 Inwoners die door rechtmatig overheidsoptreden schade lijden, die in vergelijking met anderen onevenredig zwaar is, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen De verordening maakt een koppeling met zowel de algemene regeling uit de Awb op dit onderwerp, als ook met de specifieke regels voor de fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet. Concreet maakt de verordening koppeling met artikel 4:126 Awb en ziet op dekking van de schade tot een redelijke hoogte (compensatie) bij rechtmatige besluiten van de Gemeente. De verordening koppelt ook de in artikel 15.1 Ow opgenomen limitatieve opsomming voor de fysieke leefomgeving. Hierdoor wordt een selectie van schadegevallen onder de regeling geplaatst (werkende rechten, verplichtingen of gevolgen voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving) en via de verordening geïmplementeerd in de gemeente Voorschoten. N.b.
Onrechtmatige overheidsdaden vallen niet onder deze regeling en worden behandeld via de aansprakelijkheid voor onrechtmatige daad (6:162 BW). 1.3 Het vaststellen van een verordening nadeelcompensatie is niet verplicht, maar geeft grondslag om recht te heffen. De behandeling van nadeelcompensatie is een wettelijke plicht. Een verordening over nadeelcompensatie geeft de mogelijkheid om eigen gemeentelijke regels op te nemen die duidelijk aangeven hoe de gemeente nadeelcompensatie behandeld. Daarbij kan de gemeente in haar regelingen een te heffen recht opnemen om de aanvraag in behandeling te nemen. Dit is vastgesteld op € 500,- (artikel 2 Verordening). Een te heffen recht biedt een drempel, zodat de aanvrager zelf eerst voldoende nagaat hoe hoog zijn schade en gewenste compensatie is. Hiermee wordt een doelmatige administratieve last van de gemeente gewaarborgd. Bij toewijzing van de aanvraag wordt dit bedrag terugbetaald samen met het toegewezen bedrag aan compensatie.
Pagina 3 van 13
2.1 Gelijktijdige invoering met de nieuwe wet komt de rechtszekerheid ten goede. De nieuwe wettelijke regelgeving (Ow en titel 4.5 Awb) is in werking getreden op 1 januari 2024. Door de verordening tegelijkertijd in werking te laten treden, wordt aan inwoners zekerheid geboden welke regels van toepassing zijn. Ook is hiermee is het voor de gemeente administratief eenvoudiger om zaken in te delen: voor of na 1 januari 2024. Het loopt hiermee gelijk met de invoering van de wettelijke regelingen in de Awb en Omgevingswet. 3.1 De planschadeverordening ziet op een klein deel van de nadeelcompensatie en met intrekking van de verordening kan ook die schade onder de nieuwe regeling worden behandeld De nieuwe compensatieregeling levert een uniforme procedure op waaronder alle nadeelcompensatie kan worden behandeld. Het doel van titel 4.5 Awb is een eenduidige en overzichtelijk nadeelcompensatierecht (het vervangt afzonderlijke regelingen) en de verordening is hier een uitwerking van. Wanneer de planschadeverordening (en de procedureregeling) in stand zou blijven, zouden er twee afzonderlijke regelingen naast elkaar blijven bestaan. 3.2 De planschadeverordening is gebaseerd op oude wetgeving De planschadeverordening is gebaseerd op de regeling uit de Wro. De Wro is niet langer geldig. De onderliggende regelgeving is daarom niet langer actueel.
