Raadsvoorstel gemeenschappelijke regeling rekenkamer Wassenaar Voorschoten Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg (get.)
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaaknummer:
Z/24/084013/385942
Datum collegebesluit:
n.v.t.
Datum commissievergadering:
n.v.t.
Datum raadsvergadering:
donderdag 7 maart 2024
Soort Voorstel:
Raadsvoorstel
Onderwerp:
Gemeenschappelijke regeling rekenkamer Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest, Leidschendam-Voorburg
Portefeuillehouder:
N.v.t.
Programma:
Kernboodschap:
De inwerkingtreding van de Wet Versterking decentrale rekenkamers maakt het noodzakelijk de huidige organisatievorm van de Rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg (WVOLV) aan te passen. De raad besluit hiervoor een gemeenschappelijke regeling vast te stellen.
Bijlagen:
1.
Conversietabel Verordening 2014Samenwerkingsovereenkomst 2014Gemeenschappelijke regeling.
2.
Samenwerkingsovereenkomst rekenkamercommissie LVOVW 2014
3.
Pagina 1 van 16
Verordening rekenkamercommissie LVOVW 2014
Beslispunten
Onder voorbehoud van gelijkluidende besluitvorming door de raden van Wassenaar, Oegstgeest en LeidschendamVoorburg: 1.
De hierna volgende gemeenschappelijke regeling te treffen onder de naam Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg;
2.
De verordening op de Rekenkamercommissie Leidschendam-Voorburg, Oegstgeest, Voorschoten en Wassenaar 2014 in te trekken;
3.
Te benoemen als lid van de Rekenkamer Leidschendam-Voorburg, Oegstgeest, Voorschoten en Wassenaar voor de duur van zes jaar: •
De heer E.J. Gerdes, plaatsvervangend voorzitter;
4.
•
De heer R.L. Kamermans, voorzitter;
•
Mevrouw A.M.K. Kühler, lid;
•
Mevrouw A.C. Pronk, lid;
•
De heer M. Spaan, lid;
•
De heer M.S.C.M. Teeuwen, lid.
De heer B. Simon tot en met 30 september 2026 aan te wijzen als secretaris.
Pagina 2 van 16
Inleiding en samenvatting Met ingang van 1 januari 2023 is de Wet Versterking decentrale rekenkamers in werking getreden. De wet heeft tot doel het creëren van een sluitend, wettelijk stelsel voor gedegen, onafhankelijk rekenkameronderzoek, ter ondersteuning van de controlerende rol van de gemeenteraden. De belangrijkste wijziging voor gemeenten betreft het afschaffen van de mogelijkheid die de Gemeentewet biedt om per verordening een Rekenkamercommissie in te stellen en raadsleden lid te laten zijn van de Rekenkamercommissie. Alle gemeenten dienen een rekenkamer in te stellen met onafhankelijke leden. De gemeenten Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg hebben al een onafhankelijke Rekenkamercommissie (RKC WVOLV), met louter externe leden. Dit maakt de gevolgen van de wet voor onze gemeenten beperkt. Voornaamste wijziging is dat veel van hetgeen in de huidige verordening staat, nu in de Gemeentewet is geregeld en niet (meer) lokaal geregeld hoeft te worden. De huidige vorm (gelijke verordeningen en samenwerkingsovereenkomst) is niet meer mogelijk. Beoogd effect Voldoen aan de Wet Versterking decentrale rekenkamers. Twee mogelijkheden voor de vormgeving van een gezamenlijke rekenkamer Er zijn tweemogelijkheden voor de juridische vorm van de rekenkamer: een gemeenschappelijke regeling (GR) of een personele unie.
