CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 089 Restwarmteleiding.pdf

Commissie Wonen, Ruimte & Groen Voorschoten 7 januari 2021, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrief 089 Restwarmteleiding1.088 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatiebrief Zaaknummer: Documentnummer: Datum: Onderwerp: Bijlage(n):

Z/20/043433 217721 woensdag 25 november 2020/verzonden 26 november 2020 Restwarmteleiding Nee

Geachte Raad, Eerder informeerden wij u over de ontwikkelingen rond de verkenning van een warmtetransportleiding tussen de regio Den Haag en de regio Leiden. Met deze warmtetransportleiding kan restwarmte uit de Rotterdamse haven worden vervoerd en benut voor het verwarmen van woningen en utiliteitsgebouwen in onze gemeente. Met deze brief informeren wij u over de stand van zaken, context en dilemma’s rondom de onderhandelingen in het dossier. Wij hechten er veel waarde aan uw raad mee te nemen in dit proces. Deze brief is identiek voor de zes gemeenten in de Leidse regio (Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude) die middels een intensieve samenwerking bij dit dossier betrokken zijn. Hiermee is de informatievoorziening aan alle gemeenteraden gelijk en ontstaat er een gelijk speelveld voor alle gemeenteraden.

Voorgeschiedenis Vertrekpunt in dit dossier is het besluit in de zes colleges van de Leidse regio op 23 juni 2020, waarop is besloten tot het ingaan van de laatste onderzoeksfase naar realisatie van de warmtetransportleiding, met als gewenst eindresultaat een door de relevante bestuursorganen vastgestelde overeenkomst met de Gasunie over een af te geven afnamegarantie van warmte vanaf 1 januari 2028. Hierbij dienen de in besluit genoemde randvoorwaarden als uitgangspunt voor de eventuele afnamegarantie. Daarnaast zijn in de gemeenteraden van de zes gemeenten beleidsmatige kaders meegegeven om de energietransitie vorm te geven. Stand van zaken Sinds dit besluit van 23 juni 2020 hebben intensieve ambtelijke en bestuurlijke gesprekken plaatsgevonden om overeenstemming te bereiken over de inzet die de verschillende partijen doen om de realisatie van de warmtetransportleiding mogelijk te maken. Deze inzet moet geborgd worden in een convenant. Het uiteindelijke convenant moet alle partijen voldoende comfort geven dat er daadwerkelijk warmte geleverd én afgenomen gaat worden. Inmiddels kan geconstateerd worden dat het complex blijkt te zijn om in het convenant een gebalanceerde verdeling van risico’s en randvoorwaarden te verwoorden. Dat heeft vooral te maken met de context van de warmtetransitie en de dilemma’s die spelen.

Context van de warmtetransitie Uit de landelijke, provinciale, regionale en lokale context van de warmtetransitie blijkt dat restwarmte van toegevoegde waarde is in de energietransitie. Dit blijkt onder andere uit de RES Holland Rijnland. Uit de prognose van invulling van de regionale warmtevraag in de RES Holland Rijnland volgt dat hoge temperatuur (rest)warmte de komende tientallen jaren nog nodig is voor een betaalbare, duurzame en robuuste warmtevoorziening ten behoeve van de gebouwde

Pagina 1 van 3

omgeving. De huidige productiefaciliteiten en beschikbare bronnen in de regio zorgen er op dit moment niet voor dat er grootschalige duurzame mogelijkheden voor uitbreidingen van lokale warmtenetten zijn. In de provincie Zuid-Holland doet zich de omstandigheid voor dat vanuit de Rotterdamse haven veel industriële restwarmte op een hoge temperatuur beschikbaar is. Tevens zijn in 2020 zes opsporingsvergunningen voor de winning van geothermie in de Leidse regio aangevraagd. Dit wordt in snel tempo concreter dan in eerdere beleidsdocumenten genoemd en lijkt voor de middellange termijn een direct 100% duurzame voeding te kunnen gaan leveren voor bestaande en nog aan te leggen warmtenetten. De praktijkervaringen met het aardgasvrij maken van woningen zijn nog niet talrijk. Het blijkt mogelijk maar niet eenvoudig te zijn. Dit maakt dat gemeenten kritisch zijn op de kosten voor uitvoering van de transitie en de betaalbaarheid voor hun inwoners. De belangrijkste ‘spijtvrije optie’ voor inwoners is het voldoende isoleren van woningen, zodat een lagere temperatuur duurzame warmte nodig is voor wooncomfort en een lagere energierekening.

