Notulen Gemeenteraad 29 januari 2026 (get.)
Tekst van het document
Notulen raadsvergadering
NOTULEN van de vergadering van de raad van de gemeente Voorschoten, gehouden op 29 januari 2026 vanaf 20.00 uur. Voorzitter: mevrouw N. Stemerdink, burgemeester. Griffier: de heer E. Krijgsman. Aanwezige leden: de heer mr. drs. C. Bremmer, mevrouw R.E. de Bruin-Van Alphen, de heren A. Deuzeman, W.J. van Duivendijk, G. van den Ende, J.D.A. Haubrich en B. van Horck, mevrouw C.L. Ilić, mevrouw P.T.M. Kortekaas-Warmerdam, mevrouw J.G. van der Krogt, de heren P. 't Lam, E.M.L.H. Maassen en M.P.A. van Oostrum, mevrouw M.H.R. Persoon, de heren A.L.R. Posthuma en B.W. Reinke, mevrouw J.C. Schroot, mevrouw P. Wijnen en mevrouw M.J.T. Zoun. Aanwezige wethouders: de heer P. de Bruijn, de heer C.J. van der Elst en de heer H.G. Schokker.
1.
Opening, mededelingen en vaststelling agenda
De voorzitter: Het is inmiddels 20.00 uur geweest. Ik open hierbij de vergadering van de gemeenteraad van Voorschoten van 29 januari 2026. Uiteraard wil ik de heren Varekamp van harte welkom heten, in de eerste plaats uiteraard Pieter; van harte welkom vanavond. Wat fijn dat jouw vader en jouw broer hier vanavond ook bij aanwezig zijn. Er zijn afmeldingen ontvangen van de heer Lavrijsen van de VVD en mevrouw Mieremet van D66. Voor de spreektijden zijn we uitgegaan van een vergadering van 3 uur. We gaan ervoor. Ik meld daar voor alle zekerheid bij dat dit zonder schorsingen is. De fracties hebben ieder een spreektijd van 18 minuten en het college 34 minuten. Ik verzoek eenieder zich aan de spreektijd te houden. Ik hou daarbij eenieder in de gaten, ook meneer Bremmer, die ik de vorige keer enthousiast heb laten doorpraten; dat was echt vreselijk. Dan de vaststelling van de agenda. De BOPA-motie is twee keer uitgesteld, maar komt vanavond aan de orde en is met uw instemming geagendeerd als agendapunt 13. Er is een motie vreemd aan de orde van de dag aangekondigd door de fractie van GroenLinks. Mevrouw Van der Krogt, welke motie wilt u behandeld hebben? Mevrouw Van der Krogt (GroenLinks): Voorzitter. Ik wil naar aanleiding van een ingekomen brief graag een motie indienen over de no-plasticfilters, maar dat zal ik straks toelichten. De voorzitter: Prima.
Ik stel de raad voor om daar agendapunt 14.1 van te maken. Ik constateer dat de raad daarmee instemt. Zijn er nog andere mooie toevoegingen aan de agenda? De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik heb ook een motie. Dat is een beetje afhankelijk van de antwoorden die we krijgen van de wethouder op de actualiteitsvragen, maar in ons reglement van orde is het zo geregeld dat we geen moties kunnen indienen bij de actualiteitsvragen. Ik moet deze motie daarom voor de zekerheid al aankondigen. Dat doe ik dus bij dezen. Het gaat om een second opinion ten aanzien van de wijk Adegeest. De voorzitter: Ik stel voor om daar agendapunt 14.2 over Adegeest van te maken. Ik constateer dat de raad daarmee instemt. Na de actualiteitsvragen geeft u aan of u dat agendapunt handhaaft. Er zijn nog twee opmerkingen over de agenda. Voor het vragenuur zijn twee vragen ingediend. Eerst zal de vraag van de Partij van de Arbeid aan de orde komen over Adegeest. De tweede vraag is van Voorschoten Lokaal en gaat over de Vlietwijk. De agenda wordt aldus gewijzigd vastgesteld.
Raadsvergadering 29 januari 2026
1
2.
Benoeming wethouder (raadsregistratienummer Z/26/108340/479984)
De voorzitter: De VVD-fractie heeft de heer Pieter Varekamp voorgedragen als wethouder om in de vacature te voorzien vanwege het vertrek van wethouder De Bruijn per 1 februari aanstaande. De raad gaat uiteraard over de benoeming van een wethouder. Ik zal straks eerst aan de heer Haubrich vragen om de voordracht kort toe te lichten. Daarna is er eventueel ruimte voor vragen indien u daar behoefte aan heeft; dat hoeft dus niet. Daarna zal de heer Varekamp zich kort voorstellen. Aan hem mogen alleen leuke vragen worden gesteld; als ik ze niet leuk vind, sta ik ze gewoon niet toe. Tot slot zal de heer Bremmer daarna verslag uitbrengen namens de commissie Geloofsbrieven. Dat is de procedure bij dit agendapunt. Ik geef het woord dus eerst aan de heer Haubrich, de fractievoorzitter van de VVD. De heer Haubrich (VVD): Voorzitter. Zoals net al ingeleid werd, kregen wij begin december te horen dat onze wethouder Paul de Bruijn ons per 1 februari aanstaande gaat verlaten. Dat stelde ons als fractie even voor de uitdaging om een afweging te maken met betrekking tot de voordracht van een nieuwe wethouder. We begrepen al vrij snel dat als wij met een kandidaat zouden willen komen, dat echt in de eerste week van januari bekendgemaakt zou moeten worden om alle daarvoor benodigde stappen nog te kunnen zetten.
Dat gaf ons grofweg een maand om een afweging te maken en te zoeken naar een kandidaat. Ik kan u zeggen dat dit best een uitdaging was. We hebben in onze afweging meerdere belangen tegen elkaar afgewogen. We hebben daarbij echt nadrukkelijk gekeken naar meer belangen dan alleen het belang van de VVD. We hebben nadrukkelijk ook gekeken naar de stabiliteit en de continuïteit van het zittende college, dat met slechts drie wethouders in onze gemeente natuurlijk relatief beperkt is. We hebben natuurlijk ook rekening willen houden met de bestuurskracht van de gemeente Voorschoten. We zijn tot de afweging gekomen dat het wenselijk en noodzakelijk is om een opvolger voor de interim-periode te zoeken. Daarbij hebben we ook gezegd: als we de doelstelling van continuïteit en stabiliteit van het college in het achterhoofd hebben, is het alleen zinvol om een kandidaat voor te dragen met een ruime politiek-bestuurlijke ervaring. Die kandidaat hebben wij gevonden in de persoon van Pieter Varekamp. Ik heb alle fractievoorzitters daar begin januari persoonlijk over ingelicht. U heeft inmiddels een cv van de heer Varekamp gezien in de bijlage bij dit raadsvoorstel. De bewezen ervaring van de heer Varekamp als raadslid én als wethouder van de gemeente Westland in combinatie met zijn verbindende persoonlijkheid maakt dat wij met vertrouwen vanavond deze wethouder voordragen.
Ik hoop dat dit op brede steun vanuit deze raad kan rekenen. De voorzitter: Zijn er vragen aan de heer Haubrich over de voordracht? Dat is niet het geval. Dank u wel, meneer Haubrich. Dan geef ik het woord nu kort aan de beoogd wethouder. De heer Varekamp: Voorzitter. Goedenavond. Ik ben Pieter Varekamp, van 2 oktober 1970; dan weet u hoe oud ik ben. Ik ben door de VVD alhier benaderd en, zoals Jaap al zei, ingeleid in het bestaande vraagstuk. Wat ik erg leuk vind, is het samenspel en het samennemen van meerdere belangen van inwoners en uiteraard van uw gemeenteraad, maar ook van bestuurlijke belangen. Dat heb ik met heel veel plezier in Westland gedaan. Voor de resterende tijd van dit college ga ik dat ook graag voor Voorschoten doen. Daarbij vind ik twee dingen belangrijk. Ik vind het belangrijk om ondanks de korte tijd toch nog stappen te maken en resultaten te boeken, maar ook om samen te werken. Ik geloof erin dat je de wereld met elkaar maakt. Dat doe je door samen te werken. Dat wil niet zeggen dat je het altijd eens bent, maar wel dat je met elkaar in gesprek gaat om te kijken hoe je samen verder kunt komen. Daar ga ik graag mee aan de slag. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Zijn er leuke vragen aan de heer Varekamp? Over zijn huisdier bijvoorbeeld? De heer Maassen (SP): Ik schijn wel leuke vragen te kunnen stellen.
