CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 85 Nota Advisering, Uitvoering en Handhaving ODWH (incl. bijlagen)

Gemeenteraad Voorschoten 11 december 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrieven van het College van B&W18.084 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

85 Informatiebrief Zaaknummer:

Z/25/102395

Documentnummer:

472559

Datum:

Dinsdag 2 december 2025/verzonden 3 december 2025

Onderwerp:

Nota Advisering, Uitvoering en Handhaving ODWH

Portefeuillehouder:

Wethouder Schokker

Bijlage(n):

1.

Nota Advisering, Uitvoering en Handhaving 2025 ODWH;

2.

Samenvatting van de Nota Advisering, Uitvoering en Handhaving 2025 ODWH ‘Kernpunten’.

Geachte Raad, Op 2 december 2025 hebben wij de Nota Advisering, Uitvoering en Handhaving 2025 (Nota AUH) van de Omgevingsdienst West-Holland vastgesteld. In deze nota zijn beleidsopgaven en doelstellingen, werkwijzen en methoden beschreven voor de VTH&A-taken (vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering) die de ODWH uitvoert voor de deelnemende gemeenten en de provincie Zuid-Holland (uitgezonderd de uitvoering van de bouwtaken voor de gemeente Noordwijk). Deze nota gaat dus uitdrukkelijk over de taken die de ODWH uitvoert en mag niet worden verward met het Vergunningen-, toezicht- en handhavingsbeleidsplan Wabo Voorschoten 2023 e.v., die gaat over de bouw- en RO-taken die de gemeente Voorschoten in eigen beheer uitvoert (ook wel bekend als ‘thuistaken’). Het vigerende beleidsdocument van de ODWH, genaamd ‘Nota Gemeentelijk Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening en Toezicht en Handhaving (milieu en bodem) 2023-2024 ODWH’, is geldig tot 1 januari 2025. Deze oude nota was niet meer in lijn met de Omgevingswet en de daarmee samenhangende werkzaamheden van de omgevingsdienst. Daarom was deze nota aan actualisatie toe. Nieuw in de Nota AUH is het hoofdstuk Advisering over de diverse milieuspecialismen. Dit is essentieel voor de integrale beoordeling van ruimtelijke initiatieven.

Ook heeft de Bruidsschat (een set rijksregels die automatisch zijn opgenomen in het tijdelijke deel van de omgevingsplannen van gemeenten) een duidelijke plek gekregen in de Nota AUH.

Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G

De Nota AUH is tot stand gekomen in goed overleg tussen de omgevingsdienst en de deelnemende gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Daartoe is in 2024 een traject gestart. In een zestal ambtelijke sessies is invulling gegeven aan de uitgangspunten en zijn er keuzes voor de nota gemaakt. Dit heeft geleid tot de Nota AUH, die op 14 juli 2025 door het algemeen bestuur van de omgevingsdienst is vastgesteld. Na vier jaar wordt deze nota geëvalueerd en opnieuw ter vaststelling voorgelegd aan het bestuur van de dienst en de colleges van de deelnemers. Met vaststellen van de Nota AUH voldoen we aan de wettelijke bepalingen (artíkelen 13.5 en 13.11, lid 2 van het Omgevingsbesluit en artikel 4, lid 1 sub d van de Gemeenschappelijke Regeling ODWH. De Nota AUH en de samenvatting van deze nota treft u als bijlagen aan.

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris

mw. drs. N. Stemerdink, burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 2 van 2

Nota Advisering, Uitvoering en Handhaving (AUH) van de gemeentelijke en provinciale taken 2025 Status concept Versie 1.4: 6 juni 2025 Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 1 van 44

COLOFON

Datum

6 juni 2025

Opgesteld door

Elleone van Oostrum

Vastgesteld door

Marcel Rietberg

Versie

Versie 1.4

Omgevingsdienst West-Holland Vondellaan 55 2332 AA Leiden T W

071-408 3100 www.odwh.nl

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 2 van 44

Inhoudsopgave Lijst met afkortingen ....................................................................................................................... 5 Inleiding........................................................................................................................................ 7 Hoofdstuk 1 Algemeen .................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 2 Advisering ................................................................................................................. 14 2.1 Ruimtelijke ontwikkelingen (incl. gebiedsgerichte advisering) .............................................. 15 2.2 Schiphol ................................................................................................................................ 17 2.3 Milieuaspecten ..................................................................................................................... 17 2.3.1 Afval en afvalwater ........................................................................................................... 18 2.3.2 Archeologie ...................................................................................................................... 18 2.3.3 Activiteiten en milieuzonering ............................................................................................

18 2.3.4 Bodem en water................................................................................................................ 18 2.3.5 Duurzaamheid en energie .................................................................................................. 19 2.3.6 Ecologie ........................................................................................................................... 19 2.3.7 Geluid .............................................................................................................................. 19 2.3.8 Gezondheid ...................................................................................................................... 20 2.3.9 Licht ................................................................................................................................ 20 2.3.10 Lucht en geur .................................................................................................................. 21 2.3.11 Klimaatadaptie ............................................................................................................... 21 2.3.12 Milieueffectrapportage (MER) .......................................................................................... 21 2.3.13 Externe veiligheid ............................................................................................................

22 Hoofdstuk 3 Uitvoering ................................................................................................................. 23 3.1 Regulering ............................................................................................................................. 23 3.2 Toezicht................................................................................................................................. 25 3.2.1 Landelijk kwaliteitsniveau .................................................................................................. 25 3.2.2 Toezicht milieu .................................................................................................................. 26 3.2.3 Toezicht energie ................................................................................................................ 28 3.2.4 Toezicht bodem................................................................................................................. 29 3.2.5 Toezicht (sloop)asbest ....................................................................................................... 30 Hoofdstuk 4 Handhaving ............................................................................................................... 31 4.1 Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht................................................................

31 4.2 Sanctie-instrumentarium ...................................................................................................... 32 4.3 Gedoogstrategie .................................................................................................................... 32 4.4 Actieve openbaarmaking ....................................................................................................... 32

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 3 van 44

Bijlagen ...................................................................................................................................... 33 Bijlage 1: Tabel overzicht expertises Omgevingsdienst West-Holland ........................................ 34 Bijlage 2: Overzicht procedures en besluitvorming (regulering) .................................................. 35 Bijlage 3: RUN-Bodem model ...................................................................................................... 42 Bijlage 4: LHSO ........................................................................................................................... 44 Bijlage 5: Handelingskader bodemonderzoek niet genormeerde gewasbeschermingsmiddelen 44 Bijlage 6: Convenant VRHM – Politie – HECHT – ODMH - ODWH .................................................. 44 Bijlage 7: Samenwerkingsafspraken GGD - ODWH - ODMH ......................................................... 44 Bijlage 8: Samenwerkingsconvenant uitvoering strafrechtelijke taken ....................................... 44

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 4 van 44

Lijst met afkortingen ANVS AUH Awb Bal Bbk Bbl BBT BENG Bibob Bkl BOPA BRS BRZO CMP DCMR DPRA DSO ETFAL FP GGD GGO HHR IBP IPLO IPPC ISZW LAP LHSO LKC LUBO MBA’s MER MPG Nota AUH NVWA ODH ODMH ODWH OPA OZHZ PGS Provincie QRA RES RIE RIVM RDOGHM RVO

Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming Advies, Uitvoering en Handhaving Algemene wet bestuursrecht Besluit activiteiten leefomgeving Besluit bodemkwaliteit Besluit bouwwerken leefomgeving Best beschikbare technieken Bodem, geluid of energie Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Besluit kwaliteit leefomgeving Buitenplanse omgevingsplanactiviteit Bestuurlijke Regie Schiphol Besluit risico zware ongevallen Circulair materialenplan Dienst centraal milieubeheer Rijnmond Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie Digitaal Stelsel Omgevingswet Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Functioneel Parket Gemeentelijke Gezondheidsdienst Genetisch Gemodificeerde Organismen Hoogheemraadschap van Rijnland Interbestuurlijk Programma Informatiepunt Leefomgeving Integrated Pollution Prevention and Control Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid Landelijk afvalstoffenplan Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht Landelijke kwaliteitscriteria Leids Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond Milieubelastende activiteiten Milieueffectrapportage Milieuprestatie-eisen Nota Advisering, Uitvoering en Handhaving van de gemeentelijke taken 2026-2029 Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit Omgevingsdienst Haaglanden Omgevingsdienst Midden-Holland Omgevingsdienst West-Holland Binnenplanse omgevingsplanactiviteit Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS-richtlijnen) Provincie Zuid-Holland Kwantitatieve Risicoberekeningen Regionale energie strategie Richtlijn Industriële Emissies (RIE-inrichtingen) Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu vml. Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden, nu Hecht Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 5 van 44

SMK TAM-IMRO TNO VOS VTH Wabo Wbb WBS Woo ZHOV ZZS

Strategische Milieu Kamer Tijdelijke alternatieve maatregel - Informatiemodel ruimtelijke ordening Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek Vluchtige organische stoffen Vergunningverlening, toezicht en handhaving Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet bodembescherming Water en bodem sturend Wet open overheid Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Zeer zorgwekkende stoffen

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 6 van 44

Inleiding Voor u ligt de Nota Advisering, Uitvoering (regulering en toezicht) en Handhaving 2025 (Nota AUH). Deze nota bevat het uitvoeringsbeleid van de Omgevingsdienst West-Holland (hierna: ODWH) met betrekking tot de taken die zij uitvoert voor de deelnemende gemeenten en de provincie ZuidHolland. De hoofdlijnen uit de vorige nota (Nota VTH 2023-2024) zijn overgenomen in dit document. Waar wet- en regelgeving, nieuwe ontwikkelingen en onderzoeksrapporten daartoe aanleiding hebben gegeven, is dit aangepast. Na vier jaar wordt deze nota geëvalueerd en opnieuw ter vaststelling voorgelegd aan het bestuur van de dienst en de colleges van de deelnemers. De nota bestaat uit een algemeen deel en het uitvoeringsbeleid voor advisering, uitvoering (bestaande uit reguleren en toezicht) en handhaving. In de bijlagen zijn een aantal dynamische handelingskaders opgenomen die verder ingaan op de uitvoering. Het bestuur wordt eens per jaar geïnformeerd over de geldende handelingskaders. Met de nota AUH draagt de dienst bij aan een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving voor mens en natuur.

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 7 van 44

Hoofdstuk 1 Algemeen De ODWH is de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van en voor de deelnemende gemeenten en de provincie Zuid-Holland (provincie). De dienst staat voor het verbeteren en bewaken van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving binnen het werkgebied in de regio Holland Rijnland. Deze nota Advisering, Uitvoering en Handhaving 2025 (Nota AUH) beschrijft het uitvoeringsbeleid met betrekking tot: • Advisering ten behoeve van de ruimtelijke ontwikkelingen, omgevingsvergunningen, duurzaamheidsprojecten, evenementen, etc. • Het verlenen van toestemmingen (vergunningen, meldingen en ontheffingen). • Toezicht en handhaving met betrekking tot de leefomgeving volgens de bepalingen van de Omgevingswet. • Toezicht en handhaving bij asbestsloop (sanering) bij en door bedrijven. • Toezicht en handhaving in het kader van de Energiebesparingsplicht. • Toezicht en handhaving van specifieke taken voor de provincie (ontbrandingstoestemmingen vuurwerk, overgangsrecht bodemtaken, ontgrondingen en BRIKS-taken).

De ODWH voert de wettelijke (basis)taken uit voor de aspecten milieu, energiebesparingsplicht, asbestsloop bij en door bedrijven en bodem binnen haar gehele werkgebied. Daarnaast adviseert de dienst op verschillende aspecten bij bijvoorbeeld planologische ontwikkelingen, duurzaamheidsprojecten en evenementen. Dit doet de ODWH in opdracht van de deelnemende gemeenten en de provincie. De uitvoering van het werk is gebaseerd op het beleid zoals beschreven in deze nota.

Regionale beleidscyclus De nota AUH is onderdeel van de regionale beleidscyclus. De gemeenten en provincie stellen met deze nota het beleid voor de uitvoering van de taken van de ODWH vast. Het gaat over de wettelijke eisen die aan de uitvoering van wet- en regelgeving worden gesteld. En het gaat om specifieke beleidskeuzes van de (individuele) bevoegde gezagen in de regio voor de bescherming en benutting van de leefomgeving.

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 8 van 44

Proces en kwaliteitscriteria De landelijke procescriteria, die zijn vastgelegd in het Omgevingsbesluit, zijn leidend voor het VTHbeleid en bevatten eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus. De landelijk vastgestelde Kwaliteitscriteria (versie 3.0) zijn van toepassing op alle activiteiten die onder het omgevingsrecht vallen. Dit betekent dat alle uitvoeringsorganisaties die omgevingstaken uitvoeren (provincie, gemeenten, omgevingsdienst, waterschappen enz.) aan de kwaliteitscriteria moeten voldoen. Volgens artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit moeten bestuursorganen het uitvoerings- en handhavingsbeleid vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH) van het omgevingsrecht vast stellen voor de werkzaamheden. Zoals staat in artikel 13.12, eerste lid van het Omgevingsbesluit. De werkzaamheden betreffen de basistaken van de omgevingsdiensten. Deze milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving worden verplicht bij een omgevingsdienst belegd. Dit betekent dat de deelnemers van omgevingsdiensten de opgestelde uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie ook van toepassing kunnen verklaren op de nietbasistaken of ‘plustaken’ die de omgevingsdienst uitvoert.

Doelstelling De hoofddoelstelling van deze nota is het creëren van een gelijk speelveld voor initiatieven, waarbij regionaal het minimumniveau, de ondergrens, wordt bepaald en er ruimte is voor lokale prioriteiten, mits deze de ondergrens niet overgaan.

Bredere context De naamswijziging van "Gemeentelijke Uitvoeringsnota VTH" naar "Nota AUH" benadrukt het belang van advisering als vast onderdeel van de taken van de ODWH. De nota erkent dat deskundig advies een waardevolle aanvulling is op vergunningverlening, toezicht en handhaving. Door advisering een centrale rol te geven, kan de dienst niet alleen handhaven bij overtredingen, maar ook bedrijven, gemeenten en de provincie proactief ondersteunen. Dit draagt bij aan een duurzame en veilige leefomgeving. De nieuwe naam onderstreept dat advisering een structureel onderdeel is van de dienstverlening van de ODWH en een belangrijke rol speelt in de uitvoering van haar taken. Het doel is beleidsmakers, bedrijven en andere belanghebbenden te ondersteunen bij het naleven van milieuregels en het bevorderen van duurzame praktijken.