Kanttekeningen 1.1 Nadeelcompensatie dekt niet de volledige schade Doordat de nadeelcompensatie schade vergoedt bij rechtmatig overheidshandelen is het gericht op compensatie en niet op volledige vergoeding, zoals bij onrechtmatig overheidshandelen wel het geval is. In het geval van nadeelcompensatie wordt slechts de schade die uitstijgt boven het normaal maatschappelijk risico vergoedt. Dit risico wordt uitgedrukt in een percentage dat uit de wet of de jurisprudentie volgt. In het geval van waardevermindering van onroerend goed is dat 2-5% van de waarde, bij winstderving 8-15% van de omzet. Dit is niet anders dan voor de invoering van de nieuwe regelgeving. 2.1 Door met terugwerkende kracht de verordening van toepassing te verklaren op 1 januari 2024 worden alle nieuwe gevallen onder de nieuwe uniforme procedure behandeld Door de grote opgave van de implementatie van de Omgevingswet en aanverwante wijzigingen en onvoldoende capaciteit binnen de ambtelijke organisatie hebben ervoor gezorgd dat er niet op nieuwe verordening is ontwikkeld. Er is om die reden ingang met terugwerkende kracht opgenomen in de verordening. Dit is geen beleidsmatige keuze, maar een noodgreep gericht op
Pagina 4 van 13
gelijktrekking met de wettelijke wijziging. Alle aanvragen die tussen 1 januari en de datum van vaststelling vallen, worden daardoor op basis van de wet behandeld en hebben nog geen concrete gemeentelijke regeling. De afdelingen moeten hiermee rekening houden en het kan tot vertraging van behandeling lijden. Juridische zaken is hiervan op de hoogte en houdt hier rekening mee met het inrichten van de procedure. Zie hierover ook de bijlage ‘vraag en antwoord’. 2.2 Overgangsrecht: de huidige verordening blijft nog van kracht voor het afhandelen van de lopende (plan)schadeverzoeken. Alle zaken die ingediend zijn voor 1 januari 2024, of gaan over besluiten die onder de voormalige wetgeving tot stand kwamen, vallen onder het oude recht (en overgangsrecht) en worden daaronder afgehandeld. De administratieve afhandeling van verzoeken onder het oude en het nieuwe recht kunnen enige administratieve verzwaring/vertraging oplopen. Inwonersparticipatie en communicatie N.v.t. Financiën Het voorstel heeft geen financiële consequenties. Financiële gevolgen die voor de gemeente kunnen ontstaan, in de vorm van een verzoek tot nadeelcompensatie naar aanleiding van ontwikkelingen van initiatiefnemers, worden doorgelegd naar de initiatiefnemer door middel van een nadeelcompensatieovereenkomst (voorheen planschadeovereenkomst).
Hierdoor verschuift het financiële risico en de eventuele compensatie naar die partij. Juridisch kader Titel 4.5 Awb heeft sinds 1 januari 2024 een wettelijke regeling voor nadeelcompensatie. Daarbij heeft Afdeling 15.1 Omgevingswet een gewijzigde regeling voor de in artikel 6 van de voormalige Wet ruimtelijke ordening opgenomen schaderegeling (planschade). Hierdoor ziet dit deel op nadeelcompensatie van de fysieke leefomgeving. Dit vormt de grondslag voor de gemeentelijke verordening over nadeelcompensatie.
Pagina 5 van 13
Op grond van artikel 149 jo. 147 Gemeentewet is de raad bevoegd om verordeningen vast te stellen, waartoe het college een voorstel kan doen.1 Risico’s Indien de nieuwe verordening niet vastgesteld wordt, zijn er niet voor alle vormen van nadeelcompensatie gemeentelijke regels. Daarnaast kan de Planschadeverordening niet meer gebruikt worden, doordat de grondslag is vervallen per 1 januari 2024 met ingang van het nieuwe deel Awb en Omgevingswet. Duurzaamheid N.v.t
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris
drs. N. Stemerdink, burgemeester
1 Juncto betekent letterlijk: ''in verband met'' of ''in samenhang met.'' Juristen gebruiken de afkorting (jo.) om
aan te geven dat wetsartikelen met elkaar in samenhang moeten worden gelezen.
Pagina 6 van 13
Besluit Zaaknummer: Z/23/082229/387296
De raad van de gemeente Voorschoten; gelet op art 149 jo. 147 Gemeentewet in samenloop met titel 4.5 van de Algemene Wet Bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van dinsdag 26 maart 2024, besluit: 1.
de ‘Verordening nadeelcompensatie Voorschoten 2024’ vast te stellen
2.
de verordening met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024 in werking te laten treden
3. de verordening ‘Planschadeverordening Voorschoten’ gelijktijdig in te trekken 4. de regeling ‘Procedureregeling Planschadevergoeding Voorschoten’ gelijktijdig in te trekken Verordening nadeelcompensatie Voorschoten 2024
Artikel 1. Toepassingsbereik 1. Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. 2. Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere regeling van toepassing is. Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 500,- geheven. Artikel 3. Aanvraag 1. De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het bestuursorgaan vastgesteld elektronisch formulier. 2. In aanvulling op artikel 4:127 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede:
Pagina 7 van 13
a. als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden en voor zover van toepassing de drie daaraan voorafgaande jaren en de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting. b. als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en een eigendomsakte. Artikel 4. Adviescommissie 1 . Het bestuursorgaan wint slechts advies in bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 2 . Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: a . de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; b . de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling; c . de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht; d . de schadevergoeding kennelijk minder bedraagt dan € 1.000 of; e . naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 3 .
