CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 048 Re-integratie en participatiebeleid (incl. bijlagen).pdf

Commissie Mens & Samenleving Voorschoten 16 juni 2022, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrief re-integratie en participatiebeleid15.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Re-integratie Als een cliënt “werkfit” is, bespreekt de consulent werk dit met de accountmanager. Vervolgens helpt de accountmanager bij de matching. Deze heeft namelijk veel contact met werkgevers. Er wordt gekeken wat de behoefte is van de cliënt en op basis daarvan wordt gezocht naar de juiste match. De afgelopen jaren is een verschuiving geweest dat er meer wordt gekeken naar wat de doelgroep wil. Dit komt deels door de huidige arbeidsmarkt: er zijn veel vacatures en weinig matchbare cliënten. Dit maakt het makkelijker om de behoefte van cliënten mee te nemen en meer te bespreken met werkgevers. Denk dan bijvoorbeeld aan de groep alleenstaande moeders: er kan nu makkelijker worden besproken dat zij niet fulltime aan de slag kunnen. Het wordt ook als duurzamer ervaren om de behoefte van de cliënt goed mee te nemen; dan is de kans op een duurzame baan ook groter. Opvallend is dat cliënten dit niet op deze manier ervaren: zij vinden dat er te veel wordt gekeken naar de werkgever en niet naar de werknemer. Zo is er een cliënt die graag in eigen vakgebied wilde werken, maar naar andere soorten banen werd gestuurd. Deze cliënt is daarom zelf op zoek gegaan naar werk.

Cliënt: “Werkgevers en werknemers hebben beide andere belangen, dus er zou

13 www.vandamoosterbaan.nl

ook naar de werknemer moeten worden gekeken. Niet zomaar iemand ergens neerzetten. Vooral als werknemer een specifieke achtergrond heeft, dan is het lastiger.” Het kan ook zijn dat cliënten niet meteen door kunnen stromen naar werk, maar eerst verdere begeleiding of scholing nodig hebben. Er kunnen dan diverse tools en trajecten worden ingezet: begeleiding, scholing, sollicitatietraining, enz. De gemeente heeft een raamovereenkomst met diverse re-integratiebureaus. Deze hebben weer verschillende specialismen. Zo zijn er bijvoorbeeld bureaus die zich specifiek op hoogopgeleiden of mensen met autisme richten. Deze partijen kijken samen met de cliënt wat de volgende stap is. Daarnaast zijn er ook diverse andere mogelijkheden voor cliënten. Zo is er binnen afdeling werk een trainer die kan helpen met sollicitatietraining en met empowerment; er is een tijdelijke matchmaker die met cliënten kijkt wat zij kunnen en vervolgens naar werkgevers stapt; en voor jongeren is er een leerwerkmakelaar. Veel van deze functies zijn tijdelijk. Dit zijn “plusjes” die steeds zijn toegevoegd aan het beleid, omdat dat niet meer afdoende was. Deels komt dat doordat de arbeidsmarkt steeds iets anders vraagt. Cliënten zijn veelal positief over de trajecten die bij hen zijn ingezet.

Door de consulent wordt geluisterd naar wat zij willen; er wordt dus echt gericht op de persoonlijke situatie en maatwerk geleverd. Dat helpt bij de weg naar werk. Vooral ZZP'ers ervaren dat er goed naar hun persoonlijke situatie wordt gekeken. Men voelt zich gehoord en hebben het gevoel dat ze zelf in the lead zijn. Er is geloof dat men iets kan.

Cliënt: “Ik heb meer zelfvertrouwen gekregen doordat ik nu een eigen zaak heb en er in mij werd geloofd.” De trajecten geven cliënten de kans op weer iets op te bouwen. Daarbij geeft de begeleiding ook een gevoel van veiligheid door het vangnet dat

geboden werd door de gemeente. Voor de kunde van de consulent vinden cliënten het belangrijk dat ze motiverend zijn en iemand serieus nemen. Maatwerk lijkt wel te verschillen per situatie. Bij de cliënten die graag iets voor zichzelf willen beginnen, wordt al snel gekeken naar een traject waarin ze leren hoe ze een eigen zaak kunnen opstarten. Zo is er een cliënt (ZZP'er) die een training heeft gevolgd om tot een ondernemingsplan te komen. Daarentegen zijn er ook cliënten die in de interviews aangaven dat er geen ruimte was voor (bij)scholing, bijvoorbeeld omdat er geen baangarantie was bij deze opleiding. Cliënten vinden dit jammer, omdat ze het gevoel hebben dat dit zou helpen om te reintegreren. Wanneer iets werd aangedragen, werd het afgekeurd of het duurde heel erg lang. Een cliënt zegt hierover: “Het zal wel niet in het beleid staan”. Niet in alle gevallen is er een traject ingezet, bijvoorbeeld omdat cliënten afgekeurd zijn of omdat zij zelf al snel werk worden. Cliënten die geen traject hebben gevolgd, omdat ze maar kort in de bijstand zaten, hebben steun gehad aan de uitkering. Het geld heeft geholpen om de korte periode zonder werk door te komen. De indruk is wel bij cliënten dat wanneer er een traject wordt gevolgd bij de gemeente, het dan veel langer zou duren voordat cliënt aan het werk zou komen. Dit is echter een vermoeden en geen persoonlijke ervaring.

