CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 40 tractiebeheerplan

Gemeenteraad Voorschoten 4 juli 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrieven van het College van B&W8.161 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

040

Informatiebrief

Zaaknummer:

Z-23/081886

Documentnummer:

388698

Datum:

dinsdag 18 juni 2024

Onderwerp:

Tractiebeheerplan gemeente Voorschoten

Portefeuillehouder:

Wethouder Schokker

Bijlage(n):

Tractiebeheerplan gemeente Voorschoten

Verzonden dinsdag 18 juni 2024

Geachte Raad, Op 18 juni 2024 heeft het college het Tractiebeheerplan gemeente Voorschoten 2024-2028 vastgesteld. Hierover willen wij u met deze raadsinformatie brief informeren. Bij diverse activiteiten van de gemeente Voorschoten, zoals onderhoud van de openbare ruimte, facilitaire en toezichtstaken wordt tractie ingezet. Het totale wagenpark bestaat uit 71 tractiemiddelen en heeft in 2024 een totale nieuwwaarde van circa € 4.500.000. Tractie kan worden onderverdeeld in de categorieën; personenwagens, bedrijfswagens, vrachtwagens en overige tractie. Onder de categorie ‘overige tractie’ vallen onder andere fietsen, tractoren, aanhangers, strooimaterieel, containers een veegmachine en een (onkruid)borstel-machine. Voor het inzichtelijk maken van de vervanging van tractie, jaarlijkse exploitatiekosten en toekomstige ontwikkelingen, is voor de komende planperiode 2024 -2028 een beheerplan opgesteld. Uitgangspunt is een dynamische beheer gebaseerd op de technische staat, functionaliteit en duurzaamheid van de tractiemiddelen. Vervanging vindt daardoor niet plaats op vastgestelde momenten. De investeringen en exploitatiekosten die nodig zijn voor vervanging, uitbreiding, verduurzaming en onderhoud van de tractiemiddelen blijven binnen de daarvoor beschikbaar gestelde budgetten.

De gemeentelijke taken zijn divers, zoals afvalinzameling, handhaving en straatreiniging en daardoor zijn ook de tractiemiddelen uiteenlopend van aard. Een total cost of ownership (TCO) per voertuig is nodig voor een duidelijk beeld over effectiviteit en efficiëntie. Samenwerking in de regio biedt kansen, bijvoorbeeld als technische specificaties van tractiemiddelen bij de afvalinzameling regionaal zijn afgestemd, kan uitwisseling bij calamiteiten of storingen eenvoudiger geregeld worden. Ook biedt het mogelijkheden om over- en ondercapaciteit uit te wisselen en daarmee tractie efficiënter in te zetten.

Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G

Duurzaamheid Het verduurzamen van tractie is een belangrijke ontwikkeling en kan in sommige gevallen een conflict geven met bedrijfsvoering, omdat een duurzaam voertuig met (grote) beperkingen in de bedrijfsvoering niet gewenst is. Daarom moet gezocht worden naar een balans tussen bedrijfszekerheid, bedrijfsmatige inzet, duurzaamheid en kosten. Financiën Het tractiebeheerplan en de onderzoeken naar verduurzaming worden door de eigen organisatie uitgevoerd binnen de beschikbare budgetten. Mogelijke financiële consequenties die voortkomen uit het tractiebeheerplan worden opgenomen in de Planning & Control cyclus. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

E.A. van Wattingen,

drs. N. Stemerdink,

gemeentesecretaris

burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 2 van 2

Tractiebeheerplan gemeente Voorschoten 2024-2028

Inhoud 1 Inleiding ..........................................................................................................................................1 1.1Algemeen ................................................................................................................................................. 1 1.2 Doel van het beheerplan ......................................................................................................................... 1 1.3 Relatie met andere (beleids)plannen ...................................................................................................... 1 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................... 2

2 (Bestuurlijke) samenvatting .........................................................................................................3 2.1 Onderzoekspunt ..................................................................................................................................... 3 2.1.1 Duurzaamheid ..................................................................................................................................... 3

3 Korte terugblik en trends ..............................................................................................................3 3.1 Korte terugblik ........................................................................................................................................ 3

3.2 Trends .........................................................................................................................................4 3.2.1 Areaaluitbreiding .................................................................................................................................. 4 3.2.2 Afvalinzameling.................................................................................................................................... 4 3.2.3 Belastingen .......................................................................................................................................... 4 3.2.4 Verzekeringen...................................................................................................................................... 5 3.2.5 Prijsontwikkeling .................................................................................................................................. 5 3.2.6 Eigen beheer, uitbesteden werk .......................................................................................................... 5 3.2.7 Risico’s ................................................................................................................................................ 5

4 Het materieel ..................................................................................................................................5 4.1 Categorieën ............................................................................................................................................ 5 4.2 Vervangingen planperiode ...................................................................................................................... 6 4.3 Dynamisch tractiebeheer ......................................................................................................................... 6

5 Gehanteerde uitgangspunten ......................................................................................................8 5.1 Wettelijk kader ........................................................................................................................................ 8 5.2 Afschrijvingsmethode en –termijnen ....................................................................................................... 8 5.3 Kosten doorbelast naar producten .......................................................................................................... 9

6 Duurzaamheid ...............................................................................................................................9 6.1 Duurzame en maatschappelijke overwegingen ....................................................................................... 9 6.2 Duurzamer door verlengde gebruiksduur .............................................................................................. 10 6.3 Brandstof ............................................................................................................................................... 10 6.4 Waterstof ............................................................................................................................................... 10

7 Exploitatielasten tractiebeheer ..................................................................................................11 7.1 Exploitatiekosten................................................................................................................................... 11 7.2 Financiering, kapitaallasten .................................................................................................................. 11 7.3 Onderhoudskosten ............................................................................................................................... 11 7.4 Verzekeringen ...................................................................................................................................... 12 7.5 Belastingen ........................................................................................................................................... 12 7.6 Brandstoffen ......................................................................................................................................... 13 7.7 Inkoop ................................................................................................................................................... 14

7.8 Afstoot .................................................................................................................................................. 14 7.9 Track & Trace ....................................................................................................................................... 14 7.10 Algemeen tractiebeheer ...................................................................................................................... 14

8 Samenwerking .............................................................................................................................15 8.1 Samenwerking ...................................................................................................................................... 15 8.1.1 Inzet personeel en materieel ............................................................................................................. 15 8.1.2 Werkplaats ......................................................................................................................................... 15 8.1.3 Kennisuitwisseling ............................................................................................................................. 15

9 Conclusie en aanbevelingen ......................................................................................................15 Bijlagen ............................................................................................................................................17 Bijlage 1 tractiemiddelen.............................................................................................................................. 17 Bijlage 2 Lijst van gebruikte afkortingen ..................................................................................................... 18

1 Inleiding 1.1 Algemeen Sinds de ambtelijke Werkorganisatie Duivenvoorde voor de gemeenten Voorschoten en Wassenaar eind 2021 is opgeheven, wordt het tractiebeheer van de gemeente Voorschoten weer zelfstandig uitgevoerd. De gemeente beschikt over tractiemiddelen (voertuigen en werkmaterieel) die worden ingezet voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte, facilitaire- en toezichtstaken en transport. De tractiemiddelen bestaan uit 71 stuks en hebben een totale nieuwwaarde van ongeveer € 4.500.000. De laatste jaren is er sprake van dynamische vervanging van voertuigen en werkmaterieel gebaseerd op de technische staat, het gebruik en vervanging voor een duurzamer model. Een meer dynamisch vervangmoment ten opzichte van een hard vastgesteld vervangmoment is niet alleen duurzamer maar ook kostentechnisch voordeliger. Met een dynamische werkwijze kan flexibel worden ingespeeld op wijzigingen in de bedrijfsvoering. In dit beheerplan is de dynamische vervanging bepaald, samen met de beheeraspecten en de te verwachte ontwikkelingen. Daarmee is dit plan meer dan een vervangingsplan. Zonder voertuigen en werkmaterieel is het beheren en onderhouden van de openbare ruimte en het uitvoeren van gemeentelijke taken in eigen beheer niet mogelijk. Uitgangspunt is en blijft dat deze bedrijfsvoering (kosten)efficiënt en effectief georganiseerd wordt.