Hieronder volgt een toelichting op beide opties: Gemeenschappelijke regeling: Daarbij stellen raden van twee of meer gemeenten een gemeenschappelijke rekenkamer in (op basis van art.81l Gemeentewet). De wetgever heeft bepaald dat dit via een gemeenschappelijke regeling op basis van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) moet. De wetgever vindt dat de Wgr bij uitstek de basis biedt voor publiekrechtelijke samenwerking tussen gemeenten. Het gaat in dit geval wel om een heel lichte vorm van een GR, namelijk een ‘gemeenschappelijk orgaan’, zonder een algemeen of dagelijks bestuur of een bedrijfsvoeringsorganisatie-bestuur. De rekenkamer is zelf het (dagelijks) bestuur. Er worden geen raadsbevoegdheden overgedragen. De raad blijft bepalend in de grootte van de bijdrage aan de rekenkamer en benoeming van de leden. Omdat alle raden dezelfde GR vaststellen, met daarin regels over financiering en budget, centrale administratie, gezamenlijke onderzoeken en toe- en uittreding is een aanvullende samenwerkingsovereenkomst niet nodig. Hiermee blijft de regeling van de rekenkamer bij de raad.
Pagina 3 van 16
Personele unie: Hierbij heeft elke deelnemende gemeenteraad zijn eigen verordening en benoemt elke gemeenteraad dezelfde mensen (onder dezelfde voorwaarden). De leden vormen de gemeentelijke rekenkamer. Formeel zijn dat dan verschillende rekenkamers, maar in de praktijk werken zij dan voor alle deelnemende gemeenten. Daarom is, net zoals in de huidige samenwerking, een aanvullende samenwerkingsovereenkomst noodzakelijk om uniformiteit in besluitvorming en werkwijze te garanderen. Hierin staan afspraken over de inhoud van de verordeningen, centrale administratie, financiering en budget, al dan niet gezamenlijke onderzoeken en toe- en uittreding. Juridisch kan alleen het college van burgemeester en wethouders besluiten tot het aangaan van deze samenwerkingsovereenkomst en is het college ondertekeningsbevoegd. Voorstel Het voorstel is om te kiezen voor een gemeenschappelijke regeling. Vergeleken met een personele unie is dit de meest eenvoudige optie. Er is maar één document en de raad stelt deze vast. Bij wijzigingen hoeft slechts één document aangepast te worden. Hiermee blijft de rekenkamer in juridische en praktische zin volledig ‘van’ de raad. De gemeenschappelijke regeling klinkt als een zware constructie, maar zoals hierboven uitgelegd, is dat in de praktijk niet zo.
Het gaat om een ‘lichte’ vorm van een GR zonder overdracht van bevoegdheden en waarbij de raad beslist over de financiële bijdrage. Een personele unie lijkt in eerste instantie meer op de huidige vorm van één verordening met een samenwerkingsovereenkomst. Bij deze optie is echter een ‘zwaardere’ samenwerkingsovereenkomst nodig om uniformiteit vast te leggen. Die is immers nodig om op gelijkwaardige basis samen te werken, als iedere raad zijn eigen verordening heeft. Bij een personele unie is het college bevoegd te besluiten tot samenwerking en moet het college de overeenkomst met de andere gemeenten aangaan. Gezien de dualistische verhoudingen en het feit dat de Rekenkamer een door de gemeenteraad ingesteld orgaan is, is dit een onwenselijke constructie. Inwonersparticipatie en communicatie Dit onderwerp leent zich niet voor inwonersparticipatie. Dit voorstel is in nauwe samenwerking met de voorzitter en secretaris van de rekenkamercommissie tot stand gekomen. De gemeenschappelijke regeling zal, nadat alle raden hem hebben vastgesteld, gepubliceerd worden.
