Informatiebrief 059 2e kwartaalrapportage 2023 samenwerking warmte Leidse Regio (incl. bijl.)
Tekst van het document
Informatiebrief Zaaknummer:
Z/22/66075
Documentnummer:
363125
Datum:
5 september 2023 verzonden: 5 september 2023
Onderwerp:
2e kwartaalrapportage 2023 samenwerking warmte Leidse Regio
Portefeuillehouder:
Wethouder Schokker
Bijlage(n):
1. Voortgangsrapportage samenwerking WLR 2e kw. 2023
Geachte Raad, Met deze brief informeren wij u over de tweede kwartaalrapportage in 2023 van het samenwerkingsverband Warmte Leidse Regio (WLR). In deze organisatie werkt Voorschoten samen met buurgemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude aan de invulling van de regionale warmtetransitie. In deze brief leest u een samenvatting van de inhoud van deze rapportage en een vooruitblik op de komende maanden. Samenvatting van de rapportage De kwartaalrapportage gaat in op de bereikte resultaten en inzichten, en met name op het uitwerken van deze inzichten tot een aanpak voor het vervolg. Dat heeft geleid tot een raadsvoorstel voor een vervolg van de samenwerking dat op 28 september in de Raad van Voorschoten behandeld wordt. In een terugblik op de afgelopen periode gaat de rapportage in op de ontwikkelingen in de energiemarkt. Als aandachtspunt wordt de netcongestie in de regio benoemd, met als conclusie dat om die reden de inzet van collectieve warmte aandacht verdient. Daarnaast wordt kort toegelicht dat het informele tekstvoorstel voor de Wet Collectieve Warmte het beeld versterkt dat regionale netbeheerders, als partner van publiek-private samenwerking, een grotere rol krijgen. Daarom zoekt de regio komende tijd de samenwerking met regionale netbeheerder Firan.
In de rapportage wordt nogmaals beargumenteert dat de voortzetting van de samenwerking focust op drie deelgebieden waar de ontwikkeling van een collectief warmte-aanbod belangrijk is: 1
Voorschoten-Leiden Zuidwest
2
Leiderdorp-Zoeterwoude
3
Geothermie (Aardwarmte Rijnland)
In deelgebied 1 werken Voorschoten en Leiden samen om voor buurten in Leiden Zuid-West en Noord-Hofland een warmte aanbod te onderzoeken. Hierin participeren de woningcorporaties als
Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G
belangrijke stakeholder. We onderzoeken de mogelijkheid om een vorm van een aanbesteding te organiseren voor de warmtevoorziening voor het hele gebied. De samenwerking WLR valt binnen het werkgebied van de RES Holland-Rijnland (hierna RES). Met de RES wordt goed samengewerkt en afspraken gemaakt over de verdeling van onderwerpen. De rapportage geeft hier een beschrijving van. Onderwerpen met prioritair belang voor WLR-gemeenten, zoals de drie hiervoor genoemde deelgebieden, worden door de WLR uitgevoerd. De RES gaat binnenkort starten met het opstellen van en bronnenstrategie. Die bronnenstrategie moet inzicht bieden in de meest wenselijke en kansrijke bronnen voor de regio. Dit vanuit de achtergrond dat alleen de capaciteit van WLQ+ onvoldoende is om de huidige warmtevraag van de regio in te vullen. En aan het eind is een hoofdstuk van de rapportage inzicht in de bestedingen van de WLR. Tot slot Bij Raadsbesluit nr. Z/20/043433/238313, genomen in mei 2021, is besloten om de raad elk kwartaal te informeren over de voortgang van de samenwerking Warmte Leidse Regio. Onderhavige kwartaalrapportage is daar een voorbeeld van. Deze frequentie lijkt wat aan de hoge kant. De ontwikkelingen van de warmte in de Leidse regio gaan gepaard met een zorgvuldig en uitgebreid proces, waarin niet elk kwartaal actuele ontwikkelingen te melden zijn.