Professionals zeggen over het palet aan trajecten dat het bij gemeente Leidschendam-Voorburg vrij ruim is ten opzichte van andere gemeenten. In de enquête wordt ook aangegeven dat er voldoende beschikbare tools zijn. Daarbij zijn respondenten wel iets negatiever over de vraag of deze tools ook passen bij de verschillende doelgroepen. Er wordt genoemd dat er aanbod mist voor hoogopgeleiden; participatiedoelgroepen; mensen met psychische problematiek / GGZ; statushouders; en jongeren. Net zoveel consulenten vinden de trajecten effectief als dat ze het daar neutraal en oneens mee zijn. Hierover wordt door meerdere genoemd dat de effectiviteit van tools en trajecten gemeten zou moeten worden. Die kunnen dan ook meer

14 www.vandamoosterbaan.nl

ingezet worden. Hierbij wordt ook verwezen om eens naar andere gemeenten te kijken.

Participatie Bij mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt kost het veel tijd om hen in beweging te zetten. Deels komt dit doordat zij ook vaak andere problemen hebben: ze spreken bijvoorbeeld de taal niet of hebben psychische klachten. Eén keer per jaar telefonisch contact vanuit de afdeling inkomen is niet genoeg om voor beweging te zorgen. Mensen moeten echt gemotiveerd worden en daar is meer contact voor nodig. Daarnaast kunnen consulenten inkomen geen tools en trajecten (vanuit re-integratie) inzetten voor deze cliënten. Dat maakt het moeilijk om het gesprek aan te gaan, want er kan vervolgens niets worden aangeboden. Wel kan er een doorverwijzing worden gedaan naar welzijnsorganisaties.

Professional: “Bij intensieve begeleiding kan er veel meer uit worden gehaald, dan kunnen cliënten bijvoorbeeld uitstromen naar vrijwilligerswerk of dagbesteding.” Op dit moment is participeren vrijblijvend; de tegenprestatie is eraf gehaald. Het blijft daardoor bij advies als “ga één keer per week naar de bibliotheek voor taalles”, maar het is volgens consulenten de vraag of mensen dat ook daadwerkelijk opvolgen. De meningen verschillen over hoe vrijblijvend participatie moet zijn. Sommige consulenten denken dat er meer verplichtingen aan moeten hangen. Anderen denken dat verplicht vrijwilligerswerk niet helpt, omdat mensen gemotiveerd moeten zijn om iets te doen wat ze leuk vinden. Het gros van de mensen komt ook vrijwillig in beweging, zo blijkt uit onderzoek. Cliënten ervaren dat het fijn is dat er geen verplichtingen aan de trajecten zitten. “Vertrouwen i.p.v. verplichten”. Sinds 1,5 jaar is er wel een verandering gaande bij de begeleiding van de groep mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Er is namelijk een participatieconsulent aangesteld die cliënten

actiever kan begeleiden. Hier is de relatief nieuw aangestelde participatieconsulent voor (actief sinds 1,5 jaar). Door beide afdelingen wordt de participatieconsulent als waardevol ervaren. Het zou volgens hen goed zijn om deze functie in beleid te borgen. De groep mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt is echter groot: zo'n 1.500 mensen. Eén participatieconsulent is dus te weinig om met deze groep aan de slag te gaan. Binnenkort worden nieuwe consulenten aangesteld, waardoor ook een grotere groep begeleid kan worden. Deze consulenten zijn echter tijdelijk. Belangrijk is om goed te kijken welke cliënten potentie hebben, om ze dan vervolgens over te dragen aan de consulenten werk. Zo blijft de caseload van de participatieconsulenten ook beheersbaar.

Re-integratie vs. participatie De afstand tot de arbeidsmarkt heeft dus grote invloed op de begeleiding die wordt geboden aan mensen. Het is soms moeilijk om te kiezen in welke categorie cliënten horen. Bij de groep mensen met een langere afstand tot de arbeidsmarkt zit vaak nog wel potentie, alleen kunnen zij niet binnen twee jaar al uitstromen naar werk. Ondanks dat zij dan niet snel fulltime kunnen uitstromen, kunnen zij vaak wel een paar uur per week aan de slag. Hierbij is er soms ook sprake van verdergaande effecten: statushouders spreken bijvoorbeeld de taal nog niet, omdat zij te weinig begeleiding hebben gekregen (zeggen dat zij één keer per week naar de bibliotheek moeten, is niet voldoende).

Professional: "De grens van twee jaar is jammer. Veel mensen komen daardoor bij de afdeling inkomen terecht en worden als het ware aan hun lot overgelaten." Volgens consulenten heeft het beleid van de afgelopen jaren zich bewust gericht op de groep die snel bemiddelbaar is. Het uitgangspunt was snelle uitstroom. Er is altijd een spanningsveld geweest hoe de beschikbare capaciteit het beste kan worden ingezet. Destijds is er voor gekozen om in te zetten op de quick wins, om de uitgaven aan

15 www.vandamoosterbaan.nl

de Participatiewet omlaag te brengen. Bij het nieuwe beleid moet opnieuw keuzes worden gemaakt in de inzet van capaciteit.

eerste periode op de werkvloer vaak extra belemmeringen, dus het is goed om dan regelmatig met hen contact te hebben.

