Notulen Raadsvergadering 3 april 2025 (get.)
Tekst van het document
Toekomst Sporthal en Zwembad (raadsregistratienummer Z/25/096258/433786)
De voorzitter: Zwembad Het Wedde is verouderd. Het college stelt voor om het zwembad tot 2040 open te houden. Daarnaast gaat het voorstel over de vervanging van sporthal De Vliethorst door nieuwbouw. Voorgesteld wordt om de sporthal te verplaatsen naar zwembad Het Wedde en hier nadere uitwerking aan te geven. Mevrouw De Bruin (VVD): Voorzitter. Het zwembad en de sporthal zijn voor ons dorp twee belangrijke voorzieningen waar veel gebruik van wordt gemaakt. De VVD is een groot voorstander van een goed aanbod van sport- en beweegmogelijkheden. We zijn daarom blij dat we vandaag een volgende stap kunnen zetten in het realiseren van goede accommodaties. In de commissie hebben we uitgebreid gesproken over de onmogelijkheden rondom het zwembad. We hebben nu eenmaal niet zoveel keuze. Door de netcongestie is het niet mogelijk om op korte termijn een nieuw zwembad te bouwen, hoewel dat financieel de beste keuze zou zijn. Openhouden kost ook veel geld, dat we maar één keer kunnen uitgeven. De VVD is dus voorstander van het openhouden van het zwembad, maar niet langer dan noodzakelijk, want alle extra kosten voor het verlengde openhouden zijn in feite weggegooid geld.
Daarom wil de VVD zo snel mogelijk overgaan tot een nieuw zwembad, waarbij wat de VVD betreft bij de uitwerking rekening wordt gehouden met alle mogelijkheden, zowel in de omvang van het bad zelf als in de regionale samenwerking. Dan de sporthal. De voorgestelde locatie naast het huidige zwembad is om meerdere redenen het meest geschikt. Wat de VVD betreft dient dit gezien te worden als een voorkeurslocatie, waarvoor eerst een businesscase moet worden opgesteld om de haalbaarheid en grootte te onderzoeken. Pas op basis van die berekeningen kan de raad besluiten of deze locatie kan worden vastgelegd. Volgens de VVD moet het raadsvoorstel daarom worden aangepast. Daarom dien ik hierbij mede namens Voorschoten Lokaal en het CDA amendement 329 in. Daarmee zouden we het raadsvoorstel zo willen wijzigen dat er zo snel mogelijk een nieuw zwembad komt en dat voor de sporthal een voorkeurslocatie wordt aangewezen naast zwembad Het Wedde, waarbij de uitwerking van deze voorkeurslocatie wordt voorgelegd aan de raad. De overige, meer technische wijzigingen zijn erop gericht om de financiële gevolgen van de besluitvorming over het zwembad bij de Voorjaarsnota en de Kadernota te behandelen, omdat we daar, gezien de kosten, nog een integrale afweging gaan maken over de keuze hiertoe.
Met dit amendement hopen we dat er voortvarend een nieuwe stap wordt gezet voor deze mooie voorziening in ons dorp. Het amendement luidt: "Amendement 329. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 03 april 2025, gezien het raadsvoorstel nr. Z/25/096258/433786 d.d. 04 maart 2025, overwegende dat: a. b. c.
behoud van zwembad Het Wedde groot maatschappelijk draagvlak heeft binnen Voorschoten; nieuwbouw van het zwembad economisch gezien op dit moment de beste oplossing is; nieuwbouw een groot positief effect heeft op de jaarlijkse exploitatiekosten;
Raadsvergadering 3 april 2025
15
d. e. f. g.
nieuwbouw van het zwembad op korte termijn niet mogelijk is vanwege netcongestie; de voorkeur voor de locatie van de nieuwe sporthal voor zowel de gemeente als de sportverenigingen op de ruimte bij het zwembad Het Wedde is; hiervoor nog uitgebreid nader onderzoek nodig is om de haalbaarheid van deze locatie te bepalen; er behoefte is onder sportverenigingen voor een sporthal met 4 zaaldelen (Vliethorst heeft 3 zaaldelen);
Besluit: het voorgestelde besluit als volgt te wijzigen: 1. Beslispunt 1 te wijzigen in: Zo snel als mogelijk nieuwbouw voor het zwembad Het Wedde te realiseren en in afwachting hiervan het huidige zwembad open te houden tot uiterlijk 2040, onder voorbehoud van de integrale afweging bij de Kadernota. 2. Beslispunt 2 te wijzigen in: Locatie sportpark Adegeest bij zwembad Het Wedde aan te wijzen als voorkeurslocatie voor de nieuwe sporthal en het college opdracht te geven alleen deze locatie nader uit te werken voor de kleine zowel als de grote variant (3 vs. 4 zaaldelen) en de resultaten van beide varianten aan de gemeenteraad voor te leggen voor definitieve besluitvorming. 3. Beslispunt 3 te wijzigen in: De begroting 2025 (neutraal) te wijzigen conform de op dit besluit aansluitende begrotingswijziging. 4. Beslispunt 4b tot en met 4e te vervangen door: De verschuivingen met betrekking tot de bestemmingsreserve en voorziening onderhoud voor het zwembad te behandelen bij de Voorjaarsnota 2025 en hiertoe eenmalig een meerjarige wijziging op te nemen en beslispunt 4f om te nummeren naar 4c." Wij hebben kennisgenomen van een aangekondigd amendement en een motie, maar daarvoor wachten we het debat en de appreciatie van de wethouder af. De heer 't Lam (GroenLinks): Voorzitter.
Recent ontspon zich in de Tweede Kamer - volgens een bepaalde partij "eindelijk" - het langverwachte wolvendebat. Veel emoties in de Kamer en ook op de tribune, want er heerst her en der wat angst voor de wolf. Toch zijn het aantal bijtincidenten van wolven bij mensen op één hand te tellen. Daarentegen overlijden jaarlijks 98 mensen door verdrinking, maar daar wordt niet iedere week een debat over aangevraagd. Voor de helderheid: ervoor zorgen dat alle kinderen zwemvaardig zijn, is wel een onderwerp waarin onze rijksoverheid een belangrijke rol speelt, maar die rol pakt zij niet echt. Ook in de Tweede Kamer poogde GroenLinks-PvdA zwembaden te redden door ze dezelfde beschermde status te geven als bibliotheken. Ook lokaal maken we ons sterk voor het behoud van publieke voorzieningen. Voor GroenLinks zijn voorzieningen zoals een sporthal, het zwembad, de bibliotheek en een cultuurlocatie essentieel. We kiezen dan ook niet voor uitstel. We zijn blij dat de wethouder diezelfde insteek heeft met betrekking tot het zwembad. In het commissiedebat werd ook duidelijk dat het voorliggende raadsvoorstel gaat landen in de komende Kadernota. Toch had dit raadsvoorstel over het zwembad vandaag afgesloten kunnen worden als het college zijn werk had gedaan en bij de vorige Kadernota de kaders voor 2025 had opgenomen.
