Informatiebrief 031 Beleidsregel Lokaal Maatwerk (incl. bijl.).pdf
Tekst van het document
Informatiebrief Zaaknummer: Documentnummer: Datum: Onderwerp: Portefeuillehouder: Bijlage(n):
Z/21/061157 295916 dinsdag 5 april 2022/verzonden 6 april 2022 Beleidsregel Lokaal Maatwerk Wethouder Cramwinckel 1. Beleidsregel Lokaal Maatwerk 2. Regionale Huisvestingsverordening Holland Rijnland
Geachte Raad, In navolging op de ‘Uitvoeringsagenda Woonvisie Voorschoten 2019 – 2022’ delen wij u graag mede dat de ‘Beleidsregel Lokaal Maatwerk’ is vastgesteld door het college op 5 april jl. Het vaststellen van een beleidsregel is een bevoegdheid van het college, zie artikel 13 lid 4 van de Regionale Huisvestingverordening Holland Rijnland. Dit instrument gaat bijdragen aan het met voorrang huisvesten van starters en senioren welke ingeschreven staan in Voorschoten, buiten de reguliere toewijzing om zoals vastgelegd in de Regionale Huisvestingsverordening Holland Rijnland. Het toewijzen van sociale huurwoningen verloopt via de corporaties. Het is wettelijk bepaald dat zij 25% van de jaarlijks vrij te komen sociale woningen kan toewijzen in afwijking van de reguliere toewijzingsprocedure. De gemeente Voorschoten wil met het inzetten van lokaal maatwerk voorrang geven aan starters uit Voorschoten die in aanmerking willen komen voor sociale nieuwbouw en aan senioren uit Voorschoten die een grote eengezinswoning achterlaten of een specifieke zorgvraag hebben. Tot slot willen wij hiermee ook een verhuisbeweging stimuleren. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
A.R. de Graaf, gemeentesecretaris
drs. N. Stemerdink, burgemeester
Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.
Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G
Beleidsregel Lokaal Maatwerk Voorschoten Overwegende dat het college op grond van de thans vigerende Huisvestingsverordening Holland Rijnland de bevoegdheid heeft om specifieke lokale volkshuisvestelijke knelpunten op te lossen, kan een deel van de vrijkomende woonruimten van de woningcorporaties aan woningzoekenden met nadere bindingseisen, andere passendheidseisen, via een ander volgordecriterium of op andere wijze afwijkend van de regionale huisvestingsregels worden toegewezen. Deze regel betreft een lokale uitwerking van de regionale huisvestingsverordening. Dit kan door de inzet van lokaal maatwerk waarbij jaarlijks 25% van de vrij te komen woningen aan deze doelgroepen specifiek toegewezen kan worden. Vanwege de kan – bepaling worden er op projectbasis afspraken gemaakt over de inzet van lokaal maatwerk, wat gezien wordt als een (zware) inspanningsverplichting. Gelet op; Artikel 14 lid 2 en lid 3 van de Huisvestingswet 2014 Thans vigerende verordening Besluit; De Beleidsregel Lokaal Maatwerk gemeente Voorschoten vast te stellen. Definities a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
Sociale huurwoning; een huurwoning zoals omschreven in artikel 1.1.1, eerste lid onder d van het Besluit ruimtelijke ordening; daarin wordt verwezen naar artikel 13 van Wet op de huurtoeslag. Starter; een ingeschreven woningzoekende die geen sociale huurwoning van één van de deelnemende corporaties achterlaat; Doorstromer: een ingeschreven woningzoekende die in de regio Holland Rijnland een sociale huurwoning van een van de deelnemende corporaties achterlaat. Senioren: een 55 - plusser. Huisvestingsvergunning; een vergunning welke aangevraagd moet worden voor het bewonen van een sociale huurwoning. Lokaal Maatwerk; de corporatie kan 25% van de vrij te komen woningen jaarlijks inzetten voor het oplossen van lokale knelpunten. Huisvestingsverordening; de vigerende huisvestingsverordening van de regio Holland Rijnland en indien van toepassing de vigerende ‘Huisvestingsverordening Voorschoten’. Woonruimte: een ruimte met een eigen toegang en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat die afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte Woningzoekende: het huishouden dat in het register als bedoeld in Artikel 5 van de verordening is ingeschreven respectievelijk wil worden ingeschreven. Woonruimteverdeelsysteem; https://www.hureninhollandrijnland.nl/
(Voorrang)Regels Lokaal maatwerk 1. Voorrang wordt verleend aan ingeschreven woningzoekende uit Voorschoten die als starter van 23 jaar in aanmerking willen komen voor sociale nieuwbouw. 2. Voorrang wordt verleend aan woningzoekende(n) die een sociale eengezinswoning achterlaat en kleiner gaat wonen/huren. 3. Voorrang wordt verleend aan 55-plussers die een eengezinswoning in Voorschoten achterlaten wanneer zij reageren op een gelabelde woning voor 55-plus binnen de gemeente Voorschoten. 4. Voorrang wordt verleend aan senioren met een zorgvraag als het gaat om een gelabelde woning voor 55-plus in de directe omgeving van een zorglocatie. 5. Voorrang wordt verleend aan woningzoekende die in aanmerking komen voor reeds gerealiseerde (grote) woningaanpassing en deze voorziening(en) nodig heeft. Werking •
De woningcorporaties De Sleutels en Woonzorg Nederland hebben vanuit de huisvestingsverordening mandaat het lokaal maatwerk naar eigen inzicht te gebruiken binnen de vastgestelde regels. Dit geldt ook voor woningcorporaties die in de toekomst feitelijk werkzaam zijn in de gemeente Voorschoten.
•
• • • •
Jaarlijks monitoren en bespreken gemeente en corporaties de inzet van lokaal maatwerk. Te weten de motivering, transparantie, de impact en de noodzaak van het maatwerk en de uitvoerbaarheid van het lokaal maatwerk. Dit komt terug in de cyclus van de prestatieafspraken. Woningcorporaties voeren uit en verantwoorden jaarlijks achteraf aan het college van burgemeester en wethouders over toegepast lokaal maatwerk. Deze beleidsregels gelden vanaf de dag nadat het besluit van het college van burgemeester en wethouders is gepubliceerd. De afspraken lokaal maatwerk kunnen tijdens de werkingsduur slechts schriftelijk en met instemming van alle partijen (tussentijds) worden gewijzigd. Per (nieuwbouw)project wordt in overleg met de corporaties afgesproken of - en op welke manier lokaal maatwerk wordt toegepast. Gezien de kan-bepaling spreken we van een (zware) inspanningsverplichting.