Daar wordt in het raadsvoorstel voor de verlenging van de samenwerking in de Leidse regio, dat op 28 september in de Raad behandeld wordt, voorgesteld de frequentie van de voortgangsrapportages aan te passen naar twee keer per jaar.
Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
E. van Wattingen, gemeentesecretaris
drs. N. Stemerdink, burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.
Pagina 2 van 2
Regionaal programma Warmte Leidse Regio Kwartaalrapportage Q2 - 2023
1 juli 2023
1
Inhoud Regionaal programma Warmte Leidse Regio ......................................................................................................................... 1 1
Inleiding ............................................................................................................................................................................ 3
2
Terugblik ........................................................................................................................................................................... 3
3
Programma Warmte Leidse Regio – Q2 2023 ................................................................................................................ 4 3.1
Voortzetting samenwerking. ........................................................................................................................ 4
3.2
Warmte Leidse Regio. ................................................................................................................................... 4
3.3
Relatie RES Holland Rijnland en WLR ........................................................................................................... 6
3.4
Bronnenstrategie .......................................................................................................................................... 6
4
Conclusie........................................................................................................................................................................... 7
5
Financieel overzicht ......................................................................................................................................................... 7
2
1
Inleiding
Deze rapportage betreft de uitvoering van het regionaal programma voor de warmtetransitie in de Leidse regio in het tweede kwartaal van 2023. In de maanden maart tot en met mei is vooral aandacht besteed aan het uitwerken van alle resultaten in een aanpak voor een vervolg. Dat heeft geleid tot een voorstel dat in mei aan de diverse colleges is aangeboden en naar verwachting vervolgens in de raden zal worden besproken. Dat voorstel schetst de kaders waarbinnen de samenwerking in de regio de komende jaren vorm krijgt en kan leiden tot de basis voor de noodzakelijke investeringen door marktpartijen in regionale infrastructuur.
2
Terugblik
Energiemarkt. Na de onrustige eerste maanden van 2023 lijkt de onrust op de energiemarkt wat te zijn weggezakt. Een zachte winter en voldoende gevulde opslagen in Europa halen de spanning uit de markt. De gasprijs op de handelsmarkt staat inmiddels weer ruim onder het niveau van voor de start van de oorlog in Oekraïne. Dat terwijl afgelopen zomer nog een recordprijs van 350 euro per Megawattuur werd bereikt. Toch betalen huishoudens nog altijd een prijs die circa 2 tot 3 keer zo hoog is als voor het uitbreken van de oorlog, al zijn de verschillen tussen energiebedrijven groot. Oorzaak hiervan is dat de consumentenprijzen vorig jaar voor een jaar vooruit zijn bepaald op basis van de toen geldende hogere gasprijzen. Op basis van de huidige trend worden lagere consumentenprijzen verwacht voor 2024. Experts waarschuwen echter voor de onvoorspelbaarheid van de energiemarkt, met name op de mondiale markt voor aardgas. Kleine verstoringen kunnen grote gevolgen hebben. Intussen is de aandacht in de energiesector verschoven naar de schaarste op het elektriciteitsnet. Diverse studies 1 die in het tweede kwartaal zijn verschenen wijzen op een sterk toenemend aandeel elektriciteit in de energiemix terwijl tegelijk het huidige elektriciteitsnet dat niet aan kan, met congestie op alle netvlakken (hoogspanning, maar ook wijknetten) tot gevolg.
