Informatiebrief 048 Amendement 123 (incl. bijlagen)
Tekst van het document
Informatiebrief Zaaknummer:
Z – 20/042310
Documentnummer:
356240
Datum:
4 juli 2023 verzonden: 4 juli 2023
Onderwerp:
Verkenning duurzame energie opwek buitengebied
Portefeuillehouder:
Wethouders Schokker en van der Elst
Bijlage(n):
1. Amendement 123 2. Haalbaarheidsonderzoek zonnevelden Voorschoten
Geachte Raad, Op 9 juni 2021 heeft u de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 vastgesteld. Bij dit raadsvoorstel heeft u ook amendement 123 aangenomen (bijlage 1). U heeft daarin destijds besloten om de twee voorgestelde zoekgebieden van de RES 1.0 uit te sluiten, en een onderzoek uit te laten voeren naar mogelijke alternatieve zonnevelden, maar met uitzondering van de gebieden in de Duivenvoordecorridor en de Papenwegsepolder. Met dit amendement wordt feitelijk vrijwel het gehele buitengebied van Voorschoten voor de opwek van duurzame elektriciteit uitgesloten. Eind 2022 stuurde de RES Holland Rijnland het College van Voorschoten een brief met een voorstel om de regionale samenwerking rond de duurzame opwek van elektriciteit uit zon en wind aan te passen. Het bleek dat de samenwerkende gemeenten bij elkaar met amendementen teveel aanpassingen aan de regionale energiestrategie (RES) 1.0 hadden aangebracht, waardoor de hoofddoelen onhaalbaar zijn geworden en ontwikkelingen te traag gaan. Dit is ook van toepassing op de gemeente Voorschoten vanwege amendement 123. De brief van RES Holland Rijnland legt de verantwoordelijkheid terug bij gemeenten. Het is nu aan de gemeente om voor 1 oktober 2023 lokale ambities te formuleren en een aanpak te ontwikkelen voor voldoende opwek van duurzame elektriciteit.
Als het de gemeenten in RES Holland Rijnland samen niet lukt om een sterk plan voor het behalen van de doelstellingen te presenteren, is het niet uitgesloten dat de Provincie of het Rijk meer regie naar zich toe trekken en dat zoek- en ontwikkelgebieden van bovenaf aangewezen worden. De Raad heeft het doel gesteld om een evenredige bijdrage te leveren aan de RESdoelstellingen voor 2030 en om energieneutraal te zijn in 2050. Duurzame elektriciteit kan in Voorschoten hoofdzakelijk worden opgewekt met zonnepanelen op kleine en grote daken,
Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G
zonnepanelen op parkeerplaatsen, zonnevelden en/of windturbines. Uit amendement 123 spreekt een duidelijke voorkeur om het buitengebied te ontzien. De zonnevelden die zijn geïdentificeerd in het haalbaarheidsonderzoek (zie bijlage 2) zijn niet voldoende om de doelstellingen te behalen. Zonder (meer) duurzame opwek van elektriciteit in het buitengebied zullen de doelen voor 2030 en 2050, zelfs met een zeer ambitieuze aanpak binnen de bebouwde kom, naar alle waarschijnlijkheid niet worden gehaald. Tegen deze achtergrond heeft het College besloten tot een ambtelijke verkenning van de mogelijkheden voor een duurzame opwek van elektriciteit in het buitengebied door Gemeente Voorschoten, Provincie Zuid-Holland en andere belanghebbenden. Het beoogde effect van de verkenning is om mogelijke gebieden te zoeken waar duurzame elektriciteit kan worden opgewekt, terwijl tegelijkertijd de landschappelijke, natuurlijke en andere waarden tenminste niet verslechteren en mogelijk zelfs verbeteren. Het College is zich ervan bewust dat hiermee wordt gehandeld in strijd met amendement 123 (tegen het gebruik van het buitengebied). We denken echter dat we er niet aan ontkomen om serieus te kijken naar mogelijkheden in de buitengebieden om onze energiedoelstellingen te kunnen behalen. We denken wel dat er duidelijke randvoorwaarden moeten worden gesteld.
Onder andere de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van het buitengebied moeten in deze randvoorwaarden terugkomen. De verkenning is een eerste stap daar naartoe. De inzichten uit de verkenning helpen daarnaast bij het bepalen van vervolgstappen ten aanzien van het halen van de vastgestelde duurzame energiedoelen. De verkenning is nadrukkelijk geen besluit voor of tegen een zonnepark. De verkenning is nodig om de Raad adequaat te kunnen adviseren over vervolgstappen. Een eventueel toekomstig besluit over duurzame opwek in het buitengebied zal vanzelfsprekend aan de Raad worden voorgelegd. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
M. Zwebe,
drs. N. Stemerdink,
loco-gemeentesecretaris
burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.
Pagina 2 van 2
Amendement 123
Onderwerp: Raadsvoorstel Vaststellen Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Holland Rijnland (Z/20/042310/241404)
De raad van de gemeente Voorschoten in zijn vergadering bijeen d.d. 9 juni 2021
gezien het Raadsvoorstel Vaststellen Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Holland Rijnland (het “Raadsvoorstel”), Constaterende:
dat
in
de
RES
1.0
voor
Voorschoten
twee
zoekgebieden,
gelegen
in
de
Duivenvoordecorridor en Papenwegsepolder, voor zonnevelden zijn aangegeven langs de uitvalswegen naar Leidschendam en Wassenaar;
de Duivenvoordecorridor een beschermde status heeft en de Papenwegsepolder een gebied is waar weidevogels broeden;
deze gebieden verder van waarde zijn voor het karakter van Voorschoten; omvangrijke investering zijn gedaan deze gebieden te behouden.
Overwegende:
een haalbaarheidsonderzoek in beschermde gebieden uitvoeren naar zonnevelden een verkeerd signaal naar inwoners en partners binnen de RES geeft;
een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren naar realisatie van werken welke in strijd zijn
met vigerend omgevingsbeleid verspillen van toch al beperkte middelen en capaciteit betekent;
dat het instemmen met de RES 1.0 het instemmen met de zoekgebieden inhoudt en derhalve vigerend omgevingsbeleid op een later moment niet kan worden gebruikt
als argument tegen het realiseren van zonnevelden in de Duivenvoordecorridor en de Papenwegsepolder;
dat het college zich duidelijk dient uit te spreken dat het plaatsen van zonnevelden in de Duivenvoordecorridor en de Papenwegsepolder geen optie is voor Voorschoten;
dat onderzoek naar alternatieve locaties evenwel kan worden verricht.
