CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 51 Voortgang en mijlpalen doelen Integraal Waterketenprogramma 2024-2028 (incl. bijlage)

Commissie Wonen, Ruimte & Groen Voorschoten 5 september 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Voortgang en mijlpalen doelen Integraal Waterketenprogramma 2024-202842.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Nr. 51 Informatiebrief Zaaknummer:

Z - 23/081428

Documentnummer:

401180

Datum:

Dinsdag 2 juli 2024 / verzonden: 2 juli 2024

Onderwerp:

Voortgang en mijlpalen doelen Integraal Waterketenprogramma 2024-2028

Portefeuillehouder:

Wethouder Schokker

Bijlage(n):

1. Module Beleid IWKp 2024-2028

Geachte Raad, Op 7 maart 2024 is het Integraal Waterketenprogramma 2024 - 2028 (IWKp) vastgesteld. Tijdens de raadsvergadering is een motie 318 aangenomen over de uitvoeringsplanning centrale persleiding en is een toezegging 394 gedaan over het jaarlijks informeren van de raad over de voortgang van het IWKp en een toezegging 393 over het formuleren van een aantal mijlpalen voor te behalen doelen van het IWKp. In deze raadsinformatiebrief willen wij ingaan op deze motie en toezeggingen en wordt voorgesteld de motie als afgedaan te beschouwen. Uit de vragen vanuit de raad en het bezoek aan de waterzuivering aan de Voorschoterweg in Leiden op 3 april jl. is naar voren gekomen dat er nog geen éénduidig beeld is over onder andere de aan te leggen centrale persleiding, de nog te realiseren overstort bij de Korte Vliet en de afname afspraak tussen de gemeente Voorschoten (gemeente) en het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR). Met deze informatiebrief wordt hier duidelijkheid over gegeven wat ook is kortgesloten met het HHR. Ook heeft er recent een bestuurlijk overleg met HHR plaatsgevonden waarin afgesproken is dat op regelmatige basis bestuurlijk overleg plaatsvindt zodat er goede afstemming is. Samenvatting Door de hoge leeftijd en slechte onderhoudstoestand van het riool in Voorschoten is verder uitstel van de geplande rioolwerkzaamheden niet te adviseren.

Met een integrale gebiedsgerichte aanpak wordt het rioolstelsel van Voorschoten de komende jaren op peil gebracht. Het rioolstelsel van een deel van de gemeente Leiden en de gemeente Voorschoten is met elkaar verbonden en functioneert als één stelsel. Het HHR voldoet aan de afnameverplichting voor dit gezamenlijke stelsel. Binnen dit stelsel wordt begin 2025 een overstort gemaakt aan de Korte Vliet waardoor overstorten (gemiddeld 6x per jaar) plaatsvinden op minder kwetsbaar

Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G

water. Voor het goed functioneren van de overstort zijn flankerende maatregelen nodig aan het rioolstelsel van Voorschoten, waaronder de aanleg van een centrale persleiding. Het HHR benadrukt dat voldoende afkoppelen cruciaal is. Voor de voortgang van de integrale gebiedsgerichte projecten en de aanleg van de centrale persleiding wordt de gemeenteraad geïnformeerd met rapportages tijdens de Planning & Control cyclus. Voor het behalen van doelen uit het IWKp wordt jaarlijks verslag gedaan van de voortgang. Motie 318 Uitvoeringsplanning centrale persleiding In de motie wordt het college verzocht: 1.

om de raad, wanneer de projecten Oranjeboomstraat / Molenlaan / Raadhuislaan en Adegeest fase 1 in een afrondende fase zijn, een geactualiseerde planning voor te leggen, waarbij op basis van de uitkomsten van de regionale optimalisatiestudie en de actuele planning van het Hoogheemraadschap van Rijnland wordt gewogen of de in het IWKp vastgestelde investeringsplanning voor de centrale persleiding nog optimaal is;

2.

het Hoogheemraadschap te verzoeken de waterkwaliteit voor en na de realisatie van een overstort te monitoren en de gegevens beschikbaar te stellen aan de gemeente en voldoende capaciteit te realiseren in de AWZI om aan de afnameverplichting te voldoen;

3.

dit project te behandelen als Groot Project en daarop van toepassing de Procedure Regeling Grote Projecten zoals aangegeven op pagina’s 5 en 6 uit Deel 1 (aanbiedingsbrief) van het rapport Onderzoek Budgetoverschrijdingen Verkeerstraverse Voorschoten, Rekenkamercommissie Voorschoten van 25 november 2009, van toepassing te verklaren.

Reactie op de motie Met het Hoogheemraadschap van Rijnland is contact opgenomen en genoemde regionale optimalisatiestudie zal waarschijnlijk voorjaar 2025 plaats vinden. Deze studie heeft geen betrekking op het rioolstelsel van de gemeente Voorschoten, maar is bedoeld voor het optimaliseren van de afvalwaterzuiveringen in de regio tussen Hillegom en Wassenaar ). Het hemelwater, gemengd met afvalwater (hierna afvalwater genoemd), dat via een nog te realiseren overstort bij de Korte Vliet op het oppervlakte water wordt geloosd is afkomstig uit Voorschoten. De gemeente Voorschoten is, binnen de gemeentegrenzen, verantwoordelijk voor de waterkwaliteit, met uitzondering van hoofdwatergangen en boezemwater. Door de hoge leeftijd en slechte onderhoudstoestand van het riool is verder uitstel van de geplande rioolwerkzaamheden niet te adviseren. Het aantal reparaties en incidentele vervangingen zal toenemen en hierdoor worden de risico’s op systeemfalen groter en ook de druk op het uitvoeringsproces neemt dan verder toe. Het uitstellen van de centrale persleiding

Pagina 2 van 7

tot de projecten Oranjeboomstraat, Molenlaan, Raadhuislaan en Adegeest fase 1 in een afrondende fase zijn zorgt ervoor dat de overstort aan de Korte Vliet niet gaat functioneren en er vertraging in de planning komt die kostenverhogend gaat werken vanwege reparaties en incidentele vervangingen aan het verouderde persleiding. Deze centrale persleiding is ook een belangrijk onderdeel van het toekomstige afvoerstructuurplan van gemeente Voorschoten welke wordt genoemd in het IWKP. Integrale gebiedsgerichte planning (mijlpalen) Op basis van storingen, inspectiegegevens en de onderhoudstoestand van het riool is op een integrale gebiedsgerichte wijze gekeken naar het vervangen van het riool. Hierbij zijn wij gekomen tot de volgende planning voor het vervangen van het riool: Raadhuislaan/Oranjeboomstraat

2024 - 2026

Wijk Adegeest

2024 - 2028

Wijk Noord Hofland

2028 - 2034

Wijk Boschgeest/Bloemenwijk

2030 - 2035

Wijk Bijdorp

2036 - 2040

Hieronder is dit in een kaartje weergegeven.

