CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 50 Inrichting Ondernemersfonds Voorschoten (incl. bijlagen)

Gemeenteraad Voorschoten 11 juli 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrieven van het College van B&W6.920 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

050 Raadsinformatiebrief Zaaknummer:

Z/24/087888

Documentnummer:

402172

Datum:

2 juli 2024

Onderwerp:

Inrichting Ondernemersfonds Voorschoten

Portefeuillehouder:

P. de Bruijn

Bijlage(n):

Bijlage 1: Startnotitie - Ondernemersfonds Voorschoten

Verzonden 2 juli 2024

(OF) Onderzoek naar Nut, Noodzaak en Inrichting Bijlage 2: Ingezonden brief – ondernemersverenigingen 20 november 2023

Geachte Raad, In het coalitieakkoord 2022-2026 Voorschoten in verbinding vooruit, staat dat het college veel waarde hecht aan de versterking van de lokale economie, deze is zelfs als prioriteit benoemd. Een pijler voor de beoogde versterking is het zelforganiserend vermogen van onze ondernemers. Het college had daartoe in 2023 een gefaseerd onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden om een gemeentebreed ondernemersfonds op te richten. In deze brief treft u de uitkomsten van de oriëntatiefase van het onderzoek, welke verwerkt zijn in de startnotitie ‘Ondernemersfonds Voorschoten - Onderzoek naar Nut, Noodzaak en Inrichting’ (OF) van bureau Blaauwberg (zie bijlage 1). Ook informeren wij u over de redenen dat het college geen verdere uitvoering kan geven aan deze ambitie. Aanleiding oprichting ondernemersfonds Voorschoten heeft te maken met economische uitdagingen, zoals vergrijzing en een beperkte arbeidsmarkt. Het aantrekken van nieuwe economische activiteiten en het versterken van het lokale ondernemingsklimaat zijn cruciaal voor de gemeente. Door een structurele voorziening te ontwikkelen, waarmee ondernemerscollectieven zelfstandig en slagvaardig de lokale economie kunnen stimuleren, wordt de economische positie van Voorschoten toekomstbestendig versterkt.

Instrumentarium toegelicht Het ondernemersfonds is een instrument dat lokale overheden kunnen inzetten om de samenwerking en zelforganisatie van ondernemers te bevorderen. Dit gebeurt door een verhoging van de onroerendezaakbelasting voor niet-woningen (OZB-NW), waarvan de opbrengst naar het fonds gaat. De raad heeft de bevoegdheid om deze verhoging door te voeren zonder juridische belemmeringen, zoals ook gebleken is uit de succesvolle implementaties in andere gemeenten, zoals Leiden en Heerlen. Oriëntatiefase toegelicht Het onderzoeksontwerp kende 3 fases tot het ondernemersfonds uit de startblokken zou komen. In de eerste fase, die oriënterend bedoeld is geweest, is een analyse gedaan van het gemeentelijk

WOZ niet-woningen bestand. Zo is in beeld gebracht wat de opbrengst van een Voorschotens fonds kan zijn. De bevindingen van deze analyse zijn als voorstel opgenomen in de startnotitie OF en ter raadpleging voorgelegd aan de portefeuillehouder en de vertegenwoordigers van de ondernemerscollectieven in Voorschoten, begin november 2023. Overwegingen voor invoering van het ondernemersfonds Voorschoten Uit de startnotitie OF blijkt dat de cruciale vraag voor Voorschoten niet zozeer ging over draagvlak, maar eerder of er voldoende visie zou zijn op de toekomst van het dorp om het fonds tot een succes te maken. Er zijn twee kanttekeningen: 1. Dobbewijk: Hier heeft een Bedrijven Investeringszone (BIZ) al een rol. Het ideale scenario zou zijn dat het ondernemersfonds voor Dobbewijk een doorontwikkeling wordt, met minder verplichtingen, meer gemak en vrijheid, en betere verbinding met de rest van het dorp. Het budget waar Dobbewijk aan gewend is (27.000 euro per jaar) moet ook door het ondernemersfonds worden gegarandeerd.

2. Centrum: De georganiseerde ondernemers in het centrum willen de reclamebelasting inruilen voor trekkingsrecht op het ondernemersfonds. Dit fonds is transparanter en eenvoudiger, en verbindt beter met andere delen van Voorschoten, waar ook retail activiteiten plaatsvinden. Er moet een oplossing komen om het huidige bestedingsniveau van het centrummanagement te behouden. In de volgende fase zou nader onderzoek worden gedaan naar de positie van overige organisaties die via de OZB-NW zouden bijdragen aan het fonds zoals o.a. de zorg, sportverenigingen en het Van der Valk-complex. De niet-woningen in Voorschoten zijn beperkt in aantal. De omvang van het fonds is echter niet doorslaggevend. Belangrijker is dat Voorschoten als geheel op zoek is naar nieuwe dynamiek en economische versterking voor behoud van het voorzieningenniveau. Veel ondernemersfondsen hebben naast trekkingsrechten voor specifieke gebieden ook een aandeel voor gemeentebrede activiteiten. Het gesprek tussen gebieden, sectoren en initiatiefnemers kan veel dynamiek opleveren, zelfs als er geen vaste spelregels zijn voor gemeentebrede initiatieven. Een overweging hierbij kan zijn om het fonds te verdelen tussen twee gebieden met eigen trekkingsrecht en de rest gemeentebreed onder te brengen.

Conclusie oriëntatiefase De oprichting van een Ondernemersfonds Voorschoten biedt een structurele oplossing voor het versterken van de lokale economie en het verbeteren van de samenwerking tussen ondernemers en de gemeente. Gezien de urgentie en de voordelen die een dergelijk fonds kan bieden, zou de raad worden aanbevolen om positief te besluiten over de inrichting van het fonds.