Pagina 4 van 16
Financiën Met het aangaan van de gemeenschappelijke regeling verandert er niets in de bedragen die de gemeenten jaarlijks bijdragen aan de rekenkamer. In de oorspronkelijke samenwerkingsovereenkomst uit 2014 is geregeld dat de bijdrage €1,10 per inwoner bedraagt. In 2019 is dit bedrag aangepast naar €1,01. Dit bedrag is de afgelopen jaren geïndexeerd conform vastgelegd in de huidige verordening en bedraagt inmiddels €1,22. Wat anders is dan in de huidige verordening is dat de gemeenschappelijke regeling geen bedragen bevat voor de vergoeding van de leden, maar een formule op basis waarvan de vergoeding wordt berekend. Bij de laatste wijziging van de verordening in 2019 is deze formule wel gebruikt om de hoogte van de bedragen die in de verordening staan te bepalen. Maar alleen de uitkomst van die formule is opgenomen, met een indexering. Hoewel het wel de bedoeling was, is de formule toen niet in de verordening opgenomen. Het voorstel is dit te herstellen nu de raden de gemeenschappelijke regeling vaststellen. Dit betekent het volgende voor de hoogte van de vergoedingen: Vergoedingen 2023 (inclusief indexatie) per maand: Leden
€320,-
Plaatsvervangend voorzitter
€480,-
Voorzitter
€639,-
Vergoedingen op basis van de formule (inclusief indexering voor 2024) per maand: Leden
€363,-
Plaatsvervangend voorzitter
€509,-
Voorzitter
€655,-
De vergoeding voor de leden van de rekenkamer volgt de indexatie van de raadsvergoedingen. De bijdrage van per inwoner wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd volgens de prijsindex van het CBS (genoemd CPI Alle huishoudens). Benoeming leden Met het intrekken van de huidige verordening vervalt de rechtsgrondslag van de benoeming van de huidige leden van de rekenkamercommissie. Zij zullen dus opnieuw benoemd moeten
Pagina 5 van 16
worden. De wet schrijft voor dat leden voor een periode van zes jaar benoemd worden. Alle huidige leden hebben aangegeven hun lidmaatschap te willen continueren. Ambtelijke secretaris Op dit moment werkt de Rekenkamercommissie met een externe ambtelijk secretaris (voor 20 uren in de week). De raad heeft een nieuwe secretaris aangewezen op 2 november 2023. Omdat hij is aangewezen als secretaris voor de Rekenkamercommissie en die in juridische zin niet meer bestaat nadat de verordening is ingetrokken, is het noodzakelijk om hem opnieuw aan te wijzen als secretaris van de rekenkamer. De administratie houdende gemeente is de (inhuur)overeenkomst met de ambtelijk secretaris aangegaan. Hieraan verandert niets. Terugwerkende kracht Na de inwerkingtreding van de Wet Versterking decentrale rekenkamers per 1 januari 2023 kregen gemeenten een jaar de tijd om de wijzigingen door te voeren. Afgelopen jaar hebben de vier (plv.) griffiers van de deelnemende gemeenten intensief overleg gevoerd met de voorzitter en secretaris van de rekenkamercommissie. Er moest overeenstemming komen over de juridische vorm en de inhoud ervan. Dit heeft meer tijd gekost dan van tevoren was verwacht. Er is gekozen voor een zorgvuldige aanpak gericht op unanimiteit over het aan de raden aan te bieden voorstel.
Deze tijd kon genomen worden omdat de huidige rekenkamercommissie in praktische zin al voldoet aan de doelen en eisen van de wet. De rekenkamercommissie functioneert, totdat de laatste raad de gemeenschappelijke regeling vaststelt, onder de huidige verordening. Dit levert geen wettelijke strijdigheid of onrechtmatigheid op. Het enige gevolg van de terugwerkende kracht is dat er een kleine correctie plaats zal vinden op de vergoeding voor de leden.
Met vriendelijke groeten, Het presidium.
Pagina 6 van 16
Besluit Zaaknummer: Z/24/084013/385942
De raad van de gemeente Voorschoten; Gelezen het voorstel van het presidium d.d. 28 februari 2024;
besluit:
onder voorbehoud van gelijkluidende besluitvorming door de raden van Wassenaar, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg: 1.
De hierna volgende gemeenschappelijke regeling te treffen onder de naam Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg;
2.
De verordening op de Rekenkamercommissie Leidschendam-Voorburg, Oegstgeest, Voorschoten en Wassenaar 2014 in te trekken;
3.
Te benoemen als lid van de Rekenkamer Leidschendam-Voorburg, Oegstgeest, Voorschoten en Wassenaar voor de duur van zes jaar:
4.
•
De heer E.J. Gerdes, plaatsvervangend voorzitter;
•
De heer R.L. Kamermans, voorzitter;
•
Mevrouw A.M.K. Kühler, lid;
•
Mevrouw A.C. Pronk, lid;
•
De heer M. Spaan, lid;
•
De heer M.S.C.M. Teeuwen, lid.
De heer B. Simon tot en met 30 september 2026 aan te wijzen als secretaris.
