CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 048 Re-integratie en participatiebeleid (incl. bijlagen).pdf

Gemeenteraad Voorschoten 30 juni 2022, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrieven van het College van B&W15.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Informatiebrief Zaaknummer: Documentnummer: Datum: Onderwerp: Portefeuillehouder: Bijlage(n):

Z/22/66256 303855 dinsdag 7 juni 2022/verzonden 8 juni 2022 Re-integratie en participatiebeleid Wethouder De Bruijn 1. Kwantitatieve evaluatie werk en inkomen 2019-2022 2. Eerste bevindingen kwalitatieve evaluatie werk en inkomen 2019-2022 3. Vraagstukken werk en inkomen voor nieuw beleid

Geachte Raad, Het college biedt de raad deze informatiebrief over het re-integratie en participatiebeleid 20232027 aan. Het doel van deze informatiebrief is het informeren van de raad over de evaluatie van het huidig beleid en de ontwikkelingen van de afgelopen jaren op het gebied van werk en inkomen. Als bijlage bij deze informatiebrief zijn een aantal vraagstukken uiteengezet voor de komende beleidsperiode. Het college stelt voor om in september met de raad af te stemmen (voorkantsturing) welke focus- of aandachtspunten u het college mee wilt geven voor het beleid van de komende 4 jaar. De gemeente Leidschendam-Voorburg voert de werkzaamheden van werk en inkomen uit voor de gemeenten Voorschoten en Wassenaar. Voor het nieuwe beleid trekken de drie gemeenten gezamenlijk op. Aanleiding Het hebben en behouden van werk is belangrijk voor de zelfredzaamheid van inwoners. Naast inkomen draagt werk bij aan sociale contacten, eigenwaarde (‘ergens bij horen’) en het verhogen van de gezondheid1. Verschillende onderzoeken tonen aan dat kleine investeringen in re-integratie een grote gezondheidswinst kunnen opleveren2. Dit heeft niet alleen voordelen voor de bijstandsgerechtigde. Meedoen in de maatschappij door middel van werk kan ook betekenen dat generationele armoede verbroken wordt. Werk en participatie zijn dus meer dan alleen inkomen en dagbesteding.

In opmars naar het huidige beleid ervaarden veel gemeenten in Nederland, waaronder Voorschoten, Leidschendam-Voorburg en Wassenaar een substantieel tekort op de gebundelde uitkering (BUIG) vanuit het Rijk. Om dit tekort terug te dringen had het re-integratie en participatiebeleid 2019-2022 als doel bijstandsgerechtigden met een korte afstand (0-2 jaar) tot de arbeidsmarkt te begeleiden naar werk. Door de krapte op de arbeidsmarkt hebben inwoners die relatief makkelijk bemiddelbaar nu ook werk. De gemeente ziet echter ook een groep cliënten die niet kan profiteren van de krapte op de arbeidsmarkt. Deze inwoners hebben meerdere uitdagingen op het gebied van zelfredzaamheid. Ongeveer een derde van de inwoners met een bijstandsuitkering heeft te maken met psychische problemen. Ook ervaren cliënten problemen op lichamelijk gebied en op het gebied van taal. Daarnaast is de helft van de bijstandsgerechtigden ouder dan 50 jaar, waardoor het vinden van werk lastiger wordt. Soms is werk dus (nog) een stap te ver. De ambitie voor het nieuwe beleid is daarom:

1 2

https://sterkdoorwerk.nl/verhalen/interviews-werk-als-beste-zorg/ https://cedris.nl/app/uploads/Het-Goud-van-de-Participatiesamenleving.pdf

Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl

Inwoners uit Voorschoten doen mee via (betaald) werk of participeren naar wat voor hen het maximaal haalbare is. Beleidskaders Met het re-integratie en participatiebeleid zet de gemeente voor de komende jaren de ambities, kaders en doelen voor werk en inkomen neer. Het stuk is een leidraad voor ander beleid, zoals minima, handhaving en de nieuwe aanbesteding re-integratietrajecten. Het re-integratie en participatiebeleid is de lokale vertaling van onder andere de Participatiewet, die in 2015 is ingevoerd. De Participatiewet heeft als doel meer banen te creëren voor mensen, ook voor diegenen met een afstand tot de arbeidsmarkt; iedereen doet mee. Inwoners die niet aan het werk kunnen, hebben recht op bestaanszekerheid. Bijvoorbeeld door middel van een bijstandsuitkering. Daarnaast stelt de wet dat iedere gemeente beleid maakt over het invullen van de tegenprestatie. Evaluatie huidige beleid Op dit moment wordt de evaluatie van het huidige beleid afgerond. De kwantitatieve evaluatie is te vinden in bijlage 2. Daarnaast voert een onafhankelijk onderzoeksbureau een kwalitatieve evaluatie uit voor de ontwikkeling van het beleid. Een eerste aanzet daartoe is te vinden in bijlage 3. De raad wordt geïnformeerd als de gehele kwalitatieve evaluatie beschikbaar is. Ook wordt de evaluatie gedeeld met andere belanghebbenden, zoals advies- en cliëntenraden.

Zoals aangegeven in de aanleiding is de doelgroep met een bijstandsuitkering steeds moeilijker bemiddelbaar naar werk. Wanneer het huidige beleid wordt aangehouden voor de komende jaren is de verwachting dat de uitstroom zal stabiliseren. Landelijke ontwikkelingen Het huidige landelijke coalitieakkoord 2021-2025 ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ stelt een aantal ambities op het gebied van werk en inkomen. Ten eerste wil het kabinet de bijverdiengrenzen in de Participatiewet verruimen. De kostendelersnorm wordt verhoogd naar 27 jaar. Ten tweede wil het kabinet samen met gemeenten aan de slag om mensen die langdurig in de bijstand zitten actief te benaderen en ondersteunen naar werk. Dit geldt ook voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, die gebaat zijn bij begeleide participatie. Dit gebeurt op dit moment onder andere via het wetsvoorstel breed offensief waarmee de Participatiewet herzien wordt. Breed offensief is een brede agenda om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten. Middels het actieplan Dichterbij dan je denkt tracht het Rijk op korte termijn de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken. Regionale ontwikkelingen Het Rijk heeft het afgelopen jaar steeds meer inhoudelijke opgaven, met bijbehorend budget, belegd bij de arbeidsmarktregio’s.

Voorbeelden hiervan zijn het regionaal mobiliteitsteam, de aanpak jeugdwerkloosheid en de aanpak voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit heeft dan ook voor extra uitstroom gezorgd. Elke gemeente moet volgens de SUWI-wetgeving onderdeel zijn van een arbeidsmarkt. Tijdens de coronacrisis is er vanuit de regio ingezet op om- en bijscholing om de mismatch tussen vraag en aanbod te verkleinen. De middelen die worden vrijgegeven zijn voornamelijk incidenteel van aard. Dit vormt dan ook een risico voor de continuïteit van de uitvoering van het beleid. Lokale ontwikkelingen Tijdens de looptijd van het huidige beleid hebben er significante ontwikkelingen plaatsgevonden die invloed hadden op de economie en daarmee op werk en inkomen. Ten eerste heeft de coronacrisis veel gevraagd van inwoners en de gemeentelijke organisatie. Zo steeg het aantal bijstandsuitkeringen in de eerste maanden van de coronacrisis, maar zijn deze in het derde kwartaal van 2020 weer gedaald. Ondanks de daling, ziet de gemeente het aantal aanvragen Bijstand voor zelfstandigen (Bbz) stijgen. Daarmee zijn ondernemers een aparte kwetsbare doelgroep. Door de focus te leggen op bijstandsgerechtigden met een korte afstand tot de arbeidsmarkt, werd de groep bijstandsgerechtigden met een langere afstand tot de arbeidsmarkt relatief gezien steeds groter.

