CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 062 Wetswijziging gemeenschappelijke regelingen (incl. bijlagen).pdf

Gemeenteraad Voorschoten 29 september 2022, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrieven van het College van B&W3.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatiebrief Zaaknummer: Documentnummer: Datum: Onderwerp: Portefeuillehouder: Bijlage(n):

Z/22/065307 314109 Dinsdag 30 augustus 2022 Wetswijziging gemeenschappelijke regelingen Wethouder De Bruijn 1. Brief VNG-position paper: Over de wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Brief van ministerie van Binnenlandse Zaken van 19 april 2022.

Geachte Raad, Op 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) gewijzigd in werking getreden. Het doel van deze wetswijziging is kort samengevat dat de gemeenteraden meer invloed krijgen op de gemeenschappelijke regelingen. Middels deze informatiebrief wordt u op hoofdlijnen op de hoogte gebracht over de bedoeling en inhoud van deze wetswijziging. Om de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden beter in te kunnen vullen en de democratische legitimatie te verbeteren wordt met deze wetswijziging een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten. De gewijzigde wetgeving heeft een invoeringstermijn van twee jaar. Dit betekent dat uiterlijk 1 juli 2024 alle gemeenschappelijke regelingen moeten zijn aangepast aan de wetswijziging. U wordt hierover gefaseerd geïnformeerd. Bijgaand treft u een brief van de VNG en van het minister van Binnenlandse Zaken aan over verdere informatie over de wijzigingen. Belangrijkste wijzigingen De wijzigingen van de Wqr zijn onder te verdelen in drie categorieën: 1. De versterking van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen. 2. De introductie van aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden. 3. Het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling.

1. Wijzigingen die de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen versterken. Invoering zienswijze De raad krijgt de mogelijkheid bij het treffen of wijzigen van een gemeentelijke regeling vooraf een zienswijze te geven op het ontwerp daarvan. Het college of de burgemeester zenden het ontwerp van de regeling naar de raad. De raad kan tot 8 weken na ontvangst daarvan een zienswijze naar voren brengen. Zienswijze op voorgenomen besluiten Uit de tekst van een gemeentelijke regeling moet blijken op welke voorgenomen besluiten de gemeenteraden een zienswijze kunnen geven. Het dagelijks bestuur of het bestuur van de gemeenschappelijke regeling stelt voorafgaand aan de besluitvorming, de gemeenteraden

Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G

schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze en de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Ook het algemeen bestuur - als dat aanwezig is - wordt op de hoogte gesteld. In de gemeenschappelijke regeling mag ook geregeld worden dat de raad in geen enkel geval een zienswijze in kan dienen. Afspraken over participatie In de wijziging is opgenomen dat burgers dienen te worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de gemeenschappelijke regeling. In een gemeenschappelijke regeling moeten afspraken over participatie worden of, en zo ja op welke wijze burgers mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. Actieve informatieplicht Er komt een algemene informatieverplichting voor het bestuur van de gemeenschappelijke regeling, het moet de raden van alle deelnemende gemeenten ongevraagd alle inlichtingen verstrekken die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. In de gemeenschappelijke regeling moet worden vastgelegd op welke wijze de inlichtingen worden verstrekt. Een gemeenschappelijke adviescommissie Op verzoek van de raad, stelt het algemeen bestuur van een openbaar lichaam voorstellen een gezamenlijke adviescommissie met raadsleden in. Het algemeen bestuur moet dan aan het verzoek voldoen en regelt de bevoegdheden, taken en werkwijze.

De commissie ondersteunt de raad bij de voorbereiding van besluitvorming met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling en adviseert zowel de raad als het algemeen bestuur. De bedoeling is het voor de deelnemers eenvoudiger te maken het functioneren van een gemeenschappelijke regeling tijdig bij te sturen. De leden van de commissie komen in aanmerking voor een vergoeding. 2. De introductie van aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden in de nieuwe Wgr. Gemeenschappelijke onderzoekscommissie (enquêterecht) De raad kan samen met de raden van de overige deelnemende gemeenten een gezamenlijk onderzoek laten instellen naar het door het bestuur van een gemeenschappelijk regeling. Onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers Met de wijziging van artikel 184 Gemeentewet wordt verduidelijkt dat lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, bevoegd zijn onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling. De bedoeling is dat een rekenkamer de andere rekenkamers van de deelnemers informeert op het moment dat een dergelijk onderzoek wordt ingesteld. 3. Wijzigingen in de Wgr die de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling verbeteren.