U bent natuurlijk maar voor een heel korte periode wethouder hier en we gaan vanavond, als er met uw benoeming wordt ingestemd, ook stemmen over het woonplaatsbeginsel. De vraag is eigenlijk wanneer u in deze geweldige gemeente komt wonen. De heer Varekamp: Dat is een goede vraag. Het antwoord blijft open, omdat ik heb aangegeven dat dat voor mij in ieder geval voor de resterende tijd niet aan de orde is, maar ik maak heel graag kennis met Voorschoten en je weet nooit hoe het loopt. Ik sta ervoor open. De voorzitter: Ik weet niet of ik dit een heel leuke vraag vond.
Raadsvergadering 29 januari 2026
2
De heer Van den Ende (Voorschoten Lokaal): Meneer Varekamp, wat zijn uw hobby's? De heer Varekamp: Dat is een leuke vraag. Ik moet zeggen dat het antwoord zeer breed is. Ik ben zeer breed geïnteresseerd in wat er in de wereld gebeurt, maar ook in wat er lokaal gebeurt, in mijn eigen gemeente en in de regio. Ik heb een voorliefde voor auto's, het klussen en hobbyen aan auto's en eigenlijk voor techniek in algemene zin. De heer Posthuma (PvdA): Wat is dan uw favoriete auto, qua merk en type? De heer Varekamp: Ik ben een aanhanger van het automerk Audi. Daar rijd ik ook mee; ik heb er overigens twee: één voor dagelijks gebruik en één voor de hobby. Ik ben ook zeer gefascineerd door de jeep, de Willys Jeep, die ons geholpen heeft bij de bevrijding in '45. Mevrouw Schroot (D66): Ik kan niet achterblijven: wilt u dan ook lid worden van de oldtimervereniging in Voorschoten? De heer Varekamp: Ik was me er niet van bewust dat die er is, hoewel ik me wel in Voorschoten heb verdiept. Ik maak er zeker graag kennis mee. De voorzitter: Prima. Eerst kennismaken en dan kijken we verder. Ik constateer dat er verder geen vragen zijn. Dank u, meneer Varekamp. Ik ga straks aan u vragen of u de benoeming aanvaardt als er een meerderheid voor uw voordracht is. Dat moet ik zo zeggen. Het woord is aan de heer Bremmer als voorzitter van de commissie Geloofsbrieven. De heer Bremmer (CDA): Voorzitter.
We hebben ons als commissieleden - Bart Lavrijsen, Arnold Posthuma en ondergetekende - uiteraard weer zeer goed verdiept in dit dossier van wat je populair misschien "een grote politieke vis" zou kunnen noemen. Ik heb mijn microscoop er zelfs voor van zolder gehaald om oneffenheden op het spoor te komen, maar ik heb die net als mijn collega's niet kunnen vinden, met opnieuw dank aan de griffie, aan Minke Elkerbout, voor de ondersteuning. Nu wil ik graag het proces-verbaal formeel voorlezen. De commissie uit de raad van de gemeente Voorschoten heeft de geloofsbrieven ontvangen die zijn ingezonden door de heer P. Varekamp, wonende te Naaldwijk. De commissie rapporteert de raad dat zij bovengenoemde bescheiden heeft onderzocht en in orde bevonden. Gebleken is dat de heer Varekamp voldoet aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen, met uitzondering van het woonplaatsvereistebeginsel van artikel 36a en artikel 10 van de Gemeentewet, zoals we zojuist hoorden. De commissie geeft uw raad in overweging hem te benoemen tot wethouder van de gemeente Voorschoten onder de voorwaarde dat de gemeenteraad hem ontheffing van het genoemde woonplaatsvereiste verleent. De voorzitter: Dank u wel. Dat gaan we doen bij agendapunt 3. We gaan nu over tot de stemming. Aangezien het gaat over een persoon, wordt er schriftelijk gestemd. De briefjes worden uitgedeeld.
Met uw goedvinden zijn de griffier en ondergetekende het stembureau, het telbureau. (De stembriefjes worden rondgedeeld en opgehaald en de stemmen worden geteld.) De voorzitter: Er zijn negentien stemmen uitgebracht. Alle negentien stemmen zijn geldig en alle negentien stemmen zijn vóór. (Applaus) De voorzitter: Gefeliciteerd! Ik verzoek u om naar voren te komen, want volgens artikel 40 van de Gemeentewet moet de benoemde wethouder expliciet aangeven of hij zijn benoeming per 1 februari aanstaande aanvaardt. Bent u bereid uw benoeming tot wethouder van de gemeente Voorschoten te aanvaarden? De heer Varekamp: Jazeker, voorzitter. De voorzitter: Dat is fijn. Dank u wel.
Raadsvergadering 29 januari 2026
3
3. Ontheffing woonplaatsvereiste wethouder (raadsregistratienummer Z/26/108341/479985) De voorzitter: Voordat we tot de beëdiging en de benoeming kunnen overgaan, moet de raad instemmen met het woonplaatsvereiste. Is er behoefte aan beraadslaging over dit onderwerp? De heer Maassen (SP): Voorzitter. Niet een heel uitgebreide beraadslaging, maar een opmerking van twee zinnen. Alle begrip voor de manier waarop dit loopt, maar het effect is wel dat twee van de drie wethouders op dit moment een ontheffing voor het woonplaatsbeginsel hebben. Dat is een situatie waar de SP niet blij mee is. We begrijpen dat het nu zo loopt, maar wij hopen dat er na de verkiezingen een college zit met wethouders die gewoon in Voorschoten wonen. De voorzitter: Dank u wel. Dat is eigenlijk een soort stemverklaring. Er is verder geen behoefte om hierover het woord te voeren. In stemming komt het voorstel. De voorzitter: Het digitaal stemmen werkt bij mevrouw Zoun niet. Mevrouw Zoun, wilt u uw stem mondeling kenbaar maken? Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Ik ben voor. Het voorstel wordt aangenomen met unanieme stemmen. 4.
Beëdiging wethouder
De voorzitter: Meneer Varekamp, kunt u voor mij gaan staan? Dan ga ik de belofte voorlezen. (De heer Varekamp legt de verklaring en belofte af die behoort bij de benoeming tot wethouder.) De voorzitter: Van harte gefeliciteerd en welkom in Voorschoten! (Applaus) De voorzitter: We moeten even foto's maken, want die gaan mee met het persbericht. Nogmaals van harte welkom in Voorschoten per 1 februari aanstaande en van harte gefeliciteerd. Het is onwijs fijn dat je ons team wilt komen versterken. We kijken met z'n allen uit naar de samenwerking. Komende zondag ben je echt officieel wethouder. Ik schors de vergadering enkele momenten, zodat er kan worden gefeliciteerd. De vergadering wordt enige tijd geschorst. 5.
Vaststellen raadsnotulen van 11 december 2025
De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. 6. 6.1. 6.2. 6.3.
Lijst van ingekomen stukken voor de gemeenteraad Brieven van instellingen of burgers; Informatiebrieven van het college van B en W Schriftelijke beantwoording van vragen uit de raad
De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Het gaat om brief 2968, de brief van het bestuur van de Fortgensschool aan het college. We vragen om een afschrift van de schriftelijke reactie van het college. De voorzitter: Prima. Bij dezen: het afschrift gaat in de richting van de raad. Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. Wij sluiten ons aan bij het verzoek van de heer Posthuma betreffende het afschrift inzake de Fortgensschool. De informatiebrieven 92 en 8 over Adegeest, in combinatie met de aankomende antwoorden op onze schriftelijke vragen 435 - die antwoorden zijn
Raadsvergadering 29 januari 2026
4
nog niet binnen - willen we agenderen voor de volgende commissievergadering. Dat gaat via het presidium. De voorzitter: Precies. Ik sluis dit verzoek door naar het presidium voor de vergadering van 4 februari. Mevrouw Schroot (D66): Precies. Een heel korte vraag over informatiebrief 92 over Adegeest. Kan de wethouder aangeven hoeveel personen hoger beroep hebben aangetekend tegen de knip, dus hoe groot die groep is? De voorzitter: U heeft een heel feitelijke vraag, namelijk hoeveel mensen beroep hebben aangetekend tegen de knip. Wethouder Schokker: Voorzitter. Als ik daar nu iets over zeg, ga ik speculeren. Het lijkt me beter om hier op korte termijn schriftelijk op terug te komen. Dan krijgt u gewoon een feitelijk antwoord. De voorzitter: Het feitelijk antwoord wordt u via de mail toegezonden. De heer Bremmer (CDA): Voorzitter. Ik zou namens mijn fractie graag complimenten willen uitspreken voor de Veiligheidsregio Hollands Midden naar aanleiding van brief 2953, waarin men het jaarplan 2026 met twaalf ontwikkelopgaven uiteenzet. Dat is werkelijk een fantastisch plan in een steeds meer bedreigde samenleving. In de noodzakelijk weerbare samenleving waarin we vandaag leven, is dit een geweldig stuk. Ik verzoek u de complimenten over te brengen aan de heer Zuidijk en zijn vrouwen en mannen.