Pagina 3 van 7

Bloemenwijk

Daarnaast is het groot onderhoud van het riool een impuls voor de integrale gebiedsgerichte aanpak van wijken, zodat ook disciplines, zoals verkeer, klimaat, spelen en groen worden meegenomen. Waterkwaliteit en afnameverplichting Het afvalwater van Voorschoten wordt bij het overnamepunt aan de Korte Vliet overgedragen aan het HHR. Vanaf dit punt wordt dit afvalwater via een “vrij verval” riool, door een zinker onder de Korte Vliet, naar een verzamelpunt in Leiden gebracht. Hier komt het afvalwater van een deel van de gemeente Leiden en van de gemeente Voorschoten bij elkaar. Vanuit dit verzamelpunt gaat het afvalwater naar de afvalwaterzuivering (AWZI). De stelsels, voor een gedeelte, van de gemeente Leiden en van de gemeente Voorschoten werken daardoor als één stelsel. Dit betreft puur afvalwater tijdens droge dagen en het eerste deel van de gevallen neerslag. Het meerdere regenwater veroorzaakt de genoemde overstortingen. Gemiddeld is dit zo’n 6x per jaar. De zinker heeft onvoldoende capaciteit bij (hevige) neerslag. Doordat het afvalwater van Voorschoten iets lager het verzamelpunt binnenkomt dan het afvalwater van Leiden, geeft het

Pagina 4 van 7

afvalwater aan de Leidse zijde een tegendruk waardoor de afvoer vanuit Voorschoten wordt beperkt. Het HHR voldoet aan de afname verplichting voor de som van Leiden en Voorschoten, omdat dit als één stelsel functioneert. De awzi heeft voldoende capaciteit. Rioolprojecten Voor de voortgang van de integrale gebiedsgerichte projecten en de aanleg van de centrale persleiding wordt de gemeenteraad geïnformeerd met rapportages tijdens de Planning & Control cyclus. Dit gaat plaatsvinden conform de Procedure Regeling Grote Projecten zoals aangegeven op pagina’s 5 en 6 uit Deel 1 (aanbiedingsbrief) van het rapport Onderzoek Budgetoverschrijdingen Verkeerstraverse Voorschoten, Rekenkamercommissie Voorschoten van 25 november 2009. Toezeggingen IWKp 393 en 394 Jaarlijks informeren van de raad over de voortgang van het IWKp en het formuleren van een aantal mijlpalen voor te behalen doelen van het IWKp In de module Beleid van het IWKp zijn doelen en opgaven geformuleerd. In bijlage 5 van de Module Beleid (bijlage 1 bij deze brief) wordt de vertaling gemaakt van beleid naar (doelmatige) uitvoering van de watertaken. Dit vindt primair plaats door middel van de zogenaamde DoFeMaMe-systematiek (doelen, functionele eisen, maatstaven, meetmethoden). In de doelen ligt vast wat men wil bereiken. De functionele eisen stellen de voorwaarden waar aan moet worden voldaan om de doelen te bereiken.

Via de getalsmatige uitwerking, maatstaven, worden de functionele eisen uitgewerkt. De meetmethode geeft aan op welke manier de maatstaf wordt getoetst. Concrete invulling geven aan mijlpalen voor het behalen van doelen vraagt de nodige tijd om hier een gedegen antwoord op te geven. Wij willen hier daarom voor het einde van het jaar een reactie op geven en dan vervolgens jaarlijks verslag doen van de voortgang. Verder wordt verwezen naar de bovenstaande meerjarenplanning. De toezeggingen kunnen daarom nog niet worden afgedaan. Overstorten Het rioolsysteem van Voorschoten is onderdeel van de waterketen Leidse Regio. Binnen de waterketen zijn afspraken gemaakt met het HHR over afname van afvalwater per gemeente en deze afspraken worden gemonitord. Bij hevige regenval kan het voorkomen dat de capaciteit van het rioolstelsel en/of de waterzuivering onvoldoende is om het, met hemelwater verdunde, afvalwater te verwerken. Hiervoor zijn overstorten aangelegd in het rioolstelsel, zodat afvalwater dat niet door het rioolsysteem kan worden verwerkt, op het oppervlaktewater wordt geloosd. Overstorten zijn daarom noodzakelijk in het rioolsysteem. Mede voor het ontlasten van overstorten op kwetsbaar oppervlakte water, bijvoorbeeld aan de Krimkade, wordt door het HHR in de eerste helft van 2025 een overstort gerealiseerd bij het overnamepunt aan de Korte Vliet.

Het verdunde afvalwater dat hier bij hevige regenval via de overstort op het oppervlaktewater wordt geloosd, wordt in dit boezemwater als minder groot probleem gezien, omdat de ontvangstcapaciteit groter is en minder ecologische schade geeft dan in de kwetsbare

Pagina 5 van 7

binnenwateren van de gemeente, zoals aan de Krimkade. De Korte Vliet is daarom een geschiktere locatie. Voor het beter functioneren van de te realiseren overstort aan de Korte Vliet is het van belang dat het afvalwater zo efficiënt mogelijk naar het overnamepunt wordt gebracht. Op dit moment wordt het afvalwater via vrij-verval riool vanuit diverse wijken naar het overnamepunt gebracht, Dit is een “cascade” systeem met terugloopmogelijkheden, waarbij de buffering van de riolering niet optimaal wordt gebruikt en waardoor overstorten op wijkniveau sneller plaatsvindt. Met de aanleg van een centrale persleiding wordt gebruik gemaakt van de bufferruimte in het rioolstelsel. Tevens wordt het afvalwater niet meer via de riolering uit diverse wijken afgevoerd, maar worden de wijken afzonderlijk aangesloten op de centrale persleiding. Met de centrale persleiding wordt het afvalwater zo snel mogelijk afgevoerd naar het overnamepunt, en bij hevige regenval naar de nieuwe overstort aan de Korte Vliet. De overstort en het overnamepunt liggen hoger dan het rioolstelsel van de gemeente, vandaar dat een persleiding nodig is om het afvalwater hier naar toe af te voeren. Ook moet de terugloop naar bijvoorbeeld de Krimkade en het Centrum worden voorkomen. De samenwerking van de centrale persleiding en de overstort gaat voor minder ongezuiverde lozingen zorgen op wijkniveau.

De centrale persleiding kan bij (hevige) regenbuien worden gebruikt voor het vaker afvoeren van verdund afvalwater naar de nieuwe overstort om daarmee de waterkwaliteit in de woonwijken te verbeteren. Dit gaan de gemeente in overleg met het HHR nader uitwerken. Toekomstige ontwikkelingen In het Basis Rioleringsplan 2021 (BRP) is rekening gehouden met een toename van woningen en daarmee een toename van afvalwater. Met de gebiedsgerichte aanpak wordt hemelwater afgekoppeld waardoor de komende jaren sprake zal zijn van een afname van de hoeveelheid afvalwater dat naar de zuivering wordt afgevoerd. Het afkoppelen van hemelwater, zoals in de wijk Adegeest en de Oranjeboomstraat e.o., gaan het rioolstelsel en de afvalwaterzuivering van het HHR ontlasten, zodat het totale overstortvolume van de gehele gemeente verder vermindert. Op de lange termijn is het afkoppelen de belangrijkste maatregel om het overstortvolume te beperken. Het gemeentelijk beleid is erop gericht om bij wijkrenovatie de verharding van de riolering af te koppelen en het schone hemelwater met hemelwaterriool naar het oppervlaktewater te brengen. Inwoners en ondernemers worden tijdens deze projecten gestimuleerd om hun huishoudelijk afvalwater en hemelwater gescheiden aan te bieden. Dit vermindert de omvang van het overstortvolume én vergroot de aanvoer van schoon regenwater naar het oppervlaktewater.