Sinds 2019 worden de jaarlijkse kosten per voertuig gedetailleerd inzichtelijk gemaakt en vindt vervanging per voertuig plaats op basis van kosten in de vorm van “Total Cost of Ownership” (TCO), temeer tractiebeheer volgend en faciliterend is bij de bedrijfsvoering. Het beheerplan “Tractiebeheerplan gemeente Voorschoten” heeft een looptijd van 5 jaar (2024 tot 2028). Jaarlijks zal binnen de P&C cyclus een actualisatie worden aangeboden van de vervangingsopgave als gevolg van de inzichten op dat moment. Daarbij wordt veranderende techniek, eventueel veranderende bedrijfsvoering en de effecten van politieke keuzes, die door de gemeente Voorschoten worden gemaakt, meegewogen.

1.2 Doel van het beheerplan Het doel is een actueel inzicht te geven in de kostenopbouw en investeringen om het wagenpark en aanverwant werkmaterieel, zowel technisch als financieel, op peil te houden. Dit in relatie tot de vastgestelde gemeentelijke begroting. Tevens zal dit beheerplan aangeven welke zaken nader belicht worden met betrekking tot het huidige beheer van de tractie en toekomstige zienswijze. Denk daarbij aan financieringswijze, duurzaamheid, risicobeheersing en mogelijke samenwerking met andere partijen.

1.3 Relatie met andere (beleids)plannen Dit beheerplan heeft een indirect verband met de gemeentelijke beheerplannen voor de openbare ruimte en met de manier waarop in praktische zin invulling wordt gegeven aan het groenonderhoud, civieltechnisch onderhoud, de reiniging, de afvalinzameling, de inzet van boa’s, de bodes enzovoort. Tractiebeheer kan bijdragen aan de huidige en toekomstige duurzaamheidsambities van de gemeente. De voorgestelde initiatieven komen overeen met de beleidsnotitie Lokale Energie Strategie (LES) en dragen bij aan de daarin genoemde ambities voor energietransitie.

1

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 de bestuurlijke voorstellen en ontwikkelpunt elektrificatie. Hoofdstuk 3 een terugblik, trends en ontwikkelingen. Hoofdstuk 4 en 5 geven een beschrijving van de uitgangspunten waarbinnen dit beheerplan tractie opereert. Benoemd worden de aanschaf en vervanging, exploitatie en onderhoud, en hoe deze kosten worden gedekt. Hoofdstuk 6 gaat in op ontwikkelingen en keuzes rondom verduurzaming Hoofdstuk 7 geeft een totaalbeeld van de exploitatielasten van alle tractiemiddelen. Hoofdstuk 8 gaat in op mogelijkheden tot samenwerking. Tot slot zijn een aantal bijlagen aan de notitie toegevoegd met overzichten van de beschikbare tractie en is een lijst met afkortingen opgenomen.

2 (Bestuurlijke) samenvatting Dit beheerplan geeft inzicht in de huidige exploitatielasten en de omvang van de vervangingen voor de komende planperiode van 2024 -2028 en is gebaseerd op de inventarisatie van de beschikbare tractiemiddelen waarmee uiteenlopende werkzaamheden door de gemeente uitgevoerd worden. Dit beheerplan is daarmee vooral bedoeld als verantwoording voor het beheer van de tractie. Het geeft de huidige stand van zaken aan, welke ontwikkelingen actueel zijn en welke worden verwacht. Er wordt een voorstel gedaan voor wat er nader onderzocht moet worden.

2.1 Onderzoek punt 2.1.1 Duurzaamheid De overheid heeft een voorbeeldfunctie met de bijdrage aan duurzaamheidsopgaven waaraan ook de gemeente zich heeft geconformeerd. Vanuit technische mogelijkheden, bedrijfsvoering, voldoende keuzemogelijkheden en ervaringen elders is het elektrificeren van de categorie personenwagens en lichte gesloten bedrijfswagens goed mogelijk. Dit resulteert in de voorkeur om zoveel mogelijk te elektrificeren. Momenteel (begin 2024) is de verkrijgbaarheid van elektrische pick-up bedrijfswagens nog beperkt. De verwachting is dat hierin gedurende 2024 verandering komt waarna vervanging in gang gezet kan worden. HVO-biodiesel kan een goed alternatief zijn als elektrificatie om genoemde redenen niet gewenst is. Nader onderzoeken wat de mogelijkheden en consequenties zijn van verdere verduurzaming. Infrastructurele aspecten (locatie laadpalen, capaciteit en meterkastaansluiting), huisvesting, kosten en bedrijfsvoering worden meegenomen in de afweging.

3 Korte terugblik en trends 3.1 Korte terugblik In de afgelopen jaren hebben er de nodige vervangingen plaatsgevonden. Daar waar mogelijk zijn voertuigen vervangen voor elektrische varianten. Ook zijn er veranderingen doorgevoerd in uitbesteed werk en werkzaamheden in eigen beheer. Voor de begraafplaats is een grafdelfmachine aangeschaft inclusief transportmiddelen. Het onkruid verwijderen wordt nu in eigen beheer uitgevoerd met bijbehorende machine, welke ook kan worden ingezet als sneeuwbezem. Het schoonhouden van rioolkolken is grotendeels uitbesteed aan een marktpartij en de oude kolkenzuiger is afgestoten. De BOA’s beschikken over een eigen elektrisch handhavingsvoertuig. De keuze om gemeentelijke taken in eigen beheer uit te voeren dan wel uit te besteden aan de markt heeft veelal direct gevolg voor tractiebeheer, financieringsbehoefte en exploitatiebudgetten. Groenbeheer, afvalinzameling en reiniging zijn traditioneel taken die in eigen beheer worden uitgevoerd. Kostentechnische overwegingen zijn uitgangspunt bij het in eigen beheer nemen van werkzaamheden of het werk uitbesteden aan de markt.

foto LM-track (met MMBS-kenteken) voor onkruidbestrijding met sneeuwborstel

3.2 Trends 3.2.1 Areaaluitbreiding Met de uitbreiding van het aantal inwoners van de gemeente verandert ook de inzet van materieel en personeel. Er komen nieuwe wijken bij waar het groenonderhoud, de afvalinzameling en de reiniging moet worden uitgevoerd. Vanaf 2020 zijn er zo’n 230 woningen bijgekomen en er staan zo’n 1.000 nieuwe woningen gepland. Dit heeft gevolgen voor het aantal tractiemiddelen die hiervoor nodig zijn. Een beperkte uitbreiding van areaal rechtvaardigt niet direct nieuwe tractiemiddelen,. Deze ontwikkelingen wordt opgevangen door nog efficiëntere planning van middelen en flexibele inzet van medewerkers. Er zijn grenzen aan deze werkwijze en daar waar de grenzen bereikt zijn, wordt capaciteit uitgebreid met gebruikte tractiemiddelen of revisie van af te stoten tractiemiddelen (voornamelijk vrachtwagens), nadat nieuwe tractiemiddelen in gebruik zijn genomen. Hiermee wordt aanschaf van nieuwe (dure) tractiemiddelen, naar de toekomst doorgeschoven tot een moment dat de nieuw aan te schaffen vrachtwagens volledig benut kunnen worden. Bij calamiteiten vanwege wateroverlast is het wenselijk om rioolkolken direct zelf te kunnen reinigen. Hiertoe zal budget voor een kleine kolkenzuiger worden aangevraagd, via het reguliere planning & control proces ( voorjaarsnota 2024).

3.2.2 Afvalinzameling Per 1 januari 2024 vindt er na-scheiding van afval plaats. Deze verandering van afvalinzameling hebben gevolgen voor de in te zetten tractiemiddelen. De gevolgen hebben betrekking op het aantal te legen minicontainers, het aantal ledigingen van ondergrondse afvalcontainers en de inzet van tractiemiddelen en personeel.

