CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Raadsvergadering 3 april 2025 (get.)

Gemeenteraad Voorschoten 15 mei 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Vaststellen raadsnotulen30.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Notulen raadsvergadering

NOTULEN van de vergadering van de raad van de gemeente Voorschoten, gehouden op 3 april 2025 vanaf 20.00 uur. Voorzitter: mevrouw N. Stemerdink, burgemeester. Griffier: de heer B.J. Urban. Aanwezige leden: de heer mr. drs. C. Bremmer, mevrouw R.E. de Bruin-Van Alphen, de heren A. Deuzeman, W.J. van Duivendijk en G. van den Ende, mevrouw C.L. Ilić, mevrouw P.T.M. Kortekaas-Warmerdam, mevrouw J.G. van der Krogt, de heren P. 't Lam, B. Lavrijsen en E.M.L.H. Maassen, mevrouw K.S. van Meenen, mevrouw E. Mieremet, de heren M.P.A. van Oostrum, A.L.R. Posthuma en B.W. Reinke, mevrouw J.C. Schroot, mevrouw H.M. van der Wende, mevrouw P. Wijnen en mevrouw M.J.T. Zoun. Aanwezige wethouders: de heer P. de Bruijn, de heer C.J. van der Elst en de heer H.G. Schokker.

1.

Opening, mededelingen en vaststelling agenda

De voorzitter: Ik open hierbij de vergadering van de gemeenteraad van 3 april 2025. Ik heet u allen van harte welkom. Er is een bericht van verhindering ontvangen van mevrouw Persoon. Alle andere raadsleden zijn aanwezig. Er is een motie vreemd aan de orde van de dag aangekondigd over inclusiviteit en solidariteit met de lhbtqi+-gemeenschap. Ik stel de raad voor om die motie bij agendapunt 12 te behandelen. Ik constateer dat de raad daarmee instemt. Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. Ook wij willen graag een motie vreemd aan de orde van de dag toevoegen. Dat heeft met het 100-jarige bestaan van de kermis te maken. De voorzitter: Ik stel de raad voor om die motie als agendapunt 12b te behandelen. Ik constateer dat de raad hiermee instemt. De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld. De voorzitter: De spreektijden zijn 18 minuten per fractie en 34 minuten voor het college. We hebben vanavond een volle en mooie agenda. Ik verzoek dus eenieder om te letten op de spreektijd, inclusief het college. 2.

Vaststellen raadsnotulen van 6 maart 2025

De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. 3.1. 3.2. 3.3.

Lijst van ingekomen stukken voor de gemeenteraad Brieven van instellingen of burgers; Informatiebrieven van het college van B en W Schriftelijke beantwoording van vragen uit de raad

Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. Ik heb twee punten. Wij kijken uit naar de reactie van het college op brief 2741 en wij hopen dat er zowel op participatie als op inhoud gereageerd wordt. De voorzitter: Om welk onderwerp gaat dat? Ik weet namelijk niet alle nummers uit mijn hoofd. Mevrouw Mieremet (D66): Het autovrij maken van het Treubplein.

Raadsvergadering 3 april 2025

1

De voorzitter: Prima, u kijkt met belangstelling uit naar de reactie van het college. Mevrouw Mieremet (D66): En wij hopen dat er zowel op participatie als op inhoud gereageerd wordt. De voorzitter: Prima, helder. Dat geef ik door. Mevrouw Mieremet (D66): Dank u wel. Het tweede punt betreft informatiebrief 24 over de kerkenvisie. Eigenlijk heb ik een vraag: committeren wij ons aan deze visie? Want die wordt nu neergelegd en dat betekent misschien iets. Dit is dus een vraag. De voorzitter: Ik kijk naar de wethouder. Kan deze vraag kort worden beantwoord? De vraag is of wij ons committeren aan de kerkenvisie zoals die in de raadsinformatiebrief is aangegeven. Wethouder Van der Elst: Voorzitter. In principe is dat wel zo, waarbij er straks natuurlijk ook nog een omgevingsvisie op ons afkomt. Daar zal dit weer onder moeten vallen. U moet dit dus in die zin lezen. De voorzitter: Mevrouw Mieremet, het antwoord is dus ja. Met inachtneming van het bovenstaande wordt besloten overeenkomstig de voorstellen tot afdoening. 4.

Vragenuurtje en actuele bestuurlijke aangelegenheden

De voorzitter: Er zijn hiervoor geen aanmeldingen ontvangen. 5. Hamerstukken: 5.1. Ontheffing woonplaatsvereiste Hubert Schokker (raadsregistratienummer Z/24/084568/433486) Het voorstel wordt met algemene stemmen aangenomen. 5.2. Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad Voorschoten 2025 (raadsregistratienummer Z/25/097102); De voorzitter: We stellen bij de agendapunten 5.2 en 5.3 de nieuwe reglementen voor de vergaderingen van de gemeenteraad en de commissies vast. Deze reglementen waren dertien jaar oud. Daarom is de afgelopen periode gewerkt aan nieuwe reglementen op basis van de modellen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hiermee beschikt de raad over reglementen die gemoderniseerd zijn. Ze zijn ook vereenvoudigd en aangepast aan de werkwijze van de raad. Met deze stukken kan de raad hopelijk weer even vooruit. Dit was de toelichting zoals toegezegd in het presidium. Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw Van Meenen (VVD): Voorzitter. Ik wil de griffie bedanken voor al het harde werk aan dit reglement. De voorzitter: Dank! Dat is helemaal waar. Het is monnikenwerk geweest. Dank je wel, Minke. (Applaus) Het voorstel wordt met algemene stemmen aangenomen. 5.3. Verordening op de raadscommissies Voorschoten 2025 (raadsregistratienummer Z/25/097103); 5.4.

Vaststelling gewijzigde gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland (raadsregistratienummer Z/25/095869/436520) Deze voorstellen worden met algemene stemmen aangenomen.

Raadsvergadering 3 april 2025

2

6.

BESPREEKPUNTEN

7. Vervolgstap Grondstoffenplan: Verminderen restafval (raadsregistratienummer Z/24/093560/432114) De voorzitter: In 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met het stappenplan uit het Grondstoffenplan. Uit dit beleidskader volgt nu, na de keuze voor nascheiding van plastic, metaal en drankkartons, de keuze om wel of niet variabele tarieven voor restafval in te voeren. De raad wordt gevraagd een keuze te maken uit drie opties. Mevrouw Van der Wende (CDA): Voorzitter. In de commissie hebben we uitgebreid met elkaar gesproken over dit onderwerp. Voor iedereen was het eigenlijk, om verschillende redenen, een lastig dossier. Omdat het lastig was, dien ik bij dezen een amendement in. Ik denk dat het het makkelijkst is om aan de hand daarvan mijn betoog te houden. Spaarzaam omgaan met de grondstoffen vinden wij allemaal belangrijk. Op 1 januari 2024 zijn wij overgegaan op nascheiding. Toen we dat besluit namen, zijn we ervan uitgegaan dat we minimaal een jaar de resultaten zouden bekijken van deze nascheiding om daarna vervolgstappen te maken. Inmiddels is gebleken dat de cijfers, die resultaten, nog niet beschikbaar zijn en nog enige tijd op zich laten wachten. Een potentiële milieuwinst van deze nascheiding is op dit moment nog niet duidelijk. Het contract met de vuilverbranding is in ieder geval ingezet voor twee jaar, maar kan ook nog drie keer een jaar worden voortgezet.

Er zijn dus nog mogelijkheden om te kijken hoe we daarmee verdergaan. De keuze voor nascheiding met tariefdifferentiatie, die nu voorligt, wordt slechts door 6 van de 342 gemeenten in Nederland gemaakt. Het is dus geen voor de hand liggende keuze. In het voorstel wordt bij variant 1 aangegeven dat de frequentie van het ophalen van afval tweewekelijks blijft. Dit betekent dat inwoners een keuze hebben tussen tweewekelijks of vierwekelijks hun afval buiten zetten. Als je grijze bak vol zit met PMD, is het best een lastige keuze om nog twee extra weken te wachten en daarmee vier weken lang je bak niet buiten te zetten. Voor veel gezinnen is dit dan ook geen optie en blijft de frequentie eigenlijk dezelfde; je hebt geen keus. Niet alle inwoners hebben ook dezelfde keuze. Sommige gezinnen hebben door kleine kinderen of wat dan ook nu eenmaal meer afval. Mensen in gestapelde bouw hebben minder mogelijkheden om het afval goed te bewaren dan mensen die in eengezinswoningen wonen. Daar zit dus enige mate van ongelijkheid in. Ook werd in de commissie geconstateerd dat niet alle varianten op dezelfde wijze zijn uitgewerkt en dat er wellicht ook nog varianten ontbreken om een juiste keuze te kunnen maken. Het afgelopen jaar zijn wel al een aantal stappen gezet die heel positief zijn.

