CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 052 Meicirculaire 2021.pdf

Commissie Burger & Bestuur Voorschoten 1 juli 2021, gemeente voorschotenBij agendapunt: Kaderbrief2.454 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer: Documentnummer: Datum: Onderwerp: Bijlage(n):

Z/21/051358 252971 dinsdag 29 juni 2021 Meicirculaire 2021 nee

Informatiebrief

Geachte Raad, Inleiding/samenvatting Op 31 mei jl. is de meicirculaire 2021 van het Gemeentefonds gepubliceerd. Door het moment van verschijnen en de doorlooptijd die het inzichtelijk maken van de gevolgen voor Voorschoten vraagt, konden de uitkomsten niet in de Kaderbrief 2022 worden verwerkt. De voorliggende informatiebrief voorziet in de informatiebehoefte voor het opstellen van de nieuwe begroting. De brief is beschikbaar voorafgaand aan het debat over de kaderbrief en kan daar bij worden betrokken. De meicirculaire is de belangrijkste circulaire van het jaar. De meicirculaire vormt de basis van de Begroting 2022-2025. De septembercirculaire kan daarnaast ook nog wijzigingen in de algemene uitkering aanbrengen, net als de decembercirculaire. De meicirculaire 2021 valt voor Voorschoten gunstig uit, vooral in 2021 vanwege extra incidentele middelen voor jeugd. Maar ook voor 2022 en verder is er door in dit geval landelijke ontwikkelingen voor Voorschoten een (weliswaar aflopend) structureel voordeel. De in de kaderbrief aangegeven verwachte structurele extra middelen voor Jeugd zijn nog niet in deze circulaire opgenomen. Wij zijn uiteraard blij met deze extra middelen, maar het geeft ook aan hoe de vanuit het Rijk beschikbaar gestelde middelen sterk kunnen fluctueren.

Jeugd In de meicirculaire 2021 zijn de extra middelen voor jeugd, landelijk een bedrag van € 613 miljoen, voor gemeenten opgenomen. Het gaat voor Voorschoten om een bedrag van € 539.000. Waar de circulaire geen informatie over geeft is de verdeling over gemeenten van de extra middelen die het Kabinet beschikbaar gaat stellen voor jeugdzorg na 2021. Dit gaat landelijk in 2022 om € 1,3 miljard, voor de jaren daarna is het wachten op het nieuwe kabinet om de landelijke bedragen te bepalen. Herijking Gemeentefonds In deze meicirculaire zijn nog niet de gevolgen van de voorgenomen herziening van de verdelingssystematiek van het Gemeentefonds opgenomen. De huidige aankondiging is dat de voorgenomen herziening wordt opgenomen in de septembercirculaire 2021 en zijn ingang vindt op 1 januari 2023. Gezien het verloop van de huidige kabinetsformatie is het de vraag of deze planning gehaald wordt. 2021 In de circulaire zit voor 2021 een voordeel van € 1.327.000 (€ 11.000 over 2020 en € 1.316.000 over 2021). De bijstelling van het lopende begrotingsjaar wordt in de najaarsnota over 2021 verwerkt. Ten opzichte van de voorjaarsnota 2021 (geagendeerd voor de raadsvergadering van 15 juli 2021) wijzigt het resultaat hierdoor van € 1.372.000 nadelig tot € 45.000 nadelig.

Meerjarenperspectief, 2022 t/m 2025 Met ingang van 2022 zorgt een aantal factoren in de meicirculaire voor een bruto voordeel van € 1.237.000 in 2022, afnemend tot een bruto voordeel van € 1.027.000 in 2025. Deze ontwikkeling wordt nog gecorrigeerd voor reserveringen en verrekeningen (zie de toelichting aan het eind van deze brief), waarna een netto effect ontstaat. Het totale effect van de meicirculaire op de kaderbrief is als volgt:

Pagina 1 van 7

In bovenstaande tabel is een positief meerjarensaldo zichtbaar. In dit saldo is een stelpost (zie kaderbrief 2022) opgenomen voor de aangekondigde extra jeugdgelden vanaf 2022. Bij de uitwerking van de begroting zal nader beoordeeld worden of de bijstellingen naar aanleiding van de meicirculaire 2021 aanleiding geven eerdere onttrekkingen aan de concernreserve te heroverwegen. Het college is ook van mening dat indien de huidige voorziene overschotten zich manifesteren, deze zoveel mogelijk terug moeten vloeien naar de concernreserve. Op de volgende pagina wordt meer in detail ingegaan op de inhoud van de meicirculaire.