Aldus vastgesteld in de vergadering van xxxx, het college van burgemeester en wethouders,
A. R. de Graaf, Gemeentesecretaris
drs. N. Stemerdink, Burgemeester
Toelichting De Huisvestingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om in een huisvestingsverordening regels vast te leggen over de toewijzing van sociale huurwoningen. Hiermee wordt de verdeling van woonruimte geregeld. Het woonruimteverdeelsysteem ziet toe op de verdeling van (schaarse) woonruimte. Woningtoewijzing wordt geregeld via een bepaalde rangorde; dat betekent dat bepaalde huishoudens voorrang krijgen op de regulier woningzoekende. Dit zijn huishoudens met een urgentieverklaring, huishoudens die in aanmerking komen voor een contigentwoning (na uitstroom uit een instelling), huishoudens die voldoen aan de criteria van de voorrangsregels van het lokaal maatwerk of bij nieuwbouw in eigen gemeente. Een van de instrumenten die ingezet kan worden om deze knelpunten op te lossen is de beleidsregel lokaal maatwerk. Daarbij kan de gemeente eigen inwoners voorrang geven binnen 25% van de jaarlijks vrij te komen woningen in de gemeente. De toewijzing via de voorrangsregels kan kansen op de woningmarkt voor reguliere woningzoekende belemmeren. Om die reden is de inzet van voorrangsregels een middel, maar geen doel op zich. Oftewel; lokaal maatwerk kan ingezet worden om lokale knelpunten op te lossen, maar dit is geen verplichting. Om die reden spreken gemeente en corporaties af om per (nieuwbouw) project afspraken te maken over op welke manier het lokaal maatwerk wordt ingezet.
Eveneens schrijft de wet voor dat lokaal maatwerk alleen ingezet mag worden voor toewijzing van diegene die aantoonbaar moeilijk aan een woning kunnen komen. De gemeente Voorschoten heeft in haar woonvisie het huisvesten van jongeren, starters en senioren benoemd als knelpunten. Daarnaast wil zij aandacht voor doorstroming en meer (huur)appartementen voor senioren beschikbaar stellen. Artikel 1 Voor de gemeente Voorschoten is het huisvesten van starters een knelpunt. Met artikel 1 wordt ingezet op het bevorderen van huisvesting voor deze starter. De leeftijdsgrens is vastgesteld op 23 jaar gezien de recht op huurtoeslag. Artikel 2 Om doorstroming te realiseren wordt er ingezet op het aantrekkelijk maken van het achterlaten van een grote eengezinswoning in de sociale huursector. Ervaring leert dat veelal senioren in een te grote woning verblijven. Artikel 3 Mede om doorstroming onder senioren te realiseren is ervoor gekozen specifiek 55-plussers voorrang te verlenen wanneer zij een grote eengezinswoning achterlaten en op een gelabelde seniorenwoningen reageren. Wanneer grotere eengezinswoningen vrij komen op de (huur) markt wordt doorstroming in zijn totaliteit bevordert. Woningzoekende uit appartementen kunnen naar deze eengezinswoning doorstromen waardoor voor de starters mogelijk weer appartementen vrijkomen.
Artikel 4 Om doorstroming te realiseren voor 55-plussers met een aantoonbare zorgvraag is ervoor gekozen deze doelgroep voorrang te verlenen wanneer zij reageren op een gelabelde seniorenwoningen in de directe omgeving van een zorglocatie. Artikel 5 In het kader van Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) is het wenselijk om een woning die vrijkomt met (diverse)woonaanpassingen beschikbaar te houden voor huishoudens die dezelfde woonaanpassingen nodig hebben. In de Toelichting op de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019 wordt beschreven dat de gemeente en corporaties gezamenlijk, met de huurdersvertegenwoordigers, afspraken moeten maken over het inzetten van lokaal maatwerk. Afspraken worden achteraf verantwoord aan het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland. De woningcorporaties zijn de instantie die daadwerkelijk toewijzen. De gemeente Voorschoten maakt onderdeel uit van de regio Holland Rijnland en haar gemeenschappelijke regeling. Die schrijft voor dat de gemeenten regionaal gebonden zijn aan de huisvestingverordening Holland Rijnland. Gemeenten mogen alleen individueel regels vastleggen in een lokale huisvestingsverordening over het splitsen, onttrekken en samenvoegen van
woonruimten. Tot slot is daarom in de werking uitgelegd welke rol de corporaties is toebedeeld is in het toewijzen van woonruimte.
rA' [l il HOLLAND RIJNLAND
•
WAAR OE UNDSTAD TOT aLaEI lOMT
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie
Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland
Officiële naam regeling
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019
Citeertitel
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019
Vastgesteld door
Algemeen Bestuur Holland Rijnland
Onderwerp
Volkshuisvesting
Eigen onderwerp
geen
Opmerking m.b.t. de regeling Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd Huisvestingswet 2014 Artikel 25 Wet gemeenschappelijke regelingen Artikel 5 zesde lid onder c Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland Artikel 24 Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland
Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)
Datum inwerkingtreding
Terugwerkende kracht Um
Datum uitwerkingtreding
3 Juli 2019
1juli 2019
11uli 2023
Betreft
Datum ondertekening Bron bekendmaking
Kenmerk voorstel
19-01217
1
Hoofdstuk I
Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanbodmedium: een door of in opdracht van de verhuurders uitgegeven medium waarin vrijkomende woonruimten wordt aangeboden; b. beleidscommissie: adviescommissie die voorstellen kan doen voor de bijstelling van (de uitvoering van) het woonruimteverdeelbeleid; c. chalet: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats maar dat niet in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en waarvoor toestemming is gegeven voor permanente bewoning; d. uitvoeringsovereenkomst: de uitvoeringsovereenkomst Woonruimteverdeling Corporaties Holland Rijnland 2019; e. corporatie (ook genoemd woningcorporatie): toegelaten instelling die ingevolge artikel 18 a Woningwet sociale huurwoningen exploiteert; f. Dagelijks Bestuur: het dagelijks bestuur van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland; g. doorstromer: een ingeschreven woningzoekende die in de regio een sociale huurwoning van een van de deelnemende corporaties achterlaat. h. vervallen; huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; j. huurprijsgrens: maximale huurprijs waarboven men niet meer in aanmerking komt voor huurtoeslag zoals omschreven in artikel 13 lid 1 sub a van de Wet op de huurtoeslag ; k.
huurdersorganisaties: vertegenwoordigers van huurdersorganisaties binnen de regio Holland Rijnland en de koepel(s) van huurdersorganisaties; I. inkomen : gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in afdeling 2.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van het huishouden van de woningzoekende, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor 'belanghebbende' telkens wordt gelezen: huurder. m. inschrijftijd: de periode die de woningzoekende op grond van deze verordening is ingeschreven als woningzoekende in de regio Holland Rijnland, vanaf de datum dat hij staat ingeschreven in het register zoals bedoeld in artikel 5; n. vervallen o. jongere: een woningzoekende tussen de 18 en 28 jaar; p. mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2û;5 q. passende woonruimte: een woonruimte die voldoet aan het zoekprofiel van een urgente. r. regio Holland Rijnland: het gebied bestaande uit het grondgebied van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude; s. regionaal gebondene: een woningzoekende die ten minste de afgelopen twee jaar volgens de Basisregistratie Personen ingezetene is in een gemeente in de regio.