Afspraken over Evaluatie van de GR In iedere gemeenschappelijk regeling moet een bepaling opgenomen worden over de evaluatie van de regeling. De bepaling kan inhouden dat de gemeenschappelijke regeling al dan niet wordt geëvalueerd. Wordt er wel geëvalueerd dan zullen de bepalingen gaan over wat wordt geëvalueerd, hoe vaak en op welke wijze. Afspraken over uittreding Naast de gemeenschappelijke regeling voor onbepaalde tijd dienen ook gemeenschappelijke regelingen voor bepaalde tijd regels te bevatten over wijziging, opheffing, toetreding en

Pagina 2 van 3

uittreding. Niet alleen de gevolgen van uittreding moeten worden vastgelegd, ook de voorwaarden waaronder een deelnemer kan uittreden moeten in de gemeentelijke regeling zelf worden opgenomen. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

A. R. de Graaf, gemeentesecretaris

Pagina 3 van 3

drs. N. Stemerdink, burgemeester

Foto: Nathalie Schram

Position paper

Over de wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen Gemeenten zien zich genoodzaakt steeds meer samen te werken in gemeenschappelijke regelingen. Het proces van schaalvergroting en professionalisering heeft gevolgen voor de hoofdstructuur van verlengd lokaal bestuur. Gemeenteraden ervaren dat ze hun kaderstellende en controlerende rol niet goed kunnen uitvoeren. De democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen staat hiermee onder druk.

Democratische legitimatie en gemeenschappelijke regelingen De VNG is positief over het feit dat met dit wetsvoorstel raadsleden beter in positie worden gebracht in gemeenschappelijke regelingen. Het is goed dat er naar oplossingen wordt gezocht om de democratische legitimiteit van besluitvorming door gemeenschappelijke organen te versterken. Het wetsvoorstel voorziet in nieuwe instrumenten die meer ruimte bieden aan raadsleden om hun kaderstellende en controlerende rol binnen de besluitvorming van gemeenschappelijke organen beter vorm te geven. Eén daarvan is het formaliseren van de actieve informatieplicht van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling, vergelijkbaar met de informatieplicht van het college aan de gemeenteraad, zoals vastgelegd in artikel 169 van de Gemeentewet. De VNG steunt deze actieve informatieplicht.

De Wet gemeenschappelijke regelingen is een hulpstructuur. Colleges zijn zelf lokaal verantwoordelijk en leggen rekenschap af aan hun gemeenteraden. Juist daarom vindt de VNG het belangrijk dat gemeenten en, gelet op het onderhavige wetsvoorstel, specifiek gemeenteraden de juiste sturingsinstrumenten hebben om zowel hun kaderstellende als hun controlerende rol ten aanzien van een gemeenschappelijke regeling goed te kunnen vervullen. De VNG vindt dat ook in het verlengd lokaal bestuur de sturings- en verantwoordingsrelaties helder en eenduidig moeten zijn. De VNG is van mening dat het onderhavige wetsvoorstel vragen oproept over de gevolgen ervan voor de bestaande juridische en bestuurlijke structuren. Tegelijkertijd heeft de VNG zorgen over de belastbaarheid voor raadsleden en daarmee over de haalbaarheid van deze voorgestelde wijzigingen.

Rolvermenging gemeenteraad en college Eén van de instrumenten hield de mogelijkheid in dat raadsleden zouden kunnen toetreden tot het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling. De VNG-reactie uitte in de consultatieronde van het conceptwetsvoorstel haar zorg over de effectuering van dit instrument. Immers, het zou leiden tot een rolvermenging van gemeenteraad en college en daarmee tot een ongewenste doorbreking van de dualistische structuur.

