CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief DEF voor Raad.docx

Commissie Burger & Bestuur Voorschoten 1 juli 2021, gemeente voorschotenBij agendapunt: Kaderbrief5.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief Zaaknummer: Documentnummer: Datum: Onderwerp: Bijlage(n):

Z/21/051308 252140 3 juni 2021 Kaderbrief gemeente Voorschoten 1. Uitgangspunten Begroting 2022 2. Totaaloverzicht Autonome ontwikkelingen 3. Loon & Prijsontwikkelingen & GR-en 4. Nieuw beleid & maatregelen 5. Mutaties investeringsplanning 2022-2025 6. Totaaloverzicht Kaderbrief 2022

Geachte raad, Inleiding Voor u ligt de kaderbrief voor het komende jaar, hierin geven we de hoofdpunten weer qua beleid en de daarbij gestelde financiële kaders. We leggen keuzes aan u voor en laten zien aan welke “knoppen” u kunt draaien om het structurele begrotingssaldo te beïnvloeden. Deze brief is bedoeld om richting te geven aan de financiële besluiten bij de begroting. Deze kaderbrief presenteren wij u tegen de achtergrond van een aantal belangrijke ontwikkelingen, die wij ook in de voorjaarsnota met u deelden: 1. De gemeente heeft een goede financiële startpositie. De belangrijkste kengetallen zijn goed. 2. Er zijn nog steeds onzekerheden over de herziening van het gemeentefonds en extra gelden vanuit het Rijk voor met name de Jeugdzorg en de Wmo zijn voorzichtig verwerkt in deze kaderbrief. 3. We hopen na de zomer een concrete start te kunnen maken met de nieuwe gemeentelijke organisatie: dicht bij de inwoners, plat en opgavegericht. 4. Bij aanvang van het proces van deze kaderbrief was er nog geen duidelijkheid over de toezegging vanuit het rijk inzake extra middelen voor het sociaal domein. In het Bestuurlijk Overleg van 2 juni jl. heeft het kabinet en de VNG de uitspraak van de Commissie van Wijzen (CvW) besproken en daarover de afspraken gemaakt.

Het Rijk verwerkt een bedrag van € 1.314 miljoen aan extra jeugdgelden voor gemeenten voor het jaar 2022 in de Miljoenennota 2022. Inzake de extra gelden voor de jaren 2023 en verder is de verwachting dat hier begin van deze zomer nog duidelijkheid over komen. Door deze ontwikkelingen, alsmede door het pakket maatregelen dat de gemeente zelf voorstelt te nemen om de kosten te beheersen, is het perspectief van deze kaderbrief gewijzigd van een verwacht tekort naar een overschot. Dat overschot is ook nodig om een aantal nog niet of niet geheel in deze kaderbrief verwerkte ambities in te vullen, zoals verduurzaming gemeentelijk vastgoed en de huisvesting van de nieuwe organisatie.

Onze ambities voor de komende periode Wij vinden het belangrijk om een aantal ambities te realiseren. Samengevat hebben we het in grote lijnen dan vooral over woningbouw, verduurzaming, sociaal domein (Jeugd en Wmo) en voorzieningen. Uitgangspunt voor onze ambities is het coalitieakkoord “Duurzaam vooruitstrevend”, waarvan een aantal belangrijke onderdelen inmiddels is gerealiseerd. Woningbouw Tot 2040 groeit de bevolking met ongeveer tien procent. Bovendien moeten we de achterstand in de bouwvoorraad wegwerken om zo de wachtlijsten aan te pakken. Dat plaatst Voorschoten voor een stevige opgave. We willen aan het einde van deze raadsperiode de planvorming 500600 woningen afgerond hebben. Bouwen voor elke portemonnee, met veel aandacht voor jongeren, ouderen en starters. Duurzaamheid We streven naar een energieneutraal Voorschoten in 2050. Dat doen we onder meer door middel van wijkambassadeurs en kennisuitwisseling. Ook willen we investeringen in verduurzaming aanjagen en ons eigen vastgoed verduurzamen. Sociaal Domein Ieder kind en iedere jongere heeft recht op jeugdhulp wanneer dat nodig is. We geven uitvoering aan het beleidsplan Sociaal Domein en bestrijden eenzaamheid van ouderen en jongeren. We houden scherp toezicht op de uitvoering van de huishoudelijke ondersteuning. We zijn daarnaast bezig met het omklappen van het sociaal domein van de Haagse naar de Leidse regio.