Besluit: Het Raadsvoorstel als volgt te wijzigen: -
-
Beslispunt 2 te vervangen door het college de opdracht te geven de haalbaarheid van
zonnevelden in Voorschoten te onderzoeken met uitzondering van de gebieden die in de Duivenvoordecorridor en de Papenwegsepolder liggen;
een nieuw Beslispunt 3 in te voegen met als tekst: het college opdracht te geven aan Holland Rijnland te communiceren dat aanleg van zonnevelden in de
Amendement 123
Duivenvoordecorridor en de Papenwegsepolder zoals aangegeven in de zoekgebieden -
in de RES 1.0 niet mogelijk is;
Beslispunten 3 en 4 te hernummeren tot Beslispunten 4 en 5.
Ondertekening en naam: B. Reinke (VVD)
M. Persoon (VLS)
C. Bremmer (CDA)
G. Zeelt (ONS Voorschoten) J. Bos (GroenLinks) J. Schroot (D66)
Aantekening griffier: het amendement is zonder stemming aangenomen.
Haalbaarheidsonderzoek zonnevelden November 2021
Inhoud 1.
Inleiding ............................................................................................... 2 1.1
Aanleiding .................................................................................... 2
1.2
Doel ............................................................................................. 2
1.3
Leeswijzer .................................................................................... 3
2.
Methodiek en proces .......................................................................... 4
3.
Beleidsmatige verkenning ................................................................... 5
4.
5.
3.1
Beleidsanalyse ............................................................................. 5
3.2
Potentiële zoekgebieden ............................................................. 7
Ruimtelijke verkenning ........................................................................ 8 4.1
Zoekgebied 1 ............................................................................... 8
4.2
Zoekgebied 2 ............................................................................. 11
4.3
Zoekgebied 3 ............................................................................. 14
4.4
Zoekgebied 4 ............................................................................. 17
4.5
Zoekgebied 5 ............................................................................. 20
Conclusie en advies ........................................................................... 23
Bijlagen: Bijlage 1 - Beleidsanalyse
1
In de plankaart behorende bij de RES 1.0 zijn deze globale zoekgebieden ingetekend in de Papewegsepolder aan de N448 en de Duivenvoordecorridor aan de N447. Deze gebieden liggen onder andere binnen het rijksbeschermde dorpsgezicht ‘Landgoederenzone Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar’ en het Provinciaal Kroonjuweel landgoederenzone. Daarnaast ligt een deel van de voorgestelde locaties op Landgoed Duivenvoorde. Voor de Duivenvoordecorridor geldt bovendien dat de provincie Zuid-Holland sinds 2008 met de gemeenten Voorschoten en Leidschendam-Voorburg werkt aan het saneren van de kassen in het gebied en om het daarna groen in te richten met beperkte woningbouw. Daarnaast heeft de Papenwegsepolder een karakteristieke openheid en is het een belangrijk weidevogelgebied.
1. Inleiding 1.1
Aanleiding In regionaal verband is de gemeente Voorschoten betrokken bij de Regionale Energie Strategie Holland Rijnland. Deze RES 1.0 is door dertien gemeenten vastgesteld. In dat proces zijn kansrijke zoekgebieden voor zonneenergie en windturbines geidentificeerd. In de gemeente Voorschoten zijn twee zoekgebieden voor ‘zon op veld’ in het buitengebied aangewezen. Deze zoekgebieden zijn behandeld in de gemeenteraad van Voorschoten op 10 juli 2021.
Op basis van deze aandachtspunten heeft de gemeenteraad van Voorschoten via een amendement aangegeven dat het ontwikkelen van zonnevelden in de Duivenvoordecorridor en de Papenwegsepolder geen optie is. De gemeenteraad heeft verzocht om de haalbaarheid van zonnevelden op andere plekken in de gemeente te onderzoeken. Het voorliggende rapport is het resultaat van dat onderzoek.
1.2
Doel
Het doel van het onderzoek was het inzichtelijk maken van de mogelijkheden voor kansrijke zonneveldzoekgebieden in de gemeente Voorschoten. Daarbij is onderzocht welke beleidsmatige en ruimtelijke kansen en beperkingen er zijn. Er worden geen uitspraken gedaan over de daadwerkelijke wenselijkheid van de ontwikkelingen en concrete technische beperkingen zoals de nabijheid van aansluitpunten op het net en beschikbare netcapaciteit. De resultaten vormen de basis voor concreet beleid over zonnevelden en de communicatie richting de RES-regio en de provincie Zuid-Holland over de huidige zoekgebieden. Plankaart RES Holland-Rijnland
2
1.3
Leeswijzer
Voorliggend document bestaat uit een aantal onderdelen. In dit eerste hoofdstuk is stilgestaan bij de aanleiding en het doel van het onderzoek. Hoofdstuk 2 beschrijft de methodiek en het doorlopen proces. In hoofdstuk 3 worden de belangrijkste conclusies uit de beleidsinventarisatie beschreven en worden de hieruit gefilterde potentiële zoekgebieden toegelicht. Deze potentiële zoekgebieden zijn vervolgens verder uitgewerkt in hoofdstuk 4. Per zoekgebied is een ruimtelijke verkenning uitgevoerd en is de kansrijkheid van het zoekgebied bepaald. Hoofdstuk vat de belangrijkste conclusies samen.