Het is een proces waarbij de openbare ruimte klimaatbestendig wordt ingericht en substantiële investeringen vraagt. Daarom wordt dit uitgevoerd aan het eind van de levensduur van het riool. In de afgelopen jaren is het afkoppelen van verharding minder snel gegaan dan was beoogd, waardoor het riool van Voorschoten, in combinatie met een beperkte capaciteit van de zinker onder de Korte Vliet, bij hevige neerslag nog een relatief groot overstortvolume heeft.

Pagina 6 van 7

Op 23 april 2024 heeft het bureau Waterfeit Adviseurs een concept rapport afgegeven over de overstort Korte Vliet met een analyse van de voorgestelde maatregelen uit het rapport van Tauw uit 2020. Dit rapport van Waterfeit bevestigt dat de centrale persleiding voor een robuust rioolstelsel zal zorgen en de overstort aan de Korte Vliet beter laat functioneren. Met het HHR is afgesproken dat het rapport aan het HHR wordt toegezonden en met HHR wordt besproken met het verzoek om een reactie. Samenwerking in de waterketen De samenwerking in de waterketen draagt bij aan het zo efficiënt mogelijk functioneren van het rioolstelsel. Hierbij wordt ook gekeken naar optimalisaties en klimaatadaptieve maatregelen. Het is belangrijk om te borgen dat er zo goed mogelijke beslissingen worden genomen voor de inwoners van Voorschoten en van de andere gemeenten in de waterketen. Op ambtelijk niveau wordt regulier overleg gepleegd over algemene zaken binnen de waterketen en separaat over inhoudelijke zaken, zoals de door het HHR te realiseren overstort aan de Korte Vliet. Tevens is een “waterspreekuur” in het leven geroepen waarbij het HHR eens in de 6-8 weken bij de gemeente langskomt om actuele zaken te bespreken. Ook op bestuurlijk niveau vindt overleg plaats met partners binnen de waterketen.

Daarnaast heeft een bestuurlijk overleg met HHR plaatsgevonden waarin is afgesproken dat op regelmatige basis (zo’n 3 keer per jaar) bestuurlijk overleg plaatsvindt zodat er goede afstemming is. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris

drs. N. Stemerdink, burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 7 van 7

Beleidsmodule

INTEGRAAL WATERKETENPROGRAMMA 2024-2028 LEIDSE REGIO

Versie

def

Datum

28-08-2023

Inhoud 1

Inleiding ........................................................................................................................1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

2

De waterketen ...............................................................................................................5 2.1

3

4

Een integraal waterketenprogramma (IWKP) .....................................................................1 Kapstok IWKp: De Waterketen ...........................................................................................1 Doelen en opgaven IWKp ...................................................................................................2 Omgevingswet ....................................................................................................................3 Opbouw IWKp en leeswijzer ...............................................................................................3 Beschrijving Waterketen .....................................................................................................5

Beleid per functionele Doelstelling: Veilig stellen drinkwaterproductie .........................9 3.1

Doel en plaats in de waterketen .........................................................................................9

3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10

Beleid drinkwater. ...............................................................................................................9 Bewust en duurzaam drinkwatergebruik ............................................................................9 Bodem en water sturend ....................................................................................................9 Waterscan ........................................................................................................................10 Omgevingswet en Drinkwater ...........................................................................................10 Visie drinkwatervoorziening 2040 .....................................................................................10 Drinkwatervoorziening van de toekomst : Drinkwateropgaven .........................................11 Drinkwater in de waterketen .............................................................................................12 Drinkwaterproductie en -distributie ...................................................................................13

Beleid per Functionele Doelstelling; Volksgezondheid ...............................................14 4.1 4.2

Doel en plaats in de waterketen .......................................................................................14 Uitgangspunten waterstromen ..........................................................................................14

4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6 4.3

5

Inleiding zorgplicht Stedelijk water en Huishoudelijk Afvalwater ..................14 Beleidsregels Zorgplicht Stedelijk water en huishoudelijk afvalwater ..........14 Technische uitgangspunten Stedelijk water en huishoudelijk afvalwater .....15 Uitgangspunten Hemelwater in de waterketen .............................................16 Regels WarmteKoudeOpslag (WKO) in de waterketen ...............................16 Uitgangspunten Lozingen in de waterketen .................................................18

Aanbod en Overname van Stedelijk Afvalwater ...............................................................18

4.3.1 Functioneren van en objecten in de keten behandeling afvalwater .............18 4.3.2 Afvalwateraanbod in de toekomst ................................................................20 4.3.3 Prestaties, monitoring en toetsing ................................................................20 Beleid per Functionele Doelstelling; Droge Voeten ....................................................22 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Doel en plaats in de waterketen .......................................................................................22 De klimaatopgave en droge voeten ..................................................................................22 Taken bij klimaatadaptief bouwen en inrichten .................................................................22 Algemene Werkwijze Leidse Regio Klimaatadaptatie ......................................................23 Klimaatstresstesten ..........................................................................................................23 Klimaatadaptatie: Bijdrage Droogte- en Hittebestrijding vanuit waterketen......................24

5.6.1 Droogte en hitte ............................................................................................24 5.6.2 Anders omgaan met regenwaterlanger vasthouden .................................25 5.6.4. Hergebruik hemelwater bij tijdelijke berging .....................................................25 5.7 5.8

Hemelwaterverordening ...................................................................................................26 Klimaatadaptatie: omgaan met wateroverlast t.g.v hevige regenval ................................26

5.8.1

Wateroverlast ...............................................................................................26 1

5.8.2 5.8.3 5.8.4 5.9 5.10

Zorgplicht hemelwater Perceeleigenaar ...........................................................................28 Afvoerstructuurplan ..........................................................................................................29

5.11 5.12

Uitgangspunten beheer en onderhoud: voorkomen wateroverlast ...................................29 Grondwater .......................................................................................................................29

5.12.1 5.12.2 5.12.3 5.12.4 5.12.5 5.12.6 5.13

6

Grondwatertaak ............................................................................................29 Wanneer is sprake van overlast door grondwater? ......................................30 Grondwater: In- en uitbreidingen ..................................................................30 Grondwatermodel .........................................................................................30 Uitgangspunten grondwater .........................................................................31 Uitgangspunten Rol particulier bij Grondwater .............................................31

Instrumenten Oppervlaktewatersysteem ..........................................................................31

5.13.1 Toetsing oppervlaktewatersysteem ..............................................................31 5.13.2 Droge-voetentoets voor hemelwateruitlaten en riool ....................................32 5.13.3 Toetsing watersystemen: watertoets ............................................................32 5.13.4 Berging Rekening-Courant (BRC) ................................................................32 Beleid per Functionele Doelstelling; Leefomgeving en Milieu ....................................33 6.1 6.2

Doel en plaats in de waterketen .......................................................................................33 Milieutechnisch functioneren Waterketen .........................................................................33

6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6 6.2.7 6.3

6.4

Taken en verantwoordelijkheden watergangen ............................................36 Keur en legger Rijnland ................................................................................37 Onderhoudseisen watergangen ...................................................................37 Verwerking van baggerspecie ......................................................................37 Natuurbescherming Baggeren .....................................................................38

Duurzaamheid (stap 7 waterketen) ..................................................................................38

6.5.1 6.5.2 6.5.3 6.5.4 6.5.5 6.5.6 6.6

Zwemwater: Uitgangspunten waterkwaliteit en gezondheid ........................35 Zwemwater of speelwater? ..........................................................................36 Onderscheid Waterspeelplaatsen ................................................................36 Speelwater: Uitgangspunten waterkwaliteit en gezondheid .........................36