We proberen daarbij meer te voorkomen dat inwoners van het kastje naar de muur worden gestuurd. Voorzieningen Onze ambitie is om de voorzieningen overeind te houden. Te denken valt aan het zwembad, bibliotheek, sportvoorzieningen, buurthuizen en cultuur. Een aantrekkelijk centrum We willen een aantrekkelijk levendig centrum creëren met een gevarieerd winkelaanbod, voldoende ruimte voor voetgangers en waar ook plaats is voor evenementen. Investeringsagenda Een hoofdlijn is daarnaast om bij onze investeringsagenda de balans tussen beschikbaar geld en capaciteit opnieuw in te regelen onder ander door nieuwe beheerplannen. Nieuwe organisatie Tegen die achtergrond en het verder inrichten van de nieuwe organisatie (inclusief de daarbij behorende huisvesting) kijken we naar de financiën. Algemene uitgangspunten Begroting Hoe staan we ervoor? De kaderbrief is de start van de planning-en-control-cyclus. Het is een kader voor het opstellen van de meerjarenbegroting. De kaderbrief schetst de ontwikkelingen die we in de komende jaren verwachten. Om tot een meerjarig sluitende begroting te komen, moet het eerste en/ of laatste jaar sluitend zijn. We hebben er bewust voor gekozen om dit keer de rapportage in de vorm van een kaderbrief aan u te presenteren. Dat is korter dan dat u van ons gewend bent.

Vanuit de raad is eerder de wens gekomen of de stukken uit de P&C-cyclus niet korter, bondiger en overzichtelijker kunnen.

2

We doen dit daarnaast omdat we de discussie op hoofdlijnen met u willen voeren en een duidelijke focus willen op de mogelijke keuzes die we kunnen gaan maken. Dit maakt deel uit van een permanent proces om te kijken hoe we onze eigen planning-encontrol-cyclus kunnen verbeteren, mede met de raadsmotie daarover in het achterhoofd. Hier verwijzen we verder naar voorstellen die we willen aanbieden voor de commissie planning en control van 6 oktober aanstaande. De basis voor de begroting 2022 vormen de begroting 2021 en de financiële gevolgen uit de Voorjaarsnota 2021, die doorwerken in het meerjarenbeeld. Daarnaast zijn enkele algemene uitgangspunten toegepast. Deze zijn opgenomen in de tabel in bijlage 1, waarbij ook een korte toelichting wordt gegeven op de uitgangspunten. Actueel begrotingssaldo Het actuele begrotingssaldo is gebaseerd op het startsaldo van de begroting, zoals opgenomen in de programmabegroting 2021. Vervolgens zijn de meerjarige financiële gevolgen uit de najaarsnota 2020 en van amendement 107 verwerkt. Dat levert het volgende meerjarenbeeld op: Jaartal

2022

2023

2024

2025

startsaldo begroting 2021

314.649

-208.311

294.571

417.739

B20 Amendement 107 milieubeheer

-100.000

-100.000

-100.000

-100.000

Effect Najaarsnota 2020 op meerjarensaldo

-78.855

-102.175

-55.176

12.670

Actueel begrotingssaldo

135.794

-410.486

139.395

330.409

Het huidige meerjarenbeeld geeft een substantieel negatieve begrotingssaldo voor het jaar 2023. Het verschil tussen het jaar 2022 en 2023 is grotendeels te verklaren door de uitgaven in het sociaal domein. In 2022 wordt een deel van jeugdkosten gedekt door een onttrekking vanuit de bestemmingsreserve sociaal domein; dat is in 2023 en verder niet het geval. Daarnaast wordt een belangrijk deel verklaard door de geraamde stelpost voor herijking van het gemeentefonds. Autonome ontwikkelingen In bijlage 2 wordt een totaaloverzicht weergegeven van alle autonome ontwikkelingen. De belangrijkste (> € 100.000) worden hieronder kort toegelicht. Autonome ontwikkelingen

2022

A TOTAAL

-958.900

A1

2023 -1.414.600

2024 -1.101.350

2025 -1.120.350

Restwaardesystematiek

Bij het proces van de jaarrekening 2020 is de raad geïnformeerd over de gevolgen van de restwaardesystematiek. De benodigde correcties leiden tot een structurele tegenvaller in de meerjarenbegroting. Het saldi voor de periode 2022-2024 valt lager uit dan eerder gecommuniceerd als gevolg van het doorschuiven van enkele investeringen, zoals bijvoorbeeld het project aan de Koninklijke Marinelaan (gemeentewerf). Het hanteren van een uniform percentage voor het bepalen van de restwaarde (dat gaat over bijv. afschrijving op gebouwen, auto’s etc.) is niet toegestaan. Naar aanleiding hiervan zijn de kapitaallasten geactualiseerd en heeft de gemeente een flinke tegenvaller. Dit leidt voor 2021

3

tot een nadeel van € 684.000. Hierbij is bekeken of dit nadeel nog kon worden beperkt, maar gezien het volledig benutten van de afschrijftermijnen bij het herstelplan en de huidige strenge regels bleek dit niet mogelijk.