Als dat gedaan was, hadden we nu de toekomst van zwembad Het Wedde veilig kunnen stellen. Nu wordt de discussie verplaatst naar de komende Kadernota, met alle onzekerheid van dien, want we weten allemaal dat het ravijnjaar op ons afkomt en we moeten nog heel veel investeren in ons dorp. Met betrekking tot de sporthal is het iets eenvoudiger, want die is wél opgenomen in de huidige begroting en daarmee kunnen we nu wat meer concrete stappen zetten. In het raadsvoorstel missen we een heldere voorziening voor het bewegingsonderwijs, want als de sporthal verhuist naar Sportpark Adegeest, moet er in het centrum een gymvoorziening komen voor de scholen. Een bijkomend voordeel is dat er met zo'n gymvoorziening extra trainingsruimte komt voor sportverenigingen in Voorschoten. Om deze redenen dien ik hierbij amendement 327 in, waarbij de
Raadsvergadering 3 april 2025
16
bouw van een gymvoorziening in of nabij het centrum ook onderdeel wordt van de planvorming. Het amendement, dat mede wordt ingediend door de PvdA en de SP, luidt: "Amendement 327. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 3 april 2025, gezien het raadsvoorstel nr. Z/25/096258/433786 Toekomst sporthal en zwembad, d.d. 3 april 2025, constaterende dat: a. b. c. d.
n het raadsvoorstel Toekomst sporthal en zwembad de locatie van de Voorschotense sporthal wordt aangewezen op sportpark Adegeest, een andere locatie dan waar de huidige sporthal geplaatst is; er wettelijk is vastgelegd dat het onderwijs ruimte moet hebben om voldoende klokuren bewegingsonderwijs aan te bieden; er een verplichting op de gemeente rust om faciliteiten aan te bieden aan het beweegonderwijs binnen een straal van 1.000 meter gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg van de scholen; het zwaartepunt van de sportbeoefening in Voorschoten verplaatst wordt naar het noordelijke deel van de gemeente;
overwegende dat: e. f.
een zichtbaar signaal aan inwoners en scholen dat de gemeente het beweegonderwijs overal in Voorschoten blijvend wil faciliteren, zinvol is; de aanwezigheid van een gymvoorziening in of nabij het centrum van Voorschoten ook een extra stimulans voor de sportverenigingen van Voorschoten is;
van mening zijnde dat: g.
bij de bouw van een nieuwe sporthal in sportpark Adegeest ook de bouw van een gymzaal of andere sportfaciliteit voor het beweegonderwijs in het centrum meegenomen moet worden in de planvorming.
Besluit: Na beslispunt 2 het volgende beslispunt toe te voegen: 'in of nabij het centrum van Voorschoten een faciliteit te bouwen ter vervanging van de huidige sporthal voor in ieder geval het beweegonderwijs en het college op te dragen hiertoe een voorstel voor te leggen aan de raad'." Aanvullend vraag ik de VVD om vooral in haar tweede termijn een nadere uitleg te geven van haar amendement, vooral met betrekking tot de technisch-financiële punten. Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. Het weer is lekker en de onderwerpen zijn leuk. We gaan het hebben over bewegen. Bewegen is een onderdeel van gezond leven en helpt het lichaam sterk te houden. Bewegen in de zin van bewegingsonderwijs voor basisschoolleerlingen is verplicht. Bewegen als onderdeel binnen een vereniging is van groot belang in ons dorp. Bewegen zou een recht moeten zijn dat wij als gemeente moeten faciliteren als een soort wettelijke taak; daarover heb ik in de commissie al gesproken. De vraag is trouwens of dit binnen de gemeentegrenzen moet zijn of binnen een bepaalde regio en voor welke doelgroep dit dan zou moeten gelden; ook daar sprak ik in de commissie al over. De regionale blik is van groot belang. Zoals ik in de commissie al aankondigde, dien ik hierbij motie 348 in.
Juist nu de gemeente Leiden heeft besloten om te onderzoeken of samenwerking mogelijk is, is dit volgens mij hét moment om daar gebruik van te maken en om ons college op te roepen om daarin samen te werken. De motie luidt: "Motie 348. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 3 april 2025,
Raadsvergadering 3 april 2025
17
constaterende dat: a. b. c. d.
in het raadsvoorstel Toekomst Sporthal en Zwembad gesproken wordt over regionale samenwerking; deze samenwerking verder niet gespecificeerd wordt in het raadsvoorstel; elke gemeente nu zelf haar sportaccommodaties beheert, onderhoudt en vernieuwt; in Leiden een motie is aangenomen in de raad die oproept tot regionale samenwerking;
overwegende dat: e. f. g. h.
sporten niet ophoudt bij de gemeentegrens; het voor individuele gemeenten lastig kan zijn grotere bouwtrajecten te organiseren en financieren zoals een sporthal of een zwembad te vernieuwen of te bouwen; samenwerking op regionaal niveau de slagkracht vergroot en meer mogelijk maakt; als de sportaccommodaties in de regio niet overeind blijven dit ook voor de Voorschotense sporters gevolgen heeft;
verzoekt het college: 1. 2. 3.
om met buurgemeenten te onderzoeken of het mogelijk is toe te werken naar een intensieve regionale samenwerking en afstemming van sportaccommodaties; te onderzoeken welke financiële samenwerking mogelijk is voor realisatie en beheer van huidige en toekomstige sportaccommodaties, bijvoorbeeld middels een gezamenlijk fonds; hierover in 2025 aan de raad te rapporteren."
Ik ga nu in op het raadsvoorstel en de beslispunten. In de commissie heb ik mijn verbazing uitgesproken over een aantal beslispunten. Ik ben blij met het voorliggende amendement over het aanpassen van die beslispunten. Het leek toen namelijk alsof ik het niet snapte, maar nu ik het amendement lees, denk ik: ik snapte het wél, maar dit is beter. Ik ben het sowieso eens met beslispunt 1 van het amendement. Ik ben heel benieuwd naar de motivatie achter beslispunt 2 en voornamelijk naar de reactie van de wethouder hierop, juist omdat de wethouder aangeeft dat Voorschoten '97 een locatie zou zijn. Kan de wethouder daar iets over zeggen? Wat betekent beslispunt 3 precies en wat is de toegevoegde waarde hiervan? Dat is dus dezelfde vraag als de vraag van GroenLinks: ik zou daar graag wat meer over willen horen. Beslispunt 4b tot en met beslispunt 4e vervangen lijkt mij ook een goed punt, want er was daar onduidelijkheid. Over 4f waren we het in de commissie al eens. Dus dank voor dit amendement. Een gymzaal voor onderwijs moet wettelijk geregeld worden. Waarom wordt dit nu niet expliciet in dit plan genoemd? Zit daar een redenering achter? Of moet het sowieso en is het daarom niet nodig om het te noemen? Dat hoor ik ook graag van de wethouder. De vraag is dan dus wat de toegevoegde waarde is, maar volgens mij zijn we het er allemaal over eens dat dit er moet komen.
De heer Van Oostrum (CDA): Voorzitter. We zijn mede-indiener van amendement 329. Omwille van de tijd houden we het heel kort. We zijn voorstander van een nieuw zwembad, omdat dat exploitatietechnisch goedkoper is dan het huidige zwembad; dus graag zo snel mogelijk. Wat de nieuwe sporthal betreft, zijn we voorstander van de locatie bij het huidige zwembad, omdat die locatie synergie genereert. Ten aanzien van de financiën willen wij opmerken dat wij houden van integrale afwegingen. Het instrument daarvoor is ons inziens de Voorjaarsnota, omdat die ook betrekking heeft op de huidige begroting voor 2025. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Geachte voorzitter, raadsleden en inwoners van Voorschoten. Vandaag sta ik voor u om te pleiten voor het behoud van ons geliefde zwembad Het Wedde. Het Wedde is meer dan alleen een plek om te zwemmen; het is een essentieel onderdeel van onze gemeenschap en draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van onze inwoners. In een tijd waarin onze bevolking vergrijst, biedt het zwembad een unieke mogelijkheid voor ouderen om tot op hoge leeftijd te blijven zwemmen. Leren zwemmen is cruciaal voor onze kinderen. Daarnaast is zwemmen een laagdrempelige activiteit die bijdraagt aan een gezonde levensstijl en die de druk op de zorg vermindert. Het openhouden van het zwembad sluit naadloos aan op de doelstellingen van ons sociaal domein en onze Sportvisie.
Het is een investering in de vitaliteit van onze inwoners en een blijk van onze toewijding aan een gezonde gemeenschap.