Pagina 7 van 16
Besluit van de gemeenteraden van de gemeenten Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg houdende regels inzake de gemeenschappelijke regeling omtrent de rekenkamer (Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en LeidschendamVoorburg) Hoofdstuk 1 Inleidende en algemene bepaling Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: -
Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen;
-
Raden: de raden van de deelnemende gemeenten Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg;
-
Rekenkamer: de Rekenkamer Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en LeidschendamVoorburg
-
Regeling: de gemeenschappelijke regeling ten behoeve van de Rekenkamer Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg.
Hoofdstuk 2 Instelling Artikel 2 Belangenbehartiging De regeling behartigt op effectieve en efficiënte wijze de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de uitvoering van de taken van de rekenkamer, zoals genoemd in de Gemeentewet. Artikel 3 Gemeenschappelijke rekenkamer 1.
De raden richten door deze regeling een gemeenschappelijke rekenkamer op, als bedoeld in artikel 81l van de Gemeentewet.
2.
Het gemeenschappelijke orgaan is genaamd ‘Rekenkamer Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg’ en is gevestigd in Voorschoten.
3.
De rekenkamer kan tevens worden aangeduid als ‘Rekenkamer' met daaraan toegevoegd de naam van één van de deelnemende gemeenten.
4.
De hoofdstukken IVa (De rekenkamer) en XIa (De bevoegdheid van de rekenkamer) uit de Gemeentewet zijn van toepassing op de gemeenschappelijke rekenkamer.
Hoofdstuk 3 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 4 Toetreding en uittreding 1.
Toetreding tot de regeling kan geschieden bij een daartoe strekkend gezamenlijk besluit van de deelnemende raden en de raad van de toetredende gemeente.
Pagina 8 van 16
2.
Uittreding uit deze regeling kan geschieden na een daartoe strekkend besluit van de raad van de uittredende gemeente.
3.
Dit besluit wordt uiterlijk twaalf maanden voor de beoogde uittredingsdatum aan de raden en de leden van de rekenkamer medegedeeld.
4.
De financiële gevolgen van een uittreding en de daarbij behorende verplichtingen van de uittredende gemeente worden door de raden vastgesteld na het horen van de voorzitter van de rekenkamer.
Artikel 5 Wijziging en opheffing 1.
Deze regeling kan zowel op voorstel van de rekenkamer als op voorstel van één van de raden worden gewijzigd bij gelijkluidend besluit van de raden.
2.
Deze regeling wordt opgeheven wanneer er slechts één gemeenteraad overblijft in deze regeling.
Hoofdstuk 4 Werkwijze Artikel 6 Ondersteuning van de rekenkamer 1.
De rekenkamer heeft een ambtelijk secretaris.
2.
Er is een postadres van de rekenkamer gevestigd in de gemeente Voorschoten.
3.
De secretaris ondersteunt de rekenkamer voor een goede uitoefening van zijn werkzaamheden.
4.
De voorzitter van de rekenkamer stuurt de secretaris aan.
5.
De raden besluiten, op voordracht van de voorzitter van de rekenkamer, tot het aanwijzen van de secretaris.
6.
De griffier van de gemeente waar het postadres van de rekenkamer is gevestigd, gaat een overeenkomst aan die strekt tot het in dienst nemen van de secretaris.
7.
De gemeente waar het postadres is gevestigd, draagt zorg voor de betaling van de vergoeding aan de leden en de ambtelijk secretaris van de rekenkamer. Ook verzorgt deze gemeente de overige betalingen van de rekenkamer, na accordering van de voorzitter van de rekenkamer.
Artikel 7 Het onderzoek 1.
De rekenkamer bepaalt welke onderzoeken worden verricht.
2.
De onderzoekscapaciteit wordt zoveel mogelijk evenredig verdeeld over de deelnemende gemeenten.
3.
De rekenkamer legt tweejaarlijks een onderzoeksprogramma voor aan de raden. De raden kunnen voorstellen voor onderzoek aandragen bij de rekenkamer.
4.
De rekenkamer bericht in hoeverre aan een verzoek van een raad zoals bedoeld in lid 3 wordt voldaan.
Pagina 9 van 16
5.
Indien op verzoek van een raad of enkele raden een extra onderzoek wordt verricht door de rekenkamer, zijn de daaraan verbonden meerkosten voor rekening van die gemeente(n).