Een adviescommissie bestaat uit een of meer deskundigen. 4 . Een adviescommissie kan worden benoemd als: a . vaste commissie, waarbij de leden door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of b . tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt. Artikel 5. Procedure 1 . Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden. 2 . Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken: a . degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en, b . als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij:
Pagina 8 van 13
1 °. de schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of 2 °. de schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd. Artikel 6. Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag. Artikel 7. Aanvraag voorschot Het bestuursorgaan kan, vooruitlopend op de beslissing op een aanvraag om schadevergoeding, een voorschot verlenen als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. Artikel 8. Intrekking oude regeling 1. De Planschadeverordening Voorschoten wordt ingetrokken. 2.
De Procedureregeling planschadevergoeding Voorschoten wordt ingetrokken.
3.
De in lid 1 en 2 genoemde verordeningen blijven van toepassing op aanvragen met betrekking tot planschade die volgens het overgangsrecht zoals opgenomen in artikel IV van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding, paragraaf 4.2.7 van de Invoeringswet Omgevingswet en artikel 22.13 van de Omgevingswet onder de vóór 1 januari 2024 geldende wet vallen.
Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel 1 . Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2024. 2 . Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie Voorschoten 2024.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op donderdag 23 mei 2024 de griffier,
ValidSigned door B.J. Urban op 31-05-2024 drs. B.J. Urban
Pagina 9 van 13
de voorzitter, ValidSigned door Nadine Stemerdink op 01-06-2024
drs. N. Stemerdink
Toelichting Algemeen Nadeelcompensatieregeling: Algemene wet bestuursrecht en Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de nadeelcompensatieregeling uit titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in werking getreden. In die regeling worden bestaande regelingen voor nadeelcompensatie in verschillende wetten en buitenwettelijke regelingen samengevoegd en geharmoniseerd. Titel 4.5 van de Awb voorziet in een algemene regeling in de Awb van de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. Daarbij kan worden gedacht aan verzoeken wegens winst- of inkomstenderving, gederfde huurinkomsten, of de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak. Ook de Omgevingswet (hierna: Ow) is op 1 januari 2024 in werking getreden. In de Ow is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de generieke regeling uit de Awb (afdeling 15.1 van de Ow). Normaal maatschappelijk risico Vooropgesteld wordt dat de overheid niet verplicht is om iedere schade die zij in de rechtmatige uitoefening van haar publieke taken veroorzaakt, in zijn geheel te vergoeden. Dat overheidsingrijpen voor sommige burgers en ondernemingen nadelige gevolgen kan hebben, is namelijk onvermijdelijk. Tot op zekere hoogte moeten deze gevolgen dus worden geaccepteerd (normaal maatschappelijk risico (hierna: nmr)).
Burgers die door rechtmatig overheidsoptreden schade lijden die uitgaat boven het nmr en in vergelijking tot anderen onevenredig zwaar worden getroffen, kunnen desgevraagd schadevergoeding ontvangen (artikel 4:126 van de Awb). De hoogte daarvan moet in zo’n geval redelijk zijn. De schadevergoeding dekt dus niet vanzelfsprekend de volledige schade. Een deel van de schade zal altijd voor eigen rekening blijven. Beoordeling van schade, vergoeding en nmr is redelijk eenvoudig vast te stellen vanuit jurisprudentie. Verordening nadeelcompensatie Voorschoten 2024 gebaseerd op Modelverordening De VNG heeft ervoor gekozen om nadeelcompensatie uit te werken in een modelverordening en niet in een modelbeleidsregel. Reden hiervoor is dat het heffen van een recht bij wettelijk voorschrift moet (zie artikel 4:128, eerste lid, van de Awb) en dat de adviescommissie zo een solide basis krijgt. De verordening regelt dan ook het heffen van een recht en het instellen van een adviescommissie. Daarin is de lijn van de VNG gevolgd en wordt het niet wenselijk geacht om het heffen van dit recht op te nemen in de legesverordening, maar in een verordening nadeelcompensatie. In artikel 229 van de Gemeentewet wordt gesproken over het heffen van rechten. Daarbij worden ‘door het gemeentebestuur verstrekte diensten’ genoemd.
