CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 071 Nieuwe modelverordening VNG Verordening Riool- en Waterzorgheffing (incl. bijl.)

Gemeenteraad Voorschoten 2 november 2023, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrieven van het College van B&W1.645 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatiebrief Zaaknummer:

Z/23/079419

Documentnummer:

367583

Datum:

10 oktober 2023/verzonden 11 oktober 2023

Onderwerp:

Informatiebrief nieuwe modelverordening VNG “Verordening Riool- en Waterzorgheffing”

Portefeuillehouder:

Wethouder Van der Elst

Bijlage(n):

Concept verordening 2024 naar nieuw model VNG

Geachte Raad, Door u is de motie 216 “Riool-en waterzuivering” in de vergadering van 8 december 2022 besproken en is besloten om niet per belastingjaar 2023, maar per belastingjaar 2024 de verordening Riool- en Waterzuivering vast te stellen naar het nieuwe model van de VNG. Het nieuwe model kent 3 varianten: 1. Naar een vast bedrag; 2. Naar de waarde in het economische verkeer van het WOZ-object of roerende zaak; 3. Naar waterafvoer/-verbruik U heeft aangegeven dat de voorkeur voor 2024 uitgaat naar de variant “vast bedrag” vanwege het feit dat deze variant zorgt voor een vloeiende overgang vanuit de geldende verordening naar het nieuwe model van de VNG. Hierbij is wel door u aangegeven dat u deze variant in 2024 nogmaals wilt bespreken. Op grond van de huidige verordening rioolheffing is voor het belastbaar feit opgenomen dat er sprake dient te zijn van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Het vereiste van een directe of indirecte waterafvoer komt te vervallen onder de nieuwe modelverordening. Dit omdat de gemeente niet alleen een zorgtaak heeft voor het onderhoud en vervanging van het rioolbuizenstelsel, maar ook een zorgtaak heeft ten aanzien van het hemel- en grondwater.

De maatstaf voor de heffing wordt conform de modelverordening variant 1 aangepast van “afvalwater of ander water afgevoerd op de gemeentelijke riolering” naar “het wel of niet hebben van een drinkwateraansluiting”. Deze wijziging heeft geen gevolgen voor de belastingplichtigen ten aanzien van de huidige verordening in de aanslagoplegging. Dit daar de belastingplichtigen voor wat betreft het afvoeren van afvalwater overeenkomen met de belastingplichtigen die beschikken over een drinkwateraansluiting. De belastingplichtigen die niet over een drinkwateraansluiting beschikken vallen onder de huidige verordening onder het lage tarief voor het afvoeren van ander water, zijnde hemelwater.

Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G

Door te keuze voor variant 1 blijft de rioolheffing transparant voor zowel de inwoners als de bedrijven en is de inkomstenstroom voor de gemeente voorspelbaar. Daarbij levert deze optie geen extra uitvoeringskosten op in tegenstelling tot de overige opties. Ingeval er toch gekozen wordt voor het heffen op basis van de WOZ-waarde is het waarschijnlijk dat er nog meer bezwaren tegen de WOZ-waardering ingediend worden, dat een nog grotere druk oplevert op de uitvoering van de WOZ. Daarbij worden er niet per definitie meer kosten gemaakt voor de waterzorgtaken voor objecten die een hogere WOZ-waarde hebben. Voor wat betreft variant 3 zijn de perceptiekosten substantieel hoger dan bij de overige varianten. De uitvoering is afhankelijk van de opgave vanuit de waterleidingmaatschappij en deze gegevens zijn pas achteraf beschikbaar of worden niet of onvolledig aangeleverd. De BSGR is voor een correcte uitvoering afhankelijk van een derde partij. Daarbij komt dat de adressen waterverbruikers niet in alle gevallen overeenkomstig zijn met de gehanteerde adressen zoals opgenomen in de gemeentelijke belastingadministratie. Rioolheffing waarbij geheven wordt naar gebruik is qua uitvoering complex en het kan vanwege niet of onvolledig de beschikking hebben over het waterverbruik leiden tot onuitvoerbaarheid.

Daarbij dient bij deze variant rekening gehouden te worden met een substantiële stijging qua uitvoeringskosten. Deze stijging van uitvoeringskosten hebben een tarief verhogend effect. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders, E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris

drs. N. Stemerdink,

burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 2 van 5

Bijlage 1 Concept verordening 2024 naar nieuw model VNG. Doorgehaald is dat wat in de huidige verordening stond. In het rood staat de nieuwe tekst conform de modelverordening VNG. Het tarief geel gearceerd moet nog bepaald worden voor het belastingjaar 2024. De raad der gemeente Voorschoten; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 00 2023, gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOL-EN WATERZORGHEFFING VOORSCHOTEN 2024 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; b. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b.

de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt: 2. Voor het gebruikersdeel wordt: a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

Pagina 3 van 5

Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel en het hebben van een drinkwateraansluiting.

Artikel 6 Belastingtarieven 1. Het tarief bedraagt: a. voor percelen met drinkwateraansluiting van waaruit huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd: € 235,32; b. voor percelen zonder drinkwateraansluitingvan waaruit uitsluitend ander water dan bedoeld onder a direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd: € 13,92. 2. Belastingaanslagen van minder dan € 5,- worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen voor belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Artikel 10

Pagina 4 van 5

Termijnen van betaling

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 75,-, doch minder dan € 10.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maximaal acht termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. 4. Artikel 11 Overgangsrecht De ‘Verordening rioolheffing Voorschoten 2023’, vastgesteld bij raadsbesluit van 08 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening rioolheffing Voorschoten 2024’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op 7 december 2023. de griffier,

de voorzitter,

drs. B.J. Urban

drs. N. Stemerdink

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=aa5d9e86-9a4e-4bc3-ae58-c73af714a37b