CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Sportaccommodatiebeleid Voorschoten

Commissie Mens & Samenleving Voorschoten 13 juni 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Sportaccommodatiebeleid Voorschoten 2024-20304.842 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Zaaknummer:

Z/24/086228/396135

Datum collegebesluit:

Dinsdag 28 mei 2024

Datum commissievergadering:

Donderdag 13 juni 2024

Datum raadsvergadering:

Donderdag 4 juli 2024

Soort Voorstel:

Raadsvoorstel

Onderwerp:

Sportaccommodatiebeleid Voorschoten 2024-2030

Portefeuillehouder:

Wethouder Schokker

Programma:

5.2 Sportaccommodaties

Kernboodschap:

In het Sportaccommodatiebeleid Voorschoten 2024-2030 stellen we uitgangspunten vast voor het behoud van onze sportvoorzieningen. Daarmee houden we betaalbare, bereikbare en toegankelijke sportaccommodaties voor onze inwoners.

Bijlagen:

1: Sportaccommodatiebeleid Voorschoten 2024-2030

Beslispunten:

De raad besluit: 1.

Het ‘Toetsingskader en beoordeling aanvragen sportaccommodaties’, vastgesteld d.d. 31 maart 2016 in te trekken.

2.

De uitgangspunten zoals verwoord in hoofdstuk 6 uit het Sportaccommodatiebeleid Voorschoten 20242030 vast te stellen.

Relatie met:

Planning LTA

Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G

Inleiding en samenvatting In november 2023 is de ‘Visie op sport en bewegen 2023-2026’ vastgesteld. Hierin staan de belangrijkste pijlers als het gaat om de sportstimulering in de gemeente Voorschoten. Aanvullende op het sportstimuleringsbeleid is een sportaccommodatiebeleid noodzakelijk zodat de sportaccommodaties het sportbeleid kunnen versterken. De aanleiding voor het sportaccommodatiebeleid is daarnaast de behoefte aan: -

kaders voor besluitvorming over investeringen in sportvoorzieningen;

-

meer duidelijkheid en gelijkheid tussen verenigingen

-

heldere afspraken over tarieven, rollen, taken en verantwoordelijkheden

-

en een oplossing voor de verouderde voorzieningen / opstallen.

De raad heeft voor het sportaccommodatiebeleid kaders meegegeven in de motie 120 Kaders Sportaccommodatiebeleid. Deze kaders zijn meegenomen in het opstellen van de uitgangspunten voor het sportaccommodatiebeleid. Indien er vanaf wordt geweken, wordt dit nader toegelicht bij de argumenten. De uitgangspunten zoals geformuleerd in het sportaccommodatiebeleid dragen bij aan de instandhouding van het huidige aanbod aan sportaccommodaties. Er is een keuze gemaakt voor een duidelijke rol voor de gemeente bij de instandhouding van dit aanbod. Zelfredzaamheid en versterken van de eigen kracht van de verenigingen wordt daarbij niet uit het oog verloren. Hieronder volgen de uitgangspunten voor het sportaccommodatiebeleid in combinatie met wat dit betekent voor de uitvoering (het uitvoeringsplan). 1.

De basis op orde: het bestaande aanbod wordt in stand gehouden De bestaande voorzieningen moeten in stand worden gehouden, veilig zijn en waar mogelijk voldoen aan de sporttechnische richtlijnen conform het handboek Sportaccommodaties NOC*NSF. Uitvoeringsplan:

-

vervanging onder- en toplaag atletiekbaan 2025

-

vervanging kunstgrasvoetbal- en kunstgrashockeyvelden, handbal en honk- en softbalveld conform vervangingstermijn

-

opstellen programma van eisen met locatieonderzoek en financiële consequenties nieuwe sporthal in combinatie met het plan van aanpak voor het zwembad zodat integrale besluitvorming kan plaatsvinden over de sporthal en het zwembad (Q1 2025)

-

realisatie nieuwe sporthal met prioriteit 2027-2028

Pagina 2 van 17

2.

We hebben voldoende capaciteit om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen voor het huisvesten van het bewegingsonderwijs Bij de beoordeling van de toekomstige capaciteit en de realisatie van nieuwe scholen wordt gekeken naar de best passende optie in combinatie met de mogelijkheid om de capaciteit voor de sportverenigingen te vergroten. Uitvoeringsplan:

-

samenwerking Integraal Huisvestingsplan bij het opstellen programma van eisen en locatieonderzoek sporthal om te bezien of er een optimaliseringsslag mogelijk is

3.