Daarnaast werd duidelijk dat bijstandsgerechtigden vaak uitdagingen Pagina 2 van 4

hebben op meerdere gebieden, naast werk en inkomen. Er is dan ook de afgelopen jaren extra ingezet op specifieke doelgroepen, in aanvulling op het huidige beleid. Voorbeelden hiervan zijn het inzetten van matchmakers statushouders en banenafspraak om de weg naar werk voor deze doelgroepen te bespoedigen. Daarnaast is er een leerwerkmakelaar aangenomen die de doelgroep jongeren extra begeleiding biedt naar participatie en het zoeken van werk. Deze extra inzet is mogelijk gemaakt door incidentele middelen vanuit het Rijk (corona herstelfonds) en incidentele middelen vanuit de regio. In 2021-2022 is er door een participatieconsulent een onderzoek uitgevoerd naar 64 cliënten met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. In plaats van eens per jaar, zijn deze cliënten op vrijwillige basis intensief begeleid door de participatieconsulent. De volgende resultaten zijn zichtbaar: 42% participeert via welzijnsvoorzieningen. 21% doet vrijwilligerswerk. 18% heeft geen mogelijkheid tot participatie of doet al het hoogst haalbare aan participatie, waardoor extra begeleiding geen/weinig toegevoegde waarde heeft. 11% is uitgestroomd richting dagbesteding (2 van de 6 cliënten vonden een betaalde beschutte werkplek en stromen daarmee uit) 8% stroomt uit naar een betaalde baan.

Hieruit kan geconcludeerd worden dat intensievere begeleiding op deze groep cliënten leidt tot een hogere participatie in de samenleving, een toename van vrijwilligers en zelfs uitstroom naar betaald werk. Daarnaast verbetert het ook het welbevinden, kunnen generationele problemen worden verholpen en vermindert het zorgkosten (zie aanleiding). Kansen en risico’s De afgelopen maanden sprak de gemeente met partners op het gebied van economie, onderwijs en de arbeidsmarkt. Intern is gekeken naar de kansen op verschillende domeinen zoals het voorliggend veld en is feedback opgehaald bij de consulenten werk en inkomen van de gemeente. Uit deze gesprekken kwamen de volgende kansen en risico’s voor nieuw beleid naar voren: Kansen •

•

•

Bedreigingen Werken middels “de menselijke maat” op de landelijke politieke agenda. Landelijke instrumenten zoals loonkostensubsidie met een noriskpolis kunnen breder worden ingezet. Dit geeft meer zekerheid aan een werkgever. Daarnaast zorgt dit voor een hogere uitstroom en extra middelen vanuit het Rijk per loonkostensubsidie. Trajecten die worden ingezet op re-integratiecliënten kunnen ook worden ingezet op

Pagina 3 van 4

•

•

Vrijwel iedere cliënt heeft uitdagingen op andere leefdomeinen. De stap naar werk is voor een deel van de bijstandsgerechtigden een stap te ver. Zij zullen eerst stappen moeten maken naar activatie en participatie via welzijnsactiviteiten. Dat betekent dat zij nog niet uitstromen naar betaald werk. De gemeente kan niet op iedereen inzetten door beperkte middelen en capaciteit; een focus is nodig.

participatiecliënten. Regionale middelen zijn veelal • Landelijk wordt steeds meer incidenteel. Dat betekent dat onderzoek gedaan naar er met deze middelen geen effectieve manieren om structurele extra inzet kan mensen te begeleiden naar worden gecreëerd. • werk. Intensiveren van communicatie met werkgevers over mogelijkheden subsidies en instrumenten zoals een jobcoach en • loonkostensubsidie. Intensiveren contact tussen werk en inkomen en het voorliggend veld (gezondheid, sport) en andere domeinen • zoals de Wmo. De gemeente heeft met de Wet Inburgering 2021 een betere rol gekregen om inburgeraars te ondersteunen in het leren van de Nederlandse taal en het vinden van (betaald) werk. Acties en tijdspad Bij de totstandkoming van nieuw re-integratie en participatiebeleid wordt het volgende tijdspad aangehouden. Daarbij vormt de evaluatie, de ontwikkelingen, opgehaalde kansen en risico’s en de input vanuit de gemeenteraad en advies- en cliëntenraden de basis voor het nieuw te vormen beleid. •

Datum

Onderwerp

T/m juni 2022

Evalueren huidig beleid

Maart – september 2022

Input ophalen bij partners en adviesen cliëntenraden

September 2022

Sessie gemeenteraad (Voorkantsturing)

September/oktober 2022

Verwerken input van de gemeenteraadssessie

24 november 2022

Beleidsplan in commissie M&S

8 december 2022 Beleidsplan in raadsvergadering Het college verwacht de raad hiermee voldoende geïnformeerd te hebben en nodigt haar uit deze brief te bespreken in de commissie mens & samenleving. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

A.R. de Graaf, gemeentesecretaris

drs. N. Stemerdink, burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 4 van 4

Kwantitatieve Evaluatie Participatie- en Re-integratiebeleid Gemeente Voorschoten Periode 2019 - 2021

Definitief 24 mei 2022

Aanleiding De gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar zijn bezig met de voorbereidingen op een nieuw participatie- en re-integratiebeleid. Hierbij wordt stilgestaan bij de actuele situatie, vooruitgekeken op toekomstige uitdagingen, maar ook teruggekeken door het huidige beleid te evalueren. Hierbij is gekozen voor twee onderzoeksmethodieken: ten eerste een kwalitatieve evaluatie (uitgevoerd door het onderzoeksbureau Van Dam & Oosterbaan) en ten tweede een kwantitatieve evaluatie op basis van gemeentelijke monitoringsgegevens. De hier voorliggende kwantitatieve evaluatie heeft betrekking op de periode januari 2019 tot en met december 2021 en is primair gebaseerd op gegevens van het gemeentelijke Business Intelligence instrument: Power BI. Naast het inzichtelijk maken van trendmatige ontwikkelingen (bijstandsvolume, in- en uitstroombewegingen en kosten) is nader ‘ingezoomd’ op het profiel van de gemeentelijke bijstandspopulatie. Ten slotte is gepoogd om de inzet van activeringsen re-integratieinstrumenten te analyseren en een relatie te leggen met de hiermee beoogde effectiviteit (en kwaliteit van de dienstverlening). De kwantitatieve evaluatie is per gemeente afzonderlijk opgesteld. Voor u ligt de kwantitatieve evaluatie van de gemeente Voorschoten.

Indeling In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op algemene ontwikkelingen van de afgelopen jaren in de arbeidsmarktregio Zuid Holland Centraal. Hierbij worden de invalshoeken ‘vraag en aanbod’ van de arbeidsmarkt afzonderlijk belicht. In hoofdstuk 2 wordt focus gelegd op de gemeentelijke bijstandspopulatie; waaronder volumeontwikkeling op basis van in- en uitstroombeweging alsmede de hiermee gepaard gaande kosten. In hoofdstuk 3 wordt inzichtelijk gemaakt wat de impact van de geschetste ontwikkelingen is geweest op het profiel van het klantenbestand, en in hoeverre hieraan betekenis kan worden gegeven bij het formuleren van nieuw beleid. Afgesloten wordt met hoofdstuk 4 waarin een poging wordt gedaan om een relatie te herleiden tussen de effectiviteit van het bestaande beleid en de inzet van het activerings- en re-integratie-instrumentarium.

1 De arbeidsmarkt in de regio Zuid-Holland Centraal (ZHC) In de afgelopen jaren is de arbeidsmarkt in de regio Zuid-Holland Centraal onderhevig geweest aan flinke schommelingen; zowel tussen aanbod en vraag in het algemeen als ook tussen de verschillende sectoren onderling. Het uitbreken van de coronapandemie begin 2020 en de daaropvolgende maatregelen hadden grote invloed op de economie, de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de koers van het gemeentelijke beleid. In de eerste helft van 2020 kromp de economie onverwachts snel, maar herstelde vanaf de tweede helft (met ups en downs) en is inmiddels weer boven het niveau van voor de coronacrisis. Actueel kent de arbeidsmarktregio verschillende, nieuwe uitdagingen: passend inspelen op de groeiende personeelskrapte, voorkomen van mismatches, inzetten op om- en bijscholing (waaronder ook het stimuleren van opbouwende leerlijnen en ‘leven lang ontwikkelen’) en het passend maken van werkplaatsen voor mensen met een beperking, anderstaligen en ouderen (inclusieve arbeidsmarkt). Om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt zo optimaal mogelijk op elkaar te laten aansluiten, ligt er een rol voor werkzoekenden én werkgevers. Werkzoekenden moeten een goed beeld hebben van waar ze goed in zijn en bereid zijn verder te leren.

Werkgevers moeten kritisch kijken welke vaardigheden essentieel zijn voor een functie en welke aan te leren zijn, eventueel met scholing. Dit biedt de mogelijkheid om op een andere manier naar geschikt personeel te zoeken.