Een briefadres geldt hierbij niet als woonadres; t. vervallen; u. stadsvernieuwing : het proces van renovatie of sloop en nieuwbouw; v. standplaats: een kavel bestemd voor (het plaatsen van) een woonwagen of chalet waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de
2
openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten; w. starter: een ingeschreven woningzoekende die geen sociale huurwoning van één van de deelnemende corporaties achterlaat; x. sociale huurwoning: een huurwoning met een rekenhuur beneden de huurprijsgrens, die verhuurd wordt volgens de regels van deze verordening; y. student: een persoon die als dagstudent staat ingeschreven bij een instelling voor vervolgonderwijs (MBO, HBO of Universiteit); z. urgente: een woningzoekende die op grond van vastgestelde criteria een urgentieverklaring krijgt, waarmee hij/zij voorrang krijgt boven andere woningzoekenden bij de toewijzing van een woning; aa. urgentiecommissie: de commissie als bedoeld in artikel 18 van deze verordening, die is belast met de beoordeling van aanvragen om urgentie en de vaststelling van urgentie; bb. Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW): rechtspersoon , die in de regio Holland Rijnland namens de woningcorporaties verantwoordelijk is voor de uitvoering van de woonruimteverdeling; cc. woningzoekende: het huishouden dat in het register als bedoeld in Artikel 5 van de verordening is ingeschreven respectievelijk wil worden ingeschreven; dd . woonruimte: een ruimte met een eigen toegang en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat die afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
Woonruimten met tijdelijke huurovereenkomsten (m.u.v. woonruimte als bedoeld in artikel17A tlm 17C (experiment) of die niet bestemd zijn voor permanente bewoning (recreatiewoningen) worden niet tot dit begrip gerekend; ee. woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in gedeelten kan worden verplaatst; ft. zoekprofiel: een omschrijving van de woonruimte en/of de gemeente(n) waarvoor een urgent woningzoekende met voorrang in aanmerking komt; gg. drie-partijenovereenkomst: combinatie van aanhangsel bij een huurovereenkomst, die rechten en plichten van huurder, verhuurder en begeleidende instelling regelt en een woonbegeleidingsovereenkomst die de begeleidende instelling met de cliënt sluit.
Artikel 2
Werkingsgebied
1. Deze verordening geldt voor de volgende gemeenten van de regio Holland
2.
3.
4. 5.
Rijnland : Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Deze verordening is uitsluitend van toepassing op de sociale huurwoningen van corporaties met tien of meer sociale huurwoningen en op woonwagenstandplaatsen met een huurprijs tot de huurprijsgrens in de in lid 1 genoemde gemeenten, met uitzondering van woonruimten die uitsluitend bestemd zijn voor de huisvesting van studenten. Op basis van deze verordening kan het Dagelijks Bestuur op voordracht van een college van burgemeester en wethouders van een regiogemeente besluiten dat particuliere verhuurders met tien of meer sociale huurwoningen in woningmarktregio Holland Rijnland deelnemen aan het regionaal woonruimteverdeelsysteem; In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden onder woonruimte mede begrepen standplaatsen, woonwagens en chalets. Deze verordening heeft alleen betrekking op het bepaalde in hoofdstuk 1 tlm 3 en 5 tlm 8 van de Huisvestingswet.
3
Artikel 3 Uitvoeringsovereenkomst 1. Op basis van deze verordening kan het Dagelijks Bestuur een uitvoeringsovereenkomst met de in de regio werkzame corporaties sluiten dan wel op grond van artikel 2 lid 3 van deze verordening aangesloten particuliere verhuurders, waarmee de uitvoering van de woonruimteverdeling in de praktijk wordt geregeld. 2. In een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in het 1e lid kunnen afspraken worden gemaakt over: a. het aanleggen en bijhouden van een register voor woningzoekenden; b. het aanvragen van een (stadsvernieuwings)urgentie; c. het al dan niet huisvesten van doelgroepen zoals benoemd in artikel 14 lid 3 sub d (bijzondere doelgroepen), artikel 18 Um 25 (urgentie) en artikel 26 (vergunninghouders) door particuliere verhuurders.
Artikel 4
1.
2. 3.
Beleidscommissie
Het Dagelijks Bestuur stelt met de HRW een beleidscommissie in die hen adviseert over het woonruimteverdeelbeleid, cq. de werking van deze verordening en de uitvoeringsovereenkomst. In de commissie zijn ook de huurdersorganisaties vertegenwoordigd. Het Dagelijks Bestuur en de HRW horen de beleidscommissie bij voorstellen tot wijziging van deze verordening of de uitvoeringsovereenkomst. Naast de samenstelling, zijn taken en bevoegdheden van de beleidscommissie nader uitgewerkt in de uitvoeringsovereenkomst.
Hoofdstuk 11
Inschrijving woningzoekenden
Artikel 5
Register van woningzoekenden
1.
2. 3.
4.
5.
Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW) draagt zorg voor het doen aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden ten behoeve van het bepalen van de rangorde. HRW stelt regels op over de wijze van inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving. Een inschrijving eindigt niet na aanvaarding van een woning: a. nadat een huurder een zelfstandige woonruimte heeft betrokken met een tijdelijke huurovereenkomst voor 2 tot maximaal 5 jaar als bedoeld in Artikel 7:274c lid 1 onder c juncto Artikel 274c van het Burgerlijk Wetboek, dan wel Artikel 22 a Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 dan wel Artikel 7:271 eerste lid tweede voizin van het Burgerlijk Wetboek in relatie tot Artikel 11 a en 11 b van de huisvestingswet 2014, indien deze overeenkomst is gesloten na inwerkingtreding van deze verordening. b. Indien de woning is verkregen met een stadsvernieuwingsurgentie. Voor inschrijving als woningzoekende komen in aanmerking personen van 18 jaar of ouder die de Nederlandse nationaliteit bezitten of rechtmatig in Nederland verblijven in de zin van artikel 8 onder a Um e of I van de Vreemdelingenwet 2000. Een persoon mag slecht één actieve inschrijving als woningzoekende in de regio Holland Rijnland hebben.