Ook de Leidse regio ontkomt niet aan die congestie, wat betekent dat nieuwe aansluitingen niet of pas later mogelijk worden en een groter beslag op schaarse ruimte wordt gelegd voor uitbreiding van de infrastructuur. Naast het beleid gericht op het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving zijn bovenstaande ontwikkelingen belangrijke redenen waarom de inzet van collectieve warmte urgente aandacht verdient. Dat vraagt om duidelijkheid naar alle partijen. Regulering collectieve warmte. Dat beeld is versterkt door het wetsvoorstel Collectieve Warmte dat in juni informeel beschikbaar is gekomen. Weliswaar nog in een consultatieversie waar de koepels (VNG, IPO, Energie Nederland en Netbeheer Nederland) nog hun reactie hebben kunnen geven. De verwachting is dat deze wet, na een uitvoeringstoets door de Autoriteit
1
II3050, TenneT, Expertgroep
3
Consument en Markt (ACM), na de zomer aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden. De doelstelling achter deze wet is ongewijzigd 500.000 warmte aansluitingen in 2030 uitgroeiend tot 2.5 miljoen aansluitingen op termijn. Het wetsvoorstel verduidelijkt het proces van kavelontwikkeling en de rol van gemeenten en (publieke) warmtebedrijven daarin. Een andere belangrijke ontwikkeling is dat de ruimte voor warmtegemeenschappen is verduidelijkt in de wet. Concreet betekent dit dat burgercoöperaties die een warmtenet willen ontwikkelen ook als warmtebedrijf voor een warmtekavel gezien kunnen worden. Wanneer warmtegemeenschappen minder dan 1.500 aansluitingen hebben, dan vallen ze onder de regels voor kleine collectieve warmtesystemen. Ook duidt het wetsvoorstel op een grotere rol voor de regionale netbeheerders in de ontwikkeling en beheer van warmte infrastructuur, ook als partner in een publiek – private samenwerking. Regionale transportverbindingen worden in de WCW expliciet voorbehouden aan de publieke netbeheerders op aanwijzing door het Rijk. Die ontwikkeling maakte het ook mogelijk om op het gebied van regionale warmte infrastructuur meer direct de samenwerking met de regionale netbeheerder te zoeken, in onze regio Firan dat als onderdeel van Alliander open warmtenetten ontwikkelt en beheert.
Naast dit nationale perspectief is inmiddels ook het provinciale Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) uitgekomen. Deze provinciale programma’s bieden zicht op de provinciale regie op de ontwikkeling van energie infrastructuur. In het pMIEK voor Zuid Holland is de warmte infrastructuur regio Holland Rijnland opgenomen als een van de nog te ontwikkelen prioritaire projecten. Uitwerking van de provinciale rol hierin volgt later dit jaar.
3
Programma Warmte Leidse Regio – Q2 2023
3.1
Voortzetting samenwerking.
In het tweede kwartaal van 2023 heeft de focus van het programma Warmte Leidse Regio gelegen op het inhoudelijk en organisatorisch vormgeven van de verdere samenwerking en het voorbereiden van de besluitvorming daarover. Op grond van de resultaten en inzichten die binnen WLR zijn opgedaan over de ontwikkeling en inzet van regionale bronnen is de conclusie getrokken dat verdere samenwerking voor alle betrokkenen voordelen oplevert in het realiseren van de regionale warmtetransitie en het ontwikkelen van de beschikbare regionale warmtebronnen daarvoor. Dit beeld is ook gepresenteerd op een informele informatieavond voor de gezamenlijke Raden uit de regio op 23 Mei jl. In een interactieve setting zijn de resultaten van de afgelopen periode met de raadsleden gedeeld en zijn zoveel mogelijk vragen daarover beantwoord. De stand rond de warmte opgave is verwoord in een publicatie ‘Regionale Warmteoplossingen in de Leidse Regio’ van WLR. Dit alles vormt de basis voor een besluitvormingsproces in de Raden over de verdere samenwerking in het najaar 2023. Op basis van dit vooruitzicht is de stap gezet naar uitbreiding van het programmateam. Dat betreft een bredere programma ondersteuning die inmiddels is gerealiseerd en twee inhoudelijke medewerkers waarvoor de werving inmiddels is opgezet. Dit valt binnen de dienstverleningsovereenkomst van de gemeente Leiden.
3.2
Warmte Leidse Regio.
Zoals ook al in de ORES studie is geduid, zijn er feitelijk drie deelgebieden waar verdere uitwerking nodig is om tot besluitvorming over de regionale infrastructuur te komen. Dat betreft 1) Voorschoten – Leiden, 2) LeiderdorpZoeterwoude en 3) Geothermie (Aardwarmte Rijnland). 1.