Er is gewerkt met afvalcoaches en de communicatie is ingezet: wat volgt er na de nascheiding? Op basis daarvan willen wij het voorliggende besluit als volgt wijzigen: het Grondstoffenplan 2021-2025 gewoon met nog vier jaar verlengen, voortzetting van het huidige beleid voor de inzameling en verwerking van afval en grondstoffen, waaronder nascheiding van PMD, zonder invoering van variabele tarieven voor restafval - het aan de inwoners van Voorschoten doorbelasten van de afvalbeheerskosten blijft dus hetzelfde als nu - en verder inzetten op het voorkomen van te verbranden restafval en onnodig gebruik van de grondstoffen, onder andere door een nog verdere verbetering van de communicatie en voorlichting via de gemeentesite, social media en de gemeentepagina in de krant over hoe en wat te scheiden en over hoe onnodig gebruik van grondstoffen te voorkomen, en het nog beter en frequenter inzetten van de afvalcoaches. Het amendement, dat mede wordt ingediend door Voorschoten Lokaal en de VVD, luidt: "Amendement 328. Besluit: het voorgestelde besluit te laten vervallen en als volgt te besluiten: 1. het Grondstoffenplan 2021-2025 met nog eens 4 jaar te verlengen tot en met 31 december 2029; 2. voortzetting van het huidige beleid voor inzameling en verwerking van afval en grondstoffen, waaronder nascheiding van PMD, zonder invoering van variabele tarieven voor restafval.

De huidige manier van afval en grondstoffen inzamelen en verwerken en afvalbeheerskosten doorbelasten aan de inwoners van Voorschoten blijft hetzelfde.

Raadsvergadering 3 april 2025

3

3. verder in te zetten op het voorkomen van te verbranden restafval en het onnodig gebruik van grondstoffen onder andere door: • communicatie en voorlichting via de gemeentesite, social media en de gemeentepagina in de krant te verbeteren over hoe te scheiden, wat te scheiden en hoe onnodig gebruik van grondstoffen te voorkomen; • de afvalcoach(es) nog beter en frequenter in te zetten." De heer Maassen (SP): Ik hoor de CDA-fractie zeggen dat er nog heel veel onduidelijk is over de huidige situatie, omdat die pas net is ingegaan met de nascheiding, en dat we niet precies weten hoe dat allemaal gaat uitpakken. Daaruit concludeert de CDA-fractie dat ze een amendement moet indienen om nu alvast te besluiten om de huidige situatie drie jaar extra te verlengen, niet tot 2026, zoals het college voorstelde, maar tot 2029. Mevrouw Van der Wende, kunt u mij meenemen in de gedachtegang waarmee u zegt: we weten nog niet precies hoe het zit en daarom besluiten we alvast om alles te houden zoals het nu is? Mevrouw Van der Wende (CDA): Dat klopt. Wij geven aan dat we het voorlopig zo willen laten. Het Grondstoffenplan is het beleid. Dat bepaalt niet wat wij gaan doen. Dat verlengen we voor vier jaar, gewoon met een normale periode. Dat betekent natuurlijk niet dat er tussentijds na twee jaar, als we meer zicht hebben op dingen, geen nieuw besluit genomen kan worden.

Dit besluit staat nu ook los van dit Grondstoffenplan. De heer Maassen (SP): Het staat niet los van het Grondstoffenplan, want beslispunt 1 in het collegevoorstel is het verlengen van het Grondstoffenplan tot en met 2026. U stelt voor om daar 2029 van te maken. Ik snap niet wat de gedachte is om te zeggen: we weten nog niet hoe het zit; dus we besluiten alvast om niks te veranderen. Dat heb ik zojuist al gevraagd, maar daar heeft u geen antwoord op gegeven. Mevrouw Van der Wende (CDA): Dat klopt: we besluiten nu om nog niks te veranderen, omdat wij gewoon gegevens willen hebben. Daar hebben we vrij uitgebreid bij stilgestaan in de commissie. Het duurt nog bijna tot het eind van het jaar totdat die cijfers er op hun vroegst kunnen zijn. Door het beleid gewoon te verlengen, maken we het mogelijk om op een juiste manier zorgvuldig een nieuw besluit te nemen en een goede afweging te maken en ook om ervaringen van andere gemeenten op te doen. We kopen hiermee dus tijd. Wanneer een nieuw besluit genomen kan worden, of dat nou na twee jaar of na vier jaar is … Dat is natuurlijk altijd mogelijk. Dat besluiten we hiermee niet. De voorzitter: De derde en laatste interruptie, meneer Maassen. De heer Maassen (SP): Ik snap nog steeds niet helemaal waar die twee extra jaren dan voor nodig zijn.

Waarom zouden we niet de periode vanaf nu - het is april 2025 - tot december 2026 kunnen gebruiken om die ervaring op te doen en de cijfers op te halen die we inderdaad nodig hebben voor een nieuw besluit? Mevrouw Van der Wende (CDA): We willen het college hiermee tijd geven om dat zorgvuldig te doen en de keuze te maken wanneer dan een nieuw besluit komt. We geven hiermee gewoon vier jaar extra beleidsruimte om die keuze te maken. Mevrouw Schroot (D66): Ik ben geïnteresseerd in hoelang dit college nog denkt te zitten, want ik hoor mevrouw Van der Wende zeggen: "tot 2029". Mevrouw Van der Wende (CDA): Het zou mooi zijn als het college zo lang zit, maar dat zal inderdaad niet het geval zijn. Ik zeg daarmee natuurlijk niet dat er geen nieuw college van het CDA, de VVD en Voorschoten Lokaal kan komen; dat mag overduidelijk zijn. Er zijn natuurlijk verkiezingen; dat weten we allemaal en dat is overduidelijk. Maar ook een ander college, dat na de verkiezingen in maart aantreedt, kan dit oppakken. Hiermee wordt gewoon de ruimte geboden om te kijken wat er mogelijk is. Je kunt ook goed kijken, als je dat zou willen doen, naar aanbestedingstrajecten voor nascheiding of juist niet. Je geeft dus gewoon de mogelijkheid om even de ruimte te nemen om ook alternatieven te bekijken.

Dat is al aangegeven in de commissie: eigenlijk willen we misschien ook een aantal alternatieven in beeld gebracht hebben. Daar heb je dan de ruimte voor.

Raadsvergadering 3 april 2025

4

De heer Posthuma (PvdA): Ik ben nog steeds benieuwd wat de argumentatie van het CDA is. In het raadsvoorstel wordt heel duidelijk uitgelegd waarom het goedkoper zou zijn om betalen naar gebruik in te voeren. Ik begrijp niet zo goed waarom er nu nog extra onderzoek voor een jaar nodig is om tot die conclusie te komen. Mevrouw Van der Wende heeft dit in de commissie niet echt goed beargumenteerd en uitgelegd. Er zijn ook niet echt hele strakke vragen over gesteld. Ik ben dus benieuwd welke soort informatie u nodig heeft om tot een bepaalde afweging te komen. Mevrouw Van der Wende (CDA): Dat is tweeledig. We hebben toen die keuze gemaakt voor nascheiding, maar om een weloverwogen keuze te kunnen maken, wilden we de resultaten daarvan zien om te kijken welke impact het heeft. Dat heb ik uitgebreid aangegeven in de commissie. Daarnaast staat in het voorstel, zoals ik al aangaf, bijvoorbeeld ook het tweewekelijks of vierwekelijks inzamelen. Daar is ook het financiële plaatje op gebaseerd. Dat is iets waar wij tegen aanhikken. Dat is nog onvoldoende uitgewerkt. Wij hopen dus ook dat als er volgend jaar, over twee jaar of wanneer dan ook een nieuw voorstel komt, daar ook andere varianten in zitten en dat ook goed naar dat soort aspecten is gekeken.