Effect nieuwe belastingverordening 2024 Op 7 november 2023 heeft de gemeente de startnotitie voorgelegd aan de besturen van onze

ondernemerscollectieven tijdens het EOV. In afwachting van de reactie van deze belanghebbenden, werd tijdens de behandeling van de programmabegroting 2024 in de raadsvergadering van 9 november 2023, ingestemd met amendement 265 van VL & PVDA. Hiermee werd besloten de hondenbelasting uit de begroting te schrappen en het gat dat hiermee in de begroting zou ontstaan te dekken middels een verhoging van de OZB-NW. Als gevolg hiervan werd de beschikbare vrije OZB-NW ruimte, welke gebruikt zou worden als financieringsbasis voor het ondernemersfonds, vanaf 2024 belast en daardoor niet meer beschikbaar voor het fonds. Dit besluit heeft geleid tot teleurstelling onder de lokale ondernemers. Zij hadden gehoopt op een collectieve financieringsoplossing om de lokale economie te versterken en hun onderlinge samenwerking te verbeteren. Reactie ondernemers Op 21 november 2023 heeft het college en de raad een brief ontvangen van de ondernemersverenigingen van Voorschoten (zie bijlage 2). Hierin hebben zij hun teleurstelling en zorgen geuit over deze begrotingsbeslissing, omdat dit onder andere invloed heeft op de ontwikkeling van een ondernemersfonds voor Voorschoten. Ze gaven aan dat zij waren verrast door de onverwachte verhoging van de OZB op niet-woningen met meer dan 16%.

Deze stap vertoont in hun ogen tegenstrijdigheden met de doelstellingen uit het coalitieakkoord om het vestigingsklimaat te versterken. De verenigingen beargumenteerden hierbij dat deze verhoging niet alleen de basis van het voorgestelde ondernemersfonds zou ondermijnen, maar ook een extra last zou vormen voor lokale ondernemers die al te kampen hadden met coronaschulden en een kwakkelend centrum. Er werd aangedrongen op een heroverweging van de afschaffing van de hondenbelasting, zodat de vrije OZB-ruimte wel ingezet kon worden ter ondersteuning van de ondernemers in Voorschoten. Naast deze brief hebben afgevaardigde bestuursleden van het OVV, ook een ronde gedaan langs de fracties, om de ernst van hun zorgen te benadrukken. De gewenste heroverweging bleef uit. De ondernemerscollectieven hebben, in vervolg gesprekken, aangegeven dat een ondernemersfonds, zoals voorgesteld door Blaauwberg, een positieve ontwikkeling zou zijn geweest. Nu is daar geen mogelijkheid meer voor, omdat een verdere belastingverhoging op de OZB-NW als financieringsbasis voor ondernemersfonds onrealistisch is. De belastingdruk voor ondernemers zou dan dermate toenemen, zodat daarmee het vestigingsklimaat alleen maar schade zou ondervinden, waardoor het draagvlak voor het fonds nu is vervlogen.

Eindconclusie De startnotitie OF wees uit dat het ondernemersfonds een belangrijke bijdrage had kunnen leveren aan het versterken van het vestigingsklimaat. Dit plan genoot steun van de ondernemerscollectieven en bood hun een goede mogelijkheid om hun zelforganiserend vermogen te bevorderen. Gezien het recente raadsbesluit om de OZB-niet woningen ruimte te belasten in de belastingverordening 2024, is deze echter niet meer haalbaar. Dit besluit heeft de mogelijkheid voor een structurele versterking van de lokale economie via het fonds tenietgedaan. We erkennen de teleurstelling bij de ondernemers en zetten ons verder in voor alternatieve oplossingen ter ondersteuning van de lokale economie en hopen daarbij op steun van de raad.

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

E.A. van Wattingen,

drs. N. Stemerdink,

gemeentesecretaris

burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Ondernemersfonds Voorschoten Onderzoek naar Nut, Noodzaak en Inrichting

Aart van Bochove

Adviseur/penvoerder, Blaauwberg

30 oktober 2023

1

Inhoudsopgave Aanleiding ................................................................................................................................................ 3 Eerst de politiek-juridische positie............................................................................................................ 3 Dan de lokale voorgeschiedenis .............................................................................................................. 4 Urgentie ...................................................................................................................................................5 Intermezzo: de economische opgave voor Voorschoten .......................................................................... 7 Welk voorbeslag ligt er al? ....................................................................................................................... 8 Lasten en opbrengsten ............................................................................................................................ 9 Hoe kan het gaan werken? ..................................................................................................................... 14 Bestuur en governance ........................................................................................................................... 15

2

Aanleiding

Voor u ligt een voorstel voor de inrichting van een Ondernemersfonds Voorschoten. Het voorstel heeft een lange voorgeschiedenis: er is al vaak over de mogelijke komst van een ondernemersfonds gepraat, zonder dat daar conclusies aan verbonden zijn. Daarom heeft dit voorstel al duidelijke contouren: wellicht helpt het de nodige scherpte te krijgen in het gesprek in ondernemend Voorschoten en het gesprek met de gemeente om praktisch te laten zien hoe het fonds eruit kan zien. Op dat fundament kan een besluit vallen om wel of niet over te gaan tot de inrichting van het fonds. De directe aanleiding voor deze ronde in de discussie is het coalitieakkoord voor Voorschoten voor de periode 2022-2026. In het akkoord is de volgende verklaring opgenomen: Het is in het belang van Voorschoten dat de lokale economie versterkt wordt. Vergeleken met andere gemeenten heeft onze gemeente gemiddeld minder bedrijven/ondernemers en minder werkgelegenheid binnen de eigen gemeentegrenzen. Dit terwijl een sterke lokale economie een belangrijke pijler is voor een stabiele, zelfstandige gemeente en een actieve samenleving. Daarom willen wij inzetten op: 1. Stimuleren van nieuw ondernemerschap 2. Aantrekken van bestaande bedrijven 3. Toekomst klaar maken van onze winkelcentra 4. Werk maken van dorpsmarketing en aantrekken van toeristen en dagjesmensen 5. Regionale samenwerking 6. Internationalisering 7.

Oprichten extra Ondernemersfonds

Samenwerking en zelforganisatie van Voorschotense ondernemers is cruciaal voor het versterken van de lokale economie. Daarom is het nodig dat er een structurele voorziening komt, die het mogelijk maakt om echt plannen te maken en niet afhankelijk te blijven van goedwillende enkelingen. Een ondernemersfonds bestaat op basis van een met de gemeente af te spreken verhoging van de OZB bedrijven. De opbrengst van die verhoging stellen we beschikbaar aan het fonds. De opbrengst uit het fonds krijgen de ondernemers terug, in de vorm van een subsidie aan het ondernemersfonds, dat als stichting met een eigen bestuur optreedt. Deze stichting kan projecten aanjagen of investeringen doen die geheel of gedeeltelijk ondernemend Voorschoten verder helpen al dan niet gezamenlijk met de gemeente.