Raadsvergadering 3 april 2025
18
Zoals hierboven al betoogd, is een zwembad cruciaal. Daarom zouden wij zo snel mogelijk willen beginnen met de realisatie van nieuwbouw. Door de netcongestie lijkt deze opgave op dit moment onmogelijk. Stilzitten is wat Voorschoten Lokaal betreft geen optie. Wij roepen het college dan ook op om een vooruitstrevende houding aan te nemen en over de horizon te kijken. Een hybride energievoorziening moet geen taboe zijn maar een kans. Wij willen zo snel mogelijk een nieuw zwembad. Tot die tijd zal het huidige bad de zorg moeten krijgen die het nodig heeft. De huidige sporthal De Vliethorst is verouderd en voldoet niet meer aan de eisen van de moderne sport. Een nieuwe sporthal is essentieel om onze sportverenigingen te ondersteunen, het bewegingsonderwijs te faciliteren en een gezonde en actieve levensstijl te bevorderen. De verplaatsing van de sporthal naar Sportpark Adegeest biedt unieke kansen. Zij stelt ons in staat om de exploitatie te combineren met het zwembad, wat leidt tot efficiëntie en kostenbesparingen. Daarom vinden wij dat dit als voorkeurslocatie moet worden onderzocht. We moeten ook investeren in een adequate gymzaal voor het bewegingsonderwijs. Een maximale loopafstand van 1.000 meter tussen de scholen en de sportvoorzieningen is cruciaal om onze kinderen een gezonde start te geven.
De realisatie van een nieuwe sporthal en gymzaal vergt een investering, maar laten we niet vergeten dat investeren in sport en bewegen investeren is in onze gezondheid en het welzijn van onze gemeenschap, zowel lokaal als vanuit onze regionale verantwoordelijkheid. Amendement 329, dat aansluit bij onze visie, hebben wij mede ingediend. Wij staan zeer positief tegenover amendement 327. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Wat ik nu ga zeggen, zal niemand verbazen, want dat is eigenlijk precies hetzelfde als wat alle voorgaande sprekers in de eerste termijn al hebben gezegd: we vinden het zwembad heel erg belangrijk voor de jeugd en voor bewegen door ouderen. Dat is namelijk ook zo; dat vinden we ook en dat vinden we met z'n allen, maar we moeten wel een oplossing vinden om dat voor elkaar te krijgen. Het leek er even op dat het zwembad vorig jaar uit de begroting was gehaald. Het zou zeer vervelend zijn als er nu weer twijfel zou ontstaan en als dat weer anders zou moeten gaan door het ravijnjaar, dat eraan zit te komen, maar natuurlijk willen wij zo snel mogelijk een nieuw zwembad. Van het huidige zwembad hebben we al lang geleden geconstateerd dat het beter was om met een nieuw zwembad te komen. We willen wel heel graag dat er een zwembad in Voorschoten blijft; zoals ik al zei: zowel voor het zwemonderwijs aan kinderen als voor vitaal bewegen door ouderen.
Wat de sporthal betreft is het eigenlijk nog veel makkelijker: die is zéker aan het einde van zijn levensduur en er moet zeker iets nieuws komen voor het sportonderwijs, voor de sportverenigingen en voor iedereen die er gebruik van wil maken. Het lijkt ook ons een goed idee om die nieuwe sporthal naast het zwembad neer te zetten, want dat is natuurlijk heel makkelijk, bijvoorbeeld omdat je dan maar één kantine hoeft te hebben waar alle gebruikers van die verschillende onderdelen gebruik van maken, zoals dat nu al bij de ijsbaan en het zwembad De Vliet in Leiden is: één kantine in het midden voor zowel de ijsbaan als het zwembad. Dat scheelt gewoon exploitatiekosten. Dat kan je ook hier doen; dat werkt op heel veel plekken heel goed en dat moet je hier ook gewoon willen. Belangrijk is wel dat de kinderen van De VOS op de locatie Ter Lips en van de Gevers Deynootschool, die nu gymles hebben in sporthal De Vliethorst, een nieuwe locatie voor de gymles krijgen waar ze gewoon naartoe kunnen komen. GroenLinks gaf dat al aan en wij hebben dat amendement daarom medeondertekend. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Wij als Partij van de Arbeid hebben al eerder gezegd dat wij enorm voorstander zijn van het openhouden van het zwembad en alle sportvoorzieningen die daarvoor noodzakelijk zijn. Ik was vandaag de hele dag aan het werk.
Ik heb het amendement van de VVD en de andere coalitiepartijen dus nog niet zo goed tot mij kunnen nemen, maar ik heb daar wel een vraag over aan de wethouder. Het is goed dat wij raadsbreed de intentie uitspreken dat we dit willen gaan doen, maar de belangrijkste hamvraag is natuurlijk hoe we dit gaan betalen. Ik ben nieuwsgierig, omdat ook bij de dicta 3 en 4 wordt verwezen naar de financiën. Ik wil heel scherp van de wethouder horen of dit betekent dat het geld voor het zwembad definitief gereserveerd wordt in de Kadernota of dat we dat met het huidige besluit nu al doen. Daar wil ik graag een heel helder en duidelijk antwoord op, want daar gaat het volgens mij om: kunnen wij het zwembad nu al zekerheid geven of moeten we eigenlijk nog een paar maanden wachten? Ik hoor daarop graag een reactie van het college.
Raadsvergadering 3 april 2025
19
De voorzitter: Ik vraag wethouder Schokker om te reageren op de gestelde vragen en om in te gaan op de ingediende amendementen en de motie. Wethouder Schokker: Voorzitter. Dank aan de raad voor de volledig positieve geluiden over het openhouden van het zwembad en de locatiekeuze voor een nieuwe sporthal, want dat mag ik toch wel concluderen uit al uw inbrengen. Ik denk dat het voor Voorschoten en voor de sportvoorzieningen in Voorschoten een enorme impuls is. Dat is dus fantastisch nieuws. Ik heb geen vragen gehoord, behalve van de heer Posthuma. Die vraag zal ik straks beantwoorden bij de behandeling van het amendement. Ik begin met amendement 329. Dat willen we als geheel oordeel raad geven, maar ik heb wel een aantal opmerkingen bij de beslispunten. Beslispunt 1 gaat eigenlijk uit van nieuwbouw. We zitten zeker niet stil; daar riep mevrouw Zoun ook toe op. De gedachte is om bijvoorbeeld in 2030 weer een moment te hebben om te kijken of het al mogelijk is. Zo staan we ook op de lijst qua energie en aansluiting. Er wordt dus hard aan gewerkt. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Mijn oproep was vooral ook om hybride te bouwen. Hybride bouwen zou natuurlijk veel eerder kunnen dan in 2030; daar zouden we bij wijze van spreken volgend jaar al mee kunnen beginnen. Dan zou het zwembad namelijk veel eerder open kunnen.
Wethouder Schokker: Ik weet niet of iedereen in deze zaal bekend is met het fenomeen "hybride bouwen". Daarmee ga je eigenlijk niet van het aardgas af, maar zet je een nieuw zwembad alsnog met aardgas neer, waarna je op den duur gaat vervangen. We hebben dat ook met onze adviseur besproken. Op dit moment is dit geen proven concept. Voor een gemeente als Voorschoten wordt dit ook niet geadviseerd, maar om het gesprek hierover te hebben, ook met de partijen die hierover gaan, wil ik heel graag aan mevrouw Zoun toezeggen dat het absoluut goed is om die ontwikkeling in de gaten te houden. Die oproep kan ik dus zeker steunen. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): De eerste zwembaden worden al zo gebouwd vanwege de netcongestie. Die gaan dus al gewoon open. Het lijkt mij dus dat de wethouder op dit punt iets meer dan onderzoek kan doen. Wethouder Schokker: De wethouder kan daar zelf geen onderzoek naar doen; dat zou ik laten doen. Er is één gemeente waar dit nu wordt overwogen; daar is ook nog geen definitief besluit over genomen. Het is dus echt nog geen proven concept. Het idee kan aardig zijn, maar tegelijkertijd is het beleid van de gemeente om van het aardgas af te gaan. Je gaat dan tegen die beweging in. Daarnaast zijn er eigenlijk dubbele exploitatielasten en je doet extra investeringen. Het kan dus ook een heel duur plaatje worden.