Wij zijn verheugd te zien dat de minister deze inbreng van de VNG (en van andere partijen) ter harte heeft genomen en heeft besloten om het niet in het huidige wetsvoorstel te laten terugkomen. Echter, deze aanpassing blijkt ‘voorlopig’: de minister geeft aan dat de regering alsnog een voorstel van die strekking zal voorbereiden wanneer op een later moment blijkt dat gemeenten nog steeds een gebrek aan democratische legitimatie bij gemeenschappelijke regelingen ervaren. Hoewel er dus nú tegemoet gekomen is aan de wens van de VNG, herhalen wij bij deze dat wij de mogelijkheid om raadsleden te laten toetreden tot het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling vanuit staatsrechtelijk oogpunt een ongewenste keuze vinden. Het wetsvoorstel introduceert de gemeenschappelijke adviescommissie: een commissie bestaande uit raadsleden die het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de gemeenschappelijke regeling kan voorbereiden of de raden van advies kan voorzien. Het wetsvoorstel introduceert ook een verruiming van de zienswijzeprocedure. Zienswijzen kunnen behalve in de begrotingscyclus, ook worden ingediend bij het treffen van de regeling en bij voorgenomen besluiten voordat die besluiten zijn genomen.

Voorbeelden daarvan zijn besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes. De minister beargumenteert dat deze instrumenten het voor de raad eenvoudiger maken om tijdig bij te sturen in het functioneren van een gemeenschappelijke regeling, iets wat op lokaal niveau eenvoudiger is dan bij een gemeenschappelijke regeling. De VNG meent echter dat ook hier zich in enige mate rolvermenging voordoet. De positie van het college kan daardoor onder druk komen staan. En dan is het de vraag of de gewenste versterking van de rol van de raad nog wel tot stand kan komen.

Belastbaarheid van raadsleden De VNG uitte ook haar zorg over de toenemende belasting voor raadsleden die dit wetsvoorstel met zich meebrengt, en daarmee over de haalbaarheid van het wetsvoorstel. De minister weerlegt deze zorg. Het wetsvoorstel bevat de verplichting om in de gemeenschappelijke regeling bepaalde afspraken te maken, maar het laat het gemeentebestuur vrij om invulling te geven aan die afspraken. Deze afwegingsruimte zou leiden tot het maken van een scherpere afweging door een raad of en hoe invulling te geven aan die afspraken.

De VNG meent nog steeds dat dit in theorie begrijpelijk is, maar in de praktijk vaak anders uitwerkt.

Veranderingen in de begrotingscyclus Het is niet duidelijk in hoeverre het aanpassen van de termijn echt bijdraagt aan versterking van de positie van de raad. Op zich hebben raden geen probleem met de termijn van 8 weken indien deze wordt gehaald. Het gaat pas knellen op het moment dat die termijn niet wordt gehaald. Aan de andere kant leidt het voorstel dat gemeenschappelijke regelingen hun ontwerpbegroting 4 weken eerder gereed moeten hebben wel tot twee knelpunten: • Hoe eerder een ontwerpbegroting moet worden ingediend, hoe groter de onzekerheden die daarin staan. • Gemeenschappelijke regelingen moeten nu de ontwerpbegroting op 15 april indienen. Wanneer die datum 4 weken naar voren wordt gehaald, valt de periode waarin zij de ontwerpbegroting moeten maken steeds meer samen met de periode waarin de jaarrekening van het jaar daarvóór moet worden opgeleverd. Dat kan tot praktische knelpunten leiden in de uitvoering om de stukken op te stellen. Maar, in aanvulling daarop, als we het wetsvoorstel goed lezen, is er zowel sprake van een verschuiving naar achteren van de ontwerpbegroting als een verschuiving naar voren, van de financiële kaders. In hoeverre dit echt knelpunten zijn zou uitgevraagd kunnen worden bij gemeenschappelijke regelingen.

Bestuurlijke drukte Het wetsvoorstel beoogt in gemeenschappelijke regelingen deelnemende gemeenten meer mogelijkheden te geven per regeling keuzes te maken over de governance en legitimatie die de deelnemers passend vinden bij die regeling. Dat neemt niet weg dat het wetsvoorstel gemeenschappelijke regelingen wel verplicht om afspraken te maken over een aantal zaken. Daarmee wordt toch van bovenaf een regionale structuur opgelegd. De VNG heeft er juist voor gepleit om dat niet te doen: gemeenten kunnen regionale samenwerking met elkaar regelen en afhankelijk van de bestaande behoefte zelf vormgeven.