Bij het heffen van het recht bij een aanvraag om nadeelcompensatie gaat het echter niet om een dienst, maar om gemeentelijke aansprakelijkheid. De VNG ziet ook geen reden om de legesverordening te verruimen tot heffing van leges en andere rechten. Er is namelijk geen sprake van een belastingheffing, maar van een financiële drempel om lichtvaardige aanvragen om schadevergoeding tegen te gaan. Een adviescommissie zou wel in beleidsregels geregeld kunnen worden, maar omdat het heffen van een recht bij wettelijk voorschrift moet en dus niet in een beleidsregel kan worden opgenomen, geeft het duidelijkheid om alle artikelen over nadeelcompensatie bij elkaar te houden en daarmee te kiezen voor een verordening nadeelcompensatie. Zo is het ook kenbaar voor de inwoners in welke gevallen en welke vorm de adviescommissie wordt betrokken bij de afhandeling van aanvragen om schadevergoeding. Een andere reden om de adviescommissie in de verordening te regelen (en niet per afzonderlijke beleidsregel) is dat daarmee afdeling 3.3 van de Awb wordt binnengehaald. Die afdeling gaat immers over adviseurs die bij of krachtens wettelijk voorschrift zijn belast met adviseren (hoofdstuk 3 van de wet betreft ‘algemene bepaling over besluit’, waarbij afdeling 3.3 de wetsartikelen geeft waarin advisering handvatten krijgt).
Pagina 10 van 13
Artikelgewijs Artikel 1. Toepassingsbereik [Eerste lid] Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding vanwege rechtmatige overheidsdaad. Het gaat om nadeelcompensatie als bedoeld in titel 4.5 van de Awb en afdeling 15.1 van de Ow. Het kan voorkomen dat schade door meerdere overheden wordt veroorzaakt, bijvoorbeeld zowel de gemeente als het waterschap. In deze bepaling wordt verduidelijkt dat de aanvrager in dat geval het loket kiest. Het gaat in deze verordening om schade waarvan door de aanvrager wordt gesteld dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. Hierop bestaat een uitzondering. Dat betreft de situatie waarbij de aanvraag om schadevergoeding betrekking heeft op een besluit ter uitvoering van een projectbesluit (een besluit over projecten met een publiek nationaal, provinciaal of waterschapsbelang). Op die situatie is de regeling van artikel 15.8 van de Ow van toepassing. Daarin is geregeld dat het bestuursorgaan dat het projectbesluit heeft vastgesteld het bestuursorgaan is dat de schadevergoeding toekent. [Tweede lid ]Een bijzondere regeling kan bijvoorbeeld een verordening zijn voor een specifiek onderwerp, zoals kabels en leidingen, riolering en wegopbrekingen, of voor een specifiek project binnen de gemeente. Op het moment van vaststellen is hierover geen regeling bekend.
Daarbuiten kan er in de toekomst wel een dergelijke regeling wordt vastgesteld, waardoor deze verordening hier nu al op anticipeert en dan niet hoeft te worden gewijzigd. Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding wordt een recht geheven. De figuur van de heffing is in artikel 4:128 van de Awb geïntroduceerd om te voorkomen dat er al te lichtvaardig wordt overgegaan tot indiening van een aanvraag om schadevergoeding. Het recht bedraagt € 500,- en dit bedrag is altijd verschuldigd bij in behandeling nemen van een aanvraag. Als het recht niet wordt voldaan, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling gesteld. Bij toewijzen van de aanvraag wordt het toe te kennen bedrag verhoogd met het geheven recht (artikel 4:129, aanhef en onder c, van de Awb) en dus ‘terugbetaald’. Artikel 3. Aanvraag [Eerste lid] De artikelen 4:2 en 4:127 van de Awb bevatten een grondslag voor de aanvraagvereisten voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding. Als niet aan de aanvraagvereisten wordt voldaan kan de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling worden gesteld. In aanvulling hierop is in het eerste lid geregeld dat de aanvrager van schadevergoeding gebruik maakt van een door het bestuursorgaan vastgesteld elektronisch formulier.