3.2.3 Belastingen Voor elektrische voertuigen blijft de BPM-vrijstelling (Belasting van personenauto's en motorrijwielen) niet van toepassing. Vanaf 2025 wordt bij aanschaf voor nieuwe niet elektrische bedrijfswagens BPM in rekening gebracht. Bedrijfswagens voor gemeenten waren al BPM-plichtig, in die zin verandert er voor gemeenten niet veel. Het BPM-

tarief is afhankelijk van de cataloguswaarde en CO2-uitstoot. Voor de motorrijtuigenbelasting (MRB) gaat er, ook voor gemeenten, verandering komen: vanaf het overgangsjaar 2025 moet er ook voor volledig elektrische voertuigen MRB worden betaald. Onderstaand overzicht geeft de huidige planning van de korting op MRB voor elektrische voertuigen weer. Dit zal zich vertalen in hogere exploitatielasten vanaf 2025. 100% elektrische personenauto's 2024: geen wegenbelasting 2025: 75% korting 2026-2028: 40% korting 2029: 35% korting 2030: 30% korting vanaf 2031: volledige tarief 100% elektrische bedrijfsauto's 2024: geen wegenbelasting 2025: 75% korting vanaf 2026: volledige tarief

3.2.4 Verzekeringen Per januari 2022 geldt er een registratieplicht voor Motorrijtuigen met beperkte snelheid (MMBS). Vanwege de registratieplicht is ook een verzekeringsplicht van toepassing geworden. Verzekeringspremies zijn de laatste jaren door indexering verhoogd. Het tractiepark bevat de laatste jaren meer jonge voertuigen waardoor er ook cascopremie van toepassing is.

3.2.5 Prijsontwikkeling Prijzen van vervoermiddelen en met name elektrische varianten zijn de laatste jaren fors gestegen. De prijsontwikkeling in de nabije toekomst valt moeilijk te voorspellen gezien het grote aantal nieuwe (Chinese) merken op de markt en de technische ontwikkelingen op het gebied van energieopslag.

3.2.6 Eigen beheer, uitbesteden werk In de afgelopen verslagperiode is de kolkenzuiger afgestoten en het werk uitbesteed aan een externe partner. Bij calamiteiten is het toch wenselijk rioolkolken direct zelf te kunnen reinigen, hiertoe zal budget voor een kleine kolkenzuiger worden aangevraagd. De samenwerking met Provalu is beëindigd, hierdoor is het uitbestede werk terug bij de gemeente. Om de werkzaamheden, voornamelijk het legen van afvalbakken, zelf te kunnen uitvoeren is er behoefte aan een klein elektrisch voertuig die geschikt is om op moeilijk bereikbare locaties te komen (winkelstraten, recreatiegebieden, wandelpaden). Ook hiervoor zal budget voor een klein elektrisch voertuig worden aangevraagd, via het reguliere planning & control proces ( voorjaarsnota 2024)..

3.2.7 Risico’s De beperkte omvang van de gemeente en de grote diversiteit van het wagenpark brengt risico’s met zich mee met betrekking tot de continuïteit van de dienstverlening. Bij experimenten met alternatieve energiesoorten en bij verlengd vervangmoment moeten deze factoren meegewogen worden bij de besluitvorming.

4 Het materieel 4.1 Categorieën Tractie kan worden onderverdeeld in de categorieën; personenwagens, bedrijfswagens, vrachtwagens en overige tractie. In tabel 4.1 staan de aantallen per categorie weergegeven. Onder de categorie ‘overige tractie’ vallen onder andere fietsen, tractoren, aanhangers, strooimaterieel, containers een veegmachine en een (onkruid)borstel-machine.

Soort tractie Personenauto's Bedrijfswagens Vrachtwagens Overige tractie Aantal 2 11 8 50

Totaal 71

Tabel 4.1 aantallen tractiemiddelen per categorie

4.2 Vervangingen planperiode Materieel dat gebruikt wordt verouderd en moet op termijn vervangen worden. In tabel 4.2 staan de vervangingen opgenomen welke in de periode 2024-2028 op de planning staan om vervangen te kunnen worden. In de Financiële verordening 2023 zijn de gehanteerde afschrijvingstermijnen vastgelegd (kolom “vervangtermijn financieel). De kolom “vervangdatum operationeel” staat het verwachte jaar van afstoot. Door voor dynamisch vervangmoment te kiezen kan er een situatie ontstaan wanneer er voor een tractiemiddel geen kapitaallasten zijn, maar het tractiemiddel nog wel in gebruik is. Dit wordt deels gecompenseerd met hogere onderhoudskosten. Totaaloverzichten van alle tractiemiddelen zijn weergegeven in bijlage 1. Daarin is de voorziene vervanging van alle tractiemiddelen weergegeven. Van een groot aantal tractiemiddelen is de financiële afschrijvingstermijn binnen de planperiode weliswaar verstreken, maar wordt nu geoordeeld dat de vervanging vanuit technische oogpunt binnen deze planperiode nog niet nodig is. De afschrijvingslasten voor die tractiemiddelen vallen na de financiële afschrijvingstermijn weg uit de exploitatielasten, totdat een tractiemiddel vervangen wordt en de cyclus weer opnieuw begint.

4.3 Dynamisch tractiebeheer De omvang en samenstelling van de tractiemiddelen in relatie tot het doel waarvoor deze worden gebruikt, kan in de loop der jaren wijzigen. Dit beïnvloedt de mate waarin kosten aan een bepaald product moeten worden toegerekend, maar ook welke tractie nodig of wenselijk is. Zoals gesteld is tractie een faciliterende factor en vanuit financiële overwegingen veelal ondergeschikt aan de kosten voor de inzet van menskracht. Het periodiek herijken binnen de reguliere P&C-cyclus zorgt ervoor, dat binnen een redelijke tijdspanne kan worden geanticipeerd op wijzigingen in het totale bestand aan tractiemiddelen. Om deze vorm van tractiebeheer te kunnen bieden wordt meer informatie inzichtelijk gemaakt. Informatie die nodig is om TCO op te stellen zodat, • afwegingen over koop, lease of huur gemaakt kunnen worden; • goed kan worden bepaald wanneer tractie, vanuit financiële overwegingen, wordt afgestoten of dat het gebruik kan worden verlengd; • bij samenwerking de integrale kostprijzen verrekend kunnen worden; • er goed gebudgetteerd kan worden; • op uitgaven en onderhoud gerichter gestuurd kan worden.

Vervangtermijn VervangBouw- financieel datum jaar (mnd) operationeel

Investeringswaarde nieuw Investering (geschat) per jaar Opmerking

Kenteken

Merk

Opbouw

Ploeg groot

Nido

Ploeg route 1 XXL - HYL 240K Sneeuwploeg

1990

120

1-1-2024

35-WJB-3

Hapert

Indigo LF-2

Aanhanger (graf)

2024

84

28-2-2024

9.250

LRL-79-L

Nimos

2.0-R

Zanddumper (graf)

2024

84

1-1-2024

19.250

Hansa

Hansa

APZ 131

Grafdelf

2024

84

28-2-2024

86.500

WX-83-FX

Hapert

Aanhanger 2-assen

aanhanger

1990

84

11-2-2024

10.000

BZ-PD-84

DAF

Container/kraan opbouw

vrachtwagen

2011

120

revisie 2024

50.000

revisie

Extra

Elektrocar/Goupil Elektro kipper

bedrijfswagen (MMBS)

n.v.t.

120

30-6-2024

40.000

uitbreiding

Extra

n.n.b.

Kolkenzuiger

overige

n.v.t.

