Informatiebrief 42 meicirculaire gemeentefonds 2024
Tekst van het document
Nr. 42 Informatiebrief Zaaknummer:
Z/24/087007
Documentnummer:
400930
Datum:
18 juni 2024 verzonden: 18 juni 2024
Onderwerp:
Meicirculaire Gemeentefonds 2024
Portefeuillehouder:
Wethouder van der Elst
Bijlage(n):
nee
Geachte Raad, Inleiding/samenvatting Op 27 mei jongstleden is de meicirculaire 2024 van het Gemeentefonds gepubliceerd. Door het moment van verschijnen konden de uitkomsten hiervan niet in de kadernota 2025 worden verwerkt. De voornaamste ontwikkelingen in deze circulaire zijn het bijstellen van het meerjarig accres ( de meerjarige groei van het gemeentefonds), de vervroegde invoering van de nieuwe financieringssystematiek, het schrappen van de oploop van de opschalingskorting en de afrekening van het BTW-compensatiefonds. Er is in deze circulaire geen nieuwe informatie ontvangen over de herijking van het gemeentefonds. De gevolgen van de meicirculaire resulteren voor Voorschoten in de jaren 2024 en 2025 in nadelen (netto) van respectievelijk € 519.000 en € 1.104.000. Voor 2026 tot en met 2028 resulteert de circulaire in voordelen (netto) van respectievelijk € 211.000, € 26.000 en € 433.000. Het effect van 2024 zal verwerkt worden in de najaarsnota 2024, de effecten vanaf 2025 zullen verwerkt worden in de begroting 2025.
Pagina 1 van 7
Het bruto verschil tussen de meicirculaire 2024 en de decembercirculaire 2023 is als volgt:
Uitkeringsfactor Ad 1. Accresontwikkeling meicirculaire 2024 In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2024 en verder. De geactualiseerde accresraming is gebaseerd op de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk. Verder is de nieuwe financieringssystematiek op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) vervroegd ingevoerd. Dit leidt tot lagere accressen dan de accressen die in de septembercirculaire 2023 werden gepresenteerd. Ad 2. Nominale ontwikkeling meicirculaire 2024 Het voordeel wordt veroorzaakt door het verleggen van het basisjaar van prijspeil 2024 naar prijspeil 2025. In eerdere circulaires werden de inkomsten uit het gemeentefonds in de jaren 2025 en verder tegen het prijspeil van 2024 geraamd. Vanaf deze circulaire wordt uitkeringsjaar 2025 en de jaren daarna geraamd tegen prijspeil 2025. Dit levert een voordeel op vanaf 2025.
Pagina 2 van 7
Ad 3. Schrappen oploop opschalingskorting De verdere oploop van de opschalingskorting wordt vanaf 2026 structureel geschrapt. Dit resulteert voor het gemeentefonds in een voordeel van € 675 miljoen. Ad 4. Compensatie vervroegd invoeren BBP Zoals vermeld onder ad 1. wordt de nieuwe financieringssystematiek met indexatie op basis van het bbp vervroegd ingevoerd. Dit leidt tot lagere accressen voor de jaren 2024 tot en met 2028. Voor 2024 wordt dit volledig gecompenseerd en voor 2025 voor circa 50%, voor 2025 resteert hierdoor een tekort van € 675 miljoen. Voor de jaren 2026 tot en met 2028 vindt compensatie plaats zodat uiteindelijk voor de gemeenten een positief saldo resulteert van € 675 miljoen. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag van het schrappen van de oploop van de opschalingskorting. Ad 5. Afrekening BTW-compensatiefonds (BCF) In de septembercirculaire 2023 is een voorschot ontvangen op de afrekening van het BCF. Nu blijkt bij de definitieve afrekening in de meicirculaire dat de ruimte onder het plafond hoger is dan verwacht. Deze ruimte wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en zorgt voor een voordeel. De definitieve afrekening mogen gemeenten vanaf 2025 structureel ramen. Voorheen werd deze stelpost, vanwege voorzichtigheid, meegenomen voor 50%. In de kadernota wordt deze stelpost vanaf heden voor 100% van de toegestane waarde geraamd.