A2

Stijgende kosten Jeugdhulp

We komen structureel voor Jeugd en Wmo 1 tot 1,5 miljoen euro te kort. De stijgende kosten voor jeugdhulp leiden tot een structurele bijstelling van € 624.000. Hierbij is uitgegaan van het resultaat over 2020. Dat is te wijten aan een combinatie van factoren en ook de coronacrisis draagt hier niet aan bij. Ten grondslag aan de groeiende lasten binnen het sociaal domein ligt dat het Rijk de gemeenten te weinig geld heeft gegeven om deze taken uit te kunnen voeren bij de overdracht van deze taken naar de gemeenten. Dat komt ook naar voren in het AEF rapport, een onderzoek in opdracht van minister Ollongren naar de financiële positie van gemeenten om in beeld te brengen of middelen voldoende waren om taken uit te voeren. Het onderzoek naar de tekorten in de jeugdzorg toont aan dat de structurele tekorten voor dit specifieke onderwerp aanzienlijk zijn; het structurele tekort voor alle gemeenten in Nederland wordt geschat op een bedrag tussen € 1,6 miljard en € 1,8 miljard per jaar1. Het onderzoek ‘Roeien met te korte riemen’² van Bureau Berenschot in opdracht van de provincie Zuid-Holland laat eenzelfde beeld zijen. Daarnaast zien we dat een groeiend aantal kinderen jeugdhulp nodig heeft en dat wachtlijsten langer worden. Deze trend is in het hele land terug te zien. Net als het feit dat kinderen langer in een zorgtraject zitten.

De nettolasten voor de jeugd stegen over 2019 landelijk met 531 miljoen euro. Ook de gemeente Voorschoten heeft daarmee te maken. Het college neemt kostenbesparende maatregelen om deze kosten zoveel mogelijk te beperken. In deze kaderbrief worden al twee maatregelen benoemd om de kosten voor jeugdzorg terug te dringen. Er volgen nog meer maatregelen om de kosten voor de jeugdzorg terug te dringen. Hiertoe wordt nog een apart plan voorbereid, waar de raad later dit jaar separaat over zal worden geïnformeerd. A3

Stijgende kosten Wmo

De Wmo-uitgaven stijgen nog harder dan de kosten voor de jeugdzorg. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door het beroep op maatregelen mbt huishoudelijke hulp en de toenemende vergrijzing. Voor de Wmo stegen de nettolasten van gemeenten in 2019 met 594 miljoen ten opzichte van het jaar daarvoor. In 2020 zijn ook de lasten voor de Wmo aanzienlijk gestegen, zoals ook blijkt uit het Dashboard Sociaal Domein. Voor 2021 betekent dit een nadeel van € 489.000. Ook op het gebied van de Wmo wordt er hard gewerkt aan maatregelen om deze kosten naar beneden te krijgen. Daarnaast wordt de formatie van het nieuwe kabinet en de mogelijke gevolgen daarvan voor het abonnementstarief nauwlettend in de gaten gehouden. A4

CAO Loonontwikkeling

AEF (2020a). Andersson Elffers Felix. Stelsel in groei. Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg. ² Berenschot Groep B.V. (3 maart 2021). Roeien met te korte riemen, Onderzoek naar de financiële positie en beleidsruimte van gemeenten in Zuid-Holland. 1

4

In de begroting 2021 is rekening gehouden met een loonontwikkeling van 2,0 %. De loonontwikkeling valt naar verwachting lager uit, te weten 0,6 %. Hierdoor ontstaat een structureel voordelig effect. Pensioenen De komende twee jaar stijgt de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen wederom fors (met naar verwachting 3%-punt in totaal). Dit komt voort uit het aangescherpte financieel toetsingskader conform de Pensioenwet. In de pensioenkamer vinden nog gesprekken plaats over deze verhoging. Mocht hier meer duidelijkheid over komen, dan zal dit uiteraard in de meerjarenbegroting worden meegenomen. A8

Stelpost Indexatie

Stelposten zijn posten die wel in de begroting zijn meegenomen voor het algemene beeld, maar nog niet zijn uitgewerkt of ingevuld. Dit omdat nog niet bekend is hoe de verdeling precies plaatsvindt. Het is wenselijk om met zo min mogelijk stelposten te werken. Soms is het niet mogelijk een post geheel in te vullen en resteert een stelpost. Bij het opstellen van de begroting is er rekening gehouden met stelpost indexatie van € 155.000, o.a. gebaseerd op de voorspellingen van het Centraal Planbureau (CPB). Nu blijkt deze stelpost niet noodzakelijk te zijn en kan volledig vrijvallen. A14

Rijnlandroute

De RIF-bijdrage aan de Rijnlandroute (door Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland in het leven geroepen) is structureel in de begroting opgenomen maar moet als incidentele bijdrage (t/m 2024) worden gezien. Incidentele bijdragen worden gedekt uit reserves: de bijdrage komt dus voortaan ten laste van een reserve. Door een latere oplevering dan eerder voorzien, start de afschrijving (van € 300.000) over de gedane bijdrage van € 9 miljoen van de Rijnlandroute 2 jaar later. Tenslotte waren de afschrijvingskosten met een kapitaaldekkingsreserve voor slechts 4 jaar: die reserve en dekking vervalt. Per saldo geeft dat vooral in 2022 een substantiële meevaller van € 572.000. A18