120

30-9-2024

40.000

uitbreiding

8-VZD-47

Fuso

Pick Up

bedrijfswagen

2012

120

9-10-2024

55.000

6-VZG-08

Fuso

Pick Up

bedrijfswagen

2012

120

9-10-2024

55.000

WP-LZ-81

Hapert

Aanhanger

aanhanger hoog (Plateau)

2004

84

24-11-2024

10.000

VL-058-R

Volkswagen

DC Pick Up / kipper

bedrijfswagen

2015

120

3-2-2025

60.000

VL-059-R

Volkswagen

DC Pick Up / kipper

bedrijfswagen

2015

120

3-2-2025

60.000

WF-DJ-11

Burg

Wisselbare opbouw

aanhanger/oplegger

2002

84

3-4-2025

60.000

2-VBZ-05

Mercedes Benz

Pick Up kipper/kraan

bedrijfswagen

2009

120

19-5-2025

60.000

Glascontainer

Schenk

container

container

2010

84

30-6-2025

10.000

Glascontainer

Schenk

container

container

2010

84

30-6-2025

10.000

Papiercontainer

Schenk

container

container

2010

84

30-6-2025

10.000

Takkencontainer

Schenk

container

container

2010

84

30-6-2025

10.000

Puincontainer

onbekend

container

container

2010

84

30-6-2025

10.000

Veegvuilcontainer

onbekend

IPC zelfpersend

container

2010

84

30-6-2025

30.000

BV-NH-02

Volvo

Wisselbare opbouw (zijlader) vrachtwagen

2008

120

1-5-2026

350.000

Rolbezem 1

Schuitemaker

Rolbezem

strooimiddelen

2011

84

30-6-2026

10.000

Rolbezem 2

Schuitemaker

Rolbezem

strooimiddelen

2011

84

30-6-2026

10.000

6-VZT-53

Renault

Pick Up kipper/kraan

bedrijfswagen

2012

120

15-11-2026

60.000

Strooier 1

Nido

Afzetframe cont.wagen

strooimiddelen

2012

84

1-7-2027

50.000

BZ-PD-84

DAF

Container/kraan opbouw

vrachtwagen

2011

120

14-11-2027

400.000

Soort

12.000 uitbreiding

387.000 2024

320.000 2025

430.000 2026 na revisie 2-2024 450.000 2027

betreft investering Totaal investering 2024-2027

1.587.000

1.587.000

Tabel 4.2 Tabel vervangingen 2024-2028

Zoals in de inleiding staat aangegeven zijn de te verwachten momenten van vervanging op basis van de technische staat bepaald. Dit resulteert in te verwachten investeringskosten voor de komende vijf jaar. In tabel 4.3 zijn weergegeven in investeringsbedragen en aantallen.

Soort tractie Personenauto's Bedrijfswagens Vrachtwagens Overige tractie Totaal p/jr

2024

#

€ 150.000 3 € 50.000 1 € 187.000 7 € 387.000 11

2025 € 180.000

# 3

€ 140.000 7 € 320.000 10

2026

#

€ 60.000 1 € 350.000 1 € 20.000 2 € 430.000 4

Tabel 4.3 samenvatting vervangingen tractie, investeringsbedragen en aantallen.

2027

#

€ 400.000 1 € 50.000 1 € 450.000 2

Totaal # 0 € 390.000 7 € 800.000 3 € 397.000 17 € 1.587.000 27

5 Gehanteerde uitgangspunten 5.1 Wettelijk kader Kaders waarbinnen wordt geopereerd zijn de landelijk begrotingsvoorschriften in de vorm van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten 2004 (BBV), en de Financiële verordening Voorschoten 2023.

5.2 Afschrijvingsmethode en –termijnen De investeringen in tractiemiddelen worden volgens Financiële Verordening in 7-10 jaar afgeschreven. Daarbij wordt volgens het BBV een restwaarde van nul aangehouden. Als er bij vervanging restwaarde is, leidt dit tot een voordeel in het desbetreffende jaar. De kapitaallasten worden geraamd in het 1e jaar volgend op het jaar van ingebruikname. In het meerjaren vervangingsschema wordt na aanschaf/vervanging de vervanging ingepland op 7-10 jaar na aanschaf. Op basis van technische staat werd de jaren voor de vervanging bepaald of het technisch en financieel verantwoord was de tractie nog langer in gebruik te houden of toch in het geplande jaar vervanging aan de orde was. Vanaf 2020 wordt per voertuig op basis van TCO jaarlijks bepaald wanneer vervanging het meest zinvol is.

Afschrijvingsbeleid materiele vaste activa Aanhangwagens en schaftwagens Zware transportmiddelen Personenauto's en lichte motorvoertuigen

termijn 7 jaar 10 jaar 10 jaar

Tabel 4.1 afschrijvingstermijnen Financiële verordening 2023 De voertuigen en het werkmaterieel zijn door de jaren heen technisch verbeterd en precies afgestemd op de werkzaamheden waarvoor ze worden ingezet. In de afgelopen periode kon mede daarom de vervanging van verschillende voertuigen later plaatsvinden dan op basis van de financiële afschrijvingstermijnen verondersteld. Het wagenpark is de afgelopen jaren voor een groot deel vernieuwd. Sinds 2019 is meer beheerinformatie over de tractie verzameld waardoor we in staat zijn betere afwegingen te maken op basis van TCO. In sommige gevallen kan dat betekenen dat het, rekening houdend met financiële afschrijvingstermijnen, meer rendabel is om misschien wel eerder of juist later tot vervanging over te gaan. Hierover wordt dan verantwoording afgelegd binnen de P&C cyclus. Als voorbeeld willen we één van de vrachtwagens na een revisie langer inzetten. Hierdoor kan de vrachtwagen welke oorspronkelijk werd ingezet voor het legen van ondergrondse containers en afvaltransport als extra en reserve voertuig voor deze functie ingezet blijven alsmede voor het vervoer van bomen, struiken en blad. Voor deze laatste functie werd gezamenlijk gebruik gemaakt van een vrachtwagen van de gemeente Wassenaar, de DVO-afspraak hierover is per 1-1-2024 vervallen.

Beheerinformatie dient ook als grondslag voor de keuze voor eigen beheer of lease en de aanschaf van de economisch meest voordelige middelen. Vertrekpunt in dit beheerplan tractie is het huidige voertuigen- en materieelpark. Jaarlijks wordt beoordeeld of de geplande vervangingen voor het geldende jaar werkelijk plaats moeten vinden op basis van de geldende economische en/of technische levensduur. Tevens is er een koppeling met de dan bekende marktomstandigheden of geplande beleidsveranderingen. Met andere woorden, vervanging door het enkel aflopen van de economische en/of technische levensduur is geen automatisme. Indien een bestaand tractiemiddel bij vervanging nog een inruilwaarde bezit, wordt deze waarde als incidentele bate geboekt in het jaarresultaat eventueel na aftrek van een nog aanwezige boekwaarde. De inruilwaarde wordt dus niet in mindering gebracht op de aanschafprijs van de nieuwe tractie. Deze beleidslijn is in overeenstemming met de landelijke BBVvoorschriften.

5.3 Kosten doorbelast naar producten In bijlage 1 wordt een overzicht van de voertuigen en het werkmaterieel vermeld en is per tractiemiddel de doorbelasting aangegeven naar de verschillende taakvelden van de programmabegroting zoals; • • • • • • •

0.4 Overhead 1.2 Openbare orde en Veiligheid 2.1 Verkeer en Vervoer 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.5 Begraafplaatsen en crematoria

6 Duurzaamheid 6.1 Duurzame en maatschappelijke overwegingen Naast prijs/kwaliteit verhouding en TCO is CO2-uitstoot en milieubewustwording een steeds belangrijkere extra afweging bij de aanschaf van voertuigen. Combinaties van energiebronnen (hybride) en volledig elektrische aandrijving worden steeds meer toegepast om de CO2- uitstoot te verminderen. Bij aanschaf wordt gestuurd op een, qua TCO, zo voordelig mogelijk product wat voldoet aan de gebruikersspecificaties, rijdend op de schoonst mogelijke energie, met lange levensduur. Vanwege de bedrijfsvoering wordt rekening gehouden met de continuïteit van de dienstverlening. Daarnaast wordt afgewogen of tractiemiddelen voor meerdere doeleinden kunnen worden ingezet. Nog niet voldoende bewezen experimenten met alternatieve energie-middelen kunnen voor cruciale dienstverleningstaken reden zijn om nog niet voor de schoonst mogelijke techniek te kiezen. Onvoldoende beschikbaarheid of praktische inzetbaarheid kunnen de keuze voor alternatieve energiemiddelen nog in de weg staan. Het aantal gemeenten met zero-emissie zones voor vracht- en bestelauto’s groeit sterk. Hierdoor worden brandstofvoertuigen uit de binnensteden geweerd. Zodra de gemeente ook dergelijke zones instelt heeft dit direct gevolgen voor de tractiemiddelen. Om voortijdige afschrijving van brandstofvoertuigen te voorkomen dient hier tijdig op geanticipeerd te worden.