4
Artikel 6 Opbouw inschrijftijd 1. Een woningzoekende bouwt inschrijftijd op vanaf de datum dat de woningzoekende als zodanig in het register is opgenomen. 2. Een woningzoekende die is afgevoerd van het register van woningzoekenden , verliest daarmee de tot dan toe opgebouwde inschrijftijd. 3. De inschrijving van de woningzoekende is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar.
Hoofdstuk 111
Huisvestingsvergunning
Artikel 7
Vergunningvereiste
Het is verboden de in artikel 2 aangewezen woonruimte zonder huisvestingsvergunning in gebruik te nemen of in gebruik te geven . Artikel 8
Aanvraag van een huisvestingsvergunning
1.
De aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij het Dagelijks Bestuur op een door het Dagelijks Bestuur vastgestelde wijze. 2. Bij de aanvraag voor een huisvestingsvergunning moeten in ieder geval de volgende stukken worden overlegd: a. een rechtsgeldig document waaruit de nationaliteit en de leeftijd van alle leden van het huishouden blijkt; b. een rechtsgeldig verblijfsdocument indien de aanvrager of een van de leden van de huishouding niet de Nederlandse nationaliteit heeft of hebben; c. recente stukken aan de hand waarvan het inkomen van het huishouden kan worden vastgesteld; d. een verklaring van de eigenaar waaruit blijkt dat deze bereid is de woonruimte, aan het huishouden te verhuren . 3. Voor de aanvraag van een woonwagenstandplaats dienen tevens de volgende documenten te worden overlegd : a. gegevens uit het Basisregistratie Personen met betrekking tot het adres van herkomst; b. gegevens met betrekking tot het adres, met aanduiding van huisnummer en gewenste locatie van de standplaats; c. een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het oprichten van de woonwagen of het chalet van de aanvrager, indien geen woonwagen of chalet reeds op de standplaats aanwezig is. 4.
Het Dagelijks Bestuur kan indien dit voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk wordt geacht, aanvrager verzoeken in aanvulling op het bepaalde in lid 2 en/of lid 3 nadere documenten te overleggen. Artikel 9
Voorwaarden voor vergunningverlening
Het Dagelijks Bestuur verleent een huisvestingsvergunning indien: a. is voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld voor de aanvraag van een huisvestingsvergunning in artikel 8, en; b. tenminste een van de leden van het huishouden 18 jaar of ouder is, en; c. de leden van het huishouden de Nederlandse nationaliteit bezitten of rechtmatig in Nederland verblijven in de zin van artikel 8 onder a Um e en I van de Vreemdelingenwet 2000, en; d. de aanvrager op basis van de rangorde zoals omschreven in hoofdstuk IV van deze verordening voor de betreffende woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning wordt aangevraagd in aanmerking komt, dan wel er
5
sprake is van door beide verhuurders akkoord bevonden woningruil, dan wel een woning in het kader van de in artikel 28 lid 5 is toegewezen en; e. De betreffende woonruimte daadwerkelijk binnen drie maanden na afgifte van de huisvestingsvergunning door de aanvrager bewoond zal worden .
Artikel 10 Beslistermijn en gegevens van de vergunning 1. Het Dagelijks Bestuur beslist binnen drie weken na ontvangst van de aanvraag . 2. In de huisvestingsvergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de betreffende woonruimte; b. de vergunninghouder of vergunninghouders; c. de ingangsdatum; d. de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt.
Artikel 11 Intrekken van de vergunning Het Dagelijks Bestuur kan de huisvestingsvergunning intrekken, indien : a. de vergunninghouder de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen of; b. de vergunning is verleend op grond van de door de vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan de vergunninghouder wist of redelijkerwijs had moeten weten dat deze gegevens onjuist of onvolledig waren. Artikel11a Vervallen van de vergunning Indien de huurder geen feitelijk gebruik meer maakt van de vergunning , komt de vergunning van rechtswege te vervallen.
Hoofdstuk IV Rangorde Artikel 12 Rangordebepaling 1. Woningzoekenden met een (stadsvernieuwings)urgentieverklaring hebben, binnen hun zoekprofiel en met uitzondering van het bepaalde in Artikel 13 (lokale beleidsruimte) en Artikel 15 (specifieke toewijzing nieuwbouw), voorrang boven alle andere woningzoekenden. De rangorde tussen urgenten wordt als eerste bepaald op basis van de oudste toekenningsdatum van de urgentie, daarna op de meeste inschrijftijd en ten slotte op basis van loting. De rangorde tussen stadsvernieuwingsurgenten wordt bepaald door oudste toekenningsdatum, bij gelijke toekenningsdatum door woonduur en bij gelijke woonduur door loting. 2a. Indien meerdere woningzoekenden voor woonruimte die in het aanbodmedium wordt aangeboden in aanmerking komen, wordt met in achtneming van het bepaalde in het eerste lid , de woonruimte toegewezen aan de woningzoekende met de meeste inschrijftijd. 2b. Vervalt. 3. Met in achtneming van het in het eerste en tweede lid bepaalde vindt bij gelijke inschrijftijd toewijzing plaats door middel van loting. 4. Een corporatie mag t.a .v. een specifiek woningzoekende gemotiveerd van de rangorde afwijken, indien in de afgelopen 3 jaar: a. er een gerechtelijk bevel is tot ontruiming in verband met overlast in de laatst gehuurde woning; b. er een gerechtelijk bevel is tot ontruiming in verband met huurachterstand die nog niet is betaald; c.
er een gerechtelijk bevel is/was tot ontruiming in verband met een in de woning aanwezige hennepkwekerij;
6
d.
5.
de huidige of vorige verhuurder geen verklaring van goede bewoning (geen huurachterstand en/of geen overlast en/of geen illegale onderhuur) heeft verstrekt; e. er bij de woningtoewijzing sprake is van frauduleus handelen of opgave van onjuiste informatie door de woningzoekende; f. de woningzoekende zich op een onacceptabele wijze agressief heeft gedragen tegen een uitvoerder van de verordening . Een corporatie mag t.a.v. een specifiek woningzoekende van de rangorde afwijken ingeval van: a. Loting in de zin van artikel 17 lid 8 van de verordening; b. woningtoewijzing op grond van artikel 17A tlm 17 C van de verordening .
Artikel 12A
1.