Deze verklaring bevat veel context – de verwijzing naar zes economische speerpunten – en een uitgewerkte visie op het fonds. Het is daarmee een politiek zwaarwegende tekst, die verder gaat dan een vrijblijvende intentie. We onderzoeken de tekst daarom op drie manieren: de politiek-juridische strekking, de plaats in de lokaal gevoerde discussie en de economische urgentie voor Voorschoten.

Eerst de politiek-juridische positie De wettelijke positie van een ondernemersfonds is verbluffend simpel. Als een raad de ozb wil verhogen om een ondernemersfonds mogelijk te maken, dan kan dat en dan mag dat. Er is geen juridisch beletsel. Er is op de algemene lastendruk wel een politieke rem, omdat de rijksoverheid de gemeenten wil houden aan een gematigde stijging van de lokale lasten voor bedrijven. Maar het kabinet heeft juist een uitzondering gemaakt voor een fonds: een lastenverhoging vanwege de komst van een 3

ondernemersfonds wordt buiten de toets gehouden of een gemeente zich aan de ‘benchmark’ (voorheen macronorm) houdt. Gemeentebesturen zijn dus vrij om een fonds op poten te zetten. Soms gebeurt het ook op gemeentelijk initiatief. Bekend is de ‘Heerlen route’. Heerlen is een stad in de verdrukking en is nog steeds bezig te herstellen van de mijnsluitingen. In zo’n klimaat is samenwerking moeilijk en flakkeren onderlinge discussies snel op, wellicht als een uiting van onvermogen. De wethouder economische zaken was er op uit om in dat klimaat iets te forceren. Een ondernemersfonds was in zijn ogen de manier om de ondernemers in positie te brengen en ze te prikkelen om een eigen agenda te ontwikkelen, in plaats van op elkaar en op de gemeente te mopperen. Hij stelde college en raad voor om een fonds mogelijk te maken. Die gingen akkoord en zo kwam dat fonds geruisloos tot stand. Daarna was het zoeken naar kwartiermakers om de opbouw ter hand te nemen. Die bleken wel te vinden: na een genomen besluit is het veel gemakkelijker om mensen te werven. Heerlen trof kennelijk een goede ‘timing’. Maar het is ook wel gewoon een les voor het openbaar bestuur: als je iets noodzakelijk vindt en het mag en kan van de wet, regel het dan ook. In het geval van Heerlen werd het besluit door de ondernemers ervaren als een welkom voldongen feit: eindelijk gebeurde er wat.

Veel andere gemeenten kiezen voor een ingewikkelder route door te sturen op ‘draagvlak’. Daarbij is er wel passieve steun voor de komst van een fonds, maar wordt de eigen politieke oordeelsvorming ondergeschikt gemaakt aan het gevoelen onder ondernemers. Er zijn gemeenten die complete peilingen organiseren, waarbij dus ook de ondernemers worden geraadpleegd die nooit enige belangstelling voor hun bedrijfsomgeving hebben laten blijken. Zo’n peiling werkt vaak als katalysator voor weerstand. In het huidige politieke klimaat is het krijgen van de gelegenheid om een mening te uiten, vaak een uitnodiging om ergens tegen te zijn, zonder acht te slaan op een alternatief, op de achterliggende analyse of op de feitelijk voorliggende informatie. Die wat grillige omgang met het concept ‘ondernemersfonds’ door gemeenteraden is ook wel begrijpelijk: acceptatie van een ondernemersfonds als nieuwe lokale speler vergt enige doordenking. Eerst vraagt ofwel het college ofwel een groep initiatiefrijke ondernemers aan de raad om de belastingen voor alle ondernemers te verhogen. Dan is de opbrengst van die verhoging vervolgens niet bestemd voor eigen politieke urgenties van de raad, maar voor een specifiek buiten-gemeentelijk doel. De gemeenteraad moet zich onthouden van inhoudelijke bemoeienis met dat doel en toestaan dat de groep initiatiefnemers namens alle ondernemers aan de slag gaat.

Dat eist van de raden enig ‘omdenken’: vertrouwen hebben in het initiatief, oog hebben voor het belang van participatie en ‘loslaten’ en vooral de keuze maken om de initiatiefnemers te steunen en niet mee te gaan in de weerstand die op elke lastenverhoging gemobiliseerd kan worden. Afgaande op de tekst van het coalitieakkoord, heef in Voorschoten de raad dat proces inmiddels doorgemaakt. De werking van een fonds wordt begrepen en gedragen. De stip op de horizon is niet alleen het scheppen van een gezamenlijke financiële positie voor de ondernemers. De stip is ook een immateriële opbrengst: een stabiel en goed georganiseerd speelveld, een veel betere sfeer tussen ondernemers onderling en tussen ondernemers en gemeente, een georganiseerd bedrijfsleven dat goed is toegerust voor de dialoog met de overheid. Daarmee is een Ondernemersfonds Voorschoten nog geen voldongen feit.

Dan de lokale voorgeschiedenis Het oudste ondernemersfonds – buurgemeente Leiden – dateert van 2005. Er zijn inmiddels ruim 50 fondsen naar Leids model. De kleinste is Schiermonnikoog, de grootste Utrecht. In Zuid-Holland gaat het onder meer om Lisse, Katwijk. Bodegraven-Reeuwijk, Vlaardingen, Delft en bijna de hele regio Drechtsteden. De Ondernemersvereniging Voorschoten (OVV) heeft al in 2008 de mogelijkheid van een 4

fonds op tafel gelegd. Het onderwerp is sindsdien om de paar jaar weer langs blijven komen, steeds met een iets andere agenda en met net weer andere rolverdelingen. Kennelijk zit er in het Voorschotense ecosysteem een zekere onrust of patstelling. Dat wil niet zeggen dat er niets gebeurd is. Na de entree van de eerste ondernemersfondsen heeft de rijksoverheid een wettelijke regeling voor afzonderlijke gebieden opgetuigd, de BIZ. En de oude reclamebelasting is aan een nieuw leven begonnen als financiële grondslag voor gezamenlijke acties in gebieden. Voorschoten heeft deze ‘spin-offs’ ingezet, met een BIZ in Dobbewijk en een Reclamebelasting in het Centrum, maar deze twee deeloplossingen hebben de onrust niet kunnen doorbreken. Achter die onrust over collectieve financiering zit wellicht een ander soort twijfel, namelijk de twijfel of de economie van Voorschoten wel houdbaar is. je bent er niet met twee gebiedsfinancieringen. Er is een veel bredere inzet nodig.