De voorzitter: Wat onwijs leuk dat u dat zegt, want daar is heel veel tijd en werk in gestoken. Ik geef de complimenten dus heel graag door in de eerstvolgende AB-vergadering. Dank u wel. Met inachtneming van het bovenstaande wordt besloten overeenkomstig de voorstellen tot afdoening. 7.
Vragenuurtje en actuele bestuurlijke aangelegenheden
De voorzitter: Zoals aangegeven zijn er twee onderwerpen aangekondigd. We beginnen met de vragen van de heer Posthuma van de PvdA over Adegeest. Eerst stelt de heer Posthuma zijn vragen. Dan geef ik wethouder Schokker de gelegenheid daarop te antwoorden en dan krijgt de heer Posthuma de gelegenheid een of meerdere vervolgvragen te stellen. Daarna krijgt de rest van de raad de gelegenheid vervolgvragen te stellen. Dan antwoordt de wethouder en dan is het onderwerp afgerond. - Adegeest De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Sinds twee jaar geleden, sinds eind 2024, hebben we als PvdA-fractie drie keer schriftelijke vragen gesteld over de vergunningen van het Hoogheemraadschap Rijnland, in het bijzonder over de bemalingsvergunning binnen het project Adegeest. Die vergunning is van groot belang in een gebied waar onder meer veen ligt, omdat het tijdelijk onttrekken van grondwater kan leiden tot inklinking van de bodem en daarmee tot verzwakking van en schade aan woningen en infrastructuur. Juist daarom zijn aan bemaling strikte voorwaarden verbonden. In de beantwoording van de vragen heeft het college steeds aangegeven dat de vergunningen op orde waren, dat de uitgevoerde risicoanalyses geen aanleiding gaven om schade te verwachten en dat de werkzaamheden binnen de geldende kaders plaatsvonden.
Ook zagen we - mijn woorden - gesteggel tussen het hoogheemraadschap en de gemeente Voorschoten. We hebben ons als partij eerlijk gezegd nooit helemaal senang gevoeld bij deze antwoorden. En wat zien we nu? Bewoners in de wijk hebben te maken gekregen met verzakkingen en schade aan hun woningen, wat voor veel begrijpelijke onrust en schrik heeft gezorgd. De recente stillegging van de werkzaamheden onderstreept dat de gevolgen groter zijn dan gebleken en dan vooraf werd ingeschat. Als klap op de vuurpijl is de gemeente deze week begonnen met experimenteren, waarna een hele straat onder water kwam te staan. De herinrichting van Adegeest moet wat ons betreft geen experiment zijn. We vinden dat daar op deze wijze mee op moet worden gehouden. Dat brengt mij tot de volgende twee vragen aan de wethouder. Hoe verklaart de wethouder, het college, het verschil tussen de eerdere risico-inschatting bij de
Raadsvergadering 29 januari 2026
5
bemalingsvergunning en de huidige situatie, waarin wel degelijk schade aan woningen is ontstaan en die nu van kwaad tot erger lijkt te worden? En hoe staat het college tegenover een technische toetsing van de situatie in Adegeest door een onafhankelijke tweede partij? Het huidige bureau dat betrokken is bij de eerste berekening en dat ook bezig is met een nieuwe berekening, probeert de boel nu op te lossen. Wij zouden als fractie graag zien dat daar een second opinion op komt. Ik hoor graag hoe de wethouder dit precies ziet. Wethouder Schokker: Voorzitter. Dank aan de heer Posthuma voor de vragen. Ik heb natuurlijk kennisgenomen van de zorgen die er zijn bij de bewoners. Daar hebben we als college kennis van genomen en we proberen die zo goed mogelijk te adresseren. We hebben gesprekken gehad met de bewoners en er zijn allerlei activiteiten of maatregelen getroffen. Ik ga nu specifiek in op de twee vragen van de heer Posthuma. Er wordt gevraagd naar de schade aan de woningen in vergelijking met de risico-inschatting bij de bemalingsvergunning. De afgelopen periode is er vooral schade geweest door verzakkingen van de tuinen, die in een aantal gevallen een aantal centimeters zijn gedaald. De daadwerkelijke schade aan de woningen is eigenlijk beperkt.
Afgelopen weekend is bij drie woningen het riool … Ik moet het goed zeggen: daar zijn de verbindingsstukken van de huisaansluiting van de buizen afgeschoven. Dat is direct gerepareerd. We hebben te maken met veengrond. Het is niet helemaal precies in te schatten waar veengrond is en waar zandgrond is. Op plekken waar het veen een stukje dikker is, zijn er wat meer verzakkingen dan op andere plekken. We zijn nu bezig in de Brucknerlaan. Daar zijn wat forsere dalingen. We hebben deze week een try-out gedaan. Die zetten we ook volgende week nog door om te kijken welke maatregelen je kunt treffen om te zorgen dat de verzakkingen een stuk minder worden. Daar zijn we op dit moment mee bezig. De heer Posthuma vraagt ten tweede om een technische toetsing door een tweede onafhankelijke partij. Wij zijn nu in de eerste fase bezig met bureau Sweco, dat een oordeel geeft over de huidige situatie. Voor de volgende fasen, 2, 3 en 4, komt er een onafhankelijk geotechnisch onderzoek, waarin we verder kijken wat er nog kan gebeuren. Dat is de manier waarop we hier op dit moment mee omgaan. Het wordt dus heel serieus genomen. We hebben echt gekeken waardoor het komt en hoe we het kunnen verbeteren. Technisch is de situatie elke keer net weer anders. We hebben de communicatie enorm opgeschaald. Elke maandag is er een inloop voor de bewoners bij wie het die week gaat starten.
Ook is er elke woensdag een algeheel spreekuur. Dat hebben we dus opgeschaald. Wat ik me daarnaast nog kan voorstellen, is dat er ook bij de raad behoefte is om goed nader meegenomen te worden. U vraagt ook of ik bereid ben om dit te delen met de raad. Ik zou hier graag een voorstel voor een technische bijeenkomst voor willen doen via het presidium. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Dank voor de beantwoording van de vragen, wethouder. De wethouder zegt dat het bureau Sweco de afgelopen periode aan het werk is geweest en inschattingen heeft gemaakt. Daar zijn vervolgens allerlei berekeningen op gekomen. Volgens mij zijn een aantal dingen niet goed gegaan. Hetzelfde Sweco gaat hier wederom mee verder. Is het niet veel logischer om nu even een pas op de plaats te maken, goed te bekijken wat de risico's zijn en een ander bureau te vragen om even een second opinion te doen? Als ik ziek ben en me niet helemaal senang voel bij wat de eerste arts heeft gedaan, is het toch heel gebruikelijk om een second opinion te vragen? Dat kun je zelfs via de zorgverzekeraar doen. Ik snap dus niet zo goed waarom u het verzoek dat ik op een vriendelijke manier bij u neerleg, naast u neerlegt. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Ik zou me graag willen aansluiten bij de woorden van de heer Posthuma. Er is heel veel onzekerheid in de wijk.