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 9 van 44

Dit uitvoeringsbeleid is in tegenstelling tot de vorige nota ook van toepassing op de Provincie ZuidHolland. Het hebben van één uitvoeringsbeleid voor onze regio sluit aan bij de gedachte van de regionale beleidscyclus van het Inter Bestuurlijke Programma (IBP). Door middel van diverse ambtelijke sessies zijn de vertegenwoordigers van de gemeenten en de provincie uitgenodigd om richting te geven aan dit uitvoeringsbeleid. Door het vaststellen van dit uitvoeringsbeleid wordt het meerjarenprogramma van de ODWH duidelijk, waardoor de vervolgstappen conform de regionale beleidscyclus kunnen worden genomen. Daarnaast heeft de ODWH al jarenlang een samenwerkingsovereenkomst met partners zoals de Veiligheidsregio Hollands-Midden, GGD Hollands Midden (HECHT), GR Holland Rijnland, Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) en Politie Eenheid Den Haag. Met deze partners zijn samenwerkingsafspraken gemaakt en vastgelegd in convenanten. Deze afspraken zijn dan ook integraal meegenomen in deze nota (zie bijlagen 6, 7 en 8). Tevens zijn er diverse overleggen tussen deze partners en de ODWH. Nadat deze nota is vastgesteld wil de ODWH in 2026 met het starten van de nieuwe regionale beleidscyclus met alle deelnemers ook deze partners uitnodigen voor de bijeenkomsten. Verder vindt structureel overleg plaats op zowel managementniveau als inhoudelijk niveau met het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Ook zij zullen uitgenodigd worden voor de bijeenkomsten in 2026. Het openbaar ministerie (functioneel parket Rotterdam, FP) heeft een raakvlak met deze nota AUH. Niet alleen in relatie tot de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO), maar ook in relatie tot de samenwerking en kennisuitwisseling met de vijf Omgevingsdiensten in Zuid-Holland (Daadkracht X5). Er is een samenwerkingsconvenant op uitvoering van de strafrechtelijke taken. Daarnaast vindt een structureel ‘wegingsoverleg’ plaats waarbij alle potentiële strafzaken vooraf besproken worden in overleg met Functioneel Parket. Tevens sluit de ODWH aan bij de afspraken die gemaakt worden bij het Strategische Milieukamer (SMK). Het SMK geeft richting aan de strafrechtelijke aanpak van milieucriminaliteit. Deze aanpak wordt geïncorporeerd in het toezichtwerk van de ODWH en daarmee ook geborgd in deze nota AUH. Ook het FP zal voor de bijeenkomsten in 2026 worden uitgenodigd.

Status Uit het Omgevingsbesluit volgt dat de bestuursorganen die deelnemen in een Omgevingsdienst, binnen het algemeen bestuur gezamenlijk zorgdragen voor een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid. Met deze Nota AUH geven we daar gezamenlijk vorm aan. Na behandeling van de nota in het algemeen bestuur van de ODWH stellen de deelnemende colleges de nota vast en maken deze bekend in het gemeenteblad en het provincieblad. In de Nota AUH zijn de prioriteiten, doelstellingen en werkwijzen opgenomen met betrekking tot advisering, uitvoering (vergunningverlening en toezicht) en handhaving rondom omgevingsvergunningen, ruimtelijke ontwikkelingen, duurzaamheidsprojecten, evenementen, etc. Met de vaststelling van deze nota behouden de deelnemende colleges hun bestuurlijke afwegingsruimte. Zo blijft er, naast de gemeenschappelijk overeengekomen prioriteiten, (jaarlijks) bijstelling mogelijk naar lokale (politieke) inzichten en voorkeuren. Bij afwijking van het beleid treedt de ODWH eerst in overleg met betrokken bestuurders. Uitvoeringsprogramma (werkplannen ODWH) Op basis van de gezamenlijke prioriteiten en doelstellingen én de lokale prioriteiten wordt jaarlijks met elke deelnemer afzonderlijk een uitvoeringsprogramma samengesteld (artikel 13.8 Omgevingsbesluit).

In dit uitvoeringsprogramma, bij ODWH zijn dit de werkplannen per deelnemer, Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 10 van 44

worden de prioriteiten voor de -taken concreter uitgewerkt. Dit gebeurt enerzijds aan de hand van de prioriteiten en van de lijnen die in deze nota zijn geformuleerd en anderzijds aan de hand van lokale, regionale, provinciale, landelijke en bestuurlijke thema’s. De uitvoeringsprogramma’s spelen daarmee een grote rol in de beleidscyclus. Jaarrapportages Jaarrapportages worden opgesteld aan het einde van elk jaar om verantwoording af te leggen over het behalen van de doelstellingen en om eventuele aanpassingen of verfijningen van de gestelde doelen te identificeren (artikel 13.11 van het Omgevingsbesluit). De voortgang wordt gevolgd en gerapporteerd aan de deelnemers, waarbij regelmatig overleg plaatsvindt met betrekking tot de voortgang. In deze rapportages wordt onder meer aangegeven of de afgesproken taken zijn uitgevoerd, waarbij ook cijfermatige gegevens worden verstrekt. Daarnaast worden toelichtingen gegeven over verschillende thema's en de gestelde doelen. Uitvoeringsorganisatie Voor het uitvoeren van de werkzaamheden beschikt de ODWH over een formatie van ongeveer 100 fte. Deze formatie omvat voornamelijk vergunningverleners, toezichthouders, handhavers en adviseurs die zich bezighouden met de taken zoals beschreven in deze nota. Daarnaast heeft de ODWH juristen Omgevingsrecht in dienst.

Zij beoordelen de kwaliteit van correspondentie en vergunningen van de toezichthouders en vergunningverleners en stellen besluiten op. Deze juristen adviseren over wetgevingsontwikkelingen en jurisprudentie, en behandelen bezwaar- en beroepsprocedures met betrekking tot VTH-aangelegenheden. Verder bestaat de formatie uit specialistische adviseurs die de toezichthouders, vergunningverleners en deelnemers adviseren over diverse onderdelen zoals bodem, archeologie, geluid, lucht, externe veiligheid, ruimtelijke ordening en duurzaamheid. De beschikbare capaciteit bij ODWH is afgestemd op de opdrachten / taken die ODWH voor de gemeenten en provincie uitvoert. Om pieken en dalen op te vangen wordt gewerkt met inhuur (flexibele schil). De ODWH waarborgt de scheiding van functies tussen vergunningverleners en toezichthouders, zoals vereist door artikel 13.9 van het Omgevingsbesluit. Dit betekent dat een vergunningverlener niet tevens toezicht houdt op dezelfde activiteit waarvoor hij een vergunning heeft verleend, en vice versa. Daarnaast rouleren de toezichthouders periodiek over de bedrijven en locaties. Dit is ook organisatorisch geborgd. De ODWH zorgt ervoor dat zijn medewerkers voldoende worden opgeleid. Hiermee is de basis gelegd om te voldoen aan de opleidingseisen uit de landelijke Kwaliteitscriteria.

Omgevingsanalyse milieu Het werkgebied van de ODWH ligt in het noorden van de provincie Zuid-Holland. Het werkgebied bestaat uit 12 deelnemende gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Het werkgebied van de ODWH bestaat uit de volgende gebiedstypes: • Stedelijke agglomeratie (Leiden). • Zandgronden (geestgronden Bollenstreekgemeenten, duinrand en kustgebied). • Plassengebieden (Kagerplassen in Teylingen en Kaag en Braassem, en Nieuwkoopse Plassen in Nieuwkoop). • Veenweidegebieden (Kaag en Braassem, Nieuwkoop, Teylingen oostzijde, Zoeterwoude).