Urgentie Voorschoten heeft met het bovengenoemde Heerlen een macro-economische urgentie gemeen. In Heerlen bleek het zeer moeilijk om het samenwerkingsklimaat onder ondernemers te versterken. Discussies bleven lang hangen. Dat had zeker te maken met de lastige staat van de economie: als er weinig ruimte is, gaat de energie wellicht meer zitten in onderlinge verdeeldheid, niet in optimisme en gezamenlijk bouwen. Voorschoten is zo goed als de meest vergrijsde gemeente van Zuid-Holland. Omdat er geen grote bouwprocessen meer gaande zijn, zal dat nog lang zo blijven. Uiteindelijk komt er een nieuwe generatie naar het dorp toe, maar die overgang zal geleidelijk gaan. Weliswaar is in Voorschoten sprake van een welvarende vergrijzing: de particuliere inkomens – vaak verkregen uit ambtelijke loopbanen - zijn vaak behoorlijk hoog. Er hoeft wat minder dan elders gevreesd te worden dat de vergrijzing met armoede gepaard gaat. Maar dan nog: de arbeidsmarkt en de thuismarkt voor consumentengoederen zijn klein. Dat geldt voor de hele economie: volgens parameters als het aantal banen en de zakelijke vastgoedwaarde is Voorschoten een uitgesproken woongemeente, met een van de kleinste economieën van de provincie. Dat is de uitkomst van de snelle groei van het dorp in eerdere decennia. Maar het is geen goede basis voor de toekomst.

Je hebt een behoorlijke economie nodig voor de nodige veerkracht, voor levendigheid, voor de belastingbasis en voor het draagvlak voor voorzieningen. Het coalitieakkoord maakt goed duidelijk hoe die economie er moet komen: door goed aan te sluiten bij de regio. Voorschoten ligt in een dynamisch stuk van de Randstad. Op termijn moeten ‘import’ van jong en ondernemend talent, internationalisering en kennisintensiteit gaan leiden tot een revitalisering van het dorp. Het wordt in deze transitie zoeken naar partijen die regie kunnen voeren. De gemeente zelf heeft natuurlijk die regietaak, maar het ontbreekt aan financiële middelen om die regie met eigen investeringen te ondersteunen. Er is kapitaal van buiten nodig, van overheids- en particuliere investeerders, van grote en kleine partijen die geld willen steken in de vernieuwing van het dorp. Aantrekken van dat kapitaal vergt een co-regie: een gezamenlijk optrekken van gemeente, bedrijfsleven en als het kan ook van bewonerscollectieven. Een praktisch voorbeeld: de rijksoverheid voert op dit moment gebiedsgericht beleid via zogenaamde city- en regiodeals. Daar kan veel geld in omgaan. Voor zo’n ‘deal’ is vrijwel standaard een alliantie nodig van overheid met maatschappelijke partners. Dat vergt een goed georganiseerd bedrijfsleven. De centrumvisie ‘Stadsdorp in beweging’ drukt het zo uit: “Een goed klimaat tussen gemeente en 5

ondernemers en een gedeeld beeld van de toekomst is een goede basis voor acquisitie van investeerders. Een slechte sfeer jaagt ze weg, en goed georganiseerd gesprek trekt ze aan”.

6

Intermezzo: de economische opgave voor Voorschoten Voorschoten is niet de enige welvarende gemeente middenin de Randstad die toch een ongewisse toekomst in gaat. Dat heeft veel te maken met de typologie van een ‘frozen town’. Dat is een uit het Verenigd Koninkrijk geïmporteerd begrip voor de dorpen in een stedelijk gebied die al heel lang niet meer kunnen uitbreiden en waar de dynamiek langzaam wegsijpelt. Karakteristieken van ‘bevroren gemeenschappen’ zijn:  Ze staan onder directe invloed van het stedelijk systeem, een nabije grootschalige agglomeratie. Daar hebben ze ooit hun demografische voeding vandaan gehaald en daarheen vertrekt nu het jonge en studerende talent  Ze zijn ontworpen vanuit de ‘tuinstad gedachte’ van de jaren dertig – met veel groen – maar hun vormgeving is gedicteerd door de modernistische stedenbouw van na de oorlog  Ze beschikken over een authentieke en goed geconserveerde dorpskern, die tussen de naoorlogse bouwmassa te weinig gewicht heeft om echt als dynamisch centrum te functioneren  Ze hebben een stabiliserende of krimpende populatie, bestaande uit hoogopgeleide en vergrijsde inwoners met behoorlijke inkomens  Ze hebben een kleine economie, grotendeels gericht op verzorging van de eigen bevolking Uitdagingen en valkuilen:  Surplus aan stedelijke dynamiek op gecontroleerde wijze naar binnen halen  Completeren regionaal aanbod, uniek

’tafelzilver’ manifest maken  Ontwikkelen expliciete visie op actieve bevolkingsparticipatie, inclusief bestrijding ‘participatie-populisme’  Veelzijdig antwoord formuleren op de ‘reason to’ vraag: wat zijn de ‘reasons to’ stay, return, travel, invest, remain? Een paar handelingsstrategieën voor een ‘frozen town’:  Hoewel Voorschoten een dorp is met door de bank genomen hogere inkomens, is de Gemeente Voorschoten chronisch ‘arm’. Dat heeft zeker met de smalle economische basis te maken. Het contrast met de bijna-buur Zoeterwoude is groot. Zoeterwoude is de kleinste gemeente van Zuid-Holland en heeft de afgelopen twintig jaar alle andere kleine gemeenten zien fuseren. Maar Zoeterwoude staat onder geen enkele druk tot schaalvergroting. De sterke economische basis van het bedrijventerrein Grote Polder en de Heineken vestiging geven de gemeente voldoende veerkracht en organiserend vermogen om nog vele jaren zelf regie te kunnen voeren. Ook zonder Zoeterwoude als voorbeeld te zien, moet Voorschoten aan de bak. Voor de leefbaarheid in de toekomst en voor behoud van de regie als zelfstandige gemeente zijn nieuwe economische activiteiten wenselijk. De gemeente is bereid om nieuwe economische activiteiten aan te trekken, maar de omgeving is niet geschikt voor grootschalige bedrijventerreinen. Dan kom je uit bij andere acties: een opstelsom van kleinere interventies 