Mensen zijn heel erg geschrokken en voelen zich toch een beetje met een kluitje in het riet gestuurd door de eerste onderzoeken, waarmee vooraf werd gezegd dat het allemaal veilig was. Dat blijkt niet het geval. Wij zouden ons dus willen aansluiten bij de oproep om nu door iemand anders te laten doorrekenen of het allemaal wel klopt wat er nu is gebeurd. Ik heb nog een vervolgvraag. De wethouder zei net dat er voor de fases 2, 3 en 4 een uitgebreid onderzoek wordt gedaan. Mijn vraag aan de wethouder is welk bureau voor dat onderzoek wordt uitgenodigd. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Ons hebben vanuit de wijk geruchten bereikt dat er eventueel een probleem zou zijn met de verzekering en de verzekeraar. Ik kan me voorstellen dat dat leidt tot veel onrust. Ik denk dus dat het goed is als de wethouder die onrust hopelijk weg kan nemen door daar nu iets over te zeggen. Is er een probleem met de verzekeringen of ligt dat op dit moment goed in Voorschoten?
Raadsvergadering 29 januari 2026
6
De heer Van Horck (CDA): Voorzitter. Allereerst merk ik op dat wat nu aan het gebeuren is echt heel vervelend is voor de bewoners. Ik heb vanmiddag met enkele bewoners rond de tafel gezeten. Het zal je maar gebeuren dat dit in je huis gebeurt. Dan zakt letterlijk de grond onder je voeten vandaan. Het is je thuis. Het heeft een heel grote impact. Ik denk dat communicatie naar de bewoners ontzettend belangrijk is. Ik heb ook begrepen dat er afgelopen week soms een probleem met het water was en dat er op dat punt een communicatieverschil was: Dunea zei dat je het water niet kon drinken en vervolgens werd op de bouwapp gezegd dat je het wel kon drinken. Ik wil de wethouder vragen wat er gaat veranderen in de communicatie, zodat de bewoners gerustgesteld zijn. Ik denk namelijk dat daar veel behoefte aan is. Kan de wethouder daarop reageren? Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. Ik heb een vervolgvraag, ook over de communicatie. Mensen weten niet zo goed waar ze op crisismomenten of bij calamiteiten terechtkunnen om informatie te vragen, onder andere bij de problematiek die afgelopen weekend speelde en ook gisteravond bij het waterprobleem. Wij zouden dus willen vragen of er, wellicht tijdelijk totdat de rust weer een beetje teruggekeerd is, een calamiteitentelefoonnummer beschikbaar kan zijn, zodat mensen ook 's avonds of in het weekend een vraag kunnen stellen.
Maar misschien is het ook een idee om dat voor altijd in te stellen bij onze gemeente. Wethouder Schokker: Voorzitter. Ik begin met de laatste vraag van mevrouw Schroot over een calamiteitennummer. De tweede bewonersbrief wordt op zeer korte termijn verstuurd. Het is even de vraag of dat morgen kan; anders is het uiterlijk begin volgende week. Daar zullen we dit in opnemen; daarin kunnen we dus gewoon dat punt van de bereikbaarheid opnemen. Ook het punt van de heer Van Horck zullen we in die bewonersbrief adresseren. Ik heb dat vandaag ook nagevraagd, want die geluiden hadden mij ook bereikt. Naar mijn weten wordt er geen tegenstrijdig advies gegeven, maar als dat toch het geval is, zullen we dat ook in de bewonersbrief opnemen om te zorgen dat dat helder wordt. Dat waren de vragen over de communicatie. De heer Deuzeman vraagt naar de verzekering. Die is goed: we hebben de regeling zoals die op de website staat. Zo zijn we bij Centraal Beheer verzekerd. Die hele regeling staat op de website. Dit is ook de reden waarom ik u die technische bijeenkomst wil aanbieden om met u gewoon door al die aspecten heen te lopen, want u krijgt hier ook veel vragen over. Dan kunnen we - de projectleider et cetera - uitleggen wat er allemaal gebeurt. Dit is dus goed geregeld, maar dan kunnen we hier misschien nog wat dieper op ingaan.
De heer Maassen vraagt of het in de volgende fase wederom Sweco zal zijn of een ander bureau. Naar mijn kennis is dat een extern geotechnisch bureau. Het kan dus ook heel goed een ander bureau dan Sweco zijn. We zijn nu helemaal in de laatste fase van fase 1. Daar is niet alleen Sweco bij betrokken, maar ook het waterschap, Liander en externe partijen. Wij hebben daar op dit moment vertrouwen in. Het gaat er vooral om dat er via die try-out iets slims wordt bedacht waardoor we minder verzakking hebben. Dat is nu wat we proberen. Het is de bedoeling dat dit volgende week duidelijk is. Dan hopen we de werkzaamheden de week daarna weer te kunnen beginnen, maar er wordt echt gevaren op de experts. De voorzitter: Volgens mij is de vraag van de heer Posthuma over de bereidheid tot een second opinion nog niet beantwoord. Wethouder Schokker: Daar heb ik eigenlijk al antwoord op gegeven, maar ik zal daar explicieter op antwoorden. Ik ben van mening dat het, zoals we het op dit moment gedaan hebben voor de komende week, goed geregeld is. Sweco is de goede expertpartij. We willen wel degelijk een second opinion, maar dat is voor de volgende fase. Dan komt er een extern geotechnisch bureau. De voorzitter: Helder. Dank. Daarmee sluit ik dit eerste deel van het vragenuur.
Meneer Posthuma, wenst u uw motie vreemd aan de orde van de dag bij agendapunt 14.2 te handhaven? De heer Posthuma (PvdA): Ja. De voorzitter: We gaan naar het tweede deel van het vragenuur. De heer Van Duivendijk heeft vragen over de Vlietwijk. - Vlietwijk
Raadsvergadering 29 januari 2026
7
De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Het is blijkbaar nogal onrustig in Voorschoten, want naast Adegeest is het ook erg onrustig in de Vlietwijk. Daar hebben we in de krant of online over kunnen lezen, ook naar aanleiding van het persbericht van onze gewaardeerde collega's van D66, waarin nog extra wordt uitgelegd, benadrukt of beredeneerd dat er allerlei besluiten zouden zijn genomen waarbij de raad niet betrokken is of kan zijn omdat er dingen al besloten zouden zijn. Wij willen graag een reactie van de wethouder: klopt dit of niet? Wethouder Van der Elst: Voorzitter. Ik wil graag in zijn algemeenheid een aantal dingen zeggen over de situatie in en rond het project Vlietwijk. Het is natuurlijk heel vervelend dat er bij bewoners onrust is ontstaan in de Vlietwijk, waaronder bij woningeigenaren. Rijnhart Wonen erkent dat de huidige situatie, deze fase van onderzoek en planvorming, onzekerheid met zich meebrengt. Rijnhart zet zich in om die onzekerheid zo kort mogelijk te laten duren door voortvarend te werken aan onderzoek en planvorming. Wij zijn daarover als gemeente in nauw contact met Rijnhart. Zij zijn de ontwikkelaar, maar wij kijken nadrukkelijk met hen mee. Zo heeft het college Rijnhart Wonen gevraagd een brief op te stellen naar aanleiding van de inbreng van de insprekers twee weken geleden in de gecombineerde commissie of de commissie WRG.
Die brief heeft u gisteren ontvangen. Als je die brief leest, ontstaat een genuanceerd beeld: bewoners en ook de eigenaren worden geïnformeerd. Ik heb afgelopen maandag trouwens nog een gesprek gehad met een van de insprekers van twee weken geleden, samen met de ontwikkelaar. Ik denk dat we nu betere afspraken over communicatie hebben gemaakt. Specifiek in de buurt die aangeduid is als plangebied C is er behoefte aan intensiever contact en aan communicatieafspraken. We hebben afgesproken om met een klein groepje - zowel vanuit eigenaren als huurders - om de maand gezamenlijk een nieuwsbrief op te stellen die op de site van Rijnhart wordt geplaatst, zoals u ook heeft kunnen lezen in de brief van gisteren. Er is door de gemeente op dit moment niets ondertekend. Zowel bewoners als de raad worden stap voor stap over het proces geïnformeerd. De raad wordt naar verwachting aan het eind van het eerste kwartaal geïnformeerd over de inhoud van de intentieovereenkomst. Dat gaat alleen over de verhouding tussen de gemeente en de ontwikkelaar. Naar verwachting gaat de raad zich kort na de zomer uitspreken over uitgangspunten die de raad opgenomen wil hebben in het ruimtelijk kader. Daar gaat u over besluiten. Naar verwachting wordt enkele maanden later een ruimtelijk kader aan u voorgelegd waarover de raad weer gaat besluiten.
