CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 084 Voortgang 3e kwartaal samenwerking Warmte Leidse Regio (incl. bijlagen).pdf

Commissie Wonen, Ruimte & Groen Voorschoten 12 januari 2023, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrief 084 Voortgang samenwerking Warmte Leidse Regio4.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatiebrief Zaaknummer:

Z/22/066075

Documentnummer:

318660

Datum:

6 december 2022/verzonden 7 december 2022

Onderwerp:

Voortgang samenwerking Warmte Leidse Regio

Portefeuillehouder:

Wethouder Zoetemelk

Bijlage(n):

Bijlage 1. Voortgangsrapportage programmateam 3e kwartaal 2022 Bijlage 2. Samenvatting voortgangsrapportage

Geachte Raad, Op vijf oktober 2021 hebben de colleges van B&W van de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Katwijk, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude ingestemd met het aangaan van de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Warmte Leidse regio en de daarbij behorende Dienstverleningsovereenkomst (DVO). U bent hierover geïnformeerd via een schrijven met kenmerk Z/ 21/043433/2553971. In de overeenkomsten zijn afspraken vastgelegd over de regionale samenwerking op de breedte van de warmtetransitie en de praktische inrichting van de regionale programmaorganisatie. Eén van de afspraken betreft dat u en de leden van de andere raden van de samenwerkende gemeenten tenminste eens per kwartaal worden geïnformeerd omtrent de voortgang van de in het kader van de regionale samenwerking uit te voeren verkennende onderzoeken en de besteding van het budget. In bijlage 1 vindt u de kwartaalrapportage over het derde kwartaal van 2022 en in bijlage 2 de ambtelijke samenvatting van deze rapportage. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

A.R. de Graaf,

drs. N. Stemerdink,

gemeentesecretaris

burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief. Pagina 1 van 1

Regionaal programma Warmte Leidse Regio Voortgangsrapportage en planning 3e kwartaal 2022

Versie 1.0 – 28 september 2022

1

Inhoud Regionaal programma Warmte Leidse Regio................................................................................................................. 1 1

Inleiding ................................................................................................................................................................... 3

2

Terugblik .................................................................................................................................................................. 3

3

2.1

Context........................................................................................................................................................... 3

2.2

Financiering ................................................................................................................................................... 3

2.3

WLQ+ ............................................................................................................................................................. 4

2.4

Geothermie.................................................................................................................................................... 4

2.5

ORES ............................................................................................................................................................... 4

2.6

Governance ................................................................................................................................................... 4

Uitvoering Plan van Aanpak .................................................................................................................................... 5 3.1

Concretisering ORES ...................................................................................................................................... 5

3.2

Realisatiesnelheid collectieve warmtevraag ................................................................................................ 5

3.3

Inzet beschikbare warmtebronnen. ............................................................................................................. 6

3.4

Woningbouwcorporaties .............................................................................................................................. 6

3.5

Lokale bronnen .............................................................................................................................................. 6

3.6

Financiering ................................................................................................................................................... 7

3.7

Communicatie en bestuurlijk overleg. ......................................................................................................... 7

3.8

Evaluatie en vervolg Warmtetransitie Leidse Regio. ................................................................................... 7

4

Financieel overzicht................................................................................................................................................. 7

5

Activiteitenoverzicht op basis van herijking plan van aanpak .............................................................................. 9 5.1

Werkstroom 1.: Regionaal energiesysteem. ................................................................................................ 9

5.2

Werkstroom 2: uitvoering warmtetransitie ................................................................................................. 9

5.3

Werkstroom 3: Partnerstrategie ................................................................................................................11

5.4

Werkstroom 4: organisatie .........................................................................................................................12

2

1

Inleiding

Deze rapportage over de voortgang van het regionaal programma voor de warmtetransitie in de Leidse regio beschrijft de stand van zaken en voortgang over het derde kwartaal 2022. In deze periode is vooral invulling gegeven aan datgene wat eerder is ingezet. Daarom is deze rapportage compacter gehouden dan de vorige.

2

Terugblik

Het derde kwartaal van 2022 kenmerkt zich vooral door het uitvoeren van datgene dat in het tweede kwartaal in gang is gezet. In Hoofdstuk 5 is daarvan een overzicht opgenomen. Kernen daarvan zijn de ontwerpstudie ORES, het inrichten van een monitoring systematiek die gerichte vraagontwikkeling mogelijk maakt, het inventariseren van de financieringsmogelijkheden voor het onrendabele deel van een regionale infrastructuur. Daarnaast is, in overleg met de bestuurders een proces in voorbereiding dat moet leiden tot de invulling van een eventuele toekomstige regionale samenwerking op de warmtetransitie. In het overleg met (potentiële) aanbieders van duurzame warmte, zowel restwarmte als bodemwarmte , als met de gezamenlijke woningbouwcorporaties die een verduurzamingsopgave hebben, is uitdrukkelijk vastgesteld dat de onzekerheid over de ontwikkeling van de collectieve warmtevraag in de gemeenten belemmerend werkt voor verdere stappen. Dat onderstreept de verschuiving van de aandacht in WLR van de beschikbaarheid van warmtebronnen naar de regie op de gestructureerde ontwikkeling van de collectieve warmtevraag.