De heer Posthuma (PvdA): Ik begrijp het antwoord van mevrouw Van der Wende niet zo goed, want over welke impact hebben we het dan? Als je goed naar het raadsvoorstel kijkt, blijkt overduidelijk dat betalen naar gebruik leidt tot lagere kosten voor de inwoners en dat het rechtvaardiger is. Als ik meer elektriciteit gebruik, ga ik meer betalen, maar hier in Voorschoten blijft het bedrag hetzelfde als je meer afval maakt. Dat is dus een beetje gek. Ik begrijp dan niet dat u moet wachten op de cijfers over nascheiding om tot het inzicht te komen dat eigenlijk al in het raadsvoorstel staat. Ik hoor dus graag uw toelichting, want wat u beargumenteert, gaat helemaal niet over dit stuk. Mevrouw Van der Wende (CDA): U geeft nu aan dat het gaat om de hoeveelheid afval, maar het gaat om de frequentie van het buiten zetten van je afvalbak. Dat is een duidelijke keuze waarvan ik zeg: als die grijze bak vol zit met PMD, vind ik het lastig uit te leggen dat je die bak tweewekelijks buiten moet zetten en dat je elke keer dat je dat ding buiten zet moet betalen. Eigenlijk heb je daar dan dus geen keus in. Dat vind ik een hele lastige. Daarom vind ik dat er meer varianten moeten zijn met een gedegen onderbouwing. Dan kunnen we met elkaar besluiten nemen, want dit heeft nogal wat consequenties voor onze inwoners. De voorzitter: De derde en laatste interruptie van de heer Posthuma.

De heer Posthuma (PvdA): Ik vond het heel goed dat het college een gemeente had uitgekozen die qua vergelijkingsmateriaal heel erg op de gemeente Voorschoten leek, namelijk de gemeente Ouder-Amstel. We hebben hier met z'n allen bij de informatieavond gezeten. Dat was een helder verhaal. Het is een gemeente met meer appartementen dan in Voorschoten. Het was eigenlijk heel mooi vergelijkingsmateriaal. We kregen heel keurig te zien dat die kosten naar beneden gingen, dat de bewoners, ook mensen die op u stemmen, dus eigenlijk minder lasten kregen en dat het restafval met een behoorlijk grote omvang naar beneden ging. Ik begrijp dus niet zo goed waar u die extra informatie voor nodig heeft om deze afweging op een goede wijze te kunnen maken. Mevrouw Van der Wende (CDA): Zoals we al hebben aangegeven, combineren slechts 6 van de 342 gemeenten nascheiding met deze systematiek. Dan moet je je achter je oren krabben: waarom kiezen 336 gemeenten voor andere variaties en andere combinaties en is dat niet een betere afweging dan wat nu voorligt als optie, dus deze combinatie? Ik denk dat je meer alternatieven moet belichten voordat wij een gedegen keuze kunnen maken die zulke consequenties heeft voor onze inwoners. Mevrouw Schroot (D66): Ik hoor mevrouw Van der Wende zeggen dat de wethouder zijn huiswerk eigenlijk niet goed heeft gedaan.

Deelt mevrouw Van der Wende die mening? Mevrouw Van der Wende (CDA): Zoals we met elkaar - dat geldt ook voor uw partij en voor de partijen die aan deze kant zitten - hebben geconstateerd in de commissie, zijn andere varianten niet goed of niet gelijkwaardig belicht. Eén variant is zwaarder aangezet dan andere varianten. Ik denk dat het goed is voor iedereen als de varianten gelijkwaardig worden belicht en als ook andere varianten worden bekeken bij de besluitvorming.

Raadsvergadering 3 april 2025

5

Mevrouw Schroot (D66): Ik ben erg benieuwd waarom die varianten dan nog als laatste zijn toegevoegd aan dat raadsvoorstel, want ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het eerst gewoon over variant A ging en dat daarna variant B en variant C nog zijn toegevoegd. Mevrouw Van der Wende (CDA): Er is sprake van dualisme; dit moet u dus aan de wethouder vragen. De voorzitter: Meneer Posthuma, heeft u een ander punt dan bij de vorige keren? Eén vraag dan, een hele scherpe. U heeft maar één kans. Ja, ik leg er druk op; ik weet het. De heer Posthuma (PvdA): Mevrouw Van der Wende doet alsof dit het kleine Gallische dorpje is dat uniek is in zijn soort. Van alle gemeenten in Nederland betaalt 50% naar gebruik; volgens mij zijn het er bij de laatste telling zelfs meer. Ook in de gemeenten die u nu noemt - bijvoorbeeld Harderwijk, Ermelo en Oldebroek; u heeft daar keurig die vragen over gesteld - wordt dit op die manier op een goede wijze toegepast. Harderwijk is een wat grotere gemeente, met 32,9% appartementen. Dat is vergelijkbaar met Voorschoten, want Voorschoten zit op het gemiddelde van 36%. Ik snap het dus niet zo goed. Zelfs met het vergelijkingsmateriaal dat de ambtenaren van dit college echt keurig hebben uitgezocht en waarmee u op een presenteerblaadje krijgt aangereikt dat het op deze manier gaat, zegt u toch dat u nog meer informatie nodig heeft.

Dat vind ik echt onvoorstelbaar. Graag een reactie van u. Mevrouw Van der Wende (CDA): Dat was niet echt een andere vraag, want dit heb ik al drie keer uitgelegd. Ik denk dat ik daar nu voldoende over heb gezegd. Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Voorzitter. Ik moet nog even wennen aan het meenemen van een blaadje. Dat is niet mijn stijl. Ik neem dus nog steeds mijn computer mee. De voorzitter: Ja, u bent hartstikke modern. Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Ja, super, hè? Voorzitter. Tijdens de campagne voor de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen heb ik veel mensen aan het schrikken gemaakt met krantenartikelen en de promo "Conny gaat scheiden". Deze opmerking gaf toen al aan dat het vastgestelde Grondstoffenplan door ons werd ondersteund. Het belang van goed scheiden is duidelijk. Papier, glas, gft en textiel kunnen, mits goed gescheiden, als grondstof opnieuw gebruikt worden. Mijn kleinzoon en alle andere leerlingen van De VOS hebben de afgelopen weken kennisgemaakt met de Magic Recycle Show. Ze zijn allemaal naar een show geweest waarin het recyclen en het nut van afval scheiden bekend zijn gemaakt. Deze generatie weet straks dus alles over scheiden; nu wij nog met z'n allen.

De actie van afgelopen zaterdag van de gemeente Voorschoten, waarbij gratis compost werd aangeboden, is ook zo'n mooi voorbeeld: van ons eigen gft-afval is compost gemaakt en inwoners konden dat gratis ophalen. Een hartstikke mooie actie. Eigenlijk is het niet zo moeilijk: breng papier, breng glas, KCA, textiel en dus ook gft naar de juiste container of naar de juiste plek en je vermindert het restafval. Natuurlijk is er een stap te maken in die productielijn, waardoor minder verpakkingsmaterialen in het restafval terecht zouden komen. Ik begrijp dat containers ruimte innemen in de tuin of in de schuur. Ook mijn tuin is niet zo groot, maar we moeten echt een stap maken om die afvalberg te verkleinen. Restafval wordt verbrand. Dat geldt dus ook voor afval dat niet goed gescheiden is. Het verbranden van afval kost heel veel geld. Daar betalen we met elkaar ook heel veel geld voor. Hoe minder kosten we hebben, hoe lager de belasting kan worden. Afval scheiden zorgt dus niet alleen voor een schonere wereld, maar ook voor lagere lasten voor inwoners. GroenLinks is voorstander van optie a en het verlengen van de termijn tot eind 2026. Daarover zijn we het eens met de SP. De heer Maassen (SP): Ik vraag me af of het voor GroenLinks uitmaakt of het scheiden van afval bij de mensen thuis gebeurt of achteraf op de vuilstort.