Pagina 2 van 7

Gevolgen meicirculaire 2021

Ontwikkelingen uitkeringsfactor Ad 1 Afrekening BTW-compensatiefonds over 2020 Het beroep op het BTW-compensatiefonds blijft in 2020 achter bij de beschikbare budgetten en wordt conform afspraak uitgekeerd aan de gemeenten. Ad 2 Overige ontwikkelingen uitkeringsfactor (o.a. afronding) Kleine verschillen en afronding. Ad 3 Accresontwikkeling in mei 2021, ujr 2022 t/m 2026 De uitkeringen uit het gemeentefonds hangen nauw samen met de uitgaven door de Rijksoverheid. Het gemeentefonds groeit of krimpt ook mee met de uitgaven van het Rijk, dit gaat aan de hand van de methode ‘samen de trap op en samen de trap af’. Wanneer het rijk meer uitgeeft wordt de omvang van het gemeentefonds groter. Deze verandering in de omvang van het gemeentefonds wordt ook wel het accres genoemd. In de meicirculaire zijn de accressen vanaf 2022 bijgewerkt. De lagere accressen zijn het gevolg van lagere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe werd aangenomen. Vanaf 2023 is het accres neerwaarts bijgesteld als gevolg van lagere rentelasten en EU-afdrachten door het Kabinet. Ad 4 & 5. Nominale ontwikkeling a.g.v. verleggen basisjaar & Nominale ontwikkeling vanaf 2023 In eerdere circulaires werd het jaar 2022 tegen constante prijzen (zonder indexatie) geraamd. Vanaf deze meicirculaire wordt uitkeringsjaar 2022 uitgedrukt in lopende prijzen. Hiermee verspringt het basisjaar.

Dit levert een voordeel op vanaf 2023.

Pagina 3 van 7

Bij de omrekening van de algemene uitkering naar constante prijzen doet zich een nadeel voor vanwege een ten opzichte van de septembercirculaire 2020 hogere prijsindex. Dit nadeel wordt grotendeels gecompenseerd door de in de septembercirculaire 2020 opgenomen stelpost (zie 20). Ad 6. Ontwikkeling uitkeringsbasis De berekening van de algemene uitkering bestaat uit een vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (aantal x hoeveelheid). De som van deze producten wordt de uitkeringsbasis genoemd. De ontwikkeling van de landelijke uitkeringsbasis laat een positieve reeks zien. De ontwikkeling van het aantal inwoners en bijstandsgerechtigden vanaf 2023 is ten opzichte van de decembercirculaire naar boven bijgesteld: een voordeel voor de gemeente. Ad 7. Jeugdhulp In 2021 is € 539.000 ontvangen voor de aanpak van de problematiek in de jeugdzorg. Bij de voorjaarsnota heeft het kabinet voor het jaar 2021 € 613 miljoen beschikbaar gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg. Op dit moment zijn het kabinet en de VNG in gesprek over de uitkomsten van het advies van de Commissie van Wijzen. Over de uitkomst hiervan wordt voor 1 juli informatie verwacht. Het bedrag van € 613 miljoen voor 2021 komt bovenop de € 300 miljoen aan tijdelijke extra middelen die bij voorjaarsnota 2019 al beschikbaar is gesteld voor het jaar 2021.

Rondom de € 613 miljoen zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en VNG. De € 613 miljoen valt in een aantal delen uiteen. Specifieke uitkeringen omvatten € 120 miljoen van de € 613 miljoen en worden verdeeld via specifieke uitkeringen (spuk’s) of op een andere gerichte wijze. Dit betreft: • € 50 miljoen voor tijdelijke uitbreiding van de crisiscapaciteit jeugd-GGZ; • € 50 miljoen voor het beter passend maken van accommodaties om de leefomstandigheden van kwetsbare jeugdigen te verbeteren (driemilieuvoorzieningen); • € 5 miljoen voor het ombouwen van separatieruimten in de gesloten jeugdhulp tot High Intensive Care Units; • € 15 miljoen voor de vereenvoudiging en verbetering van de jeugdbeschermingsketen (o.a. verbreding en verdere uitrol pilots vereenvoudiging Jeugdbescherming en doorbraakaanpak) Deze middelen zullen aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorgregio’s uitgekeerd worden. Momenteel wordt dit nader uitgewerkt. Een klein deel van de middelen zal gebruikt worden voor landelijke coördinatie en activiteiten die centraal door het Rijk georganiseerd worden. Hierover zullen in een bestuurlijk overleg tussen Rijk en VNG nadere afspraken worden gemaakt. Ad 8. & 9.