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 11 van 44

De bedrijvigheid (ongeveer 10.000 inrichtingen) in het werkgebied van de ODWH is divers. In de hele regio zijn veel bouwbedrijven en aannemers, detailhandel-, opslag-, transport- en autobedrijven (ca. 2.500 inrichtingen). Horeca (ca. 1.100 inrichtingen) is vooral te vinden in de stedelijke omgeving van Leiden en in de recreatiegemeenten Nieuwkoop, Kaag en Braassem en Noordwijk. Ook zijn in de regiokantoren en sociaal-maatschappelijke instellingen (ca. 1.400 inrichtingen), voorzieningen en installaties (voor riolering, gasdruk en warmte, ca. 1.300 inrichtingen) en metaal- en elektrotechnische bedrijven (ca. 300 inrichtingen) aanwezig. Daarnaast is de agrarische sector goed vertegenwoordigd in de regio van de ODWH, met name in de gemeenten Nieuwkoop en Kaag en Braassem. Het gaat om bedrijven in de glastuinbouw (ca. 600 inrichtingen), melkrundveehouderijen (ca. 500 inrichtingen), akker- en fruitteeltbedrijven (ca. 200 inrichtingen) en zo’n 25 intensieve veehouderijen (kippen- en varkensmesterijen). Op de oude geestgronden (de Bollenstreek) zijn de meeste bloembollenbedrijven (ca. 250 inrichtingen) gevestigd. In het werkgebied van de ODWH zijn verschillende bedrijven relevant als het gaat om de externe veiligheid: 7 Seveso-inrichtingen (voorheen BRZO, Besluit risico zware ongevallen; de uitvoering vindt plaats door de DCMR) en 41 RIE-inrichtingen (Richtlijn Industriële Emissies).

Ook zijn er 40 tankstations, waarvan 15 met LPG. Tot slot zijn er 30 vuurwerkopslaglocaties en jaarlijks ongeveer 35 vuurwerkevenementen. Verder zijn er in het werkgebied diverse industriële inrichtingen in diverse branches (zoals geneesmiddelen-, biotechnologische- en voedingsmiddelenproducenten en kunststofspuitgieterijen, ca. 300 inrichtingen), ongeveer 50 drukkerijen en zo’n 50 scheeps- en/of jachtwerven. Specifiek voor de regio zijn de GGO-inrichtingen (Genetisch Gemodificeerde Organismen; 15 inrichtingen) in Leiden, de veiling van FloraHolland in Katwijk, visverwerkende bedrijven (10 inrichtingen) in Katwijk en Esa/Estec in Noordwijk.

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 12 van 44

Looptijd Deze nota is geldig vanaf 14 juli 2025 voor de in deze nota genoemde taken die onder de bevoegdheid van de gemeenten en de provincie vallen en voor zover deze aan de ODWH zijn uitbesteed1. De voorliggende nota sluit zoveel mogelijk aan bij de provinciale VTH-nota.

1

Voor de bouwtaken die voor de gemeente Noordwijk worden uitgevoerd, geldt apart beleid.

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 13 van 44

Hoofdstuk 2 Advisering Onder de Omgevingswet is advisering onderdeel van een wettelijke taak van de deelnemers. Er moet namelijk sprake zijn van een gezonde en veilig leefomgeving en van een evenwichtige toekenning van functies aan locaties. Op dit onderwerp biedt de ODWH specialistische ondersteuning aan de deelnemende gemeenten en de provincie binnen het fysieke domein. Het verbeteren en bewaken van een veilige en kwalitatieve leefomgeving staat daarbij centraal. Van belang is dat hierin de samenwerking wordt opgezocht met onze deelnemers en dat dat dit op elkaar aansluit. De deelnemers zijn de opstellers van hun eigen beleid. De ODWH denkt graag mee met het opstellen van beleid. Voor de ODWH betreft advisering een plustaak, die de dienst op verzoek van een deelnemer uitvoert. Reactieve en proactieve advisering De ODWH werkt met deskundigheid en gedrevenheid aan voortdurende verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving in ons werkgebied. Advisering is hierbij een essentieel aspect van de taken van de dienst. De ODWH heeft uitgebreide kennis en expertise op het gebied van milieu, bodem, bouwen en duurzaamheid. In de regio West‐Holland voert de dienst al geruime tijd taken uit op het gebied van advisering wanneer de deelnemers daarom vragen.

Ook volgt de ODWH landelijke en provinciale trends en ontwikkelingen op het gebied van milieu, bouwen en duurzaamheid in de breedste zin van het woord. Hierover adviseert de ODWH op een proactieve manier richting de deelnemers. De ODWH beschikt over zowel vakinhoudelijke kennis als specifieke kennis over gebieden en de regio. Vanuit de uitvoeringspraktijk heeft de ODWH ook een scherp beeld van de kansen, opgaven en aandachtspunten in specifieke gebieden. In lijn met de Omgevingswet werkt de ODWH gebiedsgericht en integraal op zowel reactieve als proactieve wijze. Door deze deskundige advisering dragen wij bij aan een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving. Met onze expertise en kennis ondersteunen wij beleidsmakers, bedrijven en andere belanghebbenden bij het naleven van milieuregelgeving en het bevorderen van duurzame werkwijzen. Nu de Omgevingswet in werking is getreden werkt de ODWH met zes kerninstrumenten voor het gebruiken en beschermen van onze leefomgeving: de omgevingsvisie, het programma, decentrale regels, algemene rijksregels, omgevingsvergunning en het projectbesluit. Deze vervangen de huidige instrumenten zoals de structuurvisies en bestemmingsplannen. Voor de provincie zijn de omgevingsvisie, omgevingsverordening, omgevingsvergunning en programma’s belangrijk.

Bij de gemeenten ligt de focus op de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de omgevingsvergunning en de programma’s. Kennis en expertise zet ODWH graag in bij de ontwikkeling van omgevingsvisies, programma’s, omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. Gemeenten en de provincie kunnen de ODWH aan de voorkant betrekken bij nieuwe plannen en (ruimtelijke) ontwikkelingen. Op deze manier kunnen Initiatiefnemers bij het opstellen van plannen direct rekening houden met het creëren en behouden van een gezonde en veilige leefomgeving. Een goede inhoudelijke milieu-onderbouwing bij projecten helpt de ODWH in de beoordeling van stukken. Vroegtijdige betrokkenheid helpt de ODWH bij een goede en snelle advisering en werkt door in een beter plan. De gemeenten en de provincie zijn de regisseurs van deze ontwikkelingen. De ODWH kan worden uitgenodigd door de gemeenten om deel te nemen aan Intaketafels en omgevingstafels om deze ontwikkelingen een stap verder te brengen. Ook wordt de ODWH steeds vaker betrokken bij projectgroepen/ werkgroepen voor grotere ontwikkelingen. Vanuit een ruimtelijk en milieukundig kijk beoordeelt de ODWH plannen/projecten vanaf de start met een integrale afweging. Op deze

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 14 van 44

manier wordt in een vroeg stadium duidelijk wat de eventuele milieu-impact is van een plan en of dat plan redelijkerwijs haalbaar is. Ook kan de ODWH tijdig aangeven welke onderzoeken nodig zijn en wat de nut en noodzaak van deze onderzoeken is. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet speelt ook gezondheid een belangrijkere rol. Dit betekent dat bij advisering hier ook rekening mee moet worden gehouden. Meerdere milieuthema’s hebben impact op gezondheid, zoals lucht, geluid en bodemkwaliteit. Om deze reden werkt de ODWH nauw samen met HECHT / GGDHM en zijn deze werkafspraken ook vastgelegd in een convenant. Op het vlak van omgevingsveiligheid is er afstemming met de Veiligheidsregio HollandsMidden. Ook dit is vastgelegd in een convenant. (bijlagen 6 en 7)

