CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel belastingverordeningen 2024

Commissie Burger & Bestuur Voorschoten 30 november 2023, gemeente voorschotenBij agendapunt: Belastingverordeningen 20242.794 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VOORBLAD

Voorstel aan de Raad

Zaaknummer:

Z/23/080567/370280

Datum collegebesluit:

21 november 2023

Datum commissievergadering:

30 november 2023

Datum raadsvergadering:

7 december 2023

Soort Voorstel:

Raadsvoorstel

Onderwerp:

Belastingverordeningen 2024

Portefeuillehouder:

Wethouder H. van der Elst

Programma:

Diversen

Kernboodschap:

De raad besluit tot vaststelling van belastingverordeningen op basis waarvan in 2024 belasting wordt geheven. Met het vaststellen van de begroting 2024 heeft de raad de belastingverordeningen die op dat moment al vastgesteld konden worden vastgesteld. De resterende verordeningen worden nu vastgesteld. De voorgestelde tarieven voor 2024 de legesverordening zijn gebaseerd op de begroting 2024. Voor de verordeningen OZB en RZB wordt de raad gevraagd om een keuze te maken tussen twee varianten (netto/bruto verhoging van de OZB niet-woningen) voor de uitvoering van Amendement 265 “Hondenbelasting”. Verder wordt voor de uitvoering van dit amendement door de raad de “verordening tot intrekking van de hondenbelasting” vastgesteld. Reclamebelasting blijft t.o.v. het belastingjaar 2023 ongewijzigd en loopt ongewijzigd door in 2024.

Bijlagen:

Ja 1.

“Legesverordening Voorschoten 2024”, inclusief bijbehorende Tarieventabel.

2.

“Verordening onroerendezaakbelastingen (OZB) Voorschoten 2024” netto variant;

3.

“Verordening onroerendezaakbelastingen (OZB) Voorschoten 2024” bruto variant;

4.

“Verordening roerende-zaakbelastingen (RZB) Voorschoten 2024 ”netto variant;

Pagina 1 van 10

5.

“Verordening roerende-zaakbelastingen (RZB) Voorschoten 2024 ”bruto variant;

6.

“Verordening tot intrekking hondenbelasting Voorschoten 2023”.

Stukken ter inzage:

Nee

Beslispunten:

De volgende belastingverordening voor 2024 vast te stellen: 1.

Legesverordening Voorschoten 2024, inclusief bijbehorende Tarieventabel;

2.

Verordening onroerendezaakbelastingen (OZB Voorschoten 2024 (netto variant);

3.

Verordening roerende-zaakbelastingen (RZB) Voorschoten 2024 (netto variant);

4.

Verordening intrekking hondenbelasting Voorschoten 2023.

Relatie met:

Agendapunt: Toezegging: Amendement/motie: Amendement 265 “Hondenbelasting” Schriftelijke vragen:

Pagina 2 van 10

Adviesnota aan de Raad Onderwerp Belastingverordeningen 2024 Proces voorstel De netto variant heeft de voorkeur van het college. Hierbij is er een netto dekking door bij de verhoging onroerendezaakbelastingen (ozb) niet-woningen rekening te houden met de gestegen lasten voor de objecten die bij de gemeente in eigendom en/of gebruik zijn. De dekking zoals genoemd in het dictum van amendement 265 hondenbelasting is zodanig geïnterpreteerd dat dit geen invloed mag hebben op het begrotingssaldo. De raad heeft de mogelijkheid om dit raadsvoorstel te amenderen en te kiezen voor de bruto variant. In dat geval wordt een deel van de gederfde inkomsten (circa € 21.000) uit hondenbelasting opgebracht door de gemeente zelf. Hiervoor zal dan de begroting aangepast moeten worden en zal het structurele begrotingssaldo verslechteren met dit bedrag. Samenvatting Door wijzigingen in de regelgeving en tarieven worden jaarlijks de belastingverordeningen aangepast. Bij het vaststellen van de begroting 2024 zijn al een aantal belastingverordeningen voor 2024 vastgesteld (afvalstoffenheffing, rioolheffing, toeristenbelasting, marktgelden, precariobelasting en begraafplaatsrecht). Niet alle verordeningen konden bij het vaststellen van de begroting al worden vastgesteld.