Wat opvalt in de enquête, is dat consulenten minder tevreden zijn over de dienstverlening rond participatie dan rond re-integratie. Hierbij speelt dat ze vinden dat de begeleiding van sommige doelgroepen te weinig is, al wordt daar wel bij gezegd dat het moeilijk is om iedereen te begeleiden. Ook wordt genoemd dat door de grote caseload het contact met cliënten beperkt is, terwijl er vaak meer aandacht nodig is.

De discussie is ook hoe ver de gemeente moet gaan in dienstverlening bij nazorg. Wel is het belangrijk om herinstroom te voorkomen. Duidelijk is wel dat in het beleid niet concreet genoeg is beschreven hoe de nazorg eruit moet zien; consulenten doen dat op hun eigen manier.

Nazorg In principe geven consulenten een half jaar nazorg aan cliënten die zijn uitgestroomd. Er kan bijvoorbeeld maandelijks contact worden gezocht met de cliënt hoe het gaat en soms ook contact met de werkgever. In de praktijk verschilt de nazorg echter per consulent en per cliënt; dit is maatwerk. Sommige cliënten hebben ook geen behoefte aan verder contact met de gemeente.

Samenwerking andere partijen In de drie gemeenten wordt gewerkt met multidisciplinaire teams (MDT's). Hierin worden casussen besproken waar sprake is van multiproblematiek, bijvoorbeeld jeugdhulp, armoede en schulden. De afdelingen werk en inkomen kunnen hier ook casussen inbrengen. De inbreng is echter vaak klein, omdat werk en inkomen vaak maar zijdelings betrokken zijn.

De cliënten die zijn geïnterviewd, hebben vooral nog contact met de consulent werk en niet de consulent inkomen. Dit contact ervaren zij als positief. Zo voelen cliënten die een eigen bedrijf zijn gestart nog steeds de ruimte om vragen te blijven stellen.

Er wordt ook veel met externe partijen samengewerkt, zoals UWV, stichting MEE, schuldhulpverleners en bewindvoerders. Deze samenwerking is op consulentniveau en niet op organisatieniveau. Daarmee is het maatwerk. Consulenten ervaren de samenwerking als positief. Andersom geven partijen ook terug dat de samenwerking met Leidschendam-Voorburg anders is dan met andere gemeenten. Zij hebben het idee dat de cliënt meer centraal staat. De cliënten zelf vinden het prettig om gewezen te worden op mogelijke welzijnsorganisaties die hen kunnen helpen, bijvoorbeeld bij het doen van boodschappen of het invullen van formulieren.

Door de consulenten wordt genoemd dat het goed zou zijn om meer contact te hebben met uitgestroomde jongeren. Zij stromen vaak uit naar een opleiding, maar keren na die opleiding weer terug in de bijstand. Het zou daarom goed zijn om bij het einde van hun opleiding contact te hebben of zij al een contract hebben. Ook bij uitgestroomde cliënten met een kort contract zou bij aflopen van het contract nog contact moeten zijn, om zo mogelijke terugval te voorkomen. Als laatste zijn statushouders een groep die extra aandacht verdienen qua nazorg. Zij ervaren de

Door consulenten wordt wel genoemd dat er meer samenwerking nodig is met de GGZ. Het is belangrijk dat deze doelgroep actief blijft en juist niet thuis blijft zitten. Tegelijk zijn dit vaak de mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt en is er nu dus weinig capaciteit om met hen in gesprek te gaan. Uit de interviews met cliënten komt ook naar voren dat er beter gekeken moet worden naar de GGZ. Het gaat dan om doorverwijzen naar de juiste organisaties, maar ook om bespreken met de cliënt of die toe is aan de volgende stap. Zo was er één cliënt waar al snel

Cliënt: “Ik vind het fijn dat ik iemand heb om op terug te vallen. Dat voelt veiliger dan dat je er helemaal alleen voor staat.”

16 www.vandamoosterbaan.nl

een gezondheidscheck werd gedaan en dit werd niet als prettig ervaren. Verder wordt genoemd dat het UWV soms als struikelblok wordt ervaren; dit punt is niet verder toegelicht. Als laatste wordt voorgesteld dat de overdracht naar andere gemeenten beter kan, bijvoorbeeld bij een verhuizing.

Rechtmatigheid

Betaald beschut Een deel van de cliënten met een uitkering heeft nu dagbesteding. Zij kunnen uit de uitkering en naar betaald beschut toe. Scholing In de enquête wordt de suggestie gegeven om consulenten te scholen of trainen in het begeleiden van specifieke doelgroepen.

Tot slot Het stuk rechtmatigheid ligt sinds enkele jaren bij de afdeling werk. De meeste consulenten hebben het “kunstje nu wel in de vingers”, maar gevoelsmatig hoort het niet bij hun werk. Hoe de kwaliteit hiervan is, verschilt per medewerker. Het rechtmatigheidsvlak wordt niet als prioriteit ervaren in het werk. De afdeling inkomen krijgt dit onderdeel van het werk graag weer terug. Dit is al bekend en wordt meegenomen bij het nieuwe beleid. Er is voor gekozen om het niet eerder terug te draaien, vanwege nog te beperkte capaciteit.