Ontwikkeling uitkeringsbasis Ad 6. Hoeveelheidsverschillen + Ad 7. Ontwikkeling uitkeringsbasis De berekening van de algemene uitkering bestaat uit een vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (aantal x prijs per eenheid). De som van deze producten wordt de uitkeringsbasis genoemd. Aanpassingen op het aantal of het gewicht zorgen voor een verschil ten opzichte van eerdere ramingen. Dit worden ook wel de hoeveelheidsverschillen genoemd. In deze circulaire zitten zowel aanpassingen op de aantallen als de gewichten. De afwijking door mutaties in het aantal eenheden per maatstaf worden hoofdzakelijk veroorzaakt door een aanpassing van verschillende maatstaven waarbij het aantal inwoners een rol speelt. Voor 2024 werd ten opzichte van 2023 een stijging van het totaal inwoners verwacht. Deze stijging is echter uitgebleven, er is sprake van een daling van de inwoners. Dit leidt tot een structureel nadeel.
Pagina 3 van 7
Taakmutaties Ad 8. Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden In 2023 zijn incidenteel middelen beschikbaar gesteld via het gemeentefonds voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden. In deze circulaire worden deze middelen structureel toegevoegd aan het gemeentefonds. Ad 9. Werkdrukverlaging jeugdhulpbescherming In oktober 2023 is een bestuurlijk akkoord gesloten tussen het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de VNG over het verlagen van werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen. Het ministerie van JenV draagt structureel jaarlijks € 30 miljoen bij. Ad 10. Vrijval reservering compensatieregelingen Voogdij 18+ In de meicirculaire 2022 is de integratie-uitkering Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering. Een deel van de middelen, € 32,1 miljoen, is toen niet overgeheveld maar gereserveerd voor eventueel toe te kennen compensatieregelingen. Deze middelen worden nu vanaf 2025 alsnog overgeheveld naar de algemene uitkering. Ad 11. Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Voor het verlenen van de specifieke uitkering compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg in 2024 wordt een uitname van € 60 miljoen uit het gemeentefonds gerealiseerd.
Vanuit de algemene uitkering wordt € 27,9 miljoen overgeboekt, het restant van € 32,1 miljoen voor 2024 wordt overgeboekt uit de vrijval reservering compensatieregelingen voogdij 18+ (ad 10.). Ad 12. Besparingsverlies jeugd In het coalitieakkoord Rutte IV is een besparing in het kader van Jeugdzorg opgenomen voor 2025 van € 500 miljoen, dit is een verantwoordelijkheid van het Rijk. Gemeenten krijgen hierdoor minder middelen voor jeugd, hier staat echter tegenover dat gemeenten ook rekening mogen houden met een lastenbesparing op jeugd. Per saldo is deze mutaties dus budgettair neutraal. De geraamde besparing voor 2025 kan niet gerealiseerd worden, hierom wordt voor 2025 incidenteel € 500 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering. Dit leidt er wel toe dat de gemeenten de lasten van jeugd met eenzelfde bedrag moeten verhogen. Per saldo is deze mutatie budgettair neutraal.
Pagina 4 van 7
Ad 13. Landelijke Vreemdelingen Voorziening Het pilotprogramma Landelijke Vreemdelingen Voorziening is verlengd tot en met 31 december 2024. Een gedeelte van de kosten van de pilot worden bekostigd door een uitname uit het gemeentefonds. In deze circulaire zit de uitname van de middelen voor de jaren 2023 en 2024 verwerkt. In 2023 is geen uitname geweest uit het gemeentefonds, dit gebeurt hiermee alsnog. Ad 14. Overige taakmutaties Dit betreft alle taakmutaties met een effect van minder dan € 10.000. Integratie-uitkeringen (IU’s)/ decentralisatie-uitkeringen (DU’s) en suppletieuitkeringen (SU’s) Ad 15. Uitvoeringskosten omgevingswet Zoals gemeld in de decembercirculaire 2023 staat er op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën voor 2024 en 2025 geld gereserveerd ten behoeve van de omgevingswet. In deze circulaire wordt hiervan € 71,5 miljoen uitgekeerd. Voor 2025 staat nog ruim € 80 miljoen gereserveerd op de aanvullende post, dit wordt in een latere circulaire toegevoegd aan de algemene uitkering. Ad 16. Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de loon- en prijsbijstelling 2024. Daarnaast wijzigt de verdeling van de bedragen per gemeente. Dit wordt veroorzaakt door een actualisatie van de verdeling van WSW-middelen. Verder zijn de drempelbedragen in de verdeling van middelen voor beschut werk aangepast.