Onderhoud watergangen ..................................................................................................36

6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.4.5 6.5

Uitgangspunten Lozing vanuit Riolering op oppervlaktewater .....................33 Uitgangspunten AWZI / voorheen Activiteitenbesluit ...................................33 Uitgangspunten Ongezuiverde particuliere lozingen / voorheen BLAH .......33 Diffuse emissies ...........................................................................................34 Uitgangspunten voorkomen hinder: geur, geluid en H2S overlast ...............34 Calamiteitenbestrijding .................................................................................34 Schadelijke microverontreinigingen ..............................................................35

Zwemwater, speelwater en waterspeeltoestellen .............................................................35

6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4

7

Ondergrondse infrastructuur: uitgangspunten riolering ................................27 Klimaat: Berging ...........................................................................................27 Bovengronds Maaiveld .................................................................................28

Algemeen .....................................................................................................38 Circulariteit....................................................................................................38 Kansen Energie en CO2-uitstoot ..................................................................38 Kansen Grondstoffen....................................................................................39 Van Nieuwe sanitatie naar circulaire waterketen .........................................39 Kaderrichtlijn water voor overig (stedelijk) water ..........................................39

Bodem, Ondergrond en grondwater .................................................................................40

6.6.1 Omgevingswet en bodem .............................................................................40 6.6.2 Zorgplicht bodem ..........................................................................................40 6.6.3 De Opgave ...................................................................................................40 6.6.4 Wat gaan we doen vanuit de waterketen? ...................................................40 Samenwerking in de Leidse Regio .............................................................................43 7.1

Inleiding ............................................................................................................................43 2

7.2 7.3

Ambities en Organisatie ...................................................................................................43 Van normgericht naar risicogestuurd beheer/Asset Management ...................................43

7.3.1 7.3.2 7.4 7.5

Meldpunt Water ................................................................................................................45 Data en Databeheer in de Leidse Regio ..........................................................................46

7.5.1 7.5.2 7.5.3 7.5.4 7.6

Risicogestuurd beheer/Asset Management .................................................44 Risicomatrices ..............................................................................................44

Opties voor Optimalisatie: Data op orde GWSW..........................................46 Samen rekenen ............................................................................................46 Meten per waterpartner ................................................................................46 Databureau Stedelijk water ..........................................................................47

Afstemming Reiniging, inspectie en beoordeling ..............................................................48

7.6.1 Werkwijze Inspecties en Reiniging ...............................................................48 7.6.2 Beoordeling, Maatregelenplannen en uitvoering ..........................................49 Reparatie en renovatie ...............................................................................................49 Vervangingen en modificaties .....................................................................................49 7.6.3 Optimalisatiekansen .....................................................................................49 7.7 7.8 7.9 7.10

Incidentenplan Riolering ...................................................................................................49 Rekenkameronderzoek Beleid en Beheer Riolering Leiden en Leiderdorp......................50 Communicatie gebruik en/of benutten Regenwater .........................................................50 Onderzoeksmaatregelen Leidse regio planperiode 2024-2028........................................50

Bijlage 1

Verklarende woordenlijst ....................................................................................1

Bijlage 2

Toelichting stedelijk water en riolering ...............................................................1

Bijlage 3

Toelichting Beleidskader ....................................................................................1

Bijlage 4 Taken en bevoegdheden ......................................................................................1 Bijlage 5 Doelen, functionele eisen, maatstaven, meetmethoden, waterketen en 5A Gegevens Afvoernormen Zuivering .....................................................................................1 Bijlage 6 Procedure ongerioleerde lozingen ........................................................................1 Bijlage 7 Procedure afvalwaterprognoses ...........................................................................1 Bijlage 8 Proces Watertoets .................................................................................................1 Bijlage 9: Procedure Droge-voetentoets voor hemelwateruitlaten en riooloverstorten ........1 Bijlage 10 Procedure waterkwaliteitsspoor overstorten .......................................................1 Bijlage 11 Bedrijfswaardenmatrix Gemeente Leiden ...........................................................1

3

1

INLEIDING

1.1 Een integraal waterketenprogramma (IWKP) Dit programma gaat over de waterketen in de Leidse regio. De gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Zoeterwoude, Wassenaar en Voorschoten maken samen met het hoogheemraadschap dit IWKp 2024-2028. Het volgt op het IWKp 2019-2023. Drinkwaterbedrijven Dunea en Oasen zijn geïntegreerd in dit programma. Het waterketenprogramma behandelt, met de omgevingsvisies als vertrekpunt, de watertaken. Dit zijn de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afval-, hemel- en grondwater en het beheer van het stedelijk water. Hier hoort ook de zorgplicht van het waterschap voor het verwerken van afvalwater bij. Daarmee is het Basis Zuiveringsplan onderdeel van dit IWKp. Ook de drinkwaterbereiding en –levering is meegenomen. Het programma is vooral operationeel/tactisch van aard. Wel is er een doorkijk naar de gezamenlijke strategische ontwikkelagenda zoals nieuwe drinkwaterbronnen, klimaatadaptatie en terugwinnen van grondstoffen. Waarom Integraal? Het waterketenprogramma is integraal: •

•

• • •

het omvat de hele waterketen van regenval en verdamping, drinkwaterproductie en distributie, inzamelen en transport van afvalwater tot en met de afvalwaterzuiveringsinstallaties (AWZI) waar het afvalwater verwerkt wordt en teruggebracht in het oppervlaktewater; het legt de relatie tussen het bewust en duurzaam gebruik (terugdringen) van lokaal drinkwater (van 125 naar 100l/pp per dag) (kansen hergebruik hemelwater) en het betaalbaar houden van de drinkwaterproductie. Door de toename van woningen en bedrijvigheid dreigt de vraag het aanbod te overstijgen. Waarbij ook de snelle klimaatverandering een negatief effect heeft op de aanwezigheid van schoon water om drinkwater te produceren;; de maatregelen voor volksgezondheid, droge voeten en leefomgeving en milieu worden in dit programma op elkaar afgestemd; ook de financiële kanten worden vastgelegd door bestuurlijke vaststelling van de budgetten; vergunningen over de waterketen zijn hierdoor overbodig.

Aanleiding IWKP De aanleiding voor dit IWKp is tweeledig. De Leidse Regio wil doorgaan met de samenwerking van de afgelopen jaren (uit het Bestuursakkoord Water (2011)) en het eerste IWKp. De inzet blijft om kosten van riolering en zuivering minder te laten stijgen, kwetsbaarheid van taakuitoefening binnen de organisaties te verminderen en om de kwaliteit van dienstverlening te verbeteren. Ook de gezamenlijke innovatie naar een toekomstig en duurzaam systeem speelt hierbij een rol. De tweede aanleiding is de vernieuwing van het vorige IWKp 2019-2023 en de komst van de Omgevingswet. Door meer te werken met gezamenlijke doelen, worden investeringen beter op elkaar afgestemd en taken gecombineerd. Dit programma sluit daarmee aan bij de in juni 2016 afgesloten samenwerkingsovereenkomst in de regio Rijnland “Verbonden door water, werken aan later”. Binnen de samenwerking hebben alle partijen hun eigen taken en verantwoordelijkheden. Maar technisch is er sprake van één systeem: de waterketen. De gemeenten hebben taken (voorheen zorgplichten) voor afval-, hemel- en grondwater. Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterhuishouding en het verwerken van afvalwater. Drinkwaterbedrijven zorgen voor een duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening. Geldigheidsduur en status De geldigheidsduur van het IWKp is van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028.