Voorschoten – Leiden.
4
Beide gemeenten werken samen aan de ontwikkeling van een aanbod collectieve warmte voor de gebieden NoordHofland en Leiden zuidwest. Aandachtspunt hier is de realisatie van een warmte overdrachtsstation in Voorschoten waarmee beide gebieden kunnen beschikken over transportcapaciteit van WLQ+. De ontwikkeling van een aanbod voor de beide gebieden is opgepakt door beide gemeenten waarbij wordt gedacht aan de vorm van een aanbesteding van een concessie voor het gehele voorzieningsgebied. Dat betekent dat de concrete invulling van een aansluiting op WLQ+ of eventuele andere bronnen onderdeel is van een aanbieding op die concessie. Omdat WLQ+ in de finale ontwerpfase komt is het belangrijk dat duidelijk wordt of en hoe deze aansluiting gaat worden ingezet voor het genoemde gebied. Gesprekken met Gasunie en gemeenten hierover lopen nog. 2.
Leiderdorp – Zoeterwoude.
Uit de ORES studie is gebleken dat beide gemeenten voor alle scenario’s ‘aan het uiteinde’ van het systeem zitten. Voor Zoeterwoude en Leiderdorp zijn er meerdere mogelijkheden om aanvoer van warmte te krijgen: via WLQ, door bestaande Vattenfall net in Leiderdorp uit te breiden of door een nieuw te ontwikkelen ORES systeem. De voor en tegens van de drie varianten worden momenteel in kaart gebracht. Hiervoor worden deel scenario’s uitgewerkt die zicht moeten geven op het handelingsperspectief van beide gemeenten. Daarbij is de inzet van Zoeterwoude nog afhankelijk van de lopende beleidsvorming op basis van een inventarisatieronde van bewonersvoorkeuren in de gemeente. Aanvullend hierop speelt een mogelijke warmtevraag vanuit de gemeente Alphen. Een dergelijke warmtevraag zal invloed hebben op de voor- en nadelen van de verschillende scenario’s en hij wordt daarom dus als variant ook meegenomen in de beoordeling ervan. 3.
Geothermie (Aardwarmte Rijnland)
Uit de ORES studie is gebleken dat de transportcapaciteit van Warmtelinq veruit onvoldoende is om de hele Leidse regio van warmte te voorzien. Dat is op basis van de huidige warmtevraag in de wijken die door de gemeenten als ‘collectief te verwarmen’ zijn geïdentificeerd. Er is dus sprake van verdeling van schaarste aan beschikbare broncapaciteit (zie 3.4, Bronnenstrategie) Dat betekent dat het ontsluiten van (een deel van) het potentieel aan geothermische warmte in de regio strategisch van belang is voor de verduurzaming van de warmtevraag in de regio. Voor de korte termijn richt zich de aandacht van WLR op de plannen van Aardwarmte Rijnland, het consortium van Shell, D4 en Firan. Zij beogen een bron van 2 x 20 MWth in de gemeente Noordwijk te ontwikkelen voor de levering van geothermische warmte. Primair gaat het dan om warmte voor bedrijven en gebouwen in Noordwijk en Noordwijkerhout. Daarnaast is het consortium in gesprek met een groeiend aantal grote afnemers, zowel industrieel als agrarisch. De intentie van het consortium is om daarin ook delen van de Leidse regio te voorzien, mogelijk tot en met de aanlandingslocatie van WLQ+ in Leiden/Oegstgeest. WLR onderzoekt in overleg met Aardwarmte Rijnland de mogelijkheden hiervoor.