Onderstaand overzicht geeft de ontwikkeling rondom ZE-zones weer. In de praktijk zal voor gladheidsbestrijding en voor zware voertuigen ten behoeve van afvalinzameling, voor een brandstofmotor worden gekozen. De verwachting is dat hiervoor nog uitzonderingen binnen de ZEzones worden gemaakt. Investeringen in duurzamere voertuigen liggen in de regel hoger dan die voor conventionele voertuigen. Dit heeft gevolgen voor de begroting en de kapitaallasten. Daarentegen zijn energiekosten, onderhoudskosten en belastingen vaak lager. Zo zal er een verschuiving in de begroting plaatsvinden tussen kapitaallasten en de overige exploitatielasten. Bij verder elektrificeren van materieel zal nader worden ingegaan op de mogelijkheden en consequenties van deze verduurzaming. Denk daarbij ook aan laadvoorzieningen, laadmomenten voor elektrische voertuigen, opleidingen en veiligheid. Vooralsnog is, vanuit de technische mogelijkheden, bedrijfsvoering, beschikbaarheid, keuze mogelijkheden en ervaringen elders, elektrificeren in de categorie personenwagens en lichte bedrijfswagens goed toepasbaar. Eventuele subsidiemogelijkheden zullen worden onderzocht en meegewogen in de aankoopbeslissing.

Figuur 6.1 geeft de ontwikkeling rondom ZE-zones weer

6.2 Duurzamer door verlengde gebruiksduur Het zo lang mogelijk inzetten van tractiemiddelen levert indirect CO-2 besparing en op. Hierdoor kan indirect het gebruik van grondstoffen verminderd worden. Daar tegenover staat een hogere uitstoot van emissiestoffen. Tractiebeheer kan het juiste vervangmoment voorstellen.

6.3 Brandstof Indien elektrificatie om moverende redenen niet wenselijk is kan uit duurzaamheids-overwegingen het gebruik van hernieuwbare HVO diesel overwogen worden. HVO is een nieuw type dieselbrandstof en wordt gemaakt van afgewerkte plantaardige oliën en restafval. Er komt geen fossiele aardolie meer aan te pas, hierdoor is HVO een fossielvrije en hernieuwbare brandstof. De verkrijgbaarheid binnen de regio en het prijsverschil met reguliere diesel zijn argumenten om wel of niet voor deze brandstofsoort te kiezen. HVO brandstof is weliswaar duurder maar kan bijdragen aan de CO2 doelstellingen van de gemeente.

6.4 Waterstof Waterstof zou een alternatief kunnen zijn, echter waterstofstations zijn niet beschikbaar in de omgeving en ook fabrikanten trekken zich steeds meer terug uit de markt voor personen en bedrijfswagens. In de toekomst zou waterstof voor zware vrachtwagens overwogen kunnen worden.

7 Exploitatielasten tractiebeheer 7.1 Exploitatiekosten De exploitatiekosten van de tractiemiddelen zijn naast de afschrijvingslasten, verder opgebouwd uit kosten voor brandstof, onderhoud, verzekering, belastingen en overige kosten. Zie hiervoor tabel 7.1 voor een overzicht van de werkelijke kosten 2019-2022. Per jaar kunnen de kapitaallasten variëren, omdat het om 71 tractiemiddelen gaat die op verschillende momenten in het verleden gekocht zijn, variabel in aanschafwaarde zijn en variabel in tijd vervangen worden. Exploitatiekosten worden begroot op basis van historie en indexering. Exploitatiekosten kennen een jaarlijkse variatie vanwege onvoorzien onderhoud en reparatie, fluctuerende brandstofprijzen en verzekeringspremies.

Jaar 2019 2020 2021 2022

Kapitaallasten

MRB

Reparatie, Onderhoud en VerzekeBanden Track & ringen totaal (totaal) Trace

€ 272.841 € 20.644 € 93.540 € 301.497 € 20.092 € 54.940 € 300.974 € 21.918 € 54.217 € 212.097 € 22.248 € 84.747 Tabel 7.1, werkelijke exploitatiekosten per jaar (2019-2022)

€ 129.100 € 195.263 € 186.550 € 228.411

€ 2.438 € 2.533 € 2.677 € 1.431

Brandstof

TCO totaal

€ 103.855 € 87.302 € 111.529 € 150.483

€ 622.418 € 661.627 € 677.865 € 699.417

Het wagenpark is voor het grootste deel gestationeerd op de locatie van het voormalig MOC-terrein in Voorschoten. Voor de containers in Voorschoten wordt het overslagterrein aan de Hofweg gebruikt. Op de begraafplaats staat specifieke tractie voor begraafwerkzaamheden.

7.2 Financiering, kapitaallasten Per aan te schaffen tractiemiddel zal bekeken worden welke manier van financiering het beste past bij het activum. Momenteel is financiering van tractie uit eigen middelen het best passend voor de gemeente. Vereenvoudigde verrekening binnen de gesloten systemen (zoals afvalinzameling en riolering) kan een reden zijn om over te gaan tot externe financiering. Het is wenselijk om voorafgaand aan vervangingsopgaven richting te hebben voor de financieringsvorm. Bij investeringen in tractiemiddelen wordt vooralsnog uitgegaan van financiering uit eigen middelen totdat door gewijzigde en gewenste zienswijze andere keuzes gemaakt worden.

7.3 Onderhoudskosten Voor voertuigen, werkmaterieel en gereedschappen is onderhoud essentieel om efficiënt en effectief gebruik te garanderen. De monteurs hebben in de werkplaats annex garage de mogelijkheid regulier onderhoud uit te voeren aan de voertuigen en gereedschappen; ook reparaties en vervanging van onderdelen vindt hier plaats. Complexe reparaties, wettelijke keuring van voertuigen, hijskranen en klimmaterialen wordt uitbesteed. De kosten voor onderhoud van de voertuigen zullen de komende jaren veranderen. Door technische doorontwikkeling en elektrificeren van een deel van de voertuigen zal meer onderhoud door gespecialiseerde bedrijven uitgevoerd moeten worden. Ook nemen de onderhoudsintervallen af en wordt bij gespecialiseerde voertuigen gekozen voor een vast onderhoudscontract met de leverancier.

7.4 Verzekeringen Bij tractieverzekeringen is de afgelopen jaren een actief meer consistent beleid gevoerd ten aanzien van risicobeheersing. Uitgangspunt hierbij is een maximaal financieel risico per schadegeval van € 20.000,-. Voor tractiemiddelen wordt jaarlijkse een actualisatie van de huidige waarde opgesteld. De actuele waarde bepaalt het maximale financiële risico bij totaal verlies van momenteel € 20.000,-. De tractieverzekeringen zijn bij Centraal Beheer ondergebracht. De overeenkomst met Centraal Beheer dateert uit 2009. Het is wenselijk een nieuwe marktverkenning uit te voeren, waaronder een eventuele aanbesteding. Binnen de overeenkomst worden de aansprakelijkheidsstellingen door de verzekeraar gedaan waardoor er voor de gemeente geen specifieke kennis op dit gebied noodzakelijk is. Jaarlijks worden premies geïndexeerd. De indexpercentages zijn de laatste jaren fors opgelopen. Elektrificatie van tractiemiddelen werkt kostenverhogend vanwege het hogere eigen gewicht en de hogere cataloguswaarde. Een groot aantal voertuigen wordt buiten werktijden gezamenlijk binnen gestald. Voor de niet-casco verzekerde voertuigen is hiervoor een aparte clausule voor brandschade opgenomen, omdat dit gezamenlijke risico de voorgestelde € 20.000,- overstijgt. Naast de WA/casco verzekeringen worden de overige risico’s afgedekt middels een: • • • • •

SVI-verzekering voor tractiemiddelen met inzittenden of opzittende. Werkenverzekering voor tractiemiddelen met opbouw of kraan voor risico’s van heffen, tillen of afzetten. Werkmaterieelverzekering voor rijdend werkmaterieel; dit is financieel voordeliger dan de normale WA/Casco-verzekering WEGAM-verzekering voor het verkeersrisico tijdens woon-werkverkeer met gemeentelijke vervoermiddelen en eigen vervoer. (is onderdeel van HR-verzekeringen) Brandverzekering als onderdeel van opstalverzekering, waardoor het gezamenlijk risico op totaal verlies in geval van brand bij binnen gestald materieel wordt gedekt.