1.1 Vraag op de regionale arbeidsmarkt De ontwikkeling in ZHC is tamelijk vergelijkbaar met de landelijke ontwikkeling. Wel zijn er flinke verschillen tussen de sectoren. De vijf belangrijkste sectoren in ZHC zijn zorg & welzijn, detailhandel, specialistische zakelijke diensten, groothandel en onderwijs. De zorg is een belangrijke sector voor ZHC: Er werken zo’n 28.000 mensen (= 15% van de totale regionale werkgelegenheid). Het aantal vacatures in deze sector is de afgelopen jaren flink toegenomen: gedurende 2021 ontstonden ongeveer 1.800 nieuwe vacatures in de zorg (25% meer dan in 2020 en 21% meer dan in 2019). Eind vorig jaar stonden er in ZHC nog ca 500 vacatures open voor zorgberoepen. Ondanks de positieve invloed van de economische herstel op de arbeidsmarkt, hebben we recentelijk met nieuwe onzekerheden te maken. De oplopende inflatie is wellicht de meest ingrijpende ontwikkeling; m.n. als gevolg van de gestegen olie- en gasprijzen en overige grondstoffen.

Door de vergrijzing in ZHC wordt verwacht dat krapte de komende jaren een structureel probleem blijft. Sectorspecifieke ontwikkelingen, zoals de energietransitie, kunnen leiden tot een verdere toename van krapte.

1.2 Aanbod op de regionale arbeidsmarkt In de regio ZHC staan ruim 19.000 personen als werkzoekend geregistreerd; ongeveer 5% minder dan een jaar eerder. Deze groep is verspreid over de volgende uitkeringssituaties: • • • •

8.700 personen met een uitkering uit de Participatiewet; 4.400 personen met een WW-uitkering; 1.900 personen met WIA/ WAO uitkering; 1.600 personen met een Wajong uitkering;

•

2.500 personen zonder een uitkering, maar wel met een cv op werk.nl

Van alle personen die als werkzoekend geregistreerd staan, is: o o o

…bijna de helft 50 jaar of ouder (8.300); …iets minder dan 10% (1.700) is jonger dan 27 jaar; …en meer dan 40% (7.700) zonder startkwalificatie.

2

Ontwikkeling bijstandsvolume Gemeente Voorschoten

In de gemeente Voorschoten ontvangen eind 2021 299 huishoudens1 een bijstandsuitkering op basis van de participatiewet. In de afgelopen drie jaar is het bijstandsvolume in Voorschoten opmerkelijk stabiel gebleven behalve een stijgende en redelijk snel weer dalende beweging halverwege 2020; veroorzaakt door de impact van coronamaatregelen (zie grafiek 1). In vergelijk met andere gemeenten en in relatie tot het landelijke gemiddelde, wijkt de gemeente af van de dalende trend die recentelijk weliswaar aan het vertragen is maar nog steeds niet tot stilstand is gekomen. Eind 2021 ontvingen 414.000 personen in Nederland een bijstandsuitkering. Dat waren er 14.000 personen minder dan een jaar eerder; een daling van ruim 3%. (In 2020 was er nog een toename van 3 procent ten opzichte van een jaar eerder). Grafiek 1: Ontwikkeling Aantal Bijstandsuitkeringen (Januari 2019 – december 2021)

Ontwikkeling Bijstandsvolume (in aantallen) Gemeente Voorschoten Periode: 2019 - 2021 315 310 305 300 295 290 285

1

Stand: 1 januari 2022

2.1 In- en uitstroombewegingen De registratie van het gemeentelijke bijstandsvolume resulteert uit het saldo van in- en uitstroombewegingen. De grafieken 2 en 3 geven inzicht in de ontwikkeling van het aantal cliënten dat maandelijks in- en uitstroomt (gedurende de afgelopen drie jaar: 2019-2021). Grafieken van in- en uitstroombewegingen in Voorschoten laten duidelijke en redelijk evenwichtige lijnen zien van 6 nieuwe aanmeldingen per maand en ook 6 beëindigingen per maand. Af en toe heeft de gemeente met maandelijkse pieken te maken die niet direct corona-gerelateerd zijn. Grafiek 2: Ontwikkeling instroom aantal cliënten per maand

Instroom Aantal Cliënten Gemeente Voorschoten Periode 2019 - 2021 14 12 10 8 6 4 2 0 Jan Maa Mei Jul Sep Nov Jan Maa Mei Jul Sep Nov Jan Maa Mei Jul Sep Nov

Grafiek 2: Ontwikkeling uitstroom aantal cliënten per maand

Uitstroom Aantal Cliënten Gemeente Voorschoten Periode 2019 - 2021 14 12 10 8 6 4 2 0 Jan Maa Mei Jul Sep Nov Jan Maa Mei Jul Sep Nov Jan Maa Mei Jul Sep Nov

De afgelopen maanden hebben ook in Voorschoten significant minder personen een beroep op een bijstandsuitkering gedaan dan in de maanden ervoor. Inmiddels gaat de trend van gemiddeld 6 personen per maand naar 4 personen. Opvallend is dat de gunstige ontwikkelingen omtrent minder aanvragen niet versterkt wordt door meer beëindigingen. In de afgelopen maanden is zelfs steeds minder uitstroom gerealiseerd (zie grafiek 3). De reden hiervan is niet bekend. 39% van alle personen waarvan de uitkering is beëindigd hebben een baan op de arbeidsmarkt gevonden. Voor het grootste deel van de uitgestroomde personen (iets meer dan de helft) spelen andere reden een rol: overgang naar AOW-regeling en/of verhuizing, etc. Tabel 1: Reden Uitstroom Werk (in loondienst) Werk (als zelfstandig) Opleiding Handhaving Anders (AOW/verhuizing/etc.)

33% 6% 3% 6% 52%

2.2 Ontwikkeling Ontvangsten – Uitgaven BUIG Budget Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004

(levensonderhoud

startende

ondernemers)

en

voor

de

inzet

van

loonkostensubsidie. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast dat volgens een vaste verdeelsystematiek onder de gemeenten wordt verdeeld. Dat budget is ongeoormerkt: gemeenten mogen het overschot vrij besteden, maar moeten een tekort in beginsel ook zelf opvangen. Gemeenten met grote tekorten kunnen een beroep doen op gedeeltelijke compensatie: de vangnetuitkering. De gemeente Voorschoten heeft vanaf 2020 aanzienlijk meer middelen ontvangen voor de financiering van de bijstandsuitgaven. Dat geldt ook voor de meeste andere gemeenten en wordt verklaard door een toename van het bijstandsvolume. In 2020 heeft de gemeente een klein financieel voordeel gerealiseerd o.a. door stabilisering van de instroom-. In 2021 is het beschikbare budget niet helemaal toereikend; er is net iets meer uitgegeven dan ontvangen.

Grafiek 4: Ontwikkeling Ontvangsten en Uitgaven BUIG Budget

Ontwikkeling Ontvangen - Uitgaven BUIG Budget 5000000 4900000 4800000 4700000 4600000 4500000

4400000 4300000 4200000 2019

2020

Inkomsten

2021

Uitgaven

De ontwikkeling in Voorschoten is niet helemaal vergelijkbaar met het landelijke beeld. De afgelopen jaren is het tekort landelijk juist geminimaliseerd en voor sommige gemeenten zelfs naar een positief saldo veranderd. Bij de gemeenten onder 50.000 inwoners zijn relatief het minste gemeenten (19,2%, totaal 51 gemeenten) met een tekort.

3

Kenmerken van het gemeentelijke klantenbestand

Op de volgende pagina’s wordt een beeld gepresenteerd van het gemeentelijke klantenbestand. Allereerst wordt (3.1) stilgestaan bij het ontwikkelingspotentieel van het bestand op basis van categorie-indeling. Daarna volgt een analyse van de samenstelling van de huishoudens (3.2), de duur van het uitkeringsverblijf (3.3), de verschillen in leeftijd (3.4) en ten slotte de verhouding van ontheffingen (3.5).

3.1 Ontwikkelingspotentieel klantenbestand Het lukt (steeds beter) om bijstandsgerechtigden vanuit een bepaalde categorie aan werk te helpen, maar er is nog ‘weinig beweging’ binnen het klantenbestand (zie grafiek 5). De toename van uitgestroomde cliënten heeft impact op het profiel van klantenbestand. Bijstandscliënten die (nog) niet hebben kunnen profiteren van de gunstige omstandigheden op de arbeidsmarkt kenmerken zich door een groter aantal problemen tegelijk. De ‘verharding’ van het klantenbestand vraagt om nieuwe strategieën; eventueel ook consequenties voor de bestaande uitvoeringsstructuren en -processen. Uitdaging blijft om doelgericht in te spelen op het ontwikkelingspotentieel van cliënten; oftewel gericht interveniëren op de afstand tot de arbeidsmarkt via een meer vloeiende (traject)beweging tussen participatie- en re-integratie.