Het streven is om hier te komen tot een regionale transportleiding vanuit Noordwijk naar Leiden die vervolgens als bron kan dienen voor de belevering van bedrijven en wijken in de regio, in eerste instantie richt zich dat op eventuele mogelijkheden in Oegstgeest en Katwijk. Of en hoe dat realiseerbaar is hangt echter af van ontwerp van deze transportleiding en de potentiële afzet van warmte daarmee. Tracé ontwerpen, dimensionering en de daarmee samenhangende risico’s van tijdelijke overdimensionering en volloop moeten daarom in kaart worden gebracht om daarmee ook onderbouwde besluiten te kunnen nemen over de realisatie ervan. Vooralsnog is de strategie van WLR gericht op het aanwijzen door het Rijk van deze transportleiding als een regionale transportleiding als bedoeld in de WCW. De beschikbaarheid van geothermische warmte vanuit Noordwijk is mede afhankelijk van de warmtevraag uit gemeenten buiten WLR, met name in de Duin- en Bollenstreek. Daarmee past een eventuele ontsluiting van het
5
potentieel aan geothermie in de ‘bronnenstrategie’ (zie 3.4) die in het kader van de regionale samenwerking in de RES Holland Rijnland wordt ontwikkeld.
3.3
Relatie RES Holland Rijnland en WLR
Op nationaal niveau zijn de RES samenwerkingsverbanden aanspreekpunt voor de regionale inzet op de decentrale productie van duurzame elektriciteit en de inzet van duurzame warmte. Dat laatste in de Regionale Strategie Warmte (RSW). In het tweede kwartaal is binnen de RES Holland Rijnland in samenwerking met WLR een nieuwe invulling gegeven aan een regionaal energieprogramma, waarbinnen ook het thema warmte. Met de RES HR zijn afspraken gemaakt over de verdeling van de onderwerpen. Zo zullen thema’s als bronnenstrategie en de mogelijkheden voor de inzet van duurzame gassen op RES niveau worden opgepakt. WLR neemt deel in de strategiegroep voor de regionale strategie warmte om zo op inhoud samen op te trekken. Onderwerpen met prioritair belang voor de WLR-gemeenten, zoals de projecten die in paragraaf 3.2 beschreven zijn, worden door WLR uitgevoerd. Onderstaand schema geeft een beeld van de werkverdeling, waarbij op sommige thema’s gelijk op wordt gewerkt. Voor de toekomst is overeengekomen dat bij nieuwe projecten afstemming vooraf zal plaatsvinden. Gezien de nauwe samenwerking is de afstemming met de uitvoering van de RES Holland Rijnland is vast onderwerp in het bestuurlijk overleg. RES HR
WLR
ORES projecten Bronnenstrategie Duurzame Gassen
X X X
Kostenconcurrentie bronnen
X
Regionale governance
X
Inzet warmte opslag
X
3.4
X
Toelichting Dit betreft Voorschoten / LeidenZW, Leiderdorp/Zoeterwoude en Geothermie Noordwijk/Leiden Analyse van wenselijke inzet van beschikbare broncapaciteit Inzicht in de mogelijkheden voor inzet groen gas en waterstof (ook piekvraag) Verkenning van de mogelijkheden om kosten bron/transport in regio te nivelleren Inzicht in alternatieven voor regionale governance op de warmte infrastructuur Verkenning van het potentieel voor Hoge Temperatuur Opslag (seizoensopslag)
Bronnenstrategie
Van bovenstaande onderwerpen vergt de eerder genoemde bronnenstrategie enige nadere toelichting. In overleg met de RES HR is er voor gekozen dat de RES-regio een bronnenstrategie voor de regio Holland Rijnland ontwikkeld. Die bronnenstrategie moet inzicht bieden in de meest wenselijke inzet van de beschikbare regionale warmte vanuit een regionaal perspectief op laagste kosten en toekomstbestendigheid. De achtergrond hiervan is dat alleen de beschikbaarheid van restwarmte vanuit WLQ+ onvoldoende is om te voldoen aan de huidige warmtevraag, terwijl die verwachting wel bestaat bij gemeenten binnen en buiten de samenwerking WLR. In het kader van de ORES studie is dat in beeld gebracht voor WLR in de figuur hiernaast. Daaruit blijkt dat zelfs als het geheel van alle grote regionale bronnen beschikbaar zou zijn dat ternauwernood voldoende is om aan de huidige basislast voor WLR te voldoen. Anderzijds is er nog