Zolang er niet is besloten over het ruimtelijk kader, gaat er dus bitter weinig gebeuren. De raad is hier aan bod. Het college zal het presidium op korte termijn voorstellen Rijnhart Wonen uit te nodigen voor een presentatie over de Vlietwijk, waarbij er gelegenheid is om alle mogelijke vragen over dit project te stellen. Het lijkt me terecht om op te merken dat we blij kunnen zijn dat er een nieuwe eigenaar is van al deze woningen, Rijnhart Wonen, die bereid is om dit omvangrijke en complexe renovatieproject op te pakken. Dat is de stand van zaken. De voorzitter: Meneer Van Duivendijk, heeft u vervolgvragen? De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Nee, ik wil de wethouder bedanken voor zijn duidelijke antwoord. Ik ben blij dat om te horen dat er nog niks is besloten zonder de raad daarbij te betrekken. Dat was het antwoord op mijn vraag. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Dank aan de heer Van Duivendijk voor de gelegenheid om deze twee vragen nu aan de wethouder te kunnen stellen. Ik heb goed geluisterd naar de uiteenzetting die de wethouder zojuist gegeven heeft. Hij zei dat er eerst een intentieovereenkomst wordt getekend door de gemeente en de corporatie over het plan en dat de gemeenteraad pas daarna de ruimtelijke kaders gaat vaststellen.
De vraag daarbij is: het is toch gek dat je eerst een overeenkomst sluit waarin je je samenwerking vastlegt en dat je pas daarna de kaders voor die samenwerking laat vaststellen door de raad? Moet dat niet andersom? Dan de tweede vraag. De wethouder geeft aan dat er alleen nog sprake is van planvorming en dat er nog helemaal niks vastligt. Dat is maar goed ook, maar hoe beoordeelt de wethouder dan de tekeningen die Rijnhart Wonen op informatieavonden aan zijn huurders heeft laten zien waarbij hele stukken straat werden ingetekend als gesloopt en waarbij hele nieuwe flatblokken werden ingetekend in straatjes in de Vlietwijk? Is dat dan niet erg onhandig communiceren van Rijnhart Wonen geweest?
Raadsvergadering 29 januari 2026
8
Mevrouw Wijnen (D66): Voorzitter. We kunnen ons geheel aansluiten bij de woorden van de heer Maassen. Nog een kleine correctie: in het artikel dat Jolien en ik hebben geschreven, insinueren wij niet dat er allerlei afspraken zijn gemaakt. Maar we hebben wel een aanvullende vraag. Wij hebben gezien dat Rijnhart in een hoekhuis een kantoor heeft in de Vlietwijk. Volgens de buurtbewoners en ook volgens hun website is dat kantoor heel weinig open. Wellicht is het een idee of een suggestie dat de wethouder richting Rijnhart kan meenemen dat ze, als er zoveel vragen leven, wellicht wat vaker open kunnen zijn, zodat bewoners daar hun vragen kunnen stellen, het liefst ook buiten kantoortijden. Tijdens werktijden is dat immers lastig. Mevrouw Ilić (GroenLinks): Voorzitter. In de brief waaraan de wethouder aan refereert, staat heel stellig dat er een aantal uitgangspunten zijn, bijvoorbeeld dat de corporatie geen kosten van derden betaalt. Mijn vraag is of de gemeente hier een rol speelt en of zij ook pleit voor de bewoners, dus voor de particuliere huiseigenaren. Als dat niet zo is, bij wie moeten particuliere huiseigenaren dan zijn om dit aan de kaak te stellen? Is dat een gegeven of is daar nog ruimte? Wethouder Van der Elst: Voorzitter. Uit mijn antwoord op de eerste vraag van de SP blijkt wellicht dat er toch een logische volgorde is.
Ik zal globaal schetsen wat je in algemene zin kunt terugvinden in de intentieovereenkomst over zo'n wijkomvattend project: definities, doel, uitgangspunten, taken, duur, structuur van de te maken financiële afspraken tussen de ontwikkelaar en de gemeente, projectorganisatie, evaluatiemomenten, geen overdracht van de intentieovereenkomst aan derden, aanbestedingsplicht, beroep op staatssteun, Bibob, "Didam" volgen en aan het einde van de intentieovereenkomst diverse totstandkomingsbepalingen. Het gaat dus helemaal niet over bewoners of over huizen. Dat is stap 1. Wat er gepresenteerd is, waren globale schetsen die je in die context moet zien. Deels waren dat schetsen waar bijvoorbeeld alleen het woningbezit van Rijnhart op stond. De rest was weggelaten. Er zijn wel plannen, maar er is niks vastgelegd. Nogmaals: u gaat over het ruimtelijk kader. Als de raad dat niet aanneemt, komt er van die schetsen bijzonder weinig terecht, zo niet niks. De vraag van D66: ik weet dat die kantooropeningstijden een issue zijn. Volgens mij staan de openingstijden op de deur. Ik weet ook dat het echt gecommuniceerd is met de bewoners. Ik zal Rijnhart desalniettemin doorgeven dat er de wens is om dat toch te verruimen. Ik zeg dat dus toe. Mevrouw Ilić vroeg naar de kosten van derden.
Wat ik wel weet over de informatie aan eigenaarbewoners - dat hebben we afgelopen maandag vastgesteld; ik zat daar aan tafel, heb dat voorgesteld en dat is aangenomen - is dat richting de bewoners wordt gecommuniceerd dat de laatste dag van februari aan hen gemeld zal worden wanneer de onderzoeksuitslagen bekend zullen worden. Dat is dus niet op de laatste dag van februari, maar wanneer dat wél gebeurt, want dat weet men op dit moment nog niet. Al het andere wat daarachteraan komt, is onbekend. Er is niets bekend over hoe, wat of waar. Dat is de situatie. De voorzitter: Dank u wel. Hierbij sluit ik het vragenuur. Er zijn volgens mij twee actiepunten uit gekomen: zowel voor Adegeest als voor de Vlietwijk komt er een verzoek naar het presidium voor een technische sessie. 8. Hamerstukken 8.1. Mandaatbesluit griffier inzake Woo-verzoeken en AVG-verzoeken gemeente Voorschoten 2025 (raadsregistratienummer Z/25/106946/474829) Het voorstel wordt zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen. 9.
BESPREEKPUNTEN
10.
Herinrichting Treubplein (Z/25/107030/477196)
De voorzitter: Bij de begrotingsbehandeling in november 2025 heeft de raad besloten om nog geen geld beschikbaar te stellen voor de herinrichting van het Treubplein. De reden hiervoor was dat de plannen door de participatie gewijzigd zijn. Het college heeft nieuwe plannen gemaakt die als bijlage toegevoegd zijn aan dit agendapunt. Op basis hiervan wordt de raad gevraagd om het investeringskrediet van € 680.000 nu beschikbaar te stellen voor de herinrichting. In de
Raadsvergadering 29 januari 2026
9
gecombineerde commissievergadering van 15 januari jongstleden heeft u het voorstel besproken. Het ligt nu ter besluitvorming aan de raad voor. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Het is bijna vijf jaar geleden dat deze raad het rapport van bureau Blaauwberg over de toekomst van ons centrum besprak. De boodschap ervan was op dat moment helder: Voorschoten moet keuzes durven maken om zijn centrum vitaal te houden. Het is heel menselijk om alles zo'n beetje bij het oude te willen laten. Dat is bekend, maar er is ook gewoon een punt waarop dat geen optie meer is, want dan wordt dat kiezen voor verpieteren. We hebben dat onderhand misschien ook een beetje zien gebeuren met het centrum: toenemende leegstand en winkels met een belangrijke functie die verdwijnen. Daarom stelde de raad in 2023 unaniem de Ontwikkelvisie Centrum vast. Daarin maakten we een duidelijke keuze voor een centrum met meer wonen, meer verblijfskwaliteit en meer groen. Het Treubplein werd daarin nadrukkelijk neergezet als het belangrijkste ontmoetingspunt voor ons centrum, waar auto's plaats zouden moeten maken voor meer inwoners en meer bedrijvigheid. We hebben hier eindelijk eens gedaan waarvan iedereen altijd zegt dat ze dat van ons willen zien: een plan dat integraal, doordacht en in dit geval zelfs raadsbreed gedragen is.