Zo zijn bijvoorbeeld de tarieven voor de OZB, RZB afhankelijk van de waardeontwikkeling van de WOZ-waarden en wordt voor een aantal leges pas eind november nog een wijziging in het maximumtarief bekendgemaakt. De in de voorliggende verordeningen en tarieventabellen opgenomen tarieven zijn geïndexeerd op basis van de uitgangspunten van de vastgestelde programmabegroting 2024. Door het aangenomen amendement 265 wordt er geen hondenbelasting meer geïnd per 2024. De heffingspercentages voor de OZB niet-woningen zijn extra verhoogd voor financiële dekking vanwege afschaffing van de hondenbelasting. Hiervoor zijn voor de verordeningen OZB en RZB een netto en bruto variant opgenomen. De netto variant heeft de voorkeur. Hierbij is er een netto dekking door bij de verhoging OZB niet-woningen rekening te houden met de gestegen lasten voor de objecten die bij de gemeente in eigendom en/of gebruik zijn. De dekking, zoals genoemd in het dictum van amendement 265 hondenbelasting, heeft bij de keuze van de netto variant geen invloed op het begrotingssaldo. Ingeval de keuze gemaakt wordt voor de bruto variant wordt een deel van de gederfde inkomsten (circa € 21.000) uit hondenbelasting opgebracht door de gemeente zelf. Hiervoor zal dan de begroting aangepast moeten worden en zal het structurele begrotingssaldo verslechteren met dit bedrag.

Beoogd effect Dit voorstel strekt er toe – door het vaststellen van de respectievelijke verordeningen en Pagina 3 van 10

tarieventabellen – de rechtsgrond voor de heffing van diverse belastingen en rechten te creëren en daarmee belastingheffing over het jaar 2024 mogelijk te maken. Door vaststelling van de verordening tot intrekking hondenbelasting 2023 wordt uitvoering gegeven aan beëindiging van deze belasting en wordt per 2024 geen hondenbelasting meer geïnd. Argumenten 1.1 De meest recente waardeontwikkeling is nog niet bekend OZB en RZB De tarieven voor de OZB en RZB zijn – naast de begroting 2024 vastgestelde opbrengsten – afhankelijk van de waardeontwikkeling. Over deze waardeontwikkeling wordt de gemeente regelmatig geïnformeerd door de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) die onder andere de waardering in het kader van de Wet WOZ uitvoert. Bij het bepalen van de tarieven voor de OZB en RZB is rekening gehouden met de meest recente informatie omtrent de waardeontwikkeling. Het betreft hier de ontwikkeling tussen waardepeildatum 1 januari 2022 en 1 januari 2023. Op basis van deze informatie is sprake van geen waardestijging voor woningen en een waardestijgingspercentage van 1,1% voor niet-woningen. 1.2 Keuze variant voor verhoging van OZB niet-woningen als financiële dekking vanwege afschaffing hondenbelasting Door het aannemen van amendement 265 ‘Hondenbelasting’ is het volgende besloten: 1. De hondenbelasting uit de begroting te schrappen; 2.

Dit te dekken middels een verhoging van de OZB op niet-woningen. Uit het amendement is niet duidelijk te herleiden of bij de verhoging van de OZB niet-woningen rekening gehouden dient te worden met de extra lasten die de gemeente draagt vanwege de aanslag OZB voor niet-woningen in eigendom en/of gebruik van de gemeente. Hieronder worden de netto- en bruto varianten uitgelegd. Bij de netto variant wordt de OZB niet-woningen verhoogd waarbij rekening gehouden wordt met de gestegen lasten voor de gemeente, voor de heffing OZB niet-woningen eigenaren en gebruikers die voor rekening van de gemeente komen. Deze verhoging is voor de gemeente per saldo budgettair neutraal. Bij deze keuze is geen aanpassing van de begroting nodig. De bruto variant leidt tot een verhoging van de lasten voor de gemeente die niet gecompenseerd wordt met deze verhoging. Bij deze keuze zal het structurele begrotingssaldo verslechteren met € 21.000 en zullen deze financiële gevolgen worden verwerkt in de voorjaarsnota en kadernota. De verordening RZB is qua heffingsmaatstaven identiek aan de verordening OZB. Binnen de gemeente Voorschoten bevinden zich echter geen roerende zaken niet-woningen. Het verhoogde tarief heeft vanuit de RZB verordening daarom geen invloed op de inkomsten. Pagina 4 van 10