Het IWKp treedt in werking na vaststelling door het betreffende bestuur (college en raad), het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap van Rijnland en de directie van Dunea en Oasen. Bij wijziging van inzicht kan tussentijds nieuwe vaststelling plaatsvinden. Ook de kostendekkingsplannen kunnen na onderling overleg altijd separaat worden vastgesteld. 1.2 Kapstok IWKp: De Waterketen Het IWKp heeft de waterketen als kapstok. Dit maakt de raakvlakken tussen de verschillende partijen in de waterketen helder. Juist op die raakvlakken zit de meerwaarde van het opstellen van een gezamenlijk programma. De waterketen is beschreven in hoofdstuk 2.

1.3 Doelen en opgaven IWKp Functionele Doelen Waterketen De functionele doelen bij de hierboven genoemde taken (voorheen zorgplichten) worden functioneel ingevuld (Tabel 1.6.1). De doelen zoals die in de DoFeMaMe (Bijlage 5) staan, zijn hiervan afgeleid. Doelstelling Veiligstelling van de drinkwatervoorziening

Verantwoordelijke partij Drinkwaterbedrijven

Duurzaam beschermen van de Volksgezondheid (schoon drinkwater en verwerken afvalwater) Op peil houden en verbeteren kwaliteit leefomgeving (hemelwater, grondwater; droge voeten)

Drinkwaterbedrijven, Gemeente en Hoogheemraadschap

Duurzaam beschermen Natuur en milieu (bodem, grond- en oppervlaktewater)

Drinkwaterbedrijven, Gemeente en hoogheemraadschap

Gemeente en hoogheemraadschap

Beschrijving Drinkwaterbedrijven zorgen volgens de drinkwaterwet voor een duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening. De Drinkwaterwet komt uit de Europese-Drinkwaterrichtlijn. Hierin staan kwantitatieve en kwaliteitseisen aan het drinkwater. Afvalwater wordt op een duurzame en efficiënte manier ingezameld, verwerkt en geloosd, zodat het geen bedreiging vormt voor de volksgezondheid. Schoon drinkwater door kwaliteitseisen aan en beschikbaarheid van drinkwater. Regenwater wordt (deels) in de woonwijken opgeslagen en benut in de wijk. Afvoer van teveel hemelwater en de regulering van grondwater hebben geen nadelige invloed op de verwerking van afvalwater of op de kwaliteit van het oppervlaktewater. Bij opslag en gebruik van regenwater wordt rekening gehouden met eventuele risico’s voor de volksgezondheid. Drinkwaterbedrijven zijn gebaat bij schone bronnen als grondstof voor hun drinkwaterproductie. Dunea is daarbij ook natuurbeheerder. Het verwerkingsproces van afvalwater levert schoon water, grondstoffen en energie. Daar waar mogelijk worden kringlopen gesloten, om hiermee de waterketen een economische waarde te laten krijgen.

Tabel 1.6.1 – Functionele Doelstellingen en verantwoordelijkheden

Doel: omgaan met de veranderende wereld De waterketen wordt beïnvloed door de veranderingen in de wereld. Veranderingen in de omgeving, de maatschappij, het vakgebied, het klimaat, de energietransitie en wetgeving vragen dat ook de waterketen zich blijft ontwikkelen. Er komt daarom veel af op de gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven. Binnen de waterwereld worden landelijk en internationaal speerpunten onderkend die hierop betrekking hebben: •

Klimaatadaptatie De klimaatverandering kent een geleidelijke gemiddelde temperatuurstijging. Er komen meer en heftigere regenbuien en langere warme en droge periodes. Het gevolg is dat we ons moeten voorbereiden op waterstress/overlast. En ook op een tekort aan (grond)water in langdurige warme perioden. Andere gevolgen zijn hittestress, zeespiegelstijging en bodemdaling. Gemeenten en het hoogheemraadschap (zie het rapport “Rapport Blauwe Lens”) ontwikkelen beleid en benoemen opgaven voor een klimaatbestendige ruimtelijke inrichting. Deze ruimtelijke inrichting moet zich meer en meer voegen naar de randvoorwaarden uit zowel het stedelijk als het regionaal-landelijke watersysteem inclusief drinkwater.

•

De circulaire economie en duurzaamheid Ook de waterketen kan bijdragen aan het circulaire gebruik van materialen. Denk aan het ontvlechten van schoon regen-, grond- en afvalwater. Uit warm afvalwater kan energie worden teruggewonnen voor warmte én zelfs nieuw drinkbaar water worden gemaakt. Het beperken van de toenemende vraag naar drinkwater, met als doel tekorten te voorkomen, is onlangs vastgelegd in wetgeving. Dit kan bijvoorbeeld door het hergebruik van licht verontreinigd water en/of het gebruik van regenwater voor toilet doorspoelen. Beperken, bewust en zuinig omgaan met drinkwater is randvoorwaarde van nieuwe sanitatie concepten.

•

Warmtetransitie en de drukte ondergrond Gemeenten, Rijnland en Dunea hebben een omvangrijk areaal aan ondergrondse en bovengrondse ruimte. Een ruimte die beperkt is, en waarop een claim komt voor de energie- en warmtetransitie. Gemeenten hebben de opdracht sturing te geven aan het beste gebruik van de ondergrondse ruimte.

•

De bouwopgave In Nederland en dus ook in de Leidse Regio moeten de komende jaren meer woningen gebouwd worden in een beperkte ruimte. Daardoor moet de capaciteit van bestaande rioolstelsels en mechanische voorzieningen vergroot worden.

•

Burgerparticipatie Tot slot verandert de verhouding tussen burger en overheid. Het bieden van inzicht en betekenisvolle informatie, is belangrijk in de communicatie onderling, naar collega’s intern en naar de omgeving. Het biedt houvast bij afwegingen in ruimtelijke ontwikkeling, weg- en groenbeheer. Het biedt kansen om de waterketen zichtbaar te maken voor de samenleving. 2

•

Goed waterbeheer is van levensbelang om in het werkgebied van Rijnland te kunnen wonen, werken en genieten. Hoe Rijnland dat aanpakt en wat de plannen zijn, staat in het Waterbeheerprogramma (WBP6). Met WBP6 maakt Rijnland duidelijk hoe het, in samenwerking met de omgeving, invulling geeft aan zijn wettelijke taken en wat de eigen ambities in de waterketen zijn voor de periode 2022 – 2028. De basis is en blijft het zuiveren van afvalwater van huishoudens en bedrijven om te zorgen voor goede volksgezondheid, een goede waterkwaliteit en een gezonde leefomgeving. Het zuiveren wordt volgens de geldende normen en zo efficiënt mogelijk gedaan. Daarnaast wordt het proces verduurzaamd door minder energie en grondstoffen te gebruiken en meer schone energie en grondstoffen terug te winnen uit afvalwater. Met de gemeenten en bedrijven worden afspraken gemaakt over de hoeveelheid te zuiveren water en de gezamenlijke processen die hiervoor nodig zijn. Met dit IWKP leggen we deze afspraken vast. Om meer inzicht in de werking van de keten te hebben, is het belangrijk om data (onderling) te delen. In het project Dataportaal werken we gezamenlijk aan standaard werkwijzen om de data te vertalen naar kostbare informatie voor processen in de waterketen.

