Raadsvoorstel Startnotitie Woonvisie Voorschoten 2023, incl. startnotitie (get.).pdf
Tekst van het document
Startnotitie Onderwerp: Nieuwe lokale woonvisie Portefeuillehouder: Van der Elst Datum: 9 maart 2023 Inleiding In 2023 actualiseren we de huidige woonvisie. De overheid moet meer regie pakken en sturen op een meer betaalbare woningvoorraad. Zowel landelijk – als regionaal krijgen we vernieuwde beleidskaders opgelegd welke een plek moeten krijgen in de nieuwe lokale visie op Wonen. Vooruitlopend op de vaststelling van de Regionale Woonagenda Holland Rijnland starten we als gemeente om lokaal woonbeleid te actualiseren. Toewerken naar een lokale Woonvisie Voorschoten We gaan voor een nieuwe visie die past bij de woonopgave anno nu; een meer betaalbare woningvoorraad, waarbij aandacht is voor zowel het sociale – als het middeldure (huur)segment. De nieuwe visie wordt deels bepaald door de uitgangspunten vanuit de Nationale Woon – en Bouwagenda en de vereisten vanuit de, nog vast te stellen, Regionale Woonvisie Holland Rijnland. Sinds 1 januari 2022 zijn gemeenten verplicht om een woonvisie vast te stellen. Op basis van het vigerend woonbeleid brengen corporaties jaarlijks een bieding uit om aan te geven op welke manier zij bijdragen aan het vastgestelde volkshuisvestelijk beleid van de gemeente waarin zij werkzaam zijn. Hier maken wij prestatieafspraken over.
Opzet van de woonvisie De woonvisie is de basis waar we volkshuisvestelijke uitgangspunten in opnemen die leidend zijn voor nieuwbouwprojecten. We maken de woonvisie inclusief uitvoeringsprogramma waarin we jaarlijks een concreet overzicht geven van de lopende projecten en de voortgang. Als uitvoeringsprogramma kunnen we denken aan het afwegingskader nieuwbouw. Samenhang met andere onderwerpen/ beleidskaders? Er is een samenhang met de Nationale Woon – en Bouwagenda en de daaruit voortvloeiende Nationale Prestatieafspraken, Realisatieagenda en de nog vast te stellen Regionale Woonagenda en Regionale Huisvestingsverordening. Onderstaande tabel geeft inzicht in de samenhang van de diverse beleidskaders en uitgangspunten: Kaders/ randvoorwaarden Bovenstaande tabel lichten we hier kort toe. Deze kaders zijn van invloed wanneer de raad in het derde kwartaal gevraagd wordt om beleidskaders voor de nieuwe woonvisie vast te stellen. We leggen een relatie met de volgende kaders; 1. Nationale Woon – en Bouwagenda met bijbehorende programma’s; 2. Nationale Prestatieafspraken en de Realisatieagenda Holland Rijnland; 3. Regionale Woonvisie Holland Rijnland en Regionale Huisvestingsverordening Holland Rijnland; 4. Coalitieprogramma ‘Voorschoten in verbinding vooruit’. Zie tabel 1 voor een schematische weergave:
1
Tabel 1. Overzicht samenhang
Coalitieprogramma ‘Voorschoten in verbinding vooruit”
Noot: in totaal vallen er 5 programma’s onder de Nationale Woon – en Bouwagenda, maar zijn de meest de programma’s die het meest van toepassing zijn opgenomen in het overzicht. De overige programma’s zijn; Programma Verduurzaming gebouwede omgeving en Programma Wonen en Zorg voor ouderen.