Duidelijke rol voor de gemeente als verhuurder van de velden en de binnensport De gemeente blijft als eigenaar van de binnensport verantwoordelijk voor vervanging en instandhouding van de binnensport: de sporthal en de gymzalen. De gemeente wordt verantwoordelijk als eigenaar van de buitensportvelden voor de vervanging. Voor de instandhouding worden afspraken gemaakt over beheer en onderhoud. Voor buitensportverenigingen die zelf verantwoordelijk willen blijven voor de vervanging en instandhouding van de velden, is in overleg maatwerk mogelijk. We gaan uit van een overgangssituatie waarbij rekening wordt gehouden met bestaande afspraken, consequenties voor de verenigingen/stichtingen en de tijd die nodig is om nieuwe afspraken te implementeren. Uitvoeringsplan:

-

opstellen nieuwe huurovereenkomsten

-

evaluatie exploitatie Sportfondsen Voorschoten BV en onderzoek best passende beheeren exploitatievorm rekening houdend met de nieuwe situatie. Dit integraal oppakken met het plan van aanpak voor het zwembad en het onderzoek naar de sporthal.

4.

Afbakening naar type accommodatie: maatschappelijk en voor de breedtesport Er is een duidelijk onderscheid in type accommodaties waar de gemeente een rol heeft in de instandhouding ervan. Dit onderscheid is gebaseerd op de criteria van ingrijpen/invloed en dus in welke mate er sprake is van: bijdrage aan sport- en beweegdeelname, marktfalen, verenigingen en stichtingen zonder winstoogmerk en voor de breedtesport.

5.

Opstallen blijven in eigendom van de verenigingen/stichtingen De opstallen zijn economisch eigendom van de verenigingen. De gemeente neemt het economisch eigendom van kleedkamers, clubgebouwen en overige opstallen niet over.

Pagina 3 van 17

Waar nodig en mogelijk zorgt de gemeente samen met de vereniging ervoor dat het juridisch eigendom aan de verenigingen wordt overgedragen door middel van het vestigen van recht van opstal tegen een maatschappelijke retributie (terugkerende vergoeding voor recht) van €0. Voor renovatie of vervanging van de opstallen kunnen verenigingen/stichtingen aanspraak maken op een garantstellingsregeling conform de voorwaarden van de Stichting Waarborgfonds Sport. Uitvoeringsplan: -

vestigen recht van opstal op opstallen die juridisch nog niet in eigendom zijn van de verenigingen en opnemen in grondbeleid

-

aanpassen van de bestaande overeenkomsten met de verenigingen

-

beoordelen aanvragen garantstellingsregeling

6.

Voor nieuwe sportvoorzieningen die in eigendom zijn van de vereniging of stichting kan aanspraak gemaakt worden op 1/3de regeling. Indien verenigingen aanvullende wensen hebben die niet onder de basisvoorzieningen vallen en waarbij de gemeente geen rol heeft als eigenaar/verhuurder maar waarbij de sportvoorziening wel een positieve bijdrage levert aan het sport- en beweegaanbod in Voorschoten en daarmee de pijlers uit de Visie op Sport en Bewegen 2023-2026 versterken, kan aanspraak gemaakt worden op de 1/3de regeling. De 1/3de regeling betekent dat de gemeente maximaal 1/3de van de kosten subsidieert tot een maximum van €200.000. Voor de overige 2/3de staat de gemeente garant. Deze regeling geldt voor uitbreiding van het sportaanbod van de verenigingen die vallen onder dit sportaccommodatiebeleid, dus ook de verenigingen waarbij de gemeente geen rol heeft in de verhuur van de velden/ banen en mits voldaan wordt aan de aanvullende eisen:

-

draagt bij aan de Visie op Sport en Bewegen 2023-2026;

-

aantoonbaar gerealiseerd wordt voor multifunctioneel gebruik, voor diverse doelgroepen en er samengewerkt wordt met andere sport- en beweegaanbieders. Er is sprake van aantoonbaar maatschappelijk belang. Het totale overzicht van in aanmerking komende aanvragen worden eenmaal per jaar ter informatie gedeeld met de raad waarbij de definitief in aanmerking komende aanvragen in de kadernota worden meegenomen. Een vereniging/stichting kan maximaal een keer per 4 jaar een aanvraag indienen.

Pagina 4 van 17

Uitvoeringsplan: -

uitwerken en vaststellen 1/3de regeling

-

beoordeling aanvragen 1/3de regeling, subsidieverstrekking

7.