Dat is dus echt iets waar goed naar moet worden gekeken. De voorzitter: De derde en laatste interruptie van mevrouw Zoun. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Ik snap dat het spannend en nieuw is, maar op de lange termijn kan het natuurlijk ontzettend veel geld schelen. Of we over vijf jaar een nieuw zwembad openen of over tien jaar, daar kan zomaar miljoenen aan inflatie tussen zitten. En het is natuurlijk niet zo dat we op het gas blijven. Nood breekt wet; we moeten iets met het nieuwe zwembad. Als we het zo snel mogelijk kunnen neerzetten, hoeven we niet te investeren in het huidige zwembad. Zodra er een mogelijkheid is om te switchen naar full electric, gaan we dat natuurlijk zo snel mogelijk doen. Wethouder Schokker: Volgens mij is dit conform de strekking van uw amendement. De heer Maassen (SP): Ik zie de term "hybride bouwen" nergens in het amendement staan. Begrijp ik nou uit de woorden van de wethouder dat ik het zo moet lezen dat het eigenlijk over dit hybride bouwen gaat? Wethouder Schokker: Nee, daar gaat dit amendement niet over. Er wordt gevraagd om zo spoedig mogelijk te starten met nieuwbouw. In die zin ligt het dus in de geest van het amendement. Ook beslispunt 2 verdient aandacht. De uitspraak over de voorkeurslocatie van de raad is heel helder. We komen met een businesscase, zoals we ook in de toelichting hebben aangegeven. Die
Raadsvergadering 3 april 2025
20
komt in het najaar naar u toe, maar er staat ook "alleen deze locatie nader uit te werken". Ik verwijs ook naar de opmerking in het raadsvoorstel dat along the way Voorschoten '97 met een suggestie is gekomen, die ook in de commissie aan de orde is geweest. Begrijp ik de indieners goed - wellicht kunnen we daar straks in de tweede termijn uitsluitsel over geven om helderheid te scheppen in dezen - dat dit een locatie bij Voorschoten '97 eigenlijk uitsluit? Dat wil ik dus aan de indieners vragen, zodat daar helderheid over is. De heer Posthuma heeft met betrekking tot de beslispunten 3 en 4 gevraagd of het nu echt in de Kadernota komt. Ja, er wordt nu geen begrotingswijziging gedaan. Dat verplaatsen we naar de Voorjaarsnota ten aanzien van 2025; 4f wordt 4c en daarover wordt de brede weging gedaan bij de Kadernota. Dat is precies wat er gebeurt. De heer Posthuma (PvdA): Dan is mijn constatering dus juist dat we bij de Kadernota echt over de financiën van het zwembad gaan beslissen en dat dat met dit raadsvoorstel nog niet besloten is. Wethouder Schokker: Het is heel flauw, maar u besluit wat u besluit. U besluit nu precies zoals het er komt te staan: u houdt het zwembad open en de financiële verwerking daarvan vindt plaats via de Voorjaarsnota en de Kadernota. Dan amendement 327 over de gymzaal. De heer 't Lam heeft dit ook in de commissie aan de orde gesteld.
Een aantal van u staan hier positief tegenover. Wij staan ook heel positief tegenover die gedachte, maar het punt bij dit amendement is dat dit al op verschillende manieren vastligt. Dit ligt al vast in de verordening. Er moet gewoon een gymzaal komen; dat staat dus ook in de verordening. Daarom wil het college dit, om hierin zuiver te blijven, als overbodig kwalificeren. Dan motie 348 over de regionale samenwerking. Een aantal van u hebben die regionale samenwerking genoemd; die staat trouwens ook in het raadsvoorstel zelf en die is natuurlijk belangrijk. U stelt eigenlijk ook geld beschikbaar voor de businesscase, waar de regionale oriëntatie ook in terugkomt. Als wij dit kunnen beschouwen als iets wat we gewoon binnen de bestaande budgetten gaan verkennen, kunnen we het "oordeel raad" laten, maar er worden dus geen extra middelen ter beschikking gesteld. Die extra capaciteit hebben we ook niet. In die zin kan ik deze motie oordeel raad laten. De voorzitter: Zijn alle vragen en opmerkingen uit de eerste termijn behandeld? Dat is het geval. Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw De Bruin (VVD): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de toelichting en de reflectie op de amendementen en de motie.
Ter toelichting op ons eigen amendement: wij hebben het inderdaad zo bedoeld dat met beslispunt 1 nieuwbouw wordt bedoeld conform de nieuwbouw zoals voorgesteld in het raadsvoorstel. Beslispunt 2 ziet op één voorkeurslocatie. Er wordt nu voorgesteld om de sporthal naast het zwembad te bouwen, ook vanwege de voordelen die dat heeft, namelijk gebruikmaken van dezelfde voorzieningen en mogelijkheden die het zwembad biedt. Daarom hebben we voorgesteld om dit bij één voorkeurslocatie te houden. Met de beslispunten 3 en 4 willen we als volgt de financiële keuzes integraal afwegen bij de Voorjaarsnota en Kadernota, precies zoals de wethouder dat heeft toegelicht. Dat lijkt ons zuiver, omdat we anders vooruitlopen op de besluitvorming die daar plaatsvindt en daarmee ook nu al besluiten nemen waardoor andere besluiten bij de Kadernota ontzettend ingewikkeld worden. Amendement 327 met de toelichting op de gymzaal lijkt ons, in lijn met wat de wethouder heeft gezegd, wat overbodig. Dat is immers al een wettelijke taak en het staat ook in het raadsvoorstel. Daarnaast is het prematuur, omdat we met amendement 329 eigenlijk ook aangeven dat er eerst een businesscase voor de sporthal moet komen. Daarmee besluiten we nog niet definitief tot verplaatsing. Daarmee is het prematuur om al een nieuwe locatie voor een gymzaal aan te wijzen in het centrum.
Wij staan positief tegenover motie 348 over regionale samenwerking. De heer 't Lam (GroenLinks): Voorzitter. Ik zal nog ingaan op de amendementen en de motie. De uitleg van de wethouder en mevrouw De Bruin van de VVD over amendement 329 heeft mij ervan overtuigd dat het een goed idee is om dat amendement te steunen. Dat zullen we dan ook doen.
Raadsvergadering 3 april 2025
21
Dat geldt ook voor motie 348. Het is een heel goed idee om regionaal te kijken en zeker ook om de ontwikkelingen te volgen die in Leiden gaande zijn. Die motie zullen wij dus ook steunen. Ten slotte wil ik nog iets zeggen over ons eigen amendement 327. De wethouder gaf aan dat het amendement overbodig is, maar het is niet overbodig, want met dit amendement geven we de inwoners van het centrum van Voorschoten en het zuidelijk deel van Voorschoten en de drie basisscholen - De VOS, Gevers Deynoot en de Regenboog - een duidelijk signaal dat we hen niet vergeten zijn en dat de bouw van een gymvoorziening in of nabij het centrum zichtbaar zal zijn in de komende planvorming. Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. Dank aan de heer 't Lam voor de uitleg waarom het amendement nodig is, want na de reactie van de wethouder dachten wij dat het amendement niet nodig is, maar na deze woorden steunen wij het amendement van harte. Dus dank daarvoor. Dank ook aan de wethouder voor de specificering: het gaat niet om extra geld dat we ergens gaan alloceren, maar om het op het juiste moment opzoeken van de samenwerking; dat is nu. De synergie zit erin dat de sporthal naast het zwembad is, zodat de sporthal naast het zwembad moet. Daarom is Voorschoten '97 als locatie lastig, omdat die redenering dan niet gevolgd is, maar er zullen misschien wel voordelen aan zitten die we nu niet zien.
Dat begrijp ik. Dat onderzoeken we niet. Ik vind wel dat we moeten blijven bij dat argument voor synergie, maar ik wil in de tweede termijn nog van de wethouder horen hoe hij dit ziet: is dit een gemiste kans en wil hij ons ervan overtuigen dat dat wél nodig is? De heer Van Oostrum (CDA): Voorzitter. Wij beperken ons tot enkele opmerkingen over de amendementen en de motie. Het amendement vinden wij prematuur, omdat we onderzoek gaan doen naar een nieuwe locatie en nog geen besluit hebben genomen. Wat de motie over de regionale samenwerking betreft: het CDA vindt dat de sporthal en het zwembad echt lokale basisvoorzieningen zijn. Wij zijn dus niet echt voorstander van zo'n motie. Mevrouw Mieremet (D66): Ik ben het ermee eens dat het lokale voorzieningen zijn die je zelf als dorp wil realiseren, maar de hulp van de omgeving, op welke manier dan ook, kan er wel voor zorgen dat die voorzieningen blijven. Dat is eigenlijk de achtergrond van de motie. Ik begrijp het sentiment dat het lokaal is, maar als er toch synergie te halen is, kan ik me niet voorstellen dat het CDA daartegen is. De heer Van Oostrum (CDA): Ik heb gezegd wat ik heb gezegd. Volgens mij is het duidelijk: we zien dit als lokale basisvoorzieningen. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Wij zijn eigenlijk gewoon heel positief gestemd. Wij zijn voor het door onszelf mede ingediende amendement 329.