Grafiek 5: Indeling klantenbestand (categorisering) o.b.v. afstand tot de arbeidsmarkt

Indeling klantenbestand o.b.v. afstand tot de arbeidsmarkt 30,00% 25,00% 20,00% 15,00% 10,00% 5,00% 0,00% 1A

1B

1C 2019

2A 2020

2B 2021

3A

3B

3.2 Samenstelling huishoudens De samenstelling van de huishoudens met een bijstandsuitkering in Voorschoten is de afgelopen drie jaar niet of nauwelijks veranderd (zie tabel 2). De groep alleenstaande met kind(eren) is iets toegenomen, terwijl de groep gehuwden/ samenwonenden iets is afgenomen. Maar dan gaat het slechts om enkelen. Met bijna twee derde van alle personen vormen alleenstaanden de grootste groep. De groep alleenstaanden met kinderen en samenwonenden/ gehuwden delen het resterende een derde aandeel. Tabel 2 Samenstelling Huishouden Gemeente Voorschoten Eind 2021

Begin 2019

Alleenstaande Alleenstaande met kind(eren) Gehuwd/ Samenwonend

186 48 66

186 57 57

62% 19% 19%

62% 16% 22%

Ook landelijk vormen alleenstaanden met 48% de grootste groep in de bijstand. Ongeveer 22% van de bijstandsgerechtigden is een alleenstaande ouder en 30% woont samen oftewel is gehuwd.

3.3 (Gemiddelde) duur uitkeringsverblijf Op landelijk niveau zien we een verschuiving naar een gemiddeld steeds langer verblijf van personen in de bijstandsuitkering. 61% van de personen met een bijstandsuitkering heeft die uitkering eind 2021 langer dan drie jaar. In 2013 was dit nog 44%. De gemiddelde verblijfsduur in de uitkering van alle bijstandsgerechtigden is eind 2021 ruim vijf jaar. 5 jaar eerder lag de gemiddelde verblijfsduur nog op iets meer dan 4 jaar. Vanaf toen is de gemiddelde verblijfsduur stapsgewijs opgelopen. Tabel 3 Verblijfsduur in Bijstandsuitkering Gemeente Voorschoten Duur Bijstandsuitkering eind 2021 begin 2019 0-5 jaar 5-10 jaar 10-15 jaar 15-20 jaar 20 jaar >

144 102 42 6 9

48% 34% 14% 2% 3%

99 135 48 9 9

33% 45% 16% 3% 3%

De gemiddelde verblijfsduur van personen in de bijstand tussen gemeenten kan trouwens flink verschillen.

De kortste gemeten gemiddelde verblijfsduur van het bijstandsbestand in een gemeente is tweeënhalf jaar tegen de langste gemiddelde verblijfsduur van ruim acht jaar. De gemeente Voorschoten kent juist een dalende lijn van personen die langdurig in een uitkeringssituatie verblijven (zie tabel 3 en grafiek 7). Helaas wordt hierbij niet meer gedifferentieerd tussen personen die maximaal 5 jaar een uitkering ontvangen waardoor geen scherpe vergelijking tussen gemeentelijk en landelijk niveau mogelijk is. Grafiek 7: Verhouding verblijfsduur bijstandsuitkering

Verhouding Verblijfsduur Bijstandsuitkering 2021 5%4% 14% 45%

32%

0-5 jaar

5-10 jaar

10-15 jaar

15-20 jaar

20 jaar >

3.4 Verschuiving van leeftijd Hoe ouder, hoe moeilijker het wordt om de bijstand uit te stromen. Van de beroepsbevolking is 35% van de personen 50 jaar of ouder. Van alle actieve baanzoekers behoort echter slechts 23% tot deze groep, en van de baanwisselaars slechts 19%. In de gemeente Voorschoten stromen personen in de leeftijdscategorie tussen 50 – 55 steeds vaker uit de bijstand. Hierin wordt afgeweken van andere gemeenten in de regio en het landelijke gemiddeld. Iemand van 55 jaar of ouder heeft ook in de gemeente Voorschoten significant minder kansen om weer aan een baan te komen dan personen in de leeftijd tot 55 jaar. Tegelijkertijd groeit deze groep in verhouding met andere groepen (zie tabel 4 en grafiek 8) tot inmiddels meer dan een derde van het hele gemeentelijke uitkeringsbestand.

Tabel 4. Verschuiving leeftijd(scategorieën) over uitkeringsbestand Leeftijd eind 2021 begin 2019 18-27 27-40 40-50 50-55 55-68

21 83 60 33 102

7% 28% 20% 11% 34%

15 83 63 45 93

5% 28% 21% 15% 31%

Grafiek 8: Verdeling leeftijd(scategorieën) over uitkeringsbestand

Verhouding verdeling leeftijd over bijstandsvolume 2021 7% 34% 28%

11% 20% 18-27

27-40

40-50

50-55

55-68

Andere leeftijdscategorieën zoals jongeren tot 27 jaar, personen met een leeftijd van 27–40 en 40-50 zijn de afgelopen drie jaar juist (licht) gedaald. Maar niet alle groepen jongeren profiteren van deze algemene ontwikkeling. Jongeren zonder startkwalificatie zijn over de jaren juist heen vaker werkloos dan jongeren met een startkwalificatie. In 2021 was 12,5% jongeren zonder startkwalificatie werkloos in Nederland. Dit is een stijging vergeleken met 2020, toen was het 11,4 procent. Ook jongeren met een migratieachtergrond blijven op achterstand; de werkloosheid onder deze groep was in 2021 met 15,0 procent twee keer zo groot als die onder jongeren met een Nederlandse achtergrond. Onder jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond is het percentage werklozen met 15,4 procent in 2021 het hoogst.

3.5 Verhouding van ontheffingen Op landelijk niveau passen gemeenten voor 10% van personen met een bijstandsuitkering een ontheffing van de arbeidsplicht toe. Personen met een ontheffing zijn vrijgesteld van de plicht om werk te zoeken, werk te aanvaarden en werk te behouden. Het aantal ontheffingen landelijk is in 2021 (11%) ongeveer gelijk aan het jaar 2020 en iets lager dan in 2019. In de gemeente Voorschoten is het aantal ontheffingen met 18% op het eerste gezicht aanzienlijk hoger dan het gemiddelde percentage in Nederland (zie tabel 5 en grafiek 9). Maar omdat het gemiddelde percentage van ontheffingen in kleinere en middelgrote gemeenten per definitie hoger ligt (ca 14%) wordt dit perspectief gecorrigeerd en ligt de verhouding redelijk in lijn van de verwachting.

Tabel 5 Verschuiving aantallen en percentages van ontheffingen Ontheffing eind 2021 begin 2019 Ja Nee

54 246

18% 82%

78 222

26% 74%

Grafiek 9. Aantallen en percentages van ontheffingen

Verhouding ontheffing van arbeidsverplichtingen 2021 18%

82%

ja

nee

De overgrote meerderheid (80%) van de mensen met een ontheffing heeft die eind 2021 om een ‘dringende reden’ gekregen. Het gaat hier om mensen die tijdelijk niet kunnen werken, bijvoorbeeld vanwege persoonlijke omstandigheden zoals mantelzorg of ziekte. 16% van de ontheffingen is voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, 4% voor alleenstaande ouders met een kind onder de 5 jaar.

Het

percentage

bijstandsgerechtigden

met

een

ontheffing

vanwege

arbeidsongeschiktheid is in de afgelopen zes jaar toegenomen van 2% tot 16%. Dit kan samenhangen met de instroom van mensen in de bijstand die eerder onder de Wajong vielen. Ook hebben verschillende gemeenten in de afgelopen jaren met een lagere instroom de ruimte gehad om het arbeidsvermogen van de mensen die al langer in hun bijstandsbestand zitten in kaart te brengen.