Doordat we meer inzicht en betere afstemming met elkaar hebben kunnen we met elkaar beter anticiperen op klimaatverandering en gevolgen daarvan in de waterketen en het watersysteem. Het onderhoud van de zuiveringstechnische werken wordt risicogestuurd opgepakt, zodat in 2028 het onderhoud van alle kritische installatieonderdelen preventief wordt opgepakt en de achterstanden hierin zijn weggewerkt. Hierin wordt samen gewerkt met de partners (gemeenten en drinkwaterbedrijven).

Doel: faciliteren samenwerking binnen Leidse Regio Vanuit deze veranderende wereld werken we in de Leidse Regio samen aan de doelen en opgaven in de waterketen. Een gemeenschappelijk IWKp faciliteert deze samenwerking en maakt samenwerken over grenzen heen makkelijker. Vanuit de eigen zelfstandigheid werken we met een IWKp samen aan de strategische doelen: • •

het versterken van de onderlinge samenwerking op gemeentelijk en regionaal niveau; Het verdiepen van de samenwerking tussen gemeenten en hoogheemraadschap binnen de verschillende zuiveringskringen.

De focus ligt bij het vergroten van de Kwaliteit en het verlagen van de Kwetsbaarheid op een Kosteneffectieve manier (3 K’s uit het Bestuurskkoord Water). Deze voor Nederland unieke vorm van samenwerking heeft meerdere speerpunten. Deze zijn gebaseerd op het delen van kennis en het stroomlijnen en regisseren van deze maatregelen. Met dit IWKp gaan de waterpartners door met de samenwerking die in 2011 gestart is (landelijk Bestuursakkoord Water). De samenwerking kent twee strategische pijlers: • •

we optimaliseren de waterketen: voorkomen dat schoon water wordt vermengd met afvalwater en ontvlechten waterstromen1 en we werken aan het beperken van het drinkwaterverbruik; met doelgerichtheid en klantgerichtheid beschermen we de publieke belangen.

1.4 Omgevingswet Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet (Ow) in werking. Het opstellen van een gemeentelijk rioleringsprogramma is dan niet langer wettelijk verplicht. Wel staat in de Ow dat de gemeente een (onverplicht) gemeentelijk rioleringsprogramma vast kan stellen. Binnen de Leidse Regio is besloten om wel een nieuw IWKp (omgevingsprogramma) op te stellen omdat: • • • • • •

het de gemeenten in staat stelt het beleid en de maatregelen voor de taken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwatermaatregelen in samenhang op te schrijven; het gemeenten stimuleert het rioolstelsel op orde te houden; het aan burgers en bedrijven duidelijk maakt wat zij op dit gebied kunnen verwachten; het een goede beleidsafstemming tussen gemeenten en het waterschap bevordert; het de besteding van de rioolheffing transparant maakt; het conform de regels van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) nodig is de onderbouwing van een voorziening groot onderhoud op te nemen in een beheerplan.

1.5 Opbouw IWKp en leeswijzer Opbouw Het IWKP bestaat uit drie modules: Beleid, Maatregelen en Financiën. De modules zijn zelfstandig leesbaar en dienen ieder hun eigen doel.

1 afvalwater en regenwater, oppervlaktewater, grondwater e.d.

3

In de beleidsmodule staat het beleid (als verbijzondering van de Omgevingsvisie) voor de waterketen. Opgesplitst in de doelen volksgezondheid, droge voeten, leefomgeving en milieu. Veel is al in de Omgevingswet geregeld met de algemene zorgplicht, de specifieke zorgplicht en algemene regels. In de module Maatregelen zijn de taken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater uitgewerkt in maatregelen. De investeringen, vervangingen, onderhoudsmaatregelen, inventarisaties en onderzoeken zijn opgenomen. Elke partij (gemeenten en hoogheemraadschap) heeft zijn eigen financiële module. Hierin staan de lokale ambities voor kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid maar ook de benodigde heffing voor het realiseren van deze ambities. Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft een overzicht van de waterketen met een korte beschrijving van de verschillende relevante aspecten. De hoofdstukindeling volgt verder de functionele doelstellingen; • • • •

veilig stellen drinkwaterproductie; volksgezondheid; droge voeten; leefomgeving en milieu.

Hoofdstuk 7 Samenwerking in de Leidse Regio beschrijft hoe de waterpartners zelf en in samenwerking met elkaar de activiteiten uitvoeren en met elkaar afstemmen.

4

2

DE WATERKETEN

2.1 Beschrijving Waterketen De waterketen, zie figuur 2.1, bestaat uit het oppervlaktewater, grondwater en de ontrekkingen en lozingen hierop. De keten wordt gevoed door stroming van oppervlaktewater en door neerslag. Door waterverbruik (o.a. voor drinkwaterbereiding) en verdamping verdwijnt water uit de keten. Ook de verwerking van afvalwater hoort bij de keten. Hieronder worden de onderdelen beschreven en worden de taken en bevoegdheden op hoofdlijnen benoemd. Voor een nadere toelichting zie bijlage 4.

Figuur 2.1. De waterketen

1. Drinkwaterbereiding Drinkwaterbereiding en levering gebeurt door de winning van grond- en/ of oppervlaktewater en zuivering tot drinkwater. De Leidse regio ontvangt drinkwater van Dunea dat vanuit de afgedamde Maas bij Brakel via pompstation Katwijk in de duinen van Berkheide wordt gepomp om er vervolgens drinkwater van te maken en te distribueren . Daarnaast ontvangt de Leidse regio ook drinkwater van Oasen. Het drinkwater van Oasen is afkomstig van Zuivering De Steeg in Langerak en voor een klein deel van Zuiveringsstation Rodenhuis in Ammerstol. De waterbedrijven zijn op zoek naar nieuwe bronnen om aan de vraag naar drinkwater te kunnen blijven voldoen. Dit kunnen plaatselijke bronnen zijn maar ook nieuwe activiteiten zoals opwerking van schoon gemaakt afvalwater uit de afvalwaterzuivering, het gebruik van brak polderwater of hemelwater als drinkwater of industriewater. Raakvlakken in de waterketen? a.

Voor drinkwaterproductie is schoon oppervlakte- en grondwater een randvoorwaarde. Daarvoor zijn drinkwaterbedrijven deels afhankelijk van waterbeheerders.

2. Distributie Drinkwater Het drinkwater wordt door de drinkwaterbedrijven verspreid via het distributienet en geleverd aan bewoners en bedrijven. Raakvlakken in de waterketen? a. b. c.

De benodigde zekerheid dat drinkwater geleverd blijft. Het zoveel mogelijk voorkomen van overlast in de openbare ruimte. Afstemmen van werkzaamheden vermindert de overlast voor bewoners. Door mee te doen aan de energietransitie en het energienet, kunnen mogelijkheden voor warmte- koudeopslag worden verkend (bijvoorbeeld uit diepgelegen drinkwaterleidingen).