2.1 Ruimtelijke ontwikkelingen (incl. gebiedsgerichte advisering) De ODWH biedt, op basis van expertise en ervaring, ondersteuning op het gebied van ruimte, milieu en duurzaamheid. In essentie werkt de ODWH als de milieuafdeling van de gemeenten en de provincie. Afhankelijk van de doelstellingen van de provincie of gemeente kan deze ondersteuning variëren van inhoudelijke advisering tot procesbegeleiding. Bij een ruimtelijke ontwikkeling onderzoekt de initiatiefnemer of sprake is van een evenwichtige toewijzing van functies aan locaties (ETFAL). Het uitgangspunt hierbij is het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Afhankelijk van het planningsstadium kan het advies variëren van richtinggevende adviezen tot het opstellen van milieuparagrafen of het uitvoeren van specifieke milieuonderzoeken. Het adviseren over zienswijzen met betrekking tot meerdere milieuaspecten behoort eveneens tot de expertise van de ODWH. Deelnemers worden aangemoedigd de ODWH vroeg in het proces te betrekken om plannen en projecten efficiënt te laten verlopen en tijdig conceptadviezen te verkrijgen.

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 15 van 44

Integrale en partiële advisering De ODWH levert input voor het opstellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan. Beoordeelt op verzoek wijzigingen van omgevingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen en toetst of een eerder advies (volledig) is overgenomen in een aangepaste versie. Adviezen kunnen integraal zijn, waarbij meerdere milieuaspecten worden meegenomen, of partieel, gericht op een specifiek aspect zoals bodem, geluid of energie (BENG). Hierbij houdt de ODWH rekening met wet- en regelgeving, gemeentelijk beleid en provinciale belangen. Quickscan Met een quickscan ruimtelijke ordening- kan de ODWH een eerste beoordeling van een plan/ontwikkeling op hoofdlijnen geven bij de start van een plan/ontwikkeling. Een quickscan is geschikt voor situaties zoals vooroverleg of principeverzoeken. De quickscan geeft aan of er vanuit milieuoogpunt belemmeringen of aandachtspunten zijn en welke onderzoeken nodig zijn. Projectondersteuning Naast advisering biedt de ODWH ook productondersteuning bij grote plannen, zoals de omgevingsplannen of gebiedsontwikkelingen. Dit kan inhouden: overleg, advies over het gebruik van de bestuurlijke afwegingsruimte die de Omgevingswet biedt, tekstbijdragen aan omgevingsplannen, waaronder de regels, onderzoeken van milieuaspecten, etc.

Omgevingsvisies Een omgevingsvisie is een langetermijnstrategie voor de gehele fysieke leefomgeving, met aandacht voor onder meer ruimte, water, milieu, natuur, infrastructuur en cultureel erfgoed. Het legt de gemeentelijke en provinciale ambities en beleidsdoelen vast en dient als basis voor verdere uitwerking in programma’s, omgevingsplannen, vergunningen en projecten. De ontwikkeling van een omgevingsvisie begint vaak met een omgevingsanalyse, waarin bestaande informatie over een gebied wordt geïnventariseerd. De ODWH levert hierbij gedetailleerde data, zoals over bedrijven, klachten, geluidsbelasting, luchtkwaliteit, risicobronnen en bodem. Ook ondersteunt de ODWH bij het beschrijven van ambities en doelen. Op basis van regionale ervaringen en samenwerkingen met GGD, Veiligheidsregio en andere ketenpartners biedt de ODWH inhoudelijke input voor de omgevingsvisie. Dit houdt deelname aan werksessies en het aanleveren en beoordelen van tekstvoorstellen in. Omgevingsplannen Omgevingsplannen vertalen de doelen van de omgevingsvisie naar concrete regels voor ruimtelijke ontwikkelingen. Gemeenten krijgen hiermee ruimte om milieuaspecten, zoals bodem, geur en geluid, lokaal af te wegen en vast te leggen. De ODWH adviseert over de inhoud en regels van het omgevingsplan en neemt deel aan project- en themasessies. De ODWH toetst toelichtingen en doet tekstvoorstellen over de regels.

Ook adviseert de ODWH, in nauwe samenwerking met ketenpartners, over de 'bestuurlijke afwegingsruimte' en scenario’s voor gebieden waar rijksregels vervallen. Omgevingsvergunningen Omgevingsvergunningen worden via de Samenwerkingsfunctionaliteit in het Digitaal Stelsel Omgevingswet aangevraagd. De ODWH geeft advies over activiteiten, zoals bouwprojecten, waarbij onderwerpen als geluid, bodem, ecologie en duurzaamheid worden beoordeeld. Het uitgangspunt is een integraal advies, waarbij de ODWH niet de bevoegdheid van de gemeente overneemt, maar zich wel proactief opstelt. Dit houdt in dat wanneer de ODWH een aspect signaleert dat niet wordt gevraagd, de ODWH dit eerst met de betreffende gemeente bespreekt alvorens op te adviseren. Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 16 van 44

Naast de kwaliteit en integraliteit van het advies is ook de snelheid een onderdeel. In geval van aanvragen waarbij een vooroverleg heeft plaatsgevonden en die compleet zijn kan de ODWH binnen een afgesproken termijn advies uitbrengen. Wanneer er geen vooroverleg heeft plaatsgevonden en/of de aanvraag niet compleet is, kan de afgesproken termijn voor het advies niet gegarandeerd worden. In die gevallen zal de ODWH afstemmen met de betreffende gemeente. Intake- en omgevingstafels De gemeenten zijn de regisseurs van ontwikkelingen binnen hun gemeentelijk werkgebied. Medewerkers van de ODWH kunnen deelnemen aan de intaketafels en omgevingstafels om deze ontwikkelingen een stap verder te helpen. Dit doet de ODWH door een integrale milieublik op deze ontwikkelingen te werpen. Overige initiatieven De gemeenten en de provincie leggen ook andere relevante projecten en zaken voor aan de ODWH, maar de ODWH zal zelf ook proactief zijn (het is een wisselwerking). Het is niet altijd bekend dat de ODWH essentiële expertise in huis heeft en/of kan helpen bij het opvragen van offertes voor onderzoeken, enzovoort. Daarom heeft de ODWH een tabel opgesteld met expertise die zij in huis heeft, zodat gemeenten en provincie hieruit kunnen putten. Deze is bij voorliggende nota gevoegd als bijlage 1 - Tabel overzicht expertises Omgevingsdienst West-Holland.

2.2 Schiphol De ODWH ondersteunt en adviseert gemeenten uit de regio over vlieghinder door Schiphol. Gedurende de laatste jaren is de advisering voor Schiphol een steeds belangrijker thema. Bewoners ervaren steeds meer hinder door onder anderen geluid, trillingen, stikstof en luchtkwaliteit. Dit raakt dan ook gezondheidsaspecten richting de omgeving. Er worden steeds meer maatregelen ingezet om hinder als gevolg van Schiphol te verminderen. De ODWH oefent vanuit de regionale aanpak aan de voorkant invloed uit op het landelijk beleid. Hierbij zoekt de ODWH steeds meer de samenwerking op, zowel op lokaal als landelijk niveau, met gemeentes en ketenpartners ook buiten het werkgebied. De ODWH ondersteunt de gemeenten die deelnemen aan de Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS) en voert actiepunten uit die voortvloeien uit dit overleg. Dit doen we ook met actiepunten uit andere overleggen met de gemeenten in de Schipholregio. Ook organiseert de ODWH informatieavonden en maakt de ODWH op basis van de geluidmetingen van Sensornet jaarlijks rapportages over vliegtuiggeluid in de regio.