3
2. Methodiek en proces In de beleidsanalyse is het relevante nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid geanalyseerd. De complete beleidsinventarisatie is opgenomen als bijlage 1. Op basis van de beleidsanalyse zijn potentiële zoekgebieden in beeld gebracht, inclusief een overzicht van de beleidsmatige kansen en beperkingen per gebied. Samen met gemeentelijke en provinciale beleidsadviseurs is een eerste inschatting gemaakt of de gebieden daadwerkelijk kansrijk zijn en of het de moeite waard is om ze verder te verkennen. Hierbij zijn enkele zoekgebieden afgevallen. De potentiële zoekgebieden zijn nader onderzocht in een ruimtelijke verkenning waarbij de landschappelijke kenmerken in beeld zijn gebracht. Daarbij is gekeken naar het type landschap, groenstructuren, natuurwaarden, monumenten, recreatieve netwerken en locaties, belangrijke zichtlijnen en de nabijheid van woningen en infrastructuur. Per potentieel zoekgebied is aangegeven of er onder bepaalde voorwaarden ruimte is voor een zonneveld. Daarbij is er ook gekeken naar verschillende opstellingen en koppelkansen met andere ontwikkelingen en opgaven. In het uiteindelijke advies is aangegeven of er gebieden zijn die zowel beleidstechnisch als ruimtelijk voldoende kansen bieden voor een kwalitatief hoogwaardig zonneveld, passend bij de lokale kwaliteiten. Procesweergave
4
3. Beleidsmatige verkenning 3.1
De Beschermde Gebieden worden onderscheiden in twee beschermingscategorieën: - Beschermingscategorie 1: gebieden met topkwaliteit - In Voorschoten zijn dit de Natuurnetwerk Nederland-gebieden (NNN) en het Cultuurhistorische Kroonjuweel. - Beschermingscategorie 2: gebieden met bijzondere kwaliteit - In Voorschoten zijn dit de weidevogelgebieden en de groene buffer.
Inleiding In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste conclusies uit de beleidsanalyse beschreven en is toegelicht hoe de potentiële zoekgebieden bepaald zijn. De volledige analyse is opgenomen als bijlage 1 bij dit rapport.
3.2
Beleidsanalyse Ruimtelijke kwaliteit Het provinciaal beleid is een belangrijke factor bij het bepalen of zonnevelden wel of niet mogelijk zijn. Nagenoeg het volledige buitengebied van de gemeente Voorschoten is op verschillende manieren beschermd in het provinciale Omgevingsbeleid. In het provinciale Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Het provinciale beleid doet geen directe uitspraken over het verbieden of toelaten van zonnevelden op specifieke locaties. Het bevat wel duidelijke kaders voor thema’s als het behouden van openheid en het beschermen van diverse erfgoed- en natuurwaarden. De regels uit de Omgevingsverordening werken direct door op het gemeentelijk beleid en zijn dan ook opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen.
Zoals te zien in de overzichtskaart op pagina 6 valt (het buitengebied van) Voorschoten bijna volledig binnen verschillende (provinciale) beschermingscategorieën. Gebieden in beschermingscategorie 1 zijn zo bijzonder dat het beschermen van de kwaliteit voorrang heeft boven alle andere ontwikkelingen. Dit betekent in dat het ontwikkelen van zonnevelden in principe niet mogelijk is. In beschermingscategorie 2 gebieden zijn zonnevelden alleen mogelijk indien het een aanpassing betreft en het aansluit op de te beschermen waarden. Duivenvoordecorridor De Duivenvoordecorridor is een bijzonder gebied in de gemeente. De Duivenvoordecorridor is tot stand gekomen op basis van een convenant, tussen het toenmalige ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Voorschoten en de gemeente Leidschendam-Voorburg. Het is in 2008 als Rijksbufferzone aangewezen. De gemeente werkt samen met partners hard aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De afgelopen jaren is er ingezet op het omvormen van verouderde glasopstanden. Bijna alle kassen zijn opgekocht en gesloopt. Hiermee is het landelijke karakter van het gebied al voor een groot deel verbeterd. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt dat de lat hoog ligt. Iedere ontwikkeling binnen dit gebied moet kwaliteit uitstralen.
Het kwaliteitsbeleid van de provincie gaat uit van ‘ja, mits’ en maakt daarbij onderscheid tussen drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen: inpassing, aanpassing en transformatie. Bij inpassing sluit de ontwikkeling sterk aan bij de bestaande gebiedsidentiteit, terwijl aanpassing en transformatie de gebiedsidentiteit (deels) veranderen. Bij de ontwikkeling van zonnevelden is nagenoeg altijd sprake van ‘aanpassing’ of ‘transformatie’. De provincie borgt het ruimtelijk kwaliteitsbeleid in de Omgevingsverordening. Binnen het kwaliteitsbeleid zijn Beschermde Gebieden aangewezen. In deze gebieden heeft de instandhouding van de waarden die de gebieden kenmerken, voorrang boven alle andere ruimtelijke ontwikkelingen.
Erfgoed en archeologie Het cultureel erfgoed beleid vanuit de provincie is in Voorschoten terug te vinden in de aanwijzing als landgoedbiotoop en molenbiotoop. Ontwikkeling 5
van duurzame energie binnen of nabij landgoed- en molenbiotopen is niet haalbaar als de waarden of het zicht op deze waarden worden verstoord. In het geval van een molenbiotoop mag de windvang en de zichtbeleving niet in het geding komen. Wat betreft het archeologiebeleid is de archeologische verwachtingswaarde vanuit Rijks- en provinciaal beleid vertaald in dubbelbestemmingen binnen de vigerende bestemmingsplannen. Voor grondroerende werkzaamheden zijn criteria opgenomen wanneer een archeologisch onderzoek vereist is. De plaatsing van zonnepanelen overschrijdt deze criteria waarschijnlijk niet. Kansen voor zonne-energie De provincie wil het gebruik van zonne-energie actief faciliteren en ondersteunen, omdat zonne-energie een groeiende bijdrage levert aan de productie van hernieuwbare energie. Voorop staat de voorkeur voor meervoudig ruimtegebruik, zoals het benutten van daken en overige geschikte functies. De volgende uitgangspunten zijn in het provinciaal beleid leidend: 1. Multifunctioneel ruimtegebruik 2. Vrijwaren schaarse open ruimte 3. Koppeling aan andere ruimtelijke opgaven 4. Afstemmen energievraag- en aanbod 5. Een goed landschapsontwerp 6.