Autonome ontwikkelingen afvalstoffenheffing

Bij het grondstoffenplan 2021-2025 wordt de raad geïnformeerd over de hogere lasten inzake het afvalbrengstation en de verwerkingskosten, waarbij ook het effect op het tarief van de afvalstoffenheffing benoemd wordt. A25

Exploitatiebijdrage Zwembad

Al eerder is de raad geïnformeerd over het structurele tekort op de exploitatiebijdrage voor Zwembad Het Wedde. Het structurele tekort van € 100.000 wordt gedekt uit de bij de jaarrekening 2020 ingestelde Bestemmingsreserve Zwembad. Het resultaat daarvan is dat deze mutatie budgettair neutraal is. Loon- en prijsontwikkelingen In bijlage 3 ziet u in tabel 3.1 het totaal aan loon- en prijsontwikkelingen met betrekking tot 2022 en verder. De belangrijkste ontwikkelingen (> € 100.000) worden toegelicht. Loon- en prijsontwikkelingen B TOTAAL

2022 -22.100

2023 -22.100

2024 -18.100

2025 -18.100

5

B0 Gemeentefonds Voor 2022 is in de algemene uitkering een indexering opgenomen van 1,46% voor loon- en prijscompensatie. Dit levert een positief effect op voor de begroting van € 450.000. B1 Prijsindexatie Het indexpercentage voor prijsstijgingen is gebaseerd op het niveau van de geharmoniseerde consumentenprijsindex (hicp) uit het Centraal Economisch Plan. Voor 2022 bedraagt deze 1,4% en deze indexering is toegepast conform de toegepaste gedragslijn vanuit het verleden. B2 Indexatie belastingen De indexatie van de gemeentelijke belastingen en rechten is gelijk aan het door het Centraal Economisch Planbureau geraamde inflatiepercentage. Het percentage geraamd in het Centraal Economisch Plan (CEP) bedraagt voor 2022 1,4% (geharmoniseerde consumentenprijsindex). B3 CAO Ontwikkeling Wij houden voor de begroting 2022 vooralsnog rekening met een loonontwikkeling van 1,4% van de loonsom. Gemeenschappelijke regelingen De conceptbegrotingen van de gemeenschappelijke regelingen zijn voor zienswijze aangeboden aan de raad. De bijdragen uit de conceptbegrotingen zijn het uitgangspunt voor de kaderbrief. Het gepresenteerde beeld komt overeen met de verwachting van het college vooraf. De ontwikkelingen per gemeenschappelijke regeling zijn weergegeven in tabel 3.2 in bijlage 3.

Het college kijkt kritisch naar de kosten die we hebben aan gemeenschappelijke regelingen in relatie tot de taken. Gemeenschappelijke regelingen

2022

2023

2024

2025

D TOTAAL

-107.444

-107.444

-107.444

-107.444

Met het omklappen van het sociaal domein is de verwachting dat de bijdrage inzake de GR Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden zal wijzigen. Inmiddels hebben de eerste gesprekken met de Leidse regio plaatsgevonden. Zodra er meer bekend is over de financiële consequenties van deze onderhandelingen, zal de raad hierover worden geïnformeerd. Nieuw beleid Nieuw beleid

2022

2023

C Totaal

107.500

-149.500

2024 44.500

2025 202.500

De huidige financiële positie geeft beperkte ruimte voor nieuw beleid. In bijlage 4 ziet u per voorgesteld onderdeel de financiële consequentie, waarvan de tabel hierboven het totaal laat zien. Hieronder worden de voorstellen toegelicht.

6

C1

Operatie Arendsoog

Op basis van de jaarrekeningresultaten van afgelopen jaren, waarbij jaarlijks een overschot wordt gepresenteerd (dat grotendeels wordt doorgeschoven naar het volgende jaar), is het aannemelijk dat we mogelijk te ambitieus zijn met onze eigen ramingen. Zeker in het licht van de huidige ontvlechting en de totstandkoming van een nieuwe organisatie zullen we behoudend moeten zijn met onze ambities. Nadere analyse van budgetten binnen het sociaal domein hebben geleid tot een positieve bijstelling. Onze ambitie is om jaarlijkse deze operatie te herhalen en een goede balans te vinden tussen ambities, capaciteit, kwaliteit en geld. C2