Ja, dat vinden wij echt goed; dank, mevrouw De Bruin. Wij zijn daar heel blij mee. Wij zijn ook voor amendement 327 van GroenLinks. Wij vinden het belangrijk om de scholen een signaal te geven dat wij hen niet zijn vergeten. Zij mogen niet vergeten worden en hiermee staat het ten minste overal in het archief. Dan motie 348 van D66 over de regionale samenwerking van de sportaccommodaties. Daar zijn wij natuurlijk ook voor. Wij vinden het belangrijk om regionaal de samenwerking op te zoeken. Wij zijn blij met de opmerking van mevrouw Mieremet dat de strekking inderdaad niet is dat we een potje vrij moeten maken, maar dat het echt gaat om het opzoeken van de regionale samenwerking. Dat is ook hoe wij als Voorschoten Lokaal dat graag zien. Daar kunnen wij regionaal alleen maar sterker van worden. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Ik beperk me tot de opmerking dat wij het amendement van de coalitiepartijen en de motie van D66 zullen steunen. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik wil het ook kort houden. Wij steunen het amendement van de coalitiepartijen en de motie van D66. De voorzitter: Er is één openstaande vraag voor wethouder Schokker van mevrouw Mieremet.
Raadsvergadering 3 april 2025
22
Wethouder Schokker: Voorzitter. Ik heb inderdaad nog één vraag gehoord, de vraag van mevrouw Mieremet. Ik heb gereageerd op de kaders zoals die gesteld worden in het amendement. Daarin staat "alleen". Er is ook expliciet aangegeven dat dit betekent dat we Voorschoten '97 niet verder gaan onderzoeken. We waren initieel van plan om daar een quickscan naar te doen. Als u al de keuze maakt om alleen dat te kiezen, dan is het zonde van de inzet van capaciteit om zo'n scan alsnog te doen, want dan maak je nu de keus. Lopen we wat mis? Dat geldt bij alle keuzes in het leven. Het is een heel enthousiast en op zich spontaan idee geweest van Voorschoten '97. Dat wil ik dus wel heel erg toejuichen. Tegelijkertijd hebben we dit hele traject natuurlijk zorgvuldig doorlopen, ook met de andere sportverenigingen, want we moeten natuurlijk wel een sporthal voor alle sportverenigingen neerzetten. We zijn er in ieder geval van overtuigd dat dat heel goed kan op de plek waar we de sporthal nu willen zetten, op de voorkeurslocatie. Er zijn ook exploitatievoordelen met het zwembad. U speelt dus op safe, om het zo te zeggen, maar helemaal zeker zullen we het niet weten omdat we nu die keus maken. Maar ja, zo is het met keuzes. De voorzitter: Ik constateer dat de vraag daarmee is beantwoord. Dan sluit ik de beraadslaging en gaan we over naar de besluitvorming.
In stemming komt amendement 329 van de VVD, het CDA en Voorschoten Lokaal. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt amendement 327 van GroenLinks, de PvdA en de SP. De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw De Bruin (VVD): Voorzitter. Hoewel wij het grote belang van beweegonderwijs natuurlijk toejuichen, vinden we dit amendement zeer prematuur. Als je dit nu gaat doen, ga je vooruitlopen op verdergaande besluitvorming. Daarom zullen wij tegen het amendement stemmen. De heer Van Oostrum (CDA): Voorzitter. Uiteraard zijn wij voor goed bewegingsonderwijs voor onze scholen. Dat staat ook niet ter discussie, maar we vinden het bouwen op zichzelf prematuur. We gaan onderzoeken; daar gaat het om. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met 12 tegen 8 stemmen, waarbij de fracties van het CDA en de VVD ertegen hebben gestemd en de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA, de SP en Voorschoten Lokaal ervoor hebben gestemd. In stemming komt het geamendeerde voorstel. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt motie 348 van D66. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 16 tegen 4 stemmen, waarbij de fractie van het CDA ertegen heeft gestemd en alle overige fracties ervoor hebben gestemd.
De voorzitter: Wat een mooi besluit hebben we vanavond weer genomen, ook met heel veel dank aan de ambtelijke organisatie. Ik weet hoe hard hieraan is gewerkt. Dank! 9. Wensen en bedenkingen taakstelling invulling Spreidingswet (raadsregistratienummer Z/24/094701/437347) De voorzitter: De minister van Asiel en Migratie heeft de gemeenten geïnformeerd over de verdeelbesluiten in het kader van de Spreidingswet. Het college is naar aanleiding hiervan voornemens te besluiten om de huidige situatie, waarin niet-toegewezen statushouders opgevangen worden in de noodopvang bij Van der Valk aan de Veurseweg, voort te zetten tot uiterlijk 31 december 2028. Hiermee wil het college de taakstelling in het kader van de Spreidingswet invullen. De raad wordt gevraagd over dit voorgenomen collegebesluit al dan niet wensen en bedenkingen te uiten.
Raadsvergadering 3 april 2025
23
De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Zoals ik in de commissie ook gedaan heb, wil ik ook hier mijn complimenten geven voor het duidelijke raadsvoorstel. Toen ik het las, dacht ik: hier is echt gezocht naar een praktische oplossing die voor alle betrokken partijen positief uitpakt. De oplossing is niet gebaseerd op wensdenken, maar op ervaring in de afgelopen bijna drie jaar waarin Voorschoten vooruitlopend op de Spreidingswet haar maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft genomen om de asielketen te ontlasten en ook solidariteit met Ter Apel te tonen. In de afgelopen bijna drie jaar is de opvang van niet-toegewezen statushouders voor alle betrokken partijen zeer naar tevredenheid geweest. Er is tevredenheid bij het ministerie, dat namelijk een gemeente heeft gezien die zeer voortvarend meehelpt een fors landelijk probleem op te lossen. Er is tevredenheid bij het COA, dat verheugd toekijkt hoe wij als kleine gemeente vanaf medio 2022 de asielketen met maar liefst 200 plekken hebben ontlast met de opvang van niettoegewezen statushouders en dat ook nog eens doen binnen de kaders van de Spreidingswet. Er is ook tevredenheid bij de firma Van der Valk, die op haar manier een steentje bijdraagt om onnodige leegstand te voorkomen in een tijd waarin de schaarste van woonruimte nog nooit zo groot is geweest.