Het dorp heeft een historisch centrumgebied. De monumenten zijn goed beschermd, maar er is ruimte voor nieuwe bedrijven en nieuwe appartementen. Het is een omgeving waarin creatieve ondernemers goed kunnen gedijen

De omliggende wijken zijn grotendeels uit de jaren 70 en 80. Ze zullen zeker een proces van vernieuwing in moeten gaan en van aanpassen aan nieuwe generaties en nieuwe uitdagingen, zoals de energietransitie en de opkomst van meer micro-ondernemers. Er moet zeker worden gezocht naar kansen om juist jong en innovatief talent aan te trekken wanneer de doorstroming in de wijken op gang komt. Compacte werkcafés en bedrijfsverzamelgebouwen kunnen daarbij helpen, evenals een inrichting van de openbare ruimte die maximaal ontmoetingen uitlokt 7

Volgens het CBS heeft in 2022 23% van de bevolking een migratieachtergrond. Dit is een vierde plaats in de economie071 regio (na Leiden met 32,9%, Oegstgeest met 26,5% en Leiderdorp met 23,6%). Internationals vormen een dynamische groep, met veel fysieke en sociale mobiliteit. Als hoofdlocatie van de British School (die zich overigens presenteert als British School The Hague) liggen er kansen voor een profiel als woon- en werkplek van internationale kenniswerkers, ook in het kielzog van het Leidse life science cluster

Naast de British School is er geen voortgezet onderwijs in Voorschoten, alleen basisonderwijs. Voor meer onderwijs moet je naar de buurgemeenten. Er zijn wel zorginstellingen, vooral verpleeghuis- en andere gespecialiseerde zorg. Verder sportverenigingen en twee musea. Er lijkt weinig samenhang te zijn. Voor een compleet beeld van ondernemend Voorschoten zou het belang van non-profit instellingen geëxploreerd moeten worden. De crux van dit intermezzo is dat Voorschoten voor een situatie staat als het fabelverhaal van de Baron van Münchhausen, die, toen hij met paard en al in het moeras zakte, zich redde door zich aan zijn haren omhoog te trekken. Het is sinds 2008 moeilijk gebleken om in deze ‘frozen town’ samenhang te krijgen in de discussie over het ondernemersfonds door een gebrek aan economische dynamiek en een gebrek aan structuur of kader. De discussie valt steeds weer stil. Een ondernemersfonds kan een deel van de oplossing zijn voor die dynamiek en structuur. Maar dan moet wel iemand eerst de baron met paard uit het moeras helpen.

Welk voorbeslag ligt er al? Er zijn nu ruim 50 ondernemersfondsen. Dat de Voorschotense politiek concludeert dat het concept zich wel bewezen heeft en niet meer ‘ten principale’ bediscussieerd hoeft te worden, ligt voor de hand. Je kunt lang en onbestemd discussiëren en veel problemen signaleren, en je kunt veel tijd doorbrengen met luisteren naar bezwaren. Maar de ervaring is dat in het overgrote deel van de gemeenten zo’n fonds al vrij snel een vaste waarde is geworden in economie en civil society. De hamvraag voor Voorschoten is wellicht niet of er wel draagvlak voor is en of het wel past bij de problematiek van Voorschoten. De hamvraag is meer of er voldoende visie is op de toekomst van het dorp en voldoende kader om een succes te maken van een nieuw instrument als het ondernemersfonds. Ook wanneer het fonds snel en met brede politieke steun door de besluitvormig komt, zijn er vaardige mensen nodig die er een succes van willen maken. Er zijn mensen nodig ‘jong van geest’ die niet op voorhand al zijn verknoopt met vaste posities. Dat laat onverlet dat er op twee onderdelen al een voorbeslag ligt: 

Dobbewijk heeft een BIZ. Het fonds en de BIZ moeten zich tot elkaar verhouden. Ideaal zou zijn wanneer de komst van een ondernemersfonds voor Dobbewijk een ‘doorontwikkeling’ is: minder verplichtingen, meer gemak en vrijheid en meer verbinding met de rest van het dorp. En een voorwaarde is dat het budget waaraan Dobbewijk gewend is – 27.000 per jaar – ook door het ondernemersfonds gegarandeerd kan worden Het centrum heeft een reclamebelasting. De georganiseerde ondernemers in het centrum willen die belasting graag inruilen voor en trekkingsrecht op het ondernemersfonds, omdat een ondernemersfonds transparanter en simpeler is en meer de verbinding legt met ‘overig Voorschoten’. Er moet een oplossing komen die continuering van tenminste het huidige bestedingsniveau van het centrummanagement mogelijk maakt. 8

Er zijn zeker nog andere posities die in het nieuwe fonds zichtbaar moeten worden, zoals de zorg, het Van der Valk complex en de sport. Maar de vraag is of dat bereikt moet worden met een verdeling volgens de trekkingsrechtensystematiek. De categorie niet-woningen in Voorschoten is klein. Er zijn in tal van gemeenten wijken met een groter budget dan het hele Ondernemersfonds Voorschoten. Toch is de omvang niet bepalend. Wanneer de economische dynamiek gediend zou zijn om vanuit het fonds een groot aantal kleine trekkingsgerechtigde gebieden te onderscheiden, zou dat zeker moeten gebeuren. Bepalender is de analyse dat Voorschoten in z’n geheel op zoek wil naar nieuw kader en naar nieuwe dynamiek. Een overweging is om het daarom te laten bij twee gebieden met een eigen trekkingsrecht en de rest van het fonds onder te brengen in een gemeentebreed aandeel. De meeste ondernemersfondsen beschikken over een aandeel voor gemeentebrede activiteiten, naast de trekkingsrechten voor de gebieden (of sectoren). En er zijn ook fondsen die alles gemeentebreed doen, waaronder recent het fonds in Sliedrecht (met 450.000 euro een stuk groter dan het beoogde fonds van Voorschoten). Dat wil niet zeggen dat daar geen gebiedsgerichte activiteiten plaatsvinden. Het wil wel zeggen dat over de gebiedsgerichte activiteiten gesproken en besloten wordt in een gemeentebrede samenhang.