2.1

Context.

De mondiale verhoudingen hebben grote invloed op de energiemarkten. Dat leidt tot sterker sturen van overheden op de energiemarkten, gericht op continuïteit in de energievoorziening en betaalbaarheid van energie voor de lagere en middeninkomens. De consequenties van die maatregelen voor de prijzen van elektriciteit en gas worden inmiddels duidelijk, de doorwerking op de warmtetarieven zal naar verwachting pas eind van het jaar duidelijk worden. Te verwachten is dat die consequenties, anders dan bij nationale gas en elektra tarieven, uiteen kunnen lopen per project, afhankelijk van de kosten van energie – inkoop en productie van warmte. Het huidige sentiment wordt met name gevoed door de zorgen over het doorkomen van de komende winterperiode. Dat lijkt wel te gaan lukken. Op de langere termijn is het echter onduidelijk of en in welke mate er aardgas beschikbaar zal zijn, voor welke markten en tegen welke prijzen. Daar komt bij dat ook de prijzen van elektriciteit navenant zijn gestegen. Evident is dat het op lange termijn socialiseren van hoge energieprijzen geen haalbare route kan zijn. Het gesprek daarover zal, deels in Brussel en deels in Den Haag nog wel even voortduren.

Niet ondenkbaar is dat, in combinatie met de behoefte aan elektrificatie van andere sectoren als industrie en mobiliteit, de levering van collectieve (rest)warmte daar waar dat mogelijk is een hogere prioriteit kan gaan krijgen tegenover de inzet van elektriciteit voor verwarming in de gebouwde omgeving. In ieder scenario betekent dit in ieder geval dat het inzetten op concrete realisatie van warmteprojecten een hogere urgentie krijgt. Het gesprek daarover van gemeenten met inwoners en bedrijven zal de komende tijd naar verwachting wel intensiveren. Voor de doorrekening van de ORES scenario’s houden we, in goed overleg met de klankbordgroep, rekening met meer extreme prijsontwikkelingen en schaarsten dan eerder voorzien om daarmee een beter beeld te krijgen van de impact op de verschillende infrastructuur scenario’s

2.2

Financiering

De afgelopen maanden is gewerkt aan een overzicht van mogelijke financieringsoplossingen voor regionale infrastructuur. In de huidige subsidie systematiek is regionale infrastructuur geen categorie waarvoor directe subsidie beschikbaar is. Alternatieven worden onderzocht, de uitkomst daarvan wordt in het vierde kwartaal 2022 voorzien.

3

2.3

WLQ+

De ruimtelijke inpassing van de warmtetransportleiding is onderdeel van een Provinciaal Inpassingsplan (PIP). Parallel daaraan maakt Gasunie, of eigenlijk de beherende commanditaire vennootschap LdM, samenwerkingsafspraken met gemeenten over de inspanningen die ruimtelijk nodig zijn, en de vergoeding van de kosten van gemeenten daarvoor. De toegang tot de locatie A44 is onderdeel van het PIP. Voor het beheer en eigendom van deze locatie zijn afspraken tussen de gemeenten Oegstgeest en Leiden in voorbereiding, dit in overleg met de op dit moment direct betrokken partijen Gasunie en Vattenfall.

2.4

Geothermie

Het consortium van Shell/D4 in samenwerking met netbeheerder Firan heeft als eerste en enige van de vier bekende operators een aanvraag ingediend voor subsidie onder de SDE++ regeling. Naar verwachting zal eind 2022 bekend worden of deze is toegekend. In principe schrijft de SDE++ regeling voor dat, bij gunning, binnen 18 maanden begonnen moet worden met de realisatie van het project. De subsidieaanvraag betreft het realiseren van 2 doubletten van ca 20 MWth elk. Niet alle warmte daaruit is op dit moment ‘gealloceerd’ aan een afname. Shell/D4 starten met vier private grootgebruikers in de regio en zoeken samen met Firan naar verdere uitbreiding van de afzet in de regio. In het conflict over de combinatie van winning van geothermische warmte en drinkwaterwinning is Dunea niet ontvankelijk verklaard door het Ministerie van Energie en Klimaat omdat het hier slechts om exploratievergunningen gaat die in hun ogen juridisch terecht zijn verleend. Bij het verlenen van een vergunning tot boring en winning (exploitatie) zal een nieuwe afweging moeten worden gemaakt. Dunea heeft recentelijk besloten om beroep aan te tekenen tegen deze uitspraak van EZK omdat het volgens hen een principiële zaak betreft over de veiligheid van de drinkwaterwinning in de toekomst.