6.
De rekenkamer stelt een onderzoeksprotocol op met nadere richtlijnen voor de inrichting en de uitvoering van het onderzoek.
Artikel 8 Overleg 1.
De rekenkamer voert ten minste jaarlijks overleg met vertegenwoordigers van de raden.
2.
Bij dit overleg worden in ieder geval de begroting en de jaarrekening van de rekenkamer besproken.
3.
De rekenkamer vraagt bij belangrijke bedrijfsvoeringbeslissingen de vertegenwoordigers van de raden vooraf om een zienswijze.
4.
De rekenkamer meldt het aan de vertegenwoordigers van de raden als er zich zaken voordoen waarvan de raden kennis zouden moeten nemen.
Artikel 9 Klankbordgroep 1.
Er is een klankbordgroep voor de rekenkamer.
2.
Iedere gemeenteraad wijst uit zijn midden twee leden aan voor de klankbordgroep. De raden kunnen daarnaast plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen.
3.
De klankbordgroep fungeert als onafhankelijk sparringpartner voor de rekenkamer.
4.
De klankbordgroep heeft een reglement van orde.
Hoofdstuk 5 Financiën Artikel 10 Bijdragen deelnemende gemeenten 1.
De raden stellen, na overleg met de rekenkamer, de rekenkamer de nodige middelen ter beschikking voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden.
2.
De hoogte van het budget is vastgesteld op het bedrag van € 1,22 per inwoner, uitgaande van het totale aantal inwoners van de deelnemende gemeenten per 1 januari van het jaar daarvoor. Dit bedrag wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd volgens de prijsindex van het CBS (genoemd CPI Alle huishoudens).
Hoofdstuk 6 Benoeming en rechtspositie Artikel 11 Benoeming 1.
De rekenkamer bestaat uit zes leden, waaronder een voorzitter.
2.
De raden worden betrokken bij de selectieprocedure van de leden van de rekenkamer.
3.
De raden benoemen de leden van de rekenkamer op voordracht van de vertegenwoordiging van de raden door een gelijkluidend besluit.
Pagina 10 van 16
4.
De leden van de rekenkamer leggen de eed of verklaring en belofte af in één van de raden van de deelnemende gemeenten.
5.
De leden van de rekenkamer, waaronder de voorzitter, kunnen maximaal één keer voor een periode van zes jaar worden herbenoemd.
Artikel 12 Vergoeding 1.
De vergoeding voor de leden, plaatsvervangend voorzitter en voorzitter van de rekenkamer is gebaseerd op de gewogen gemiddelde raadsvergoeding in de gemeenten Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg.
2.
Voor de berekening van de gewogen gemiddelde raadsvergoeding geldt de volgende formule: (aantal inwoners van Wassenaar x raadsvergoeding in Wassenaar) + (aantal inwoners van Voorschoten x raadsvergoeding in Voorschoten) + (aantal inwoners van Oegstgeest x raadsvergoeding in Oegstgeest) + (aantal inwoners van Leidschendam-Voorburg x raadsvergoeding in LeidschendamVoorburg) gedeeld door het totaal van aantal inwoners van Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg.
3.
De hoogte van de vergoeding bedraagt voor: -
Een lid: 25% van het bedrag van de uitkomst van de formule in lid 2;
-
Een plaatsvervangend voorzitter: 35% van het bedrag van de uitkomst van de formule in lid 2;
4.
Een voorzitter: 45% van het bedrag van de uitkomst van de formule in lid 2.
Voor het bepalen van het aantal inwoners in de gemeenten en de hoogte van de raadsvergoeding wordt als peildatum aangehouden 1 januari.
5. De leden van de rekenkamer ontvangen daarnaast een vergoeding voor hun reiskosten. Dit is maximaal de belastingvrije kilometervergoeding. Kosten van openbaar vervoer worden geheel vergoed. Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 13 Inwerkingtreding en evaluatie 1.
Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van publicatie en werkt terug tot en met 1 januari 2024.
2.
Deze regeling wordt minimaal eenmaal in de vier jaar geëvalueerd door de raden.
Artikel 14 Citeertitel Deze gemeenschappelijke regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg.
