CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 49 Meicirculaire Gemeentefonds 2025

Gemeenteraad Voorschoten 10 juli 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Kadernota 20262.519 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

49 Informatiebrief Zaaknummer:

Z/25/100539

Documentnummer:

453390

Datum:

1 juli 2025/verzonden 2 juli 2025

Onderwerp:

Meicirculaire Gemeentefonds 2025

Portefeuillehouder:

Wethouder van der Elst

Bijlage(n):

nee

Geachte Raad, Inleiding/samenvatting Op 28 mei jongstleden is de meicirculaire 2025 van het Gemeentefonds gepubliceerd. Op 13 juni is hiervan een gecorrigeerde versie gepubliceerd. Door het moment van verschijnen konden de uitkomsten hiervan niet in de kadernota 2026 worden verwerkt. De voornaamste ontwikkelingen in deze circulaire zijn het bijstellen van het meerjarig accres (de meerjarige groei van het gemeentefonds), meerdere mutaties met betrekking tot jeugd en de afrekening van het BTW-compensatiefonds. Daarnaast is de nieuwe definitie van de maatstaf huishoudens met laag inkomen ingevoerd. De gevolgen van de meicirculaire resulteren voor Voorschoten voor de jaren 2025 t/m 2029 in voordelen (netto) van respectievelijk € 698.000, € 1.750.000, € 1.416.000, € 324.000 en € 779.000. Het effect van 2025 zal verwerkt worden in de najaarsnota 2025, de effecten vanaf 2026 zullen verwerkt worden in de begroting 2026. We zijn ons ervan bewust dat er een groot verschil bestaat tussen het effect van de meicirculaire dat al in de voorjaarsnota 2025 en kadernota 2026 is opgenomen en het uiteindelijke effect. Het extra voordeel noemen wij het netto-effect van de meicirculaire. We realiseren ons dat dit een forse verbetering van het meerjarenbeeld laat zien. Dit is in beginsel natuurlijk gunstig en biedt ons enige financiële ruimte. Tegelijkertijd is het college enigszins terughoudend.

Het is immers onbekend welke financiële gevolgen toekomstige circulaires zullen hebben met mogelijk (forse) negatieve bijstellingen. Het is uitdagend een consistente lijn in de besluitvorming van het Rijk te herkennen.

Pagina 1 van 9

Het bruto verschil tussen de meicirculaire 2025 en de decembercirculaire 2024 is als volgt:

Uitkeringsfactor Ad 1. Accresontwikkeling meicirculaire 2025 In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2025 en verder. De geactualiseerde accresraming is gebaseerd op de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk. De accresraming bestaat uit volumeaccres en accressen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen (LPO-accres). Ad 2. Nominale ontwikkeling meicirculaire 2025 Het voordeel wordt veroorzaakt door het verleggen van het basisjaar van prijspeil 2025 naar prijspeil 2026. In eerdere circulaires werden de inkomsten uit het gemeentefonds in de jaren

Pagina 2 van 9

2026 en verder tegen het prijspeil van 2025 geraamd. Vanaf deze circulaire wordt uitkeringsjaar 2026 en de jaren daarna geraamd tegen prijspeil 2026. Dit levert een voordeel op vanaf 2026. Ad 3. Afrekening BTW-compensatiefonds (BCF) In de septembercirculaire 2024 is een voorschot ontvangen op de afrekening van het BCF. Nu blijkt bij de definitieve afrekening in de meicirculaire 2025 dat de ruimte onder het plafond lager is dan verwacht ten tijde van de septembercirculaire. Deze ruimte wordt onttrokken aan het gemeentefonds en zorgt voor een nadeel. De definitieve afrekening mogen gemeenten vanaf 2026 structureel ramen. Ondanks dat hier sprake is van een nadeel is het BCF niet volledig gebruikt. De verwachte onderuitputting bleek in werkelijkheid te hoog ingeschat te zijn. Ontwikkeling uitkeringsbasis Ad 4. Hoeveelheidsverschillen + Ad 5. Ontwikkeling uitkeringsbasis De berekening van de algemene uitkering bestaat uit een vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (aantal x prijs per eenheid). De som van deze producten wordt de uitkeringsbasis genoemd. Aanpassingen op het aantal of het gewicht zorgen voor een verschil ten opzichte van eerdere ramingen. Dit worden ook wel de hoeveelheidsverschillen genoemd. In deze circulaire zitten zowel aanpassingen op de aantallen als de gewichten.