Om sneller duidelijkheid te verkrijgen overwegen de vier betreffende operators om een verzoek tot versnelde procedure in te dienen. Tot aan een uitspraak over deze zaak zijn de verleende exploratievergunningen nog niet definitief. De houdbaarheid van deze vergunning is vijf jaar na definitief worden ervan. Voor zover bekend is, met uitzondering van Shell/D4, geen van de operators concreet bezig met exploratie of verdere stappen vanwege deze procedure met Dunea en het ontbreken van concrete afzet van eventueel beschikbare warmte.

2.5

ORES

Het ontwerp van een regionale infrastructuur is in het derde kwartaal van 2022 verder geconcretiseerd in overleg met de stuurgroep en klankbordgroep van belanghebbenden. In deze fase is het nog te vroeg om conclusies te kunnen trekken uit de initiële uitkomsten van berekeningen. Volgens planning worden in November 2022 de uitkomsten meer in detail bekend en zullen deze ook uiteindelijk bestuurlijk worden besproken.

2.6

Governance

Gemeenten hebben uiteenlopende rollen en verantwoordelijkheden bij de realisatie van warmteprojecten. In de stap van transitievisie naar de feitelijke uitvoering ligt er een belangrijke verantwoordelijkheid in het betrekken van belanghebbenden. Dat zijn naast inwoners ook bijvoorbeeld bedrijven, woningbouwcorporaties en andere vastgoedbeheerders. De rolneming in deze fase kan verschillen van de rolneming bij de realisatie van collectieve warmteprojecten in de wijken. Uit ervaring bij andere gemeenten kan worden afgeleid dat het verwerven van voldoende maatschappelijke steun voor deze ingrijpende maatregelen veel tijd en energie vergt van gemeenten en andere betrokkenen. Tijdig starten is daarom belangrijk.

4

De rolneming in die tweede realisatiefase wordt beschreven in de Wet Collectieve Warmte (WcW) en de instrumenten die voor gemeenten beschikbaar komen vanuit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransities (Wgiw) en de uitwerking daarvan in het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransities. Dit besluit lag deze zomer ter inzage. Streven van de Minister is om beide wetten in te laten gaan op 1 juli 2024. Belangrijk thema in de Wgiw is de ‘opt out’ regeling bij collectieve warmte projecten. Uitgangspunt is dat een ‘opt out’ nadat een wijk als collectieve warmte is aangewezen alleen mogelijk is als er sprake is van een minimaal even duurzaam alternatief. Hoe dat precies moet worden gewogen is de kern van de discussie over het Besluit Wgiw. In de WcW is een regionaal (bovengemeentelijk) warmtenet (nog) niet beschreven, anders dan dat de Minister de mogelijkheid heeft om in voorkomende gevallen een regionale transportbeheerder voor een warmtenet aan te wijzen, wat op dit moment beperkt is tot de rol van Gasunie in het regionale transport van warmte vanuit Rotterdam naar Den Haag en de Leidse regio. Over de governance op een ORES zoals de regio dat voorziet doet de WcW voor zover bekend geen bindende uitspraken.

Gegeven het belang dat de regio hecht aan het borgen van publieke waarden als betaalbaarheid, betrouwbaarheid en leveringszekerheid, duurzaamheid, de haalbaarheid voor inwoners en de realisatie tegen de laagste maatschappelijke kosten ligt het voor de hand om een belangrijke publieke rol te zien bij de realisatie van regionale warmte infrastructuur. Of, en in welke vorm dat in de Wet collectieve Warmte verankerd gaat worden is echter nog volop in discussie tussen Rijk, Gemeenten en Provincies. Duidelijkheid daarover wordt in het najaar verwacht als de WcW moet worden aangeboden aan de Tweede Kamer.

3

Uitvoering Plan van Aanpak

In de halfjaarrapportage zijn enkele accenten in de uitvoering van het Plan van Aanpak verschoven. Dit PvA is verder de basis onder het programma Warmte Leidse Regio. In het tabeloverzicht is de stand daarvan weergegeven. Enkele elementen daaruit:

3.1

Concretisering ORES

Op basis van de uitkomst van de ontwerpstudie zal een aanpak moeten worden ontwikkeld die de geleidelijke realisatie van een ORES in de regio mogelijk moet maken. Dat betekent geleidelijke gestuurde groei in goed overleg met alle betrokken partijen. Bij elkaar matchen van vraag en aanbod in de tijd vergt een vorm van regie die niet vanzelfsprekend is in het warmte domein. De komende maanden zal dat verder moeten worden uitgewerkt om een vorm van ORES ook daadwerkelijk te kunnen realiseren de komende jaren.