Schadehistorie speelt een belangrijke rol bij de premiestelling. De premie wordt bepaald op basis van schadevrije jaren in combinatie met een bonus/malus systeem. Beïnvloedbare factoren zoals opleiden en bewustmaking dragen bij aan het uitgangspunt van actieve risicobeheersing en kunnen kostenbeperkend werken.

7.5 Belastingen Een aantal belastingsoorten speelt een rol bij de aanschaf en het gebruik van tractiemiddelen. Naast de motorrijtuigenbelasting (MRB) voor alle gekentekende voertuigen gaat het om de BTW en BPM. De hoogte van de MRB beïnvloedt de jaarlijkse exploitatielasten. De BPM en BTW hebben effect op de uiteindelijke hoogte van investeringswaardes. Belasting Toegevoegde Waarde (BTW) Over de aanschaf van tractiemiddelen wordt standaard BTW geheven. Afhankelijk van soort en gebruik van het tractiemiddel is de BTW compensabel dan wel te verrekenen met de Belastingdienst. De BTW wordt dan terugontvangen van de fiscus. In de regel is de BTW voor het merendeel te verrekenen. Slechts in enkele, meer specifieke situaties is de BTW voor de gemeente een kostenpost; dus niet compensabel en niet te verrekenen (bijvoorbeeld ten aanzien van de onderwerpen begraafplaatsen en sport). Bij iedere aanschaf / vervanging wordt per situatie beoordeeld welk BTW regiem van toepassing is. Leidend daarin is dus voor welk doel het tractiemiddel dient c.q. wordt gebruikt. Dit is dan ook één van de redenen dat de voertuigen per gemeente worden aangeschaft: het voordeel van de BTW compensatie zou wegvallen als de voertuigen zouden worden ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling, zoals een werkorganisatie.

Belasting op Personenauto’s en Motorrijwielen (BPM) Op een aantal uitzonderingen na betalen we voor onze personen- en bedrijfswagens Belasting Personenauto en Motorrijwielen (BPM). In juli 2005 is de wetgeving gewijzigd en wordt er ook BPM geheven over lichte bedrijfswagens (tot 3.500 kg). Bij het vervangen van de voertuigen worden de afdrachten van deze belasting betrokken. Binnen de huidige wetgeving is BPM op elektrische voertuigen niet van toepassing.

Motorrijtuigenbelasting (MRB) Op een aantal uitzonderingen na betalen we ook voor onze personen- en bedrijfswagens Motorrijtuigenbelasting (MRB). Factoren van belang voor het MRB-bedrag zijn het soort voertuig, het eigen gewicht, de gebruikte brandstof, de mate van milieuvervuiling (CO2 uitstoot), het aantal assen, het soort vering en de aanwezigheid van een koppelinrichting. De lichte bedrijfswagens die op naam van de gemeente staan kunnen geen gebruik maken van het lagere ondernemerstarief en worden belast in het veel duurdere particulier MRB-tarief. Binnen de huidige wetgeving is MRB op elektrische voertuigen niet van toepassing. Ook voertuigen specifiek bedoeld voor het ophalen van afval kunnen worden vrijgesteld van MRB. Belasting zware motorvoertuigen (Eurovignet) Bij een vrachtauto(combinatie), moet naast motorrijtuigenbelasting ook belasting zware motorrijtuigen (BZM) betalen. BZM is verplicht als de vrachtauto(combinatie) op de autosnelweg wordt gebruikt en voldoet aan beide volgende voorwaarden: • Het motorrijtuig is uitsluitend bestemd voor het vervoeren van goederen. • De toegestane maximummassa van de vrachtauto(combinatie) is 12.000 kg of meer.

In de afgelopen periode is onderzoek gedaan naar de inzet van vervoermiddelen op groot rijbewijs (C1-rijbewijs). Dit zou voordeel op kunnen leveren vanwege het ontbreken van BPM op nieuw aan te schaffen bedrijfswagens. Ook is het MRB-tarief veel lager dan bij reguliere bedrijfswagens. Het laadvermogen kan hoger worden maar daar is geen directe behoefte aan. Tegenover de financiële voordelen staan operationele nadelen. Zo moeten veel chauffeurs een extra rijopleiding volgen wat moet resulteren in een rijbewijs met C1-aantekening. Hier zijn eenmalige- en terugkerende kosten aan verbonden. Ook het behalen van een C1 rijbewijs is geen garantie. De administratieve last wordt verzwaard en ook vallen. Deze zwaardere voertuigen vallen onder tachograafplicht. Binnen dit kader is het advies om niet over te gaan naar voertuigen met C1-rijbewijs.

7.6 Brandstoffen Brandstofkosten maken een belangrijk deel uit van de totale gebruikskosten van tractiemiddelen. De brandstofprijzen hebben de laatste jaren sterk gefluctueerd en zijn derhalve lastig te begroten. Om deze kosten enigszins te drukken is de afgelopen jaren een aantal maatregelen genomen om op de kosten van de brandstof en het brandstofgebruik te besparen, zoals, • de brandstofpassen zijn gekoppeld aan de voertuigen, zodat het verbruik per voertuig en categorie inzichtelijk is en daar op gestuurd kan worden; • bij vervanging van voertuigen wordt het brandstofverbruik meegewogen in de selectiecriteria; • er is gekozen voor een vast tankstation met lage prijzen, via de brancheorganisatie EVO-Fenedex zijn scherpe prijsafspraken gemaakt. • met het track & trace systeem is goed inzicht in kilometerstanden, hierdoor is het mogelijk het brandstofverbruik goed te relateren. Met de verschuiving naar meer elektrisch vervoer kan het wenselijk zijn de elektriciteitskosten voor tractie ten koste te laten komen van de exploitatiekosten tractie.

7.7 Inkoop Bij de aanschaf van tractiemiddelen worden de wettelijke aanbestedingsregels gevolgd. Indien meervoudig onderhands kan worden aanbesteed wordt, indien mogelijk, minimaal een aanbieder uit de eigen gemeente uitgevraagd naast aanbieders uit de regio. Bij aanschaf van overige gebruiks- of verbruiksartikelen ten behoeve van tractiemiddelen krijgen lokale of regionale leveranciers de voorkeur mits zij kunnen leveren tegen concurrerende voorwaarden.

7.8 Afstoot Na afloop van de bedrijfseconomische levensduur worden tractiemiddelen afgestoten aan de markt. Afstoot kan plaatsvinden door inruil op nieuw aan te schaffen voertuigen, direct aan de handel of door middel van een openbare veiling. Deze laatste manier van afstoot heeft de voorkeur aangezien door het grote aantal (internationale) gegadigden de afzetmarkt wordt vergroot. Hiermee wordt de beste prijs verkregen en is de transparantie in de transactie het grootst. Wel zijn er kosten verbonden aan het veilen, deze kosten zullen in redelijk verband moeten staan tot de verwachten opbrengst.

7.9 Track & Trace Voertuigen van de gemeente zijn voorzien van een track & tracesysteem. Met dit systeem wordt voertuigdata verzameld zoals welke chauffeur, locatiegegevens, gereden kilometers en laatste kilometerstand. Met een dergelijk systeem kan bij de belastingdienst worden aangetoond dat voertuigen niet voor woon-werkverkeer worden gebruikt. Ook biedt het inzicht in verbruiksgegevens en in uitzonderlijke gevallen kan de chauffeur worden nagegaan, bijvoorbeeld in geval van een bekeuring.

