PvdA - Algemene beschouwingen Kadernota 2026
Tekst van het document
Spreektekst PvdA- Kadernota 10 juli 2025 Voorzitter, In de Kadernota van vorig jaar — de finale van het Europees Kampioenschap voetbal moest nog gespeeld worden — maakte ik de vergelijking tussen voetbal en politiek. Toen viel het me op hoe de kantineklets van de voetbaltafels steeds vaker doorklonk aan de politieke tafels. Een overschatting naar mijn bescheiden mening van beide tafels. Want zowel het moderne voetbal als de hedendaagse (lokale) politiek zijn vele malen complexer geworden dan vroeger. Een jaar later is er weer een EK, nu van onze oranjeleeuwinnen. En zie ik de parallellen tussen voetbal en politiek alleen maar sterker worden. Waar ik als voetbalfan in de zomer normaal de transfers tussen de clubs nauwgezet volg, lijkt er nu sprake van heuse politieke transferperiode in de politiek: oud-bewindspersonen die van partij willen wisselen, Kamerleden die schuiven van fractie naar fractie, senatoren die verrassende overstappen maken. Het is soms lastig bij te houden wie waar speelt — of anders gezegd: voor wie speelt men nu eigenlijk? En om verder te gaan met de vergelijking met politiek. Want in het voetbal — hoe chaotisch ook — weet iedereen uiteindelijk waar het doel staat. De spelregels zijn helder. Je kunt fouten maken, maar je wordt niet gestraft als je de regels volgt. In de politiek, en zeker op gemeentelijk niveau, is dat steeds minder vanzelfsprekend.
We zitten in een systeem waarin wetten elkaar gaan tegenspreken, en waar uitvoering zonder overtreding onmogelijk gaat zijn. De regels botsen. En gemeenten staan buitenspel. Dat is de huidige praktijk waarin gemeenten nu mee te maken hebben. Neem de Asielnoodmaatregelenwet. De rechter verplicht gemeenten opvang te bieden aan uitgeprocedeerden, terwijl een amendement diezelfde hulp strafbaar maakt. Of neem het verbod op urgentieverklaringen voor statushouders — dat botst frontaal met onze wettelijke taak om hen te huisvesten en te laten integreren. Zegt u het maar. Gemeenten worden zo gedwongen te kiezen tussen twee wetten. Of eigenlijk: tussen wetsovertreding of bestuurlijke verlamming. En dat kan niet de basis zijn voor fatsoenlijk bestuur. Het is onbehoorlijk wat hier gebeurt. Ik geef het de verschillende gemeenten maar te doen. Ook dit College. En precies daarom, voorzitter, is deze Kadernota zo belangrijk. Want ze vraagt iets van ons. Ze vraagt ons koers te houden in een speelveld dat steeds complexer wordt. En ja, misschien ook wel het besef dat politieke stabiliteit meer vraagt dan opportunisme of partijhoppen. Namelijk visie. Verantwoordelijkheid nemen. En belangrijk: de wil om er samen uit te komen. Maar dan moeten we ook eerlijk zijn over onze eigen keuzes.
Voorzitter, waar we de afgelopen jaren telkens te horen kregen dat er “financieel niets mogelijk” was, blijkt keer op keer het tegenovergestelde waar. Wat in eerste instantie een tekort leek, blijkt steevast een overschot. Niet omdat we efficiënt beleid voeren, maar omdat we plannen en ambities structureel niet uitvoeren. We noemen het inmiddels bij de naam: de
Voorschotense Ziekte. De afgelopen 6 jaar hebben we gemiddeld per jaar 2,4 miljoen euro overgehouden. 14, 4 miljoen in totaal. En weet je voorzitter, er is vorig jaar heel hard bezuinigd op het sociale domein. Dat vinden wij onbestaanbaar. Goed bestuur vraagt niet om financiële voorzichtigheid alleen. Het vraagt ook om het lef om te investeren. In betaalbare woningen. In bestaanszekerheid. In dienstverlening die werkt. In een gemeentehuis dat past bij een zelfstandige gemeente. Daarvoor moet je tot het gaatje gaan. Voor onze bewoners. En dat gebeurt nog onvoldoende. Voorzitter, dit is de laatste Kadernota voor de verkiezingen. En dan ga je ook terugkijken. We hebben ons de afgelopen jaren ingezet voor mensen die vaak niet het hardst schreeuwen. Voor gezinnen die worstelen met te hoge kosten. Voor mensen die tussen wal en schip vallen in het systeem. Voor jongeren die geen woning kunnen vinden. En achter al die bijdragen, amendement en moties zaten verhalen van bewoners. Zoals dat van Petra — een alleenstaande moeder in Voorschoten die letterlijk met open ramen moest koken omdat de afzuiger stuk was en de aanvraag voor bijzondere bijstand haar bijna deed opgeven. Niet omdat ze onredelijk was, maar omdat het systeem dat ze nodig had, haar vooral wantrouwde. Dat is waar politiek voor ons over gaat. Niet over abstracte zaken, maar over concrete levens.