Wet open overheid structureel & Wet open overheid incidenteel Deze initiatiefwet is op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer aangenomen en beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de WOO. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (WOB) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de WOO. Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de WOO. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen.

De incidentele middelen, voor de periode 2022 tot en met 2026 een bedrag van € 25 miljoen per jaar, zijn bestemd voor het verbeteren van

Pagina 4 van 7

systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen, € 21 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42 miljoen vanaf 2026, zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de WOO, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. Ad 10. Overige taakmutaties Dit betreft de vergoedingen voor de taakmutaties onder de € 25.000. Integratie-, Decentralisatie- en Suppletie-uitkeringen Ad 11. Maatschappelijke begeleiding statushouders Op basis van het werkelijk aantal begeleide inburgeringsplichtige asielmigranten in de periode tot februari van dit jaar wordt met de gemeente afgerekend via een decentralisatieuitkering. Tegenover deze verhoging staat onder de gemeentelijke stelposten een gelijke verlaging van de gemeentelijke raming voor deze post. In de gemeentelijke administratie wordt de per gerealiseerde ingeburgerde migrant te ontvangen € 2.370 budgettair neutraal verwerkt. Ad 12. Kerkenvisies Met de aanvraag van de decentralisatie-uitkering bij het Rijk komt met de meicirculaire eenmalig € 25.000 budget beschikbaar voor het opstellen van een kerkenvisie. Dit biedt een kans om in gezamenlijkheid met gemeenten, kerkeigenaren, erfgoedorganisaties en betrokken burgers het gesprek aan te gaan over de toekomst van alle kerkgebouwen in de gemeente.

Ad 13. Overige IU/DU/SU (integratie-, decentralisatie- en specifieke uitkeringen) Dit betreft de vergoedingen voor de IU, DU en SU onder de € 25.000. Wet Waardering Onroerende-Zaken Ad 14. WOZ De ontwikkeling van de WOZ-waarden voor woningen en niet-woningen zorgt voor een hogere korting op de algemene uitkering. Bijstelling van het rekentarief geeft weer een voordeel. Per saldo loopt de waardeontwikkeling van het Voorschotens vastgoed in lijn met dat van de rest van Nederland. Corona steunpakket, 4de tranche Ad 15. Corona steunpakket In de meicirculaire is de 4de tranche van de coronasteunpakketten verwerkt. Hiervan heeft € 24.000 betrekking op 2020 en € 281.000 op 2021. In de voorjaars- en najaarsnota wordt meer specifieke informatie opgenomen over Corona. 3 D’s in het sociaal domein Ad 16. Participatie In de integratie-uitkering voor participatie is o.a. de uitkering voor de sociale werkvoorziening begrepen. Dit onderdeel wordt doorgesluisd naar de uitvoeringsorganisatie Kust-, Duin- en Bollenstreek. Mutaties op basis van actualisatie van de onderliggende aantallen van de sociale werkplaatspopulatie worden dan ook gecompenseerd. Ad 17. Voogdij/18+ Indexatie van het budget leidt tot een licht hogere uitkering in 2021. Voor de daarop volgende jaren wordt evenwel verdeeld op basis van de laatste historische gegevens (over 2020) en is sprake van een fikse korting.

De invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel vindt plaats in 2022. Hiermee verschuift de verantwoordelijkheid van de zorg van naar schatting 20.000 jongeren over heel Nederland naar een andere gemeente. Zo gauw de

Pagina 5 van 7

invoering heeft plaatsgevonden kan het budget voogdij/18+ objectief verdeeld worden en wordt overheveling naar de algemene uitkering voorzien. Stelposten Ad 18. Maatschappelijke begeleiding statushouders Zie de toelichting onder ad 11. Ad 19. Vrijval onderuitputting BCF (BTW-compensatiefonds) De toezichthouder, de provincie, ziet er nauwlettend op toe dat de raming van de uit hoofde van de onderuitputting op het BTW-compensatiefonds (structureel) te verwachten baten niet hoger wordt geraamd dan de realisatie over 2020. Voor Voorschoten betekent dit dat voor 2022 en verder € 220.000 zou kunnen worden geraamd in plaats van de tot nu toe opgenomen € 40.000. Voorzichtigheidshalve wordt voor 2022 en latere jaren de behoudende € 110.000 geraamd, dit is een stijging van € 70.000 t.o.v. de hoogte van de stelpost zoals deze opgenomen was. Ad 20. Tegenboeking nominaal effect i.v.m. constante prijzen In de septembercirculaire deed zich een niet reëel voordeel voor wat de constante prijzen betreft, hiervoor is toen een stelpost getroffen om dit voordeel tegen te gaan. In de meicirculaire 2021 is geen sprake meer van dit voordeel en hierom kan de stelpost vervallen en creëert dit een voordeel. Ad 21. Stelpost herverdeling medicijnmaatstaven 2022 Bij de herijking van het gemeentefonds zullen de medicijnmaatstaven gaan vervallen.

Om hier in de meerjarenraming al rekening mee te houden is een stelpost opgenomen om dit voor Voorschoten relatief grote nadeel te ondervangen. In eerste instantie zou de herijking van het gemeentefonds plaatsvinden in 2022. Hierom is de stelpost vanaf 2022 in de meerjarenraming meegenomen. Nu de herijking gepland staat voor 2023 zijn de medicijnmaatstaven in de meicirculaire 2022 nog aanwezig, hierom kan de stelpost, ter hoogte van € 250.000, in 2022 vrijvallen. Dit levert voor 2022 een voordeel op van € 250.000. Reserveringen en verrekeningen Het in de eerste tabel berekende bruto effect van de meicirculaire dient gecorrigeerd te worden voor verschillende beschikbaar te stellen of te korten budgetten die daarmee buiten de algemene middelen blijven. In de tabel hieronder wordt het bruto-effect, netto gemaakt. De invulling van de reserveringen, bijv. uitvoering van de taken in het kader van de wet Open Overheid, worden bij de begroting 2022 nader toegelicht en ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.

Verleggen basisjaar (zit al in de kaderbrief) In de kaderbrief 2022 was al rekening gehouden met het verschuiven van het basisjaar van 2021 naar 2022 en daarmee een structureel hogere algemene uitkering van € 450.000.

Pagina 6 van 7

Omdat dit bedrag al opgenomen was in de kaderbrief, wordt deze gecorrigeerd op het brutoeffect van de meicirculaire. Reserveringen - Taakmutaties, Integratie- en decentralisatieuitkeringen & Corona De algemene uitkering is in algemene zin voor het grootste deel vrij besteedbaar. In de meicirculaire worden echter ook middelen opgenomen voor nieuwe overheidstaken, te weten de wet open overheid. De middelen die bij deze taken horen worden gereserveerd en naar verwachting bij de begroting 2022 onderbouwd aan de raad ter goedkeuring voorgelegd. Na goedkeuring door de raad worden deze middelen omgezet in een lastenbudget op het betreffende taakveld. De coronacompensatie is grotendeels vrij besteedbaar, echter voor de TONK (Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten) kunnen aanvragen binnen komen. Bij de najaarsnota zal daarom worden voorgesteld om deze middelen te reserveren om de kosten van deze aanvragen te dekken. Stelpost areaaluitbreiding In de jaren 2023, 2024 en 2025 wordt uitbreiding van het aantal woonruimten in Voorschoten voorzien. Voor de hierbij behorende hogere onderhoudsbudgetten zijn stelposten in de begroting opgenomen. Uitgangspunt voor de hoogte van de stelpost is 50% van de hoeveelheidsverschillen. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

A. R. de Graaf, gemeentesecretaris

drs. N. Stemerdink, burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=05f8c5c0-7188-42fc-a20f-0b63aa03390c