3.2

Realisatiesnelheid collectieve warmtevraag

Voor het bovenstaande is een goede gezamenlijke regie op de ontwikkeling van de vraag naar collectieve warmte essentieel. De huidige onzekerheid op de energiemarkt maakt dat niet eenvoudiger. Het is op dit moment lastig om aspecten als betrouwbaarheid en betaalbaarheid van alle warmte – opties, zowel collectief als individueel goed te duiden. Op de langere termijn zullen knelpunten in de elektriciteitsvoorziening en beschikbaarheid van installaties en installateurs wel worden opgelost, maar voor de kortere termijn zal dat tot spanningen leiden in de keuzen tussen de verschillende warmte-opties die voorliggen. Korte termijn individuele oplossingen van inwoners om de last van de energieprijzen te verlichten kunnen voor collectieve oplossingen op de langere termijn belemmerend gaan werken. En de onduidelijkheid van de kostenontwikkeling op de korte termijn zal het maken van grote stappen voor de langere termijn, zoals het aanleggen en aansluiten op een collectief warmtesysteem moeilijker maken. Duidelijkheid, transparantie en slagvaardigheid bij gemeenten zullen de komende tijd nodig zijn om onzekerheden bij inwoners en bedrijven weg te nemen.

5

3.3

Inzet beschikbare warmtebronnen.

Beschikbaarheid van warmtebronnen alleen is niet voldoende. Ontwikkeling en inzet van deze bronnen vergt een concrete warmtevraag die er nu nog onvoldoende is. Voor WLQ+ betekent dit dat zij op zoek zijn naar afzet voor het deel van de beschikbare capaciteit dat nu nog niet is gecontracteerd. Deels kan die afzet buiten de Leidse regio worden gevonden langs het tracé WLQ+. Voor geothermische bronnen geldt iets vergelijkbaars. Het consortium van Shell/D4 in samenwerking met netbeheerder Firan voorziet het ontwikkelen van twee doubletten van 20 MWth op korte termijn. In September 2022 heeft zij daarvoor een aanvraag ingediend voor een SDE++ bijdrage. Naar verluidt heeft zij voor een van de doubletten afspraken in ontwikkeling met enkele grote private klanten. Bij realisatie daarvan kan ook een deel van Noordwijk en Katwijk worden aangesloten, afspraken daarover zijn echter nog niet definitief. Voor het tweede doublet ontbreken op dit moment nog concrete vooruitzichten op afname. Naast Shell/D4 hebben ook Wayland, Yeager en Eavor een voorlopige opsporingsvergunning. Voorlopig, omdat bij hen de afweging van het belang van drinkwaterwinning door Dunea ten opzichte van de winning van aardwarmte speelt. In het gebied van Shell/D4 speelt dat niet of minder. Door het hoger beroep van Dunea liggen de activiteiten van genoemde operators nu stil.

In overleg met de operators, Dunea en RES regio wordt een poging gedaan om te komen tot een verkorte procedure. Doel daarvan is om voor alle partijen snelle duidelijkheid te verkrijgen over de mogelijkheid om over te gaan tot exploratie in de regio onder een definitieve vergunning daartoe. Overigens geven alle drie de operators aan dat zij pas tot exploratie over zullen gaan als er meer zicht is op concrete afname van de warmte in de regio. Een derde vergelijkbare situatie doet zich voor rond de Uniper centrale. Uniper heeft, mede ook vanwege hun rol in de ORES ontwerpstudie, de afgelopen weken enig zicht gegeven op hun mogelijkheden. Naast verduurzaming van de huidige STEG zien zij kansen voor grootschalige aquathermie op basis van hun restwarmte en warmtepompen. Ook hier lopen nog gesprekken met energiebedrijven over de mogelijkheden voor de afzet van die warmte. In de ORES ontwerpstudie houden we rekening met alle opties en nemen we die mee in de doorrekening van de verschillende scenario’s.

3.4

Woningbouwcorporaties

In overleg met de woningbouwcorporaties in de regio worden hun plannen voor renovatie en verduurzaming in kaart gebracht. Uit overleg met hen is gebleken dat zij voor een groot deel van hun bestanden collectieve warmte als de meest aantrekkelijke optie zien voor toekomstige warmtelevering. Aantrekkelijker in ieder geval dan individuele oplossingen met warmtepompen. Door hun – toekomstige – warmtevraag in kaart te brengen en te matchen met de voorziene warmtevraag in de ruimtelijke clusters die in de ORES studie worden gehanteerd ontstaat een beeld van de ontwikkeling van de warmtevraag in die clusters, en kan deze worden gematched met de geleidelijke groei van een regionale ORES infrastructuur. De intentie is om daarmee meer duidelijkheid te krijgen over de mogelijke ingroei van een regionale infrastructuur en de inzet van regionale grootschalige warmtebronnen.