Centrummanager

Een goede samenwerking met de centrum ondernemersvereniging (COV) is noodzakelijk. De ondernemers staan voor de opgave om zich te transformeren tot een proactieve, creatieve en zelfredzame organisatie. In de Economische uitvoeringsagenda 2021 -2025 zijn maatregelen opgenomen die de vitaliteit van het centrumgebied bevorderen en leegstand tegengaan. De centrummanager, zoals zowel de gemeente als het COV deze voor ogen hebben, gaat hier een bijdrage aan leveren. In 2021 is daarom besloten om €20.000 vanuit de lopende middelen beschikbaar te stellen, waarbij de COV in cofinanciering het bedrag van de gemeente matcht om zo de inzet van de centrummanager te bekostigen. Echter, zal de inzet van een centrummanager in de daaropvolgende jaren een hogere kostenpost opleveren; de inzet is dan immers voor een heel jaar en niet zoals in 2021 voor 6 maanden. Daarom verzoeken wij de Raad een bedrag van € 20.000,- aan te vullen voor 2022 en de daarop volgende jaren, om het centrummanagement gedegen te kunnen continueren. De centrummanager wordt gekoppeld aan de uitvoering van de economische visie. C3

Bodemtaken

Als de Omgevingswet in werking treedt, zijn de gemeenten verantwoordelijk voor een deel van de bodemtaken waarvoor de verantwoordelijkheid nu nog bij de provincies ligt. Om te bereiken dat de taken die de provincie nu uitvoert ook na overheveling aan de gemeente op adequaat niveau uitgevoerd blijven worden, is het van belang dat gemeenten zich hier tijdig op voorbereiden. Zo is het van belang om tijdig financiële middelen te reserveren en te beslissen hoe deze taken uitgevoerd gaan worden. Alle provinciale taken op dit gebied worden tot aan 2022, uitgevoerd door de ODWH. De bekostiging daarvoor gebeurt dan ook vanuit de provincies. Op dit moment bestaat er nog geen duidelijkheid over hoeveel budget er van de provincies naar de gemeenten via het Rijk overgaat voor de uitvoering van bodemtaken. De koepels (VNG, IPO, unie van Waterschappen) en twee ministeries (I&W en BZK) zijn al lange tijd met elkaar in onderhandeling hierover. De verwachting is dat in de loop van het jaar meer bekend wordt over de financiële consequenties. Er zijn op dit moment nog geen concrete bedragen bekend. Dit is budgettair neutraal. C4

Projectbureau Wonen

We hebben een ambitie geformuleerd waar het gaat om de woningbouwopgave, dat staat in het afwegingskader dat de raad op 10 juni heeft vastgesteld. Met de bestaande ambtelijke capaciteit willen we de planvorming voor 500 tot 600 woningen in deze raadsperiode afronden. Daarna staat de ontwikkeling van projecten op stapel in het centrum en op locaties vanuit het zogenaamde accommodatiebeleid. Vaak is de gemeente hier eigenaar en overheid tegelijk. Een

7

goede ontwikkeling vraagt een investering in extra capaciteit en expertise, bovenop de mogelijkheden van de per september 2021 te starten nieuwe organisatie. Daartoe willen we een projectbureau bouwen opzetten, dat deels uit gemeentelijke middelen en deels uit bijdragen van ontwikkelaars wordt gefinancierd. De opzet en inrichting hiervan werken we het komende half jaar verder uit. Zo creëren we in nauwe samenwerking met de gewone lijnorganisatie slagkracht waarmee de komende jaren in staat moeten zijn projecten voor de resterende woningen te ontwikkelen, in het centrum en andere locaties in ons dorp. Hiermee geven we tevens uitvoering aan deze besluit van uw raad van 20 mei 2020 inzake het accommodatiebeleid. C5

MFA

In de raad van december 2020 zijn de financiële kaders inzake de MFA vastgesteld. De bedragen die horen bij deze financiële kaders, het investeringsbudget en de (extra) exploitatielasten, en de toelichting hierop zijn overgenomen in deze kaderbrief. Besluitvorming hierover is voorzien aan de hand van aparte voorstellen waarvoor wij verwijzen naar de separate informatiebrief. C6

Capaciteitsuitbreiding Maatschappelijke Ontwikkeling

Al een behoorlijke tijd is de hoeveelheid gevraagde resultaten aan de afdeling MO groot. De bedrijfsvoering sluit al geruime tijd onvoldoende aan bij deze verwachtingen en realiteit. De beschikbare capaciteit is na de invoering van de drie decentralisaties, nagenoeg nooit meer bijgesteld of herijkt. De beschikbare capaciteit is niet in balans met de vraag. Hierdoor is de werkdruk die wordt ervaren bij medewerkers hoog. Dit leidt tot een onwenselijke situatie die van invloed is op het verzuim van medewerkers, de professionaliteit van medewerkers, het verloop in de organisatie, de betrokkenheid bij de organisatie en daarmee ook op de dienstverlening aan onze inwoners. Voorgesteld wordt om op een aantal plekken te investeren in de uitbreiding van de capaciteit om tot een betere bedrijfsvoering te komen. C7 Grondstoffenplan/ Afvalstoffenheffing Dit jaar eindigt de looptijd van het huidige afvalbeleidsplan. Dat vraagt om een terugblik en om herijking van het beleid. Daarnaast hebben sinds de publicatie van het vorige afvalbeleidsplan veel ontwikkelingen plaatsgevonden op de afvalmarkt. Zo kent de markt een algehele stijging van verwerkingstarieven, is de verbrandingsbelasting substantieel gestegen en is er algehele krapte in de verwerkingscapaciteit van de markt. Het grondstoffenplan 2021-2025 wordt via een apart voorstel aan de raad aangeboden.

