CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 082 Consequenties besluitvorming door Rotterdam over mogelijk faillissement Warmtebedrijf.pdf

Gemeenteraad Voorschoten 18 november 2021, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrieven van het College van B&W1.008 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatiebrief Zaaknummer: Documentnummer: Datum: Onderwerp: Portefeuillehouder: Bijlage(n):

Z - 21/043433 273153 ma 25 oktober 2021 verzonden: do 28 oktober 2021 Consequenties besluitvorming door Rotterdam over mogelijk faillissement Warmtebedrijf Wethouder Spil nee

Geachte Raad, Aanleiding voor deze informatiebrief De Gemeenten Leiden, Leiderdorp, Katwijk, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude hebben besloten een regionale samenwerking vorm te geven op de breedte van de warmtetransitie in het programma Warmte Leidse Regio (WLR). Hierbij wordt gestreefd naar een open regionaal energiesysteem waarin de publieke waarden betaalbaarheid, haalbaarheid, duurzaamheid, betrouwbaarheid en tijdigheid geborgd kunnen worden. Restwarmte uit Rotterdam via een transportleiding naar de regio is onderdeel van de meerbronnenstrategie van het open regionaal energiesysteem. Op 5 oktober j.l. heeft het college van Rotterdam besloten om niet deel te nemen aan de ontwikkeling van WLQ+ vanwege onverantwoorde financiële en juridische gevolgen en risico’s. Op 14 oktober heeft de gemeenteraad van Rotterdam unaniem besloten om het voorstel van het college over te nemen. Het Rotterdams scenario WLQ+ gaat uit van de aanleg van een warmtepijplijn (WLQ+) tussen Den Haag en Leiden, en de levering van restwarmte door WbR aan de Leidse regio. De aanleg van WLQ+ is een intensieve publiek-private samenwerking van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Gasunie en Provincie Zuid-Holland waarbij ook de Leidse regiogemeenten, Vattenfall en WbR betrokken zijn.

Het college van Rotterdam heeft zich ingezet voor de haalbaarheid en heeft daartoe van de gemeenteraad een aantal voorwaarden gekregen waarvan het college heeft geconcludeerd daar niet aan te kunnen voldoen: • De business case van Warmtebedrijf Rotterdam is onvoldoende robuust. • Er kan niet worden voldaan aan voorwaarden van Europese Commissie t.a.v. staatssteun De Europese Commissie heeft vervolgens aangegeven dat de financiële bijdrage van de private partijen onvoldoende was en fors omhoog moet. • Er is onvoldoende duidelijkheid over de transporttarieven in relatie tot de subsidies. Gevolgen voor warmtetransitie van de samenwerkende gemeenten In de RES Holland-Rijnland en meerdere raadsbesluiten is de warmtetransportleiding als cruciaal bestempeld voor de energietransitie in de Leidse Regio. In de RES wordt gesproken over de verwachting dat in 2050 ongeveer 0,23 tot 0,65 TWh aan hoge temperatuur restwarmte uit Rotterdam beschikbaar zal zijn. De vraag naar collectieve warmte op hoge temperatuur is dan ongeveer 0,5 TWh cf. de RES. De Leidse regio, inclusief Katwijk, werkt aan een meerbronnenstrategie.

Een scenario voor de warmtetransitie in de Leidse regio zonder een warmtetransportleiding met restwarmte uit Rotterdam lijkt een stuk minder robuust, kan minder snelheid in de beginfase van de transitie maken, zal op de korte termijn minder CO2-besparing opleveren, zorgt voor minder sturing en opties, en maakt de Leidse regio een afhankelijker van bronnen als geothermie als collectieve

Pagina 1 van 3

warmtevoorziening. Wat de gevolgen voor de warmtetransitie in de Leidse Regio echter exact zijn is op dit moment niet te zeggen en wordt nader onderzocht in het programma WLR. Het besluit van het Rotterdams college om niet deel te nemen aan WLQ+ betekent niet dat het gehele Warmtelinq-project van de baan is. Gasunie verwacht dat het eind deze maand nog altijd een positief investeringsbesluit kan nemen voor Warmtelinq. Dat betreft dan de warmteleiding tussen Vlaardingen en Den Haag. WLQ+ zou van deze leiding aftakken ter hoogte van Rijswijk. De bijdrage die Rotterdam zou leveren aan WLQ+ kan ook door andere partijen worden ingevuld. De komende maanden werken de betrokken partijen aan de mogelijkheid om WLQ+ alsnog te realiseren. Men verwacht hier voor het einde van het jaar duidelijkheid over te hebben. De samenwerkende gemeenten in de regio zijn hierbij betrokken binnen de bestaande kaders die de raden hebben gegeven. Gevolgen voor de afnemers van het bestaande warmtenet van Vattenfall Het Rotterdams besluit heeft op korte termijn geen invloed op de betrouwbaarheid van de warmtelevering aan de afnemers van het warmtenet in Leiden en omgeving. Die betrouwbaarheid is gewaarborgd door de overeenkomst tussen Vattenfall en Uniper. Uniper levert momenteel restwarmte vanuit de elektriciteitscentrale in Leiden aan het warmtenet van Vattenfall en exploiteert de transportpompen.

Dit contract loopt tot 2026. Vattenfall is bovendien ook wettelijk gezien verplicht warmte te leveren aan woningen en bedrijven die zijn aangesloten. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ziet hier op toe. Op welke manier vervult de Leidse regio haar rol? De gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude hebben een overeenkomst gesloten om als regio samen te werken aan de warmtetransitie in het programma WLR. Onderdeel van WLR is het ontwikkelen en realiseren van een open regionaal warmtesysteem waarop meerdere bronnen van collectieve warmte kunnen aansluiten en sprake is van knooppunten of energy hubs waar opslag van energie en uitwisseling tussen energiedragers mogelijk is. Dit faciliteert publieke sturing in het energiesysteem om de genoemde publieke waarden te kunnen borgen. Het besluit van Rotterdam heeft mogelijk impact op het plan van aanpak van WLR. Op de eerste plaats zullen de mijlpalen van de samenwerking met Gasunie verschuiven, afhankelijk van het plan voor een eventuele doorstart van WLQ+. Op de tweede plaats zal de focus verschuiven naar het concretiseren en stimuleren van andere collectieve bronnen zoals geothermie of verlengde inzet van de centrale van Uniper en de mogelijkheden om in de toekomstige warmtevraag naar hoge temperatuur collectieve warmte te voorzien.

De Leidse regio neemt met WLR haar rol en zet zich met het programma in op een warmtesysteem met een mix van warmtebronnen, om zo niet afhankelijk te zijn van individuele bronnen. De beschikbaarheid van lokale en regionale bronnen, en de bereidheid van partijen om hier in te investeren, kan bijvoorbeeld technisch inhoudelijk op termijn uitkomst bieden, mocht er uiteindelijk toch geen warmteleiding komen. Het programma WLR neemt tot slot het initiatief om voor het einde van het jaar nog een gezamenlijke radenbijeenkomst te organiseren met als doel om raadsleden nader te informeren over het de voortgang van programma en het plan van aanpak.

Pagina 2 van 3

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

A. R. de Graaf, gemeentesecretaris

drs. N. Stemerdink, burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=1670291f-df0a-4349-822c-b7ea12868fbe