3.5

Lokale bronnen

Naast de grootschalige warmtebronnen zijn er ook mogelijkheden voor de lokale inzet van warmte in wijken of bij bedrijven, veelal uit bronnen met lager(e) temperatuurniveaus. Samen met Rijnland Energie worden deze potentiële projecten in kaart gebracht in termen van potentieel en mogelijke haalbaarheid. In het perspectief van een ORES zien we deze mogelijkheden als alternatieve invulling van een warmtevraag die dan dus niet op

6

regionaal niveau hoeft te worden voorzien. Of en hoe deze lokale projecten tot ontwikkeling komen is vooral een lokale vraag die in samenwerking met gemeenten en lokale partijen kan worden ingevuld. Uit een eerste inventarisatie is gebleken dat er vanuit de (potentiële) initiatiefnemers behoefte bestaat aan informatie en expertise om dergelijke projecten te ontwikkelen. In overleg met Rijnland Energie wordt onderzocht of en hoe daar op het niveau van WLR ok kan worden ingespeeld.

3.6

Financiering

Een overzicht van financieringsmogelijkheden is in ontwikkeling. Dat zal een overzicht zijn met beperkingen omdat niet alle financiële regelingen al bekend zijn, en deels ook bij partijen afhankelijk is van hun positie ten opzichte van regionale warmtenetten en de organisatie daarvan. Denk daarbij aan de positie van bijvoorbeeld InvestNL of de mogelijkheden van het Groeifonds. In die zin zal het een overzicht zijn dat geregeld aanpassing en actualisering behoeft.

3.7

Communicatie en bestuurlijk overleg.

In de afgelopen maanden is het reguliere Bestuurlijk Overleg WLR weer opgepakt. Begin oktober zal in een bredere bestuurlijke werksessie de stand van zaken rond WLR worden toegelicht en verdiept. En medio November is een informatiesessie voor de gezamenlijke raden in de regio vastgelegd. Nadere uitwerking daarvan volgt in het vierde kwartaal 2022.

3.8

Evaluatie en vervolg Warmtetransitie Leidse Regio.

In overleg met de betrokken portefeuillehouders is besproken dat het wenselijk is om de bestaande samenwerking met zes maanden te verlengen. Besluitvorming daarover is in voorbereiding.

4

Financieel overzicht

In het onderstaande overzicht is de financiële realisatie over het derde kwartaal aangegeven alsmede een prognose voor de realisatie 2022. Hierin is rekening gehouden met een volledige afronding van alle lopende overeenkomsten met derden en is een raming opgenomen voor een nog uit te zetten evaluatie. Dit leidt tot een realisatie over de programmaperiode 2021 / 2022 van 727.497 euro. Totaal begroot

Realisatie 2021

Begroot 2022

Realisatie 2022 Q1+Q2

Realisatie 2022 - Q3

Prognose 2022 - Q4

Prognose (cumulatief 2021 + 2022)

Prognose 2023

Reservering 2023

Werkstroom 1. Programmatische inspanningen zoals onderzoek, ontwerp & doorrekening open regionaal energiesysteem

600.000

54.800

450.000

72.935

66.462

163.946

358.143

30.000

61.857

Werkstroom 2. Versterken van initiatieven, bevorderen ontwikkelingen en voorbereiden op uitvoering (excl. cofinanciering)

450.000

21.900

150.000

8.501

863

4.286

35.550

20.000

244.450

Werkstroom 3. Omgevingsmanagement, innovatie en markt

350.000

21.900

160.000

7.944

892

4.286

35.022

30.000

134.978

Werkstroom 4. Organisatie en samenwerking

600.000

11.000

300.000

116.878

38.944

131.959

298.781

721.000

30.218

2.000.000

109.600

1.060.000

206.258

107.162

304.478

727.497

801.000

471.503

Totaal

Voorzien is dat wordt besloten tot een verlenging van het lopende programma WLR tot 1 juli 2023. Daarnaast is in overleg met de ambtelijke opdrachtgevers een raming opgenomen voor de rest van 2023 op basis van het oorspronkelijk overeengekomen budget in de Samenwerkingsovereenkomst. Voor de ramingen 2023 gelden de volgende uitgangspunten: 1.

De salariskosten voor het huidige team zijn gerekend voor geheel 2023;

7

2. 3.

4.