Dilemma’s rond warmtetransportleiding Binnen bovenstaande context zetten de gemeenten in de Leidse regio in op het realiseren van een warmtetransportleiding. De inzet die van de Leidse regio verwacht wordt, om de realisatie van de warmtetransportleiding mogelijk te maken, is echter afhankelijk van de randvoorwaarden die in het besluit van 23 juni 2020 zijn opgetekend. Deze zijn op dit moment van de onderhandelingen nog niet ingevuld en maken het nemen van een beslissing over het bijdragen aan realisatie van de warmteleiding ingewikkeld. Hieronder vallen bijvoorbeeld: Betaalbaarheid warmte voor inwoners niet gegarandeerd Voor het afnemen van warmte is betaalbaarheid voor inwoners cruciaal. In het Klimaatakkoord wordt gesproken over het streven naar woonlastenneutraliteit in de warmtetransitie. De randvoorwaarde van betaalbaarheid heeft betrekking op de landelijke discussie over de warmtetransitie en de besluitvorming hierover in de Tweede Kamer in dialoog met het kabinet. Zolang woonlastenneutraliteit voor de inwoners niet gegarandeerd is, is het risico aanwezig dat een warmtetransportleiding wordt aangelegd met warmte waarvoor inwoners niet kunnen betalen omdat de prijs te hoog is. Door het Rijk kan op dit punt nog geen harde garantie worden afgegeven.

Garantie tot afname restwarmte en financiële bijdrage gevraagd Voor het aanleggen van de warmtetransportleiding wordt van de gemeenten in de Leidse regio een afnamegarantie gevraagd. Dit betekent dat door EZK/Gasunie van de gemeenten in de Leidse regio gevraagd wordt een afname van 30MW bovenop de bestaande 40MW te garanderen, te realiseren in de periode 2026-2030. De inschatting op dit moment is dat dit een te ambitieus, zo niet onrealistisch transitiepad is. Daarnaast wordt van de Leidse regio een financiële bijdrage gevraagd om de aanleg van de warmtetransportleiding mogelijk te maken. Onvoldoende juridische middelen voor gemeenten om warmtetransitie vorm te geven Op dit moment ontbreekt de wettelijke basis voor de gemeentelijke regierol zoals die in het Klimaatakkoord in het vooruitzicht is gesteld. De nieuwe Warmtewet streeft weliswaar naar een regisseursrol voor gemeenten, maar geeft onvoldoende zicht op wettelijke middelen om tijdige afname van warmte daadwerkelijk te garanderen.

Toewerken naar resultaat De voorgenoemde dilemma’s worden de komende weken nog intensief besproken door de zes gemeenten met het ministerie van EZK, Gasunie, de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam. Mogelijk lukt het ons om met de partijen te komen tot overeenstemming over de geschetste dilemma’s. Onze insteek is te komen tot realisatie van de leiding met gepaste inzet

Pagina 2 van 3

van iedere partij. Dit kan echter niet gebeuren zonder de juiste randvoorwaarden. Een uiteindelijk onderhandelingsresultaat zal, zoals eerder aan u medegedeeld, aan u ter besluitvorming worden voorgelegd. We beogen dit zo snel als mogelijk te kunnen doen. Wij hopen u hiermee vooralsnog voldoende te hebben geïnformeerd en houden u op de hoogte van verdere ontwikkelingen. Gestreefd wordt naar een nieuwe update vóór de jaarwisseling.

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

A. R. de Graaf, gemeentesecretaris

Ch. B. Aptroot, burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=7a223044-8202-40f0-920a-37054ae17a12