Tarieven worden geharmoniseerd om een gelijk speelveld te creëren Voor de verhuur van de velden, banen en de binnensportvoorzieningen wordt een kostprijsgerelateerde huur berekend. Dit betekent dat er een percentage van de kostprijsdekkende huur1 in rekening wordt gebracht bij de verenigingen. Hierbij wordt uitgegaan van een bandbreedte van 12%-20% van de kostprijsdekkende huur. De definitieve tarieven worden door het college vastgesteld in een tarievennota. In de tarievennota wordt rekening gehouden met het vervallen van de huurkosten voor verenigingen/stichtingen die zelf eigenaar blijven van de velden/banen (tennis, ijsbaan en petanque waar de huurkosten al nihil zijn). Uitvoeringsplan:

-

doorrekenen kostprijsgerelateerde huur

-

opstellen tarievennota met bijbehorende tarieven voor de verhuur van de velden in overleg met de verenigingen

8.

Afspraken harmoniseren, niet uniformeren Voor het beheer en onderhoud van de buitensportvelden wordt maatwerk geleverd zodat de kracht en zelfredzaamheid van de verenigingen behouden kan worden. Verenigingen die het beheer en onderhoud in mindere mate zelf kunnen organiseren, kunnen ervoor kiezen om meer werkzaamheden uit te laten voeren in opdracht van de gemeente. Hiervoor gebruiken we het ‘keuzemodel’ demarcatie beheer en onderhoud. De gemeente vergoedt de kosten conform vastgestelde tarieven die even hoog zijn als wanneer de gemeente zelf het onderhoud uitvoert. Uitvoeringsplan:

-

opstellen en vaststellen demarcatielijst beheer en onderhoud in samenwerking met de verenigingen met bijbehorende onderhoudstarieven

-

opstellen beheer- en onderhoudsplannen, jaarlijkse bijstelling beheer- en onderhoudsplannen

-

uitbesteden / aanbesteden onderhoudswerkzaamheden

Bij de financiële consequenties gaan we uit van een landelijk gemiddeld huurbedrag voor een veld, waarmee het percentage van de kostprijs dat in rekening wordt gebracht op 13% neerkomt. Dit wordt verder uitgewerkt in de tarievennota. 1

Pagina 5 van 17

9.

Duurzaamheid Wanneer opstallen of velden worden gerenoveerd of vervangen, denk aan de sporthal, vervanging van kunstgrasvelden of bij renovatie van kleedkamers/clubgebouwen, moet er voldaan worden aan de laatste eisen op het gebied van duurzaamheid zoals is vastgelegd in het Landelijk Sportakkoord en de Routekaart Verduurzaming Sportaccommodaties. Uitvoeringsplan:

-

toetsen renovatieplannen aan duurzaamheidseisen

10. Multifunctioneel Sportpark Adegeest: de stip op de horizon Pijler 13 van de Visie op Sport en Bewegen 2023-2026 benadrukt het belang van een multifunctioneel Sportpark Adegeest. Er wordt gestreefd naar meer samenwerking tussen sportaanbieders en het toevoegen van beweegvoorzieningen zoals een beachcourt of beweegtoestellen. Initiatieven worden getoetst op basis van de criteria ‘multifunctioneel sportpark’. Uitvoeringsplan: -

onderzoek over- en ondercapaciteit, oplossing voor natuurgrasveld voetbal

-

gezamenlijk proces onderzoek renovatie/vervanging opstallen met diverse verenigingen op Sportpark Adegeest

-

onderzoek optimale inrichting sportpark, eventueel met gecombineerde functies

11. Versterken contact tussen gemeente en sportaanbieders Het uitgangspunt is dat gedurende de looptijd van het sportaccommodatiebeleid het uitvoeringsplan jaarlijks wordt bijgewerkt of aangevuld. Verenigingen hebben een aanspreekpunt binnen de gemeentelijke organisatie. Uitvoeringsplan: -

er is voor incidentele inzet / specifieke projecten budget geraamd in het uitvoeringsplan.

12. Voortbestaan van bestaande verenigingen/stichtingen Indien het voortbestaan van een bestaande vereniging of stichting ernstig in gevaar komt, kan het college van B&W incidenteel afwijken van de uitgangspunten in het Sportaccommodatiebeleid als een vereniging of stichting niet in aanmerking komt voor een van de regelingen.

Pagina 6 van 17

Beoogd effect Het beoogd effect van het sportaccommodatiebeleid is dat Voorschoten betaalbare, bereikbare en toegankelijke sportaccommodaties heeft die goed afgestemd zijn op de vraag van de inwoners en die optimaal worden benut. Dit doen we door: 1.

de huidige situatie (nul-situatie) helder in beeld te brengen;

2.

een analyse te maken van de beschikbare en benodigde capaciteit van de sportaccommodaties;

3.

kaders vast te stellen voor besluitvorming over investeringen in (nieuwe) sportaccommodaties;

4.

kaders vast te stellen voor besluitvorming over instandhouding van sportaccommodaties;

5.

een doorkijk te geven naar benodigde maatregelen om de sportaccommodaties toekomstbestendig te maken.