Aangenomen is dat voor de programmering en eventuele aanvullende vragen over de ORES externe inhuur wenselijk zal zijn. Overige kosten zijn nu niet begroot omdat daar nu geen zicht op is; Aangenomen is dat voor een eventuele voortzetting van de samenwerking gesteund zal worden op eigen mensen in plaats van externe inhuur. Hiervoor is uitgegaan van 3fte gedurende maximaal 8 maanden in 2023. Dat betekent dus dat is aangenomen dat bij de werving ervan vooruit kan worden gelopen op definitieve besluitvorming over de voortzetting van de samenwerking. Overweging daarbij is dat het lang kan duren voor inhuur feitelijk gerealiseerd is. In overleg met de ambtelijk opdrachtgevers zal worden bezien of en in welke omvang dit wenselijk en mogelijk is. Het resterende budget is in dit overzicht opgenomen als reservering 2023. Het spreekt voor zich dat een eventuele voortzetting van de samenwerking en de ondersteuning die daarbij nodig is pas in de komende maanden duidelijk wordt, en vermoedelijk in de werkstromen af zal wijken van de bestaande werkstromen in het huidige plan van aanpak. Vooralsnog is bij gebrek aan meer inzicht in dit overzicht uitgegaan van de bestaande indeling.

8

5

Activiteitenoverzicht op basis van herijking plan van aanpak

Onderstaand overzicht geeft beknopt weer welke activiteiten in het programma Warmte Leidse Regio vallen en worden voorzien, onderverdeeld naar de werkstromen in het Plan van Aanpak. Vaal van de onderdelen die in de vorige rapportage waren beschreven, cq aangekondigd zijn nog in uitvoering of niet wezenlijk veranderd. In groen is aangegeven waar de belangrijkste veranderingen zijn.

5.1

Werkstroom 1.: Regionaal energiesysteem.

Deze werkstroom bevat activiteiten die inzicht bieden in de samenstelling van een duurzaam energiesysteem voor de Regio Leiden. De focus daarin is gericht op het concretiseren van een Open Regionaal Energiesysteem (ORES). Werkstroom (PvA) WS1:Energieysteem Ontwerpscenario’s en rolneming

Resultaat

Status

Plan

Vervolgstappen

Bevindingen meenemen in evaluatie najaar 2022

Varianten zijn beschreven in Routekaart.

Bevindingen zijn onderlegger bij systeemontwerp ORES

WLR routekaart

Inzicht in mogelijke rolnemingen en relatie met Wet Collectieve Warmte Plan realisatie ORES

Adviezen routekaart verwerkt in aanpak programma WLR

Zie uitvoering PvA als toegelicht in deze rapportage

Monitoring klimaatbijdrage

Inzicht impact ORES

Routekaart besproken op niveau bestuur en management. Bevindingen verwerkt in aanpak WLR Monitoring aanpak is opgenomen in opdracht ondersteuning WLR rest 2022

De keuzen voor ontwerp ORES evalueren op klimaatimpact.

Klimaatimpact is een van de afwegingen bij scenariokeuze in het kader van ORES, met name bij inzet van piekvermogen.

5.2

Werkstroom 2: uitvoering warmtetransitie

Deze werkstroom bevat de activiteiten die op regionaal niveau nodig zijn voor het realiseren van de warmtetransitie in de regio. Daarin wordt vooral aandacht besteed aan het ontwikkelen van vraag en aanbod van duurzame warmte in de regio. Werkstroom (PvA) WS2: Warmtetransitie

Resultaat

Status

Plan

Vervolgstappen

9

Monitoring wijkuitvoeringsplannen

Concretisering van de warmtevraag in de regio.

Inzicht in voortgang uitvoering ontbreekt waardoor geen perspectief warmtelevering

Tracé ontwikkeling WLQ+

Vaststellen tracé

Aanlanding WLQ+

Duidelijkheid over beheer locatie A44/N206

NRD vastgesteld, PIP in uitvoering, besluitvorming eind 2023. Locatie ruimtelijk opgenomen in PIP, afspraken met Universiteit afgerond

Energie coöperaties

Regionale vertegenwoordiging coöperaties op collectieve warmte.

Impact warmtetransitie op functioneren gemeenten

Afstemming tussen verantwoordelijkheden lokaal en regionaal

Bronnen ontwikkeling

Inzicht beschikbare bronnen regio

Geothermie en WLQ+ voldoende in beeld. Globale inventarisatie lokale bronnen uit RES beschikbaar.

Bijeenkomst voortgang

Breed inzicht in voortgang

Bestuurlijk overleg weer opgestart. Bredere werksessie in voorbereiding

Rijnland Energie onderzoekt potentieel lokale warmte en mogelijkheden voor regionale positie op collectieve warmte Onderwerp in regulier ambtelijk overleg

Ontwikkelen per 2022 van methode die regionaal inzicht biedt in voortgang realisatie gemeentelijke warmtetransitie. Samenwerkingsovereenkomsten met gemeenten op tracé ontwikkeling in voorbereiding. Sturen op besluitvorming over toekomstig beheer locatie

Evaluatie van relevantie betrokkenheid coöperaties op regionaal niveau Gemeenten krijgen toenemende rol in energie. In organisatiemodel WLR opnemen hoe die rol te ondersteunen. EBN regionaal actief en betrokken bij ORES. Rijnland Energie onderzoekt lokale bronnen. In overleg met Uniper concretiseren van opties in ORES Bestuurlijk overleg over WLR na realisatie resultaten.