Verankering in de samenleving In beperkte mate en onder voorwaarden worden mogelijkheden voor zonnevelden geboden op de volgende locaties: • Het agrarisch bouwblok • Infrastructuur • Voormalige stortplaatsen, slibdepots en spaarbekkens • Stads- en dorpsranden • Glastuinbouwgebied • Knikpuntgebieden • Combinatie met windpark
Afbeelding 1. Overzichtskaart beleid (Bronnen: Provinciale Omgevingsverordening, provinciale kwaliteitskaart, vigerende bestemmingsplannen en convenant Duivenvoordecorridor)
6
3.3
Potentiële zoekgebieden Door de grote landschappelijke waarde van het buitengebied is er nagenoeg geen (beleidsmatige) ruimte voor zonnevelden in het buitengebied. Vanwege de gemeentelijke ambitie om bij te dragen aan de energietransitie zijn de andere mogelijkheden bekeken. Op basis van de oproep van de gemeenteraad heeft het onderzoek zich voornamelijk gericht op de ‘randen’ van de beschermde gebieden. Gelet op het amendement van de gemeenteraad is de rest van het beschermde buitengebied buiten beschouwing gelaten. Op basis van de verkenning zijn er drie soorten zoekgebieden te onderscheiden: 1. De rand van de beschermingscategorieën, parallel aan de spoorlijn (locaties 1 en 2). Deze locaties vallen vanuit de omliggende woningen en wegen niet of nauwelijks opvallen. 2. Open gebieden in bestaand stedelijk gebied en dorpsraden (locaties 3, 4, 6 en 7) 3. In de beschermde gebieden (locatie 5). Deze locatie is aangedragen door stichting Duivenvoorde. Landgoedeigenaren zijn in toenemende mate op zoek zijn naar nieuwe verdienmodellen om de landgoederen te beheren. Om deze reden is de locatie meegenomen in dit onderzoek. Het is echter een privaat initiatief. De woningbouwlocatie (locatie 6) en de gebieden die beschermd worden door servituten van de buitenplaats ‘Berbice’ (locatie 7) zijn al snel afgevallen. Dit wordt in de bijlage toegelicht.
Op basis van provinciaal beleid en gesprekken met gemeentelijke en provinciale beleidsadviseurs blijkt dat locatie 1 ,2 en 5 op korte termijn onrealistisch zijn en ook op de langere termijn worden er nagenoeg geen kansen gezien. Gebied 3 en 4 hebben de minste directe beleidsmatige beperkingen, Bovendien liggen ze in stads- en dorpsrand waar de ontwikkeling van een zonneveld meer voor de hand ligt dan in het open buitengebied. In hoofdstuk 4 zijn deze gebieden verder ruimtelijk uiteengezet, waarbij per gebied is aangegeven of er mogelijkheden zijn om op deze locaties zonnevelden te realiseren.
Afbeelding 2: Overzichtskaart beleid met potentiële zoekgebieden
7
4. Ruimtelijke verkenning 4.1
Zoekgebied 1 Het eerste zoekgebied is een open weidegebied aan de rand van de Papenwegse Polder, grenzend aan de spoorlijn. Het gebied bestaat uit verschillende percelen, die (gedeeltelijk) van elkaar worden gescheiden door watergangen. Rekening houdend met de watergangen (plus de benodigde onderhoudsstrook) en beschermingszones ten behoeve van de waterkering, gasleiding en waterleiding blijft er binnen het zoekgebied circa 10 hectare over om zonnevelden te kunnen realiseren. Vigerend beleid Het zoekgebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied (2010)’. Binnen dit bestemmingsplan heeft het de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Weidevogelgebied’ en ‘Water’. Daarnaast heeft het een aantal dubbelbestemmingen, waaronder een archeologische bescherming en een dubbelbestemming ‘Beschermd stads- en dorpsgezicht’. Er loopt een waterkering, gasleiding en waterleiding door het gebied, waarvoor in het bestemmingsplan beschermingszones zijn opgenomen.
Afbeelding 3: Zoekgebied 1
Een aantal van deze aanwijzingen komen voort uit het provinciaal beleid, waaronder het beschermd dorpsgezicht. Binnen het provinciaal beleid valt het plangebied namelijk binnen de beschermingscategorie 1 ‘Kroonjuweel’ en beschermingscategorie 2 ‘Groene buffer’. Dit betekent dat er eisen worden gesteld met betrekking tot verkaveling, behoud van openheid, landschapselementen en belevingswaarde van het landschap. Ten behoeve van de groene buffer en het weidevogelgebied gelden eisen voor instandhouding en compensatie. In principe zijn zonnevelden niet mogelijk in beschermingscategorie 1 gebieden. Op dit moment bestaat er binnen het vigerende beleid dus geen mogelijkheid om hier zonnevelden te realiseren.
Afbeelding 4: Bestemmingsplan ‘Buitengebied (2010)’ zoekgebied 1
8
Landschappelijke karakteristiek Dit (noordelijke) deel van de Papenwegse Polder heeft een hoge landschappelijke waarde, met grootschalige openheid, en wordt begrensd door: • • • •
spoorlijn/dorpsrand Voorschoten; dorpsrand Leiden; beplanting A44 en (landgoed)bosjes Zuydwyk en Santhorst; beplanting N448 / Industrieterrein Dobbeweg.
Het gebied bestaat uit karakteristieke veenontginningen met regelmatige strokenverkaveling (noordwest-zuidoost of zuidwest-noordoost). Het grasland wordt doorsneden door een dicht slotenpatroon met hoge waterstanden. Langs de Nieuwe Weg liggen een paar (grote) erven met hogere beplanting. Karakteristieke leefgebieden Karakteristieke leefgebieden in het open veenweidegebied zijn moeras, natte strooiselruigte, veenmosrietland, nat schraalland, dotterbloemgrasland, nat matig voedselrijk grasland en kruiden- en faunarijk grasland. Karakteristieke soorten Het gebied heeft een hoge ecologische waarde en wordt onder meer gebruikt door broedende weidevogels en overwinterende zwanen, ganzen en eenden.
Afbeelding 5: Zoekgebied 1 - Weergave landschap met beleidsmatige uitgangspunten
9
Aandachtspunten uit ruimtelijke verkenning
Meekoppelkansen
•
Bij het ontwikkelen van zonnevelden binnen dit gebied bestaan er kansen voor het ontwikkelen van rietmoeras en kruiden- en faunarijk grasland. Ook is recreatief medegebruik mogelijk door de toevoeging van een wandel-of fietsroute zolang dit weidevogels niet verstoord. Ook kleinschalige productie van biomassa van (riet)gewassen behoort wellicht tot de mogelijkheden.
• •
•
•
Vooral voor weidevogels is dit een waardevol gebied en ook voor overwinterende zwanen, ganzen en eenden. Het gaat slecht met de weidevogels in Nederland, dus het beschermen van waardevolle weidevogelgebieden is belangrijk. Kwantitatieve compensatie van weidevogelgebieden is heel lastig. Kwalitatieve compensatie in naastgelegen gebieden is misschien mogelijk maar ook dan wordt het oppervlak aan weidevogelgebied kleiner. Belemmering van het uitzicht vanuit de trein (beleving openheid). Suboptimale verkavelingsrichting en relatief vlakke/lage opstellingen maakt een business case lastig(er), waardoor (ook) het realiseren van koppelkansen en compensatie van het weidevogelgebied moeilijk kan zijn. Dit moet nader onderzocht worden met een business case. Inpassing van de elementen van een zonneveld, o.a. transformatorhuisje en kabels is lastig in dit open gebied met veel watergangen. Aandacht voor de bereikbaarheid tijdens aanleg en onderhoud.