Voorzitter, mijn politieke inzet is verbonden met mijn persoonlijke achtergrond. In mijn eigen leven – en dat van mijn familie – heb ik gezien hoe snel het leven anders kan lopen. Hoe ziekte, toeval of pech alles op z’n kop kunnen zetten. En hoe bepalend het is of er dan een overheid is die naast je staat – of die je laat zwemmen. Misschien daarom boeit de politieke filosofie van John Rawls mij zo. Ik heb het bij eerdere begrotingsbehandelingen over hem gehad. Rawls stelt dat een rechtvaardige samenleving niet wordt bepaald door degene met de meeste macht, maar door degene die zich probeert in te leven in de ánder — in wie het minder goed getroffen heeft. Zijn beroemde idee van de sluier van onwetendheid daagt ons uit om regels en beleid te bedenken zonder te weten wie je zelf bent. Niet of je rijk of arm bent. Niet of je gezond bent of ziek. Niet of je een woning bezit, of al jaren op een wachtlijst staat. Rawls zegt: stel je voor dat je morgen wakker wordt en je weet van tevoren niet of je bovenaan of onderaan de maatschappelijke ladder staat.
Hoe zou je dan het beleid inrichten? Welke verdeling van kansen zou je dan eerlijk vinden? Dát, voorzitter, is rechtvaardigheid: niet redeneren vanuit je eigen zekerheid, maar vanuit het besef dat een gebrek daaraan iedereen kan overkomen Wat als jij Petra was? Wat als jij net buiten alle regelingen valt? Zouden we dan nog steeds bezuinigen op de sociale raadsvrouw? Zouden we dan nog steeds zeggen dat er “geen geld is? Met de 14,4 miljoen euro die de afgelopen 6 jaar is overgehouden. Wat zegt het dan als je kinderen uit gezinnen erop achteruit laat gaan? Voorzitter, en dat willen we graag repareren. Daarom dien ik amendement 345 in samen met GroenLinks, SP en D66. Dit voorstel komt voort uit dat we in een motie in september 2024 gezegd hebben als raad dat kinderen geen slachtoffer mogen worden van het
nieuwe minimabeleid. Op 21 januari van dit jaar gaf het College in een informatiebrief 007 aan dat ze de motie niet gaan uitvoeren. Omdat we het niet geld niet zouden hebben. De recente Voorjaarsnota en de meicirculaire laat financiële ruimte zien. Op 15 mei stelde ik voor om dit te repareren bij de bespreking van de individuele inkomenstoeslag, vanwege de ruimere financiële middelen. Toen werd gezegd, dit moeten we regelen bij de aanstaande Kadernota. Ik hoor het mevrouw Zoun van Voorschoten Lokaal nog zeggen. Nu, daar zijn we dan voorzitter. Ik vind dat we dit gewoon als raad moeten regelen. Kinderen mogen niet de dupe worden. Mijn geduld is op. En ik hoop met mij meer raadsleden. Geen motie meer, geen toezegging van de wethouder, ik wil dat kinderen geen nadeel ondervinden van dit beleid. Daarom dit amendement. Met als boodschap aan de wethouder: Ga het regelen! Amendement 343 dien ik samen met GroenLinks, SP en D66 en de VVD; het terugdraaien van de vroegsignalering. Ik ben blij met de steun voor dit amendement van de VVD. Dat deze partijen belangen hechten aan preventiemaatregelen, voordat de maatschappelijke kosten groter worden. Verder dien ik motie 360 over maatwerkbudget in. Om een vinger aan de pols te houden, nadat we dit niet hebben gedaan bij het optuigen van het Noodfonds. En laten we nog kort stilstaan bij de betaalbare woningbouw.
Voorschoten dreigt een slaapgemeente te worden — met nauwelijks woningen voor mensen met een gewoon inkomen. De afgelopen jaren is er vooral gebouwd voor de hogere inkomens en voor ouderen met een zorgindicatie. Natuurlijk verdienen senioren goede huisvesting. Maar de balans is totaal zoek. We hebben namelijk al veel seniorwoningen en er komen er alleen maar meer bij. Projecten als Beresteijn, Bijdorp, Forescate en nu ook de plannen aan de Jan Evertsenlaan zijn allemaal exclusief gericht op senioren. Tegelijk zien we nauwelijks concrete voortgang voor jongeren, starters, of mensen die werken in ons dorp: leraren, verpleegkundigen, agenten, medewerkers in de horeca of techniek. Mensen met een modaal of lager inkomen. Ook zij hebben recht op een plek in Voorschoten. Voor hen duurt dit te lang. De projecten die worden genoemd zitten nog een vroeg in het proces en in een onzeker stadium. Ondertussen zien we dat jongeren het dorp verlaten, omdat ze er simpelweg geen plek vinden. Dat moeten we stoppen. Tegelijkertijd zie ik ook hoopvolle tekenen. Het besluit over het gemeentehuis is er daar één van. We gaan er dadelijk nog over spreken. De koerswijziging op te investeren in sport en cultuur is een ander. Daar zit beweging in, met richting en lef. Tot slot, voorzitter, De verkiezingen komen eraan. En dat betekent dat de kiezer straks weer spreekt.
Maar tot die tijd moeten wij doen waarvoor we hier zitten: keuzes maken. Voor betaalbare woningen. Voor bestaanszekerheid. Voor een gemeente die zelfstandig én sociaal is, en die werkt voor iedereen. Niet wachten. Niet doorschuiven. Niet sparen om het sparen. Maar investeren — in vertrouwen, in mensen, in de toekomst van Voorschoten. Want wie zegt dat het niet anders kan, wil vooral dat het zo blijft.