Tot slot Nogmaals, de VNG is positief over het feit dat raadsleden in gemeenschappelijke regelingen beter in positie worden gebracht. De VNG meent echter wel dat er meer nodig is, naast het zoeken naar juridische oplossingen binnen het kader van de huidige wetgeving. Daarom roept de VNG op om het gesprek te blijven voeren over intergemeentelijke samenwerking.

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag DGBRW Democratie en Bestuur Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.linkedin.com/company/ ministerie-van-bzk Contactpersoon info.openbaarbestuur@minbzk .n1

Kenmerk

Datum

19 APR 2022

Betreft

wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen

2022-0000102455 Uw kenmerk

Geachte heer/mevrouw, Met ingang van 1 juli 2022 treedt een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in werking.1 Deze wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Om de kaderstellende en controlerende rol van de volksvertegenwoordiging beter in te kunnen vullen en de democratische legitimatie te verbeteren wordt met deze wetswijziging een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten. Een aantal van deze wijzigingen treedt op 1 juli direct in werking, maar een ander deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding geïmplementeerd moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen. Met deze brief informeer ik u over deze wijzigingen. Volksvertegenwoordigingen2 krijgen door deze wijziging meer mogelijkheden om invloed uit te oefenen op samenwerkingsverbanden. De verschillende aanpassingen en aanvullingen zullen hierna kort worden toegelicht. De wijzigingen van de Wqr zijn onder te verdelen in drie categorieën: 1. De versterking van de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen. 2. De introductie van aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden. 3.

Het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling. Ad. 1 Versterken positie raden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regeling a.

Zienswijze bij treffen regeling: Om de positie van de raad te verbeteren wordt de raad het recht toegekend om bij een ontwerpregeling een zienswijze naar voren te brengen. De raad

1 Stb. 2022, 18 (voor de parlementaire behandeling zie Kamerstukken 33 513).

Waar hierna wordt gesproken over gemeenteraden of raden worden tevens provinciale staten en de algemene besturen van waterschappen bedoeld. 2

Pagina 1 van 4

DGBRW Democratie en Bestuur

Datum

kan zijn opvatting binnen acht weken kenbaar maken. Wanneer volgens de raad te weinig is gedaan met een zienswijze kan de raad ervoor kiezen geen toestemming te verlenen voor de gemeenschappelijke regeling. b. Zienswijze voor besluiten: Ook wordt een verplichting geïntroduceerd om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vatbaar zijn voor een zienswijze aan de gemeenteraden. Hierdoor wordt het voor gemeenteraden mogelijk hun opvatting te geven over een voorgenomen besluit. In de gemeenschappelijke regeling kan ook worden afgesproken dat geen besluiten vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee in dienen te stemmen (art. 1 Wgr). c. Gemeenschappelijke adviescommissie: De gemeenteraden van de deelnemende gemeenten krijgen de mogelijkheid om bij een gemeenschappelijke regeling zijnde een openbaar lichaam een gemeenschappelijke adviescommissie in te laten stellen bestaande uit raadsleden van de deelnemende gemeenten. Door middel van deze adviescommissie kunnen gemeenteraden in een vroeg stadium worden betrokken bij geplande besluiten van het bestuur van het openbaar lichaam.

Daarnaast kan de adviescommissie het bestuur adviseren omtrent voorgenomen besluiten en (gezamenlijke) standpunten van de raden van de deelnemende gemeenten ten aanzien van de gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam) voorbereiden. De gemeenschappelijke adviescommissie is onderdeel van de gemeenschappelijke regeling en wordt daarom ingesteld door het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam) is verplicht om de commissie in te stellen als de raden hierom vragen. Er is geen sprake van delegatie van bevoegdheden aan de gemeenschappelijke adviescommissie. Uiteindelijk blijven de raden beslissingsbevoegd. d. Afspraken over participatie: In elke regeling moet worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze, burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. e. Actieve informatieplicht: Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het college van B&W heeft ten opzichte van de gemeenteraad. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. f.