4 Effecten participatie en re-integratie-instrumenten Voor de uitvoering van het participatie- en re-integratiebeleid wordt onder ander ook gebruik gemaakt van de expertise van verschillende externe re-integratiepartijen, waardoor de gemeente over een breed spectrum aan instrumenten en ondersteunende diensten kan beschikken. De selectie en samenstelling van de instrumenten en diensten wordt bepaald door de behoeften van de personen in de bijstand; oftewel de noodzakelijke interventies die nodig worden geacht om personen toe te leiden naar en/of te bemiddelen op de arbeidsmarkt. In de periode 2019 – 2021 heeft de gemeente meer dan 1.100 instrumenten en/of diensten ingezet; zowel in afstemming als ook aanvullend op de activiteiten van de gemeentelijke consulenten. Gedurende de periode van de afgelopen drie jaar heeft de gemeente steeds meer instrumenten en diensten van externe re-integratiepartijen ingezet. In 2019: 289; in 2020: 291 en in 2021: 545. De instrumenten en/of diensten waren zeer divers van aard, o.a. om een beter beeld van de persoonlijke belemmeringen te verkrijgen (arbeids-medisch onderzoek), het faciliteren van voorwaardenscheppende voorzieningen (kinderopvang), het activeren van sociale netwerken (empowerment- en gezondheid), het intensief begeleiden naar werk (re-integratietrajecten) en het investeren in nazorg (jobcoaching).

De gemeente werkt met een zeer groot aantal (40) externe re-integratiepartijen samen. Dit heeft impact op het gevoerde accountmanagement, maar is een bewuste keuze om passend in te spelen op de uiteenlopende behoeften van verschillende doelgroepen; en daarmee het kunnen leveren van maatwerk. Naast een aantal langdurig gecontracteerde re-integratiepartijen (o.b.v. een aanbestedingsprocedure) heeft de gemeente ook relaties met diverse kleine re-integratiepartijen. In deze verkenning worden 11 re-integratiepartijen onder de loep:

1. United Restart 2. OP KOERS Reintegratie & Advies 3. Werkplan Arbeidsintegratie 4. Ttif.company 5. Stichting POWER 6. Randstad Ned. BV 7. Werkcenter Nederland BV 8. Careerpoint BV 9. Vier L bv 10. a.t. groep 11. Werken Sterkt

De 11 re-integratiepartijen bieden volgende diensten: a) trajecten naar werk, b) werkplaatsbemiddelingen en c) nazorgtrajecten met focus op duurzame plaatsingen middels inzet van jobcoaching. In totaal hebben de betreffende re-integratiepartijen 212 trajecten opgestart. Hiervan zijn 97 succesvol verlopen en afgesloten met plaatsingen op de arbeidsmarkt, waarvan 50 trajecten zijn voortgezet middels inzet van jobcoaching. 65 trajecten zijn nog niet beëindigd. Het gericht inzetten van re-integratietrajecten als aanvullende interventie is lonend. Hoewel ook hier – vanwege een moeilijker te bemiddelen doelgroep - een stagnatie van extra plaatsingen op de arbeidsmarkt valt te constateren, heeft de keuze om private partijen te contracteren in een breder marktbereik geresulteerd. De gemeente staat nu voor de vraag in hoeverre het mogelijk is om het aanbod (van bijstandscliënten) en de vraag (van de werkgevers) nog beter op elkaar af te stemmen. Hierbij zal de relatie met externe partners die zich gespecialiseerd hebben in moeilijk bemiddelbare personen eerder gecontinueerd worden dan met anderen.

Samenvatting Het aantal (cliënten met een) bijstandsuitkeringen in de gemeente Voorschoten is gedurende de afgelopen jaren per saldo hetzelfde gebleven (ondanks de impact van corona en de hieraan gerelateerde maatregelen op economie en arbeidsmarkt). Zowel de inkomsten als de uitgaven (BUIG) zijn redelijk stabiel. De meeste beëindigingen (52%) van het aantal bijstandsuitkeringen wordt verklaard door de groep personen die vanwege verhuizingen of leeftijd uitstroomt (AOW); gevolgd door de groep personen die een inkomen heeft verworven door het vinden van werk (39%). Het aantal personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt daalt licht maar gestaag. Er is (zeer) weinig dynamiek binnen de verschillende categorieën. De gemiddelde duur van personen in de uitkering daalt. De groep personen vanaf 55 jaar groeit gestaag.

Beleidsevaluatie participatieen re-integratiebeleid Gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar

Charlotte Altena, Ilvy van Grunsven, Marloes Janssen |19-5-2022

Dit is een uitgave van:

Van Dam & Oosterbaan Euclideslaan 201 3584 BS Utrecht

Jaar van uitgave: 2022

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, geluidsband, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van Van Dam & Oosterbaan.

www.vandamoosterbaan.nl

Inhoudsopgave

1.

2.

3.

4.

5.

Inleiding

4

Context Doel Scope Leeswijzer

4 4 4 5

Onderzoeksmethode

6

Deel 1: ervaringen professionals Deel 2: ervaringen cliënten

6 6

Achtergrond

8

Kwantitatieve evaluatie gemeente Onderzoek participatie gemeente Wetenschappelijke inzichten

8 8 9

Resultaten interviews & groepsgesprek

11

Aanmelding en intake Begeleiding Re-integratie Participatie Re-integratie vs. participatie Nazorg Samenwerking andere partijen Rechtmatigheid Overig Tot slot

12 12 13 15 15 16 16 17 17 17

Conclusie en advies

19

Algemeen Aanmelding en intake Begeleiding

19 19 19

www.vandamoosterbaan.nl

6.

Re-integratie Participatie Nazorg Samenwerking Rechtmatigheid Overig

20 20 21 21 22 22

Bijlagen

23

Enquête professionals Enquête cliënten Interviewleidraad gesprekken cliënten Interviewleidraad groepsgesprek professionals Resultaten enquête professionals (kwantificeerbaar)

23 28 33 33 35

www.vandamoosterbaan.nl

alternatief te bieden, zodat meer inwoners actief zijn en zich ontwikkelen.

1. Inleiding Het huidige re-integratie en participatiebeleid van Leidschendam-Voorburg loopt eind 2022 af. In de loop naar het nieuwe re-integratie en participatiebeleid is evaluatie van het huidige beleid noodzakelijk. Van Dam & Oosterbaan heeft deze evaluatie uitgevoerd.

Context Het re-integratie en participatiebeleid 2019-2022 is één van de beleidsplannen van de afdeling Werk, Inkomen, Jeugd en Zorg. Dit beleidsplan borgt de uitvoering van de wettelijke taken en geeft richting om hier optimale resultaten mee te behalen. Het huidige re-integratie en participatiebeleid van Leidschendam-Voorburg wordt ook uitgevoerd voor Voorschoten en Wassenaar. Deze evaluatie is dus voor drie gemeenten. Het re-integratie en participatiebeleid 2019-2022 diende ertoe bij te dragen aan de realisatie van doelstelling 2.3 van het Sociaal Kompas: meer inwoners zijn aan het werk en bij voorkeur op een reguliere plek. Betaald werk is niet alleen van belang om in het eigen levensonderhoud te voorzien, maar draagt ook bij aan persoonlijke ontwikkeling, maatschappelijke betrokkenheid en sociale contacten. Het beleid van 2019-2022 richtte zich op: 1. Met persoonsgerichte ondersteuning uitstroom uit de uitkering te bevorderen (bij voorkeur naar regulier werk) en instroom in de uitkering te voorkomen voor alle mensen met arbeidspotentieel. 2.

Nieuwe inzichten en ontwikkelingen te benutten voor een optimale begeleiding van inwoners naar werk.

3.

Werkgevers te stimuleren mensen (met een afstand tot de arbeidsmarkt) in dienst te nemen.

4.

Daar waar (betaalde) arbeid op een reguliere werkplek (nog) niet tot de mogelijkheden behoort een passend

Bij het evalueren van het re-integratie en participatiebeleid 2019-2022 wordt onderscheid gemaakt tussen een kwalitatief en kwantitatief deel. Het kwantitatieve deel wordt door de gemeente zelf uitgevoerd. Deze rapportage beslaat het kwalitatieve deel van de evaluatie. Door middel van een enquête, interviews en groepsgesprekken zijn de ervaringen van verschillende doelgroepen opgehaald en worden knelpunten en succesfactoren van het beleid van de afgelopen jaren inzichtelijk gemaakt.

Doel Het doel van deze evaluatie is: • Inzicht krijgen in de uitvoering van het reintegratie en participatiebeleid van 20192022; • Inzicht krijgen in de knelpunten en succesfactoren hierbinnen; • Input genereren voor het ontwikkelen van nieuw beleid. De doelgroep van dit onderzoek bestaat uit enerzijds de professionals (consulenten, kwaliteitsmedewerkers en de medewerkers van het Werkgeversservicepunt, een groep van ongeveer 60 personen), en anderzijds de cliënten (inwoners met een bijstandsuitkering in de periode 2019-2022). Binnen de cliënten zijn twee groepen te onderscheiden, namelijk inwoners die op zoek zijn naar (betaald) werk en inwoners die in de afgelopen jaren uitgestroomd zijn naar werk. Een aparte doelgroep die meegenomen wordt in het onderzoek zijn de zelfstandigen met een bijstandsuitkering.