Pagina 11 van 16
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Voorschoten, gehouden op 11 april 2024.
de griffier,
ValidSigned door B.J. Urban op 08-03-2024
Drs. B.J. Urban
Pagina 12 van 16
de voorzitter, ValidSigned door Nadine Stemerdink op 11-03-2024
Drs. N. Stemerdink
Toelichting bij Gemeenschappelijke regeling rekenkamer Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg Algemeen De Gemeentewet biedt via artikel 81l gemeenten die gebruik willen maken van dezelfde rekenkamer de mogelijkheid om een dergelijke samenwerking vorm te geven in een gemeenschappelijke regeling. Artikel 1 Begripsomschrijvingen Dit artikel geeft definities. De Gemeentewet schrijft voor dat de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) moet worden toegepast voor samenwerking via een gemeenschappelijke rekenkamer. Bij de toepassing hiervan is een aantal artikelen van de Wgr buiten werking verklaard. Artikel 3 Gemeenschappelijke rekenkamer Er dient een gemeenschappelijk orgaan te worden opgericht door middel van een gemeenschappelijke regeling, omdat dit zo is voorgeschreven in artikel 81l van de Gemeentewet. De Gemeentewet geeft aan dat onder andere de artikelen 1 en 8, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen toegepast dienen te worden bij het instellen van een gemeenschappelijke rekenkamer. De Gemeentewet geeft een regeling voor de decentrale rekenkamer. Deze is met name terug te vinden in hoofdstukken IVa (De rekenkamer) en XIa (De bevoegdheid van de rekenkamer). De gemeente mag daar bij verordening niet van afwijken.
Om te onderstrepen dat dit ook geldt voor de gemeenschappelijke rekenkamer in een gemeenschappelijke regeling, wordt hiernaar in dit artikel verwezen. Het gemeenschappelijk orgaan is genaamd Rekenkamer Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg maar kan ook worden aangeduid als de Rekenkamer [naam eigen gemeente] of de Rekenkamer met daarachter de naam van één van de andere deelnemende gemeenten. Een gemeenschappelijk orgaan bezit anders dan een openbaar lichaam geen rechtspersoonlijkheid. Het kan dus niet zelfstandig deelnemen aan het maatschappelijk verkeer en bijvoorbeeld geen arbeidsovereenkomsten sluiten. Personeel dat werkt voor een gemeenschappelijk orgaan moet dus altijd in dienst zijn van één of meer van de deelnemende partijen. Een ander verschil is dat het gemeenschappelijk orgaan maar één bestuur heeft en niet zoals het openbaar lichaam een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.
Pagina 13 van 16
Artikel 4 Toetreding en uittreding Bij toetreding van een gemeente zorgen alle deelnemers ervoor dat er zo spoedig mogelijk een gelijkluidend besluit wordt genomen door de raden. Omdat uittreding tot krimp van de personeelsbezetting kan leiden en ook andere kosten, kunnen de deelnemende gemeenten bepalen dat er kosten zijn verbonden aan de uittreding. Artikel 5 Wijziging en opheffing Ook indien deze regeling dient te worden gewijzigd, zorgen de deelnemers ervoor dat dit op zo spoedig mogelijke termijn gebeurt. De griffiers van de deelnemende gemeenten beslissen onderling wie de coördinatie van werkzaamheden voor een wijziging of opheffing op zich neemt. Volgens artikel 9 lid 1 van de Wgr dienen bij een regeling voor onbepaalde tijd bepalingen te worden opgenomen over wijziging, opheffing, toetreding en de gevolgen van uittreding. Hierin is met dit artikel voorzien. Aangezien het een gemeenschappelijk orgaan betreft en geen rechtspersoonlijkheid bezit, hoeven geen afspraken te worden opgenomen over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon. Artikel 8 Overleg Om een goede communicatie tussen de rekenkamer en de raden te bevorderen wordt tenminste jaarlijks overleg gevoerd tussen de rekenkamer en vertegenwoordigers van de raden.