Professional: "Laat het rechtmatigheid stuk zoveel mogelijk bij inkomen en doelmatigheid bij werk”

Overig

Consulenten zijn trots op de dienstverlening van de gemeente. Er vallen weinig mensen tussen wal en schip; de menselijke maat is heel hoog. Medewerkers hebben hart voor de zaak. Tegelijkertijd is er wel een groep die verwaarloosd wordt, namelijk de mensen met een langere afstand tot de arbeidsmarkt. Daar moet wel iets mee: “wat niet zichtbaar is, zichtbaar maken”. Er moet meer tijd vrij worden gemaakt voor deze doelgroep en tools en trajecten moeten ook bij hen ingezet kunnen worden. In de enquête voor professionals valt op dat professionals negatiever en neutraler zijn over de mogelijkheden die het beleid geeft om cliënten te laten participeren en re-integreren, dan op andere thema's. Er wordt genoemd dat het beleid vaak achterloopt bij de praktijk. Het gevolg is dat consulenten soms niet de dienstverlening kunnen bieden aan klanten die wenselijk is.

In de enquête en gesprekken kwamen nog diverse andere punten naar voren. Systemen gemeente Het systeem voor de intake (CompetenSYS) wordt wisselend ervaren door de consulenten; de helft is tevreden, de andere niet. Bovendien wordt het in de regel maar beperkt gebruikt: alleen voor de intake, terwijl het systeem eigenlijk bedoeld is als levend document. Er zou dus meer uitgehaald kunnen worden. Naast CompetenSYS wordt ook nog gebruik gemaakt van Suite. Door een consulent wordt de suggestie gedaan om CompetenSYS als instrument voor te persoon te gebruiken en Suite zoveel mogelijk voor het zwaardere werk te gebruiken. Dan zou het meerwaarde hebben; niet zoals nu waarbij twee systemen naast elkaar worden gebruikt.

17 www.vandamoosterbaan.nl

Rapportcijfer dienstverlening reintegratie en participatie 7 6 5 4 3 2 1 0 5

6

7

8

9

Professionals

Grafiek 1: rapportcijfer dienstverlening. Cijfer vanuit cliënten wordt later toegevoegd. Uiteindelijk geven professionals gemiddeld een 7,2 voor de dienstverlening van de gemiddelde, met cijfers tussen 5 en de 9.

18 www.vandamoosterbaan.nl

5. Conclusie en advies In dit hoofdstuk gaan we per thema in op de conclusies en de adviezen die hieruit voortvloeien.

-

LET OP: dit betreft een voorlopige conclusie en advies. De enquête onder cliënten staat nog uit en moet nog verwerkt worden.

Algemeen

Aanmelding en intake

Het beleid van de afgelopen jaren heeft zich bewust gericht op de groep mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Daardoor is er voor een grote groep weinig inzet geweest. Opvallend is dat er aanvullingen zijn geweest op het beleid, omdat al snel werd gezien dat het beleid niet aansloot. Er zijn toen aanvullende instrumenten ingezet om die kloof te dichten, zoals tijdelijke functies als die van de participatieconsulent, de leerwerkmakelaar en de matchmakers. Daarnaast waren er ook veel tijdelijke middelen, bijvoorbeeld vanwege de coronacrisis.

De aanmelding en intake worden in het algemeen positief ervaren door zowel cliënten als de professionals. Het proces gaat vlot en cliënten voelen de ruimte om hun persoonlijke situatie toe te lichten. Professionals noemen dat het positief is dat de intake sinds enige tijd door een duo wordt gedaan door de afdeling werk en afdeling inkomen. De volgende kansen zien wij nog: -

De volgende kansen zien wij in algemene zin voor het toekomstige beleid: -

-

aan verankering van functies als die van de participatieconsulent. De ervaring vanuit de praktijk is dat het beleid hier niet altijd goed op aansluit. Dit komt ook doordat de praktijk snel kan veranderen. Enige flexibiliteit in beleid is dus belangrijk. Gemeente LeidschendamVoorburg zou zelf elk jaar kunnen ophalen bij consulenten wat goed gaat en wat de kansen zijn. Een kwaliteitsmedewerker kan hier ook een belangrijke rol in spelen.

Het beleid zou zich op een bredere doelgroep moeten richten, namelijk ook op de participatiedoelgroep en niet voornamelijk op de reintegratiedoelgroep. Dit vraagt om een investering (en daarmee ook om een verschuiving van capaciteit): veel mensen zullen niet meteen uitstromen naar werk, maar hebben ondanks dat wel potentie om andere dingen te doen. Deze investering zal ook effect hebben op andere gebieden; denk dan aan de gezondheid van mensen of het taalvermogen van bijvoorbeeld statushouders. De aanvullingen op het beleid (bijvoorbeeld in de vorm van diverse functies) worden als toegevoegde waarde gezien. Deze kunnen een vaste plek krijgen in het nieuwe beleid. Denk dan

-

-

Cliënten hebben behoefte aan bredere ondersteuning en dat er door de consulent meegekeken wordt naar de hele situatie. Dit wordt niet altijd zo ervaren bij de aanmelding en intake. Er kan beter worden toegelicht op welke voorzieningen cliënten aanspraak kunnen maken en hoe het in zijn werk gaat met het regelen hiervan. Verder wordt door cliënten genoemd dat er vrij veel papierwerk is bij de intake en ervaren zij het soms als een inbreuk op de privacy. De afdelingen werk en inkomen doen sinds enige tijd samen de intake. De samenwerking kan echter nog nauwer worden opgezocht, bijvoorbeeld om meer van elkaar te leren, maar ook verder in het proces.