Landschappelijke inpassing Het gebied ligt aan de spoordijk en is alleen direct zichtbaar vanuit de trein. Bij de realisatie van eventuele zonnevelden dient de verkavelingsstructuur met de (brede) watergangen in stand te worden gehouden. Eventuele zonnevelden dienen ingepast te worden met (lijnvormige) structuren van rietmoerasvegetaties langs alle watergangen. De opstellingen dienen de verkavelingsstructuur te volgen, parallel aan het spoor (zuidwestnoordoost). De hellingshoek van de panelen (en daarmee de hoogte) is maximaal 10 graden om de openheid niet te veel aan te tasten. Hekwerken zijn niet gewenst vanwege de openheid. Ze kunnen eventueel verlaagd in het midden van de watergangen, maar liever niet. Dit moet bovendien afgestemd worden met de waterbeheerder omdat de watergangen bereikbaar moeten blijven voor onderhoud.
Afbeelding 6: Zoekgebied 1 - Weergave ruimtelijke aandachtspunten met mogelijke inpassing zonnevelden
10
4.2
Zoekgebied 2 Het tweede zoekgebied ligt aan de rand van de Papenwegse Polder aan de spoorlijn, maar ligt zuidelijker dan het eerste zoekgebied. Het gebied bestaat uit verschillende percelen, die van elkaar worden gescheiden door watergangen. Rekening houdend met deze watergangen (plus onderhoudsstrook) en de beschermingszone van de waterkering blijft er binnen het zoekgebied circa 2,5 hectare over om zonnevelden te kunnen realiseren. Vigerend beleid Ook dit zoekgebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied (2010)’. Binnen dit bestemmingsplan heeft het de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Weidevogelgebied’ en ‘Water’. Daarnaast heeft het een aantal dubbelbestemmingen, waaronder een archeologische bescherming en een dubbelbestemming ‘Beschermd stads- en dorpsgezicht’. Er ligt een waterkering aan de rand van het gebied, waarvoor in het bestemmingsplan een beschermingszone is opgenomen. Vrijwel het gehele gebied heeft een vrijwaringszone ten behoeve van de landgoedbiotoop behorende bij Landgoed de Horsten.
Afbeelding 7: Zoekgebied 2
Een aantal van deze aanwijzingen komt voort uit het provinciaal beleid, waaronder het beschermd dorpsgezicht en de landgoedbiotoop. Binnen het provinciaal beleid valt het plangebied binnen de beschermingscategorie 1 ‘Kroonjuweel’ en beschermingscategorie 2 ‘Groene buffer’. Dit betekent dat er eisen worden gesteld met betrekking tot verkaveling, behoud van openheid, landschapselementen en belevingswaarde van het landschap, maar ook de beleving en herkenbaarheid van het landgoed met bijbehorende zichtlijnen. Ten behoeve van de groene buffer en het weidevogelgebied gelden eisen voor instandhouding en compensatie. Overigens is dit deel van de Papenwegse Polder geen onderdeel van het provinciale weidevogelgebied maar wel gemeentelijk als weidevogelgebied aangemerkt.
Afbeelding 8: Bestemmingsplan ‘Buitengebied (2010)’ zoekgebied 2
11
In principe zijn zonnevelden niet mogelijk in beschermingscategorie 1 gebieden. De eventuele aanwezigheid van weidevogels zorgt tevens voor mogelijke belemmeringen. Landschappelijke karakteristiek Dit (zuidelijke) deel van de Papenwegse Polder heeft een hoge landschappelijke waarde, met grootschalige openheid en wordt begrensd door: • • •
spoorlijn/dorpsrand Voorschoten; beplanting N448 / Industrieterrein Dobbeweg; (landgoed)bossen van Ter Horst en Raaphorst.
Het gebied bestaat uit karakteristieke veenontginningen met regelmatige strokenverkaveling (zuidwest-noordoost). Het grasland wordt doorsneden door een dicht slotenpatroon met hoge waterstanden. Aan de N448 liggen een paar (grote) erven met hogere beplanting. Karakteristieke leefgebieden Karakteristieke leefgebieden in het open veenweidegebied zijn moeras, natte strooiselruigte, veenmosrietland, nat schraalland, dotterbloemgrasland, nat matig voedselrijk grasland, kruiden- en faunarijke grasland, afgewisseld met meer opgaand wilgenstruweel, elzenbroekbos en (op de landgoederen) park-stinzenbos.
Afbeelding 9: Zoekgebied 2 - Weergave landschap met beleidsmatige uitgangspunten
Karakteristieke soorten Het gebied wordt mogelijk gebruikt door broedende weidevogels en overwinterende zwanen, ganzen en eenden.
12
Aandachtspunten uit ruimtelijke verkenning • • •
•
•
Mogelijk is dit voor weidevogels en overwinterende zwanen, ganzen en eenden een waardevol gebied. Nader ecologisch onderzoek is vereist. Belemmering van het uitzicht vanuit de trein (beleving openheid). De kleine netto oppervlakte, de suboptimale verkavelingsrichting en de relatief vlakke/lage opstellingen maken een business case lastig(er), waardoor (ook) het realiseren van meekoppelkansen moeilijk kan zijn. Dit zal nader onderzocht moeten worden met een business case. De inpassing van de overige elementen van het zonneveld is lastig in dit open gebied met veel watergangen. De benodigde gebouwtjes kunnen worden ingepast met wilgenstruweel of elzenbroekbos. Aandacht voor de bereikbaarheid tijdens aanleg en onderhoud.