Het gaat er toch om dat het gescheiden wordt? Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Bij de invoering van de nascheiding waren wij geen voorstander van nascheiding, omdat heel veel mensen in onze achterban en de mensen die voorscheiding een groot voordeel vonden, dit als prettig ervaren en heel bang waren dat er te veel restafval in de verbrandingsoven terecht zou komen. Maar de nascheiding is een feit geworden; we

Raadsvergadering 3 april 2025

6

konden dus niet anders. Na ons erin verdiept te hebben, weten we dat plastic eerst wordt gefilterd voordat het als restafval verbrand wordt. Dat heeft ons dus wel geruststelling gegeven. De heer Maassen (SP): Eigenlijk zijn we het er dus over eens dat het niet uitmaakt of je voor- of nascheidt; met korte "ei", hè? Het gaat erom dat er zo effectief mogelijk gescheiden wordt. Als we het daarover eens zijn, lijkt de vervolgstap mij om te gaan zoeken naar de beste manier om dat voor elkaar te krijgen. Bent u dat met mij eens, mevrouw Van der Krogt? Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Dat ben ik helemaal met u eens, meneer Maassen. De beste manier van scheiden is inderdaad goed scheiden en daarna degene die goed scheidt, met een korte "ei", de mogelijkheid bieden om tegen een voordeliger tarief hun afvalheffing te betalen. Ik heb nog een kleine vraag aan het college. In Voorschoten wisselt een hele grote groep mensen kleding uit. Er is een hele mooie kledingkring en er is een mooie vintage kledingwinkel, om dat modewoord eens te gebruiken. We zijn ook heel blij met het Repair Café in ons dorp. Hoe fijn zou het zijn om ook weer een kringloopwinkel in ons dorp te hebben? De vraag aan het college is of hier weleens naar gekeken is en of het college bereid is te onderzoeken of dit weer op te zetten is. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. Allereerst wil ik het hebben over het proces.

Ons gemeentebestuur staat voor schut met het geklungel met het proces bij dit raadsvoorstel. Wij verwachten dus een toezegging van het college om niet meer met dit soort exotische raadsvoorstelvarianten te komen, want dat helpt ons niet. Na onze kritiek hierop in de commissie zien we dat dit ook doorgedrongen is bij de andere fracties, waaronder het CDA. Zij hebben het initiatief genomen voor een amendement. Wij spreken onze waardering ervoor uit dat wij als oppositiepartij aan de voorkant van het amendementproces zijn meegenomen, maar we zijn ook kritisch op het amendement. Het CDA laat zijn wethouder en vooral zijn duurzame achterban ons inziens in de steek door niet voor variant A, Diftar, of variant B, omgekeerd inzamelen, te kiezen en corrigeert de wethouder vervolgens ook nog eens met een amendement op punt C, niets veranderen, door nog veel langer niets te doen. Heeft het CDA nog wel vertrouwen in zijn eigen wethouder, is dan ook onze vraag. Zijn zijn ambities duurzamer dan die van de fractie? En probeert die fractie de coalitie misschien te redden met amendement 328? Of heeft het CDA last van een koortsaanval van de chronische "Voorschoten durft niet te kiezen"-ziekte? Wij zijn oprecht teleurgesteld over de niet-duurzame keuze die het CDA met dit amendement maakt. Dan de inhoud. D66 wil rechtvaardigheid voor inwoners die wél hun afval scheiden.

D66 vindt dat de vervuiler moet betalen en is daarom voor het invoeren van Diftar. Het is onacceptabel om mensen die hun afval niet scheiden, nog langer te laten subsidiëren door mensen die wél afval scheiden. Je zal maar klein behuisd zijn, gewoon je afval scheiden en dan in overweging g van amendement 328 lezen dat je afval niet zou kúnnen scheiden en dat je bovendien mee moet betalen aan het niet-scheiden van welvarende inwoners die om welke reden dan ook weigeren hun afval te scheiden. De gemeente gaat extra communiceren, lezen we in amendement 328, maar wie gaat dat betalen? Betekent dit dat de afvalstoffenheffing bij de begroting nog verder omhoog moet? Of gaat de achterban van de coalitiepartijen vrijwillig afvalcoachwerkzaamheden uitvoeren? Er komen boetes op ons af in de vorm van verhoging van de verbrandingsbelasting; dat heb ik in de commissie al gezegd. We blijven kostbare grondstoffen verbranden en het milieu onnodig belasten tot 2029. Het is terecht dat daar al op werd gereageerd. Deze coalitie stuurt het volgende college dus op pad met de opdracht om 60 gewichtsprocent afval in één jaar te gaan recyclen om eindelijk aan de Europese norm voor 2030 te voldoen, omdat ze nu niets wil doen. Dat is een onmogelijke opgave. Tot slot ons standpunt: wij zijn voor Diftar vanwege het principe dat de vervuiler betaalt.

Wij zijn voor een duurzamere omgang met onze grondstoffen, energie en leefomgeving. Last but not least: wij weigeren onze afvalproblemen door te schuiven naar een volgend college en volgende generaties. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Twee weken geleden vierde mijn dochter haar Sweet Sixteen. Het schijnt in deze regio mode te zijn dat je, als je 16 wordt, een heel groot feest organiseert waar al je vriendinnen van school en alle andere plekken langskomen. Er zaten die zaterdagavond zo'n 25 à 30 15- à 16-jarigen in mijn woonkamer. U begrijpt dat ik ergens anders was; het schijnt heel gezellig te zijn geweest. Na afloop was er ontzettend veel rotzooi. We hebben best wel wat spullen

Raadsvergadering 3 april 2025

7

in huis, maar om voor 25 à 30 meisjes de tafel te dekken … Nee, daar hebben wij de voorzieningen niet voor; daar hebben wij het servies niet voor. Je leent her en der wat, maar je hebt helaas ook het nodige aan afval. Afgelopen donderdag moest ik de afvalbak voor het eerst sinds dat Sweet Sixteen-feestje bij de deur zetten. Ruim vijf minuten heb ik vanaf een trapladder boven op al het vuilnis gestaan om de deksel dicht te krijgen, zodat ik fatsoenlijk mijn bak aan de deur kon zetten. Vroeger was dat hier niet zo geweest, want toen had al dat plastic in een plasticbak gekund. Dan hadden we er eigenlijk niet zoveel van gemerkt, maar sinds we in Voorschoten aan nascheiding doen, merk je dat wel. Sinds we aan nascheiding doen in Voorschoten - daar hebben we met deze raad bewust voor gekozen - is de grijze bak eigenlijk elke twee weken vol. Als je iets extra's hebt omdat je 25 16-jarigen over de vloer hebt gehad, is die bak extra vol. In een interruptiedebat met mevrouw Van der Krogt van GroenLinks kwam al naar voren dat de SP en GroenLinks eigenlijk hetzelfde doel hebben, namelijk zo goed mogelijk afval scheiden. Maar over de manier waarop verschillen we van mening. Het schijnt zo te zijn dat nascheiding beter is dan het door mensen thuis te laten doen, omdat er een goed filter over dat afval gaat voordat het verwerkt wordt.

Bij de afvalverwerker kan er dus veel meer plastic uit gehaald worden dan mensen thuis kunnen doen. Daarom heeft de SP indertijd voor nascheiding gekozen. Het effect daarvan is dat onze bakken voller zitten en dat mensen thuis dus niet meer kunnen sturen op thuis scheiden en hoeveel afval uiteindelijk in de afvalbak terechtkomt, want alles moet in die afvalbak, met het idee dat daardoor de nascheiding plaats kan vinden en de scheiding beter is dan wanneer mensen dat thuis zouden doen. Toen we dat besloten, wilden wij als gemeenteraad heel graag dat we dan op een later moment nog zouden kunnen kijken of we een volgende stap zouden moeten doen. Bij het besluit is toen een amendement aangenomen waarin stond dat in het eerste kwartaal van 2025 een keuze aan de gemeenteraad moest worden voorgelegd: moeten we verder met Diftar of niet? Mevrouw Schroot (D66): Ik mis in het betoog van de heer Maassen een beetje dat het vooral gaat over papier en groenafval, die heel erg bijdragen aan die volle afvalbakken. Dat plastic, die blikjes enzovoort kan je in elkaar frommelen. Ik begrijp het probleem dus niet helemaal. De heer Maassen (SP): Ik begrijp niet waar mevrouw Schroot het over heeft, want ik heb thuis drie bakken staan: een papierbak, een restafvalbak en een groenbak. Die groenbak en die papierbak doe ik keurig vol met groen en met papier.