Begeleiding De afstand tot de arbeidsmarkt bepaalt de mate van begeleiding. Dit lijkt te beïnvloeden hoe cliënten de begeleiding ervaren: sommigen hebben nauwelijks contact met de gemeente, waardoor zij

19 www.vandamoosterbaan.nl

zich soms uit het oog verloren voelen. In het algemeen voelen cliënten zich serieus genomen door de consulent, denkt de consulent goed mee; en wordt er maatwerk geleverd. Vooral ZZP’ers ervaren dat er goed wordt gekeken naar de persoonlijke situatie. In sommige gevallen is er extra begeleiding, bijvoorbeeld bij de aanpak van schulden. De volgende kansen zien wij nog: -

-

De begeleiding is nu erg afhankelijk van de afstand tot de arbeidsmarkt en die afstand wordt soms als “jammer” ervaren. Cliënten met een lange afstand tot de arbeidsmarkt kunnen weliswaar niet snel fulltime uitstromen, maar kunnen wel op allerlei manieren participeren. Wij stellen daarom voor om de begeleiding minder af te laten hangen van de afstand tot de arbeidsmarkt, maar meer te kijken naar de potentie van de cliënt, los van het vinden van een baan. Bij sommige cliënten is een wisseling in consulenten geweest. Dit ervaren zij niet als prettig. Daarbij hebben cliënten ook het idee dat de kwaliteit van begeleiding afhankelijk is van de consulent die zij hebben.

-

-

-

-

Meerdere cliënten hebben het gevoel dat zij niet centraal staan, maar de werkgever. Hier kan dus meer aandacht voor komen. Ook was er bij niet alle cliënten ruimte voor (bij)scholing. Wellicht is dit ook niet mogelijk, maar in dat geval zouden de verwachtingen van de cliënt beter gemanaged kunnen worden. Er is weinig bekend over de effectiviteit van tools en trajecten. Er wordt hier wel iets over bijgehouden, maar dit vraagt om verbetering. Het effect is ook lastig te meten, omdat meerdere variabelen meespelen bij het succesvol afsluiten van trajecten. Wellicht kan er verder onderzoek worden gedaan, zodat effectieve tools en trajecten meer ingezet kunnen worden. Wellicht is hier al meer over bekend bij andere gemeenten of in de wetenschap (zoals over de FIPmethode). Er wordt door consulenten genoemd dat het aanbod van instrumenten voor bepaalde doelgroepen nog verbeterd kan worden: onder andere voor hoogopgeleiden; statushouders; jongeren; en mensen met psychische klachten of een GGZ-achtergrond.

Re-integratie

Participatie

Mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt kunnen meteen geholpen worden bij de bemiddeling naar werk of kunnen eerst nog bepaalde trajecten volgen, bijvoorbeeld scholing. Het palet aan trajecten wordt door de consulenten als vrij ruim ervaren ten opzichte van andere gemeenten. Cliënten zijn veelal positief over de trajecten die bij hen zijn ingezet; vooral ZZP’ers ervaren dat er goed naar hun persoonlijke situatie wordt gekeken. Consulenten geven aan dat er de afgelopen jaren een verschuiving is geweest waarbij meer wordt gekeken wat de cliënt wil in plaats van de werkgever. In de praktijk ervaren meerdere cliënten dit niet zo.

Mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt vallen onder de afdeling inkomen. Eén keer per jaar wordt contact met deze cliënten gezocht om te vragen hoe het gaat. Daarbij is sinds anderhalf jaar een participatieconsulent actief binnen de gemeente die wel actief met cliënten aan de slag gaat. Dit wordt als zeer positief ervaren, zowel door de cliënten als de professionals. Cliënten voelen zich meer gehoord en meer onderdeel van de maatschappij wanneer er regelmatig wordt gevraagd hoe het met ze gaat. Op dit moment zijn er echter te weinig participatieconsulenten om al deze cliënten te spreken.

De volgende kansen zien wij nog:

De volgende kansen zien wij nog: -

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat persoonlijk contact werkt om mensen te

20 www.vandamoosterbaan.nl

-

-

laten participeren. De aanpak van de participatieconsulent past hier goed bij en wij adviseren om deze uit te breiden naar de hele groep cliënten met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Wel zijn er dan extra participatieconsulenten nodig. Het hele bestand van 1.500 cliënten afgaan vraagt om een eenmalig grote tijdsinvestering. Investeren is sowieso belangrijk: bepaalde groepen minder begeleiden kan uiteindelijk verdergaande effecten hebben, bijvoorbeeld statushouders die de taal nu nog niet spreken. Participeren in de samenleving en het hebben van een baan heeft effect op het welbevinden van mensen en kan zich uiteindelijk ook uiten in bijvoorbeeld lagere kosten voor de gezondheidszorg. Voor een gemeente is het dus belangrijk om te investeren; ook in groepen waar niet meteen resultaat zichtbaar is. Wellicht kan hierop de samenwerking worden gezocht met externe partijen, zoals een zorgverzekeraar. Bij de participatieconsulent moet een duidelijk proces komen rond de overdracht naar een consulent werk. Dit helpt om de caseload beheersbaar te houden. Participatieconsulenten kunnen vooral ingezet worden om te bespreken met de cliënt wat de potentie is; daarna kunnen cliënten doorstromen naar de afdeling werk.

