CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Oplegnotitie Regiomiddag Holland Rijnland Economie en Leefomgeving 3 februari 2021.docx

Gemeenteraad Voorschoten 28 januari 2021, gemeente voorschotenBij agendapunt: Voorbereiden portefeuillehoudersoverleggen Holland Rijnland 3 februari 20212.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegnotitie

Zaaknummer: Documentnummer: Datum: Onderwerp: Bijlage(n):

Z/20/044646 228694/1 28 januari 2021 Voorbereiding PHO Economie en Leefomgeving d.d. 3 februari 2021 -

Geachte Raad, Op 3 februari vindt het PHO Economie en Leefomgeving plaats. Ter voorbereiding van uw reactie in de commissie sturen wij u hierbij onze inzet en vragen bij de diverse regionale onderwerpen. Wij beperken ons hierbij tot de onderwerpen die o.i. de aandacht van de raad behoeven. Uiteraard staat het u vrij om ook over overige onderwerpen opmerkingen mee te geven of vragen te stellen. Op www.hollandrijnland.nl onder ‘Vergaderstukken’ vindt u de agenda en vergaderstukken van de regiomiddag. PHO WONEN 03. Bestuursopdracht Wonen Op 11 november was het online Themacafé ‘de toekomst van de woonruimteverdeling’. Een van de rode lijnen van de avond was dat de woonruimteverdeling de voorraad niet kan vergroten. Het blijft een verdeling van de schaarste. Bouwen van goedkope sociale huurwoningen (vast en tijdelijk / klein en onzelfstandige kamers) is essentieel, naast een heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem. Daarnaast is de huidige Regionale Woonagenda, die op 14 maart 2018 is vastgesteld, niet meer actueel. In 2020 hebben we de Regionale Woonagenda geëvalueerd. Deze evaluatie is een eerste stap voor het actualiseren van de Regionale Woonagenda. Om in te kunnen spelen op de grote en groeiende druk op de woningmarkt en het woonruimteverdeelsysteem, zijn nieuwe afspraken nodig over zowel de woonruimteverdeling als de woningbouw (woonagenda).

Voorstel: Het Dagelijks Bestuur te adviseren bijgaande bestuursopdracht uit te voeren voor de heroriëntatie van het woonruimteverdeelsysteem en de actualisatie van de Regionale Woonagenda. Voorschotens perspectief: Dit voorstel is onderdeel van een langer traject. Momenteel blijkt uit de cijfers van het woonruimte verdeelsysteem dat de wachttijden steeds verder dreigen op te lopen en dat steeds meer woningzoekende niet meer via de gebruikelijke weg aan een woning komen. In Voorschoten wordt er komende jaren veel gebouwd. Het is goed om een regionale inventarisatie te maken. Een herijking van de behoefte zorgt ervoor dat we regionaal en lokaal woningen beter kunnen verdelen. Echter is het geen oplossing voor de schaarste. En zal een verdieping op deze cijfers ervoor zorgen dat we beter in beeld krijgen op welke plekken er in de regio(extra) gebouwd moet worden. Het voorstel past binnen het budget van Holland-Rijnland. Er wordt gevraagd om ambtelijke capaciteit vrij te maken vanuit de regio. Per subregio (4 uur) wordt er ambtelijk capaciteit gevraagd. In ambtelijk overleg wordt capaciteit beschikbaar gesteld vanuit de Leidse regio. Momenteel zal dit geen extra inzet vragen vanuit onze ambtelijke organisatie. Perspectief Leidse regio: er is na het Algemeen Overleg Wonen geen extra overleg meer geweest.