‘Gemeentebreed’ is lastig, omdat er geen centrale spelregel voor is. Het moet steeds opnieuw uitgevonden worden. Maar die ‘last’ is wel productief: er komt een inhoudelijk gesprek op gang tussen gebieden, sectoren en initiatiefnemers van projecten. Daar kan heel veel dynamiek van uitgaan.

Lasten en opbrengsten Laten we in meer detail kijken naar de woz-waardering van de categorie niet-woningen in Voorschoten. We zien het probleem van Voorschoten in een oogopslag terug wanneer we de waarde vergelijken met enkele andere kleinere gemeenten: Aantal inwoners Leiderdorp

27.657

Woz-waarde niet-woning, in miljoenen, volgens CBS, 2020 439

Sliedrecht

26.184

695

Oegstgeest

25.746

449

Voorschoten

25.665

304

Westerveld

19.860

417

Harlingen

16.188

400

Zoeterwoude

9.465

431

In dit rijtje torent Sliedrecht er boven uit: een echte werkgemeente, met veel industrie langs de Merwede. Maar ook het kleine Harlingen heeft een grote lokale economie. Zoeterwoude verbluft; we hebben het er al eerder over gehad. De zakelijke belastingcapaciteit is een van de redenen waarom Zoeterwoude als kleine gemeente kan blijven bestaan. Westerveld is een grote plattelandsgemeente met een omvangrijke toeristische infrastructuur. Leiderdorp heeft het ziekenhuis, de A4-zone en de Baanderij als zwaartepunten. Oegstgeest is net als Voorschoten een woongemeente, maar komt met De Boeg (voormalig MEOB-terrein ) en de overloop van het Leidse sciencepark toch nog aan een redelijke belastingbasis. Overigens zijn deze cijfers van 2020. Heel anders dan de woningmarkt, is de niet-woningmarkt zeer stabiel. Slechts op een paar plaatsen in Nederland is sprake van gestage voortdurende waardestijging 9

(Amsterdam) van het zakelijk vastgoed. Op de meeste plaatsen verandert er weinig van jaar tot jaar. In Voorschoten daalt de som zelfs, zoals we zo gaan zien. Voorschoten moet het dus doen met een kleine economie. Dat maakt zowel de gemeente als de bevolking kwetsbaar. En het is eigenlijk precies het probleem dat je met een ondernemersfonds wilt oplossen: het fonds moet bijdragen aan een sterkere economische basis. De omvang van een ondernemersfonds is een gevolg van de meeropbrengst van de ozb voor nietwoningen waarvoor gekozen wordt. Die keuze is een balans tussen enerzijds de lastendruk – je wilt niet dat ondernemers de extra lasten van het fonds hard in hun portemonnee voelen – en het vermogen om voor een reeks van jaren te werken aan de economische ambities. Stevige ambities zijn nodig in Voorschoten. Het gaat om meer dan alleen promotie of parkmanagement, het gaat om een ‘boost’ voor economie en arbeidsmarkt in de brede zin.

In de praktijk beweegt de balans tussen betaalbaarheid en investeringsvermogen bij nieuwe fondsen zich tussen de 60 en de 100 euro aan extra opbrengst per 100.000 woz-waarde. Het voorstel is om voor Voorschoten wat meer aan de bovenkant van de marge te gaan zitten. We komen dan uit op 95 euro. We laten daar zo de gevolgen van zien. De beperkte omvang van de lokale economie heeft nog een ander gevolg, dat we in onderstaande cijferopstelling duidelijk maken. Sector

WOZ-waarde Non-profit

83.639.000

Horeca, winkels en recreatie

82.387.000

Industrie en zakelijk

75.467.000

Nutsvoorzieningen en overig

7.041.000

Agrarisch

2.724.000

Totaal

251.258.000

Een derde deel van de woz-waarde – en dus ook van de voeding van het fonds – is afkomstig uit de ‘not for profit’. Dat is voor een kleine gemeente veel, ongeveer evenveel als in Leiden. In Leiden zit dat hoge aandeel ‘not for profit’ in de centrumvoorzieningen: universiteit, hogeschool, musea. In Voorschoten zit het in basisvoorzieningen, zoals de zorg. Dat moet ook consequenties hebben voor de werkzaamheden van het fonds. Het is zeer reëel om vanuit het fonds behoeften van de not for profit op te sporen en te adresseren. Nu de detailverdeling van de opbrengst. We geven twee overzichten, de eerste sectoraal, de tweede geografisch.

10

Sector

Opbrengst bij €95 per ton waarde Non-profit 79.500

Horeca, winkels en recreatie

78.200

Industrie en zakelijk

71.700

Nutsvoorzieningen en overig

6.700

Agrarisch

2.600

Totaal

238.700

Overigens komt van de ozb-last in Voorschoten 54% voor rekening van de eigenaar en 46% voor rekening van de gebruikers van het vastgoed. Sinds enige tijd bestaat de wettelijke mogelijkheid om nog veel verder te differentiëren tussen de tarieven voor eigenaar en gebruiker, zelfs tot aan een 100 :0 verhouding. De meerderheid van de gemeenten hanteert op dit moment nog een differentiatie in de ‘range’ van Voorschoten. Het bestrijden van leegstand en het meer aanspreken van eigenaren op hun verantwoordelijkheid zijn twee argumenten waarom gemeenten overwegen om anders naar de tarieven te kijken. Voor het ondernemersfonds is dit in zoverre relevant, dat je technisch gezien de last van het fonds meer bij de eigenaren kunt leggen door de benodigde meeropbrengst van het fonds te halen uit een verhoging van het eigenarentarief.

Nu de geografische herkomst van een meeropbrengst van 95 euro per ton woz-waarde.