Ik wil benadrukken dat het een plan is waar onze ondernemers iets aan hebben, want natuurlijk kwamen de afgelopen week in reactie op de commissievergadering weer dezelfde voorspelbare verhalen in de zin van "linkse partijen hebben natuurlijk een hekel aan ondernemers", maar de ontwikkelvisie was juist opgesteld vanuit de overtuiging dat een aantrekkelijk, groen en levendig centrum uiteindelijk ook een economisch sterker centrum is. Meer mensen die langer blijven betekent gewoon meer klandizie. Dat is geen groene ideologie, maar gewoon de praktijk voor veel ondernemers. Het eerste ontwerp dat er voor het Treubplein lag, sloot hier wat GroenLinks betreft fantastisch op aan. Het was misschien niet perfect, maar het was wel een duidelijke stap vooruit. Het waren niet allemaal abstracte ambities over leefbaarheid, maar gewoon concrete keuzes. Er was meer ruimte voor terrassen, zoals bij Moments, voor gezellige kraampjes, voor schaduw op een hete zomerdag. Dat is hoe je van een parkeergetto een echt dorpsplein maakt. Natuurlijk begrijpen wij de zorgen over betaalbaarheid en parkeren. Die willen we ook serieus nemen. In het oorspronkelijke ontwerp was er ook nog steeds ruimte voor auto's. Bovendien laat het uitgevoerde parkeeronderzoek zien dat er in de omgeving voldoende capaciteit is.
Dat betekent niet dat niemand ooit ergens last van heeft, maar wel dat we hier ruimte hebben om doordachte keuzes te maken. Het heeft ons dan ook echt verbaasd dat er na de zienswijzeprocedure ineens een plan lag dat precies de kern van de visie die we vastgelegd hebben, helemaal loslaat. Als we het plein gewoon weer volgooien met auto's, is de essentie van een verbetering van de verblijfskwaliteit gewoon weg. Die omslag was zelfs zo ingrijpend dat het hele ontwerp opnieuw ter inzage moet en dat we weer een jaar verder zijn. En dan houden we ongeveer wat we al hadden, met een beetje andere klinkertjes. Helemaal geen kwaliteitsslag dus. Dat vinden we niet alleen zonde van € 680.000 publiek geld; het is ook zonde van die ontwikkelvisie. Daarin hebben we tijd en moeite gestopt. Die hadden we ons dus duidelijk kunnen besparen. Eerlijk gezegd is het van een treurniswekkende bestuurlijke leegte als we daar uiteindelijk op uitkomen, maar het is ook vooral zonde voor onze ondernemers, want laten we eerlijk zijn: als we gewoon maar wat aanmodderen, betalen we daar uiteindelijk met z'n allen de prijs voor. Een centrum dat stagneert, wordt steeds minder aantrekkelijk. Er komt een punt waarop je je moet afvragen hoeveel er nog te redden valt. Als we maar lang genoeg afwachten, worden we vanzelf een slaapdorp.
GroenLinks moet constateren dat met deze draai van het college de unaniem vastgestelde ontwikkelvisie het zoveelste plan dreigt te worden dat weer ergens in een stoffige la geschoven wordt. Wij hebben niet de neiging om te kiezen voor stilstand en verdere achteruitgang. Wat ons betreft besparen we dus liever die € 680.000. Wij zullen dan ook tegen dit voorstel stemmen. De heer Haubrich (VVD): Voorzitter. We behandelen vandaag de herinrichting van het Treubplein, de eerste stap in een veel grotere vernieuwing van ons dorpscentrum, die echt hard nodig is. In de commissievergadering van 15 januari heeft de VVD zich er vrij duidelijk over uitgesproken dat ontwerp nummer 2 verder uitgewerkt kan worden met het gevraagde investeringskrediet. We hebben in die commissievergadering ook veel twijfels en bezwaren gehoord, juist over dat ontwerp 2. De heer Deuzeman refereerde daar zojuist alweer aan in zijn inbreng. Ik loop ze wel even langs, want wij kijken daar als fractie toch echt anders tegen aan. Wat de parkeerplaatsen betreft: de kritiek dat die niet nodig zouden zijn, gezien de totale parkeercapaciteit in het centrum, en dat die parkeerplaatsen ook helemaal niet nodig zijn om de
Raadsvergadering 29 januari 2026
10
omzet van bepaalde winkels te garanderen, kan ik deels volgen, maar wat mij betreft is daar voor het Treubplein toch iets meer over te zeggen. Dat betreft ten eerste de aard van de winkels die aan het Treubplein grenzen. Daar zijn veel zaken waar mensen doelgericht naartoe komen voor hun directe boodschap. Ik noem een bakker, een doe-het-zelfwinkel, een woonwarenhuis, tapijtenwinkels, kappers. Dat is niet het soort zaken waar mensen toevallig langslopen en denken: goh, laat ik daar eens wat gaan besteden. Dat zijn zaken waar mensen doelgericht naartoe komen. Voor dat type winkels zijn die parkeerplaatsen meer dan gemiddeld van belang. Ten tweede krijg ik met name van wat oudere mensen en mensen die slecht ter been zijn mee dat zij het onprettig vinden om alleen aangewezen te zijn op ondergrondse parkeergarages en dat zij juist die reguliere parkeerplaatsen op het Treubplein in het hart van ons centrum erg waardevol vinden. Een ander kritiekpunt is dat het voorliggende ontwerp niet meer strookt met wat we hebben vastgelegd in de Ontwikkelvisie Centrum. Dat is slechts voor een deel waar. Natuurlijk kent het voorliggende ontwerp minder parkeerplaatsen dan de huidige situatie. Het geeft ook meer ruimte voor groen.
Ik stel ook vast dat het college op meerdere plekken in het raadsvoorstel zelf benoemt dat dit nou eenmaal een gulden middenweg is, een afweging tussen enerzijds de Ontwikkelvisie Centrum en anderzijds de afweging van belangen in de zienswijzenprocedure. Ik zie nog meer: ik zie ook dat de zienswijze over meer parkeerplaatsen echt niet de enige zienswijze is geweest die dit college gehonoreerd heeft. Er is heel breed gehonoreerd. Ik noem de uitbreiding van de fietsenstallingscapaciteit, de fietsverbinding Treubstraat-Churchillweg, de aanpassing met betrekking tot laad- en losplekken. De ondergrondse containers worden opnieuw bekeken. Met andere woorden: wij kunnen die afweging eigenlijk heel goed volgen. Wat ons betreft is er in brede zin zeer serieus omgegaan met de zienswijzenprocedure. De heer Deuzeman (GroenLinks): Ik hoor de heer Haubrich weer zeggen dat er zeer serieus met de zienswijzen is omgaan. Dat betwijfel ik niet, maar anders dan bij al die andere zienswijzen die gehonoreerd zijn, zoals dat ook hoort in een procedure, heeft deze specifieke zienswijze over de parkeerplaatsen geleid tot uitstel van een jaar, omdat het plan zodanig gewijzigd is dat het niet meer onder de vorige zienswijzenprocedure door kan.
Vindt de heer Haubrich dit allemaal van gelijk niveau? Dit is toch vrij uitzonderlijk bij een zienswijzenprocedure? De heer Haubrich (VVD): De heer Deuzeman vraagt volgens mij naar de extra stap die nu ingebouwd moet worden omdat ontwerp 2 significant afwijkt van ontwerp 1. Dat kan ik volgen. Ik kan niet volgen dat de heer Deuzeman daar een vertraging van een jaar aan koppelt, want volgens mij betekent dit een vertraging met een extra zienswijzenstap die je daardoor moet inbouwen. Die duurt zes weken. Het klopt dat dat het gevolg is van het inbouwen van een extra stap als gevolg van een significant ander ontwerp dan nummer 1. De heer Deuzeman (GroenLinks): Volgens mij heb ik in het raadsvoorstel zelf gezien dat pas eind volgend jaar doorgepakt kan worden. Het wordt hier dus zo neergezet alsof dit allemaal van gelijke orde is, maar in een normale zienswijzenprocedure worden wijzigingen aangebracht die het plan niet zodanig kwalitatief veranderen dat een volledige nieuwe procedure nodig is. Het idee dat hier een mening meegenomen is net als alle andere meningen, durf ik dus te betwijfelen. Ik zou de heer Haubrich ook willen vragen om andere voorbeelden te geven waarin op een zodanige wijze is geschoven dat de hele procedure opnieuw moet.