Landschappelijke inpassing Het gebied ligt aan de spoordijk en is vooral van dichtbij zichtbaar vanuit de trein. Bij de realisatie van een zonneveld dient rekening te worden gehouden met de (brede) watergangen, met daarnaast de (lijnvormige) structuren van rietmoerasvegetaties. Bij de realisatie van zonnevelden dient de verkavelingsstructuur met de (brede) watergangen in stand te worden gehouden. De zonnevelden dienen te worden ingepast met (lijnvormige) structuren van rietmoerasvegetaties langs alle watergangen. Opstellingen dienen de verkavelingsstructuur te volgen, parallel aan het spoor (zuidwestnoordoost). De hellingshoek van de panelen (en daarmee de hoogte) is maximaal 10 graden om de openheid niet te veel aan te tasten. Hekwerken zijn niet gewenst vanwege de openheid. Ze kunnen eventueel verlaagd in het midden van de watergangen, maar liever niet. Dit moet bovendien afgestemd worden met de waterbeheerder omdat de watergangen bereikbaar moeten blijven voor onderhoud.
Afbeelding 10: Zoekgebied 2 - Weergave ruimtelijke aandachtspunten met mogelijke inpassing zonnevelden
Meekoppelkansen Bij het ontwikkelen van zonnevelden binnen dit gebied bestaan er kansen voor het ontwikkelen van rietmoeras en kruiden- en faunarijk grasland. Ook is recreatief medegebruik wellicht mogelijk door de toevoeging van een wandel-/fietsroute. Ook kleinschalige productie van biomassa van (riet)gewassen behoort wellicht tot de mogelijkheden.
13
4.3
Zoekgebied 3 Het derde zoekgebied bevindt zich binnen de stads- en dorpsrand aan de oostkant van de spoorlijn. Het gebied bestaat uit verschillende percelen, die (deels) van elkaar worden gescheiden door watergangen. Rekening houdend met de watergangen (plus onderhoudsstrook) en beschermingszones ten behoeve van een waterkering, hoogspanningsmasten, gasleiding en waterleiding blijft er binnen het zoekgebied circa 2 hectare over om zonnevelden te kunnen realiseren. Vigerend beleid Ook dit zoekgebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied (2010)’. Binnen dit bestemmingsplan heeft het de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Open gebied’ en ‘Water’. Daarnaast heeft het een aantal dubbelbestemmingen, waaronder een archeologische bescherming en een hoogspanningsverbinding. Onder een hoogspanningsverbinding zijn onder voorwaarden zonnevelden mogelijk. Onder andere de toegankelijkheid moet afgestemd worden met de netbeheerder, TenneT. Daarnaast lopen er een waterkering, gasleiding en waterleiding door het gebied, waarvoor in het bestemmingsplan beschermingszones zijn opgenomen.
Afbeelding 11: Zoekgebied 3
Provinciaal beleid stelt in dit gebied minder voorwaarden omdat het buiten de beschermingscategorieën valt. In het vigerende bestemmingsplan is echter wel de openheid van het landschap als kenmerkende waarde geborgd. Het gebied valt binnen de aanduiding stads- en dorpsranden, waarin in beperkte mate en onder voorwaarden mogelijkheden zijn voor zonnevelden. Vanuit beleidstechnisch oogpunt biedt dit zoekgebied mogelijkheden voor verdere verkenning.
Afbeelding 12: Bestemmingsplan ‘Buitengebied (2010)’ zoekgebied 3
14
Landschappelijke karakteristiek Het gebied bestaat uit een smalle strook van open veenweide tussen de spoordijk en de beplanting langs het fietspad (Gershwinpad), tussen de volkstuinen en de tennisbanen. Het gebied bestaat uit karakteristieke veenontginningen met regelmatige strokenverkaveling (noordwestzuidoost). Het grasland wordt doorsneden door een dicht slotenpatroon met hoge waterstanden. Door het gebied loopt een hoogspanningsverbinding, waarvan één mast midden in het gebied staat. Aan de andere kant van het fietspad ligt een woonwijk, deels achter opgaande beplanting, maar deels ook met zicht op de locatie. Karakteristieke leefgebieden Karakteristieke leefgebieden in het veenweidegebied zijn moeras, natte strooiselruigte, veenmosrietland, nat schraalland, dotterbloemgrasland, nat matig voedselrijk grasland, kruiden- en faunarijke grasland, wilgenstruweel en elzenbroekbos. Karakteristieke soorten Het gebied wordt waarschijnlijk gebruikt door amfibieën, kleine zoogdieren en mogelijk enkele weidevogels. Afbeelding 13: Zoekgebied 3 - Weergave landschap met beleidsmatige uitgangspunten
15
Aandachtspunten uit ruimtelijke verkenning • • •
panelen). Ook kleinschalige productie van biomassa van (riet)gewassen behoort wellicht tot de mogelijkheden.
Nader ecologisch onderzoek is vereist. Belemmering van het uitzicht vanuit de trein, vanaf het fietspad en vanuit sommige plekken uit de wijk (beleving openheid). De kleine netto oppervlakte, de suboptimale verkavelingsrichting en de relatief vlakke/lage opstellingen maken een business case lastig(er), waardoor (ook) het realiseren van meekoppelkansen moeilijk kan zijn. Dit zal nader onderzocht moeten worden met een business case.
Landschappelijke inpassing De verkavelingsstructuur met de (brede) watergangen moet in stand worden gehouden. Een zonneveld moet ingepast worden met (lijnvormige) structuren van rietmoerasvegetaties langs alle watergangen. Eventueel is omzoming met wilgenstruweel en/of elzenbroekbos mogelijk. Het is belangrijk om de doorzichten vanaf het fietspad te behouden over (brede) sloten tussen de kavels, richting de spoorlijn. De sloten kunnen verbreed worden en eventueel doorgetrokken richting het fietspad. Opstellingen dienen de verkavelingsstructuur te volgen. De hellingshoek van panelen kan maximaal 10 graden zijn. Overige elementen van het zonneveld kunnen worden ingepast met beplanting aan de zijde van de volkstuinen (wilgenstruweel, elzenbroekbos). De omgeving van de hoogspanningsmast dient vrij te blijven voor onderhoud. Brede sloten vormen de afscherming van het zonneveld. Eventueel kan een nieuwe sloot evenwijdig aan het fietspad worden aangelegd als afscherming van het veld. Hekwerken zijn niet gewenst vanwege de openheid. Ze kunnen eventueel verlaagd in het midden van de watergangen, maar liever niet. Dit moet bovendien afgestemd worden met de waterbeheerder omdat de watergangen bereikbaar moeten blijven voor onderhoud.