Rangordebepaling woonwagenbewoners In afwijking van artikel 12 geldt bij de toewijzing van een standplaats op een woonwagenlocatie de volgende volgorde: a. kinderen of kleinkinderen, ingeschreven als woningzoekende, die nog op de betreffende woonwagenlocatie bij hun (groot)ouders of andere eerste of tweedegraads familie inwonen . Deze kinderen of kleinkinderen moeten volgens de Basisregistratie personen nog op de betreffende woonwagenlocatie inwonend zijn bij hun eerste- of tweedegraads familie . Een briefadres geldt hierbij niet als woonadres; b. de woningzoekende die een standplaats huurt op de betreffende locatie en wil doorschuiven naar een vrijkomende standplaats op dezelfde locatie, onder de voorwaarde dat de eigen standplaats vrijkomt; c. woningzoekende die de afgelopen tien jaar minimaal zes jaar aaneengesloten op de locatie heeft gewoond of naar verhouding zoveel korter indien de betreffende woonwagen locatie nog geen tien jaar bestaat; d. woningzoekende die de afgelopen tien jaar minimaal zes jaar aaneengesloten op een woonwagen locatie binnen de regio Holland Rijnland heeft gewoond; e. woningzoekende die in de afgelopen tien jaar minimaal zes jaar aaneengesloten op een woonwagen locatie elders in Nederland heeft gewoond; f. overige woningzoekenden; g. voor lid a tot en met f geldt dat bij gelijke kandidaten, degene met de langste inschrijftijd voorrang heeft.
Artikel 13 Lokale beleidsruimte 1. Om specifieke lokale en subregionale volkshuisvestelijke knelpunten op te lossen, kan een deel van de vrijkomende woonruimten aan woningzoekenden met nadere bindingseisen , andere passendheidseisen, via een ander volgordecriterium of op andere wijze afwijkend van de regionale regels worden toegewezen. 2. Indien gebruik gemaakt wordt van lokale beleidsruimte, dan dienen de specifieke lokale of subregionale volkshuisvestelijke knelpunten waarvoor het wordt ingezet, vastgelegd te zijn in de lokale woonvisie of prestatieafspraken. 3. Het maximum aantal woningen zoals bedoeld in lid 1, is bepaald op 25% van het gemiddeld aantal verhuringen per jaar van sociale huurwoningen van corporaties per gemeente in de voorgaande drie jaar. 4. Een besluit over de invulling van de lokale beleidsruimte wordt genomen door burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente, na overleg met en mede op advies van de lokale corporatie(s), die de uitvoeringsovereenkomst Woonruimteverdeling Corporaties hebben ondertekend en de lokale huu rdersorgan isatie( s).
7
5.
Burgemeester en wethouders van de gemeente verschaffen jaarlijks achteraf inzicht aan het Dagelijks Bestuur over de inzet van de lokale beleidsruimte. Dat gebeurt op basis van cijfers over het aantal aanbiedingen en toewijzingen op basis van de lokale beleidsruimte. 6. Indien blijkt dat het maximum aantal woningen voor lokale beleidsruimte zoals vastgesteld in lid 3, in een jaar is overschreden, dan wordt het quotum voor het volgend jaar verminderd met een even groot aantal als de overschrijding .
Artikel 14 Onderscheid naar doelgroepen 1. Bij de toewijzing van woonruimten voor bijzondere doelgroepen, kan het Dagelijks Bestuur voorrang verlenen aan deze won ingzoekenden. 2. Woonruimte kan door de verhuurder worden aangemerkt als: a. Woonruimte met specifieke voorzieningen (bijvoorbeeld rolstoeltoegankelijk of zorg) ; b. Woonru imte voor specifieke leeftijdscategorieën; c. Woonruimte voor starters; d. Woonruimte die valt onder het contingent van de jaarlijks door het Dagelijks Bestuur vastgestelde lijst van betrokken instellingen of nader overeen te komen taakstellingen . e. Woonruimte voor woningzoekenden waarbij tenminste 5 minderjarige kinderen tot het huishouden behoren en die aantoonbaar het hoofdverblijf bij de woningzoekende hebben; 3. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonruimten zoals genoemd in het voorgaande lid, wordt voorrang gegeven of uitsluitend toegewezen aan: a. Woningzoekenden die aantoonbaar noodzakelijk zijn aangewezen op een dergelijke ingrijpend aangepaste woonruimte of zorg. b. Woningzoekenden binnen een specifieke leeftijdsgroep. c. Woningzoekenden die geen zelfstandige woonruimte achterlaten. d. Woningzoekenden die cliënt zijn van een van de betrokken instellingen, zoals bedoeld in lid 2 sub d. e.
woningzoekenden waarbij tenminste 5 minderjarige kinderen tot het huishouden behoren en die aantoonbaar het hoofdverblijf bij de woningzoekende hebben; 4. Indien een vrijkomende woning in het bijzonder is voorbehouden aan één van de in het tweede lid a Um c genoemde doelgroepen, dan wordt daarvan melding gemaakt bij het aanbieden van de woning in het aanbodmodel. Artikel 15
Specifieke toewijzing nieuwbouw
1.
Nieuwgebouwde woonruimten kunnen bij de eerste aanbiedinÇ! bij voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die in specifieke delen van de regio een sociale huurwoning achterlaten . 2. Bij het onder lid 1 genoemde kan tevens bepaald worden dat de achter te laten sociale huurwoning een sociale huurwoning binnen de regio betreft dan wel binnen een specifieke gemeente en eigendom is van dezelfde corporatie als de nieuwgebouwde woonruimte dan wel eigendom is van een corporatie uit de regio; 3. Een besluit over specifieke toewijzing bij nieuwbouw in het deel van de regio waarin een sociale huurwoning achtergelaten moet worden, wordt genomen door burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de nieuwgebouwde woonruimten zijn gelegen , na overleg met en mede op advies van de lokale corporatie(s) en de lokale huurdersorganisatie(s) . 4. Burgemeester en wethouders van de gemeente verschaffen jaarlijks inzicht aan het Dagelijks Bestuur over specifieke aanbieding en toewijzing van nieuwbouw.
8
Artikel 16 Inkomens- en passendheidseisen 1. Toegelaten instellingen (corporaties) stellen passendheidseisen aan het inkomen om te voldoen aan het bepaalde in artikelen 46 en 48 van de Woningwet en mogen als gevolg hiervan zo nodig afwijken van de rangorde . 2. Toegelaten instellingen (corporaties) mogen passendheidseisen aan het inkomen al dan niet in combinatie met de huishoudgrootte stellen en zo nodig afwijken van de rangordebepaling om te voldoen aan de Woningwet. Artikel 17 Aanbieding van woonruimte 1. HRW biedt voor verhuur beschikbare woonruimte aan via een digitaal aanbodsysteem; 2. Bij het aanbieden van woonruimte wordt vermeld aan welke eisen de woningzoekende moet voldoen om in aanmerking te komen voor de aangeboden woonruimte; 3. HRW kan een maximum stellen aan het aantal reacties van een woningzoekende per publicatie. 4. Woonruimte kan na weigering voor een tweede maal geadverteerd worden. Hierbij kunnen ruimere toewijzingscriteria worden gesteld. Jaarlijks wordt door de corporaties verantwoording afgelegd over hun verhuringen en de toepassing van de toewijzingscriteria aan de Beleidscommissie en het Dagelijks Bestuur. 5. Is vervallen . 6. Corporaties kunnen in bijzondere gevallen woonruimte toewijzen aan woningzoekenden wier specifieke situatie vraagt om een snelle oplossing op maat.