Last but least zijn ook de omwonenden inmiddels naar tevredenheid gewend aan de bestaande situatie. Daarom dienen wij met de VVD en het CDA motie 239 in om in het kader van de gevraagde wensen en bedenkingen het college op te roepen om deze bestaande situatie in stand te houden tot en met eind mei 2028. De onderhandelingen hierover komen er spoedig aan. Deze motie is daarom een extra opdracht aan het college én een steunbetuiging aan alle betrokken partijen in de onderhandelingen om snel en kordaat de bestaande situatie te verlengen, zodat allen hun aandacht en energie kunnen richten op nieuwe uitdagingen. Wij allen hier weten maar al te goed dat die landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal helaas in ruime mate aanwezig zijn. Wij hopen daarom dat we het college met raadsbrede steun met deze motie op pad kunnen sturen om de betrokken partijen met deze motie een hart onder de riem te steken. De motie luidt: "Motie 349. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 3 april 2025, overwegende dat: a. b.
c.
de gemeente Voorschoten al sinds medio 2022 niet-toegewezen statushouders opvangt in een noodopvang bij Van der Valk in Voorschoten; daarmee al lang voor de invoering van de Spreidingswet op 1 februari 2024 door de gemeente, in goede samenwerking met Van der Valk Voorschoten en het COA, significante maatschappelijke verantwoording is genomen met betrekking tot het ontlasten van de asielketen; deze opvang van niet-toegewezen statushouders niet voortkomt uit een wettelijke verplichting of inspanningsverplichting maar tot 1 juli 2025 op uitsluitend vrijwillige basis door de gemeente is gefaciliteerd;
constaterende dat: d. e. f.
de huidige opvang van niet-toegewezen statushouders op de locatie Van der Valk kennelijk hoegenaamd probleemloos verloopt; het Van der Valk-concern te kennen heeft gegeven de opvang te willen voortzetten tot 31 december 2028; het ministerie van Asiel en Migratie de gemeente heeft laten weten dat met voortzetting van de huidige manier van opvang van niet-toegewezen statushouders de gemeente voldoet aan de wettelijke verplichtingen die voortkomen uit de Spreidingswet;
roept het college op om in onderhandelingen met het COA over de invulling van de te huisvesten doelgroep in het kader van de Spreidingswet in de periode 1 december 2025 - februari 2026 en de periode daarna de huidige invulling ten behoeve van het voldoen aan de Spreidingswet, welke voor alle betrokken partijen tot dusver een positieve uitwerking heeft gehad, tot 31 december 2028 voort te zetten." De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. In de commissie hield ons nieuwe commissielid Hans de Bakker zijn maidenspeech. Hij betoogde eloquent dat we het om twee redenen belangrijk vinden om te voldoen aan onze taak in het kader van de Spreidingswet: omdat je fatsoenlijk moet
Raadsvergadering 3 april 2025
24
omgaan met mensen en omdat je solidariteit wil tonen met andere gemeenten. De heer Van Duivendijk noemde zojuist al Ter Apel, dat ook ontlast moet worden. Wij vangen al drie jaar statushouders op in de Gouden Leeuw. Wij zijn blij en trots dat dit zo goed gaat. We zien recent veel voorbeelden van gemeenten waar het niet goed loopt. Ik ben blij dat Voorschoten laat zien dat het wel gewoon goed kan gaan en dat er eigenlijk geen problemen zijn geweest in de afgelopen drie jaar. We hebben nu een soort bijvangst daarvan. Het college constateert dit meermaals in het stuk, alsof het dit zelf niet helemaal kon geloven: het ministerie vindt dat we zo voldoen aan de Spreidingswet. We mazzelen eigenlijk een klein beetje weg. Als dat een beloning is omdat we niet blokkeerden, is dat misschien ook verdiend. Tegelijkertijd moeten we bedenken dat we vrij passief zijn geweest. Er was een deal tussen Van der Valk en het COA, waar we als gemeente ook nog wat toeristenbelasting van krijgen; we verdienen er dus zelfs een beetje aan. Dat geeft me eerlijk gezegd een beetje een ongemakkelijk gevoel als we geprezen worden in de pers. Maar goed, laten we gewoon heel pragmatisch zijn: we hebben als gemeente veel tegenvallers te verwerken; laten we de meevallers dan ook maar een keertje meenemen. We zullen over dit stuk verder dus geen wensen en bedenkingen uiten.
We zullen het stuk en de koers van het college steunen. We kunnen er natuurlijk niet van uitgaan dat het allemaal automatisch goed blijft gaan. We hebben in de commissie al gewezen op een aantal risico's, vooral omdat het een deal is tussen twee derde partijen; daar zitten wij niet tussen. Als een van de twee in problemen komt - ik noem het COA, dat in 2028 plotseling nog maar 15% van het budget moet hebben - kan het weleens zijn dat het kapotgaat en dat wij dan alsnog aan de lat staan. Maar goed, op korte termijn zal dat wel goed komen, denken wij. We hebben er in de commissie ook op gewezen dat we dit dossier integraal zouden oppakken met alle nieuwkomers die we moeten huisvesten. Daar hebben we geen heel goed antwoord op gekregen. Ik zou daarom toch nog graag van de wethouder horen wat op dat punt de status is, onder andere omdat we per 1 juli een aanwijzing van de provincie hebben gekregen dat wij ook statushouders definitief moeten huisvesten. Dat is geen onderdeel van deze besluitvorming, maar ik denk wel dat we de integraliteit van dit dossier een beetje in het oog moeten houden. We zouden dus graag van de wethouder horen wat op dit punt de status is. Dan de motie. Ik hoor dat zij een hart onder de riem is. We moeten wel zeggen dat wij in de motie weinig konden ontdekken wat niet ook al in het voorstel staat.
Het kwam op ons dus niet heel erg over als een bijzonder noodzakelijke motie, maar wellicht kan de wethouder ons overtuigen van de noodzaak ervan. De heer Reinke (VVD): Voorzitter. In de commissie hebben we al enige zorgen uitgesproken over de invulling die hier aan de Spreidingswet gegeven wordt. De Spreidingswet ziet voornamelijk op asielzoekers. Hier gaat het om niet-toegewezen statushouders. Toch kunnen we de redenering van het college volgen dat de asielketen in zijn totaal bekeken moet worden, dat het, mochten we ooit voor een voldongen feit komen te staan, gewoon vol zit en dat we dan een andere oplossing moeten verzinnen. Op dit moment kunnen we die niet geven. We dragen op dit moment ook gewoon bij aan een praktische oplossing. Dat is dan voorlopig genoeg. Ik denk dat we hier allemaal iets van vinden, maar we zitten natuurlijk in een gemeenteraad. We moeten het dus lokaal bekijken: wat kunnen we lokaal bieden? De invulling die we op dit moment gegeven, is wat we in Voorschoten kunnen. Zoveel extra ruimte is er niet. Ik denk ook dat daar de grote kracht van het amendement in zit: we geven hier een realistische invulling aan onze taak onder de Spreidingswet. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. We sluiten ons volledig aan bij de woorden van GroenLinks bij monde van de heer Deuzeman. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Schroot.
Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. Wij sluiten ons aan bij de woorden van de heer Van Duivendijk van Voorschoten Lokaal. We zijn ook mede-indiener van de motie. De voorzitter: Meneer Maassen, wilt u zich ook nog ergens bij aansluiten? Bij iedereen? De heer Maassen (SP): Ik doe het graag alleen.
Raadsvergadering 3 april 2025
25
De voorzitter: We gaan naar de eerste termijn van het college. Er is een enkele vraag en er is uiteraard de motie. Wethouder Van der Elst: Voorzitter. Dank aan de fractie van Voorschoten Lokaal voor de steunbetuiging die u naar voren heeft gebracht. Die is natuurlijk hartverwarmend, ook voor de ambtenaren die hier bijzonder hard en een lange tijd aan hebben gewerkt. De fractie van GroenLinks, de heer Deuzeman: ja, er zijn dezer dagen heel wat voorbeelden in de media waaruit blijkt dat men er nog lang niet uit is. Er zijn ook gemeenten dichtbij die niet in de media verschenen zijn, in Holland Rijnland, en andere gemeenten in Zuid-Holland. Gelukkig ziet het er echt naar uit dat onze gemeente per 1 juli volledig voldoet aan de aan ons gestelde eisen die voortvloeien uit de Spreidingswet, die niet alleen duidt op asielzoekers maar ook op andere doelgroepen die deel uitmaken van dezelfde asielketen. Ja, de minister is akkoord als we het zo invullen. Het COA heeft bevestigd dat dat akkoord waar is. We moeten alleen nog wel een onderhandeling met het COA in, om te beginnen over de resterende twee maanden - december van dit jaar en januari van volgend jaar - waarmee de eerste cyclus voltooid is. Of we verdienen aan de opvang bij Van der Valk? Dat weet ik zo net nog niet, met alle indirecte kosten en ook de directe inzet die in het verleden gedaan is.