7.10 Algemeen tractiebeheer Zoals in hoofdstuk 3.3 is weergegeven zijn de exploitatielasten uit vijf onderdelen opgebouwd, kapitaallasten, onderhoud, verzekering, belastingen en brandstof. De beïnvloedbaarheid van deze kosten is in zekere zin beperkt. Zorgvuldig, veilig en geordend gebruik van tractie draagt bij aan goed te verantwoorden kosten. Dit gaat vooral op bij tractie die intensief wordt ingezet en waarbij kosten een wezenlijke rol spelen. De nu aanwezige data geeft een goed inzicht in de verschillende kosten per jaar. Het tractiebeheer wordt extern belegd en neemt ongeveer 4 uur per week in beslag. Het tractiebeheer wordt gezamenlijk met de gemeente Wassenaar gevoerd waardoor efficiency ontstaat en elke gemeente toch volledig verantwoordelijk blijft voor de eigen tractiebeheerkosten.

8 Samenwerking 8.1 Samenwerking Samenwerking met omliggende gemeenten is de afgelopen periode voor de gemeente Voorschoten in een ander perspectief gekomen. Dit is des te meer reden een breed afgewogen keuze te maken bij het aangaan van samenwerking. Mogelijk kunnen nu andere efficiency- en kostenvoordelen behaald worden. Zo is door de keuze voor eenzelfde inzamelsysteem op de inzamelvoertuigen in de Leidse regio de mogelijkheid ontstaan om meer samen te werken. Ook op andere vlakken, zoals gebruik van de eigen werkplaats, is samenwerking mogelijk. Op dit moment wordt door middel van een DVO met de gemeente Wassenaar gebruik gemaakt van diensten van de werkplaats. Uitgangspunt voor samenwerking is de bereidheid en een open en gelijkwaardige houding van beide partijen ten aanzien van het uitwisselen van middelen, capaciteit en kennis. Zoals eerder genoemd is goed inzicht in TCO van belang bij het verrekenen van kosten bij gezamenlijk gebruik. Dit geldt bij alle vaste en lossere samenwerking met andere partijen. Bij elke vorm van samenwerking zullen financiële, fiscale en politieke gevolgen in ogenschouw worden genomen.

8.1.1 Inzet personeel en materieel Ten aanzien van de inzet van personeel kan capaciteit met andere partijen mogelijk onderling genivelleerd worden. Door de beperkte schaalgrootte van de gemeente Voorschoten is optimale inzet van dure kapitaalmiddelen een uitdaging. Als tractie bijvoorbeeld niet 40 uur per week ingezet kan of hoeft te worden, kan door samenwerking met andere gemeenten onder- of overcapaciteit beperkt worden. Er is gekozen voor een technisch gelijk afvalinzamelingssysteem als de gemeente Leiden waardoor kennis en ervaring bij onderlinge uitwisseling geen belemmering hoeft te zijn. Ook op het gebied van straat- en kolkenreiniging zijn er mogelijkheden om capaciteit onderling uit te wisselen. Onderzocht zal worden welke mogelijkheden tot samenwerking gerealiseerd kunnen worden.

8.1.2 Werkplaats Zowel de gemeente Voorschoten als de gemeente Leiden beschikken over een eigen werkplaats voor onderhoud en reparatie aan tractiemiddelen. Mogelijk biedt het onderling uitwisselen van kennis, capaciteit en middelen mogelijkheden voor beide gemeenten. Dit zal de komende periode, vanuit een brede blik, onderzocht worden op financiële -, operationele - en politieke aspecten.

8.1.3 Kennisuitwisseling Twee keer “het wiel uitvinden” is nooit een goed uitgangspunt. Om dit te voorkomen zullen samenwerkende partijen elkaar goed moeten kennen en zorgen dat de verstandhouding zo is dat er altijd een beroep op elkaar gedaan kan worden. Als voorbeeld kan genoemd worden de uitwisseling van aanbestedingsstukken bij aanschaf van tractiemiddelen. Bij aanbestedingen kan mogelijk gebruik worden gemaakt van het bundelen van inkoopkracht om tot betere prijzen te komen.

9 Conclusie en aanbevelingen Dit beheerplan geeft verschillende aspecten weer van het tractiebeheer voor de gemeente Voorschoten. Als faciliterend middel maakt tractie het in praktische zin mogelijk om activiteiten bedrijfsmatig uit te voeren. Vanwege het faciliterende karakter is bedrijfszekerheid belangrijk, zeker bij afvalinzameling en straatreiniging is er bij uitval van tractie een uitdaging om de storing beperkt te houden. De eigen werkplaats levert hierbij een belangrijke bijdrage. Bij tractiebeheer zal naast het technische bewustzijn ook het milieu- en kostenbewustzijn mee afgewogen moeten worden. Om dat goed te kunnen doen, is voldoende kennis en informatie nodig zodat cijfermatig onderbouwde keuzes aan het bestuur voorgelegd kunnen worden. Het kostenverloop over de looptijd van de diverse tractiemiddelen dient inzichtelijk te zijn, waarmee afwegingen over inzetbaarheid, samenwerking en andere werkvormen vanuit financieel oogpunt benaderd kunnen worden.

Naast een aantal bestuurlijke voorstellen is in hoofdstuk 2 ook een aantal voorstellen opgenomen in het beheerplan. Daarvoor is een grove planning opgesteld.

Q2 2024 I. Nader onderzoeken wat de mogelijkheden en consequenties zijn van verdere verduurzaming van tractie en hiervoor een notitie opstellen. Daarbij zowel infrastructurele als bedrijfsvoering aspecten mee afwegen voor onder andere elektrische voertuigen. Voorstel voorleggen aan het bestuur.

Bijlagen Bijlage 1 tractiemiddelen Vervangtermijn Bouwfinancieel Kenteken Merk Type Soort jaar Taakveld (mnd) 8-VZD-47 Fuso Canter bedrijfswagen 2012 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 120 6-VZG-08 Fuso Canter bedrijfswagen 2012 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 120 WX-83-FX Hapert AL 2000 / 120882 F aanhanger 1990 7.3 Afval 84 WP-LZ-81 Hapert AL 2700 aanhanger hoog 2004 7.3 Afval 84 Perscontainer - KCA Schenk 17 m3 container 2009 7.3 Afval 84 VL-058-R Volkswagen Transporter T5 bedrijfswagen 2015 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 120 VL-059-R Volkswagen Transporter T5 bedrijfswagen 2015 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 120 WF-DJ-11 Burg BPA 10-20 aanhanger/oplegger 2002 7.3 Afval 84 2-VBZ-05 Mercedes Benz 309 CDI bedrijfswagen 2009 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 120 T-31-BTK Sabo Roberine 900 overige 2003 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 84 Glascontainer Schenk 20 m3 container 2010 7.3 Afval 84 Glascontainer Schenk 20 m3 container 2010 7.3 Afval 84 Papiercontainer Schenk 20 m3 container 2010 7.3 Afval 84 Takkencontainer Schenk 20 m3 container 2010 2.1 Verkeer en Vervoer 84 Puincontainer onbekend 10 m3 container 2010 7.3 Afval 84 Veegvuilcontainer onbekend 10 m3 container 2010 2.1 Verkeer en Vervoer 84 Hogedrukreiniger 9700 Kärcher Hogedrukreiniger 380V overige 2010 2.1 Verkeer en Vervoer 84 BV-NH-02 VOLVO FE S 6x2R vrachtwagen 2008