De bijbehorende financiële consequenties, zowel autonome als die gevolg zijn van het grondstoffenplan, zijn verwerkt in de kaderbrief. Dit effect is budgettair neutraal, daar de bijbehorende lastenstijging wordt gedekt door het tarief van afvalstoffenheffing. C8 Nieuwe Huisvesting (PM) Op dit moment worden er verschillende scenario’s uitgewerkt inzake de benodigde huisvesting voor de nieuwe ambtelijke organisatie. De raad zal hierover later dit jaar via een apart voorstel worden gevraagd om hierover een besluit te nemen. De kosten voor projectbegeleiding komen ten laste van de huidige begroting. Los van deze kosten komen er ook nog kosten bij voor de verbouw/herontwikkeling van het pand zelf. Deze financiële gevolgen worden verwerkt bij de begroting. C9 Kostenbesparende maatregelen WMO

8

Door de invoering van abonnementstarieven van de Wmo en de toenemende vergrijzing zijn er flinke tekorten ontstaan. De Raad wordt voorgesteld voor scenario 4 te kiezen. In dit voorstel betalen de hogere en middeninkomens mee aan de Wmo-voorzieningen. Het saldo van uitgaven en inkomsten behorende bij dit voorstel, worden vooralsnog voorzichtig ingeschat op € 150.000 positief. De definitieve cijfers zullen in meerjarenbegroting worden verwerkt. C10 Kostenbesparende maatregelen Jeugd Om de stijgende jeugdkosten tegen te gaan worden twee kostenbesparende maatregelen voorgesteld, die ook benoemd zijn in het eerder verschenen AEF rapport. Allereerst wordt voorgesteld om de inzet van zogeheten POH’ers (Praktijk Ondersteuners Huisartsen) te continueren en verder uit te breiden. Dit vraagt een structurele investering van € 332.000. Daarnaast wordt voorgesteld om de uitstroom van cliënten naar de WLZ (Wet Langdurige Zorg) te bevorderen. Dit vraagt om een investering van structureel € 20.000, onder andere voor de extra training van consulenten jeugd. Met beide investeringen wordt een structurele besparing van € 605.000 per jaar beoogd, dat resulteert in een structureel voordeel van € 273.000. Kapitaallasten Nieuwe investeringen Overig E TOTAAL

2022 50.000

2023 26.267

2024 52.996

2025 48.933

Investeringen zijn noodzakelijk om Voorschoten toekomstbestendig te maken. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met het sinds 2014 ingestelde investeringsplafond, dat beoogt de afschrijvingslasten te maximeren om de lasten voor de exploitatie op een aanvaardbaar niveau te houden. Het maximale bedrag dat beschikbaar is aan afschrijvingslasten voor nieuwe investeringen, is jaarlijks € 100.000. Hierbij worden de investeringen ten laste van de “gesloten exploitaties” (riool en afval) buiten beschouwing gelaten. Door aanpassing van de fasering van investeringsprojecten (langere doorlooptijd, werk met werk maken, etc.) en/of nieuwe benodigde investeringen die nog niet voorzien waren, vindt er een verschuiving van de kapitaallasten plaats, welke zich nu ook weer voordoen. De verklaring hiervoor is, dat op het moment dat een investeringsproject in gebruik wordt genomen, de investering geactiveerd wordt. Het boekjaar hierop volgend wordt er over de investering afgeschreven en rente toegerekend. Deze afschrijvingskosten en rentelasten vormen samen de kapitaallasten en zijn een belangrijke structurele kostenpost binnen de begroting. De omvang van de jaarlijkse kapitaallasten wordt bepaald door: de hoogte van de investeringen, de termijn waarin het actief wordt afgeschreven en de methode van afschrijven.

De huidige kapitaallasten voor nieuwe investering geven in deze kaderbrief een structureel positief effect. Dit effect wordt veroorzaakt door een voordeel op de rentelasten. Doordat verschillende projecten worden doorgeschoven is de financieringsbehoefte lager, waardoor er per saldo ook lagere rentelasten zijn. Voor de goede orde, de kapitaallasten van de MFA zijn nog niet meegenomen. Investeringsambities herprioriteren en beter faseren Bij de voorjaarsnota 2020 is al besloten om de rioleringsopgave te temporiseren. Vanwege een wijziging van de aanpak van de onderhoudsprojecten (Integraal gebiedsgericht werken) en benodigde nadere onderzoeken voor een groot aantal projecten moest de omvang van de opgaven nog nader worden uitgewerkt. In deze kaderbrief worden de financiële gevolgen van deze nadere uitwerking duidelijk. Door integraal gebiedsgericht werken zijn de vervangingsopgaven voor wegen en bruggen gekoppeld aan de vervangingsopgaven voor

9

riolering. Als gevolg van herprioritering en aangepaste fasering worden de onderhoudsprojecten zoals Raadhuislaan/Oranjeboomstraat en wijk Adegeest opgeschoven ten opzichte van de eerdere planning. Wij verwijzen hier mede naar de informatiebrief (043) programmering onderhoud kapitaalgoederen openbare ruimte van 16 juni 2021.