2.3 Milieuaspecten De ODWH biedt specialistische ondersteuning aan deelnemende gemeenten binnen het fysieke domein. Hoewel advisering geen wettelijke taak is, is deze dienstverlening ontstaan uit de behoefte van gemeenten aan expertise en praktische ondersteuning. Het verbeteren en bewaken van een veilige en kwalitatieve leefomgeving staat daarbij centraal. In deze alinea wordt toegelicht wat de ODWH doet op het gebied van advisering en hoe deze werkzaamheden worden uitgevoerd. In bijlage 1 – Tabel overzicht expertises Omgevingsdienst West-Holland – staat een overzicht van de expertises die de ODWH in huis heeft en waar op dit moment door één of meer deelnemers gebruik van wordt gemaakt.

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 17 van 44

2.3.1 Afval en afvalwater De Omgevingswet bevat geen direct werkende regels voor het opruimen van zwerfafval. De regels voor het opruimen van zwerfafval moeten in het omgevingsplan opgenomen worden. De ODWH heeft kennis op dit gebied en biedt ondersteuning. Ook op het gebied van afvalwater heeft de ODWH expertise. Dit speelt een rol bij onder meer bedrijven, horeca en bodemenergiesystemen. Een voorbeeld is het lozen van industrieel afvalwater in een openbaar vuilwaterriool. 2.3.2 Archeologie De ODWH beoordeelt archeologische onderzoeksrapporten en adviseert over beleid en regelgeving. • Verplichtingen Gemeenten moeten in het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Daarnaast zijn gemeenten verplicht om in een omgevingsplan in ieder geval regels te stellen ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed. Daarbij moet ten eerste rekening worden gehouden met het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde archeologische monumenten. Ten tweede moet rekening worden gehouden met het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in ‘situ’. • Mogelijkheden Naast deze verplichtingen zijn er ook mogelijkheden voor het omgevingsplan.

Ten eerste kunnen voor de archeologische monumentenzorg regels worden gesteld over; eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie, aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden. Ten tweede kunnen gevallen worden aangewezen waarin kan worden afgezien van onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of het opleggen van plichten met die strekking. Als in een omgevingsplan regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek, dan gelden die regels niet voor activiteiten met een oppervlakte van minder dan 100 m2. De gemeente kan in het omgevingsplan een grotere of kleinere vrijstellingsgrens vastleggen. De mate van vrijstelling is afhankelijk van de archeologische verwachtingswaarde van het gebied. Daarom zal een gemeente de vrijstelling ook met archeologisch-inhoudelijke redenen moeten onderbouwen. Hierbij kan zeer goed gebruik gemaakt worden van een eigen archeologische waarden- en verwachtingenkaart en beleidskaart. 2.3.3 Activiteiten en milieuzonering De ODWH wordt door alle gemeenten betrokken bij ruimtelijke adviezen omtrent activiteiten en milieuzonering. Uitgangspunt daarbij is een evenwichtige toewijzing van functies aan locaties, waarbij specifiek aandacht wordt besteed aan het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving.

Zo worden de rechten van bedrijven geborgd en wordt ook gezorgd voor een gezonde en veilige leefomgeving waarin wordt voldaan aan de geldende milieunormen. Hierbij houdt de ODWH ook rekening met de ambities van de gemeente voor een bepaald gebied. 2.3.4 Bodem en water Door klimaatverandering wordt het echter steeds moeilijker om Nederland te beschermen tegen zowel wateroverlast als droogte. Ook staat de waterkwaliteit onder druk. Door water en bodem leidend te maken in de ruimtelijke ordening en inrichting kunnen we onze leefomgeving hierop aanpassen. Zodat we nu en in de toekomst met elkaar kunnen wonen, werken en recreëren in een veilig Nederland. In 2022 is een landelijke transitie gestart om water en bodem leidend te maken in ruimtelijke keuzes. Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 18 van 44

Verschillende Zuid-Hollandse omgevingsdiensten zijn al een aantal jaar bezig met het geven van 4Dadvies op het thema ‘water en bodem’. De ODWH is dit ook opgestart en zal het de komende jaren verder doorontwikkelen. Het advies is integraal vanuit RO, duurzaamheid en bodem. In het kader van duurzaamheid wordt er geadviseerd op de thema’s klimaatadaptatie, energie en circulaire economie. Vanuit bodem wordt er gekeken naar onderwerpen als bodemdaling, stabiliteit en draagkracht en chemische kwaliteit. Het advies kan verschillende verdiepingsgradaties hebben die aansluiten bij de fase waarin het advies wordt uitgevraagd (bijvoorbeeld voor de intaketafel of een omgevingsvergunning). De ODWH wil vanaf een vroeg stadium water en bodem laten leiden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Verder beoordeelt de ODWH ook bodemrapporten zoals bij vergunningen en andere ruimtelijke plannen. 2.3.5 Duurzaamheid en energie Op het gebied van duurzaamheid ondersteunt de ODWH de deelnemers bij het realiseren van energiezuinige en milieuvriendelijke ontwikkelingen. Het adviesproces richt zich op zowel ruimtelijke plannen als bouwprojecten, waarbij wordt getoetst aan duurzaamheidscriteria zoals de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG), milieuprestatie-eisen (MPG) en de toepassing van zonnepanelen en laadpalen.

Ook wordt gekeken naar isolatie en andere zaken die bijdragen aan een duurzame bouwpraktijk. Adviezen variëren van korte ‘Quickscans’, waarbij mogelijke belemmeringen en benodigde onderzoeken worden geïdentificeerd, tot uitgebreide beoordelingen van de goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving en technische bouwactiviteiten. Bij deze adviezen maakt de ODWH gebruik van diverse informatiebronnen zoals Street Smart, IPLO en gemeentelijk beleid. Daarnaast biedt de ODWH ondersteuning aan de deelnemers bij energiescans, het Energieloket en de Regionale Energie Strategie (RES). Het team Duurzaamheid van de ODWH maakt gebruik van de expertise van andere teams, evenals externe partijen indien nodig. 2.3.6 Ecologie Op het gebied van ecologie biedt de ODWH advies over de bescherming van Natura 2000-gebieden, andere beschermde gebieden, flora en fauna, biodiversiteit en natuurinclusief bouwen. Dit speelt een rol bij zowel ruimtelijke plannen als vergunningverlening, waarbij wordt beoordeeld of een activiteit mogelijk is binnen de wettelijke kaders. Voor flora en fauna worden bepaalde protocollen en kennisdocumenten gecontroleerd, zoals de Kennisdocumenten Soortenbescherming van Bij12 en het vleermuisprotocol van het Netwerk Groene Bureaus.