Die andere, die restafvalbak, zit sinds de invoering van de nascheiding weer helemaal vol, omdat er zoveel plastic bij gekomen is, dat we altijd apart hielden. Dat is dus wat er aan de hand is, mevrouw Schroot. We willen dus graag het beste systeem. Toen we kozen voor nascheiding, dachten we dat dat het beste systeem zou zijn, maar we willen ergens in de toekomst natuurlijk wel een beslissing nemen; dat was ik aan het vertellen voordat de interruptie kwam. Daarom namen we dat amendement toen aan in de gemeenteraad, met het idee dat we nu, met de kennis van een jaar nascheiding, beter zouden weten hoe het in elkaar zou zitten. Maar wat blijkt als we naar de stukken kijken? De cijfers van het afgelopen jaar, waarin we nascheiding hebben gehad, zijn nog niet verwerkt en zitten nog niet in de cijfers. Het is nog van daarvóór. Met de cijfers die we nu hebben gekregen, kunnen we op dit moment dus eigenlijk nog geen besluit nemen over wat beter is. We kunnen nog niet beoordelen of dat nascheiden er inderdaad voor zorgt dat onze kosten straks omlaaggaan. Daarom had ik bedacht dat het een goed idee zou zijn om wat uitstel te hebben. Mevrouw Schroot (D66): Het gewicht van plastic, metaal en drankkartons is heel laag. Het probleem zit vooral in het groenafval en het papier, die de heer Maassen heel netjes scheidt.

Dus wat wilt u nu precies weten met verder onderzoek? De heer Maassen (SP): Ik wil heel graag weten wat er aan plastic terecht is gekomen in het restafval nadat wij de nascheiding hebben ingevoerd, op welke manier dat in onze kosten verwerkt is en hoe we daarop kunnen sturen. Dat wil ik heel graag weten. Want als je nu Diftar gaat invoeren, kunnen mensen daar eigenlijk niet op sturen. Als je zo'n systeem invoert, doe je dat om mensen de mogelijkheid te geven om op basis van de financiën te kiezen in de zin van: ik doe deze keer geen restafval. In de oude situatie, voor de nascheiding, had dat heel goed gekund. Tenminste, in mijn situatie; misschien is dit bij anderen anders, maar het had bij mij makkelijk gekund. Ik had makkelijk één keer per maand, misschien zelfs één keer per zes weken een restafvalbak bij de deur kunnen zetten. Prima, maar in de huidige situatie - niet eens die ene keer dat mijn dochter 16 werd, maar eigenlijk elke maand - zit mijn restafvalbak helemaal vol en kan ik daar niet op sturen. Dan ga je dus een sturingsinstrument geven en tegen mensen zeggen dat zij

Raadsvergadering 3 april 2025

8

zelf mogen bekijken hoeveel afval ze neerzetten, maar eigenlijk kunnen zij het gewoon niet anders doen dan zij nu doen. Dat werkt dus niet. Wij willen dus graag wat meer tijd hebben om goed te beoordelen hoe het nou zit met de nascheiding. Ik moet eerlijk zeggen dat het raadslidmaatschap iets is wat je niet fulltime doet maar naast je dagelijks werk. Ik kwam hier vandaag binnen en ik had de amendementen nog niet gezien omdat ik de hele dag op mijn werk ben geweest. Na betere lezing en ook na het interruptiedebatje met mevrouw Van der Wende blijkt dat in het amendement van het CDA eigenlijk veel beter staat dat we die extra tijd nodig hebben dan ik in eerste instantie in de gaten had. Het college stelt voor dat we tot 2027 niks doen en dat het dus tot dan hetzelfde blijft. Daarna blijft het bij optie c nog steeds hetzelfde, maar dat is dan een besluit voor altijd. Het amendement van mevrouw Van der Wende zegt juist: laten we tijdelijk niks doen en dan pas een besluit nemen. Dat is iets wat het college eigenlijk niet voorstelt. Bij nader inzien heb ik dus toch het idee dat dat misschien de goede kant opgaat. Het is in ieder geval meer dan ik in eerste instantie in de gaten had. De heer Lavrijsen (VVD): Voorzitter.

Als ik de heer Maassen zo hoor, moet ik me over een jaar of acht heel veel zorgen maken, want dan heb ik ook een 16-jarige dame thuis, maar dan is het afvalbeleid allang herzien. Het is al gezegd: het raadsvoorstel voorziet in drie scenario's voor het afvalbeleid. Iedereen heeft daar zijn eigen visie op; dat is zojuist ook gebleken uit de debatjes. Je kan de systemen vanuit een andere invalshoek dus op een andere manier benaderen. Tijdens de commissievergadering drie weken geleden heeft mijn fractie al aangegeven dat wij een aantal inhoudelijke bedenkingen hebben met betrekking tot scenario A, het Diftar-systeem. Dat heeft eigenlijk te maken met de punten die de heer Maassen al aangaf: het systeem suggereert dat mensen volledige handelings- en keuzevrijheid hebben binnen dat systeem. Dat is simpelweg niet waar, want fysieke of persoonlijke barrières of wat dan ook kunnen mensen in de weg staan om dat systeem volledig effectief te gebruiken en daarmee een volledige bijdrage te leveren aan de milieudoelstellingen en daar ook zelf het voordeel van te hebben. Daarnaast is het Diftar-systeem gebaseerd op een financiële prikkel die mensen moet stimuleren een structurele gedragsverandering te laten zien.

Maar in de stukken van het college zelf zie ik dat die financiële prikkel zo beperkt is - gemiddeld ongeveer € 10 per jaar per huishouden - dat wij ons afvragen of dat überhaupt wel het gewenste effect zal hebben. Hoe groot zal die prikkel zijn? De heer Posthuma (PvdA): Ik heb met veel belangstelling geluisterd in de commissievergadering, maar als de VVD gaat beginnen over "een onrechtvaardig systeem" en zegt dat iets de sociale ongelijkheid bevordert, heb ik daar alle aandacht voor en wil ik daar graag meer van weten. Wat meneer Lavrijsen zegt over de prikkel, is ook interessant. Hij zegt dat er eigenlijk te weinig prikkel bij zit; volgens mij had hij het over een tientje per jaar. Mevrouw Schroot refereerde er in haar bijdrage al terecht aan dat de verbrandingskosten de komende jaren omhooggaan. In de huidige berekeningen is dus sprake van de huidige situatie. Het mooie van het systeem dat we gaan invoeren, is dat die kosten naar beneden zouden moeten gaan als mensen minder afval gebruiken. Als je niks doet, gaan die kosten waarschijnlijk omhoog omdat die verbrandingskosten omhooggaan, zoals mevrouw Schroot aangaf.

Is meneer Lavrijsen het met mij eens dat je voor een toekomstbestendig verhaal toch beter Diftar kan invoeren, omdat de prijzen dan naar beneden kunnen gaan bij minder gebruik en omdat de kosten voor de gemeente juist omhooggaan als je te veel overhoudt? Daar komt nog bij dat de gemeente Voorschoten meer geld krijgt als het afval beter gescheiden wordt. Dat betekent dat de gemeente dan ook meer inkomsten genereert. Dat is dus drie keer raak voor een knaak. Graag uw reactie. De heer Lavrijsen (VVD): Je zou bijna denken dat de heer Posthuma in z'n eentje deze hele gemeente kan besturen, maar in het stuk van het college wordt ongeveer uitgegaan van een percentage van volgens mij 7% of 8% minder restafval. Dat is niet te vergelijken met wat er in andere gemeenten gebeurt, bijvoorbeeld in de gemeente Katwijk, hier niet heel ver vandaan. Daar hebben ze een rendement van 35% à 40% gehaald. Dat is echt iets heel anders in relatie tot de investeringen die daarin gedaan moeten worden. Dat is ook logisch, want Katwijk is een ander type gemeente. Er is een reden waarom wij in deze hele regio, in de Leidse regio - behalve Zoeterwoude - geen gemeente kennen waarin dit systeem wordt ingevoerd. Het Diftar-systeem wordt vooral gebruikt in het oosten en het zuidoosten van het land, omdat daar de fysieke omstandigheden en de gemeenteklasse daar veel geschikter voor zijn.