Bij deze vrije beleidsruimte gaat het bijvoorbeeld om toewijzingen in verband met calamiteiten- en beheerproblemen. De verhuurders leggen jaarlijks achteraf verantwoording af. 7. Een corporatie mag maximaal 3% van het gemiddelde aantal verhuringen van de voorafgaande 3 kalenderjaren van die corporatie gebruiken voor het toewijzen van woningen op grond van het 6e lid. 8. Per kalenderjaar kan maximaal 10% per corporatie te huur aangeboden woonruimte bij loting worden verdeeld . Het bepaalde in artikel 12 (rangordebepaling) is hierbij niet van toepassing; 9. Bij loting wordt door de corporatie op elektronische wijze bepaald in welke volgorde de aan de loting deelnemende woningzoekenden voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komen.
Artikel17A Experimenten woonruimteverdeling 1. Bij een experiment worden de effecten onderzocht van een wijze van in gebruik geven van woonruimte, welke niet of op grond van deze verordening is geregeld maar wel in een op grond van de Huisvestingswet 2014 vast te stellen verordening zou kunnen worden geregeld; 2. De wijze van in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in het eerste lid staat ten dienste van een rechtvaardige, doelmatige, evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte. Artikel178 Experimenten met woonruimte van corporaties 1. Corporaties kunnen een experiment organiseren . Zij stellen daartoe de opzet van het experiment vast, welke tenminste het volgende bevat: a. een beschrijving van het doel en de inhoud van het experiment; b. het toepassingsbereik van het experiment; c. de tijdsduur van het experiment; d. de wijze van begeleiding van het experiment gedurende de duur van het experiment; e. de wijze en punten waarop het experiment wordt geëvalueerd. 9
2.
3.
Een experiment heeft een maximale duur van vijf jaar en betreft per jaar maximaal tien procent van de in dat jaar toe te wijzen woonruimten van de corporatie(s) die bij het experiment zijn betrokken; Een experiment vangt pas aan nadat goedkeuring is verkregen van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente. Bij de beslissing tot goed- dan wel afkeuring van het experiment worden de belangen van een evenwichtige, rechtvaardige, doelmatige en transparante verdeling van woonruimte in acht genomen.
Artikel17C Experimenten met overige aangewezen woonruimten 1. Andere verhuurders dan corporaties kunnen in samenwerking met één of meer corporaties dan wel regiogemeenten een experiment organiseren. Het bepaalde in artikel 17B, eerste lid is hierop overeenkomstig van toepassing; 2. Een experiment heeft een maximale duur van vijf jaar en vangt pas aan nadat burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente de experimentopzet heeft goedgekeurd. Bij hun beslissing omtrent de goedkeuring nemen zij de belangen van een evenwichtige, rechtvaardige, doelmatige en transparante verdeling van woonruimte in acht.
Hoofdstuk V Urgentie Artikel 18 Urgentiecommissie 1. Het Dagelijks Bestuur benoemt een regionale urgentiecommissie, bestaande uit een voorzitter en maximaal zes overige leden, waarvan een derde op voordracht van het Dagelijks Bestuur, een derde op voordracht van de HRW en een derde op voordracht van de koepels van huurdersorganisaties. De voorzitter wordt In gezamenlijk overleg voorgedragen. 2. Het Dagelijks Bestuur stelt ten behoeve van de werkzaamheden van de urgentiecommissie een reglement vast. Artikel 19 Aanvraag van een urgentieverklaring 1. De aanvraag voor een urgentieverklaring wordt, via een in de regio werkzame corporatie, ingediend bij de urgentiecommissie. 2. Bij de aanvraag dienen alle bewijsstukken te worden overlegd die de urgentiecommissie nodig oordeelt om een weloverwogen besluit te kunnen nemen . 3. De aanvraag wordt pas in behandeling genomen wanneer het secretariaat van de urgentiecommissie alle voor de beoordeling benodigde stukken ontvangen heeft en de leges Vüüï ûe behandeiing van de aanvraag zijn voidaan, Artikel 20 Criteria voor toekenning van urgentie 1. Een woningzoekende kan in aanmerking komen voor een urgentieverklaring, wanneer: a. voldaan wordt aan het bepaalde in Artikel 9 van deze verordening, en; b. de woningzoekende regionaal gebonden is, en; c. de woningzoekende niet zelf binnen zes maanden kan voorzien in zijn (her)h uisvesting; d.
voldaan wordt aan het bepaalde in lid 2 en lid 5; 2. Een urgentieverklaring kan alleen verkregen worden als voldoende is aangetoond dat het medische, psychosociale- of maatschappelijke probleem alleen kan worden opgelost door een voorrangspositie voor een zelfstandige woonruimte.
10
3.
Een woningzoekende kan in aanmerking komen voor een urgentieverklaring op basis van medische dan wel psychosociale gronden, als naar het oordeel van een door de urgentiecommissie aangewezen onafhankelijke deskundige is komen vast te staan dat: a. er sprake is van medische dan wel psychosociale gronden die zodanig verbonden zijn met omstandigheden in de huidige woonruimte dat de daarmee verbonden gevolgen door voortduring van die omstandigheden verergeren of het gebruik van de woonruimte feitelijk onmogelijk maken; en, b. het niet aanvaardbaar is dat de onder a genoemde omstandigheden langer dan zes maanden zullen voortduren; c. door ergonomische aanpassing van de woonruimte de onder a genoemde omstandigheden niet worden opgeheven . 4. Onverlet het bepaalde in het tweede lid, kan een woningzoekende in aanmerking komen voor een urgentieverklaring , indien sprake is van : a. onvoorziene financiële teruggang, buiten de schuld van de woningzoekende om, waardoor de woonlasten een onevenredig deel van het inkomen zijn gaan uitmaken, waardoor verhuizen binnen zes maanden naar het oordeel van de urgentiecommissie noodzakelijk is; b. een acuut dreigende dakloosheid met aantoonbaar de zorg voor (een) minderjarig(e) kind(eren), waarbij sprake is van een aantoonbare noodsituatie die tot een crisis leidt; c.
woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die hun woning hebben moet verlaten in verband met relationele problemen of geweld . d. woningzoekenden die mantelzorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlenen, verleend hebben of ontvangen , waardoor verhuizen naar andere zelfstandige woonruimte binnen zes maanden naar het oordeel van de urgentiecommissie noodzakelijk is. e. een alleenstaande die aantoonbaar niet in staat is vanwege medische en/of psychische omstandigheden om voorzieningen zoals badkamer en keuken met anderen te delen. Waarbij sprake is van omstandigheden in de huidige woonsituatie waardoor naar het oordeel van de Urgentiecommissie verhuizen naar een zelfstandige woning binnen zes maanden noodzakelijk is. 5. Een urgentieverklaring wordt alleen verleend, indien: a. de gewenste verhuizing bijdraagt aan de verlichting en zo mogelijk de oplossing van de problematiek die ten grondslag ligt aan de gevraagde urgentieverklaring ; en, b. de aanvrager geen vrije keuze inzake de woonsituatie heeft, en geen andere mogelijkheid voor de aanvrager openstaat, die in redelijkheid een urgentieaanvraag in de regio Holland Rijnland in de weg staat; en , c.
sprake is van een acute woonnoodsituatie die niet door betrokkene zelf is veroorzaakt of kon worden voorkomen of kan worden opgelost.
Artikel 21 1. 2. 3.
Toekenning urgentieverklaring
De urgentiecommissie beslist, namens het Dagelijks Bestuur, uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag en betaling van de leges. De urgentieverklaring is zes maanden geldig . De urgentieverklaring vermeldt in ieder geval: a. de personalia van de urgente; b. de omvang van het huishouden van de urgente; c. de ingangsdatum en de periode waarvoor de urgentieverklaring geldig is; d. de mededeling dat aan de urgente, wanneer hij tot twee maanden voor beëindiging van de periode waarvoor de urgentieverklaring geldt nog geen
11
andere woonruimte heeft, hem één keer een passende woonruimte wordt aangeboden ; e. het zoekprofiel, d.w.z. een beschrijving van de gemeente(n), kern(en) of wijk(en) en woningtype(n) en woninggrootte waarvoor de voorrang wordt toegekend; f. eventueel aanvullende eisen aan de urgente om recht te hebben op een urgentie. 4. De Urgentiecommissie kan bepalen dat urgentie slechts wordt verleend nadat een drie-partijenovereenkomst is afgesloten. In voorkomende gevallen vindt een directe bemiddeling plaats en is artikel 22 niet van toepassing.
Verantwoordelijkheid urgente Artikel 22 1. De urgente is zelf verantwoordelijk voor het zoeken naar een andere woonruimte binnen de in artikel 17 lid 9 categorie van aangeboden woningen ; 2. Wanneer binnen de geldigheidsduur van de urgentieverklaring , buiten de verantwoordelijkheid van de urgente geen passende woonruimte wordt gevonden, kan de urgente eenmalig een verlenging van maximaal zes maanden aanvragen .
Artikel 23 Aanbod verhuurders Als een urgente tot twee maanden voor beëindiging van de urgentieverklaring nog geen andere passende woonruimte heeft, dan zal één van de verhuurders één keer een passende woning aanbieden. De urgente kan eerder om ondersteuning of zelfs directe bemiddeling vragen. Artikel 24
Weigering urgentieverklaring
1. de urgentiecommissie weigert namens het Dagelijks Bestuur een urgentieverklaring indien aanvrager en/of leden van zijn huishouden niet voldoeUvoldoen aan het bepaalde in de artikelen 19 of 20 van deze verordening. 2. de urgentiecommissie kan namens het Dagelijks Bestuur een urgentieverklaring weigeren als de huurovereenkomst van een woningzoekende is of dreigt te worden ontbonden in verband met overlast, hennepkwekerij, gevaar, schade of huurschuld. 3. de urgentiecommissie kan namens het Dagelijks Bestuur een urgentieverklaring tevens weigeren indien bij de aanvraag om urgentie de aanvrager en/of leden van zijn huishouden dreigementen heefUhebben geuit of zich agressief heefUhebben gedragen richting een uitvoerder van de verordening.
Artikel 25 . Intrekking urgentieverklaring De üigeiitiecommissie tïekt, namens het ûageiijks Bestuur, de urgentieverKlaring in , indien: 1. De urgente niet reageert op de aanbiedingsmail voor woonruimte dan wel niet aanwezig is bij de bezichtiging van de aangeboden woonruimte; 2. de urgente een aangeboden, passende woonruimte weigert; 3. de urgentieverklaring is verleend op grond van door de aanvrager verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze gegevens onjuist of onvolledig waren; 4. de urgente een aangeboden woonruimte aanvaardt; 5. de urgente geen prijs meer stelt op inschrijving; 6. de urgente niet meer voldoet aan de vereisten om voor verlening van een huisvestingsvergunning in aanmerking te komen ; 7. de urgente dreigementen heeft geuit of zich agressief heeft gedragen richting een uitvoerder van deze verordening .
12
Artikel 26
Urgentie vergunninghouders
1.
Het Dagelijks Bestuur kan aan de eigenaar van woonruimte die behoort tot de in artikel 2 lid 2 aangewezen categorie een voordracht tot verhuring van woonruimte aan een door het college van Burgemeester en Wethouders aangegeven woningzoekende doen : a. Indien deze woningzoekende een asielzoeker was die een verblijfsvergunning heeft ontvangen of een vergunninghouder is die op grond van de taakstelling tijdelijk in de regio is gehuisvest met gebruikmaking van een campuscontract en zijn/haar studie afbreekt en/of geen studie heeft kunnen starten of een andere tijdelijke huisvesting op grond van de taakstelling binnen 3 jaar weer moet verlaten; en , b. deze woningzoekende valt onder de taakstelling die het Rijk de betreffende gemeente opgelegd heeft; en, c. indien de betreffende gemeente voorziet in de noodzakelijke begeleiding van deze woningzoekende. De eigenaar van de woonruimte zal bij het ter beschikking komen van woonruimte, zonder toepassing van de artikelen 18 tot en met 24, bij voorrang een passende woning aanbieden aan deze woningzoekende.
Hoofdstuk VI
Stadsvernieuwingsurgentie
Artikel 27
Sta ds vernie uwingsurgen tie
1.
De Urgentiecommissie kent een stadvernieuwingsurgentie toe op grond van: a. sloop van woonruimte in de zin van artikel 1dd van deze verordening; b. ingrijpende woningverbetering van woonruimte in de zin van artikel1dd van deze verordening, als gevolg waarvan de bewoners niet kunnen terugkeren in die woonruimte. 2. Urgentie op grond van het bepaalde in het eerste lid wordt alleen verleend ten aanzien van woonruimte onder de huurprijsgrens.