De afwijking door mutaties in het aantal eenheden per maatstaf worden hoofdzakelijk veroorzaakt door maatstaven gerelateerd aan het aantal inwoners, de bedrijfsvestigingen en het aantal huishoudens met laag inkomen. Op het aantal huishoudens met laag inkomen zal later in de informatiebrief verder ingegaan worden. Taakmutaties Ad 6. Demping terugval gemeentefonds Door het Rijk wordt landelijk structureel € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor demping van de terugval van het gemeentefonds in 2026. Hierbij moet worden opgemerkt dat het Rijk dit niet als algemene mutatie ziet, maar als een mutatie met betrekking tot jeugd. Hierdoor wordt het geld verdeeld via het cluster jeugd, waardoor de verdeling over de gemeenten anders plaatsvindt dan bij een algemene mutatie. Ad 7. Tekorten voor rekening Rijk De deskundigencommissie Van Ark heeft in haar advies benoemd dat het Rijk en de gemeenten de tekorten op jeugd gelijk zouden moeten verdelen. Het Rijk geeft hieraan gehoor en komt nu met compensatie. Landelijk wordt structureel € 414 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit de helft van het tekort van 2024

Pagina 3 van 9

betreft. Hoeveel het tekort van 2025 zal worden, en hoe het Rijk hiermee omgaat moet nog blijken. Ad 8. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda jeugd wordt verzacht. De huidige verwachting van het Rijk is dat de volledige besparing van de Hervormingsagenda in 2028 wordt gerealiseerd. Om dit ingroeipad te realiseren stelt het Rijk landelijk € 498 miljoen beschikbaar in 2026 en € 447 miljoen in 2027. Ad 9. Eigen bijdrage jeugdzorg Door het Rijk is bepaald dat per 1 januari 2028 een eigen bijdrage wordt ingevoerd voor jeugdzorg. Deze maatregel moet landelijk jaarlijks € 260 miljoen opleveren. Omdat gemeenten de eigen bijdrage zullen innen wordt € 260 miljoen uit het gemeentefonds onttrokken. Deze post mag, gezien de onzekerheid rondom invoering, van de provinciaal toezichthouder budgettair neutraal opgenomen worden. Dit houdt in dat gemeenten hogere baten op jeugd opnemen als tegenhanger van lagere baten in het gemeentefonds. Ad 10. Sturen op trajectduur jeugdzorg Het Rijk en de gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe beter gestuurd kan worden op trajectduur. Deze maatregel moet landelijk jaarlijks € 68 miljoen opleveren. Deze post mag net zoals de eigen bijdrage jeugdzorg van de provinciaal toezichthouder budgettair neutraal opgenomen worden.

Dit houdt in dat gemeenten lagere lasten op jeugd opnemen als tegenhanger van lagere baten in het gemeentefonds. Ad 11. Indexeren opbrengst Hervormingsagenda De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is ingeboekt in prijs- en volumepeil 2019. Aangezien prijs en volume zijn gestegen sinds 2019 veronderstelt het Rijk dat er nu sprake zou zijn van een hogere besparing. De omvang van deze extra besparing, als gevolg van indexatie, bedraagt landelijk jaarlijks € 507 miljoen vanaf 2028. Ad 12. Hervormingsagenda Jeugd, Aanvullende Post (AP) Het Rijk heeft op de zogenoemde Aanvullende Post van het ministerie van Financiën middelen gereserveerd staan voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat landelijk om € 356 miljoen in 2026 variërend tot € 342 miljoen in 2030. Nu in deze circulaire door het Rijk veel zaken rondom jeugd zijn verwerkt kunnen deze middelen vanaf de Aanvullende Post overgeboekt worden naar de algemene uitkering. Gemeenten hadden voor deze middelen al stelposten opgenomen. Die kan hiermee komen te vervallen, per saldo is daardoor het effect van deze mutatie beperkt.

Pagina 4 van 9

Ad 13. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo In de Voorjaarsnota 2023 van het Rijk is besloten dat per 1 januari 2026 het abonnementstarief binnen de Wmo wordt afgeschaft. In plaats daarvan komt de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. Hiervoor wordt momenteel nog een wetsvoorstel voorbereid. De inwerktreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027. Concreet betekent dit dat voor het Rijk de besparing van € 225 miljoen op het gemeentefonds voor het jaar 2026 vervalt. Deze wordt in deze circulaire weer toegevoegd aan het gemeentefonds. Per 2026 is rekening gehouden in de begroting met extra baten als gevolg van de eigen bijdrage. Nu de eigen bijdrage een jaar is uitgesteld dienen deze extra baten ook te vervallen. Per saldo is daardoor het effect van deze mutatie beperkt. Ad 14. Wmo hulpmiddelen Hulpmiddelen die voorheen vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) werden gefinancierd worden nu vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gefinancierd. Om eventueel optredende meerkosten te dekken stelt het Rijk landelijk € 10 miljoen beschikbaar in 2026. Ad 15. IBO Problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Voor 2025 worden voor het onderdeel vroegsignalering middelen toegevoegd aan het gemeentefonds. Dit gaat landelijk om € 18,7 miljoen. Ad 16.