Ad 1. Nationale Woon – en Bouwagenda In 2022 heeft het Rijk de Nationale Woon – en Bouwagenda uitgebracht, welke een nieuwe koers aanwendt voor de woningmarkt. Het overkoepelende doel van deze Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland1. Er is een vertaling gemaakt van deze agenda in 5 specifieke programma’s, welke een plek hebben gekregen in Nationale Prestatieafspraken en de Woondeals. We gaan uit van 3 pijlers, welke we ook terug laten komen in de lokale woonvisie: 1. Beschikbaarheid: landelijk bouwen we 900.000 woningen tot en met 2030, waarvan twee derde betaalbaar, waarvan de helft door corporaties wordt gebouwd. 2. Betaalbaarheid: we zorgen voor betere aansluiting van woonlasten bij het inkomen 3. Kwaliteit: we zorgen voor voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen. Ad 2. Nationale prestatieafspraken en Realisatieagenda In het kader van de landelijke woonopgaven zijn er ‘Nationale Prestatieafspraken’ opgesteld tussen Aedes, de Woonbond, VNG en de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Deze afspraken zijn hetzelfde opgebouwd als lokale prestatieafspraken. Zij gaan over beschikbaarheid, betaalbaarheid, duurzaamheid, wonen en zorg en leefbaarheid. De nationale afspraken worden voor Holland Rijnland mede vastgelegd in de Realisatieagenda.
Daarin wordt onder andere inzichtelijk gemaakt hoeveel sociale en middenhuur woningen de corporaties in de regio moeten bouwen.
1
Nationale Woon – en Bouwagenda pag. 21
2
Ad 3. Regionale Woonagenda Holland Rijnland De landelijke opgaven hebben een plek gekregen in de Regionale Woonagenda van Holland Rijnland. In deze agenda zijn regionaal afspraken vastgelegd welke doorgelegd worden in onze lokale woonvisie. Bijlage 1 geeft inzicht in de opgave die vanuit de Regionale Woonagenda op ons afkomen. Binnen deze kaders en randvoorwaarden vallen ook de onderwerpen die in tabel II naar voren komen in relatie tot de beleidsvrijheid die mogelijk is. Ad 4. Coalitieakkoord Voorschoten in Verbinding Vooruit De beleidsvrijheid zit met name in de lokale ambities die het college heeft vastgelegd in het coalitieprogramma. Daarin stuurt zij op een betaalbare woningvoorraad van 67% i.p.v. 65% bij nieuwbouw en onderzoeken we op welke manier we versteende gemeentegrond in kunnen zetten om een meer betaalbare woningvoorraad te realiseren. Bijlage 1 geeft ook hier een overzicht van. Integrale aanpak Bovenstaande schets (beleids)kader waar de gemeente Voorschoten rekening moet houden in haar lokale beleid. De scope van de woonvisie gaat primair over de opbouw en samenstelling van de woningvoorraad. Dit laat onverlet dat wanneer het proces start om tot realisatie van woningbouw te komen, meerder randvoorwaarde en beleidskaders van toepassing zijn. Dit komt aan bod tijdens de opstelling van de ruimtelijke kaders.
Realisatie van woningbouw heeft relatie met; Parkeernormen -> aankomende nieuwe parkeervisie -
Inpassing omgeving -> structuurvisie Voorschoten
-
Klimaatadaptatie -> Klimaatadaptatiebeleid
-
Gesteldheid van water en bodem
-
Ontwikkelvisie Centrum
-
Energietransitie :Warmtevisie en RES
Randvoorwaarden zijn ook vertaald in de Realisatieagenda, genoemd kritische succesfactoren. Via de lijn van de Realisatieagenda kan de gemeente door middel van deze afspraken schakelen op hoger niveau wanneer zij woningbouw vertraging oploopt. We kunnen concluderen dat dus zowel op landelijk als regionaal niveau geschakeld wordt op het versnellen van de woningbouwopgave. Procesvoorstel De visie komt tot stand in samenwerking met de belangrijkste stakeholders; de woningcorporaties en huurdersvertegenwoordiging, maar ook ontwikkelaars en inwoners worden actief geïnformeerd over het proces en zij worden actief uitgenodigd om deel te nemen aan participatie op onderwerpen waar beleidsvrijheid mogelijk is. Ook wordt de Regiegroep Wonen en Bouwen hierbij betrokken. Voor het onderdeel van de woonzorgvisie dienen ook zorgpartijen betrokken te worden bij de prestatieafspraken, om niet alleen het wonen, maar ook de zorg en ondersteuning in wederkerigheid af te spreken met partijen. Dit wordt nader uitgewerkt met de ambtelijke collega’s vanuit verschillende domeinen uit de organisatie Processtappen In tabel II staat een weergave van het voorgenomen participatieproces. Er worden voor zo wel het bestuur, de raad, als voor belanghebbenden, w.o. inwoners diverse themasessies georganiseerd.