De heer Haubrich (VVD): Dit is dus wat ik bedoelde: wij vinden juist dat het gemeentebestuur hier ook een stuk lef laat zien door te zeggen, wetende dat dit het gevolg kan zijn van een significant gewijzigd ontwerp: wij horen in de zienswijzenprocedure bezwaren waar wij echt recht aan willen doen en die wij echt belangrijk vinden en dat betekent dat wij voldoende aanleiding zien om naar een nieuw ontwerp te gaan. Ik vind het juist van politieke moed getuigen als je dan zegt: wij gaan daar iets mee doen en we nemen die extra zienswijzenprocedure daarbij op de koop toe. De voorzitter: De derde en laatste interruptie, de heer Deuzeman. De heer Deuzeman (GroenLinks): Impliceert de heer Haubrich dat dit college überhaupt niet nagedacht heeft bij het voorstel over die parkeerplaatsen bij de Ontwikkelvisie Centrum? Dat baart mij een beetje zorgen. Het was mijn indruk dat het college daarover nagedacht had, een voorstel aan de raad had gedaan en daar nu van terugkrabbelt. Gaat het de heer Haubrich niet een beetje ver om dat "politieke moed" te noemen?
Raadsvergadering 29 januari 2026
11
De heer Haubrich (VVD): Nee, dat gaat mij niet te ver. "Terugkrabbelen" gaat mij juist te ver. Ik zie juist een college dat serieus luistert naar de zienswijzenprocedure en dan denkt: we willen het specifiek voor het Treubplein toch anders doen. Daar heb ik zojuist ook een aantal inhoudelijke argumenten voor aangedragen. De heer Posthuma (PvdA): Ik wil de commissievergadering terughalen waarin uw VVD-wethouder heel duidelijk uitleg gaf over dit raadsvoorstel en ook daadwerkelijk toegaf dat het een vermindering is van het idee dat ooit in de Centrumvisie heeft gestaan. Aansluitend op wat de heer Deuzeman zojuist zei: hoe kunt u zeggen dat dit een verandering is in een zienswijzenprocedure als nota bene uw eigen wethouder, waar u voor staat en die vandaag aan het einde van de vergadering afscheid gaat nemen, zegt dat dit eigenlijk een verslechtering van dat plan is? Dat begrijp ik niet zo goed. De voorzitter: Ik wil hierbij aantekenen dat de heer Haubrich niet gaat over de woorden die het college heeft uitgesproken. Dat wil ik even meegeven. De heer Haubrich (VVD): Ik begrijp niet wat de heer Posthuma bedoelt met "een verslechtering van het plan". Ik heb de wethouder in de commissiebehandeling horen zeggen dat dit inderdaad afwijkt van de kaders van de Ontwikkelvisie Centrum.
Nogmaals, in het raadsvoorstel wordt op meerdere plekken ruiterlijk toegegeven dat hier een gulden middenweg gevonden wordt tussen de Ontwikkelvisie Centrum en anderzijds de serieuze zienswijzen die ontvangen zijn. De voorzitter: Er is nog een interruptie. We moeten er wel op letten dat het betoog de ruimte krijgt. Dat wil ik even meegeven. De heer Maassen (SP): Ik hoorde de heer Haubrich zeggen dat de nieuwe terinzagelegging leidt tot een vertraging van zes weken, omdat dat de termijn voor de terinzagelegging is. Ik wil de heer Haubrich op dat punt corrigeren. In bijlage 5 staat inderdaad dat de termijn voor terinzagelegging zes weken is, dat er daarna nog een reactieperiode van drie maanden is en dat er daarna nog een besluit moet worden genomen. In bijlage 5 geeft het college aan, meneer Haubrich, dat het nieuwe besluit ergens tussen november en december 2026 genomen moet worden. Is de heer Haubrich het met mij eens dat dit een vertraging van een jaar is? De heer Haubrich (VVD): Nogmaals, er zitten consequenties aan het feit dat ontwerp nummer 2 afwijkt van ontwerp nummer 1. We zullen merken hoeveel vertraging dat uiteindelijk gaat opleveren, maar mijn overtuiging is dat dit voor de totale doorlooptijd van het project beter zal kunnen zijn dan te star vasthouden aan een ontwerp waarvan je in een zienswijzenprocedure merkt dat daar te veel bezwaren tegen zijn.
Als je daar dan toch star aan vasthoudt omdat kaders kaders zijn, loop je wat mij betreft juist meer risico op rechtszaken en bezwaren tot aan de Raad van State, waardoor de uiteindelijke vertraging en de uiteindelijke doorlooptijd voordat er daadwerkelijk iets gebeurt met ons Treubplein alleen maar langer gaat duren. De heer Maassen (SP): Daar heb ik ook over nagedacht. We hebben in de commissievergadering inspraak van verschillende ondernemers rondom het plein gehad. Ze zijn van tevoren ook bij alle fracties langs geweest. Daar gaven zij eigenlijk aan dat zij helemaal niet kunnen leven met versie 2 en dat zij eigenlijk versie 3 willen hebben. Die ligt hier helemaal nog niet officieel op tafel. Is de heer Haubrich dan niet bang dat deze ondernemers, als versie 2 ter inzage komt te liggen, nog steeds met hun eigen plan komen en dan óók de hele gang naar de rechter en de Raad van State gaan maken en dat we dan diezelfde hele lange vertraging hebben, maar dan plus dat extra jaar voor die extra terinzagelegging? De heer Haubrich (VVD): Hoewel je dat nooit zeker weet, ben ik daar niet bang voor. Dat is ook gebaseerd op wat wij na de commissiebehandeling nog teruggekregen hebben van de Centrumondernemers Voorschoten. Die angst van de heer Maassen deel ik dus niet. De voorzitter: De derde en laatste interruptie. Daarna vervolgt de heer Haubrich zijn betoog.
De heer Maassen (SP): Ik ben blij verrast dat de heer Haubrich zo positief in het leven staat, maar hij heeft net als wij toch de inbreng van de Centrumondernemers Voorschoten in de commissievergadering gehoord waarin werd gezegd: wij willen eigenlijk dat jullie alle onderdelen van plan 3 gaan uitvoeren?
Raadsvergadering 29 januari 2026
12
De heer Haubrich (VVD): Ik heb ook aandachtig geluisterd op 15 januari, maar ik weet niet of de heer Maassen daarna nog de moeite heeft genomen om met de COV contact op te nemen over hoe zij daadwerkelijk in de wedstrijd staan. Op basis daarvan concluderen wij als VVD-fractie dat het risico op procedures en bezwaren tot aan de Raad van State in het verdere traject significant wordt gereduceerd door ontwerp 2 nu verder uit te werken. Een bijkomend voordeel is overigens dat de werkzaamheden straks gecombineerd kunnen worden met de ook noodzakelijke rioolwerkzaamheden aan het Treubplein. Dat is uiteindelijk goedkoper en beperkt de overlast voor zowel de bezoekers als de winkeliers. Wij hopen op een spoedige kwaliteitsimpuls voor het Treubplein. De heer Posthuma (PvdA): Meneer Haubrich is er zeker van dat optie 2 voor minder procedures zorgt, maar zou het niet zo kunnen zijn dat als die nieuwe inzage komt, heel veel bewoners tegen optie 2 zijn en dat dat ook tot procedures gaat leiden? Wij hebben contact met mensen in onze achterban die niet zo blij zijn met de ontwikkeling die nu plaatsvindt. Zou het dus niet zo kunnen zijn dat er nog steeds extra vertraging komt, ongeacht welke keuze voor welk plan je ook maakt? De heer Haubrich (VVD): Dat is inderdaad zo: je weet het nooit 100% zeker. Het is een afweging van zienswijzen die je binnenkrijgt.
Er zullen natuurlijk altijd voorstanders en tegenstanders zijn. Uiteindelijk is het dan een afweging wat je het zwaarst laat wegen. Nogmaals, wij kunnen de afweging die het college hierin gemaakt heeft, zeer goed volgen. Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Voor ons ligt het raadsvoorstel Herinrichting Treubplein. Vanaf 2023 zijn wij gestart met de Ontwikkelingsvisie Centrum. Nu wordt gevraagd om een investeringskrediet van € 680.000 beschikbaar te stellen. Er zijn twee ontwerpen voor hoe het Treubplein eruit komt te zien: het oorspronkelijke ontwerp en ontwerp nummer 2 in bijlage 3. Dit ontwerp 2 is tot stand gekomen naar aanleiding van de zienswijze en de daaropvolgende gesprekken met vertegenwoordigers van de centrumondernemers. De zienswijze van de centrumondernemers was door ruim 100 ondernemers ondertekend. Uit de stukken blijkt dat het participatieproces netjes is verlopen. Uit gesprekken met de centrumondernemers en uit bijlage 1, de nota van beantwoording zienswijzen, komt een heel ander beeld naar voren. Het is duidelijk dat de participatie niet voor iedereen even fijn is verlopen. Hier moeten wij met het college wel bij stilstaan en we moeten hier lessen uit trekken om dit in de toekomst beter te doen.