Buurt

WOZ-waarde

€95 per ton waarde

Dobbewijk

49.401.000

46.900

Centrum

42.043.000

39.900

Adegeest

35.958.000

34.200

Boschgeest

28.187.000

26.800

Starrenburg

16.673.000

15.800

Noord-Hofland

16.066.000

15.300

Buitengebied

14.288.000

13.600

Krimwijk

11.904.000

11.300

Nassauwijk

11.379.000

10.800

Bijdorp

8.771.000

8.300

Bloemenwijk

8.365.000

8.000

Vlietwijk

8.223.000

7.800 11

Totaal

251.258.000

238.700

Hierboven hebben we aangegeven dat er een dubbel voorbeslag ligt op het fonds: 

Dobbewijk moet in het ondernemersfonds een positie krijgen die financieel tenminste gelijk is aan de huidige BIZ-regeling en qua autonomie en slagkracht een verbetering is ten opzichte van de BIZ. Volgens deze cijferopstelling is dat geen enkel probleem. Mocht er een Ondernemersfonds Voorschoten komen, dan is Dobbewijk verlost van de administratieve druk en de herpeilingen die met een BIZ gepaard gaan Het centrum moet een goede opvolger krijgen voor de reclamebelasting. In deze cijferopstelling is dat niet het geval: de opbrengst vanuit het fonds is lager dan de opbrengst van de huidige reclamebelasting.

We stuiten weer op het probleem van de te kleine economie... Er zijn twee oplossingen denkbaar: Ten eerste: het ondernemersfonds wordt in meerderheid door de eigenaren betaald (via de ozb), de reclamebelasting alleen door de gebruikers. Wanneer er een ondernemersfonds komt, zou de reclamebelasting kunnen blijven bestaan voor een lager tarief. Technisch is het wel te doen om de huidige betalers van de reclamebelasting niet aan hogere lasten te helpen, maar wel de totale opbrengst van de combinatie ‘trekkingsrecht uit ondernemersfonds + reclamebelasting’ te verhogen. Ten tweede: de definitie van ‘centrum’ kan worden verbreed. In onderstaande opstelling hebben we een ring om het centrum gecreëerd: 1. Centrum en - ring: Centrum, Bijdorp, Bloemenwijk, Vlietwijk, Nassauwijk (meeste horeca, winkels en recreatie) 2. Dobbewijk 3. Gemeentebreed: Adegeest, Boschgeest, Krimwijk, Noord-Hofland, Starrenburg (meeste nonprofit). Hieronder laten we de financiële opbrengsten zien, met de voorkeursvariant van 95 euro, een lagere en een hogere variant.

Gebied

WOZ-waarde

€85 per ton

€95 per ton

€105 per ton

Centrumring

78.781.000

67.000

74.800

82.700

Dobbewijk

49.401.000

42.000

46.900

51.900

Gemeentebreed

123.076.000

104.600

117.000

129.200

Totaal

251.258.000

213.600

238.700

263.800

12

13

Als we ernaar kijken zonder gevoeligheden in gebieden en uitsluitend vanuit bewezen successen in andere fondsen, dan komen we uit bij nog een andere variant: alles gemeentebreed, behoudens Dobbewijk. We hebben daar drie argumenten voor: 

Met een budget van meer dan twee ton kan dit grote deel van Voorschoten goed op zoek naar kader, naar gebiedsmanagement en andere kwaliteitsverhogende acties. Er zijn in het land veel voorbeelden van grote en diverse gebieden die toch als eenheid gemanaged worden

Voorschoten is niet zo groot. Als het centrum de pretentie heeft om de huiskamer van Voorschoten te zijn, dan hoort het erbij dat je je vanuit het centrum ook om de rest van het dorp bekommert. In het gesprek tussen ondernemers in heel Voorschoten (minus Dobbewijk) kunnen de centrumondernemers leidend zijn, zeker zolang ze de belangen van de kleinere gebieden ook in acht willen nemen

De ervaring elders in het land (onder meer het al genoemde Sliedrecht) leert dat ‘gemeentebreed’ goed is voor de contacten tussen ondernemers van verschillende origine en voor de creativiteit en effectiviteit van de bestedingen. De combinatie van centrum met ‘gemeentebreed’ kan voor veel nieuwe dynamiek zorgen.

Natuurlijk betekent deze aanpak het nodige voor de ondernemers. COV, OVV en de kleinere ondernemersinitiatieven (zoals de Beethovenlaan) zouden een rol moeten krijgen in de uitwerking. Maar juist de nieuwheid van deze aanpak kan in de aloude context van Voorschoten werken als een ‘creatieve disruptie’.

Hoe kan het gaan werken? Zowel Dobbewijk als het centrum beschikken over een organisatie, een bestuur en een vorm van een werkplan. Zij moeten na invoering van het fonds in eerste instantie ongestoord hun werkzaamheden kunnen voortzetten. De te halen meesterproef zit in het gemeentebrede stuk. We komen in voorlopigheid tot de volgende vragen: 

Dat alle gebieden buiten Dobbewijk (en centrum) in ‘gemeentebreed’ opgaan, wil niet zeggen dat er niets gebiedsgerichts gebeurt. Georganiseerde ondernemers van bijvoorbeeld de Beethovenlaan kunnen zeer wel voorstellen indienen, maar ze hoeven zich niet in een aparte organisatie te organiseren. De meerwaarde om dit soort initiatieven bij gemeentebreed onder te brengen is tweeledig: ten eerste kunnen initiatiefnemers een plan indienen zonder daar een permanente werkstructuur (gebiedsvereniging of stichting ) voor op poten te zetten. Ten tweede kan gekeken worden of initiatieven gebundeld kunnen worden, zodat ze elkaar versterken. Het gezamenlijk huren of kopen door winkeliersverenigingen van feestverlichting, bijvoorbeeld, kan grote kostenvoordelen opleveren

Vanuit ‘gemeentebreed’ wordt aandacht besteed aan professionele behartiging van de belangen van de Voorschotense ondernemers. Bijna alle gemeenten met een ondernemersfonds komen vroeg of laat voor de vraag of ze willen bijdragen aan een lobbyist of belangenbehartiger. Ooit deed de kamer van koophandel dat namens lokale ondernemers maar de kamer laat die taak rusten. Een vereniging als de OVV moeten het sindsdien doen zonder professionele ondersteuning voor politiek of belangenbehartiging. Daar zit een lacune. In het geval van Voorschoten hoeft het zeker niet om een fulltime functionaris te gaan. Het kan 14

wellicht al met een dag per week 

Bijzondere groepen moeten voor het fonds gecommitteerd raken, zoals de zorg. Daar is creativiteit voor nodig

Voorschoten heeft een beleid voor city- of streekmarketing, dat samen met Wassenaar wordt uitgevoerd. De komst van een ondernemersfonds is een logisch moment om deze marketingfunctie tegen het licht te houden. Het fonds verenigt immers heel zakelijk Voorschoten en er is voor het eerst een instantie die kan zorgen voor formulering van doelen en uitingen van de marketing vanuit het verzamelde bedrijfsleven. Nader beraad is nodig over de positionering van de middelen die de gemeente zelf in de marketingfunctie stopt

Er gaan zeker nieuwe, gemeentebrede initiatieven ontstaan, zoals de energietransitie. Een goed op gemeentebreed aanspreekbare partij kan die initiatieven kanaliseren en versnellen

Na verloop van tijd zullen ook Dobbewijk en centrum bij gemeentebreed betrokken worden. Ze kunnen vanuit hu eigen trekkingsrecht financieel bijdragen en meediscussiëren.