Natuurlijk kan het een afweging zijn om te zeggen dat wij 7% à 8% voldoende vinden om dit systeem in te voeren. Misschien kijken we daar wat anders tegen aan, maar ik geloof niet dat een potentieel voordeel van € 10 per jaar per huishouden, dus drie biertjes of tegenwoordig misschien nog niet eens - en het is een potentieel

Raadsvergadering 3 april 2025

9

financieel voordeel, want de invoeringskosten zijn daarin nog niet eens doorberekend - mensen in deze gemeente motiveert om die structurele gedragsverandering te laten zien. Dat zie je ook gewoon op de pagina's 13 en 14 van het collegevoorstel. De heer Posthuma (PvdA): De heer Lavrijsen refereert aan een document van het CPB uit 2019, een ietwat gedateerd stuk van zes jaar geleden. Hij zei ook dat het in deze regio helemaal niet te vinden is. Ik ben even op onderzoek uitgegaan, zoals u weet. Katwijk heeft het, Teylingen heeft het, Oegstgeest gaat het vanaf 1 januari 2026 invoeren, Lansingerland, Kaag en Braassem. Als de heer Lavrijsen het ook nog even aan de wethouder wil vragen: ook in Velsen, waar de wethouder vandaan komt, is het ingevoerd. In al die gemeenten waar de heer Lavrijsen over spreekt, is het percentage appartementen vergelijkbaar met dat in Voorschoten, om dat als uitgangspunt te nemen. De heer Lavrijsen doet in zijn bijdrage ook alsof er in het oosten en zuiden van Nederland alleen kale, dorre vlakten zijn met een paar kleine gemeenten, maar er zijn daar hele grote gemeenten met heel veel appartementen, waar met heel veel succes de hoeveelheid afval en ook de kosten naar beneden zijn gegaan. Ik begrijp dus niet zo goed dat de heer Lavrijsen op deze manier suggereert dat het ook niet in Voorschoten zou kunnen werken.

De omgeving laat zien dat dat wél het geval is. Dus graag een reactie van de heer Lavrijsen daarop. De heer Lavrijsen (VVD): Ik word nu toch een beetje nerveus, want de heer Posthuma verwijt mij indirect enige incompetentie. Als de PvdA je dat verwijt maakt, heb je het wel heel bont gemaakt. Ik geef namelijk gewoon met feiten aan dat in de Leidse regio - deze raad heeft uitgesproken dat wij willen aansluiten bij de Leidse regio - alleen Zoeterwoude het Diftar-systeem kent. Dat is een feit; dat is ook een keuze. Lansingerland zou ik niet tot de regio willen rekenen. Dat ligt in ZuidHolland, maar dan neem je wel een hele grote regio. De heer Posthuma noemt ook Teylingen als voorbeeld, maar in Lisse is het hopeloos mislukt door verkeerde tariefberekeningen. Je kunt natuurlijk een beetje googelen: welke feitjes spreken in mijn voordeel en welke feitjes spreken in het nadeel van mijn tegenstander? Daar heeft de heer Posthuma heel goed op geanticipeerd. Ik zie in het collegevoorstel dat bij de financiële prikkel, de basis van het Diftar-systeem, gemiddeld wordt uitgegaan van een tientje per jaar voor de komende jaren, niet voor het invoeringsjaar maar voor de komende jaren ongeveer een tientje per huishouden.

Ik ben geen cynicus, maar ik geloof niet dat dit mensen motiveert om structureel een gedragsverandering te laten plaatsvinden die ze niet kúnnen laten plaatsvinden omdat je als gezin - we hebben gelukkig veel gezinnen in Voorschoten - die grijze bak helemaal niet vier of zes weken in je schuur kan laten staan. Het is een illusie om de mensen dat wijs te maken en om de mensen ook wijs te maken dat ze daarmee geld kunnen besparen. Dat gaat niet gebeuren. De heer Posthuma (PvdA): Om met het voorbeeld van Katwijk te beginnen: dat heeft veel meer appartementen dan Voorschoten. De hypothese van de heer Lavrijsen in de commissievergadering was: hoe meer appartementen, hoe lastiger het is. Er zijn genoeg gemeenten waar duidelijk blijkt dat het gewoon goed realiseerbaar is. Ik snap dus gewoon niet zo goed dat de VVD erin blijft volharden dat de feiten niet spreken. Er zijn ook tal van andere websites of andere rapporten die dit aantonen voor tal van gemeenten met dezelfde omvang als Voorschoten. In mijn reactie richting mevrouw Van der Wende zei ik al dat juist het college met een heel goed voorstel is gekomen van een gemeente die vergelijkbaar is met Voorschoten en waar dit echt prima heeft gewerkt. Ik begrijp gewoon niet dat de heer Lavrijsen die werkelijkheid gewoon ontkent. Ik hoor daar dus nog graag een reactie op.

De heer Lavrijsen (VVD): Ik begrijp dat de heer Posthuma het niet begrijpt, want het is ook best ingewikkelde materie. De heer Posthuma blijft maar terugkomen op allerlei snel gegoogelde feitjes. Het is opmerkelijk dat hij blijkbaar de deskundigheid en de professionaliteit van een gerenommeerde instantie als het Centraal Planbureau en van eerdere bijeenkomsten die we op dit gebied hebben gehad, in twijfel trekt. Het kan inderdaad zo zijn dat de heer Posthuma, de fractie van de Partij van de Arbeid, bereid is om grote investeringen te doen waar grote onzekerheden aan vastzitten voor inwoners en voor de gemeente om potentieel een paar procent milieuwinst te halen. Ik ben niet bereid om dat te doen. Ik vind het ook heel verstandig dat het CDA met dit amendement is gekomen om ons die tijd te gunnen om een gedegen afweging te maken. Ik vind ook dat de heer Maassen dat heel goed heeft onderbouwd. Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): U zegt dat de tarieven gelijk blijven en dat dat geen beloning is voor een gedragsverandering. Het is logisch dat de tarieven gelijk blijven bij een gevarieerd tarief als je net als nu bij het vaste tarief 26 keer je container inlevert. Het wordt pas

Raadsvergadering 3 april 2025

10

minder als je je container minder gaat gebruiken. De bedragen worden dus lager op het moment dat je je container minder laat legen. Dat is het voordeel van het variabele tarief. Als je minder afval hebt, laat je minder vaak je container legen en ga je minder betalen. Dat is het variabele tarief. Mijn vraag aan u, meneer Lavrijsen, is of u daarover heeft nagedacht. Gaat u ervan uit dat iedereen die een gedifferentieerd tarief zou ambiëren, ook gewoon 26 keer de container blijft inleveren of gaat u er inderdaad van uit dat dat minder vaak zou worden? De heer Lavrijsen (VVD): Ik geloof dat ik de vraag niet heel goed begrijp. Nee, ik begrijp de vraag niet heel goed. Misschien kunt u de vraag toelichten, want ik wil hem graag goed beantwoorden. Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Ik ga proberen het te verduidelijken. Als we een vast tarief houden - dat hebben we dus op dit moment - dan betalen we € 600; ik noem maar even wat. Als we 26 keer onze container inleveren met een variabel tarief, betalen we een vast bedrag met daarbovenop een bedrag per keer dat je de container inlevert. Bij 26 keer inleveren zou dat in uw berekening gechargeerd op € 590 uitkomen. Elke keer dat wij minder dan die 26 keer inleveren, betalen we dus minder kosten. Ik vraag me af of u zich dat heeft gerealiseerd.

Is de vraag nu duidelijker voor u? De heer Lavrijsen (VVD): Ja, dat heb ik me gerealiseerd, want ik heb volgens mij zojuist aangegeven dat heel veel mensen en gezinnen niet in staat zijn om af en toe een moment over te slaan. Dus ja, ik heb me dat gerealiseerd, maar het bedrag waar ik het over heb, heb ik niet zelf nagerekend. Dat heb ik van de heer Posthuma geleerd: dat moet je nooit zelf doen. Dat bedrag heb ik gewoon uit de stukken van het college gehaald. Dat is de prognose in de stukken van het college. Ik zou die deskundigheid niet in twijfel durven trekken. Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Tot slot mijn conclusie. Mensen die niet minder inleveren, gaan inderdaad niet minder betalen. Dat is logisch, want die mensen krijgen dan nog steeds dezelfde service als nu. De heer Lavrijsen (VVD): Ja, en dan ga je ervan uit dat iedereen dezelfde mogelijkheden heeft om van dat systeem gebruik te maken. Dat is simpelweg niet waar. Misschien zou je dat kunnen zeggen als je per kilo gaat afrekenen, maar als je per lediging gaat afrekenen, kan dat helemaal niet. Zo werkt dat niet in de praktijk, echt niet. De heer Posthuma (PvdA): Ik heb mijn naam nog nooit zo vaak van de heer Lavrijsen gehoord. Dat vind ik altijd interessant; ik hoop niet dat hij van mij aan het dromen is. Het lastige is dat ik volgens mij een aantal heel relevante feiten op tafel heb gelegd.