Afbeelding 14: Zoekgebied 3 - Weergave ruimtelijke aandachtspunten met mogelijke inpassing zonnevelden
Meekoppelkansen Er zijn kansen om rietmoeras en kruiden- en faunarijk grasland te ontwikkelen. Lokaal draagvlak kan vergroot worden als de zonnepanelen direct stroom leveren aan de wijk. Ook is recreatief medegebruik mogelijk door de toevoeging van een informele wandelroute en een natuurlijke speelweide (die wel voldoende afgeschermd moeten worden van de
16
4.4
Zoekgebied 4 Het vierde zoekgebied grenst aan de dorpszijde van de spoorlijn. Het gebied bestaat uit een sportveld van de The British School en een weiland. Vanwege de eigendomssituatie, afstand tot omliggende functies zoals woningen en behoud van openheid, wordt een strook van circa 50 meter grenzend aan de spoorlijn als potentieel kansrijk gezien. Dit komt neer op circa 1 hectare. Vigerend beleid Dit zoekgebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan West’. Binnen dit bestemmingsplan heeft het de enkelbestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Water’, ‘Groen’ en ‘Maatschappelijk’. Daarnaast heeft het een aantal dubbelbestemmingen, waaronder een archeologische bescherming en een hoogspanningsverbinding. Onder een hoogspanningsverbinding zijn onder voorwaarden zonnevelden mogelijk. Onder andere de toegankelijkheid moet afgestemd worden met de netbeheerder, TenneT. Daarnaast loopt er een waterkering door het gebied, waarvoor in het bestemmingsplan een beschermingszone is opgenomen.
Afbeelding 15: Zoekgebied 4
Provinciaal beleid stelt in dit gebied minder voorwaarden omdat het buiten de beschermingscategorieën valt. In het vigerende bestemmingsplan is binnen de agrarische bestemming wel de openheid van het landschap als kenmerkende waarde geborgd. Daarnaast is de boerderij aan de Generaal Spoorlijn 24 een rijksmonument. Het gebied valt binnen de aanduiding stads- en dorpsranden, waarin in beperkte mate en onder voorwaarden mogelijkheden zijn voor zonnevelden. Vanuit beleidstechnisch oogpunt biedt dit zoekgebied mogelijkheden voor verdere verkenning. Afbeelding 16: Bestemmingsplan ‘West’ zoekgebied 4
17
Landschappelijke karakteristiek Het gebied bestaat uit een zeer smalle strook langs het fietspad (Geestwoningpad) dat parallel loopt aan de spoorlijn. Het is deels sportveld en deels open weiland, nabij een woonwijk. Het gebied wordt omgeven door sloten. Er is vrij zicht op de locatie vanuit de school, de monumentale boerderij en de naastgelegen woonwijk. Door het gebied loopt een hoogspanningsverbinding, waarvan één mast in het gebied staat. Karakteristieke leefgebieden Karakteristieke leefgebieden voor dit type gebied zijn moeras, natte strooiselruigte, veenmosrietland, nat schraalland, dotterbloemgrasland, nat matig voedselrijk grasland, kruiden- en faunarijke grasland, wilgenstruweel, elzenbroekbos. Karakteristieke soorten Het gebied wordt mogelijk gebruikt door amfibieën en kleine zoogdieren.
Afbeelding 17: Zoekgebied 4 - Weergave landschap met beleidsmatige uitgangspunten
18
Aandachtspunten uit ruimtelijke verkenning • • • •
Nader ecologisch onderzoek is vereist. Een deel van de locatie bestaat uit een sportveld van de British School. Belemmering van het uitzicht vanuit de trein, vanaf het fietspad, vanuit de school en vanuit de wijk. Het zeer kleine netto oppervlakte en de suboptimale verkavelingsrichting maken een business case lastig, waardoor (ook) het realiseren van meekoppelkansen moeilijk kan zijn. Dit zal nader onderzocht moeten worden met een business case.
Landschappelijke inpassing Bij de realisatie van een zonneveld dienen deze te worden ingepast met (lijnvormige) structuren van rietmoerasvegetaties langs alle watergangen. Hekwerken zijn ongewenst. Eventueel is omzoming met wilgenstruweel en/of elzenbroekbos mogelijk. Belangrijk is om doorzichten te behouden over de sloten. Opstellingen dienen de verkavelingsstructuur te volgen (parallel aan of haaks op het fietspad). Overige elementen van het zonneveld kunnen worden ingepast met opgaande beplanting (wilgenstruweel, elzenbroekbos). De omgeving van de hoogspanningsmast dient vrij te worden gehouden voor onderhoud. Meekoppelkansen
Afbeelding 18: Zoekgebied 4 - Weergave ruimtelijke aandachtspunten met mogelijke inpassing zonnevelden
Bij een ontwikkeling zijn er kansen voor het ontwikkelen van rietmoeras, kruiden- en faunarijk grasland, wilgenstruweel en elzenbroekbos. Ook is recreatief medegebruik mogelijk door de toevoeging van een informele wandelroute en eventueel een natuurlijke speelweide. Ook productie van biomassa van (riet)gewassen behoort tot de mogelijkheden. Er is echter weinig ruimte in de smalle strook. Een mogelijkheid kan ook zijn (een groter deel van) de kavel bij de boerderij te benutten in combinatie met bijvoorbeeld een educatieve en speelfunctie.
19
4.5
Zoekgebied 5 Het laatste zoekgebied ligt binnen Landgoed Duivenvoorde. Stichting Duivenvoorde heeft het idee aangedragen om binnen het landgoed, grenzend aan het spoor, zonnevelden te realiseren. Dit is primair een initiatief van de stichting. Na ambtelijke afstemming is dit zoekgebied beperkt tot een lege ‘kamer’ binnen de bestaande opgaande beplanting achter het kasteel om de openheid van het weidelandschap niet aan te tasten. Hier bevindt zich circa 1 hectare grasland. De parkeerplaats bij de hoofdingang is een kansrijke locatie voor zon op een overkapping. Dit wordt in een ander traject uitgewerkt (het project ‘Zon op parkeerplaatsen Voorschoten’). Vigerend beleid Dit zoekgebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Buitenplaats Duivenvoorde’. Binnen dit bestemmingsplan heeft het de enkelbestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Open gebied’ en ‘Water’. Daarnaast heeft het een aantal dubbelbestemmingen, waaronder een archeologische bescherming, een dubbelbestemming ‘Beschermd stads- en dorpsgezicht’ en een hoogspanningsverbinding. Onder een hoogspanningsverbinding zijn onder voorwaarden zonnevelden mogelijk. Onder andere de toegankelijkheid moet afgestemd worden met de netbeheerder, TenneT. Er ligt een waterkering aan de rand van het gebied, waarvoor in het bestemmingsplan een beschermingszone is opgenomen.