Argumenten 1.1 Het ‘Toetsingskader aanvragen en beoordeling sportaccommodaties’ wordt vervangen door het nieuwe kader vanuit het Sportaccommodatiebeleid Voorschoten 2024-2030 en is daarmee niet meer nodig. Elementen die van toepassing zijn gebleven uit het toetsingskader zijn overgenomen in het sportaccommodatiebeleid. Daarnaast is er ruime aanvulling op basis van de inventarisatie en analyse. 2.1 Het Sportaccommodatiebeleid voldoet aan de kaders zoals gesteld in de motie 120 ‘Kaders Sportaccommodatiebeleid’. Het kader ‘gelijk speelveld tussen verenigingen’ wordt in het sportaccommodatiebeleid zoveel mogelijk toegepast. Er is hier echter een kanttekening bij nodig. Voor de vraag over wie de velden of banen beheert, is er onderscheid gemaakt tussen sportvoorzieningen op basis van meerdere criteria, waaronder het criterium ‘marktfalen’. Voor tennis, jeu de boules en de natuurijsbaan geldt dat deze velden/banen niet onder gemeentelijk beheer vallen. Voor nieuwe sportvoorzieningen die vallen binnen het sportaccommodatiebeleid en in eigendom blijven/zijn van verenigingen of stichtingen geldt wel de 1/3de regeling voor investeringen. Als voorbeeld: zo wordt de toplaag van de atletiekbaan vervangen door de gemeente en verhuurd aan de vereniging in het kader van het uitgangspunt ‘bestaande aanbod wordt in

Pagina 7 van 17

stand gehouden2’ maar wordt een aanvullende wens (zoals de skeelerbaan op locatie natuurijsbaan) op een specifieke voorziening die privaat geëxploiteerd kan worden gerealiseerd door de betreffende vereniging of stichting. Hiervoor geldt de 1/3de investeringsregeling na akkoord door de raad. In de motie is aangegeven dat er een eigen bijdrage moet zijn van de vereniging bij de investering. Deze eigen bijdrage is in de vorm kostprijsgerelateerde huur uitgewerkt. Een eigen bijdrage van de verenigingen in de investering loont niet direct omdat de bestaande afschrijving in de exploitatie al zijn gedaan en doorlopen tot de nieuwe vervanging. De investering voor de gemeente is lager maar bij een gelijk percentage kostprijsgerelateerde huur, zijn de jaarlijkse exploitatielasten voor de gemeente hoger. 2.2 Er is rekening gehouden met de wensen van de sportverenigingen Er is een lijst met wensen toegevoegd aan het sportaccommodatiebeleid. Hierin wordt aangegeven welke wensen tegemoetgekomen kunnen worden met de kaders in het sportaccommodatiebeleid. Er zijn twee wensen waar niet aan voldaan wordt op basis van de uitgangspunten: een eigen zaal voor tafeltennisvereniging Reflex en een overdekte speelaccommodatie voor Petanque club DSP.

Deze accommodaties zijn monofunctioneel en dragen niet voldoende bij aan onder andere het criterium multifunctionaliteit en samenwerking met andere doelgroepen. Ten aanzien van de vraag of de velden door de gemeente of door de verenigingen beheerd moet worden, zijn er verschillende opvattingen. Er is geen éénduidig geluid vanuit de verenigingen met betrekking tot dit vraagstuk dus er is geen oplossing waarbij alle verenigingen tevreden zijn. Zo geldt voor de hockey dat zij zelf de velden in eerste instantie door de stichting willen laten beheren. Voor de voetbal geldt nadrukkelijk de wens om de gemeente te laten beheren. We hebben voor het uitgangspunt gekozen om de velden te laten beheren door de gemeente, zodat de basiskwaliteit van de sportaccommodaties geborgd wordt en verenigingen niet de financiële keuze hoeven te maken tussen vervanging van de velden of renoveren van de opstallen. Hierdoor is het mogelijk om de basis op orde te brengen en het bestaande 2 Volgens het handboek Sportaccommodaties van NOC*NSF kan een atletiekaccommodatie worden gezien als een

elementaire lokale voorziening. Gezien het maatschappelijke belang van dergelijke voorzieningen (onder andere vanuit vormend, socialiserend, gezondheids- en welzijnsoogpunt) mag het realiseren en in stand houden van dergelijke voorzieningen niet volledig worden afgewikkeld op de individuele verenigingen.