In het participatieonderzoek dat door de gemeente zelf is uitgevoerd wordt hierover geschreven: "Uitdaging blijft om doelgericht in te spelen op het ontwikkelingspotentieel van cliënten; oftewel gericht interveniëren op de afstand tot de arbeidsmarkt via een meer vloeiende (traject)beweging tussen participatie- en re-integratie."

-

-

Met deze aanpak zouden instrumenten vanuit re-integratie dan ook beschikbaar worden voor de participatiedoelgroep (uiteraard afgestemd op het potentieel van een persoon). Consulenten zouden ook een ander soort instrumenten kunnen inzetten om makkelijk contact te houden met deze doelgroep. Zo zijn er diverse gemeenten die gebruik maken van apps10. Daarmee hoeft het niet veel extra tijd te kosten om meer mensen te begeleiden.

Nazorg De nazorg voor cliënten wordt in het algemeen positief ervaren, door zowel professionals als cliënten. Professionals overleggen met cliënt of ze nog regelmatig contact willen hebben. Dit vrijblijvende werkt prettig en voor cliënten is het fijn om nog iemand achter de hand te hebben. De volgende kansen zien wij nog: -

-

Nazorg wordt wisselend ingevuld door de consulenten. In het nieuwe beleid kan meer aandacht komen voor uniformiteit van nazorg en concreter worden beschreven hoe het eruit kan zien. Op sommige momenten is nazorg belangrijk, ongeacht hoeveel tijd er is verstreken sinds de uitstroom. Dat is bijvoorbeeld bij jongeren aan het einde van hun opleiding en bij cliënten met een korte arbeidsovereenkomst aan het einde van hun contract.

Samenwerking De samenwerking met partners wordt in het algemeen als goed ervaren. Wel zijn hier nog enkele kansen in: -

Binnen de gemeente kan de samenwerking tussen de afdelingen werk en inkomen beter, waarbij het

10 https://ibestuur.nl/partner-vng-realisatie/laagdrempelige-

dienstverlening-met-een-app; https://www.8ting.nl/Cases/case-laborijn.pdf

21 www.vandamoosterbaan.nl

-

voornamelijk belangrijk is om in te steken op het leren van elkaar. Rond de GGZ kan nog meer en beter de samenwerking worden opgezocht met externe partijen.

Rechtmatigheid Over de rechtmatigheid van beleid is kort en krachtig gesproken met de professionals van de gemeente. Dit onderdeel hoort volgens hen bij de afdeling inkomen; de doelmatigheid hoort bij afdeling werk.

Overig Tot slot zien wij nog kansen op de volgende thema’s: -

-

-

-

regiesystemen kunnen bijvoorbeeld reminders worden ingebouwd rond einde opleiding of einde arbeidscontract. Elders in het land worden apps ingezet om met een kleine tijdsinvestering veel mensen te bereiken. Dit zou dan wel een extra systeem zijn, maar het kan ook helpen om de dienstverlening te verbeteren. Een deel van de cliënten met een uitkering heeft nu dagbesteding. Zij kunnen uit de uitkering en naar betaald beschut toe. Met consulenten kan besproken worden of het zinvol is toe te spitsen op specifieke doelgroepen. Daar kan dan ook scholing op komen.

Het zou wenselijk zijn om de administratieve last te verlichten. Daarbij gaat het ook om slimmer en beter gebruik maken van de systemen die er al zijn. Nu worden CompetenSYS en Suite naast elkaar gebruikt, waarbij CompetenSYS maar deels wordt ingezet. Wellicht kan hier met een informatiemanager naar worden gekeken. Systemen kunnen ook helpen in het contact met cliënten en bij nazorg. In

22 www.vandamoosterbaan.nl

6. Bijlagen Enquête professionals

23 www.vandamoosterbaan.nl

24 www.vandamoosterbaan.nl

25 www.vandamoosterbaan.nl

26 www.vandamoosterbaan.nl

27 www.vandamoosterbaan.nl

Enquête cliënten

28 www.vandamoosterbaan.nl

29 www.vandamoosterbaan.nl

30 www.vandamoosterbaan.nl

31 www.vandamoosterbaan.nl

32 www.vandamoosterbaan.nl

Interviewleidraad gesprekken cliënten De topiclijst die is gebruikt tijdens de interviews met cliënten, is als volgt: • •

•

•

•

•

Voorstelronde Aanmeldingsprocedure o Hoe heeft u de procedure ervaren? o Snel geholpen/ duidelijk? Intake o Hoe heeft u de intake ervaren? o Wat vond u prettig? o Voelde u zich serieus genomen? (waarom) Traject o Hoe zag uw traject eruit? Waarvan heeft u gebruik gemaakt? o In hoeverre bent u tevreden over het aangeboden traject? o Paste het traject volgens u bij uw wensen (waarom wel/niet) o Wat is voor u het belangrijkste resultaat geweest van het traject? (wat heeft u eraan gehad) Begeleiding o Hoe heeft u de begeleiding vanuit de gemeente ervaren? (fijn/ minder fijn/ voorbeelden) o Wat vond u van het persoonlijke contact met de consulent? o Heeft u ook andere personen/ organisaties gesproken of daarmee samengewerkt? (ervaring) o Wat is voor u het belangrijkste resultaat geweest van de dienstverlening vanuit de gemeente? Slot o Wat zou u de gemeente aanraden om te veranderen/ zo te laten?