6
een niet concreet gemaakt potentieel aan diepe en ondiepe geothermie en lokale aquathermie dat mogelijk inzetbaar kan zijn, mits dat op acceptabele economische voorwaarden valt te ontginnen. Waar mogelijk kan een ORES daar een bijdrage aan leveren. Het realiseren van een ORES binnen de WLR is daarom afhankelijk van een verstandige verdeling van die transportcapaciteit. Vertrouwen in ‘first-come, first serve’ leidt tot onderlinge concurrentie op de beschikbare capaciteit, wat niet vanzelfsprekend de maatschappelijk meest gunstige (wenselijke?) uitkomst oplevert voor iedereen. Omdat het ook gaat over de combinatie van broncapaciteit en warmtevraag buiten de Leidse regio is daarom een bronnenstrategie op de schaal van de RES Holland Rijnland noodzakelijk. WLR draagt hieraan inhoudelijk bij met de inzichten opgedaan in de ORES analyse. Tegelijk is het belangrijk dat lopende initiatieven doorgang vinden. Dat maakt het ontwikkelen van een bronnenstrategie niet alleen belangrijk maar ook urgent. Door de RES Holland Rijnland wordt dit in samenwerking met WLR voortvarend opgepakt.
4
Conclusie
De samenwerking in WLR staat aan de vooravond een nieuwe fase. De huidige analyse laat zien dat het inzetten op regionale warmtebronnen niet alleen wenselijk maar ook voordelig is voor de betrokken gemeenten. Op basis van dat inzicht is het zaak om nadere afspraken te maken over de manier waarop die inzet verder kan worden gerealiseerd in concrete realisatie en op welke manier verdere samenwerking daarop nodig en mogelijk is, mede ook in het licht van de groeiende publieke rol in de realisatie van collectieve warmte projecten. Hierop zal de komende maanden meer inzicht nodig zijn om die publieke rol voor de komende jaren concreet in te vullen.
5
Financieel overzicht
De realisatie Q2 betreft de afronding van nog lopende opdrachten voor advisering en ondersteuning programma uitvoering (werkstroom 1) en personele en organisatiekosten (werkstroom 2). Totaal begroot
Realisatie 2021
Realisatie 2022
Realisatie 2023 - Q1
Realisatie 2023 - Q2
Beschikbaar 2023
Werkstroom 1. Programmatische inspanningen zoals onderzoek, ontwerp & doorrekening open regionaal energiesysteem
600.000
54.758
384.206
31.774
77.389
51.874
Werkstroom 2. Versterken van initiatieven, bevorderen ontwikkelingen en voorbereiden op uitvoering (excl. cofinanciering)
450.000
21.903
9.364
-
-
418.733
Werkstroom 3. Omgevingsmanagement, innovatie en markt
350.000
21.903
8.836
-
-
319.261
Werkstroom 4. Organisatie en samenwerking
600.000
10.952
230.014
57.240
62.925
238.869
2.000.000
109.515
632.420
89.014
140.314
1.028.737
Totaal
Vooruitblik. De toenemende complexiteit van de warmte opgave, technisch – economisch maar ook bestuurlijk, vergt meer inzet van WLR de komende tijd. Daarom is uitbreiding van het team WLR voorzien. Het streven is die uitbreiding na de zomer te realiseren. Voor de ontwikkeling van geothermie lopen gesprekken met Firan en Shell gericht op het voorbereiden van de realisatie van een warmteleiding Noordwijk – Leiden. Daarvoor is inzicht in en onderzoek aan tracé en dimensionering nodig. Besluit tot investeren is primair de verantwoordelijkheid van de betrokken marktpartijen. Omdat de RES Holland Rijnland nu een aantal projecten oppakt, maar nog niet concreet heeft uitgewerkt is onduidelijk hoe dit uitwerkt op de inzet van mensen en middelen in WLR. Dat zal in het derde kwartaal 2023 duidelijk moeten worden.
7