Vrijwel het gehele gebied kent een vrijwaringszone ten behoeve van de landgoedbiotoop. Het kasteel op het landgoed is aangewezen als Rijksmonument.
Afbeelding 19: Zoekgebied 5
Een aantal van deze aanwijzingen komt voort uit het provinciaal beleid, waaronder het beschermd dorpsgezicht en de landgoedbiotoop. Binnen het provinciaal beleid valt het plangebied namelijk binnen de beschermingscategorie 1 ‘Kroonjuweel’, de beschermingscategorie 2 ‘Groene buffer’ en het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur). Afbeelding 20: Bestemmingsplan ‘Buitenplaats Duivenvoorde’ zoekgebied 5
20
Dit betekent dat er eisen worden gesteld met betrekking tot verkaveling, behoud van openheid, landschapselementen en belevingswaarde van het landschap, maar ook de beleving en herkenbaarheid van het landgoed met bijbehorende zichtlijnen. Instandhouding of compensatie van natuurwaarden is vereist. In principe zijn zonnevelden niet mogelijk in beschermingscategorie 1 gebieden. Op dit moment bestaat er binnen het vigerende beleid dus geen mogelijkheid om zonnevelden te realiseren binnen zoekgebied 1. Met name de aanduiding als Kroonjuweel en NNN-gebied zorgt ervoor het gebied geen realistisch zoekgebied is. Landschappelijke karakteristiek Het gebied bestaat uit een smalle strook veenweide, bijna geheel omgeven door opgaande beplanting langs de spoordijk en het landgoedbos van Kasteel Duivenvoorde. De strook wordt begrensd door sloten met hoge waterstanden. Karakteristieke leefgebieden Karakteristieke leefgebieden in het veenweidegebied en de aanwezige landgoederen zijn moeras, natte strooiselruigte, veenmosrietland, nat schraalland, dotterbloemgrasland, nat matig voedselrijk grasland, kruidenen faunarijke grasland, wilgenstruweel, elzenbroekbos en park-stinzenbos (landgoedbos).
Afbeelding 21: Zoekgebied 5 - Weergave landschap met beleidsmatige uitgangspunten
Karakteristieke soorten Het gebied wordt waarschijnlijk gebruikt door onder andere amfibieën en kleine zoogdieren (zoals vleermuizen).
21
Aandachtspunten uit ruimtelijke verkenning •
•
De locatie is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland, waardoor compensatie voor natuurwaarden noodzakelijk is. Nader ecologisch onderzoek is vereist. Het zeer kleine netto oppervlakte met de opgaande beplanting er omheen (wat zorgt voor schaduw) en de suboptimale verkavelingsrichting en de compensatievereisten maken een business case lastig, waardoor (ook) het realiseren van meekoppelkansen moeilijk kan zijn. Dit zal nader onderzocht moeten worden met een business case.
Landschappelijke inpassing Door de bosrand van het landgoedbos door te trekken wordt de open weide ruimtelijk ‘afgesloten’ en wordt het zicht weggenomen vanaf de Noortheylaan. Recreatieve paden op het landgoed bieden ook geen direct zicht op het gebied. De locatie is in dat geval niet of nauwelijks zichtbaar. Meekoppelkansen Bij het ontwikkelen van een eventueel zonneveld binnen dit gebied bestaan er kansen voor het ontwikkelen van elzenbroekbos, park-stinzenbos en kruiden- en faunarijke grasland. Daarnaast draagt het initiatief bij aan de instandhouding van het landgoed. Het landgoed kan met de realisatie mogelijkerwijs (gedeeltelijk) voorzien in eigen stroomgebruik. Bij eventuele realisatie van zonnepanelen boven de parkeerplaats van het landgoed kan de netwerkaansluiting hieraan gekoppeld worden.
Afbeelding 22: Zoekgebied 5 - Weergave ruimtelijke aandachtspunten met mogelijke inpassing zonnevelden
22
5. Conclusie en advies Uit het onderzoek blijkt dat het buitengebied van Voorschoten binnen verschillende belangrijke provinciale gebieden valt, die ook gemeentelijk in de bestemmingsplannen zijn geborgd. De provincie geeft in de ‘Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie’ de voorkeur aan dubbel ruimtegebruik en de realisatie van zonnevelden op infrastructuur, locaties in glastuinbouwgebied, knikpuntgebieden of in combinatie met windmolens. Binnen de gemeente zijn deze gebieden (nagenoeg) niet aanwezig. Daarnaast valt vrijwel het gehele buitengebied van de gemeente binnen provinciale beschermingsgebieden. In principe zijn zonnevelden nagenoeg onmogelijk in beschermingscategorie 1 gebieden, door de in deze gebieden gestelde voorwaarden. Afhankelijk van de omvang zijn zonnevelden te beschouwen als een vorm van aanpassing dan wel transformatie van het landschap. In beschermingscategorie 2 gebieden zijn zonnevelden alleen mogelijk indien het een aanpassing betreft en het zich verenigt met de te beschermen waarden. Op dit moment bestaat er binnen het vigerende beleid dus geen directe mogelijkheid om zonnevelden te realiseren binnen de locaties 1, 2 en 5. Met name de aanduiding als Kroonjuweel, NNN-gebied en de aanwezigheid van weidevogels zorgt ervoor dat ontwikkelingen binnen deze gebieden onrealistisch zijn.
Op de grenzen van stads/dorpsgebieden worden onder strikte voorwaarden soms mogelijkheden geboden voor de ontwikkeling van een zonneveld. Zoekgebieden 3 en 4 bieden in principe mogelijkheden maar hebben een klein netto oppervlakte en een suboptimale verkavelingsrichting. Dit maakt de locaties minder aantrekkelijk voor initiatiefnemers om een zonneveld te realiseren. Er bestaan wellicht wel kansen voor particuliere en/of lokale initiatieven. Dit kan samen met lokale partijen nader worden verkend.
23
e-mail: kuiper@kuiper.nl www.kuiper.nl Van Nelle Ontwerpfabriek Gebouw Thee 0 Van Nelleweg 3042 3044 BC Rotterdam T 010 433 00 99 F 010 404 56 69