Scope In deze beleidsevaluatie komen meerdere onderwerpen terug. Om de uitvoering van het beleid te onderzoeken, wordt gekeken naar drie kaders: dienstverlening vanuit gemeente (aanmelding, intake, begeleiding en nazorg), inzet van tools en trajecten en de rechtmatigheid

4 www.vandamoosterbaan.nl

(tegenprestatie) van het beleid. De bijstand voor zelfstandigen (BBZ) wordt hierbij ook meegenomen. Op deze drie onderwerpen zullen ook de knelpunten en succesfactoren worden benoemd, zodat hiermee in de ontwikkeling van het nieuwe beleid rekening kan worden gehouden. Het minimabeleid behoort niet tot de scope van het onderzoek.

Leeswijzer In dit rapport wordt eerst beschreven welke onderzoeksmethoden zijn gebruikt. Deze valt in twee delen uiteen, namelijk de ervaringen van professionals en ervaringen van cliënten. Vervolgens geven we wat achtergrond bij deze beleidsevaluatie. Daarbij noemen we de belangrijkste resultaten van onderzoek dat gemeente Leidschendam-Voorburg heeft uitgevoerd, maar ook inzichten uit de wetenschap. Daarna gaan we in op de resultaten van deze beleidsevaluatie en komen we tot een conclusie en advies. In de bijlagen zijn gebruikte documenten toegevoegd, zoals de enquêtes en topiclijsten voor de interviews en het groepsgesprek.

5 www.vandamoosterbaan.nl

2. Onderzoeksmethode Deze kwalitatieve beleidsevaluatie is middels meerdere onderzoeksmethoden uitgevoerd: • Aparte enquêtes onder professionals en cliënten; • Groepsgesprek met professionals; • Interviews met cliënten. Hiermee valt het onderzoek in twee delen uiteen: het ophalen van ervaringen onder professionals en onder inwoners. Per deel wordt de aanpak beschreven in dit hoofdstuk. De enquête onder cliënten staat nog uit. Uitkomsten hiervan (zoals respons) moeten nog verwerkt worden in dit hoofdstuk en staan nu met "XXX" aangegeven.

Deel 1: ervaringen professionals Om de ervaringen van professionals op te halen, is er eerst een enquête onder hen uitgezet. Op die manier is getracht op een snelle en gemakkelijke wijze alle medewerkers te bereiken om hun input op te halen. De vragen van de enquête zijn in bijlage 1 te vinden. Omdat een enquête minder ruimte geeft om ervaringen uitgebreid te delen, is er aanvullend een groepsgesprek georganiseerd. De dynamiek van groepsgesprekken zorgt ervoor dat mensen aanvullen op elkaars ervaringen, met de verwachting dat dit extra inzichten oplevert. Ook zorgt dit er regelmatig voor dat mensen van elkaar leren en dit mee kunnen nemen in hun werk. Dit is de reden dat er bij professionals is gekozen voor een groepsgesprek, in plaats van interviews. Onder de professionals die zijn bevraagd middels de enquête en bij het groepsgesprek horen consulenten, kwaliteitsmedewerkers, andere medewerkers van het Werkgeversservicepunt en

1

De foutenmarge geeft aan hoe zeker je kunt zijn van een resultaat als diezelfde vraag aan de volledige populatie wordt gesteld. Als 50% tevreden is en de foutenmarge is 5%, dan kunnen we er zeker van zijn dat tussen de 45% en 55% van de

beleidsmedewerkers. De interviewleidraad van het groepsgesprek is te vinden in bijlage 2. Aanvullend is er ook nog voor gekozen om een gesprek te organiseren met kwaliteitsmedewerkers en de teamleider werk. De enquête en het groepsgesprek waren namelijk vooral gericht op de consulenten, waardoor zij minder ruimte hadden om hun ervaringen te delen.

Deel 2: ervaringen cliënten Onder de cliënten worden meerdere groepen onderscheiden: inwoners die nog op zoek zijn naar werk, inwoners die al zijn uitgestroomd en wel/geen zelfstandigen. Om de ervaringen van cliënten breed op te kunnen halen, is er eveneens een enquête uitgezet. Daarbij is gebruik gemaakt van een basisvragenlijst, waarbij er uitsplitsingen kunnen worden gemaakt per doelgroep en voor bepaalde doelgroepen aanvullende vragen zijn gesteld, bijvoorbeeld rondom uitstroom. Vanwege de korte periode waarin het onderzoek wordt uitgevoerd, is gekozen om een digitale enquête uit te voeren. De evaluatie heeft betrekking op de periode 2019 t/m maart 2022. In de steekproef voor de enquête zijn XXX cliënten meegenomen die in de periode januari 2019 t/m maart 2022 een bijstandsuitkering hadden of hebben gehad. Uitgestroomde cliënten horen hier dus ook bij. Deze enquête is digitaal uitgezet. Aanwezigheid van een mailadres is dus voorwaarde voor opname in het steekproefbestand. Bij het trekken van de steekproef is gekozen voor een betrouwbaarheidsniveau van 95% en een foutenmarge van 5%1. Dit is gebruikelijk bij ander steekproefonderzoek. Vanwege privacywetgeving is met gemeente Leidschendam-Voorburg afgesproken dat zij de steekproef trekken en de uitnodiging voor de enquête verzenden naar de cliënten. Hiervoor heeft

volledige populatie tevreden is. Het betrouwbaarheidsniveau geeft aan hoe betrouwbaar de foutenmarge is: bij een foutenmarge van 95% kunnen we er zeker van zijn dat 95% van de totale populatie in de foutenmarge valt.

6 www.vandamoosterbaan.nl

de gemeente een instructie gekregen van Van Dam & Oosterbaan hoe groot de steekproef moet zijn en hoe deze getrokken kan worden. Een week na uitzetten van de enquête is een reminder verstuurd. Uiteindelijk zijn er XXX mensen benaderd en hebben XXX gereageerd; een respons van XXX. De inhoud van de enquête is te vinden in bijlage 3.

mogelijk ruimte te geven om ervaringen te delen. Deze leidraad is te vinden in bijlage 4.

Opnieuw geeft een enquête minder ruimte voor het delen van ervaringen. Bovendien wilde gemeente Leidschendam-Voorburg graag inzicht op basis van een aantal (anonieme) casussen hoe cliënten de ontwikkelroute naar werk (tot op heden) hebben ervaren. Daarom zijn er aanvullend enkele interviews met inwoners georganiseerd. Er zijn in totaal 8 interviews uitgevoerd met diverse cliënten, namelijk cliënten die al zijn uitgestroomd naar werk, cliënten die nog een traject volgen, zelfstandigen die zijn uitgestroomd naar werk en cliënten die nog in de bijstand zitten en weinig tot geen mogelijkheid hebben tot participeren. Dit aantal interviews levert geen representatief beeld op, maar geven wel impressies van de ervaringen van cliënten. Door de combinatie met de enquêtes, kunnen we toch uitspraken doen. Daarnaast is er bij kwalitatief onderzoek op een bepaald punt sprake van verzadiging: extra gesprekken leveren dan geen aanvullende inzichten meer op. Met het plannen van de interviews heeft gemeente Leidschendam-Voorburg geholpen. Dit vanwege privacywetgeving en omdat de ervaring leert dat het voor cliënten fijner is als zij de uitnodiging krijgen vanuit hun vertrouwde consulent. Consulenten hebben onder cliënten de vraag uitgezet of zij deel willen nemen aan een interview.

Een risico van deze werkwijze is dat er bias kan zitten in de cliënten die hebben meegedaan aan de interviews: wellicht zitten hier meer positieve cliënten tussen. Bij een positieve reactie van de cliënt heeft Van Dam & Oosterbaan zelf contact gezocht om een afspraak te maken voor een digitaal interview. Deze duurden tussen de 30-45 minuten. Hierbij is gebruik gemaakt van een interviewleidraad, om de cliënt zo veel

7 www.vandamoosterbaan.nl

3. Achtergrond De gemeente heeft twee onderzoeken uitgevoerd welke relevant zijn als achtergrond voor deze beleidsevaluatie. Daarnaast zijn er diverse inzichten vanuit de wetenschap waarvan wij denken dat die gebruikt kunnen worden bij het opstellen van het nieuwe beleid. Deze achtergronddocumenten gaan we in dit hoofdstuk af.