Pagina 8 van 17

sportaanbod in stand te houden. Voor verenigingen die de velden zelf in beheer willen blijven houden, is maatwerk in overleg mogelijk. 2.3 Er is een achterstand in te halen: de basis op orde brengen De nadruk in dit sportaccommodatiebeleid is om de basis op orde te brengen. Dit vraagt budget en capaciteit. Er wordt daarom rekening gehouden met tijdelijk extra inzet. Deze inzet is nodig voor o.a. het opstellen van nieuwe huurovereenkomsten, regelen van het recht van opstal, opstellen van de 1/3de regeling, begeleiden van het opstellen van beheer- en onderhoudsplannen en projectbegeleiding ten aanzien van de gemeentelijke accommodaties zoals de sporthal en de atletiekbaan. Daarnaast dient het contact met de sportverenigingen geïntensiveerd te worden, zodat blijvend getoetst wordt of er aanpassingen nodig zijn ten aanzien van de uitgangspunten in het sportaccommodatiebeleid en om te zorgen voor een aanspreekpunt binnen de gemeente die het contact met de verenigingen coördineert. 2.4 Rol van de gemeente is van belang bij de instandhouding van de sportaccommodaties. Er zijn diverse scenario’s mogelijk waarbij de rol van de gemeente groter of kleiner is. Hieronder zijn de scenario’s benoemd op volgorde van een minimale rol voor de gemeente tot aan een maximale rol van de gemeente: 1.

Minimale variant met opties a of b Velden blijven in beheer van de verenigingen (gemeente is juridisch eigenaar, maar verenigingen zijn economisch eigenaar), opstallen blijven in eigendom van de verenigingen. De regelingen gelden voor alle verenigingen in het sportaccommodatiebeleid. a.

Gemeente biedt alleen een garantstelling aan bij de renovatie/vervanging van de opstallen.

b. 2.

Gemeente biedt een 1/3de regeling aan voor velden en/of opstallen.

Midden variant met opties a of b of c Velden worden beheerd door de gemeente (gemeente is juridisch en economisch eigenaar) en verhuurt de velden aan de vereniging, opstallen blijven in eigendom van de verenigingen. Een afbakening is noodzakelijk met betrekking tot het type accommodatie waar de gemeente eigenaar/verhuurder van is. Voor de voorzieningen waar de gemeente geen eigenaar van is, gelden onderstaande opties: a.

Gemeente biedt alleen een garantstelling aan bij de renovatie/vervanging van de opstallen.

Pagina 9 van 17

b.

Gemeente biedt een 1/3de regeling aan voor alle sportvoorzieningen die niet in eigendom zijn (of worden) van de gemeente: opstallen en nieuw sportaanbod met een groot maatschappelijk belang.

c.

Gemeente biedt een 1/3de regeling aan voor nieuw sportaanbod (niet voor de opstallen) met een groot maatschappelijk belang.

3.

Maximale variant met optie a of b Velden worden beheerd door de gemeente (gemeente is juridisch en economisch eigenaar), opstallen worden juridisch en economisch eigendom van de gemeente en worden (al dan niet kostprijsdekkend) verhuurd aan de verenigingen. Een afbakening is noodzakelijk met betrekking tot het type accommodatie waar de gemeente eigenaar/verhuurder van is. a.

De gemeente neemt alleen het eigendom van de kleedkamers over.

b.

De gemeente neemt het eigendom van alle opstallen over.

In het sportaccommodatiebeleid is er gekozen voor scenario 2a&c. De gemeente zorgt voor de instandhouding en vervanging van de velden. Eigendom van de opstallen was tijdens de gesprekken met de sportverenigingen geen discussiepunt of issue. Wel de rol van de gemeente ten aanzien van de ondersteuning die de gemeente kan bieden om de opstallen op orde te brengen. 2.5 Huur voor de velden als percentage van de kostprijs Door de kostprijs in beeld te brengen, maken we transparant wat de velden daadwerkelijk kosten en hoeveel de gemeente subsidieert door middel van een maatschappelijk verhuurtarief. Er is bij de financiële consequenties gerekend met een percentage van de kostprijs van 13% omdat dit neerkomt op een marktconforme huurprijs. De definitieve tarieven worden vastgesteld in de tarievennota waarbij we uitgaan van een bandbreedte van 12%-20% van de kostprijsdekkende huur. Er dient een DEAB-besluit genomen te worden bij het vaststellen van de tarievennota voor het vastleggen van de kostprijsgerelateerde huur. Bij de binnensport en het zwembad wordt de huur aan Sportfondsen Voorschoten BV reeds volledig gesubsidieerd door de gemeente.