Ik wil nog even het punt van orde maken dat de heer Lavrijsen dat afdoet als "gegoogel" of "onderzoek". Volgens mij heeft hij hierbij dezelfde systemen gebruikt. Laten we het gewoon bij de feiten houden en daar ook een eerlijke discussie over voeren. Ik ben het helemaal met de heer Lavrijsen eens dat dit een lastig onderwerp is, maar als in de commissie wordt beweerd dat er in de wijde omtrek geen gebruik wordt gemaakt van betalen naar gebruik, vind ik dat een verkeerde voorstellen van feiten, van zaken. De voorzitter: Waarvan akte. De heer Lavrijsen (VVD): Ik kan alleen maar ondersteunen wat de heer Posthuma zei, want ik had het nadrukkelijk over de Leidse regio. Dat is een feit en ik hou me inderdaad graag bij de feiten. De heer Van den Ende (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Er is vanavond al veel gezegd. Natuurlijk is het belangrijk om gescheiden in te zamelen. Daarvan zijn wij ons als partij bewust. Dat doen we door middel van nascheiding. We hebben de groene en de blauwe bakken voor gft en papier. Het restafval gaat in de grijze bak, waarbij de afvalverwerkingscentrale plastic, metaal en drankkarton scheidt van het restafval. We hebben amendement 328 medeondertekend, omdat wij denken dat nascheiding effectiever is. Zoals het CDA al zei, was afgesproken dat we twee jaar zouden meten. Dat is nog niet volledig gebeurd.

Er zijn geen gegevens bekend over hoeveel PMD het afgelopen jaar daadwerkelijk gescheiden is. Mensen gaan hun bak minder aan de straat zetten om kosten te besparen, met als gevolg dat de bakken vol raken en gaan stinken. Als de bak vol zit, bestaat de kans dat het vuilnis bij de buren in de bak wordt gedaan of dat er vervuiling komt door het dumpen van afval. Dit zorgt voor hogere kosten voor de instanties. Als er minder bakken aan de weg worden gezet, blijven de ophaalroute van de vuilniswagen en de kosten nog steeds dezelfde, terwijl er minder opgehaald wordt. Wat is daar het voordeel van? De kosten blijven even hoog.

Raadsvergadering 3 april 2025

11

De nascheiding van PMD wordt steeds beter. Machines van de afvalverwerkingscentrale maken dankzij de moderne technologieën steeds beter onderscheid tussen herbruikbare afvalstoffen en afvalstoffen die verbrand moeten worden, maar het kan altijd beter, zoals ook in punt j van het amendement wordt beschreven: voorlichting via multimedia, via flyers en in een plaatselijke krant om inwoners bewuster te maken van de afvalscheiding. Maar het belangrijkste is dat de scheiding begint bij de inwoner die de afvalstoffen in de daarvoor beschikbare correcte afvalbakken doet. De voorzitter: De heer Posthuma heeft geen behoefte aan een eerste termijn. Het woord is aan de wethouder. Er zijn niet heel veel vragen gesteld. Er is wel een amendement ingediend. Wethouder Schokker: Voorzitter. Hartelijk dank aan de raad voor de diverse opmerkingen over het raadsvoorstel. Ik wil deze gelegenheid graag gebruiken om de ambtelijke ondersteuning te bedanken voor alle voorbereidingen voor dit dossier. Het is al met al best een intensief traject geweest voor de betrokkenen. Het stappenplan voor het grondstoffenbeleid is in juli 2021 door uw raad vastgesteld. Inmiddels zijn we alweer bijna vier jaar verder. Er zijn in de afgelopen jaren betekenisvolle stappen genomen om de hoeveelheid restafval terug te brengen.

Twee belangrijke stappen waren de invoering van nascheiding van PMD en de invoering van betalen voor het ophalen van grofvuil. Dat was niet alles; er zijn diverse communicatiecampagnes geweest. We hebben extra bakjes voor gft en gfe uitgedeeld en een vaste afvalcoach is aangenomen. Met andere woorden: door de organisatie en door de raad wordt hard gewerkt om stappen te zetten. Maar het is zeker niet alleen de gemeente die iets kan doen; het ligt ook bij de inwoners zelf. In die zin ben ik verheugd over enthousiaste initiatieven om zwerfafval op te halen. Onlangs hebben we nog een bijeenkomst gehad waar nieuwe inwoners actief voor zijn geworden. Er gaat dus het nodige goed op het gebied van afval. Toch constateren we als college ook een aantal zaken die aandacht vragen. Het scheidingspercentage ligt met 44% relatief laag. Het aantal kilo's restafval per inwoner is rond de 220 kilo; dat is aan de hoge kant. Dit zorgt voor opwaartse druk op de kosten. Dit is tegen die achtergrond iets om de komende jaren rekening mee te houden. Conform het raadsbesluit uit 2021 heeft het college een voorstel aan de raad voorgelegd om nog een extra stap te zetten, namelijk het invoeren van variabele tarieven. Tot deze stap is destijds onder een ander politiek gesternte besloten.

Het college acht het, gelet op de genoemde ontwikkelingen, verstandig om ontwikkelingen op het gebied van restafval zorgvuldig te blijven monitoren. Het leek me goed om deze situatie, deze achtergrond, nog even te schetsen. Ik heb twee vragen genoteerd. Mevrouw Van der Krogt stelde een vraag over de kringloop. Mevrouw Van der Krogt, we zijn over de kringloopwinkel aan het nadenken. We hebben ook gesprekken met de kringloopwinkel. Ze hebben aangegeven zich daarop te beraden. We zijn ook in samenspraak met de wethouder voor het centrum, want het zou dan waarschijnlijk in een winkel in het centrum zijn. We zijn er dus mee bezig. Het is niet op een heel korte termijn te verwachten, maar het heeft absoluut onze aandacht. Dan de opmerking van mevrouw Schroot over het proces. Dit proces verdient niet de schoonheidsprijs. Enigszins ludiek zou ik willen zeggen dat dit proces bij de schroothoop kan. Mevrouw Schroot (D66): Dank voor dit geweldige compliment. Ik ben daar heel blij mee. Ik vraag de wethouder of hij na afloop misschien nog even het liedje Jolene voor mij wil zingen. Wethouder Schokker: Dat wil ik u niet aandoen. Er ligt een amendement van het CDA, de VVD en Voorschoten Lokaal. Wij kunnen als college dat amendement oordeel raad geven. Het is wel belangrijk om het volgende op te merken. Er staat "om intensiever in te zetten op de afvalcoach".

We hebben een afvalcoach; die is druk bezig, maar als we een extra afvalcoach moeten nemen, hebben we daar extra middelen voor nodig. Daar wordt via dit amendement geen ruimte voor geboden. Dat wil ik nog even opgemerkt hebben. De voorzitter: Is er gereageerd op alle vragen en opmerkingen uit de eerste termijn? Dat is het geval. Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw Van der Wende (CDA): Voorzitter. Ik heb zojuist geen interrupties gedaan omwille van de tijd. Ik combineer dus een aantal reacties in mijn tweede betoog. Er werd gevraagd of het CDA

Raadsvergadering 3 april 2025

12

koorts had. Ik ben de hele week ziek geweest. Ik sluit dus niet uit dat ik dat heb, maar aan het voorliggende amendement is desalniettemin gezamenlijk met heel veel mensen gewerkt. Ik denk dat dat er niet onder heeft geleden. Er werd gevraagd naar de steun voor de wethouder. We hebben nog steeds het volste vertrouwen in onze wethouder. Zoals ik al aangaf, kan het college bij dualisme soms iets anders doen dan wat de raadsleden vinden. Dat is geen enkel probleem. Dat is ook zo ingestoken, maar het vertrouwen is er nog steeds volledig. Mevrouw Schroot (D66): Als er sprake is van dualisme, waarom heeft de wethouder dan gehoor gegeven aan de coalitie door de extra beslispunten b en c toe te voegen? Mevrouw Van der Wende (CDA): Zoals ik al eerder aangaf, moet u dat aan de wethouder vragen. De voorzitter: Ik grijp even in. Dat is geen vraag aan mevrouw Van der Wende; dat is een vraag aan de wethouder. Ik laat het aan u over of u die vraag in uw tweede termijn wilt stellen. Mevrouw Van der Wende (CDA): Er werd een paar keer een vergelijking gemaakt met Katwijk. Het klopt dat ook in Katwijk een gedifferentieerd tarief is ingevoerd, maar niet in combinatie met nascheiding. Dat is wat zowel de VVD als wij al probeerden te betogen.