Vergelijking variant mogelijkheden Voor beide varianten geldt dat er sprake is van een verhoging van het tarief voor de OZB nietwoningen. Bij de netto variant is bij de verhoging OZB niet-woningen rekening gehouden met de extra lasten voor de gemeente en heeft de verhoging geen effect op de begroting. De extra lasten komen geheel voor rekening van belastingplichtigen OZB niet-woningen, niet zijnde de gemeente Voorschoten. Hieronder volgt een overzicht van de verschillen tussen beide varianten: Netto variant •

De OZB op niet-woningen wordt verhoogd om de gemiste netto inkomsten van de hondenbelasting (€ 137.500) en de extra kosten voor de gemeente inclusief wegingsfactor (€ 22.000) te dekken.

•

De dekking voor de extra OZB lasten niet-woning voor de gemeente inclusief wegingsfactor (€ 22.000) wordt gedragen door de overige eigenaren en gebruikers niet-woningen.

•

Het totaal van de verhoging voor de OZB niet-woningen wordt hierdoor € 159.500 (€ 137.500 + € 22.000), exclusief extra kosten bezwaar en beroep.

•

De gemiddelde verhoging per object niet-woning bedraagt € 246,70.

•

Er is geen aanpassing van de begroting nodig.

•

Dekkingspercentage op te nemen in Verordening onroerendezaakbelastingen Voorschoten 2024 en Verordening roerende-zaakbelastingen Voorschoten 2024, zie bijlagen.

Onderdeel

Heffingspercentage Netto variant

OZBE niet-won

0,2743%

OZBG niet-won

0,2320%

Bruto variant •

De OZB op niet-woningen wordt verhoogd om de gemiste netto inkomsten van de hondenbelasting (€ 137.500) te dekken.

•

De gemiddelde verhoging per object niet-woning bedraagt € 214,17.

•

De gemeente draagt een deel van de gederfde inkomsten ten bedrage van € 21.000, exclusief extra kosten bezwaar en beroep.

•

Er is aanpassing van de begroting noodzakelijk welke financieel verwerkt zal worden bij de voorjaarsnota 2024 en kadernota 2025.

•

Dekkingspercentage op te nemen in Verordening onroerendezaakbelastingen Voorschoten 2024 en Verordening roerende-zaakbelastingen Voorschoten 2024, zie bijlagen.

Pagina 5 van 10

Onderdeel

Heffingspercentage Bruto variant

OZBE niet-won

0,2692%

OZBG niet-won

0,2293%

1.3 De leges zijn geactualiseerd Leges De legestarieven zijn conform de uitgangspunten van de begroting met het inflatiepercentage verhoogd. Uitzondering hierop vormen de wettelijk vastgestelde (maximum) tarieven. Naast de aanpassing van de tarieven zijn gevolgen van gewijzigde regelgeving in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 in de legesverordening en daarbij behorende tarieventabel verwerkt. De wijzigingen worden hieronder toegelicht. De nieuwe wetgeving leidt tot twee belangrijke wijzigingen in de legesverordening. Onder de Omgevingswet wijzigen de regels voor bedrijven naar een stelsel van regels voor milieubelastende activiteiten. Nieuw is daarbij ook dat er leges voor milieubelastende activiteiten kunnen worden geheven. Onder het huidige stelsel zijn leges voor milieuvergunningen niet mogelijk. De Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) verzorgt de uitvoering van alle milieu gerelateerde taken voor Voorschoten. De ODWH heeft de tarieven op basis van de te verwachten kosten bepaald. In de regio West-Hollland worden zoveel als mogelijk gelijke tarieven voor de milieubelastende activiteiten voorgesteld. De tweede belangrijke wijziging komt voort uit de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Op grond van de Wkb moet de vergunning voor bouw worden opgesplitst in een ruimtelijk en een technisch deel.