Deze aanpassingen samen leiden tot de nieuwe omvang van de integratie-uitkering per gemeente. Ad 17. Overige IU’s, DU’s en SU’s Dit betreft alle integratie-uitkeringen, decentralisatie-uitkeringen en suppletie-uitkeringen met een effect van minder dan € 10.000. WOZ Ad 18. WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven In de meicirculaire wordt de jaarlijkse aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb doorgevoerd. Daarbij wordt rekening gehouden met de landelijk gemiddelde waardeontwikkeling én de landelijk gemiddelde tariefstijging als gevolg van inflatie. Het Rijk verwacht dat de WOZ-waarden van woningen en niet-woningen landelijk gemiddeld zullen stijgen met respectievelijk 3,5% en 1,25%. Daarnaast verwacht het Rijk dat gemeenten hun tarieven gemiddeld met 6,3% zullen verhogen vanwege de inflatie.
Pagina 5 van 7
Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden, eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen. Het rekentarief is in deze circulaire naar boven bijgesteld, dit leidt tot een nadeel voor Voorschoten. Voor de algemene uitkering geldt hoe hoger de WOZ-waarde, hoe harder een gemeente gekort wordt op de algemene uitkering via de WOZ. In deze circulaire zijn ook de (verwachte) WOZ-waardes verhoogd ten opzichte van de eerdere ramingen. Dit leidt dus tot een hogere korting op de algemene uitkering. Stelposten Ad 5. Vrijval BCF Voor de toelichting op het BCF en de stelpost wordt u verwezen naar ad 5. Ad 19. Maatschappelijke begeleiding statushouders Dit betreft de middelen voor de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Per persoon wordt € 2.370 ontvangen. De middelen worden ontvangen voor jaar t-1, de middelen in deze circulaire hebben dus betrekking op 2023. Voorschoten heeft € 2.370 ontvangen, dit komt overeen met één persoon. De stelpost die hiervoor wordt aangehouden is bijgesteld op basis van deze ontvangst en staat nu meerjarig op € 2.370. Ad 20. Lagere uitkeringsfactor Omdat het Rijk in de decembercirculaire 2023 foutieve uitkeringsfactoren had opgenomen was ter correctie hiervan een stelpost opgenomen. Nu de foutieve uitkeringsfactoren in de meicirculaire zijn gecorrigeerd kan deze stelpost vervallen. Ad 21.
Jeugdzorg De extra te ontvangen middelen voor jeugdzorg worden voor het uitkeringsjaar 2028 voor 75% meegenomen ten opzichte van de 100% van 2027. Reden hiervoor is dat door de toezichthouder nog niet is vastgesteld of deze post al voor 100% meegenomen mag worden. Mutaties met gevolgen voor de uitgaven Het in de eerste tabel berekende bruto effect voortkomend uit de meicirculaire 2024 dient gecorrigeerd te worden voor verschillende posten. In de kadernota 2025 is al rekening gehouden met extra inkomsten als gevolg van het verleggen van het basisjaar en met bijstelling van de stelpost voor extra jeugdmiddelen. Verder zullen voor een tweetal taakmutaties (Werkdrukverlaging jeugdbescherming en Besparingsverlies jeugd) en een tweetal integratieuitkeringen/ decentralisatie-uitkeringen (Participatie en Uitvoeringskosten omgevingswet) gelijke lasten worden geraamd. Dit leidt tot het volgende netto effect van de meicirculaire:
Pagina 6 van 7
Meerjarenperspectief Verwerking van het netto resultaat resulteert in het volgende meerjarenperspectief:
De effecten van de meicirculaire 2024 worden integraal verwerkt in de najaarsnota 2024 en de begroting 2025. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
E.A. van Wattingen,
drs. N. Stemerdink,
gemeentesecretaris
burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.
Pagina 7 van 7