Het aantal gemeenten die die combinatie op die manier uitwerken - er zijn ook nog verschillende uitwerkingen - is niet vergelijkbaar met wat er nu is voorgesteld. De heer Posthuma (PvdA): Voor de allerlaatste keer en dan hou ik echt op, maar in het raadsvoorstel staat het voorbeeld van de gemeente Ouder-Amstel. Dat voorbeeld heeft het college zelf genoemd. Die gemeente is goed vergelijkbaar met Voorschoten en het blijkt daar wél te werken. U bent iedere keer aan het zoeken naar het argument dat er geen vergelijking is en dat we zo uniek zijn, maar we zijn niet uniek. Sterker nog: er is een vergelijkbaar voorbeeld. De voorzitter: Mevrouw Van der Wende, vervolg uw tweede termijn. Mevrouw Van der Wende (CDA): Ik wil vooral meneer Maassen complimenteren voor zijn heel mooie betoog, dat redelijk in lijn was met het betoog dat ik probeerde neer te zetten. Ik denk dus dat wij elkaar daar prima in kunnen vinden. Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Voorzitter. Allereerst wil ik even opmerken dat wij het jammer vinden dat de heer Lavrijsen het nodig vindt om zich op de manier zoals net in de eerste termijn uit te laten over de PvdA. Dat is jammer. De voorzitter: Er is een interruptie, een vraag hierover. Daar kan ik me iets bij voorstellen, want het staat ook mij niet helder voor de geest.

De heer Lavrijsen (VVD): Inderdaad: welke misplaatste woorden zou ik gebruikt hebben in de richting van de PvdA? Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Met name de opmerking over het zich baseren op "een stukje googelen" en de persoonlijke opmerking. Ik vond het voor hem vervelend om dat te horen. Dat wilde ik even kwijt. De heer Lavrijsen (VVD): Ik had dan gehoopt dat mevrouw Van der Krogt en de fractie van GroenLinks ook zo kritisch is op de heer Posthuma als hij hier iedereen de maat neemt met vaak veel sterkere bewoordingen. Dat zou veel zuiverder zijn. Ik kan hier echt helemaal niks mee. Ik herken me er ook totaal niet in. Volgens mij geldt dat, om me heen kijkend, voor deze hele raad. De voorzitter: Ik stel voor dat we verdergaan met het betoog. Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Ja. In mijn tweede termijn wil ik verder nog kwijt dat wij het echt belangrijk vinden om te beseffen dat PMD niet het grootste probleem is in dezen, zoals mevrouw Schroot al aangaf. Het scheiden van de echte grondstoffen is het belangrijkste; daar moeten wij voor gaan. Daarom blijven wij nog steeds voor optie a, het gedifferentieerd afvaltarief. Dus glas, papier, gft et cetera. Veel mensen vergeten dat dat het probleem is. Dat komt in dat

Raadsvergadering 3 april 2025

13

restafval terecht en dat maakt het restafval te veel en leidt tot grote problemen. Daar moet de grootste slag in gemaakt worden in het verminderen van het restafval. Tot slot: wij zullen niet instemmen met het amendement. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. Allereerst mijn excuus aan mevrouw Van der Wende, want de vraag kan inderdaad beter aan de wethouder gesteld worden. Bij dezen is de vraag dus aan de wethouder gesteld, want we hoorden hem afwijzend reageren. Waarom lijkt het erop dat b en c later zijn toegevoegd en waarom raadt de wethouder het voorliggende amendement niet af? Het leek namelijk dat hij het amendement wel afwees, omdat de kosten voor extra inzet van de afvalcoach en communicatie niet gedekt worden. Wij begrijpen dat dus niet helemaal. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Kort samenvattend: we krijgen in het raadsvoorstel drie alternatieven voorgelegd. Alternatief a is Diftar: betalen voor wat je gebruikt. Alternatief b is omgekeerd inzamelen van restafval. Optie c is voortzetting van het huidige beleid. Dat zou allemaal in moeten gaan vanaf 1 januari 2027. Zoals ik in de eerste termijn al uitgebreid betoogd heb, hebben wij het gevoel dat wij op dit moment niet de juiste informatie hebben, omdat we vorig jaar pas met die nascheiding begonnen zijn. Er is op dit moment nog niet goed genoeg onderzocht welke effecten dat heeft en hoe we daarop kunnen sturen.

De SP-fractie is daarom van mening dat we op dit moment niet tussen een van deze drie opties kunnen kiezen. Daarom steunen wij het amendement om te wachten met een definitieve keuze en om in plaats daarvan tot en met 31 december 2029 het huidige beleid aan te houden met het idee dat we dan in de tussentijd genoeg informatie krijgen over de werking van de nascheiding, zodat we precies beleid kunnen maken dat past bij deze gemeente en niet bij een van de 395 andere gemeenten van Nederland. De voorzitter: Er is verder geen behoefte aan een tweede termijn. Volgens mij zijn er twee vragen aan de wethouder gesteld. Wethouder Schokker: Voorzitter. Mevrouw Schroot vroeg naar het stuk. Er ligt maar één stuk. Elk stuk heeft natuurlijk een ontstaansgeschiedenis, maar er is één variant hier in de raad aangeleverd. Dat is het stuk dat is aangeleverd. Dat is het antwoord op die vraag. Ik wil nog even feitelijke informatie geven. De meest recente gegevens die we via AVR hebben over nascheiding - er is vorig jaar een brand geweest bij AVR - is dat het over 2024 op 12 kilogram lijkt uit te komen. Ik wil de raad graag toezeggen, ook omdat het een breed geluid is, dat wij u bijvoorbeeld in het najaar en ook op regelmatige basis zullen informeren over de voortgang ten aanzien van de ontwikkeling van nascheiding.

De voorzitter: Zijn alle vragen van de raad beantwoord? De heer Maassen (SP): Voorzitter, ik verzoek u om die toezegging te noteren, zodat die ook terug kan komen zoals die bedoeld is. De voorzitter: Deze toezegging wordt bij dezen genoteerd door de griffier. Ik sluit de beraadslaging en we gaan over tot de besluitvorming. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Ik heb een vraag over de stemming, want het is ingewikkeld, tenzij het makkelijk wordt. We hebben namelijk een besluit voorliggen met drie alternatieven. We hadden van tevoren besproken om die drie alternatieven een voor een in stemming te brengen, maar begrijp ik het goed dat als amendement 328 wordt aangenomen, de alternatieven niet meer in stemming hoeven te worden gebracht? De voorzitter: Dat is juist, want het amendement wijzigt het voorliggende besluit volledig. Daarmee is het besluit dat voorlag, dan van tafel. Dan is er een nieuw besluit en dan breng ik vervolgens het gewijzigde beleidsplan in stemming, zoals dat gaat. De heer Maassen (SP): Helder, dank u wel. De voorzitter: Alstublieft. In stemming komt amendement 328 van het CDA, Voorschoten Lokaal en de VVD.

Raadsvergadering 3 april 2025

14

Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met 12 tegen 8 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks en de PvdA ertegen hebben gestemd en de fracties van het CDA, de SP, Voorschoten Lokaal en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt het geamendeerde voorstel. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 12 tegen 8 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks en de PvdA ertegen hebben gestemd en de fracties van het CDA, de SP, Voorschoten Lokaal en de VVD ervoor hebben gestemd. De voorzitter: Wenst u een korte schorsing? Ik constateer dat daar behoefte aan is. Dan schors ik de vergadering voor vijf minuten. De vergadering wordt enige tijd geschorst. 8.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=bf6b3ee1-2531-4951-a9dd-b04d478b4f9e