Het grootste probleem bij de ondernemers die rondom het Treubplein hun winkels hebben, was het verdwijnen van de hoeveelheid parkeerplekken voor het winkelend publiek. Zij vreesden dat klanten weg zouden blijven en vreesden daarbij voor hun omzet en hun bestaanszekerheid als winkelier. De centrumondernemers hebben behalve alle tekstuele bezwaren ook een redelijk alternatief aangeboden; dat is nu ontwerp 2. In ontwerp 2 ontstaat ruimte voor meer groen, voor gezellig verblijf met kinderen en voor bezoekers met een auto. Voorschoten is een vergrijzende gemeente. Daar moeten wij als gemeente rekening mee houden. Er zullen steeds meer inwoners zijn die niet met de fiets naar de winkels kunnen gaan. Ook horen we van inwoners uit Leiden, Wassenaar en andere gemeenten dat zij juist vanwege de goede parkeergelegenheid naar Voorschotense winkels komen. Het Treubplein kan met minder parkeerplaatsen, maar daar zit een dikke maar aan vast: het kan alleen als er tijdens winkeltijden niet geparkeerd wordt door werknemers en omwonenden, dus met een maximale parkeertijd, die ook goed gehandhaafd moet worden. Uiteraard moet een redelijk alternatief geboden worden aan omwonenden die hun auto overdag niet meer op het Treubplein kunnen zetten. Die mogen wij niet vergeten. Zonder handhaven is een vermindering van het aantal parkeerplaatsen niet te doen.
Wij vinden het belangrijk dat de verdere uitwerking van het Treubplein in goed overleg met de omwonenden en de centrumondernemers plaatsvindt. Wij van Voorschoten Lokaal zullen de verdere ontwikkelingen nauwgezet blijven volgen. Samengevat: Voorschoten Lokaal vraagt het college om aandacht te blijven houden voor het parkeren van omwonenden en werknemers op het Treubplein en de handhaving daarvan en om het eindresultaat samen met het bestuur van de centrumondernemers en de omwonenden te bekijken. De heer Deuzeman (GroenLinks): Ik volg het betoog van mevrouw Persoon niet helemaal. Enerzijds lijkt zij akkoord met het terugbrengen van heel veel parkeerplaatsen op het Treubplein, maar anderzijds legt zij de nadruk op het belang van handhaven en zorgen voor een ordentelijke afhandeling van het parkeren, zodat er ruimte blijft. Waarom zouden we daar niet mee beginnen en dan het plan uitvoeren zoals dat er lag? Zou dat niet het beste van beide werelden leveren?
Raadsvergadering 29 januari 2026
13
Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Voorschoten Lokaal heeft goed naar de ondernemers geluisterd. Zij hebben in deze zienswijze met versie 2 heel goed aangegeven wat zij willen. Wij vinden dat een heel redelijk voorstel, maar daarnaast zijn wij bang dat dit nog te weinig parkeerplekken oplevert. Die handhaving hoort bij deze versie 2 dus ook nog uitgevoerd te worden. Dat is onze mening. De heer Deuzeman (GroenLinks): Hoor ik mevrouw Persoon nou zeggen dat er van Voorschoten Lokaal in principe nog meer parkeerplaatsen bij moeten komen? Waarom zouden we op dit moment € 680.000 uitgeven als er al meer parkeerplaatsen zijn? Waarom zouden we dan überhaupt akkoord gaan met dit voorstel? Mevrouw Persoon (Voorschoten Lokaal): Ik denk dat u niet goed geluisterd heeft. Ik zeg dat de parkeerplaatsen die in versie 2 staan, voor ons voldoende zijn, maar dat het er best weleens te weinig zouden kunnen zijn als er niet goed gehandhaafd wordt. Dat heb ik gezegd. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Ik ben een van de weinige ondernemers in deze gemeenteraad; ik zei niet "de enige ondernemer". Ik zou graag zien dat er minder parkeerplaatsen komen op het Treubplein, dus niet géén parkeerplaatsen maar minder parkeerplaatsen. Versie 1 lijkt mij een goed plan.
Dat ik ondernemer ben maakt mij niet anders of specialer, maar ik hoorde mevrouw Persoon zojuist zeggen dat dé ondernemers geen parkeerplaatsen willen inleveren. Dat is helemaal niet waar. Er zijn ondernemers die het wel willen en er zijn ondernemers die het niet willen. De één heeft er belang bij dat er voor de deur geparkeerd kan worden met de eigen bedrijfsbus, de ander wil juist een groot terras, omdat het halve dorp daar in de zomer ijsjes komt eten, en dus een plein waar je juist verblijft. Ik hoorde de VVD-fractie zeggen dat daar ondernemers zitten die behoefte hebben aan parkeerplaatsen. Dat klopt en er zitten óók ondernemers die behoefte hebben aan terras- en verblijfsruimte. Laten we het niet zwart-wit neerzetten in de zin van: de ondernemers willen parkeren en dat gaan we dus op die manier faciliteren. Nee, sommige ondernemers hebben daar belang bij en andere ondernemers hebben een ander belang. En dan hebben we ook nog de inwoners van Voorschoten, de mensen die ons, de gemeenteraad, gekozen hebben. Die zeggen juist in hele grote aantallen - tenminste, dat geldt voor de mensen die ik spreek - dat zij op het Treubplein heel graag een leuk groen plein met terrassen zouden willen hebben, dat dat het dorp veel aantrekkelijker zou maken en dat dat echt een verschil zou maken om in Voorschoten te gaan winkelen en niet in de Mall of the Netherlands.
Daar moeten we juist voor kiezen om dat verschil te maken. Met het handhaven van het huidige aantal parkeerplaatsen op het Treubplein, zoals we dat in voorstel 2 doen, doen we dat niet. Dat is voor mijn fractie een reden om niet voor voorstel 2 te zijn. Maar er is nog een andere reden, namelijk uitstel, want dit proces loopt alweer heel erg lang. Bij het voorliggende voorstel zit een door het college geschetste tijdlijn die aangeeft dat kiezen voor voorstel 2 ervoor zorgt dat we pas aan het einde van dit jaar, in december, een besluit nemen over het voorstel, terwijl we dat nú zouden kunnen doen, elf maanden eerder. Dat uitstel van elf maanden komt voort vanuit het idee dat voorstel 1 sowieso zal leiden tot insprekers die tot aan de rechter en de Raad van State gaan om hun zin te krijgen; dat heeft de wethouder in de discussie in de commissie tegen mij gezegd in een interruptiedebatje. Het college hoopt dat dit met voorstel 2 niet het geval is. Daarom neemt men nu elf maanden uitstel in de hoop dat het dan op de langere termijn minder lang duurt. Die hoop deel ik niet. Een paar dagen voor de commissievergadering kwamen een aantal centrumondernemers bij onze fractie en andere fracties op bezoek. Zij zeiden met zoveel woorden eigenlijk dat voorstel 2 zo slecht is dat ze nog liever hebben dat we het zouden uitstellen.
Meneer Haubrich weet zeker dat de visie van de centrumondernemersvereniging niet de visie is die zij hier aan tafel tijdens de inspraak naar voren hebben gebracht, maar ik denk daar anders over. Ik denk dat de meeste van die ondernemers maar met één ding genoegen nemen, namelijk hun zin krijgen, en dat het niet uitmaakt of we nu kiezen voor versie 1 of versie 2, want ze gaan toch wel tot aan de Raad van State. Laten we dan versie 1 doen, want dan winnen we in ieder geval die elf maanden en leveren we die nu niet in. De heer Haubrich (VVD): Heeft de heer Maassen na de commissievergadering van 15 januari jongstleden nog contact gezocht met de betreffende ondernemers of de COV in algemene zin?