•

Kwantitatieve evaluatie gemeente In 2022 is door de gemeente een kwantitatieve evaluatie uitgevoerd van het participatie- en reintegratiebeleid2. Hierbij worden diverse trends getoond van de ontwikkeling van het aantal bijstandsuitkeringen en achtergrondkenmerken van het bestand. Enkele uitkomsten van dit onderzoek geven we graag als achtergrond mee voor deze beleidsevaluatie. •

•

•

Op 1 januari 2022 waren er 1.724 huishoudens in de gemeente met een bijstandsuitkering op basis van de Participatiewet. De afgelopen jaren was er sprake van een daling, waarbij er door de coronacrisis weer een toename was van het aantal uitkeringen. Sinds 2021 neemt dit aantal weer af. In 2021 is ongeveer de helft van alle uitgestroomde cliënten aan werk geholpen, namelijk 46% (in loondienst of als zelfstandige). Behalve de gunstige arbeidsmarktomstandigheden hebben de inspanningen van de gemeentelijke consulenten en extra inzet geholpen aan meer bemiddelingen. 2021 is uiteindelijk afgesloten met een positief saldo van iets meer dan €250.000. Dit komt doordat het BUIG-budget groter was en doordat het gelukt is de uitgaven te beperken (dor extra inspanningen t.a.v. de uitstroom).

Er is nog weinig beweging binnen het klantenbestand. Er wordt geschreven in de evaluatie: "Uitdaging blijft om doelgericht in te spelen op het ontwikkelingspotentieel van cliënten; oftewel gericht interveniëren op de afstand tot de arbeidsmarkt via een meer vloeiende (traject)beweging tussen participatie- en re-integratie."

Voor meer uitkomsten verwijzen we u graag naar de betreffende evaluatie.

Onderzoek participatie gemeente Eén participatieconsulent van gemeente Leidschendam-Voorburg heeft in de periode 20212022 een onderzoek gedaan naar participatie3. Hierbij is onderzocht of het mogelijk is om bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in beweging te krijgen richting participatie, vrijwilligerswerk, of meer; en welke aanpak hierin passend is voor de drie gemeenten. Enkele uitkomsten van dit onderzoek geven we graag als achtergrond mee voor deze beleidsevaluatie. •

•

•

De meeste mensen willen en kunnen ook participeren. De groep "niet willen en wel kunnen" bleek kleiner dan gedacht. Met de juiste aandacht en intensieve begeleiding is het mogelijk om het overgrote deel van deze doelgroep te activeren naar enige vorm van participatie. Een klein deel stroomt daarbij uit naar vrijwilligerswerk. Na anderhalf jaar begeleiding participeerde 42% van de cliënten en deed 21% vrijwilligerswerk. Samenwerking met welzijnsorganisaties is hierbij essentieel. Ook de kunde van de participatieconsulent staat centraal bij het in beweging brengen van cliënten.

2 Gemeente Leidschendam-Voorburg. (2022). Kwantitatieve

3 Gemeente Leidschendam-Voorburg. (2022). Participatie

Evaluatie. Participatie- en Re-integratiebeleid Gemeente Leidschendam-Voorburg. Periode 2019-2021.

onderzoek. 2021-2022.

8 www.vandamoosterbaan.nl

•

•

Een kleine groep cliënten kan via de dagbesteding uitstromen naar betaald beschut werk en zelfs naar regulier betaald werk. Dit kan mogelijk een kostenbesparing opleveren voor de gemeente. Met extra participatieconsulenten kunnen meer cliënten worden bewogen richting participatie. Het is wenselijk om de begeleiding van deze doelgroep onder te brengen bij de afdeling werk in plaats van de afdeling inkomen.

In Nederland is er de afgelopen jaren meermaals onderzoek gedaan naar de FIP-methode: Frequent, Intensief en Persoonlijk contact. Deze methode is bij meerdere gemeenten ingezet voor de groep "kansarmere" bijstandsklanten. Het volgende bleek: •

•

Voor meer uitkomsten verwijzen we u graag naar de betreffende evaluatie.

Wetenschappelijke inzichten Vanuit de wetenschap komen steeds meer inzichten dat klantcontact helpt om mensen te activeren en te laten participeren. De relatie tussen de kwaliteit van diensten en de tevredenheid van een klant is veelvuldig onderzocht. Daarbij is beredeneerd in het geval van re-integratie en participatie dat een tevreden klant gemotiveerder is om actief te zoeken naar werk. Contact tussen klant en de consulent is daarmee belangrijk. Diverse studies hebben gevonden dat klanten die contact hebben met een consulent, eerder werk vinden4. Zo vond een Nederlandse studie over de effectiviteit van het UWV dat elke extra sessie tot een hogere kans leidde op het vinden van werk5. Wel is er in het geval van re-integratie soms sprake van het lock-in effect: mensen stoppen tijdelijk met het zoeken naar werk, omdat ze meedoen aan een re-integratietraject, waardoor de uitstroom tijdelijk lager is6.

4

Dolton, P., & O’Neill, D. (1996). “Unemployment duration and the Restart effect: Some experimental evidence.” Economic Journal, 106(435), pp. 387400; Dolton, P., & O’Neill, D. (1996). “The Restart Effect and the Return to Full-time Stable Employment”. Journal of the Royal Statistical Society Series A, 159(2), pp. 275-288.; Gorter, C., & Kalb, G.R.J. (1996). “Estimating the Effect of Counseling and Monitoring the Unemployed Using a Job Search Model.” The Journal of Human Resources, 31(3), pp. 590 610; Dolton, P., & O’Neill, D. (1997). The Long-Run Effects of Unemployment Monitoring and Work-Search Programs: Some

•

Er was een verbetering van sociale en maatschappelijke participatie ten opzichte van klanten waarmee minder interactie was. Door intensief contact was er minder fraude. De meeste mensen frauderen namelijk niet bewust; meer contact voorkwam dit. Voor uitstroom naar werk liep het onderzoek te kort om al constateringen te kunnen doen.

Contact met cliënten met een langere afstand tot de arbeidsmarkt heeft dus zin, ook al zal het in kleinere stapjes gaan. Van deze groep is ook bekend dat ondanks dat zij vaak complexe problematiek hebben, wel veranderbereidheid hebben7. Dit komt ook naar voren in het participatieonderzoek dat de gemeente zelf heeft uitgevoerd. Belangrijk als achtergrond is dat de aanwezigheid van een baan invloed heeft op veel andere levensgebieden. Zo wordt het hebben van een baan positief geassocieerd met gezondheid; een afname van werkloze personen kan daarmee leiden tot minder gezondheidskosten8. Mensen die werken, hebben bijvoorbeeld een kleinere kans op een depressie. Juist voor mensen met een beperking, waarbij betaald werk misschien minder vanzelfsprekend is, heeft een baan een positief effect op de gezondheid en het welbevinden9. Het

Experimental Evidence. Maynooth: National University of Ireland, U.K. Department of Economics. 5 Heyma & Van der Werff, S. (2014). Een goed gesprek werkt. (Kosten)effectiviteit van re-integratiedienstverlening UWV voor de WW-instroompopulatie 2008-2010. Amsterdam: SEO. 6 Heul, H. van der. (2006). Vaststelling en evaluatie van de effecten van reïntegratiemaatregelen voor WWcliënten, Kennismemo 2006/11. Amsterdam: UWV. 7 https://www.divosa.nl/sites/default/files/190405-presentatiemenno-fenger.pdf 8 VNG, 2013. 9 https://www.movisie.nl/interventiewijzer/betaald-werken

9 www.vandamoosterbaan.nl

vraagt dus eerst om een investering in re-integratie en participatie van mensen, maar later kan dit op verschillende vlakken tot een besparing leiden.

10 www.vandamoosterbaan.nl

4. Resultaten interviews & groepsgesprek In dit hoofdstuk bespreken we de resultaten langs de route die een cliënt aflegt: van aanmelding en intake tot uitstroom en nazorg. De uitkomsten van de enquêtes, de interviews en het groepsgesprek worden hierin meegenomen en tot elkaar afgewogen. Ervaringen van cliënten hebben we zoveel mogelijk geprobeerd mee te nemen in de resultaten. In schema 1 is een overzicht te vinden van hoe uiteenlopend de ervaringen zijn bij de begeleiding vanuit de gemeente. Verder zijn in bijlage 5 de resultaten van de enquête onder professionals te vinden. LET OP: dit betreft de voorlopige resultaten. De enquête onder cliënten staat nog uit en moet nog verwerkt worden.