Overige taakmutaties Dit betreft alle taakmutaties met een effect van minder dan € 10.000. Integratie-uitkeringen (IU’s)/ decentralisatie-uitkeringen (DU’s) en suppletieuitkeringen (SU’s) Ad 17. Invoeringskosten/ Uitvoeringskosten omgevingswet In de raadsinformatiebrief van de meicirculaire 2024 is gemeld dat voor uitkeringsjaar 2025 nog ruim € 80 miljoen gereserveerd staat op de Aanvullende Post ten behoeve van de Omgevingswet. Dit wordt in deze circulaire toegevoegd aan de algemene uitkering. Het Rijk stelt dat met dit geld gemeenten ervoor kunnen zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Ad 18. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens getroffen door alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Hiervoor wordt door het Rijk geld beschikbaar gesteld middels de decentralisatie-uitkering alleenverdienersproblematiek. Landelijk is voor 2025 € 25,4 miljoen beschikbaar gesteld.

Pagina 5 van 9

Ad 19. Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de loon- en prijsbijstelling 2025. Daarnaast wijzigt de verdeling van de bedragen per gemeente. Dit wordt veroorzaakt door een actualisatie van de verdeling van middelen voor de wet sociale werkvoorziening (WSW). Ook worden twee beleidsmatige toevoegingen gedaan, dit gaat om een nieuw structureel budget voor de sociale infrastructuur en een incidentele compensatie voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel voor gedetacheerden in de WSW. Verder zijn de drempelbedragen in de verdeling van middelen voor beschut werk aangepast. Deze aanpassingen samen leiden tot de nieuwe omvang van de integratie-uitkering per gemeente. Ad 20. Overige IU’s, DU’s en SU’s Dit betreft alle integratie-uitkeringen, decentralisatie-uitkeringen en suppletie-uitkeringen met een effect van minder dan € 10.000. WOZ Ad 21. WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven In de meicirculaire wordt de jaarlijkse aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb doorgevoerd. Daarbij wordt rekening gehouden met de landelijk gemiddelde waardeontwikkeling én de landelijk gemiddelde tariefstijging als gevolg van inflatie. Het Rijk verwacht dat de WOZ-waarden van woningen en niet-woningen landelijk gemiddeld zullen stijgen met respectievelijk 10,5% en 2,0%.

Daarnaast verwacht het Rijk dat gemeenten hun tarieven gemiddeld met 4,2% zullen verhogen vanwege de inflatie. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden, eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen. Het rekentarief voor woningen is in deze circulaire naar boven bijgesteld, het rekentarief voor niet-woningen naar beneden. Voor de algemene uitkering geldt hoe hoger de WOZ-waarde, hoe harder een gemeente gekort wordt op de algemene uitkering via de WOZ. In deze circulaire zijn ook de (verwachte) WOZ-waardes verhoogd ten opzichte van de eerdere ramingen. Dit leidt dus tot een hogere korting op de algemene uitkering. Stelposten Ad 3. Afrekening BTW-compensatiefonds (BCF) Onder ad 3. is vermeld dat de afrekening van het BCF over het jaar 2024 structureel geraamd mag worden vanaf 2026. Omdat de afrekening over 2024 lager uitvalt dan de afrekening over 2023 is nu sprake van een negatieve bijstelling van de stelpost.