Artikel 28
Toekenning stadsvernieuwingsurgentie
1a. De verhuurder dient het verzoek tot het verlenen van stadsvernieuwingsurgentie ten minste 20 maanden voor de te verwachten sloopdatum in . 1b. De urgentiecommissie beslist, namens het Dagelijks Bestuur, uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de volledige aanvraag . 1c. De stadsvernieuwingsurgentie is tenminste 18 maanden geldig na toekenning. 2. De stadsvernieuwingsurgentieverklaring vermeldt in ieder geval: a. de personalia van de stadsvernieuwingsurgente; b. de omvang van het huishouden van de stadsvernieuwingsurgente; c. de ingangsdatum en de periode waarvoor de stadsvernieuwingsurgentieverklaring geldig is; d. het zoekprofiel, dat wil zeggen een beschrijving van de gemeente en het woningtype waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie geldig is; e. de mededeling dat aan de stadsvernieuwingsurgente, wanneer hij zes maanden voor de sloop of de ingrijpende woningverbetering nog geen andere woonruimte heeft, door de corporatie zelf maximaal twee keer een passende woonruimte wordt aangeboden . 3. Indien de stadsvernieuwingsurgente één jaar voor de sloop of de ingrijpende woningverbetering nog geen vervangende woonruimte heeft gevonden in de gemeente waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie van toepassing was, wordt de stadsvernieuwingsurgentieverklaring van toepassing verklaard voor de gehele regio . 13
4. De stadsvernieuwingsurgente die al ingeschreven stond als woningzoekende voordat de verhuurder het besluit tot sloop of ingrijpende woningverbetering nam , behoudt bij het aanvaarden van een woonruimte via het aanbod systeem de opgebouwde inschrijftijd. Dit onder voorwaarde dat de woning is aangeboden op basis van de toegekende stadsvernieuwingsurgentie. 5. Indien de corporatie vooraf een terugkeergarantie heeft afgesproken met de huurders kan de corporatie een woonruimte in de vervangende nieuwbouw direct toewijzen. Artikel 29
Verantwoordelijkheid stadsvernieuwingsurgente
1.
De stadsvernieuwingsurgente is tot zes maanden voor de sloop of de ingrijpende woningverbetering zelf verantwoordelijk voor het zoeken naar een andere woonruimte. 2. Advies en ondersteuning van de zijde van de verhuurders zijn op verzoek van de stadsvernieuwingsurgente beschikbaar en worden ingezet naar de mate waarin de betrokkene zelf in staat is te reageren op vrijkomende woonruimte. 3. Indien de stadsvernieuwingsurgent een jaar voor de sloop of de ingrijpende woningverbetering nog geen andere woonruimte heeft, kan de urgente worden ondersteund bij het vinden van een passende woning in de eigen gemeente.
Artikel 30 Intrekking stadsvernieuwingsurgentie Het Dagelijks Bestuur trekt de stadsvernieuwingsurgentieverklaring in, indien: a. de stadsvernieuwingsurgentieverklaring is verleend op grond van door de aanvrager verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze gegevens onjuist of onvolledig waren; b. de stadsvernieuwingsurgente een aangeboden woonruimte aanvaardt; c. de stadsvernieuwingsurgente op andere wijze zelfstandige woonruimte heeft verkregen; d. de stadsvernieuwingsurgente niet meer voldoet aan de vereiste om voor verlening van een huisvestingsvergunning in aanmerking te komen; e. de stadsvernieuwingsurgente dreigementen heeft geuit of zich agressief heeft gedragen richting een uitvoerder van de verordening.
Hoofdstuk VII Overige bepalingen Artikel 31
Bezwaarschriftencommissie
1.
Het Dagelijks Bestuur stelt een regionale bezwaarschriftencommissie in als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht. 2. De bez\AJaarschriftencommissie kan op V6ischil1eiide lûcaties binnen de regio zitting houden. 3. De bezwaarschriftencommissie brengt jaarlijks een verslag uit van haar werkzaamheden . 4. De werkwijze, taken en bevoegdheden van de bezwarencommissie worden bij verordening vastgesteld.
Artikel 32 Mandatering Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de uitoefening van de bevoegdheden krachtens deze verordening te mandateren aan functionarissen van aanbieders van woonruimte , colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in het werkingsgebied, ambtenaren die werkzaam zijn bij de gemeenten die onder het werkingsgebied vallen , dan wel aan de door het Dagelijks Bestuur benoemde leden
14
in de op grond van deze verordening ingestelde commissies, behoudens de bevoegdheden als bedoeld in artikel 35.
Artikel 33
Hardheidsclausule
Het Dagelijks Bestuur en de door haar op grond van deze verordening ingestelde urgentiecommissie zijn bevoegd in gevallen, waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager gemotiveerd af te wijken van deze verordening .
Artikel 34 Handhaving Het Dagelijks Bestuur is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in deze verordening. Artikel 35 Restbepaling In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het Dagelijks Bestuur, waarbij zij zich uitsluitend zal laten leiden door overwegingen betrekking hebbende op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte.
Hoofdstuk VIII Overgangs- en slotbepaling Artikel 36 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Overgangsbepaling
Inschrijvingen bij Woningnet Holland Rijnland op basis van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2015 en de Huisvestingsvergunning Noordwijkerhout 2015 worden geacht inschrijvingen te zijn op grond van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019. Aanvragen om een huisvestingsvergunning op basis van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2015 en de Huisvestingsverordening Noordwijkerhout 2015 worden geacht aanvragen om vergunningen te zijn op grond van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019 Huisvestingsvergunningen verleend op basis van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013 of2015 ,de Huisvestingsverordening Boskoop 1998 en de Huisvestingsverordening Noordwijkerhout 2015 worden geacht vergunningen te zijn op grond van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019. Aanvragen om een urgentieverklaring of stadsvernieuwingsurgentie ingediend op basis van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2015 en de Huisvestingsverordening Noordwijkerhout 2015, worden geacht aanvragen om urgentie dan wel stadsvernieuwingsurgentie te zijn op grond van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019. Verleende urgenties dan wel stadsvernieuwingsurgenties op basis van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2015 en de Huisvestingsverordening Noordwijkerhout 2015 worden geacht te zijn verleend op basis van de Huisvestingsverordening 2019.
Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift gericht tegen besluiten op grond van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2015 wordt beslist met toepassing van de op dat betreffende besluit van toepassing zijnde verordening.
Artikel 37 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2019. Artikel 38 1.
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2019 en geldt tot 1 juli 2023;
15
2.
De Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2015 eerste wijziging komt met ingang van 1 juli 2019 te vervallen .
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 3 juli 2019.
Hoogachtend, het Algemeen Bestuur Holland Rijnland, de secretaris,
~A.M. Bakker
.J. Lenferink
16