Aanmelding & intake

Begeleiding

Traject

Nazorg

•Het persoonlijke contact met de consulent vind ik fijn. •Ik werd heel snel geholpen. •Ik mis bredere ondersteuning, zoals welke regelingen nog meer op mij van toepassing zijn. •Veel papierwerk.

•Begripvol en serieus genomen door consulent •Persoonlijk •Maatwerk •Extra begeleiding bij schulden •Cliënten die geen zicht hebben op werk, missen contact •Verschillende consulenten

•Passend bij persoonlijke situatie van cliënt •Vangnet voor ZZP-cliënten is erg prettig •Wens dat er minder naar mogelijkheden van werkgevers wordt gekeken, maar meer naar de wens van de cliënt

•Fijn om iemand achter de hand te hebben •Ook aandacht nodig voor cliënten die minder goed in beeld zijn

Schema 1. Enkele ervaringen van cliënten gedurende het proces.

11 www.vandamoosterbaan.nl

Aanmelding en intake Binnen gemeente Leidschendam-Voorburg zijn er op het gebied van re-integratie en participatie met name twee afdelingen belangrijk: afdeling werk en afdeling inkomen. De consulenten van deze afdelingen hebben verschillende taken in het proces van re-integratie en participatie. Ook zijn hier kwaliteitsmedewerkers actief. Verder zijn er nog andere afdelingen met functies als accountmanagers en is er het Werkgeversservicepunt. Volgens cliënten gaat de aanmelding bij de gemeente voor de aanvraag van een uitkering vlot en gemakkelijk. Daarbij zijn er wel cliënten die graag zouden zien dat de aanmelding uitgebreid wordt. Eén cliënt geeft aan dat het niet alleen hoort te gaan om het aanvragen van een uitkering, maar ook om hulp bij andere zaken. Denk dan een regelingen waar de cliënt gebruik van kan maken, zoals kwijtschelding van gemeentebelastingen.

Cliënt: “Ik zit in een kwetsbare situatie en heb geen idee waar ik gebruik van mag maken, het is me niet helder.” Na aanmelding van de cliënt volgt de intake. Deze wordt sinds kort gedan door een consulent werk en een consulent inkomen. Er zijn hierbij vaste duo's gevormd. In de intake wordt het arbeidsverleden en de achtergrond van de cliënt doorgenomen, op basis waarvan wordt bepaald welke afstand iemand tot de arbeidsmarkt heeft. Bij een korte afstand tot de arbeidsmarkt (<2 jaar) neemt de consulent werk het over; bij een langere afstand de consulent inkomen. Er wordt een instrument (CompetenSYS) gebruikt om mede te bepalen wat de afstand is. Uiteindelijk is het oordeel van de consulent doorslaggevend. Cliënten ervaren de intake in het algemeen als positief. Zij voelen zich veilig genoeg om over de persoonlijke situatie te vertellen en ervaren het gesprek als zakelijk en correct. Bij cliënten die al voor ogen hadden wat ze wilde doen, haakte de consulent goed op aan en liet vertrouwen zien. Daarentegen wordt het vele papierwerk niet door

iedereen positief ervaren, omdat het veel is en het is een ‘inbreuk’ op de privacy van cliënt. Verder vinden cliënten in het algemeen dat ze snel zijn geholpen, maar dat de informatie niet altijd volledig is m.b.t. het gebruik maken van voorzieningen of het aanbieden van een opleiding.

Cliënt: “Ik had voor mezelf al een plan uitgestippeld, waar de consulent fijn op inhaakte en mij mijn gang liet gaan.” De consulenten zijn van mening dat werk en inkomen nu nog redelijk van elkaar gescheiden zijn. De consulent werk bepaalt in principe de afstand tot de arbeidsmarkt. Er zou meer het gesprek gevoerd kunnen worden hierover, ook om van elkaar te leren. Er is wel al het één en ander gedaan om de afdelingen dichter bij elkaar te brengen. Zo zijn de duo-intakes relatief nieuw. Het is daardoor de bedoeling dat de caseloads ook langzaam gaan synchroniseren, doordat de intake samen wordt gedaan. Nu is dus sprake van een overgangsfase. Na de intake wordt het buddyschap wel minder ervaren; dat heeft ook te maken met die overgangsfase. Tijd is daarbij een belangrijke factor, maar ook het voelen van verantwoordelijkheid. Belangrijk is dat het gesprek meer wordt aangegaan tussen de twee afdelingen en dat er een goede relatie is tussen de afdeling. De afgelopen periode van corona en thuiswerken heeft hier niet aan bijgedragen. Voorheen was het makkelijker om elkaar op te zoeken op kantoor. Er moet nu weer gemotiveerd worden om elkaar op te zoeken. Sinds kort is er een gezamenlijk overleg van werk en inkomen. Dat kan nog breder gedragen worden.

Begeleiding De soort begeleiding is afhankelijk van welke afstand iemand tot de arbeidsmarkt heeft. Bij een korte afstand tot de arbeidsmarkt (<2 jaar) is de consulent werk betrokken en wordt gekeken hoe de cliënt kan re-integreren. Daarbij worden vaak nog tools en trajecten ingezet. Bij een lange afstand tot de arbeidsmarkt (>2 jaar) neemt een

12 www.vandamoosterbaan.nl

consulent inkomen één keer per jaar telefonisch contact op met de cliënt over hoe het gaat. Sinds anderhalf jaar gaat de participatieconsulent actiever met deze groep aan de slag. De ervaringen van cliënten wisselen over de begeleiding vanuit de gemeenten: sommigen zijn heel positief, anderen negatiever. Deels lijkt dit ook afhankelijk te zijn van de afstand die iemand tot de arbeidsmarkt heeft. Zo was er een cliënt die niet kon werken en daardoor ook geen begeleiding aangeboden kreeg van een consulent. Deze persoon voelde zich hier alleen in; "niemand vraagt hoe het gaat". Andere cliënten geven juist weer aan dat het persoonlijke contact met de consulent heel erg heeft geholpen om zichzelf gesteund te voelen en onderdeel van de maatschappij te zijn. Bij sommige cliënten was er een wisseling van consulent. Dit is als minder prettig ervaren. Consulenten erkennen zelf ook dat dit niet fijn is voor de cliënt: er ontstaat een vertrouwensband en bovendien moet alle informatie weer opnieuw worden gedeeld. Over het algemeen hebben cliënten het gevoel dat het erg consulent afhankelijk is of er goede begeleiding wordt geboden. Ook zijn er meerdere cliënten die letterlijk zeiden dat ze geluk hadden met hun consulent; waar dat op is gebaseerd, is onduidelijk. Bij enkele cliënten werd er breder gekeken dan alleen het re-integratie deel, bijvoorbeeld naar schulden die zij hadden.

Cliënten zijn hier zeer over te spreken. Sommigen geven aan dat ze nu pas weten hoeveel de gemeente voor hen kan betekenen.

Cliënt: “Het allerbelangrijkste resultaat voor mij is dat de consulent mij heeft geholpen bij mijn schulden. Mijn schulden zijn helemaal weg, doordat ik in contact ben gebracht met een instantie. Dat was mijn belangrijkste doel en ik ben blij dat dat is behaald.” Tijdens de bijstandsperiode geeft één van de cliënten aan vaak ‘lastig te zijn gevallen’ om de cliënt te ‘pushen’ naar werk, terwijl de cliënt niet

kon werken. Hiervoor is de cliënt ook gestraft door de uitkering een aantal keren stop te zetten. Een andere cliënt (met psychische klachten) ervaarde ook dwang vanuit de psycholoog bij het vinden van werk. Andersom zijn er cliënten die geen verplichting ervaren en die dit ook fijn vinden. Dat werkte voor hen motiverend om de stap naar werk te maken. “Ik heb niet via de gemeente de baan gevonden, dat heb ik zelf gedaan.” Uit de interviews komt naar voor dat enkele cliënten zelf een baan hebben gevonden, waardoor er geen traject ingezet hoefde te worden vanuit de gemeente. Wel zijn er gesprekken geweest met de consulent en daarover zijn cliënten tevreden. Cliënten vinden het prettig dat er contact wordt gezocht om te vragen hoe het met ze is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=c1a3fc50-b879-49c7-9ce4-b6d7084ce84b