Vanuit de Leidse regio wordt er capaciteit vrijgemaakt om deel te nemen aan de bestuursopdracht. Advies: in te stemmen met het advies aan het dagelijks bestuur zoals hierboven geformuleerd. 04. Behoefteonderzoek woonwagens en standplaatsen Forticon heeft in opdracht van Holland Rijnland de behoefte aan woonwagens en standplaatsen in kaart gebracht. Dit onderzoek is eind 2020 afgerond. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal standplaatsen in de regio aansluit bij het landelijk gemiddelde, dat er geen goede vergelijking te maken is tussen de wachttijd van woonwagenbewoners ten opzichte van de reguliere 1

woningzoekende en dat het huidige toewijzingsbeleid het voor spijtoptanten lastig maakt om een standplaats toegewezen te krijgen. Voorstel: 1. het Dagelijks Bestuur en de colleges te adviseren: a. kennis te nemen van de uitkomsten van het behoefteonderzoek, waaronder dat: − het aantal standplaatsen in Holland Rijnland vergelijkbaar is met het landelijk gemiddelde, namelijk 1,2 per 1000 woningen. − 50 geïnterviewden van boven de 18 hebben aangegeven dat zij op korte termijn (0 tot 5 jaar) een verhuiswens hebben. b. het afstammingsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel vast te stellen; c. bij wijziging van woonbeleid een paragraaf over woonwagens en standplaatsen op te nemen (voor zover dat nu nog niet het geval is); en d. in de regionale monitor van de woningbouwprogramma’s het aantal (nieuwe) standplaatsen bij te houden. 2. ten aanzien van de inschrijving en toewijzing van sociale huurwoonwagens en standplaatsen het Dagelijks Bestuur en de colleges te adviseren: a. in overleg met de doelgroep een nieuwe werkwijze te ontwikkelen en daarbij het advies van Forticon te volgen om een puntensysteem en wachtlijst op te stellen b. een voorkeur uit te spreken over het schaalniveau van de nieuwe werkwijze: lokaal, subregionaal of regionaal c.

dat gemeenten vooruitlopend op deze nieuwe werkwijze, lokaal maatwerk kunnen inzetten om mogelijkheden voor voormalige woonwagenbewoners (spijtoptanten) en eenpersoonshuishoudens te vergroten. 3. ten aanzien van de uitbreiding van het aantal woonwagens en standplaatsen de colleges te adviseren om: a. in de regio bij nieuwbouw als richtlijn het landelijk gemiddelde van 1,2 standplaats per 1000 nieuwbouwwoningen te hanteren. Dan hebben we een opgave om tot 2030 36 nieuwe standplaatsen toe te voegen b. over de uitbreiding subregionaal afspraken te maken in overleg met de doelgroep en omgeving c. bij de uitbreiding van het aantal standplaatsen rekening te houden met de verdeling over de gemeenten, kijkend naar het huidige aantal standplaatsen in relatie tot de totale voorraad. Voorschotens perspectief: De uitspraak van het College van de Rechten voor de Mens zorgt ervoor dat het uitsterfbeleid m.b.t. Woonwagens niet meer acceptabel is. M.a.w. er moeten meer standplaatsen komen in de regio. Het zou dan gaan om tenminste 1,2 per 1000 woningen en dat zou 36 extra standplaatsen in totaal betekenen. Voorschoten heeft momenteel maar één standplaats en een directe doorvertaling van dit beleid zou kunnen betekenen dat Voorschoten meer standplaatsen beschikbaar zou moeten stellen.

Echter is de praktijk weerbarstiger en zou er naast het vaststellen van nieuw beleid ook gekeken moeten worden naar de verdeling van deze standplaatsen en hoe ze verdeeld worden over de subregio. Ook omdat er rekening gehouden moet worden met de cultuur van de woonwagenbewoners die graag gezamenlijk met hun families willen wonen. Daarom is het van belang om samen met de subregio de juiste balans te vinden waarin we een eerlijke bijdrage leveren aan een toekomstbestendige oplossing. Perspectief Leidse regio: In de subregio zijn grote verschillen in het aantal standplaatsen Voorschoten heeft er één en Leiden heeft gemiddeld 2,2 standplaatsen per 1000 woningen. Subregionaal moet hier het gesprek over gevoerd worden hoe er een goede verdeling ontstaat over de (sub)regio. Advies: Positief te adviseren aan het Dagelijks bestuur van Holland-Rijnland, met inachtname van de unieke cultuur van de Woonwagenbewoners zodat zij niet alleen kwantitatieve standplaatsen krijgen maar ook kwalitatieve standplaatsen.