Interviewleidraad groepsgesprek professionals • •

Voorstelronde Achtergrond o Welk team doet wat? Team werk, team inkomen, nog een team voor participatie? o Hoe zit de doorloop tussen de processen? Bijvoorbeeld van participatie naar re-integratie? o Hoe is de samenwerking van medewerkers tussen deze processen?

•

Aanmelding cliënten o Positief / negatief o Verschil tussen proces uitkering / re-integratie / participatie? Verschil m.b.t. uitkering aanvragen + aanvraag rondom traject naar werk o Hoe ervaren jullie de uitvoering; bijvoorbeeld qua werkbelasting? Efficiëntie? o Hoe ervaren jullie de effectiviteit?

•

Intake o o o o o

Positief / negatief Hoe makkelijk is het om te bepalen welke route een cliënt moet doorlopen? Verschil tussen proces uitkering / re-integratie / participatie? Verschil m.b.t. uitkering aanvragen + aanvraag rondom traject naar werk Hoe ervaren jullie de uitvoering; bijvoorbeeld qua werkbelasting? Efficiëntie? Welk systeem wordt daar voor gebruikt? (Compentensys komt in enquête voorbij, niet overal blij mee?) Is het systeem bijvoorbeeld helpend?

33 www.vandamoosterbaan.nl

o o

Wat is de DUO-intake? Hoe ervaren jullie de effectiviteit?

•

Begeleiding o Positief / negatief o Hoe ervaren jullie de uitvoering; bijvoorbeeld qua werkbelasting? Efficiëntie? o Voldoende contact met cliënten? o Hoe ervaren jullie de effectiviteit?

•

Tools en trajecten o Re-integratie vs participatie o Doelgroepen: werk vs participatie; granieten bestand; dienstverlening voor zelfstandigen o Wat mist hierin? o Hoe ervaren jullie de uitvoering; bijvoorbeeld qua werkbelasting? Efficiëntie o Effectiviteit: wordt in de enquête genoemd dat er weinig bekend is over effectiviteit. • Rechtmatigheid o Hoe nu en wat is de wens m.b.t. benodigde kaders? • Nazorg o Positief / negatief o Hoe ervaren jullie de uitvoering; bijvoorbeeld qua werkbelasting? Efficiëntie? o Hoe ervaren jullie de effectiviteit? • Slot o Wat was goed aan het re-integratie en participatiebeleid? o Succesfactoren o Effectiviteit o Verbeterpunten

34 www.vandamoosterbaan.nl

Resultaten enquête professionals (kwantificeerbaar) 9

10

Figuur 1. Hoe tevreden bent u over de intake met cliënten?

5

6

9

10

8

4

8 5

6

2

2 0

4

Neutraal

2

Tevreden

Zeer tevreden

2 0 Neutraal

Tevreden

Zeer tevreden

Figuur 2. De intake met cliënten heeft geholpen om de begeleiding in goede banen te leiden 10

8

8 6

4

4

2

Figuur 5. Ik ben bekend met de werkwijze bij reintegratie 12 10 8 6 4 2 0

10

Eens

2

3

2

2

1

Helemaal eens

Neutraal

Oneens

0 Eens

Helemaal eens

Neutraal

Oneens

Figuur 6. Ik ben bekend met de werkwijze bij participatie 10

Figuur 3. De intake met cliënten heeft mij duidelijkheid gegeven in de casus van de cliënt 10

9

9

8 6 3

4

8

2

2

Neutraal

Oneens

2

6

0

4

3

2

Eens

2

2

Helemaal eens

0 Eens

Helemaal eens

Neutraal

Oneens

Figuur 7. Ik heb het contact met cliënten als positief ervaren 10

Figuur 4. Hoe tevreden bent u over de begeleiding die u heeft kunnen geven aan cliënten?

8

8 5

6 3

4 2 0 Eens

Helemaal eens

Neutraal

35 www.vandamoosterbaan.nl

Figuur 8. Hoe tevreden bent u over de samenwerking tussen gemeente en maatschappelijke partners 14 12 10 8 6 4 2 0

Figuur 12. Hoe tevreden bent u in het algemeen over de tools en trajecten die in kunnen worden gezet voor cliënten? 10

12

4 2

2

Neutraal

Ontevreden

Tevreden

Neutraal

Tevreden

Figuur 13. Cliënten zijn op de hoogte van hun plichten 10

8

6

4

4 2

1

3

2

0

Helemaal eens

Neutraal

Oneens

8

4

2

1

Neutraal

Oneens

Figuur 14. Cliënten zijn op de hoogte van hun rechten 8

7 5

4

5

6

3

2

1

0 Eens

0 Helemaal eens

Neutraal

Oneens

Figuur 11. De tools en trajecten zijn effectief 7

6

2

4

0

2 Neutraal

Oneens

8

6

2

Helemaal eens

Neutraal

8

4 2

Helemaal eens

Figuur 15. De dienstverlening vanuit de gemeente heeft een positief effect op de participatie van cliënten 10

5

Eens

Helemaal eens

6

8

Eens

2

2 Eens

2

Zeer tevreden

8

10

Figuur 10. De beschikbare tools en trajecten passen bij de verschillende doelgroepen

8

2

2 0

Eens

10

6

6

Figuur 9. Er zijn voldoende beschikbare tools en trajecten aanwezig om cliënten te helpen reintegreren en participeren 12 10 8 6 4 2 0