3. Ontstaan Afvalwater (Transformatie van drinkwater naar afvalwater) Bewoners en bedrijven gebruiken drinkwater en lozen vervolgens stedelijk afvalwater op het riool. Ook valt hemelwater op verhard oppervlak (openbaar en particulier) en dit water wordt ook verwerkt. Bewoners en bedrijven hebben echter ook taken en verantwoordelijkheden in de waterketen. Als eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt, zijn zij in hoofdzaak verantwoordelijk voor het verwerken of afvoeren van dit hemelwater. Het hemelwater wordt bij voorkeur hergebruikt of in de bodem geïnfiltreerd. Of anders wordt het 5

afgevoerd naar het oppervlaktewater. Als het niet anders kan, gaat het via een gemengd stelsel naar de zuivering. Ook de aanpak van grondwaterproblemen in tuinen en gebouwen is de taak van de particuliere eigenaar zelf. Tot slot hebben de particulier en bedrijven ook een rol in duurzaam watergebruik. Denk aan het terugdringen van drinkwaterverbruik door bijvoorbeeld de inzet van hemelwater om de tuin te sproeien. Of door met grijs water het zwarte water weg te spoelen. Ook het schoon houden van het oppervlakte- en grondwater hoort hier bij, denk aan géén gebruik van round up, pesticiden, uitspoeling etc.

Figuur 2.2 Illustratie ontstaan afvalwater en afvoer via gemengd stelsel (bron Rioned)

Raakvlakken in de waterketen? a. b. c. d. e.

Het afstemmen van vraag en aanbod. Bij droog weer ontstaat afvalwater voor een groot deel door het gebruik van drinkwater. En dat bepaald weer de hoeveelheid afvalwater naar de awzi’s van Rijnland. Communicatie en government over correct gebruik van drinkwater en hemelwater. Het is van belang om de rol van de bewoner bij de transitie van drinkwater naar afvalwater onder de aandacht te brengen en duurzaamheid hierin vorm te geven. Voorkomen van drinkwatertekort (bij droogte), besparing van drinkwater en hergebruik van hemelwater als spoelwater of tuinwater of zelfs drinkwater. Voorkomen van schades en storingen in het afvalwatersysteem door bijvoorbeeld vervuiling met ongewenste stoffen, zoals medicijnen, doekjes, olie en vetten en chemische middelen. Voorkomen van vervuilen van hemel- en grondwater door onkruidbestrijdingsmiddelen.

4. Inzamelen en transport Gemeenten hebben de taak de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater 2 te verzorgen. In de praktijk wordt dit gedaan door de aanleg en het beheer van een openbaar vuilwaterriool. Deze taak dient ook voor implementatie van de EU-richtlijn stedelijk afvalwater en sluit aan bij de taak van de waterschappen voor het verwerken van stedelijk afvalwater. Raakvlakken in de waterketen? a. b. c. d.

Taak gemeente en Rijnland m.b.t. inzamelen en verwerken van stedelijk afvalwater. Wateroverlast voorkomen (droge voeten) door verwerking van hemelwater op eigen terrein of naar oppervlaktewater. Onnodige transportkosten van stedellijk afvalwater voorkomen. De efficiency van gemaalcapaciteit in relatie tot de verwerkingsscapaciteit van de AWZI’s.

5. Lozing op Oppervlaktewatersysteem. Het oppervlaktewatersysteem is o.a. bedoeld voor de afvoer van hemelwater en het op peil houden van het grondwater. De link met afvalwater wordt gevormd door overstorten uit het riool (bij hevige buien). Zie ook nr. 10 Oppervlaktewatersysteem. Raakvlakken in de waterketen? a.

Het waar mogelijk voorkomen en beperken van wateroverlast.

2 Onder stedelijk afvalwater wordt verstaan huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met huishoudelijk bedrijfsafvalwater, afvloeiend

hemelwater, grondwater of ander afvalwater.

6

b. c.

d.

De kwaliteit van oppervlaktewater beschermen tegen de invloed van vuilwateroverstorten, bestrijdingsmiddelen, autowassen etc. Denk hierbij ook aan het mogelijk gebruik van deze bron voor drinkwater. Het waar mogelijk voorkomen van grondwaterover- en onderlast door peilbeheer en maatregelen voor afvloeien van hemelwater. Het voorkomen van overstroming vanuit het oppervlaktewater (droge voeten).

6. Afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI). In de AWZI wordt het afvalwater gezuiverd. Dit is de taak en verantwoordelijkheid van het waterschap. In de Leidse regio bevinden zich twee zuiveringen: AWZI Noord en AWZI Zuid-West. Het afvalwater van Wassenaar wordt gezuiverd in de AWZI Harnaschpolder in Den Haag.

Raakvlakken in de waterketen? a. b. c. d.

Volksgezondheid: gezuiverd schoon water terugbrengen in het oppervlaktewater. Het verminderen van het aanbod van stedelijk afvalwater heeft een positief effect op de uitstoot vanuit de AWZI en vermindert transportkosten. Afstemming vraag en aanbod van afvalwater (prognose) om de verwerking van het afvalwateraanbod op de AWZI te garanderen en de dimensionering van de zuivering effectief en werking efficiënt te houden. Voorkomen van verstoring van het zuiveringsproces door bijvoorbeeld niet biologisch afbreekbare vervuilingen.

7. Grondstoffen onttrekken, opwekking en terugwinning van energie. Een duurzame waterketen vraagt om (energie)besparingen en terugwinning van grondstoffen en reductie van CO2. Afvalwater is steeds meer een bron van grondstoffen. Wanneer het opwekken en terugwinnen van grondstoffen en energie plaatsvindt op de AWZI, is dit een taak van Rijnland. Voorbeelden zijn; de energiefabriek, terugwinnen van fosfaat en compostering van het zuiveringsslib. Drinkwaterbedrijven proberen ook grondstoffen terug te winnen en te hergebruiken. Verder zijn er mogelijkheden om energie terug te winnen uit rioolwater en/of uit oppervlaktewater. En er wordt gewerkt aan het opwekken van energie uit het verschil in zoutgehalte tussen twee waterbronnen. Raakvlakken in de waterketen? a. b. c. d. e.

f.

Werken aan een duurzame waterketen en kringlopen waar mogelijk te sluiten. Energie besparen bijvoorbeeld door warmte terug te winnen uit (gezuiverd) rioolwater of door de inzet van energiezuinige beluchting Energie opwekken uit afvalwater bijvoorbeeld door biogas te maken op de afvalwaterzuivering. Dit gebeurt al op AWZI Leiden Noord en AWZI Leiden Zuid West. Samenwerken aan het behalen van voordelen in de waterketen. Samenwerken om “klimaatneutraal” te worden. Samenwerken om “energieneutraal” te worden.

8. Lozing gezuiverd afvalwater. Het gezuiverde water wordt geloosd op het oppervlaktewater. Dit water is relatief schoon. Hierdoor is het een interessante stroom voor drinkwaterbedrijven als bron voor drinkwater. Raakvlakken in de waterketen? a. b. c.

Volksgezondheid en ecologie: gezuiverd water terugbrengen in het oppervlaktewater. Strategische verkenning nieuwe bronnen: voorkomen vervuiling oppervlaktewater als potentiële bron voor drinkwater (na infiltreren in de duinen of via RO). Voorkomen van droogte tijdens de zomerperiode.

9. Grondwater Grondwater is water dat zich in de ondergrond, in bodems en gesteenten bevindt. Raakvlakken in de waterketen? 7

a. b. c. d. e. f.