Kanttekeningen 2.1 Er staan financiële verplichtingen tegenover op de middellange en lange termijn De gemeente is momenteel juridisch eigenaar van de velden, maar na vaststelling van het sportaccommodatiebeleid neemt de gemeente de eigenaarsverantwoordelijkheid op zich om de velden ook te vervangen. Er moet rekening gehouden worden met vervanging van de toplaag

Pagina 10 van 17

om de 10 jaar van de kunstgrasvelden voetbal en hockey. Voor de honk- en softbal gaat het om de kwaliteit van de velden weer op orde te brengen omdat deze in matige staat zijn. Bij de handbal is dit de vervanging van het asfaltveld (conform reeds bestaande afspraken). Niet op tijd vervangen/onderhouden betekent dat de velden afgekeurd worden en verenigingen trainingen/wedstrijden moeten aflasten (of volledig moeten stoppen). Bij de financiële consequenties is gerekend met het vervangen van alle velden met een afschrijvingstermijn van 12 jaar en het opknappen van de honk- en softbalvelden. Ten aanzien van de 1/3de regeling is het mogelijk om een subsidieplafond vast te stellen en om een looptijd vast te stellen. Op deze manier wordt vooraf bepaald wat de kosten kunnen zijn als verenigingen een aanvraag doen. Op basis van de wensen van de verenigingen is er een inschatting gemaakt van het aantal aanvragen. Indien er meer aanvragen komen dan is vastgesteld in het subsidieplafond kan het zijn dat er verenigingen zijn die geen subsidie toegewezen krijgen of pas in een volgende subsidieronde (1x per jaar beoordeling en raadsbesluit). Garantstelling voor de opstallen is echter wel altijd mogelijk. 2.2 Organisatorisch is incidenteel extra inzet nodig om de basis op orde te brengen.

Op structurele basis is er aandacht nodig voor het contact met de verenigingen, contractbeheer, monitoring beheer- en onderhoudsplannen en bijstellen van het uitvoeringsprogramma. Er is rekening gehouden met extra capaciteit en inzet en deze is vertaald naar financiële consequenties. Op langere termijn blijft er aandacht nodig om de basis op orde te houden, te monitoren en om contact met verenigingen te borgen. Het gaat hierbij om juridische, uitvoerende en adviescapaciteit. Inwonersparticipatie en communicatie Ten aanzien van participatie is het volgende proces gevolgd: -

Vragenlijst gedeeld met verenigingen met algemene vragen over de verenigingen en hun accommodaties. In deze vragenlijst is ook opgehaald wat de wensen zijn van de verenigingen. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in hoofdstuk 7 (Wensen Verenigingen).

-

6 maart Sporttafel: presentatie van de inventarisatie, analyse. Tijdens deze bijeenkomst is er vooral opgehaald waar verenigingen tegenaan lopen zodat dit meegenomen kon worden bij de uitwerking van het sportaccommodatiebeleid.

-

Voeren van individuele gesprekken met verenigingen, bestuursleden en nietbestuursleden. Tijdens deze gesprekken is getoetst hoe verenigingen tegen verschillende beheer- en eigendomsmodellen aankijken. Deze input is meegenomen in het voorstel. Waar verenigingen anders kijken naar de uitgangspunten, is dit benoemd in dit raadsvoorstel.

Pagina 11 van 17

-

9 april Sporttafel: presentatie van de bevindingen en aanbevelingen zoals gepresenteerd aan de raad op 10 april. Tijdens deze bijeenkomst zijn de verschillende beheer- en eigendomsmodellen besproken en zijn de meningen van de verenigingen opgehaald.

-

10 april Thema avond raad: presentatie inventarisatie, analyse en bevindingen

-

28 mei Sporttafel: presentatie Sportaccommodatiebeleid zoals wordt voorgelegd aan de raad ter besluitvorming. Deze bijeenkomst is bedoeld als terugkoppeling wat er met de input is gedaan van de verenigingen en hoe dit is verwerkt in het sportaccommodatiebeleid.

Nadat het Sportaccommodatiebeleid is vastgesteld, wordt deze gepubliceerd op de gemeentelijke website. Financiën De financiële consequenties voor scenario 2 worden meegenomen in de kadernota 2025:

Aanvullende kosten Buitensport

2025

2026

2027

2028

€ 203.448

€ 252.357

€ 276.888

€ 337.733

€ 120.000

€ 50.000

€ 82.178

€ 82.178

€ 82.178

€ 82.178

€ 241.270

€ 220.179

€ 194.710

€ 255.555

bij scenario 2 in actueel uitvoeringsplan (er is rekening gehouden met de bestaande lasten in de begroting)* Aanvullende kosten sportaccommodatiebeleid, onderzoek en expertise volgens uitvoeringsplan Aanvullende baten buitensport scenario 2 bij keuze 13% (er is rekening gehouden met de bestaande baten in de begroting) Kadernota 2025 exploitatie

Pagina 12 van 17

*In deze variant is nog geen rekening gehouden met de dekking voor de kapitaallasten van de atletiekbaan vanuit de reserve. Kapitaallast voor de atletiekbaan is €48.000.