We trappen af met het ophalen van informatie bij het College van Burgemeester en Wethouders en vervolgens organiseren we een thema sessie voor de raad. Daarnaast voeren we gesprekken met diverse stakeholders en zetten we een enquête uit onder de inwoners. Hierbij kan er op de onderwerpen waarover geparticipeerd kan worden input opgehaald worden.
3
Gezien de beperkte beleidsvrijheid worden partijen dus enerzijds geïnformeerd, anderzijds mogen zij input leveren op onderwerpen waar participatie op van toepassing is. Het doel van de participatie is om alle belanghebbenden te betrekken bij de invloedssfeer die er is met betrekking tot de totstandkoming van de visie. Waar partijen wel invloed kunnen uitoefenen zullen we samen optrekken. Zie voor een overzicht tabel II. Tabel II: overzicht invloed participatie Legenda; rood betekent geen beleidsvrijheid, groen betekent wel beleidsvrijheid. Onderwerpen lokale woonvisie
Participatie
Wie
Participatieladder
Vorm van participatie
Minimum percentage sociale huurvoorraad en minimum percentage middensegment
Regionale Woonagenda
Informeren
Acceptatie
Onderverdeling sociale huurvoorraad naar doelgroep
Regionale Woonagenda
Informeren
Acceptatie
Minimum percentage huisvesting bijzondere doelgroepen, waaronder statushouders, arbeidsmigranten en woonwagenstandplaatszoekende.
Regionale Woonagenda
Informeren
Acceptatie
Aanpassing doelgroepenverordening met instandhoudingstermijn.
Regionale Woonagenda
Informeren
Acceptatie
Voorrang geven aan sociale woningbouw
Woningcorporaties
Informeren
Acceptatie
We realiseren 36 standplaatsen voor woonwagenbewoners binnen de regio Holland Rijnland. We verdelen de standplaatsen gelijkmatig over de subregio ‘s.
Regio Holland Rijnland en regiogemeenten
Informeren
Acceptatie
Realisatie van 1,2 standplaats per 1.000 nieuw te bouwen woningen aantal standplaatsen voor woonwagenbewoners.
Regio Holland Rijnland en regiogemeenten
Informeren
Acceptatie
Verdeling contingenten over de gemeenten
Regio Holland Rijnland en Woningcorporaties
Informeren
Acceptatie
4
(i.r.t. taakstelling) Via de regionale huisvestingsverordening leggen we vast dat verhuurder met meer dan 10 sociale huurwoningen zich ook verplicht moeten laten aansluiten bij het woonruimteverdeelsysteem.
Regio Holland Rijnland en regiogemeenten
Informeren
Acceptatie
Opstellen woonzorgvisie als onderdeel van de woonvisie.
Zorgpartijen en Woningcorporaties
Coproductie en meebeslissen
Eigenaarschap en draagvlak
Hoe breiden we de totale woningvoorraad uit naar een betaalbare voorraad van 67% bij nieuwbouw?
College en Raad, Woningcorporaties
Coproductie en meebeslissen
Eigenaarschap en draagvlak
Regiegroep Wonen en Bouwen
Adviseren
Draagvlak en deskundigheid
Ontwikkelaars
Adviseren
Draagvlak en deskundigheid
Inwoners
Raadplegen
Deskundigheid en acceptatie
Inzet flexibele woonvormen
Woningcorporaties, ontwikkelaars en inwoners
Raadplegen
Deskundigheid en acceptatie
Op welke manier gaan we gemeentegrond inzetten? Gaan we actief of passief grondbeleid voeren?