8

8

Oneens

4

3

1

0 Eens

Helemaal eens

Neutraal

Oneens

36 www.vandamoosterbaan.nl

Figuur 16. De dienstverlening vanuit de gemeente heeft een positief effect op de re-integratie van cliënten 10

9

8 6

4

4

2

1

2

Figuur 19. Ik heb de cliënten na afrondonding van het traject de nodige nazorg kunnen bieden 7 6 5 4 3 2 1 0

6 5 3 2

Eens

0 Eens

Helemaal eens

Neutraal

Figuur 17. De dienstverlening vanuit de gemeente heeft cliënten geholpen aan een baan 12

Helemaal eens

Oneens

10

Neutraal

Oneens

Figuur 20. Hoe tevreden bent u over de nazorg voor de cliënt? 10

8 7

8

10 6

8

4

5

6

1

2

4 1

2

0 Neutraal

0 Eens

Helemaal eens

Figuur 18. Het beleid geeft mij genoeg mogelijkheden om cliënten te laten participeren en re-integreren 6 5 4 3 2 1 0

Tevreden

Figuur 21. Welk rapportcijfer geeft u voor de dienstverlening vanuit de gemeente voor reintegratie en participatie? (gemiddelde) 8

5

Ontevreden

Neutraal

5 4 2

7,125

6 4 2

Eens

Helemaal eens

Neutraal

Oneens

0

37 www.vandamoosterbaan.nl

Bijlage 3: Vraagstukken werk en inkomen voor nieuw beleid Naar aanleiding van de evaluatie, gesprekken intern en extern over kansen en risico’s en de ontwikkelingen die we de afgelopen jaren hebben gezien, willen we ons inzetten op de volgende punten: -

Meer duurzame uitstroom naar werk en meer participatie.

-

Integraliteit in het sociaal domein en verbinding met het voorliggend veld.

-

Oog voor de cliënt middels een klantvriendelijke bejegening.

Daarbij schetsen we de volgende vraagstukken: Vraagstukken 1: Wat behouden we uit het huidige beleid? Het huidige beleid heeft de volgende kaders en doelen: Focus op:

-

Doel: Doelgroepen:

Financiën:

-

De re-integratiegroep (binnen 0-2 jaar naar werk). Instrumenten en tools kunnen ingezet worden op deze groep. De participatiegroep (>2 jaar naar werk) wordt eenmaal per jaar gesproken, waarbij de mogelijkheid tot vrijwilligerswerk of participatie via Stichting Woej wordt besproken. Begeleide participatie (beschut werk) Stabiele uitstroom van 40 cliënten zonder toenemend tekort op de BUIG-gelden. Regulier Jongeren Statushouders Doelgroepenregister Geen tot minimaal tekort op de BUIG-gelden.

Scenario 2: Op welke doelgroepen leggen we de focus? Mogelijke doelgroepen voor nieuw beleid zijn: Ondernemers

GGZ Kwetsbare jongeren Statushouders

Doelgroepenregister

Verwacht wordt dat veel ondernemers in de financiële problemen zullen komen nu de ondersteuningsmaatregelen vanuit het Rijk naar aanleiding van de coronacrisis zijn afgelopen. Een derde van inwoners geeft bij de intake aan last te hebben van psychische problematiek. Bijvoorbeeld zonder startkwalificatie of uit het passend voortgezet onderwijs. Inwoners die de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn en/of (nog) niet over de sociale contacten beschikken, en/of een andere werkcultuur kennen. Begeleide participatie, beschut werk.

50+

De helft van het bijstandsbestand bestaat uit inwoners met een leeftijd van 50 of hoger.

Aanvullende middelen zijn nodig om de inzet op de participatiegroep te intensiveren, bijvoorbeeld voor extra activatietrajecten (bijv. sport en loopbaancoaches). Intern participatieonderzoek heeft uitgewezen dat 8% van de cliënten bij anderhalf jaar begeleiding toch uitstroomt naar een betaalde baan. Dat geeft een besparing van een ton op het BUIG-budget. Vraagstukken 3: In welke mate zetten we in op preventie? Mogelijke werkwijzen om in te zetten op preventie: -

Activatie van participatiecliënten door middel van intensivering inzet voorliggend veld. Inzet op preventie door verder te kijken dan de wettelijke kaders. Dit houdt in dat er ook inzet wordt gepleegd op de volgende groepen: Niet-uitkeringsgerechtigden Inwoners met een aflopende WW-uitkering Jongeren die het passend onderwijs bijna afsluiten

-

Inzet binnen de arbeidsmarktregio (o.a. inzet van het Regionaal Mobiliteitsteam) zodat inwoners die dreigend werkloos raken of nietuitkeringsgerechtigden in aanmerking komen voor om- en bijscholing zodat zij niet hoeven terug te vallen op een bijstandsaanvraag.

-

Extra inzet op de samenwerking tussen UWV en de gemeente zodat inwoners met een WW-uitkering een warme overdracht krijgen en ingezet kan worden op het vinden van werk voordat zij een bijstandsaanvraag moeten doen.

-

Inzet leerwerkmakelaar voor de doelgroep jeugd zodat jongeren geen bijstandsaanvraag hoeven te doen maar voortijdig beginnen aan een opleiding of worden begeleid naar passend werk.

-

Door inburgeraars bij huisvesting in de gemeente direct actief te begeleiden naar participatie kunnen we de kans op (betaald) werk vergroten en versnellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=a8c1a3dd-10f9-4f1a-abd5-0a434abd0746