Recapitulatie ontwikkelingen Kaderbrief Recapitulatie

2022

2023

2024

2025

Actueel begrotingssaldo

135.794

-410.486

139.395

330.409

A

Autonome ontwikkelingen

-958.900

-1.414.600

-1.101.350

-1.120.350

B

Loon- en prijsontwikkelingen

-22.100

-22.100

-18.100

-18.100

C

Nieuw beleid

107.500

-149.500

44.500

202.500

D

Gemeenschappelijke regelingen

-107.444

-107.444

-107.444

-107.444

E

Overig - kapitaallasten nieuw

50.000

26.267

52.996

48.933

-795.150

-2.077.863

-990.003

-664.052

Saldo na kadernota

Zoals bovenstaande tabel laat zien, kunnen we zonder extra maatregelen geen structureel sluitende meerjarenbegroting aanbieden. Het college heeft hiertoe de volgende voorstellen bedacht. Nieuwe maatregelen In bijlage 4 staat in tabel 4.2 een overzicht met de financiële consequenties van verschillende maatregelen die het college wenst voor te stellen om tot een sluitende meerjarenbegroting te komen. Deze staan hieronder toegelicht. O1

Inzetten stelpost herijking gemeentefonds

Er komt een herijking van het gemeentefonds. De laatste stand van zaken was dat Voorschoten daar als nadeelgemeente uit zou komen. Dat zou betekenen dat Voorschoten gekort zou worden en minder middelen uit het gemeentefonds zou kunnen krijgen. Hiertoe heeft de gemeente indertijd een stelpost in het leven geroepen van € 325.000 voor 2022 en € 625.000 voor 2023 en verder. Gezien de laatste adviezen aan het kabinet op landelijk niveau en de stand van de onderhandelingen terzake achten wij het waarschijnlijk dat er geen wezenlijke nadelen ontstaan uit de herziene van het gemeentefonds. Daarom stellen wij voor deze stelpost te laten vrijvallen. O2

Niet of gedeeltelijk inzetten van stelpost indexering

Op basis van realisatie uit voorgaande jaren is gebleken dat de stelpost indexering over het algemeen deels of niet wordt ingezet. Het college stelt voor deze stelpost voor 50% in te zetten ter dekking van het huidige structurele tekort. O3

Inzet bestemmingsreserve Sociaal Domein

Een reserve kan ingezet worden ter dekking van incidentele lasten. Het college stelt voor de incidentele lasten als gevolg van de benodigde capaciteitsvraag voor Maatschappelijke Ontwikkeling te dekken uit de bestemmingsreserve Sociaal Domein.

10

O4

Extra rijksmiddelen Jeugdzorg

Op 2 juni jl. hebben de VNG en het rijk in een bestuurlijk overleg gesproken over de uitspraak van de Commissie van Wijzen inzake het jeugddossier. Op basis van de afspraken in dit overleg stelt het rijk voor 2022 € 1,314 miljard extra ter beschikking aan gemeenten ter compensatie voor de tekorten op het gebied van jeugdhulp. In de komende weken zal er op basis van overleg door het rijk, duidelijkheid worden geboden aan gemeenten over de wijze van uitkering van het budget. Dit dient voor 1 juli a.s. plaats te vinden. In het overleg heeft de VNG aangedrongen om dit budget volledig uit te keren in de Algemene Uitkering in het Gemeentefonds. De budgettaire verwerking geschiedt bij de Miljoenennota. Omdat de middelen vooralsnog alleen voor het jaar 2022 zijn toegekend, blijft de vraag bestaan hoe gemeenten hiermee om mogen gaan in meerjarig perspectief bij het opstellen van de begroting voor volgend jaar. De VNG zal zich ervoor inspannen dat gemeenten nog deze maand duidelijkheid krijgen hoe ze hiermee om mogen gaan, zodat zij hier rekening mee kunnen houden in hun reguliere begrotingsproces. Op korte termijn zullen hierover nadere gesprekken worden gevoerd met BZK en IPO. Doel is om gezamenlijk te komen tot een pragmatische oplossing tot aan het moment dat een nieuw regeerakkoord definitief uitsluitsel geeft over het structurele financiële perspectief.