College en Raad
Coproductie en meebeslissen
Eigenaarschap en draagvlak
Willen we zelfbewoningsplicht instellen bij nieuwbouw of juist opkoopbescherming in bestaande wijken
College en Raad
Coproductie en meebeslissen
Eigenaarschap en draagvlak
Hoe kunnen we meer sociale huurwoningen toevoegen aan de bestaande voorraad?
Woningcorporaties en ontwikkelaars
Adviseren
Draagvlak en deskundigheid
Welke onderverdeling in het middensegment maken we als het gaat om goedkope koop
Ontwikkelaars
Adviseren
Draagvlak en deskundigheid
Corporaties
Adviseren
Draagvlak en deskundigheid
Ontwikkelaars
Coproductie en meebeslissen
Eigenaarschap en draagvlak
5
Proces met de gemeenteraad De raad wordt geïnformeerd over de voortgang tijdens de themasessie die we organiseren gedurende het traject en bij het vaststellen van de kaders. De gemeenteraad start met het vaststellen van deze startnotitie, waarna het inhoudelijk gedeelte start. Voorafgaand aan de behandeling van deze startnotitie is er door middel van een persbericht onder de aandacht gebracht dat er gestart gaat worden met het proces om te komen tot een nieuwe woonvisie. Daarnaast wordt de raad gevraagd om voorafgaand aan de behandeling van de woonvisie, aan het einde van het derde kwartaal de beleidskaders vast te stellen. Planning en vervolg Onderstaand schema geeft een overzicht weer van de stappen en de tijdsplanning voor 2023 om te komen tot besluitvorming over de nieuwe lokale visie.
Fases
Wat
Wie
Wanneer
Fase 1
Proces uitlijnen: uitwerken en vaststellen startnotitie
Ambtelijk en bestuurlijk
Cie. 9 februari
Aanvullend dataonderzoek
Extern bureau
April 2023
College van B&W
14 maart
Raad
10 mei
Woningcorporaties
23 maart, 6, 11, 20 en 26 april
Regiegroep Wonen en Bouwen
20 april
Huurdersvertegenwoordigers
22 maart
Inwoners
Enquête uitvoeren
Ontwikkelaars
Afspraken worden gepland
Zorgpartijen (onderdeel woonzorgvisie)
Nader te bepalen
Interne projectgroep (beleidsadviseur Verkeer, projectleiders, Mens en Samenleving, adviseur Stedenbouw, planeconoom)
Periodiek overleg
Fase 2
Raad 9 maart
Woningmarktanalyse Participeren d.m.v. themasessie (Zie tabel II)
6
Fase 3
Fase 4
Opstellen woonvisie
Ambtelijk
Consultatie
Woningcorporaties en huurdersvertegenwoordigers, zorgpartijen en de Regiegroep Wonen en Bouwen.