Gemeentebreed vergt de inzet van deskundige en nieuwsgierige bestuurders, die een visie hebben op Voorschoten en anderen kunnen inspireren om goede plannen te maken. Een sleutelfactor voor het succes van het fonds is of die mensen te vinden zijn en bereid zijn hun talent aan Voorschoten te besteden, zeker in de pioniersperiode.

Bestuur en governance In de bestuursstijl van ondernemersfondsen zijn verschillende typen te vinden. In het oorspronkelijke Leids model was het bestuur vooral een procesbegeleider. De inhoudelijke voorkeuren en de bestedingen werden volledig bepaald door de partijen met trekkingsrecht. In de loop der jaren is dat wel genuanceerd, met name door de komst van ‘stadsbreed’. Maar dan nog staat het fonds op afstand van de inhoud. Er is een scheiding van de ‘bankiersfunctie’ van het fonds (financiering, toezicht en verantwoording naar de gemeente) en van de inhoudelijke discussies en besluiten. Nieuwere fondsen zoeken een eigen weg. Verschillende kleinere fondsen (Enkhuizen, Westerveld) zijn in een vacuüm gerold: toen ze begonnen, waren er geen ondernemersorganisaties, of alleen onderbezette organisaties. Dat heeft geleid tot zeer actieve fondsbesturen, die ook zelf initiatieven nemen en daar steun voor zoeken. Voor Voorschoten ligt die tweede route voor de eerste jaren meer voor de hand. Zoals boven al opgemerkt, is het al jaren zoeken in Voorschoten naar een gezamenlijke agenda en een geconcentreerde aanpak. Het is mogelijk de achilleshiel van het nieuwe fonds: in Voorschoten staat nog geen particulier initiatief klaar om aan het fonds te gaan bouwen.

Dat kan het gevolg zijn van de hier boven uitvoerig besproken kleine economie, die bovendien vooral een verzorgend karakter heeft (winkels, horeca, zorg). Voor een gebiedsfonds op basis van een reclamebelasting of een BIZ is dat niet zo’n punt. Gebiedsfondsen concentreren zich op directe gebiedsbelangen als promotie, beveiliging en park- of gebiedsmanagement. Daar heb je praktische werkers voor nodig en die zijn ter plekke wel te vinden. Maar voor een fonds met de inzet om het economisch klimaat in de hele gemeente een ‘boost’ te geven, zijn mensen nodig die met enige afstand en op de langere termijn kunnen kijken, bijvoorbeeld zakelijke dienstverleners, culturele ondernemers en ‘not for profit’ ondernemers. Straks is er een 15

financiële positie, maar is er nog steeds te weinig creativiteit, organiserend vermogen en besluitkracht om goede plannen te maken en over de uitvoering te besluiten. Toch is er wel degelijk vrijwilligerskader in het dorp: er zijn bloeiende wijk- en sportverenigingen. Maar juist onder de ondernemers is dat kader dun gezaaid. Op den duur gaat dat goed komen: ondernemersfondsen maken het leuker en gemakkelijker om je als ondernemer voor gezamenlijke activiteiten en belangen in te zetten. Er is geld, er valt iets te besturen. En zodra er professionele ondersteuning wordt aangesteld, is er ook uitvoeringscapaciteit. Maar in de beginperiode is er zeker een afhankelijkheid van een paar actieve bestuurders. Daarom is het voorstel om de eerste paar jaar te werken met een compact bestuur – 3 tot 5 mensen – die niet perse zelf als ondernemer actief zijn in Voorschoten. Ze moeten een binding hebben met het dorp, enthousiast aan het opbouwwerk willen bijdragen in de beginjaren en een hart hebben voor ondernemen, maar kunnen zelf ook afkomstig zijn uit de sport, de cultuur of uit een andere nietcommerciële achtergrond. Dat bestuur gaat zich bezig houden met het begeleiden van het gebruik van het fonds door Dobbewijk en centrum en met de brede ontwikkelopdracht voor gemeentebreed.

Voor de goede orde: de modus in fondsenland is dat bestuurders hun werkzaamheden om niet verrichten, los van onkosten en verzekeringen. Wel is het geaccepteerd dat besturen zich door betaalde krachten kunnen laten bijstaan. Dan gaat het om administratieve capaciteit (financieel beheer), secretariaat en opbouwwerk. Een constante in alle fondsen is dat het bestuur een ‘wederpartij’ moet hebben. In een democratie hoort elke bestuurder iemand of iets te hebben waar tegenaan gepraat wordt. Dat kan een adviesraad zijn, bijvoorbeeld met een samenstelling vanuit de partijen die gebruik maken van het fonds. Leiden beschikt over zo’n adviesraad en die functioneert ook als een informele ‘algemene ledenvergadering’. Ondernemers kunnen daar kennis nemen van plannen en er kunnen inhoudelijke gesprekken geprogrammeerd worden (denktankfunctie). Elders wordt de rol van wederpartij wel ingevuld door een toetsingscommissie, die de bevoegdheid heeft om de jaarrekening vast te stellen. In de loop van het onderzoek moeten meer inzichten en opinies verzameld worden over wat voor Voorschoten een passende aanpak is. Het gaat steeds om de pioniersperiode. Het is goed om daar de tijd voor te nemen, bijvoorbeeld vier jaar. Na de lange voorgeschiedenis is het fair de opbouw niet af te raffelen. Na afloop van die opbouwtijd kan een evaluatie uitwijzen welke wijzigingen in de governance gewenst zijn.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=5b7bff75-1c8f-43ef-adaf-724871780ae7