7.3 Afval 120 Rolbezem 1 Schuitemaker RB1000 strooimiddelen 2011 2.1 Verkeer en Vervoer 84 Rolbezem 2 Schuitemaker RB1000 strooimiddelen 2011 2.1 Verkeer en Vervoer 84 6-VZT-53 Renault Maxity bedrijfswagen 2012 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 120 Strooier 1 Nido Nat 4,0 m3 - XPST2038 strooimiddelen 2012 2.1 Verkeer en Vervoer 84 BZ-PD-84 DAF FAQ CF 85 vrachtwagen 2011 7.3 Afval 120 TPR-68-N Ford New Holland TC 24 tractor 2012 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 84 Rioned aanhanger Rioned HD50S aanhanger 2008 7.2 Riolering 84 Späte bronbem pomp Spate Spate pomp overige 2085 7.2 Riolering 84 65-BJN-8 Mercedes-Benz Econic NGE-L62V vrachtwagen 2017 7.3 Afval 120 4-Kolomsbrug Koni Koni 3741 overige 1979 0.4 Ondersteuning organisatie 84 26-BKG-9 DAF CF 440 FAQ vrachtwagen 2017 7.3 Afval 120 Strooier 4 Syntos Nat 1,1 m3 strooimiddelen 2015 2.1 Verkeer en Vervoer 84 Strooier 5 Syntos Nat 1,1 m3 strooimiddelen 2015 2.1 Verkeer en Vervoer 84 Ploeg 1 Schuitemaker Meyer LST 57 smal strooimiddelen 2010 2.1 Verkeer en Vervoer 84 69-WZ-DG Burg BPA TK160-400 aanhanger/oplegger 2021 7.3 Afval 84 VKR-56-D Peugeot E-Expert Compact Premium bedrijfswagen 2021 0.4 Overhead 120 Ploeg 2 Schuitemaker Meyer LST 57 smal strooimiddelen 2011 2.1 Verkeer en Vervoer 84 VKZ-58-Z Volkswagen Transporter bedrijfswagen 2021 0.4 Overhead 120 91-BRX-7 Iveco Daily vrachtwagen 2021 2.1 Verkeer en Vervoer 120

TXL-85-N Bucher CityCat 5006 veegmachine 2021 7.3 Afval 120 T-78-BLV John Deere John Deere 4066R tractor 2022 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 84 VPS-27-P Volkswagen Volkswagen Crafter CD/C L3 2.0 TDI EU6 75 kW bedrijfswagen 2022 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie 120 VPV-54-L Volkswagen Volkswagen Crafter CE/C L3 2.0 TDI EU6 75 kW bedrijfswagen 2022 2.1 Verkeer en Vervoer 120 VPX-07-Z Volkswagen Volkswagen Crafter CE/C L3 2.0 TDI EU6 75 kW bedrijfswagen 2022 2.1 Verkeer en Vervoer 120 T-65-DTP LM Track LM Trac 287 tractor 2022 7.3 Afval 84 79-BRK-4 DAF FAN CF 85.340 vrachtwagen 2021 7.3 Afval 120 S-663-LP Volkswagen ID3 Life personenauto 2023 1.2 Openbare orde en Veiligheid: 120 51-BVS-4 DAF CF 450 FAQ 2x8 + HIAB-kraan vrachtwagen 2023 7.3 Afval 120 T-497-ZX Volkswagen ID3 Life personenauto 2023 8.3 Wonen en bouwen 120 80-BVG-6 DAF FAN CF 85.340 vrachtwagen 2023 7.3 Afval 120 KTK 20 rest/groen KTK 20 m3 container 2021 7.3 Afval 84 KTK 20 rest/groen KTK 20 m3 container 2021 7.3 Afval 84 KTK 20 rest/groen KTK 20 m3 container 2021 7.3 Afval 84 KTK 20 rest/groen KTK 20 m3 container 2021 7.3 Afval 84 KTK 20 rest/groen KTK 20 m3 container 2021 7.3 Afval 84 KTK 20 rest/groen KTK 20 m3 container 2021 7.3 Afval 84 KTK 20 rest/groen KTK 20 m3 container 2021 7.3 Afval 84 KTK 20 rest/groen KTK 20 m3 container 2021 7.3 Afval 84 KTK 20 rest/groen KTK 20 m3 container 2021 7.3

Afval 84 KTK 20 rest/groen KTK 20 m3 container 2021 7.3 Afval 84 KTK 20 rest/groen KTK 20 m3 container 2021 7.3 Afval 84 Perscontainer Schenk 20 m3 container 2021 7.3 Afval 84 2-Kolomsbrug Orlandini Orlandini 129 E overige 1997 0.4 Ondersteuning organisatie 84 VDL PA 20 huisvuil VDL 20 m3 container 2022 7.3 Afval 84 VDL PA 20 huisvuil VDL 20 m3 container 2022 7.3 Afval 84 VDL PA 20 huisvuil VDL 20 m3 container 2022 7.3 Afval 84 VDL PA 20 huisvuil VDL 20 m3 container 2022 7.3 Afval 84 VDL PA 20 huisvuil VDL 20 m3 container 2022 7.3 Afval 84 Perscontainer Schenk 17 m3 container 2023 7.3 Afval 84 LRL-79-L Nimos 2.0-R aanhanger grafdelf 2023 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 84

VervangVervangdatum datum financieel operationeel 9-10-2022 11-6-2024 9-10-2022 11-6-2024 12-6-1997 8-10-2024 24-11-2011 24-11-2024 30-6-2016 27-12-2024 3-2-2025 3-2-2025 3-2-2025 3-2-2025 3-4-2009 3-4-2025 19-5-2019 19-5-2025 15-6-2010 15-6-2025 30-6-2017 30-6-2025 30-6-2017 30-6-2025 30-6-2017 30-6-2025 30-6-2017 30-6-2025 30-6-2017 30-6-2025 30-6-2017 30-6-2025 30-6-2017 30-6-2025 31-10-2018 1-5-2026 30-6-2018 30-6-2026 30-6-2018 30-6-2026 15-11-2022 15-11-2026 1-7-2019 1-7-2027 13-11-2021 14-11-2027 1-5-2019 1-5-2028 1-7-2015 1-7-2028 30-6-1992 30-10-2028 24-5-2027 24-5-2029 30-6-1986 30-6-2029 13-12-2027 13-12-2029 30-6-2022 30-6-2030 30-6-2022 30-6-2030 30-6-2017 1-7-2030 27-1-2028 27-1-2031 18-6-2031 18-6-2031 30-6-2018 1-7-2031 14-7-2031 14-7-2031 17-9-2031 17-9-2031 28-12-2031 28-12-2031 24-2-2029 25-2-2032 17-5-2032 17-5-2032 7-6-2032 7-6-2032 7-6-2032 7-6-2032 18-7-2029 18-7-2032 22-3-2031 22-3-2033 13-4-2033 13-4-2033 9-8-2033 9-8-2033 26-10-2033 26-10-2033 13-4-2033 14-4-2035 21-3-2028 21-3-2036 21-3-2028 21-3-2036 21-3-2028 21-3-2036 21-3-2028 21-3-2036 21-3-2028 21-3-2036 21-3-2028 21-3-2036 21-3-2028 21-3-2036 21-3-2028 21-3-2036 21-3-2028 21-3-2036 21-3-2028 21-3-2036 21-3-2028 21-3-2036 30-4-2028 30-4-2036 30-6-2004 1-7-2037 31-3-2030 31-3-2038 31-3-2030 31-3-2038 31-3-2030 31-3-2038 31-3-2030 31-3-2038 31-3-2030 31-3-2038 31-5-2030 31-5-2038 9-7-2030 9-7-2038

35-WJB-3 Hansa Ploeg groot

7-2-2031 28-2-2031 31-10-2030

Hapert Hansa Nido

Indigo LF-2 APZ 131 SNK27 (kunststof)

aanhanger grafdelf overige strooimiddelen

2024 2024 2023

7.5 Begraafplaatsen en crematoria 7.5 Begraafplaatsen en crematoria 2.1 Verkeer en Vervoer

84 84 84

7-2-2039 28-2-2039 1-11-2043

Bijlage 2 Lijst van gebruikte afkortingen BBV BPM BTW BZM CO2 HSB MMBS MRB TCO WA WEGAM

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten Belasting op Personenauto’s en Motorrijwielen Belasting Toegevoegde Waarde Belasting Zware Motorvoertuigen Carbon dioxide (kooldioxide, uitstootnorm fossiele brandstoffen) Houderschapsbelasting Motorvoertuig Met Beperkte Snelheid Motorrijtuigenbelasting Total Cost of Ownership Wettelijke Aansprakelijkheid Werkgeversaansprakelijkheid motorrijtuigen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=4b32d72b-271f-446e-b543-8d39ccd3f8e0