Q1 - Q3 2023
Besluitvorming Vaststellen beleidskaders
Raad
Cie. WRG 7 september
Raad 28 september Vaststellen doelgroepenverordening en beleidsregel woningbouw
Raad
Cie. WRG 7 september
Commissie Wonen, Ruimte en Groen
Commissievergadering
16 november
Gemeenteraad
Raad
7 december
Opstellen van een beleidsregel op tijdelijke woningen
College van B&W
Nader te bepalen
Raad 28 september
7
Bijlage 1. Kernelementen Regionale Woonagenda Holland Rijnland en Coalitieakkoord ‘Voorschoten in Verbinding Vooruit’ Onderstaande tabel geeft de kernopgaven weer vanuit de Regionale Woonagenda welke vertaalt moeten worden naar lokaal beleid. Het geeft ook een overzicht waar de lokale woonambities een plek krijgen die voortvloeien uit het coalitieakkoord. Tot slot wordt aangegeven in welk onderdeel dit thema terugkomt. Thema’s Regionale Woonagenda
Opgave per thema
Uitvoeringsafspraken van toepassing op de gemeenten
Lokale opgave
Komt terug in
Thema 1. Woningbouwproductie doorzetten en verder opvoeren
1. Woningbouw versnellen tot 2030 en daarna
Gemeente programmeren adaptief en prioriteren plannen op basis van realisatiemogelijkheden)
Lopende projecten zetten we voortvarend voort
Uitvoeringsprogramma
2. Voldoende plannen na 2030
Vanaf 2025 voegen we extra plancapaciteit toe aan de woningbouwprogrammering, waarbij rekening wordt gehouden met de uitgangspunten van de Regionale Omgevingsagenda
8
Uitvoeringsprogramma
Thema 2. Meer ruimte voor betaalbare en kleinere woningen
1. Van 45% naar 65% netto betaalbaar toevoegen
2. Meer goedkope woningen toevoegen in de sociale voorraad.
3. Betaalbaarheid van de voorraad borgen
-
Voor nieuwbouw in minimaal 30% sociale huur
-
Gemeenten programmeren 35% van de nieuwbouw voor middeninkomens en maken daarbij onderscheid in goedkope koop, koop tot NHG en middeldure huur.
-
We voeren de nieuwe percentages stapsgewijs in tot 2025.
-
Gemeenten nemen in het sociale huursegment 20% als goedkope woningen op de eerste aftoppingsgrens, waarvan 45% tot de kwaliteitskortingsgrens.
-
Alle gemeenten hebben in 2024 een doelgroepenverordening waarin de volgende instandhoudingstermijnen voor de betaalbare 9
-
We zetten in op meer betaalbare woningen op gemeentegrond, waarbij we 67% betaalbaar willen realiseren
Woonvisie
-
We gaan met corporaties in gesprek om na te gaan wat er nodig is om deze woningen te bouwen. Aan hoeveel m2 wordt gedacht en aan welke doelgroep. Uitgangspunten worden opgenomen in het lokale woonbeleid.
Woonvisie en prestatieafspraken
-
Daarbij worden de nieuwe percentages woningbouw en de instandhoudingstermijnen overgenomen.
-
We onderzoeken welke instrumenten er lokaal ingezet kunnen worden om betaalbare woningen ook betaalbaar te houden.
-
Woonvisie en doelgroepenverordening
Thema 3. Meer ruimte voor aandachtsgroepen
1. Spoedzoekers versneld aan een woning helpen
-
Waar de traditionele woningbouw ontoereikend is zetten we in op realisatie van een flexibele schil. Gemeenten nemen dit op in lokaal beleid.
-
We onderzoeken de mogelijkheden om flexwoningen te realiseren.
-
2. Woonwagenstand-
-
We realiseren 36 standplaatsen voor woonwagenbewoners. We verdelen de standplaatsen gelijkmatig over de subregio ‘s. Woonwagenstandplaatsen worden door de gemeenten binnen de subregio ‘s onderling verdeeld en voor 2026 gerealiseerd. Gemeenten in samenwerking met corporaties blijven primair verantwoordelijk voor het regelen van huisvesting voor statushouders.
-
We gaan woonwagenstandplaatsen uitbreiden.
Woonvisie en prestatieafspraken
-
In de paragraaf woonzorgvisie wordt de taakstelling opgenomen voor de huisvesting van statushouders en asielzoekers.
Paragraaf Woonzorgvisie
Alle gemeenten hebben in 2023 een woonzorgvisie.
-
Hoe we gaan komen tot meer woningen voor contingenten wordt integraal opgepakt in de paragraaf van de woonzorgvisie.
Paragraaf Woonzorgvisie
plaatsen realiseren
-
Thema 4. Voldoende woningen voor mensen met een zorg – of ondersteuningsvraag
woningen zijn opgenomen; Sociale huur; minimaal 30 jaar Middeldure huur; minimaal 20 jaar Goedkope/betaalbare koop; maximaal 10 jaar.