Wanneer de aanvraag niet wordt aangeleverd via het elektronisch formulier, kan worden besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Dat kan betekenen dat de aanvrager wordt verzocht de aanvraag nadeelcompensatie alsnog via het formulier in te dienen. De gemeenten moet dan aangeven bij de aanvrager dat de aanvraag niet compleet is om in behandeling te worden genomen. De gemeente kan dan expliciet de termijnen opschorten tot het moment dat wel de stukken zijn ingediend. [Tweede lid] Hier zijn aanvullende eisen ten aanzien van schadeclaims wegens winst- of inkomstenderving of gederfde huurinkomsten opgenomen. In artikel 4:2 van de Awb is vastgelegd dat een aanvraag wordt ondertekend en ten minste bevat: (a) de naam en het adres van de aanvrager, (b) de dagtekening en (c) een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd. In artikel 4:127 van de Awb is vastgelegd dat de aanvraag mede bevat: (d) een aanduiding van de schadeveroorzakende gebeurtenis en (e) een opgave van de aard van de geleden of te lijden schade en, (f) voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade of een specificatie daarvan. Verder verschaft de aanvrager de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan
Pagina 11 van 13
krijgen. Het gaat hier om gegevens en bescheiden die ten minste worden verstrekt. Het kan wenselijk zijn om dit voor aanvragen om schadevergoeding nader te specificeren. Uiteraard worden alleen gegevens gevraagd die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Artikel 4. Adviescommissie [Eerste en tweede lid]In dit artikel is voorzien in de mogelijkheid om de gemeentelijke deskundigheid naar aanleiding van een ingekomen aanvraag om schadevergoeding aan te vullen. Uitgangspunt is dat in de gemeente voldoende deskundigheid aanwezig is om aanvragen om schadevergoeding te kunnen beoordelen (op basis van bestaande wetten, wettelijke uitleg en jurisprudentie). Als die deskundigheid niet, of onvoldoende aanwezig is, is het ook goed denkbaar om op dit onderwerp regionaal expertise te bundelen, bijvoorbeeld in een regionale adviesorganisatie. Alleen als het nodig is, wordt advies ingewonnen bij een adviescommissie, dat beschrijft het artikel met ‘naar eigen oordeel’. Dit uitgangspunt komt ook tot uitdrukking in het tweede lid. Daarin is vastgelegd in welke situaties in ieder geval geen advies bij een adviescommissie wordt ingewonnen. Als een adviescommissie wordt ingeschakeld, betekent dit niet automatisch dat deze wordt gevraagd over de hele aanvraag te adviseren.
De adviseur(s) zijn adviseurs als bedoeld in artikel 3:5 van de Awb en vormen een adviescommissie als bedoeld in artikel 4:130 van de Awb. Dat betekent dat moet worden voldaan aan de vereisten van dat artikel, waaronder een onafhankelijk voorzitter. Bij het afhandelen van aanvragen waarbij adviseur(s) zijn aangewezen bedraagt de beslistermijn maximaal zes maanden in plaats van de reguliere termijn van acht weken (art. 4:13 van de Awb). Die termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verdaagd (artikel 4:130 van de Awb). De adviseur(s) maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan en zijn niet betrokken bij de schadeveroorzakende gebeurtenis waarop de aanvraag betrekking heeft. [Derde lid] Een adviescommissie bestaat, afhankelijk van de behoefte, uit een of meer deskundige adviseur(s). Bij zaken die betrekking hebben op inkomensderving kan worden gedacht aan deskundigheid op het gebied van accountancy of financieel economische bedrijfsvoering. En bij zaken die betrekking hebben op waardevermindering van een onroerende zaak aan extra deskundigheid op het gebied van taxaties. Bij het te nemen besluit wordt de adviseur van het advies vermeld en het advies kan hierbij ter motivering worden gevoegd (artikel 3:8 van de Awb). Er kan in afwijking van het advies worden besloten. Dat moet dan wel goed worden gemotiveerd.