We ontvingen vroeger toeristenbelasting en die krijgen we nog steeds, overigens direct van het COA en nu niet van Van der Valk. De onzekerheden die de heer Deuzeman naar voren bracht, zijn er massaal. Daarbij gaat het niet alleen om de toekomstige budgetten van het COA, want het zit aan alle kanten vol met onzekerheden. Wat gebeurt er met de status van het huidige kabinet? Wat gebeurt er met de aantallen in de toestroom, die ook weer gehuisvest moeten worden? Daarbij gaat het niet alleen om asielzoekers, maar om tal van doelgroepen. Wat de integraliteit betreft: wij realiseren ons terdege dat we met incidentele oplossingen niet meer doen dan symptoombestrijding. Oorzaken kunnen we waarschijnlijk niet wegnemen, want die liggen op een hoger niveau: het Rijk, zo niet Europa. En we zijn er dus nog niet. Het gaat om meerdere doelgroepen, zoals ik vorige week in de commissie al heb gezegd. We zullen ook iets moeten met de huidige opvang van Oekraïners in het gemeentehuis. We beraden ons daar dus op en we komen daarover bij u terug. Wat toegewezen statushouders betreft: recent, twee weken geleden, heb ik een gesprek gehad met de gedeputeerde die toeziet op de realisatie van huisvesting van statushouders. We staan daar op de interventieladder op trede 4. Dat betekent dat er gewaarschuwd is.
U heeft die brief ontvangen via de vrijdagzending: we worden gewaarschuwd voor een eventueel komende indeplaatsstelling. We hebben samen met de betrokken corporaties en andere stakeholders een plan ontwikkeld. Dat hebben we mondeling uitgelegd aan de gedeputeerde, die het vertrouwen heeft uitgesproken dat we dat gaan realiseren. Er wordt met man en macht aan gewerkt om de achterstand dit halfjaar in te halen plus de lopende taakstelling. Kijkend naar de realisatie so far, denk ik dat we behoorlijk on track zitten om per 1 juli toch wel degelijk op trede 0 te staan, waarmee we aan alle verplichtingen voldaan hebben. Het is een hele inspanning. Mevrouw Schroot (D66): In hoeverre speelt de netcongestie ook nog een rol bij het kunnen voldoen aan de taakstelling? Wethouder Van der Elst: Voor zover ik zie, speelt die geen rol, want het zijn allemaal bestaande sociale huurwoningen. Daar is de aansluiting dus al. Het zijn dus ook relatief kortetermijnoplossingen waar we nu aan denken. De betekenis van motie 349, als die wordt aangenomen, is dat zij feitelijk de onderhandelingspositie van het college ten opzichte van het COA versterkt. Als daarover gestemd en goed nagedacht wordt, is het, ook gegeven alle overwegingen in de motie, wel wat meer dan alleen het afgeven van wensen en bedenkingen. De raad zou het college in dat geval dus meer nadrukkelijkheid meegeven.
Hiermee heb ik de vragen beantwoord. De motie zien wij, zoals gezegd, als versterking in onze gesprekken met het COA. Omdat de motie is ingebracht door de raad, is het volgens mij het
Raadsvergadering 3 april 2025
26
zuiverst om de motie aan het oordeel van de raad te laten, maar daarbij spreek ik wel de positieve grondhouding uit dat we de gedachte erachter heel goed begrijpen. Want nogmaals, de motie versterkt het college bij het bereiken van wat we samen willen bereiken. De voorzitter: Ik denk dat alle vragen zijn beantwoord. Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Ik wil de wethouder graag danken voor het heldere antwoord. Ik ben blij om te horen dat er vorderingen gemaakt zijn in het wegwerken van de achterstand en dat dit ook erkend wordt door de provincie. Het is goed om dat te horen. Ook dank aan de wethouder voor de toelichting op de motie. De voorzitter: Er is verder geen behoefte aan een tweede termijn. Dan sluit ik de beraadslaging en gaan we over tot de stemmingen. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt motie 349 van Voorschoten Lokaal, de VVD en het CDA. De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Uit de toelichting van de wethouder begrijpen wij dat de motie inderdaad gewoon overeenkomt met wat we al besloten hebben, maar als de wethouder erdoor gesteund wordt, zien we geen bezwaar om voor de motie te stemmen, omdat we toch al akkoord zijn. Wij zullen de motie dus steunen.
De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. 10. Wijzigingsverordening jeugdhulp (raadsregistratienummer Z/25/096357/436450) De voorzitter: De Verordening jeugdhulp moet worden aangepast omdat de rechter heeft bepaald dat gemeenten duidelijker moeten aangeven wat ze onder "eigen kracht" en "probleemoplossend vermogen" verstaan. Deze begrippen worden gebruikt bij de beoordeling van een aanvraag om jeugdhulp. Ook moet in de verordening duidelijker staan hoe bepaald wordt welke jeugdhulp nodig is en hoe jeugdigen de juiste hulp krijgen. We bespreken nu de wijziging van de verordening. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Hoewel dit een technische verhandeling is, hebben wij gemeend om hier toch inhoudelijker en beter naar te kijken. Een van de punten waarover wij vielen - dat is ook de reden waarom wij samen met GroenLinks en de SP amendement 326 indienen - is dat het college eigenlijk voorstelt dat ouders hun maatschappelijke activiteiten moeten beperken als er bepaalde jeugdhulp wordt aangeboden. Wij vinden dat er echt goed rekening moet worden gehouden met de financiële situatie van de ouders en dat daar nog onvoldoende rekening mee wordt gehouden in hoe het nu in het voorstel van het college staat.
Door dat voorstel met helpende hand van de ambtelijke ondersteuning aangepast te krijgen, denken wij dat er meer recht wordt gedaan aan die financiële situatie, waar dus ook beter rekening mee moet worden gehouden. Dat is de reden waarom we dit amendement indienen. Ik hoop op steun van allen in deze zaal. Het amendement luidt: "Amendement 326. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 3 april 2025, gezien het raadsvoorstel nr. Z/25/096357/436450, constaterende dat: a.
in de Wijzigingsverordening jeugdhulp in artikel 10, lid 5 expliciet is benoemd dat ouders maatschappelijke activiteiten moeten beperken en betaalde arbeid moeten aanpassen om zelf zorg te bieden aan hun kind ter voorkoming of opheffing van (dreigende) overbelasting;
Raadsvergadering 3 april 2025
27
b.
het college 'rekening wil houden met' een aantal omstandigheden, zoals beschreven in sub A t/m F van artikel 10, lid 5;
overwegende dat: c. d. e.
ouders niet in een financieel onhoudbare situatie moeten worden gebracht door van hen te eisen dat zij minder gaan werken of zelfs hun werk opzeggen; voorkomen moet worden dat extra druk op andere regelingen wordt gelegd. Immers, een gedwongen inkomensverlies kan leiden tot een groter beroep op bijstandsregelingen, toeslagen en schuldhulpverlening; verdere escalatie of verergering van problemen bij het kind/jongere en/of het gezin door overbelasting, stress en/of geldzorgen moet worden voorkomen. Overbelaste ouders en/of stressvolle gezinssystemen kunnen leiden tot zwaardere (en dus duurdere) jeugdhulptrajecten;
van mening dat: f. g. h.
de voorgestelde wijziging echter kan leiden tot overbelasting, inkomensverlies en zelfs armoede, vooral voor alleenstaande ouders en/of gezinnen met een beperkt sociaal vangnet; de voorgestelde passage van het college - 'rekening houden met' - onvoldoende waarborgen biedt; de jeugdhulp toegankelijk moet blijven voor gezinnen die écht ondersteuning nodig hebben, waardoor het van belang is om duidelijke grenzen te stellen aan wat redelijkerwijs van ouders verwacht mag worden.
Besluit: Artikel 10, lid 5 van de Wijzigingsverordening jeugdhulp als volgt aan te passen: Huidige tekst: 'Bij de beoordeling van het vierde lid, onder c, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouder(s) maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met: a. de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige; b. de duur van de inzet, waarbij als uitgangspunt geldt dat kortdurende inzet van niet langer dan 6 maanden in een jaar niet tot overbelasting leidt; c. de planbaarheid van de hulp; d. de benodigde ondersteuningsintensiteit; e. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; f. de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien.' Voorgestelde aangepaste tekst: 'Bij de beoordeling van het vierde lid, onder c, wordt vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen.