Realisatie van warmtevraag essentieel voor realisatie van warmtelevering en regionaal warmtesysteem ORES Toezien op regionaal belang in tracékeuze Overleg met gemeenten, Rijkswaterstaat en Rijksvastgoedbedrijf over beheer van de locatie en toegang derden Rapportage Rijnland Energie volgt in najaar, besluitvorming op basis van rapportage. Ondersteuningsfunctie opnemen in plan voor toekomstige rol WLR.

In ORES alle bekende bronnen zoveel mogelijk meenemen. Afwegen welke toekomstige bronnen relevant zijn (zie ook innovatie) Informatiebijeenkomst Raden voorzien op 23 November 2022

10

Innovatie

5.3

Inzicht in relevante innovaties

Afronding overzicht innovaties September 2022. Ontwerp ORES gebaseerd op innovatief model topsector.

Afwegen welke innovaties in ontwerp ORES een rol kunnen spelen.

Helderheid over de toepasbaarheid van innovatieve oplossingen warmtenetten in de regio.

Werkstroom 3: Partnerstrategie

Het realiseren van een warmtetransitie vergt samenwerking met alle partners op regionaal niveau. In deze werkstroom wordt aandacht besteed aan het ontwikkelen en versterken van die samenwerking in de regio en met omliggende gemeenten.

Werkstroom (PvA) WS3: Partnerstrategie Woningbouwcorporaties

Resultaat

Brede samenwerking partners

Gedragen aanpak regionale warmtetransitie / ORES

Samenwerking Duin- en Bollenstreek

Samenwerking realiseren

Verbinding regionaal en lokaal ontwikkelen

Inzicht in onderlinge afhankelijkheden

Regionale benadering van Corporaties, afstemmen op vraag naar collectieve warmte

Status Overleg met regionale vertegenwoordiging corporaties loopt, betrokken bij de klankbordgroep ontwerp ORES Samenwerking krijgt vorm in klankbordgroep bij ontwerp ORES, Bestuurlijk overleg D&B op 24/3 heeft geleid tot werkafspraken Energetische analyse toont match. Belang van lokale ontwikkeling voor

Plan

Vervolgstappen

Integreren van investeringsplannen woningbouwcorporaties in versnellen van ontwikkeling warmtevraag.

Onderzoeken hoe regionale samenwerking in afspraken kunnen worden vastgelegd

Betrokkenheid partners leidt tot gedragen ontwerp ORES, samenwerking vastleggen in acceptatie eindresultaat ‘22 Samenwerking ambtelijk invullen via regionaal RES warmtetafel

In najaar evaluatie voorzien, brede samenwerking laten leiden naar een gedragen bestuurlijke besluitvorming ORES Samenwerking in RES kader moet nog vorm krijgen. Actie ligt bij warmtetafel. Ontwikkeling warmtekavels hangt op onzekerheid op financiering van gemeenten en warmteprojecten. Essentieel voor betrokkenheid

Routekaart wijst op belang van ontwikkelen warmtevraag door inzet gemeenten op wijkuitvoering en aanbesteden van kavels.

11

Innovatie

Marktconsultatie

Inzicht in nieuwe ontwikkelingen op het gebied van warmtevoorziening Regulier overleg met marktpartijen bestaat, voor een formele marktconsultatie ontbreekt concreet plan.

Communicatie

Inwoners informeren

5.4

warmtevraag groot. Verdere uitwerking in ORES ontwerp Opdracht voor inventarisatie van actuele innovaties uitgezet, gereed in september Consultatie hangt af van de uitvoering ORES. Er is geen belangstelling voor regionale infra zonder duidelijkheid over warmtevraag wijken Lokale activiteit die in werkgroep regionaal wordt afgestemd

Afwegen in WLR welke innovaties relevant zijn voor de ambities in de regio Uitwerken ORES scenario’s prioriteit, consultatie volgt op regionale keuze voor oplossingsrichting In overleg met gemeenten

inwoners. Inventarisatie financieringsopties voorzien Inzicht in innovaties opnemen in de ontwerpstudie ORES Sturen op duidelijkheid voor marktpartijen als basis voor realistische consultatie

Communicatie op regionaal niveau afgestemd met RES

Werkstroom 4: organisatie

Deze werkstroom richt zich op de organisatie en werkwijze van het programma Warmte Leidse Regio, inclusief de samenwerking met en tussen de gemeenten in de regio Leiden. Werkstroom (PvA) WS4: organisatie Samenwerkingsovereenkomst

Resultaat

Status

Samenwerking vastgelegd

Is getekend

Programmateam

Programmateam voor WLR

Evaluatie en continuering WLR

Evaluatie effectiviteit

Essentiele functies voorzien. Programmateam ondersteuning op basis van inhuur. WLR resultaten eind 2022 bekend.