Voor 2022 wordt een minimaal een bedrag van € 1.000.000 verwacht aan extra gelden jeugdzorg. Het kabinet heeft eerder € 300 miljoen toegezegd voor 2021 inzake de tekorten in de jeugdzorg. Dit heeft leverde Voorschoten een eenmalig voordeel op van € 345.000. Op basis van deze verdeling wordt voor 2022 een bedrag van ruim € 1,4 miljoen verwacht. College kiest bewust voor voorzichtige raming, mede vanwege het feit er mogelijk ook nog extra taken met dit geld meekomt. Het ligt in de lijn der verwachting dat ook voor 2023 en verder er extra middelen beschikbaar komen. Hierbij is wel aangeven dat er een afbouw zit ten opzichte van 2022. Er is op dit moment nog geen duidelijkheid over hoe deze afbouw er uit zal zien. Voor 2023 wordt voorlopig uitgegaan van 75 % ten opzichte van 2022, voor jaren 2024 en 2025 wordt 50 % opgenomen. Ook hier is een extra voorzichtigheid ingebouwd, waarbij het college de verwachting heeft dat de daadwerkelijke extra middelen substantieel hoger zullen liggen. Saldo Kaderbrief 2022 Wanneer de raad de voorstellen van het college overneemt, dan ziet het saldo van de meerjarenraming er als volgt uit: Kaderbrief 2022

2022

2023

2024

2025

Saldo baten/ lasten

711.850

-180.863

460.997

648.948

Met uitzondering van het jaar 2023 leiden de voorstellen van het college tot een sluitende begroting. Om ook 2023 structureel sluitend te krijgen zijn op basis van deze kaderbrief aanvullende maatregelen nodig. We stellen voor gelet op de relatief geringe omvang van het bedrag, dat die het beste kunnen worden genomen bij de voorbereiding van de kaderbrief en de begroting 2023.

11

Overige ontwikkelingen Meicirculaire Op het moment van het schrijven van deze kaderbrief 2022 is de uitkomst van de meicirculaire nog niet bekend. De raad wordt hierover met een aparte informatiebrief geïnformeerd. Door het verschuiven van het basisjaar van 2021 naar 2022 komt de in de algemene uitkering opgenomen indexering van 1,46% voor loon- en prijscompensatie beschikbaar. Dit levert een positief effect op voor de begroting van € 445.000. Duurzaamheid We hebben ook nog een flinke opgave waar het gaat om duurzaamheid. In Voorschoten zijn er veel opgaven op het terrein van de energietransitie. Er zijn ambities om de gemeente op tal van verschillende manieren bij de transitie te betrekken. Dat doen we wijkgericht met diverse doelgroepen en wensen/zorgen. Daarbij is er hard gewerkt aan een doorstart van de participatie. Er is een participatiekompas gemaakt voor de duurzaamheidsopgave er is daarnaast de komende jaren ook nog veel te doen aan verschillende deelopgaven. Dit zal waarschijnlijk ook de komende jaren extra capaciteit vragen. Nieuwe beheerplannen We hebben digitaal geïnventariseerd wat de staat is van wegen, straten etc. binnen de gemeente Voorschoten. Na deze inventarisatie is bepaald wat er in 2021 en 2022 wordt gedaan. Er wordt voor de volgende jaren kritischer gekeken naar wat er nodig is in relatie tot de capaciteit.

Bij het integraal gebiedsgericht werken gaat er werk met werk gemaakt worden. Als er ergens bepaalde werkzaamheden zijn gepland, worden andere werkzaamheden op die plek bij voorkeur tegelijkertijd gedaan. We hopen daardoor minder geld over te houden en gerichter te kunnen kiezen wat wanneer wordt gedaan. Afvalinzameling wordt duurder Waar het gaat om afval zien we, zoals ook al verwoord in de voorjaarsnota, dat zowel afvalinzameling als ook de verwerking van afval duurder wordt. Dat komt door de toenemende inzamelings- en verwerkingskosten van het afval, doordat er minder gescheiden wordt en door afnemende opbrengsten van afvalstromen als glas, plastic en papier. Doordat er niet goed wordt gescheiden, wordt dat afval ook als restafval verbrand wat ook weer duurder is. Vraag is hoe we gaan zorgen dat we minder afval krijgen en hoe zorgen we dat dit betaalbaar blijft.

12

Concluderend Wij verwachten een structureel sluitende begroting te kunnen presenteren voor de jaren 2022, 2024 en 2025 door een combinatie van eigen gemeentelijke maatregelen en te ontvangen middelen vanuit het rijk met betrekking tot jeugd. Ook de effecten van de herziening van het gemeentefonds spelen een positieve rol. Daarmee ontstaat beperkt ruimte voor realisering van ambities. We sturen op kostenbewustzijn, behoedzaam ramen en op het beperken van de lastendruk voor inwoners. We zien een kostenstijging voor afval en riool als onvermijdelijk. Met een nieuwe organisatie dicht bij onze inwoners en permanente aandacht voor kostenbewaking willen we een gemeente te zijn die opgavegericht ten dienste staat van alle inwoners. Met vriendelijke groet,

A.R. de Graaf, secretaris

drs. N. Stemerdink, burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=b6749768-0514-41cf-8b07-125a804bae4b