Pagina 6 van 9

Ad 12. Aanvullende middelen Jeugdzorg Voor de toelichting op de stelpost Aanvullende middelen Jeugdzorg wordt u verwezen naar ad 12. Ad 22. Maatschappelijke begeleiding statushouders Dit betreft de middelen voor de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Per persoon wordt € 2.370 ontvangen. De middelen worden ontvangen voor jaar t-1, de middelen in deze circulaire hebben dus betrekking op 2024. Voorschoten heeft € 0 ontvangen, de stelpost die hiervoor wordt aangehouden is hierop aangepast. Ad 23. Herverdeeleffect gemeentefonds Het Rijk heeft besloten in 2026 een pauze van één jaar in te lassen voor de verdere voortgang van de effecten van de herverdeling van het Gemeentefonds. Dit betekent dat de herverdeling pas in 2027 verder ingevoerd wordt. Hiermee kan de opgenomen stelpost in 2026 vervallen. De stappen van de herverdeling hebben een structureel effect. Wanneer in enig jaar de herverdeling pauzeert of wijzigt leidt dit dus tot structurele mutaties. Mutaties met gevolgen voor de uitgaven Het in de eerste tabel berekende bruto effect voortkomend uit de meicirculaire 2025 dient gecorrigeerd te worden voor verschillende posten. In zowel de voorjaarsnota 2025 als de kadernota 2026 is al rekening gehouden met een nadeel door de definitiewijziging van de maatstaf huishoudens met laag inkomen.

Verder is in de kadernota rekening gehouden met extra inkomsten als gevolg van het verleggen van het basisjaar en met de actualisatie van de stelpost herverdeeleffect gemeentefonds. Verder zal voor één taakmutatie (IBO Problematische schulden) en een drietal integratie-uitkeringen/ decentralisatie-uitkeringen (Participatie, alleenverdienersproblematiek en Uitvoeringskosten omgevingswet) gelijke lasten worden geraamd. Voor de taakmutaties ‘Eigen bijdrage jeugdzorg’ en ‘sturen op trajectduur jeugdzorg’ zullen stelposten opgenomen worden zodat deze voor de gemeente budgettair neutraal zijn. Voor de taakmutatie ‘Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo’ zullen de opgenomen extra baten vervallen. Dit leidt tot het volgende netto effect van de meicirculaire:

Pagina 7 van 9

Meerjarenperspectief Verwerking van het netto resultaat resulteert in het volgende meerjarenperspectief:

De effecten van de meicirculaire 2025 worden integraal verwerkt in de najaarsnota 2025 en de begroting 2026. Maatstaf huishoudens met lage inkomens In de meicirculaire 2025 is bevestigd dat gebruik wordt gemaakt van een nieuwe definitie met betrekking tot de maatstaf huishoudens met lage inkomens. Op basis van deze nieuwe definitie wordt voortaan gebruik gemaakt van een gemiddelde, de waarde van 2025 zal gebaseerd worden op het gemiddelde van 2022 en 2023. Vanaf 2026 zal gebruik gemaakt worden van een driejaarsgemiddelde van 2022, 2023 en 2024. Uit actualisatie blijkt dat het nadeel zoals gemeld in de Nota van Wijzigingen zich voordoet. Voor uitkeringsjaar 2025 werd een nadeel van € 885.000 verwacht, dit is € 887.000 geworden, voor uitkeringsjaar 2026 werd een nadeel van € 523.000 verwacht, dit is uitgekomen op € 524.000. Ondanks dat de meicirculaire de nieuwe definitie van deze maatstaf bevestigd, blijft de berekening hiervan onzeker. Dit komt doordat de te hanteren aantallen bij deze maatstaf erg lastig zijn in te schatten, en het Rijk deze afrondt op honderdtallen. Een mutatie van het aantal lage inkomens vindt dus plaats met minimaal + of -/- 100. Met het zeer zware gewicht behorende bij de maatstaf kan de kleinst mogelijke mutatie dus al leiden tot een groot effect. Dit leidt ertoe dat de maatstaf zeer voorzichtig ingeschat wordt.

Pagina 8 van 9

Actualiteiten Waar het, inmiddels demissionair, kabinet sprak van miljarden extra voor gemeente ten tijde van de voorjaarsnota is nu duidelijk dat dit vooral eenmalige oplossingen zijn voor de jaren 2026 en 2027. Vooral voor jeugd worden nieuwe plannen vanaf 2028 in de circulaires verwerkt zonder dat hier veel onderbouwing voor gegeven wordt. Hierbij kan gedacht worden aan de eigen bijdrage en de trajectduur. Het ravijn lijkt hiermee te verschuiven van 2026 naar 2028, maar is nog niet opgelost. De VNG blijft hierover in gesprek met het Rijk. Naast het ravijnjaar zijn er meer zaken waar de VNG en het Rijk niet op één lijn liggen, hierbij kan worden gedacht aan de nieuwe berekeningswijze voor taakwijzigingen of de systematiek van accresbepaling. Gezien de aankomende verkiezingen wordt op korte termijn geen duidelijkheid verwacht.

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

E.A. van Wattingen,

mw. drs. N. Stemerdink,

gemeentesecretaris

burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=9d1e5618-8323-4b90-adc0-035fdb917577