3. Asielzoekers en huisvesting statushouders.
-
1. Woningen voor senioren en mensen met een zorg – of ondersteuningsvraag
-
10
Woonvisie
2. instroom voorkomen en uitstroom uit intramurale voorzieningen op gang brengen.
3. Ook particuliere sociale huurwoningen zijn sociale huurwoningen
-
We verhogen het aantal contingenten stapsgewijs van 194 naar 300 in 2025.
We richten ons op het behalen van de taakstellingen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang.
Paragraaf Woonzorgvisie
-
Vanaf 2023 verdelen we het aantal contingenten over de gemeente op basis van aantal inwoners i.p.v. het aantal woningen dat de corporaties bezit.
Dit is in de nu vigerende doelgroepenverordening opgenomen.
Paragraaf Woonzorgvisie
-
Sociale huurwoningen moeten beschikbaar zijn voor alle doelgroepen, ook de woningen die particulier verhuurd worden.
11
Woonvisie/Regionale Huisvestingsverordening
Bijlage 2. Memo toelichting Nationale Prestatieafspraken MEMO Nationale Prestatieafspraken Onderwerp: Nationale Prestatieafspraken versus lopende kader afspraken 2020 – 2024 In het kader van de landelijke woonopgaven zijn er ‘Nationale Prestatieafspraken’ opgesteld tussen Aedes, de Woonbond, VNG en de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Deze nationale afspraken moeten zorgen voor een omslag in ontwikkeling van de volkshuisvesting, daar waar prestatieafspraken een meer formeel karakter krijgen. De afspraken moeten bijdragen aan het realiseren van voldoende beschikbare – en betaalbare woningen, het verduurzamen van de gebouwde omgeving, de leefbaarheid van de wijken en de betaalbaarheid van de woonlasten. Deze prestatieafspraken zijn hetzelfde opgebouwd als lokale prestatieafspraken. Zij gaan over beschikbaarheid, betaalbaarheid, duurzaamheid, wonen en zorg en leefbaarheid. Met deze afspraken wil de overheid de regie terugnemen op volkshuisvesting. Deze afspraken zijn een voorloper op de Regionale Woondeals2 die provincies gaan sluiten met de woningmarktregio. Deze afspraken worden leidend voor de lokale prestatieafspraken. Daar wordt inzichtelijk hoeveel sociale en middenhuur woningen de corporaties in de gemeente gaat bouwen.
Vanuit de Nationale Woon – en Bouwagenda zijn er eveneens diverse programma’s opgesteld welke bijdrage aan het realiseren van deze doelstellingen. Deze programma’s ondersteunen ook bij de uitwerking van de diverse prestatieafspraken. 2. Beschikbaarheid Nieuwe opgave • •
•
• • •
•
900.000 woningen realiseren van 2022 t/m 2030. Oftewel het verhogen van het bouwtempo; hoe dit bereikt gaat worden is uitgewerkt in het Programma Woningbouw. 250.000 hiervan wordt door de corporatie sociaal gebouwd + 50.000 middenhuur. (mix van deze woningen wordt nader uitgewerkt in de regionale woondeals). Hiervoor wordt tot 2024 de markttoets opgeschort. Gemeenten dienen de sociale grondprijs te hanteren. Gemeenten worden verplicht een woonvisie op te stellen die passend is bij de regionale woondeals. Met de verplichting van de woonvisie worden ook de lokale prestatieafspraken verplicht. Het Rijk krijgt ook wettelijk instrumentarium om hier juridisch op in te grijpen als afspraken niet nageleefd worden (nader uit te werken in het wetsvoorstel ‘Versteking regio op de volkshuisvesting’. Er komt een bestuurlijke en juridische interventieladder om de wederkerigheid van de afspraken te waarborgen. Lokaal moet vastgesteld worden: hoe een zo groot mogelijke voorraadgroei in het sociale huursegment gerealiseerd kan worden. De netto ontwikkeling wordt gemonitord. Tot 2030 zal sloop plaatsvinden van woningen die kwalitatief niet meer voldoen en die veelal een slecht energielabel hebben. Ook mogen corporaties woningen gaan verkopen tot 2030. Er wordt een nieuwe definitie van sociale huur opgesteld.
