Informatiebrief 23 Bezwaar Ministerie van Justitie en Veiligheid op Verdeelbesluit
Tekst van het document
Nr. 23 Informatiebrief
Zaaknummer:
Z - 24/094701
Documentnummer:
438794
Datum:
Dinsdag 18 maart 2025 / verzonden: 18 maart 2025
Onderwerp:
Bezwaar Ministerie van Justitie en Veiligheid op Verdeelbesluit
Portefeuillehouder:
Wethouder Van der Elst
Bijlage(n):
nee
Geachte Raad, Bij besluit van 20 december 2024 (het Verdeelbesluit) heeft de Minister van Asiel en Migratie de asielopvangplaatsen voor de provincie Zuid-Holland, zoals bepaald in de voor 1 februari van hetzelfde kalenderjaar bekend gemaakte provinciale opvangopgave in het kader van de Spreidingswet, verdeeld over de in het besluit aangewezen gemeenten. Op 28 januari 2025 heeft de gemeente Voorschoten tijdig pro forma bezwaar gemaakt tegen voornoemd besluit en verzocht om een redelijke termijn voor het aanvullen van de gronden. Bij brief van 14 februari 2025 heeft de Minister ons de gelegenheid gegeven om uiterlijk op 14 maart 2025 de gronden van het bezwaar aan te vullen. Van deze gelegenheid is door de gemeente
Voorschoten
gebruik
gemaakt
en
met
deze
raadsinformatiebrief
wordt
de
gemeenteraad hiervan op de hoogte gebracht. Op 31 januari 2024 bedroeg de provinciale opgave voor de provincie Zuid-Holland 19.776 opvangplaatsen. Voor de gemeente Voorschoten is de indicatieve verdeling hiervan 167 opvangplaatsen waarvan er 14 geschikt dienen te zijn voor de opvang van AMV’s. In het Verdeelbesluit is voor de gemeente Voorschoten een opgave van 200 opvangplaatsen opgenomen, waarvan 0 van bijzondere aard. Ten opzichte van de indicatieve verdeling van 31 januari 2024 is er dus sprake van een verhoging van 33 opvangplaatsen. Om na te noemen redenen kunnen wij ons niet met deze verhoging verenigen. Bij het maken van de verdeelbesluiten neemt de Minister een aantal uitgangspunten in acht die zijn opgenomen in de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet) en in de Beleidsregel verdeelbesluiten. Uit artikel 3 van de Beleidsregel verdeelbesluiten blijkt dat de Minister zich bij het nemen van het verdeelbesluit in dat geval laat leiden door a) het streven naar een zo evenwichtig mogelijke
Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G
verdeling over het grondgebied van Nederland, waarbij hij zoveel mogelijk rekening houdt met de SES-WOA-score op gemeenteniveau, b) de duur en omvang van eerder geboden asielopvang en de aanwezigheid van bijzondere opvangmodaliteiten binnen de gemeenten en c) de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het verdeelbesluit. Uit het Verdeelbesluit hebben wij niet kunnen opmaken op welke wijze en in welke mate de Minister zich bij het nemen ervan heeft laten leiden door de in artikel 3 van de Beleidsregel verdeelbesluiten genoemde criteria. In artikel 3 lid 2 van de Spreidingswet is bepaald hoe de verdeling van het benodigd aantal opvangplaatsen over alle provincies wordt bepaald en hoe een indicatieve verdeling naar het benodigde aantal opvangplaatsen per gemeente wordt bepaald. De verdeling is gebaseerd op het aantal inwoners van de betreffende gemeente en op de Sociaaleconomische status – Welvaart, Opleiding en Arbeidsscore (SES-WOA-score) op gemeenteniveau, waarbij deze score wordt bepaald aan de hand van de meest recente «SES-WOA-score per gemeente» van het CBS. De SES-WOA-score lag ten grondslag aan de indicatieve verdeling van 31 januari 2024. Met het Verdeelbesluit lijkt de Minister deze calculatiegrondslag geheel los te hebben gelaten, terwijl hantering van de SES-WOA-score juist voor een evenwichtigere verdeling tussen alle gemeenten in den lande zorgt.
Wij kunnen uit het Verdeelbesluit niet opmaken dat er met de opgave en verdeling in de regio Holland-Rijnland rekening is gehouden, zodat er geen sprake meer lijkt te zijn van een zo evenwichtig mogelijke verdeling over het gehele grondgebied van de provincie Zuid-Holland. Het is dus niet duidelijk hoe artikel 3 onder a van de Beleidsregel verdeelbesluiten is toegepast en daarmee is het Verdeelbesluit ook onevenredig te noemen. Verder hebben wij samen met de andere gemeenten van Holland Rijnland kenbaar gemaakt dat er voor de realisatie van de opvangopgave zoals neergelegd in het Verdeelbesluit een aantal essentiële randvoorwaarden nodig zijn. Daarnaast hebben wij zelf nog aangegeven voor de benodigde voorzieningen, zoals onderwijs, zorg en bemiddeling naar werk, uit te gaan van een volledige financiering vanuit het Rijk. Op grond van het voorgaande zijn wij dan ook van mening dat het Verdeelbesluit op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen en daarnaast een motiveringsgebrek kent. Wij verzoeken de Minister daarom ons bezwaar gegrond te verklaren en het Verdeelbesluit te herroepen.
Pagina 2 van 3
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris
mw. drs. N. Stemerdink, burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.
Pagina 3 van 3