De ODWH geeft ook algemene adviezen aan deelnemers naar aanleiding van onder andere uitspraken van de rechter en nieuwe stikstofwetgeving en informeert over de gevolgen voor lokale ontwikkelingen. Voor stikstofdepositie wordt gebruik gemaakt van de AERIUS Calculator en rapporten van het RIVM, TNO en andere gerenommeerde instanties. De ODWH werkt nauw samen met andere omgevingsdiensten, overheden en provinciale instanties om een allesomvattende aanpak te waarborgen. Overleg en kennisuitwisseling tussen verschillende partijen zorgen ervoor dat de adviezen niet alleen juridisch correct zijn, maar ook praktisch uitvoerbaar en afgestemd op de specifieke situatie. 2.3.7 Geluid Binnen de ODWH kan vanuit verschillende invalshoeken advies worden geleverd over geluid en het voorkomen of beperken van geluidhinder. Dat kan dat op verzoek van de gemeente en/of provincie naar aanleiding van klachten of in behandeling zijnde vergunning of toezichtzaken. Of als vakdeskundige in het kader van een integraal door de ODWH te leveren advies. Bijvoorbeeld om te beoordelen of een bepaalde ontwikkeling mogelijk is vanuit het oogpunt van geluid en of de Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 19 van 44

ruimtelijke onderbouwing voor het plan voldoet. Verder lost de ODWH ook historische "probleemgevallen” op in situaties waarbij geluid door autonome ontwikkelingen een te grote belasting is gaan vormen voor het welbevinden van burgers. Dit doet de ODWH door o.a. het uitvoeren van geluidsaneringen en het (laten) aanbrengen van isolerende maatregelen. Daarnaast bestaat in de wet de mogelijkheid om onder voorwaarden een hogere geluidsbelasting op een woning toe te staan (tot 1 januari 2024 onder de Wet geluidhinder en sinds 1 januari 2024 in de Omgevingswet). Dit heet de ‘Hogere Waarde’. Het bevoegd gezag (de gemeente) moet altijd motiveren waarom ze een hogere geluidsbelasting toelaat. De ODWH kan voor deze motivering, geluid meten, berekeningen uitvoeren, rapportages toetsen en advies uitbrengen. Het onderliggende doel van deze advisering is het voorkomen van geluidsoverlast en het realiseren van een goed woon- en leefklimaat voor de omgeving. Dit wordt bereikt door een evenwichtige toekenning van functies aan locaties. Om te kunnen beoordelen of een ontwikkeling hieraan kan voldoen raadpleegt de ODWH de wet- en regelgeving voor geluid. Hieronder vallen de planregels uit het omgevingsplan, de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de regels van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de voorschriften uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

De initiatiefnemer levert noodzakelijke documenten aan, zoals een akoestisch onderzoek of een goede onderbouwing van de ontwikkeling. Aan de hand van deze documenten wordt beoordeeld of de ontwikkeling, onder bepaalde voorwaarden, mogelijk is. Als het nodig is wordt er overlegd met de behandelend ambtenaar, de initiatiefnemer of het bevoegd gezag. Er is ook veelvuldig overleg met collega’s die gespecialiseerd zijn in geluid. Het advies van de ODWH heeft als doel om ervoor te zorgen dat een ontwikkeling voldoet aan de relevante regelgeving en bijdraagt aan een evenwichtige toekenning van functies aan locaties. 2.3.8 Gezondheid Bij de (beleving van de) kwaliteit van de leefomgeving speelt ook gezondheid een rol. Gemeenten kunnen eigen ambities op het gebied van gezondheid vastleggen en uitwerken. Dit is vastgelegd in artikel 1.3 van de Omgevingswet. Een van de doelen is een gezonde fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving ervaren bewoners als prettig. In artikel 2.1 lid 4 van de Omgevingswet staat dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toekenning van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. De ODWH heeft nauw overleg met de GGD om gezondheid een plek te geven in de advisering. Waar mogelijk neemt de ODWH gezondheid mee in de advisering (bijv.

bij luchtkwaliteit, drift van gewasbeschermingsmiddelen). Bij grotere projecten of projecten op een hoog belaste locatie wordt advies ingewonnen bij de GGD. Dit advies wordt, voor zover mogelijk, tegelijk met het integraal advies van de ODWH aan de gemeente verzonden. Ook sluit de GGD wanneer bij bepaalde plannen aanleiding voor is, aan bij de intaketafel en/of omgevingstafel. 2.3.9 Licht Lichthinder kan leiden tot slaapverstoring en daarom van invloed zijn op het welbevinden van de mensen. De ODWH adviseert over lichthinder zowel bij ruimtelijke ontwikkelingen maar ook bij vergunningverlening of bij het behandelen van klachten. Daarbij maakt de ODWH onder andere gebruik van de landelijke Richtlijn Lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (RLNSV).

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 20 van 44

2.3.10 Lucht en geur De advisering over lucht en geur is gericht op het handhaven van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en het voorkomen van hinder en gezondheidsrisico’s. Bij de beoordeling van aanvragen voor milieubelastende activiteiten, zoals bedrijven die geur of schadelijke stoffen uitstoten, wordt getoetst aan de geldende regelgeving. Dit omvat emissies van geur, stof, vluchtige organische stoffen (VOS) en zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). De ODWH adviseert ook bij ruimtelijke plannen (wijziging omgevingsplan, BOPA). De ODWH gebruikt hulpmiddelen zoals het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit en specifieke rekentools voor geurverspreiding. Op dit moment heeft de ODWH nog veel te maken met de BOPA en tijdelijke alternatieve maatregelen via het informatiemodel ruimtelijke ordening (TAM-IMRO). Hierbij adviseert de ODWH de gemeente over het invulling geven aan de bestuurlijke afwegingsruimte en het voldoen aan de regels uit het Bkl en de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV). In de toekomst zal meer gebruik worden gemaakt van data uit de omgevingsvisie, het omgevingsplan en andere beleidsdocumenten. De samenwerking met milieuspecialisten en externe deskundigen zorgt ervoor dat de adviezen gebaseerd zijn op actuele gegevens, wat essentieel is voor het waarborgen van de luchtkwaliteit en het beperken van geurhinder.

Op dit moment wordt gebruik gemaakt van het geurbeleid van de provincie. Wanneer een gemeente behoefte heeft aan een eigen specifiek geurbeleid dan zou de ODWH het voorstel van dit beleid kunnen uitwerken om op te nemen in het omgevingsplan. 2.3.11 Klimaatadaptie In het kader van de nieuwe cyclus Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptie (DPRA) worden er in 2025 stresstesten uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van deze testen worden er gesprekken gestart met de gemeenten en de verschillende regiopartners (risicodialogen). Aan de hand van deze gesprekken en de stresstesten worden er klimaatadaptatiestrategiën opgesteld. Bij het coördineren en organiseren van de risicodialogen maakt de ODWH gebruik van de expertise van andere omgevingsdiensten. Zij waren in de vorige DPRA-cyclus ook betrokken bij het uitvoeren van de stresstesten en de risicodialogen. Op de deze manier bouwt de ODWH eigen vakkennis op en houdt deze in de regio in plaats van dat de expertise bij adviesbureaus blijft liggen. Dit jaar pakt de ODWH dit bij de eerste gemeente op en is het plan meerdere deelnemers in deze taak te ontlasten. 2.3.12 Milieueffectrapportage (MER) Een Milieueffectrapportage (MER) levert informatie op die nodig is om het milieubelang mee te wegen bij besluiten over plannen en projecten met grote milieugevolgen. In een MER worden de milieugevolgen en de mogelijke alternatieven onderzocht.

Bij het opstellen van een omgevingsvisie en omgevingsplan is het opstellen van een MER verplicht. Deze verplichting komt omdat de omgevingsvisie en –plan kaderstellend is voor MER‐(beoordelings)‐plichtige besluiten. De adviserende rol van de commissie Milieueffectrapportage blijft dus ongewijzigd. De ODWH adviseert over de Milieueffectrapportage en kan de gemeente bijstaan bij overleg met de Commissie MER. Het is belangrijk om de processen van de Omgevingsvisie of omgevingsplan, participatie en het MER op elkaar af te stemmen of te integreren in één proces. Op deze manier kan de besluitvorming optimaal profiteren van de informatie die het milieueffectrapport aanreikt.