Verwacht wordt dat gemeente zorgen voor voldoende locaties voor de corporaties om te bouwen.
2 In Holland Rijnland wordt dit de Regionale Realisatieagenda genoemd.
12
•
Aandachtspunt voor de woonvisie is het opnemen van de regionale opgave. De provincies toetsen de over de regionale woondeals onderdeel uitmaken van de lokale woonvisies, dit betekent ook iets voor het proces van besluitvorming. Hiermee wordt de nieuwbouwopgave opgenomen in de woonvisie wat automatisch leidt tot een verplichting van corporaties om hieraan bij te dragen.
Afspraken opnemen over • • • •
• •
Uitbreiding sociale voorraad (2.2) Realisatie middenhuur (2.2). Hoe een zo groot mogelijke voorraadgroei gerealiseerd kan worden. Hier moeten monitoringsafspraken over gemaakt worden. Er moeten gesprekken plaatsvinden over sloop (2.4.). Verkoop en sloop mogen geen doel op zich zijn, maar woningen die kwalitatief slecht zijn en meer voldoen aan de juiste energielabels moeten gesloopt worden ten behoeve van uitbreiding van nieuwbouw. Om doorstroming te bevorderen mogen corporaties woningen gaan verkopen (2.4.). Realisatie van flexwoningen -> waar reguliere woningbouw niet haalbaar is.
3. Betaalbaarheid • •
•
Woningen met een huurprijs tot €550,- mag tot en met 2025 niet afnemen. Hier wordt rekening gehouden met het betaalbaar houden van huurwoningen tot €550., Corporaties gaan met voorrang een deel van de nieuwe middenhuur woningen toewijzen ten behoeve van doorstroming uit de sociale sector. Er gaan ook meer doorstroom of seniorenmakelaars ingezet worden vanuit de corporaties om doorstroming te bevorderen. Daarnaast wordt onder betaalbaarheid ook de maandelijkse lasten geschaard. Door te verduurzamen worden maandelijkse lasten ook lager. Daarom wordt er ook aandacht besteed aan energiebesparende maatregelen. Er wordt onder de noemer van betaalbaarheid ook gekeken naar het sociale aspect van de verduurzamingsopgave.
Afspraken maken over •
•
• • • •
3.1/3.2. Huurbeleid: de beschikbaarheid van het aantal woningen tot €550,- i.r.t. huishoudens met een inkomen tot 120% sociaal minimum. Er moet lokaal geborgd worden dat er voldoende betaalbare sociale huurwoningen blijven voor huishoudens met 120% sociaal minimum. Dit gebeurt in de prestatieafspraken. Deze huishoudens moeten in de woonzorgvisie in kaart gebracht worden. Deadline 2024. 3.3. Gezamenlijke inzet op voorkomen uithuiszetting; afspraken maken over intensief samenwerking op oplopen van betalingsachterstanden en huisuitzettingen te voorkomen. 4.1. Energietransitie; isolatiemaatregelen voor huurders worden gratis 3.2. Gerichte huurverlaging voor huishoudens met een E-F of G label. Partijen maken afspraken over de inkomensafhankelijke hogere huurverhoging. 2.5. Woonruimtebemiddeling en doorstroming; corporaties zeggen toe met voorrang een deel van hun middenhuurwoningen toe te wijzen aan doorstromers uit de sociale huursector.
13
•
Er wordt gewerkt met een doorstroom – of seniormakelaar om huurders te begeleiden naar een beter passende woning. Gesprekken hierover zijn al gestart met de gemeente Voorschoten en Rijnhart Wonen.