Voor bouwwerken in gevolgklasse 1 vervallen de technische onderdelen bij vergunningverlening en toezicht vanuit de gemeente. De initiatiefnemer zal voor deze technische taken een kwaliteitsborger moeten gaan inhuren. Gevolgklasse 1 betreft eenvoudige bouwwerken, maar die maken wel een groot deel uit van de aanvragen. Ongeveer 75% van de aanvragen voor bouw valt onder gevolgklasse 1. Waar de bouwtechnische taken voor de gemeente wegvallen, vallen ook de legesinkomsten voor het bouwtechnische deel weg. Het tarievenstelsel in Hoofdstuk 2 van de legesverordening is daarom aangepast op de Omgevingswet en de Wkb en moet gelijktijdig met die wetten in werking treden. Voor de ‘nieuwe’ tarieven is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij tarieven uit 2023. Door de invoering van de Wkb moet onderscheid worden gemaakt in een technisch en een ruimtelijk deel bij de activiteit bouwen. Hiervoor is een analyse gemaakt van de aanvragen omgevingsvergunning uit de jaren 2019, 2020, 2021 en 2022. Het resultaat daarvan is dat verreweg de meeste kosten zitten in het ruimtelijk deel, zeker voor bouwwerken in gevolgklasse 1. De inzet op de technische aspecten bij eenvoudige bouwwerken is al jarenlang laag, dat is een gevolg van integraal (bouw, brandveiligheid, milieu) en risicogericht werken, zowel bij Pagina 6 van 10

vergunningverlening als bij toezicht. In de opzet van de betreffende legesartikelen zijn we dicht gebleven bij de huidige tarievenopbouw, de tarieven zijn alleen verdeeld in een technisch deel en een ruimtelijk deel. Het technisch deel is het legesdeel dat als gevolg van de Wet kwaliteitsborging bouwen voor alle bouwwerken in gevolgklasse 1 gaat wegvallen. Voor wat betreft de legesverordening zijn er voor wat betreft de vrijstellingen, in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024, wijzigingen onder artikel 4. De vrijstelling onder artikel 4 c “diensten waarvan kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald” is vanwege de gewijzigde wetgeving gewijzigd naar “de behandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning waarvan de kosten op grond van afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald.” De vrijstelling voor de aanvraag om een “gewone” omgevingsvergunning milieu, opgenomen onder artikel 4 d in de legesverordening, vervalt. Onder de nieuwe regelgeving wordt deze aanvraag omgezet naar een melding Activiteitenbesluit. Hierdoor is het niet meer nodig dat er een besluit genomen wordt op een dergelijke aanvraag. De vrijstelling opgenomen onder artikel 4 e in de legesverordening vervalt vanwege het vervallen van de beperkte milieutoets onder de Omgevingswet.

Tenslotte is onder artikel 10 een beperkte wijzigingsbevoegdheid door het college toegevoegd aan de legesverordening. Deze bevoegdheid is ten behoeve van een meer gestroomlijnd bestuurlijk proces. In het artikel zijn grenzen gesteld aan de bevoegdheden van het college. Wijzigingen die niet in het artikel genoemd worden, moeten nog steeds via de raad worden goedgekeurd. 1.4 Reclamebelasting 2023 loopt door in 2024 De opbrengst van de reclamebelasting is ten opzichte van 2023 niet gewijzigd en wordt onder aftrek van de perceptiekosten gestort in het ondernemersfonds. Het tarief per € 1.000 WOZwaarde is evenmin ongewijzigd en blijft € 2,50. Het minimum- en maximumbedrag van de aanslag is ongewijzigd gebleven op respectievelijk € 400 en € 900. Omdat er geen wijziging zijn, is vaststelling van een nieuwe verordening niet nodig en is de nu geldende verordening ook van toepassing voor het belastingjaar 2024. 1.5 Afschaffen van de hondenbelasting zoals genoemd in het amendement 265 a. Dat hondenbelasting een gedateerd fenomeen is; b. Op andere huisdieren ook geen belasting wordt geheven en hiermee een onwenselijke ongelijkheid tussen inwoners in stand blijft; c. Bijna 60% van de gemeenten in Nederland (205 van de 342), waaronder onze buurgemeenten Leiden en Leidschendam-Voorburg, de hondenbelasting inmiddels hebben afgeschaft;