Verder is het van belang dat het bestuursorgaan zich ervan vergewist, dat het onderzoek van de adviseur(s) op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden (artikel 3:9 van de Awb). [Vierde lid] Uit artikel 4:130, eerste lid, van de Awb volgt dat een bestuursorgaan een adviescommissie kan inschakelen voor het beoordelen van aanvragen om schadevergoeding die bij dit bestuursorgaan zijn ingediend. Voor gemeenten betekent dit dat het betreffende bestuursorgaan (burgemeester, burgemeester en wethouders of de gemeenteraad) een adviescommissie kan instellen. Er zijn twee mogelijkheden: a. het benoemen van een vaste commissie: in dat geval worden de deskundigen benoemd door burgemeester en wethouders, of b. voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen: in dat geval worden de deskundigen benoemd door het bestuursorgaan dat de betreffende aanvragen behandelt. Artikel 5. Procedure [Eerste lid] De procedure en bijbehorende beslistermijnen voor het tot stand komen van het besluit op de aanvraag om schadevergoeding zijn uitputtend geregeld in de Awb. Aanvullend hierop is vastgelegd dat het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden informeert als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie. De opdracht aan de adviseur(s) kan ook
Pagina 12 van 13
worden ingetrokken. In dat geval worden de aanvrager en belanghebbenden daar ook over geïnformeerd. [Tweede lid] Op de voorbereiding van het besluit op een aanvraag om schadevergoeding is de Awb van toepassing, waaronder de bepalingen over de voorbereiding van besluiten (hoofdstuk 4 van de Awb). Dat betekent onder andere dat de artikelen 4:7 en 4:8 van de Awb van toepassing zijn op grond waarvan de aanvrager en eventuele belanghebbenden, binnen de daar opgenomen kaders, in de gelegenheid worden gesteld om voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag een zienswijze naar voren te brengen. In het tweede lid is verduidelijkt welke partijen naast de aanvrager een zienswijze naar voren kunnen brengen. Dat zijn voor zover van toepassing degenen met wie een ‘Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, mei 2021 schadeovereenkomst’ (bij gemeente Voorschoten was dit voorheen de ‘Planschadeovereenkomst’, nu ‘overeenkomst Nadeelcompensatie’, die eventueel wordt afgesloten bij het vergunnen van een omgevingsvergunning) is gesloten en, als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag: de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht. Die zienswijze kan naar keuze schriftelijk of mondeling naar voren worden gebracht (artikel 4:9 van de Awb). Artikel 6. Uitbetaling In deze bepaling is de uiterste betaaltermijn vastgelegd.
Als een aanvraag om schadevergoeding geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, wordt het betreffende bedrag uiterlijk bij het onherroepelijk worden van het toekenningsbesluit uitbetaald. Dus na afronding van eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. Artikel 7. Aanvraag voorschot In dit artikel is vastgelegd dat het bestuursorgaan op een daartoe strekkende aanvraag kan beslissen een voorschot te verlenen op het eventueel uit te betalen bedrag aan schadevergoeding. Dit kan worden gedaan als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. Hiertoe kan door de aanvrager een verzoek worden gedaan. Het voorschot kan ook ambtshalve worden verleend. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Awb zijn op dit voorschot onder meer van toepassing. Dat betekent onder andere dat onverschuldigde voorschotten kunnen worden teruggevorderd. Artikel 8. Intrekking oude regeling De Verordening nadeelcompensatie treedt in de plaats van de Planschadeverordening Voorschoten en neemt ook de regels van de Procedureregeling planschadevergoeding Voorschoten in zich op. Deze verordeningen wordt ingetrokken. De oude verordeningen kunnen vanwege het overgangsrecht nog wel relevant zijn voor het afhandelen van planschadeverzoeken. Om die reden is in het derde lid een toelichting hierover opgenomen.
Per geval wordt door de gemeente beoordeeld onder welke regels het valt en welke procedure er gevolgd dient te worden in behandeling van een verzoek. Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel De verordening treed met terugwerkende kracht in werking om alsnog aan te sluiten bij de ingangsdatum van de wettelijke wijzigingen. Dit is geen beleidsmatige keuze, maar een juridische aanpassing voor een efficiënte werkwijze en toetsing voor de uitvoering van de regeling.
Pagina 13 van 13