•

De aanvullende kosten buitensport bij scenario 2 zijn gebaseerd op kapitaallasten (toplaag, onderlaag en verlichting) en onderhoudslasten. Dit is in de variant waarbij alle velden conform vervangingstermijn (12 jaar) worden vervangen en het honk- en softbalveld wordt verbeterd. Niet alles wordt in een keer vervangen. Dit betekend dat de lasten geleidelijk toenemen.

•

De onderhoudslasten zijn nu nog berekend zonder het deel zelfwerkzaamheid door verenigingen. Bij zelfwerkzaamheid heeft de gemeente de kosten niet maar deze worden in mindering gebracht op de huur dus per saldo nul.

•

De aanvullende kosten zijn voor het uitvoeringsprogramma waar specialistische kennis voor nodig is.

•

Dit betreft de maximale variant waarbij alle verenigingen voor deze constructie.

In onderstaande overzicht staan de aangevraagde investeringen in de kadernota 2025 die nodig zijn bij scenario 2 met het actuele inzicht in de onderhoudsbehoefte. Een jaar na oplevering van de investeringen starten de afschrijvingen:

Kadernota 2025 Aan te vragen investeringen Atletiek Honk- en softbal Hockey Handbal

2025

2026

2027

€ 425.200

€ € €

446.460 401.814 115.867

Voetbal Sporthal**

2028

€ 780.880

€

4.000.000

€ 406.066 € 4.000.000

* dit zijn de netto bedragen. Ze moeten bij de raadsvraag gesplits worden naar de lasten (incl. btw) en de baten (spuk sport 70% van de btw). ** de bouw van een sporthal jaaroverstijgend. De verwachting is dat de kapitaallasten vanaf 2029 volgen.

Pagina 13 van 17

Voor de 1/3de regeling voor de nieuwe sportvoorzieningen die niet in eigendom zijn van de gemeente kan een aanvraag worden gedaan voor 1/3de bijdrage in de kosten tot maximaal € 200.000 per aanvraag. Hierbij geldt een subsidieplafond van € 200.000 per jaar. Toekenning wordt jaarlijks via de kadernota voorgelegd aan de raad. De garantstelling kan doorlopend aangevraagd worden. Juridisch kader •

Uitgangspunten Sportaccommodatiebeleid: De raad stelt de uitgangspunten voor het sportaccommodatiebeleid vast zodat het college uitvoering kan geven aan het uitvoeringsplan. Tot die uitvoering is, op grond van artikel 108 lid 2 van de Gemeentewet het gemeentebestuur, bevoegd om regelingen te maken ter uitvoering hiervan. Daarnaast heeft de gemeenteraad specifiek de bevoegdheid om beleid daarover op te stellen op grond van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht.

•

Overheidstaak: In het algemeen kan worden besloten dat iedereen (een sociaal) recht heeft om sport te kunnen beoefenen, ongeacht leeftijd, fysieke gesteldheid, opleiding of inkomen. Dat is in het verleden meermalen gebeurd, onder andere door ondertekening van het handvest ‘Sport voor Allen’ van de Raad van Europa en het Verdrag van Lissabon. Daarnaast is in onze Grondwet in artikel 22, een lid 3 opgenomen, waarin de overheid de taak krijgt voorwaarden te creëren voor ‘maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdbesteding’3. Over het algemeen wordt in Europa, Nederland en in de meeste gemeenten in Nederland door politieke meerderheden onderschreven dat er een recht is op sportbeoefening en dat de overheid (daarom) een taak heeft om sport toegankelijk te maken en te houden voor doelgroepen die anders door een gebrek aan middelen, opleiding of vaardigheden zouden afzien van sportbeoefening. Dit recht is vastgelegd in verdragen (en subsidieregelingen). Een kanttekening hierbij is wel dat Nederland, in tegenstelling tot andere landen in Europa, geen specifieke sportwet kent, die dit recht materieel onderbouwt en specificeert (Hoekman en Breedveld, 2013).

Met als gevolg dat sport de speelbal blijft van algemene wet- en regelgeving, met onbedoelde (meestal negatieve) effecten op de sport, die soms wel en soms niet met uitzonderingen, aanpassingen, aanvullingen of compensatiemaatregelen moeten worden gedempt.