Pagina 7 van 10

d. Dat het houden van honden eenzaamheid kan verdrijven en dat wij hiervoor geen financiële drempel wenselijk vinden met name voor mensen met een klein inkomen die hiermee extra hard getroffen worden; e. Dat de opgehaalde belasting niet gebruikt wordt voor beleid ten aanzien van honden. Kanttekeningen Vaststelling is noodzakelijk om nieuwe tarieven te heffen Indien de verordeningen en tarieventabellen niet vastgesteld worden, is het niet mogelijk om in 2024 de gewijzigde tarieven te heffen. Afschaffen hondenbelasting De financiële consequentie in verband met het afschaffen van de hondenbelasting wordt opgevangen door een verhoging van de onroerendezaakbelasting niet-woningen. Burgerparticipatie Het vaststellen van belastingverordeningen en bijbehorende tarieventabellen is een onderwerp dat zich niet leent voor burgerparticipatie. Communicatie De vaststelling van belastingverordeningen en bijbehorende tarieventabellen wordt op grond van wettelijk voorschrift elektronisch bekendgemaakt door het plaatsen van het besluit in een Gemeenteblad. Voor wat betreft de vaststelling van de heffingsmaatstaven niet-woningen wordt door middel van een persbericht actief gecommuniceerd. Financiën De financiële consequenties, verbonden aan de verschillende gemeentelijke belastingen en heffingen zijn reeds in de begroting verwerkt.

Als er gekozen wordt voor de bruto variant dient de begroting daarop aangepast te worden. Voor het begrotingsjaar 2024 zijn de geraamde baten voor de hondenbelasting € 145.000. Daartegenover staan directe lasten voor de huis-aan-huis hondencontrole van € 6.000 plus indirecte lasten van circa € 1.500 voor regiewerkzaamheden vanuit de gemeente. Hieronder valt begeleiding en afstemming met de BSGR door de interne regiemedewerker belastingen. Alle andere kosten die eventueel (indirect) gemaakt worden in het kader van de hondenbelasting worden binnen onze gemeentelijke begroting niet inzichtelijk gemaakt op het onderdeel hondenbelasting. De reden hiervoor is, dat de gemeente geen speciale hondenpoep afvalbakken heeft en daarom kunnen deze kosten niet afzonderlijk in beeld worden gebracht, idem voor het grasmaaien bij de losloopgebieden. De netto geraamde opbrengst bedraagt hiermee € 137.500 (structureel). Deze opbrengst die gemist wordt door afschaffing van de hondenbelasting wordt gecompenseerd door ophoging van de OZB niet-woningen eigendom en gebruik.

Pagina 8 van 10

Risico’s Het niet tijdig vaststellen van de belastingverordeningen heeft tot gevolg dat de voorgestelde tarieven voor 2024 niet geheven kunnen worden en de geraamde opbrengsten in de begroting niet worden gerealiseerd. Het niet vaststellen van deze verordening tot intrekking hondenbelasting heeft tot gevolg dat verordening hondenbelasting 2023 blijft gelden voor het belastingjaar 2024. De verhoging van de heffingsmaatstaven OZB niet-woningen kan vanwege de daarmee gepaard gaande verhoogde belastingdruk bij ondernemers leiden tot een toename van bezwaren en beroepen. Een verhoogd aantal procedures kan vervolgens leiden tot extra kosten bezwaar en beroep, exclusief proceskosten. De extra kosten voor de BSGR kunnen wel oplopen tot een bedrag van € 50.000. Hier zal de gemeente een aparte rekening voor ontvangen. Mocht het bovenstaande zich voordoen dan zal het extra benodigde budget via het reguliere P&C-proces hierop aangepast worden. Duurzaamheid Duurzaamheid speelt bij het vaststellen van de belastingverordeningen geen rol. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

E. van Wattingen,

drs. N. Stemerdink,

gemeentesecretaris

Burgemeester

Pagina 9 van 10

Besluit Zaaknummer: Z/23/080567/370280

De raad van de gemeente Voorschoten; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van dinsdag 21 november 2023, besluit: De volgende belastingverordeningen voor 2024 vast te stellen: 1.

Legesverordening Voorschoten 2024, inclusief bijbehorende Tarieventabel;

2.

Verordening onroerendezaakbelastingen (OZB Voorschoten 2024 (netto variant);

3.

Verordening roerende-zaakbelastingen (RZB) Voorschoten 2024 (netto variant);

4.

Verordening intrekking hondenbelasting Voorschoten 2023.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op donderdag 7 december 2023

de griffier,

de voorzitter,

drs. B.J. Urban

drs. N. Stemerdink

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=0f0a02ac-db7b-45c0-a1d2-9180cbda90f5