Het overleg heeft onder andere de volgende functies: het adviseren over de ontwerpbegroting alvorens deze voor zienswijze aan de raden wordt voorgelegd, het bespreken van de jaarrekening alvorens deze wordt vastgesteld en het bespreken van andere belangrijke bedrijfsvoerings- beslissingen. Artikel 9 Klankbordgroep De raden stellen een klankbordgroep in die fungeert als een klankbord voor de rekenkamer. De klankbordgroep is een informeel overlegorgaan en kan de rekenkamer gevraagd en ongevraagd van advies voorzien. De klankbordgroep kan met de rekenkamer sparren over thema`s die leven in de raad als mogelijk onderzoeksonderwerp en over lopende onderwerpen. De klankbordgroep wordt niet betrokken bij: • De besluitvorming van de rekenkamer over het starten van een onderzoek; • De uitvoering van onderzoeken;
Pagina 14 van 16
•
De vaststelling van de rapporten, aanbevelingen en conclusies.
Ook hebben de leden van de klankbordgroep geen inzage in de documenten en inlichtingen die de rekenkamer in het kader van een specifiek onderzoek heeft vergaard. Artikel 10 Bijdragen deelnemende gemeenten Volgens artikel 34 van de Wgr wordt de begroting door het gemeenschappelijk orgaan vastgesteld. Dat is de rekenkamer. Met het vaststellen van de begroting wordt niet de hoogte van de bijdrage van de deelnemers aan de regeling vastgesteld. Met andere woorden: de begroting wordt vastgesteld aan de hand van de door de raden ter beschikking gestelde financiële middelen. Bij het opstellen van een begroting moet de indexering worden geschat. De werkelijke indexering is pas na afloop van een kalenderjaar bekend. Nacalculatie vindt plaats op basis van de cijfers van het CBS (genoemd CPI Alle huishoudens).
Onderuitputting in enig jaar kan worden gecompenseerd in volgende jaren. Enige reservevorming is mogelijk indien een lopend onderzoek niet afgerond is voor het einde van het kalenderjaar. Het is niet de bedoeling dat de rekenkamer vermogen opbouwt. Indien onderuitputting in volgende jaren niet gecompenseerd kan worden, stort de rekenkamer het overschot naar evenredigheid terug naar de gemeenten. Artikel 11 Benoeming Na afloop van de wettelijke periode kan het lid van de rekenkamer worden herbenoemd voor een nieuwe periode. De raden herbenoemen het lid van de rekenkamer op voordracht van een vertegenwoordiging van de raden door een gelijkluidend besluit. Artikel 12 Vergoeding Artikel 81o Gemeentewet bepaalt dat de vergoeding die de leden van de rekenkamer voor hun werkzaamheden ontvangen en de tegemoetkoming in de kosten die zij ontvangen, in de gemeenschappelijke regeling worden geregeld. De vergoeding is sinds 2019 gebaseerd op de gewogen gemiddelde raadsvergoeding van de deelnemende gemeenten volgens de volgende formule: (aantal inwoners van Wassenaar x raadsvergoeding in Wassenaar) + (aantal inwoners van Voorschoten x raadsvergoeding in Voorschoten) +
Pagina 15 van 16
(aantal inwoners van Oegstgeest x raadsvergoeding in Oegstgeest) + (aantal inwoners van Leidschendam-Voorburg x raadsvergoeding in LeidschendamVoorburg) / totaal van aantal inwoners van Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en LeidschendamVoorburg = € … Voor de vergoeding voor de leden, plaatsvervangend voorzitter en voorzitter van de Rekenkamer WVOLV is uitgegaan van respectievelijk 25%, 35% en 45% van de gewogen gemiddelde raadsvergoeding in de gemeenten Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg. De vergoeding voor de leden van de rekenkamer volgt de indexatie van de raadsvergoedingen. Die worden ieder jaar op 1 januari geïndexeerd. De vergoeding voor de leden van de rekenkamer wordt ieder jaar in januari berekend op basis van de geïndexeerde raadsvergoedingen. Schematisch weergegeven: W (inw. x €) + V (inw. x €) + O (inw. x €) + LV (inw. x €) ----------------------------------------------------------------= € … (= gewogen gemiddelde) totaal inwoners W,V, O en LV op 1 januari Voorzitter: Plaatsvervangend voorzitter: Leden:
Pagina 16 van 16
45% x € … (gewogen gemiddelde) 35% x € … (gewogen gemiddelde) 25% x € … (gewogen gemiddelde)