Grondwateronttrekkingen bijvoorbeeld voor drinkwater kunnen tot een verlaging van de grondwaterstand leiden met mogelijke schade (funderingen of gewassen) tot gevolg. Grondwater is ook een bron voor de productie van drinkwater. Actief hemelwater infiltreren in de bodem kan dienen als een extra zoetwateropslag/bron. Voorkomen van grondwateroverlast door peilbeheer samen met maatregelen voor het weglopen van hemel- en drainagewater door het hemelwaterriool. Grondwaterstroming veilig stellen door eisen aan de aanleg van diepe kelders en WKO’s (Warmte Koude Opslag) te stellen. Het voorkomen van bodemdaling en verdroging door het beperken van verharding. Het beperken van (met riolering) bemalen drainage (vergunningsplichtig) en lekkage uit gemengde riolering. En het waar mogeljk verwerken/infiltreren van hemelwater. Het voorkomen van funderingsproblemen door het beperken van bemalen drainage of waar verdroging de oorzaak is door water toe te voeren.

10. Oppervlaktewatersysteem Het oppervlaktewatersysteem is het water in rivieren, sloten, kanalen en meren. De link met de waterketen ontstaat door: • • •

lozingen van gezuiverd water van de AWZI’s; door vervuild overstortwater uit het riool (bij hevige buien); door afvloeiend hemelwater op het oppervlaktewater.

Rijnland stelt in overleg met belanghebbenden peilbesluiten vast. Kortdurende peilschommelingen (enkele dagen) door neerslag zijn afhankelijk van de grootte van het wateroppervlak. Peilbeheer heeft invloed op de grondwaterstand. Daarmee raakt het direct aan de gemeentelijke grondwaterzorgplicht. In het kort zorgt Rijnland voor veilig, voldoende en schoon oppervlaktewater. Raakvlakken in de waterketen? a. b. c. d.

e.

f.

De kwaliteit van de leef- en werkomgeving vergroten met voldoende schoon oppervlaktewater. Het met waterkeringen, riolering en (riool-)gemalen voorkomen van overstroming van het maaiveld. Peilbeheer afstemmen op het grondgebruik. Vanuit de grondwaterzorgplicht zijn de gemeenten één van de belanghebbenden met wie wordt afgestemd. Het kruisen van riolen en drinkwaterleidingen met keringen over peilvakgrenzen heen is vanwege de veiligheid in principe niet gewenst, maar vanwege de doelmatigheid aan veiligheidsregels gebonden. Er bestaat een woningbouwopgave. Dit betekent dat er ook nog veel open water gegraven moet worden. Dit wordt steeds belangrijker. Nu al blijkt dat iedere keer een stukje water graven lastig is en het is voor het watersysteem niet de beste oplossing. Het is in het belang van de partijen naar een meer structurelere en functionelere oplossing te kijken. Ook voor de energietransitie raken de belangen elkaar door de mogelijkheid om warmte uit het oppervlaktewater te halen (TEO). Hier vinden verkennende studies naar plaats.

8

3

BELEID PER FUNCTIONELE DOELSTELLING: VEILIG STELLEN DRINKWATERPRODUCTIE

3.1 Doel en plaats in de waterketen Doelstelling Veiligstelling van de drinkwatervoorziening

Verantwoordelijke partij Drinkwaterbedrijven

Beschrijving Drinkwaterbedrijven dragen zorg voor een duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening. De Drinkwaterwet vloeit voort uit de EuropeseDrinkwaterrichtlijn, waarin kwaliteitseisen worden gesteld aan het drinkwater.

De plaats in de waterketen, zie figuur 2.1, waar activiteiten plaatsvinden om dit te realiseren zijn stappen 1 en 2: winning, productie, distributie van drinkwater. 3.2 Beleid drinkwater. Het kader voor de Beleidsnota Drinkwater is de Drinkwaterwet. Deze gaat niet op in de Omgevingswet en blijft bestaan. Overheden zorgen op basis van de Drinkwaterwet, de Kaderrichtlijn Water en de Omgevingswet voor de duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening. De Drinkwaterwet komt uit de Europese-Drinkwaterrichtlijn. Hierin staan kwaliteitseisen die aan het drinkwater worden gesteld. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) schrijft voor dat lidstaten waterlichamen aanwijzen waaruit water wordt gehaald voor menselijke gebruik. Uit deze bronnen moet drinkwater geproduceerd kunnen worden dat voldoet aan de kwaliteitseisen van de Europese Drinkwaterrichtlijn. In de Omgevingsverordening wijzen provincies grondwaterbeschermingsgebieden aan, en staan de regels die het grondwater beschermen met het oog op de drinkwaterwinning. Het drinkwaterbeleid bestaat uit 4 sporen. • • • •

Samen met partners/stakeholders zoeken naar de mogelijkheden om drinkwater duurzamer te maken; circulariteit, tegengaan laagwaardig gebruik, andere bronnen, etc. Voorlichting aan de gebruiker; bewust maken van de impact van zijn eigen verbruik, kennis delen over bewust en duurzaam drinkwater gebruik om het belang van een continue drinkwatervoorziening veilig te stellen. De bedrijfsvoering op orde; het terugbrengen van productieverliezen, sneller opsporen van lekkages, voorbeeldfunctie naar andere bedrijven en consumenten, etc… Volgen van innovaties en ontwikkelingen; op de hoogte blijven en kennis verzamelen en delen voor een bewuster drinkwater gebruik.

Ook wordt gewerkt aan het duurzaam omgaan met bronnen, omgeving en andere kansen. Circulariteit en bewust omgaan met schaarse middelen is voor energie en klimaat bijna vanzelfsprekend. De urgentie voor een wateromschakeling is nu helaas nog minder bekend. Dit krijgt in de nabije toekomst steeds meer zijn plek. De meeste drinkwaterbedrijven kennen een programma Bewust en Duurzaam watergebruik of zijn deze aan het maken. Dit heeft als doel om water op een betere en circulaire manier in te zetten waardoor bijvoorbeeld bij nieuwbouw minder drinkwater wordt verbruikt (minder meer). 3.3 Bewust en duurzaam drinkwatergebruik Water uit de kraan is het duurzaamste drinkwater: geen plastic en geen transport over de weg. Maar niet al het water uit de kraan wordt gebruikt voor consumptie. En daar liggen kansen om watergebruik te verminderen; om voldoende water te houden voor iedereen bij bevolkingsgroei en droogte en voor een lagere footprint. Kraanwater dat niet wordt gebruikt, hoeft immers niet te worden geproduceerd en geleverd en ook niet te worden gezuiverd na gebruik. Dit bespaart water, energie en hulpstoffen in de hele waterketen, het hele jaar door. Met het programma Bewust & Duurzaam Watergebruik stimuleert Dunea bij iedereen innovatie in watergebruik, zonder verlies van comfort. Dit kan in huis, in de wijk, in bedrijven en op kantoor.

3.4 Bodem en water sturend Vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is een brief gestuurd: “Bodem en water sturend”. Deze brief gaat over ons water en onze bodem. Letterlijk de basis van ons bestaan, en daarmee van groot belang voor iedereen. Het kabinet wil meer rekening houden met deze basis, bij besluiten die worden genomen over de indeling van ons land. In deze brief worden verschillende acties benoemd, één daarvan is; “We werken toe naar een drinkwatergebruik per hoofd van de bevolking van 100 liter in 2035 (thans 125 liter) en beperken laagwaardig gebruik van drinkwater”. Grootverbruikers vragen we de toename van de watervraag in relatie drinkwatergebruik ook met 20% te reduceren. Zo beperken we het effect van toename tot de schaarsere beschikbaarheid van water 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=e88c91ba-c517-45b2-bfe6-06604b438453