4. Verduurzaming •
•
•
Er mag geen CO-2 uitstoot meer zijn in de gebouwde omgeving in 2050. Gemeenten werken aan de wijkgerichte aanpak om van het aardgas af te komen, dit i.r.t. de transitievisie warmte. Gemeente zijn aan zet op draagvlak van inwoners te creëren. In 2024 dient er vanuit gemeenten zekerheid te zijn over de uitvoering van de transitievisie warmte. Het Nationale Programma Lokale Warmtetransitie ondersteund hierbij en monitort. 450.000 corporatiewoningen dienen in 2030 van aardgasvrij te zijn. Ook dienen corporaties toekomst klaar te isoleren. Dit kan ook onder sloop-nieuwbouw.
Corporaties moeten woningen met een E, F en G label uitfaseren (uiterlijk 2028). Nieuwe afspraken over •
Vanuit de gemeente dient er 2024 zekerheid gegeven te worden over de uitvoering van de warmtetransitievisie.
5 en 6. Leefbaarheid en huisvesting aandachtsgroepen en ouderen • •
•
Leefbaarheid gaat zowel over de kwaliteit van de woning als de kwaliteit van de woonomgeving. Gemeenten dienen een wijkgerichte aanpak op te stellen ten behoeve van de leefbaarheid in wijken, in samenwerking met maatschappelijke partners. Via het Volkshuisvestelijk fonds is er budget beschikbaar voor gemeenten voor het verbeteren van de particuliere woningvoorraad en de leefbaarheid. In het kader van het Programma ‘Een (T)huis voor iedereen’ is het nodig dat alle gemeenten in een fair share bijdragen aan het huisvesten van aandachtsgroepen. In het kader van dit programma wordt ook toegewerkt naar een sociale woningvoorraad van 30%.
Nieuwe afspraken over • • • •
• •
Er zijn vanaf 2026 geen woningen meer met een 5 of 6 score (MJOP) onderhoud. Tenzij sloop gepland staat. 6.1. Inzet op leefbaarheid; regie voert gemeente over de integrale aanpak om te komen tot wijkverbetering. Werken aan een gerichte wijkaanpak met partners in de wijk. Werken aan een plan van aanpak om corporaties en particuliere eigenaren gezamenlijk op te trekken bij gebiedsinvesteringen (voor gemeente vanuit het Volkshuisvestingsfonds). Er is geld beschikbaar voor gemeente vanuit deze subsidie die primair gericht is op het verbeteren van de particuliere woningvoorraad en het verbeteren van de leefomgeving. Opstellen van een uitvoeringsplan. 2.1. Meer balans in de woningvoorraad met een streven naar 30% sociaal. Gemeenten moeten verordeningen opstellen waarmee zij met voorrang dak – en thuislozen en mensen die uitstromen uit intramurale zorg gaan huisvesten. Dit is onderdeel van de verplichte woonzorgvisie. Hierin moet zichtbaar zijn wat de behoefte is aan huisvesting en ondersteuning van de aandachtsgroepen. De provincie heeft een coördinerende rol in het opstellen van deze visie, welke in 2024 vastgesteld moet zijn.
14
• • •
Belangrijke zorgpartners in de regio moeten ook betrokken worden bij het maken van lokale prestatieafspraken hierover. 2.5. Aandeel geclusterde woonvormen voor ouderen. Behoefte van ouderen moeten inzichtelijk worden in de woonzorgvisie en ook het aantal voorzieningen. 5.2. Afspraken over het levensloopbestendig maken van woningen. Hier wordt jaarlijks €40 miljoen voor vrijgemaakt. 5.2. Er worden afspraken gemaakt over het stimuleren van doorstroming.
Actie: koppeling maken met de agenda uit het Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Vervolg Bovenstaande krijgt nader vervolg wanneer Realisatieagenda is vastgesteld tussen de Provincie Zuid – Holland en de regio Holland Rijnland.
15
Bijlage 3. Legenda Participatiemodel
Bron: presentatie Jasper Wegman, participatie gemeente Voorschoten
16