2

PHO RUIMTE

06. Strategische Agenda Ruimte/Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland Voortbordurend op het vruchtbare bestuurlijk gesprek t.b.v. de Strategische Agenda Ruimte of beter de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland tijdens een extra PHO op 15 januari j.l., willen we in dit reguliere PHO drie onderwerpen met jullie bespreken: a. Concretisering strategische keuzes per thema: terug-en vooruitblik b. Integrale opgaven (potentiegebieden) c. Procesplanning Ad a. Concretisering strategische keuzes per thema (30 minuten) In het extra PHO van 15 januari j.l. hebben we voor achtereenvolgens de thema's (1) wonen i.r.t. werken, (2) Economie, Werken en hotspots, (3) Ruimte en Mobiliteit, (4) Energie-infrastructuur (5) Toekomstbestendig en aantrekkelijk landschap jullie reacties opgehaald (zie bijlage met verslag). Tijdens dit PHO laten we zien hoe we hiermee verder gaan en wisselen we hierover met jullie van gedachten. Ook is er gelegenheid om te reageren op het verslag. Ad b. Integrale opgaven (potentiegebieden) (15 minuten) Behalve de strategische keuzes per thema willen we in de Regionale Omgevingsagenda een aantal integrale opgaven benoemen nadrukkelijk redenerend vanuit een (boven)regionaal perspectief waarvan realisatie regionale samenwerking vraagt en steun van bovenregionale partijen.

We zien binnen en/of op de grens van Holland Rijnland een aantal gebieden met ontwikkelpotentieel waar verschillende opgaven samenkomen die een integrale aanpak vereisen. Hiermee borduren we voort op de potentiegebieden die in de omgevingsagenda Hart van Holland zijn geïdentificeerd. Ook in de andere twee sub-regio's wordt nagedacht over potentiegebieden. Het is van belang dat we tot een prioritering gaan komen. We willen mikken op maximaal vier a vijf integrale opgaven die we na vaststelling van de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland nader willen uitwerken in een omgevingsprogramma. Prioritering wil niet zeggen dat andere opgaven die gemeentegrensoverschrijdende samenwerking vragen er minder toe doen, maar die vragen een andere aanpak. Van belang is dus te bedenken welke integrale opgaven zonder regionale samenwerking en een gezamenlijke lobby en inzet van middelen niet van de grond zouden komen, die wanneer iedere gemeente voor zich keuzes en met een aanpak per sector tot sub-optimale oplossingen zouden leiden waar we als regio echt last van hebben of positief redenerend als we het samen doen een hoger maatschappelijk rendement voor de regio opleveren. In dit PHO bespreken we een eerste voorzet (zie bijlage). We denken nog na over een integrale opgave waarin het ontwikkelpotentieel van landschap centraal staat, naast andere opgaven.