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 21 van 44

2.3.13 Externe veiligheid Een ander belangrijk aandachtsgebied is externe veiligheid. De ODWH adviseert over risico’s die voortvloeien uit bijvoorbeeld de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen. Dit speelt een rol bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, vergunningverlening en toezicht. De advisering heeft als doel risico’s voor de omgeving te voorkomen en te beheersen. Bij het beoordelen van plannen worden relevante wet- en regelgeving geraadpleegd, zoals het Bkl, het Bal en de richtlijnen van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (hierna: PGS-richtlijnen). Voor complexe vraagstukken, zoals kwantitatieve risicoberekeningen (hierna: QRA’s), werkt de ODWH samen met gespecialiseerde partners zoals de DCMR. Ook wordt samengewerkt met de Veiligheidsregio Hollands-Midden, bijvoorbeeld bij het analyseren van aspecten zoals bereikbaarheid en bestrijdbaarheid bij calamiteiten. Door deze multidisciplinaire aanpak levert de ODWH een waardevolle bijdrage aan het waarborgen van de veiligheid binnen de regio.

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 22 van 44

Hoofdstuk 3 Uitvoering 3.1 Regulering De Omgevingswet verandert niets aan de kerntaak van de Omgevingsdiensten om vergunningen te verlenen, toezicht te houden en de plicht tot handhaven. Wel veroorzaakt deze wet een verschuiving in de manier waarop de Omgevingsdiensten deze taken uitvoert. De Omgevingswet draait om ruimte bieden, loslaten en vertrouwen, en om een nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en samenleving. Het vraagt van inwoners en bedrijven om zelf verantwoordelijkheid te nemen, waarbij de overheid dit stimuleert. De belangrijkste wijzigingen op het gebied van vergunningverlening onder de Omgevingswet zijn: • De introductie van participatie en de Omgevingstafel. • De knip in de vergunningprocedure voor bouwzaken. • De reguliere procedure wordt uitgangspunt. • De vergunning van rechtswege vervalt. • De vereiste instemming van andere bestuursorganen voor sommige vergunningen • (vergunning met instemming), ter vervanging van de verklaring van geen bedenkingen. • De introductie van binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. • De vervanging van het inrichtingenbegrip door de milieubelastende activiteit. • De invoering van een informatieplicht naast de meldingsplicht voor zowel milieubelastende als bouwactiviteiten. • Het invoeren van maatregels en maatwerkvoorschriften in het bouwrecht.

De materiele (inhoudelijke) normen zijn voornamelijk opgenomen in de onder de Omgevingswet hangende besluiten en deels in de Bruidsschat en omgevingsplannen. In de meeste gevallen zijn de proceduretermijnen voor het behandelen van een vergunningaanvraag teruggebracht van 26 weken naar 8 weken. Hierop zijn uitzonderingen, deze komen in bijlage 2Overzicht procedures en besluitvorming (regulering) aan de orde. Inhoudelijke uitgangspunten Bij het actualiseren van vergunningen vindt risicobepaling en prioritering plaats. De ODWH maakt jaarlijks een actualisatieprogramma waaruit blijkt welke vergunningen wanneer worden geactualiseerd. Daarnaast werkt de ODWH binnen het programma Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV) aan het digitaliseren van het proces van vergunningverlening. De ODWH stelt vergunningen op volgens eisen die (landelijke) wettelijk gelden en die de deelnemers hebben opgenomen in de Omgevingsplannen en de Omgevingsverordening. Het doel is om vergunningen helder, transparant en handhaafbaar te maken en te houden. Vergunningen met hoofdzakelijk doelvoorschriften dragen daaraan bij. Middelvoorschriften zijn in beginsel alleen van toepassing bij vergunningen en ontheffingen als een bedrijf de regels slecht naleeft, de (landelijke) voorschriften onvoldoende helder zijn of als doelvoorschriften niet toereikend zijn.

De ODWH hanteert bij omgevingsvergunningen de Beste Beschikbare Technieken (BBT) als uitgangspunt voor vergunningen. Waar gewenst en haalbaar wordt bij het verlenen van omgevingsvergunningen gekeken of verder dan BBT-maatregelen kunnen worden voorgeschreven. Specifiek is daarbij aandacht voor omgevingsveiligheid en gezondheid. De ODWH vindt dat bedrijven en burgers een eigen verantwoordelijkheid hebben om aan hun verplichtingen te voldoen.

Nota Advisering, Uitvoering & Handhaving 2025 (versie 1.4) pagina 23 van 44

Een actueel vergunningenbestand draagt bij aan het verbeteren van naleefgedrag. Een actuele vergunning is ook beter toetsbaar, handhaafbaar en kan bijdragen aan het behalen ambities op het gebied van energie, circulaire economie, veiligheid en gezondheid. De ODWH beschikt voor alle milieubelastende activiteiten over een geconsolideerd overzicht van vigerende vergunningen. Zo blijft het vergunningenbestand van de deelnemers actueel, overzichtelijk en handhaafbaar. Voor activiteiten waarbij meerdere bevoegde gezagen betrokken zijn, vindt altijd (inhoudelijke) afstemming plaats. De ODWH betrekt wettelijke adviseurs en ketenpartners proactief bij aanvragen voor vergunningen. Procedure Onder de Omgevingswet is de proceduretermijn voor de behandeling van vergunningaanvragen in de meeste gevallen teruggebracht tot acht weken. Hierdoor is de druk op het proces om de aanvragen binnen de termijn te verlenen groter dan voorheen en heeft het beleidsuitgangspunt voor de behandeling aanpassing nodig. Naast versnelling is service verlenen een belangrijk aspect, maar dat heeft een kader nodig. Daarom wordt hieronder in twee scenario’s uitgeschreven hoe de ODWH het proces van vergunningverlening gaat uitvoeren. Voorafgaand overleg over een aanvraag is essentieel gezien de proceduretermijn. Hierbij gaan wij uit van de procedures die door de ODWH enkelvoudig worden uitgevoerd.

Als een initiatiefnemer een meervoudige aanvraag bij een deelnemer indient, is de ODWH de adviseur van betreffende deelnemer. De deelnemer is dan de procestrekker voor de verlening van deze vergunningaanvraag. De ODWH volgt dan het beleid van betreffende deelnemer. Het onderstaande regionale beleid is gebaseerd op enkelvoudige vergunningaanvragen, die de omgevingsdienst in mandaat kan afdoen. Scenario 1: Initiatiefnemer verzoekt om vooroverleg Binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek neemt de ODWH contact op met de initiatiefnemer om een afspraak in te plannen. Bij voorkeur vindt het eerste gesprek plaats op de locatie van de initiatiefnemer. Tijdens dit gesprek wordt vastgesteld welke informatie en stappen nodig zijn om een duidelijke werkplanning op te stellen. Met name bij meer complexe aanvragen wordt het traject vervolgens projectmatig aangepakt, waarbij de ODWH zowel de projectleider als de projectsecretaris levert. Scenario 2: Initiatiefnemer dient direct een aanvraag in In deze situatie zijn twee mogelijkheden: 2a. Omzetting naar conceptaanvraag De ODWH treedt eerst in overleg met de initiatiefnemer om te bespreken of de aanvraag kan worden omgezet naar een conceptaanvraag. Dit biedt de ruimte om zorgvuldig de omgeving en samenwerkingspartners te betrekken bij de procedure.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=4fec960c-966d-46ef-a08c-d0b336e0da12