Extra vergoeding voor lidmaatschap nieuwe gemeenschappelijke commissies: Raadsleden die naast hun reguliere raadslidmaatschap lid zijn van een gemeenschappelijke adviescommissie of een gemeenschappelijke

Kenmerk 2022-0000102455

Pagina 2 van 4

DGBRW Democratie en Bestuur

Datum

onderzoekscommissie, zoals geïntroduceerd met deze wetswijziging, kunnen aanspraak maken op een extra vergoeding. Voor de hoogte van de aanvullende vergoeding wordt aangesloten bij de hoogte van bestaande vergoedingen, zoals geregeld in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Kenmerk 2022-0000102455

Ad. 2 De introductie van aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden g. Recht van onderzoek: Door het recht van onderzoek, ook wel recht van enquête genoemd, krijgen de gezamenlijke gemeenteraden de mogelijkheid om een gezamenlijke enquête uit te voeren naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling. Voorwaarde voor de instelling van een gemeenschappelijke onderzoekscommissie is dat alle raden hiermee instemmen. Verder is het van belang dat een gezamenlijke enquête niet kan worden ingesteld als een gemeenschappelijke regeling getroffen of mede getroffen is door de raden. h. Onderzoeksmogelijkheden lokale rekenkamers: Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen. Met deze wijziging wordt verduidelijkt dat de lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan een gemeentè deelneemt. Ad. 3 Het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling i.

j.

Afspraken over evaluatie: Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. De meerwaarde van een evaluatie is dat periodiek wordt stilgestaan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze wordt niet voorgeschreven. Er kan dus ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren, maar dit is dan een bewuste keuze waar de gemeenteraad bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee dient in te stemmen. Afspraken over uittreding: Met het oog op mogelijke uittreding uit een gemeenschappelijke regeling kan niet langer worden volstaan met de afspraak dat het (algemeen) bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt. Voortaan moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen voor de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen.

Pagina 3 van 4

DGBRW Democratie en Bestuur

Datum

k. Aanpassing begrotingscyclus: Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor een gemeente die moeten worden verwerkt in de begroting van de gemeente zelf. Om gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen. De begrotingscyclus van gemeenschappelijke regelingen sluit daardoor beter aan op die van gemeenten, waardoor het voor gemeenteraden gemakkelijker wordt te overzien wat de gevolgen zijn van uitgaven aan regelingen voor de eigen gemeente. Ook krijgen gemeenteraden langer de tijd om een zienswijze op de concept-begroting van een regeling te geven en ontvangen zij de kadernota later.

Kenmerk 2022-0000102455

Van deze wijzigingen treden de zienswijze van de gemeenteraad bij het treffen, wijzigen, uittreden of beëindigen van een regeling, de bevoegdheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in te (laten) stellen, de actieve informatieplicht, het recht van onderzoek, de onderzoeksmogelijkheden van lokale rekenkamer(commissie)s en de wijziging in de begrotingscyclus per 1 juli direct in werking. De overige wijzigingen vragen om een vertaling binnen elke gemeenschappelijke regeling. U heeft twee jaar de tijd om hierin te voorzien (uiterlijk 1 juli 2024). Omdat de wijzigingswet op 1 juli 2022 in werking treedt, kan deze wijziging gevolgen hebben voor de termijnen die bij de begrotingscyclus voor 2023 worden gehanteerd. In de praktijk zullen veel gemeenschappelijke regelingen al vóór 1 juli hun ontwerpbegrotingen aan de vertegenwoordigende organen toezenden voor een zienswijze. Het is van belang dat de gemeenschappelijke regelingen hierbij reactietermijnen stellen conform de nieuwe termijnen die op 1 juli 2022 ingaan. Dit betekent concreet dat de gemeenschappelijke regelingen een reactietermijn dienen op te nemen die eindigt na het zomerreces. Uitzondering hierop vormen die procedures waarvoor de zienswijzetermijn eindigt voor 1 juli. In deze gevallen mag rekening worden gehouden met de verruiming, maar is dit niet verplicht.

Mocht u naar aanleiding van deze brief vragen hebben, dan kunt u contact opnemen via de postbus info.openbaarbestuur@minbzk.nl.

De minister v

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

ins Slot

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=864b976f-f214-4ea7-996d-3c77d3fed5ce