Overigens in ieder van de vooralsnog geïdentificeerde integrale opgaven speelt landschap een rol. Ad c. Procesplanning (10 minuten) In het extra PHO op 15 januari j.l. presenteerden we de procesplanning voor totstandkoming van de Regionale Omgevingsagenda i.r.t. RES 1.0 en Regionale Strategie Mobiliteit met de besluitvormingsmomenten op regionaal niveau (PHO, AB) en per gemeente (zienswijzes/wensen en bedenkingen) en de betrokkenheid van bestuurders en raadsleden hierbij. We hadden hier een eerste gedachtewisseling over waarbij het belang van draagvlak en eigenaarschap bij de raden van de verschillende gemeenten is benadrukt. Ook is aangegeven om relevante partners zoals het Hoogheemraadschap, Liander, de provincie, maar ook belangengroepen en bedrijven die acteren op regionale schaal voor zover dat nog niet gebeurt, actief te betrekken. In dit PHO willen we graag jullie commitment krijgen op de voorgestelde procesplanning en jullie eigen benodigde inzet daarbij. We voorzien overigens dat er nog een extra PHO begin maart nodig zal zijn voordat we 31 maart een concept Regionale Omgevingsagenda met jullie kunnen vaststellen t.b.v. een door het DB van Holland Rijnland vrij te geven versie voor het ophalen van zienswijzes/wensen en bedenkingen in jullie raden. Voorschotens perspectief: In de bijgevoegde notitie zijn 6 integrale opgaven beschreven.

De opgaven 1 t/m 5 hebben betrekking op gebieden buiten het grondgebied van Voorschoten, maar zijn regionaal gezien van belang. In deze gebieden gaat het om een integrale opgave, waarbij concurrerende claims als verstedelijking, bedrijventerreinen, infrastructuur, energietransitie etc. claims leggen op de schaarse ruimte en op het landschap. Gezamenlijk moeten keuzes worden gemaakt. 3

De 6de integrale opgave (voorgedragen door Voorschoten en Zoeterwoude) kiest als insteek het landschap en wil integraal kijken naar opgaven als vergroten van de biodiversiteit, aanpak bodemdaling, realiseren en verbeteren van ecologische verbindingen. Deze insteek sluit aan bij de Visie op de Natuurlijke leefomgeving, waarvan de leidende principes door diverse gemeenten (waaronder Voorschoten, Wassenaar, Leiden, Zoeterwoude en Alphen a/d Rijn) zijn vastgesteld. En sluit aan op lokaal beleid. Verder sluit deze aan op de regionale samenwerking in de Landschapstafels (Leidse Ommelanden en Duin Horst & Weide). Het is wenselijk na te gaan hoe we in het proces onze gemeentelijke inbreng via diverse spelers (AB-leden, rapporteurs, collegeleden en ambtelijke ondersteuning) onderling beter kunnen afstemmen. Dit wordt geagendeerd in een werksessie op 11 februari met als onderwerp “Grip op Samenwerking”. Advies: Akkoord te gaan met de beschreven 6 opgaven. De eerste vijf hebben vooral betrekking op gebieden buiten Voorschoten (voor Voorschoten gunstige baten lasten verhouding) en de zesde is door Voorschoten opgepakt in samenwerking met Zoeterwoude in vervolg op de zienswijze van de raad op de Regionale Omgevingsagenda. Maar al deze ontwikkelingen hebben invloed op Voorschoten. Die moeten we dus voortdurend in de gaten houden en monitoren.

Dit maakt deel uit van de strategie van de Voorschotense organisatie om van buiten naar binnen te denken. PHO MOBILITEIT

07. Studie Potentie R-net Zuid-Holland Noord In 2020 is in opdracht van de provincie Zuid-Holland een studie uitgevoerd naar de potentie van Rnet en doorstromingsknelpunten in de concessie Zuid-Holland Noord. Dhr. Sebastiaan van der Vliet zal in deze vergadering een korte toelichting op de uitkomsten hiervan geven. Vervolgens bestaat gelegenheid tot een inhoudelijke discussie en het stellen van vragen. De rapportage is reeds in uw bezit maar is ook voor de zekerheid nogmaals bij de stukken gevoegd. Voorschotens Perspectief: In de studie komen is niets opgenomen over eventuele doorstromingsknelpunten voor wat betreft het Voorschotens wegennet. Naar de potentie van R-net binnen Voorschoten is niet gekeken, aangezien parallel aan de N447 (Traverse) het spoortraject tussen Leiden – Voorschoten - Den Haag loopt. Advies: Kennis nemen. 08. Duurzame mobiliteit in de RES 1.0 Verduurzaming van mobiliteit in onze regio is één van de uitvoeringslijnen van de Regionale Energie Strategie (RES). In de Concept RES hebben wij de ambitie schonere, slimmere en andere mobiliteit vastgelegd en opgenomen om voor de RES 1.0 te onderzoeken hoe wij deze ambitie kunnen concretiseren om effectieve keuzes te maken. Dit onderzoek is inmiddels uitgevoerd door de bureaus Quintel en Witteveen en Bos.