Plan SOK verlengen voor evaluatie en ontwikkelen vervolg Uitvoering programma WLR op basis van inhuur, evaluatie en eventuele voortzetting SOK in 2023 voorbereiden. Evaluatie en besluitvorming over SOK naar 2023

Vervolgstappen Ontwikkelen evaluatieplan, verlengen SOK tot juli 2023 Ontwikkelen contouren programma na 2022, bemensing afhankelijk van bestuurlijke besluitvorming over voortzetten SOK. Uitvoeren van lopende projecten in programma, resultaten gereed eind 2022. Criteria en opzet evaluatie voorbereiden.

12

13

Bijlage 2: Samenvatting Voortgangsrapportage Q3 samenwerking WLR t.b.v. College en Raad De rapportage beschrijft de stand van zaken van het programma Warmte Leidse Regio (WLR) over het 3e kwartaal 2022. De rapportage geeft een terugblik op afgelopen periode (H2), de stand van zaken (H3), de financiële realisatie (H4) en een uitgebreid activiteitenoverzicht (H5). De kern van H2, werkzaamheden afgelopen kwartaal. -

-

-

de ontwerpstudie ORES: o Het ontwerp van een regionale infrastructuur is in het derde kwartaal van 2022 verder geconcretiseerd. Het is nu nog te vroeg om conclusies te kunnen trekken. Volgens planning worden in november 2022 de resultaten meer in detail bekend. het inrichten van een monitoring systematiek die gerichte vraagontwikkeling mogelijk maakt het inventariseren van de financieringsmogelijkheden voor het onrendabele deel van een regionale infrastructuur: o De afgelopen maanden is gewerkt aan een overzicht van mogelijke financieringsoplossingen voor regionale infrastructuur. In de huidige subsidie systematiek is regionale infrastructuur geen categorie waarvoor directe subsidie beschikbaar is. Alternatieven worden onderzocht, de uitkomst daarvan wordt in het vierde kwartaal 2022 voorzien. Daarnaast is, in overleg met de bestuurders een proces in voorbereiding dat moet leiden tot de invulling van een eventuele toekomstige regionale samenwerking op de warmtetransitie. Hiervoor volgen wij de ontwikkeling van de Wet Collectieve Warmte (WcW): o De rolneming in die tweede realisatiefase wordt o.a. beschreven in de WcW. Streven van de Minister is om deze wet in te laten gaan op 1 juli 2024. In de WcW is een regionaal (bovengemeentelijk) warmtenet (nog) niet volledig beschreven.

Over de governance op een ORES zoals de regio dat voorziet doet de WcW voor zover bekend geen bindende uitspraken. Duidelijkheid daarover wordt in het najaar verwacht als de WcW moet worden aangeboden aan de Tweede Kamer.

De kern van H3, uitvoering plan van aanpak - Matchen van vraag en aanbod van warmte: o Bij elkaar matchen van vraag en aanbod in de tijd vergt een vorm van regie die niet vanzelfsprekend is in het warmte domein. De komende maanden zal dat verder moeten worden uitgewerkt om een vorm van ORES ook daadwerkelijk te kunnen realiseren de komende jaren. -

-

-

-

Inzet beschikbare warmtebronnen: o Beschikbaarheid van warmtebronnen alleen is niet voldoende. Ontwikkeling en inzet van deze bronnen vergt een concrete warmtevraag die er nu nog onvoldoende is. In de ORES ontwerpstudie houden we rekening met alle opties (WLQ+, geothermie, aquathermie via Uniper) en nemen we die mee in de doorrekening van de verschillende scenario’s. Woningbouwcorporaties: o Uit overleg met woningbouwcorporaties is gebleken dat zij voor een groot deel van hun bezit collectieve warmte als de meest aantrekkelijke optie zien voor toekomstige warmtelevering. Door hun toekomstige warmtevraag in kaart te brengen ontstaat een beeld van de ontwikkeling van de warmtevraag dat wij kunnen matchen met resultaten van de ORES-studie. Lokale bronnen: o Samen met Rijnland Energie worden de potentiële lokale bronnen en projecten in kaart gebracht in termen van potentieel en mogelijke haalbaarheid. Bestuurlijk overleg o In de afgelopen maanden is het reguliere Bestuurlijk Overleg WLR weer structureel opgepakt.

H4 en H5: Voor het financiële overzicht en het activiteitenoverzicht verwijzen wij naar de Voortgangsrapportage. Het programma wordt uitgevoerd binnen het budget. Zoals aangekondigd in de vorige voortgangsrapportage is de samenwerking verlengd tot en met Q2 van 2023.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=6742f5f7-814b-46f0-874f-3e0802a3f7cd