Hierbij wordt rekening gehouden met de financiële situatie van het gezin, de noodzaak om in een inkomen te voorzien en de impact van mogelijkheden, zoals het beperken van maatschappelijke activiteiten en betaalde arbeid, op het gezinssysteem waar de jeugdige deel van uitmaakt en het welzijn van ouder(s). Beperkingen in maatschappelijke activiteiten of aanpassing van betaalde arbeid kunnen slechts worden verwacht als dit geen onevenredige gevolgen heeft voor het welzijn van het gezinssysteem waar de jeugdige deel van uitmaakt en de bestaanszekerheid van de ouder(s). De gemeente houdt hierbij rekening met de individuele situatie van het gezin en biedt waar nodig alternatieve vormen van ondersteuning. Daarnaast gelden de volgende aanvullende afwegingscriteria: a. De behoefte en mogelijkheden van de jeugdige, waarbij wordt gekeken naar de specifieke zorgvraag en het ontwikkelingsperspectief van de jeugdige. b. De duur van de inzet, waarbij rekening wordt gehouden met de draagkracht van het gezin en het uitgangspunt dat langdurige inzet zonder tijdige en passende ondersteuning kan leiden tot structurele overbelasting.
Raadsvergadering 3 april 2025
28
c. De planbaarheid van de hulp, met specifieke aandacht voor hulpvragen die onvoorspelbaar of intensiever van aard zijn. d. De benodigde ondersteuningsintensiteit en de impact hiervan op het dagelijks functioneren van ouder(s) en eventuele andere kinderen binnen het gezin. e. De samenstelling van het gezin en de woonsituatie, waarbij wordt gekeken naar de aanwezigheid van andere volwassenen binnen het gezin dan de (gezag dragende) ouder(s) die zorgtaken op zich kunnen nemen en de mate van ondersteuning vanuit het sociale netwerk. f. De noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien, waarbij wordt voorkomen dat ouders door het verminderen van werkuren in financiële problemen komen of afhankelijk worden van aanvullende inkomensregelingen.'" Mevrouw Wijnen (D66): Voorzitter. De Wijzigingsverordening jeugdhulp leek bij vrijwel alle partijen, ook bij ons, op voorhand een hamerstuk, maar bij nadere lezing zagen wij toch twee punten die volgens D66 aandacht vroegen. We hechten er heel veel waarde aan dat bij een aanvraag van jeugdhulp integraal wordt gekeken naar wat er allemaal speelt in een huishouden of gezin, maar het kan natuurlijk niet zo zijn dat ouders geacht worden minder te gaan werken om nog meer voor hun kind met een ondersteuningsbehoefte te gaan zorgen. Dat werd al aangegeven vanuit de Partij van de Arbeid.
Vandaar dat wij inhoudelijk positief aankijken tegen amendement 326. De enige "maar" zit 'm erin dat wij er zelf eigenlijk geen voorstander van zijn dat raadsleden inhoudelijk wijzigingen aanbrengen in een verordening. Vandaar dat we toch heel even de reactie van de wethouder afwachten. Het tweede punt betreft ernstige dyslexie. We hebben in de commissievergadering vragen gesteld over de wijze waarop het nu in de verordening geformuleerd staat. Hoewel het de tekst is van de VNG-modelverordening en ondanks de toelichting in de memo, waarvoor heel veel dank aan de wethouder, blijven wij van mening dat de huidige formulering heel veel onduidelijkheid oplevert. Wij hebben dus getwijfeld over hoe nu verder: maken we een amendement of richten we ons zelfs tot de VNG? Het eerlijke antwoord is dat wij tot nu toe geen van beide hebben gedaan, maar D66 hecht er als onderwijspartij vooral belang aan dat een kind dat voldoet aan de criteria voor ernstige dyslexie, de indicatie voor een behandeling hiervoor dient te krijgen. Zoals ook in de Leidraad ernstige dyslexie staat, moet je bij de afweging of een leerling in aanmerking komt, vooral kijken naar de uitvoerbaarheid van die behandeling. Er zijn namelijk natuurlijk situaties te bedenken waarin die behandeling niet uitvoerbaar is.
Met andere woorden: als de problematiek van een kind op dat moment te complex wordt ingeschat door die betreffende gedragswetenschapper en als de behandeling dus niet adequaat kan worden uitgevoerd, kan ervoor gekozen worden om op dat moment geen behandelindicatie voor ernstige dyslexie af te geven. Wij horen heel graag van de wethouder of de werkwijze die ik zojuist heb omschreven, overeenkomt met de werkwijze die wordt voorgesteld in de Wijzigingsverordening, ook al staat het er wat anders. De voorzitter: Wethouder Schokker, wilt u de vragen beantwoorden en ingaan op het amendement? Wethouder Schokker: Voorzitter. Dank aan beide raadsleden voor het nemen van de moeite om echt uitgebreid en serieus naar deze verordening te kijken. Dat is heel goed en heel fijn, want het is een belangrijke verordening en ook een belangrijke wijziging. Ik beantwoord eerst de vraag van D66, van mevrouw Wijnen: mag het voorstel worden uitgelegd zoals u het voorstelt? Dat is inderdaad wel de praktijk. Ik wil het dus zo uitleggen. Dan het amendement van de heer Posthuma. Ik wil u echt complimenteren omdat u er zo induikt, er zo mee bezig bent en er zo betrokken bij bent, maar ik ben er geen voorstander van om op deze manier een tekst te wijzigen. Daar zijn een aantal redenen voor.
Wij beogen met deze verordening echt gehoor te geven aan het gevolg van drie uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. De huidige formulering is specifiek gebaseerd op de modelverordening van de VNG om aan die jurisprudentie te voldoen. Als wij nu afwijken van die modelverordening, stellen wij ons juridisch dus wellicht kwetsbaar op. Ik denk dat we dat niet moeten gaan opzoeken. Daarnaast is er ook een inhoudelijk argument. Er is ruimte, ook bij de consulenten, voor maatwerk en bescherming van kwetsbare gezinnen - dat heb ik in de commissievergadering ook geprobeerd aan te geven - terwijl tegelijkertijd een beroep wordt gedaan op eigen kracht en verantwoordelijkheid waar dat redelijkerwijs mogelijk is. Die verhouding moet immers goed zijn, maar we zouden hiermee een beetje morrelen aan de mogelijkheid om een beroep te doen op die eigen verantwoordelijkheid van ouders. Dan ga je sowieso in tegen een kernverantwoordelijkheid of een kernprincipe uit de
Raadsvergadering 3 april 2025
29
Jeugdwet, maar we stellen ons daarmee wederom ook kwetsbaar op, want wellicht heb je dan minder handvatten om iets te doen aan de groei die er op dit moment juist is in de jeugdzorg. Dat heeft dus met de kostenbeheersing te maken. De heer Maassen (SP): Het is jammer dat de wethouder eerst complimenten geeft voor het voorstel en er daarna een karikatuur van maakt, want het is natuurlijk niet zo dat de eigen kracht van een gezin niet kan worden aangesproken als het amendement wordt aangenomen. In het amendement wordt alleen verwoord dat er gekeken moet worden of die eigen kracht toegepast kan worden. Als dat zo is, kan je die inderdaad toepassen, maar als dat niet zo is, ga je niet van een gezin dat maar nauwelijks kan rondkomen, eisen dat de ouders minder gaan werken omdat de kinderen problemen hebben. Dat is de strekking van het amendement. Ik vind het eigenlijk niet zo netjes van de wethouder dat hij daar op deze manier een karikatuur van maakt. Wethouder Schokker: Ik maak er absoluut geen karikatuur van; ik ga er heel serieus op in. Er is nog één argument waardoor wij denken dat het amendement eigenlijk toch wat onverstandig is. Ik heb de juridische onzekerheid en de balans tussen eigen verantwoordelijkheid en bescherming al genoemd. Daarnaast blijft, als we dit nu wijzigen, de toelichtende tekst helemaal hetzelfde. Dat leidt dus tot een inconsistentie.