De uitkomsten hiervan worden uitgebreid toegelicht in de bijlage ‘Uitkomsten onderzoek duurzame mobiliteit voor de RES 1.0. De notitie ‘duurzame mobiliteit in de RES 1.0’ geeft de onderzoeksresultaten op hoofdlijn weer en geeft aan hoe deze vertaald kunnen worden in concrete doelstellingen voor het hoofdstuk mobiliteit in de RES 1.0. Eventuele input hierop zien wij graag tijdens het PHO en anders uiterlijk 12 februari tegemoet. De ontvangen input wordt meegenomen bij het opstellen van de RES 1.0. De RES 1.0 wordt eind maart vrijgegeven door het PHO Energie+ voor besluitvorming richting de Colleges en de Raden.

4

Gevraagd wordt: − Kennis te nemen van de onderzoeksresultaten en de begeleidende notitie − Eventueel input te leveren op de stukken uiterlijk 12 februari, zodat dit meegenomen kan worden voor de RES 1.0. Voorschotens perspectief: Voor verduurzaming van mobiliteit zijn meerdere knoppen (bouwstenen) waaraan gedraaid kan worden. Ingeschat wordt dat (volledige) elektrificatie van auto’s de grootste bijdrage zal leveren aan het terugbrengen van het energiegebruik op het terrein van mobiliteit. Voldoende openbare laadmogelijkheden vormen daarbij een cruciale voorwaarde. Voorschoten neemt deel aan de collectieve aanbesteding vanuit Rotterdam, zoals dat ook in de afgelopen periode is gebeurd. Afgesproken is dat er een prognose- en vervolgens een plankaart opgesteld gaat worden om vooraf in kaart te brengen waar laadpalen zullen worden geplaatst. (Op dit moment gebeurt dat toch vooral vraagafhankelijk.) Hiermee kan actiever ingezet worden op participatie vooraf en worden bewoners beter betrokken in het proces dat tot keuzes van locaties leidt Advies: Kennis van nemen en betrekken in verdere uitwerking. 09. Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) Stand van Zaken voortgang Regionale Strategie Mobiliteit In het laatste Portefeuillehoudersoverleg is melding gemaakt van de wijze waarop de werkzaamheden rond de RSM verder worden opgepakt.

Vrijdag 22 januari heeft de voorzitter de inhoud en de verdere werkwijze met de werkgroep doorgesproken. Het portefeuillehoudersoverleg wordt hiervan op de hoogte gebracht. Voorschotens perspectief: Een regionale strategie Mobiliteit past binnen de doelstellingen uit het coalitieakkoord om de bereikbaarheid van Voorschoten verder te verbeteren. Voorschoten maakt onderdeel uit van subregio Leidse regio en wordt binnen de stuurgroep vertegenwoordigd door de wethouder van Leiden. Aangezien binnen Holland Rijnland ook wordt gewerkt aan de RES en de Regionale Omgevingsagenda zal waarschijnlijk vooral worden besproken hoe e.e.a. integraal op te pakken en af te stemmen. Advies: Kennis nemen.

Voor betreft het overige zijn er geen specifieke opmerkingen.

A.R. de Graaf, secretaris

Ch. B. Aptroot burgemeester

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=dc08998d-732d-4ec0-8c2e-0da9ddd8bb5b