3

Bron: Sportaccommodaties in Nederland 2023, Mulier Instituut

Pagina 14 van 17

•

Wet Markt en Overheid: Er moet een Dienst Algemeen Economisch Belang (DAEB) besluit genomen worden als er geen kostprijsdekkende huur in rekening wordt gebracht bij de verenigingen. Dit wordt samen met het vaststellen van de tarievennota gedaan. Op de werking van de Wet Markt en Overheid gelden uitzonderingen, zoals het onderwijs en de publieke omroep. Daarnaast kunnen overheden, zoals gemeenteraden en provinciale staten, verklaren dat een bepaald type aanbod, zoals sportaanbod, van algemeen belang is. Bijna alle gemeenten hebben sportaccommodaties inderdaad tot een DAEB verklaard4. Dat betekent dat wanneer gemeenten gedwongen gaan worden sportaccommodaties te gaan verhuren tegen minimaal de integrale kostprijs, en daarmee de huurtarieven lokaal met een factor vijf of zes omhoog kunnen gaan, deze tariefstijgingen vervolgens gecompenseerd (moeten) gaan worden met subsidies voor sportverenigingen. Dit wordt aangemerkt als een ‘vestzak-broekzak-methodiek’, met veel administratieve lasten en nul baten. Gemeenten kiezen zelf daarom in ruime meerderheid voor het laten vaststellen van een DAEB-verklaring door de Raad en slechts 1 procent van de gemeenten is overgegaan tot het daadwerkelijk doorberekenen van de integrale kostprijs aan de gebruikers5.

Risico’s 1. Mogelijk zijn de werkzaamheden duurder wanneer de gemeente deze uitvoert dan wanneer de vereniging dit uitvoert of uit laat voeren. Dit kan betekenen dat we een constructie hebben waarbij de totale lasten hoger zijn dan wanneer de vereniging zelf de werkzaamheden uitvoert of uit laat voeren. We willen dit voorkomen door: -

Een demarcatielijst te hanteren waarbij met name specialistische werkzaamheden of sportparkbrede werkzaamheden door de gemeente worden uitgevoerd. Waar dit niet het geval is, heeft de vereniging de keuze om deze werkzaamheden uit te laten voeren. Dagelijkse werkzaamheden vallen nog steeds onder de verantwoordelijkheid van de vereniging. In overleg met de verenigingen / stichting moet de demarcatielijst worden ingevuld. Het uitgangspunt is dat de gemeente opdrachtgever is en de tarieven voor het onderhoud vaststelt zodat de kosten voor het onderhoud onafhankelijk van de uitvoering door de gemeente of de vereniging/stichting even hoog is.

4

Sportaccommodaties in Nederland 2023, Mulier Instituut

5

Sportaccommodaties in Nederland 2023, Mulier Instituut

Pagina 15 van 17

-

We beoordelen wat de beste manier is om deze werkzaamheden door de gemeente uit te laten voeren, bijvoorbeeld d.m.v. een aanbesteding of samenwerking met bestaande partners.

2. Aansprakelijkheid opstallen: het juridisch eigendom van de opstallen moet op korte termijn geregeld worden, omdat er een kans bestaat dat de gemeente aansprakelijk gesteld wordt voor incidenten gerelateerd aan de slechte kwaliteit van de opstallen. De uitsluiting van die aansprakelijkheid kunnen we organiseren door extra inzet te organiseren voor het regelen van het recht van opstal. Daarnaast stellen we de retributie vast op €0 om de drempel zo laag mogelijk te houden voor verenigingen om dit goed te regelen6. Duurzaamheid Bij renovatie en vervanging van opstallen, velden, etc. moet worden voldaan aan de eisen zoals vastgelegd in het Landelijk Sportakkoord en de Routekaart Verduurzaming Sportaccommodaties. Hiervoor is aanvullende subsidie mogelijk vanuit de BOSA-regeling. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris

6

drs. N. Stemerdink, burgemeester

De kosten van de aktes e.d. liggen normaal gesproken bij de aanvrager van het recht van opstal, daar wijken we niet van af.

Pagina 16 van 17

Besluit Zaaknummer: Z/24/086228/396135

De raad van de gemeente Voorschoten; Gelet op artikel 108 lid 2 van de Gemeentewet in samenhang van artikel 4:81 van de Algemene Wet Bestuursrecht, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van dinsdag 28 mei 2024,

besluit: 1.

het ‘Toetsingskader en beoordeling aanvragen sportaccommodaties’, vastgesteld d.d. 31 maart 2016 in te trekken.

2.

De uitgangspunten zoals verwoord in hoofdstuk 6 uit het Sportaccommodatiebeleid Voorschoten 2024-2030 vast te stellen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op donderdag 4 juli 2024

de griffier,

de voorzitter,

drs. B.J. Urban

drs. N. Stemerdink

Pagina 17 van 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=ca00239a-8e27-477d-bab7-2bfa8f83c83f