CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 023 Brief Autoriteit Persoonsgegevens (incl. bijlagen).pdf

Gemeenteraad Voorschoten 5 april 2023, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrieven van het College van B&W10.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ook dientin het Unierecht ofhet lidstatelijke recht te worden vastgesteldofde verwerkingsverantwoordelijke die is belastmet een taakvanalgemeen belang danwelmet een taakin hetkadervande uitoefeningvanhetopenbaargezag, een overheidsinstantie ofeen andere publiekrechtelijke persoon of, indienzulksis gerechtvaardigdomredenen van algemeen belang, waarondergezondheidsdoeleindenzoalsvolksgezondheid,sociale beschermingenhetbeheer vangezondheidszorgdiensten, eenprivaatrechtelijke persoon,zoals eenberoepsvereniging, moetzijn. Artikel 10.21Wm: 1. Degemeenteraadenburgemeester en wethouders dragen, al dan nietin samenwerkingmet degemeenteraaden burgemeesterenwethouders van anderegemeenten, ervoorzorgdat ten minste eenmaal perweek dehuishoudelijke afvalstoffenmetuitzondering vangrove huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elkbinnenhaar grondgebiedgelegenperceelwaarzodanigeafvalstoffengeregeldkunnen ontstaan. 2. Groente-,fruit- en tuinafvalwordtdaarbij in iedergeval afzonderlijk ingezameld. 3 Degemeenteraadkanbesluiten tot hetafzonderlijkinzamelenvanandere bestanddelen vanhuishoudelijke afvalstoffen. Artikel 10.23, eerste lid van de Wm: 1 Degemeenteraadsteltin het belangvandebescherming van het milieu een afvalstoffenverordeningvast. Artikel 2, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening gemeente Voorschoten: 1.

Hetcollegewijstdeinzameldienst aan, diebelast ismet het inzamelen van huishoudelijkeafvalstoffen.28 3.4.2 Beoordelingtaakvan algemeen belang Inparagraaf3.3 heeft deAP geconcludeerd dat het college de verwerkingsverantwoordelijke is voorde verwerkingvan persoonsgegevens door middelvan de chip in de grijze container en detokenvoorde ondergrondsecontainers. Hieronderzalde AP beoordelen ofhet college voor deze verwerkingen met succes eenberoep kan doenop één van de grondslagen uit artikel 6, eerste lid, van de AVG. Artikel6, eerste lid van deAVG geeft een limitatieve opsommingvan de grondslagen vooreen rechtmatige gegevensverwerking. Dithoudt in dat een verwerking alleen rechtmatig is, indien en voorzover aanten minsteeenvan dezesgenoemde grondslagen is voldaan. Devoor het college mogelijkin aanmerking komendegrondslagenzijn die als genoemd in artikel 6, eerste lid, onder c ('wettelijke verplichting') en artikel 6, eerste lid, onder e, van de AVG ('taak van algemeen belang) . Id doorde ger entera

gemeente Voorschoten op 9 december2010

Hetcollegeheeftaangegeven dat de verwerkingvan persoonsgegevens in hetkader van de uitvoeringvan hetafvalbeleidkan worden gebaseerd op artikel 6, eerstelid, onder e, van deAVG, namelijk een taakvan algemeenbelang. DeAP concludeertdat het college, met het invoerenvan de grijze containers met chip voor delaagbouw en de invoeringvan de ondergrondse containers mettoken voor de hoogbouw, ernaar streeftaan haar publieke taakalsbedoeld in artikel 10.21, artikel 10.22 en artikel 10.23, eerste lid van de Wm te voldoen en deAfvalstoffenverordening, en tevens het Afvalbeleidsplan 2016-2020, met alsdoelenvermindering restafvalenverbetering van afvalscheiding, uit te voeren.29Voornoemde doeleinden passen binnende vervullingvan een taak van algemeen belangvan gemeente Voorschoten als bedoeld in artikel 6, eerstelid, onder e, van de AVG. Uit artikel 6, eerstelid onder e, van deAVG volgt echter dat slechts sprake kan zijnvan een rechtmatige verwerkingvan persoonsgegevens indien dezeverwerking ook noodzakelijkis. De verwerkingvan persoonsgegevens dient te voldoen aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het proportionaliteitsbeginsel betekentdat de inbreuk op de belangen van de bij de verwerkingvande persoonsgegevens betrokken persoon niet onevenredig magzijn in verhouding tot het met deverwerking tedienendoel.

Op grond van het subsidiariteitsbeginsel mag het doelwaarvoor de persoonsgegevens wordenverstrekt in redelijkheid niet op een andere, voor de bij de verwerkingvan persoonsgegevens betrokkenpersoon, minder nadelige wijze kunnen wordenverwerkelijkt. Hieronderzaltelkens worden beoordeeld, ofde verwerkingvangenoemde persoonsgegevens noodzakelijk is. 3.4.3 Beoordeling noodzakelijkheid verwerken persoonsgegevens grijze containers met chip laagbouw In paragraaf3.4.2 heeft de AP geconcludeerd dat de doeleinden voor de verwerkingvan persoonsgegevens metbehulpvan de chip in de grijze container, passen binnen een goede vervulling van een publieke taak van algemeenbelangvan het college, zoals omschreven in de Wm, de Afvalstoffenverordening enhaar afvalbeleid. Het betreft de doeleinden van het verminderen van restafval en het bevorderenvan afvalscheiding. Zoals in paragraaf2.3 wordtbeschreven, kreeg elk huishouden (elk woonadres) in delaagbouw, vanuit bovengenoemde doeleinden, de beschikkingover slechtséén grijze container met chip. Uitparagraaf2.3 blijktvoorts datbij het aanbieden van een grijze container, het chipnummer door de lezer op het inzamelvoertuigwordtgelezen en geregistreerd. Dit is de eerste stap in de verwerkingvan een persoonsgegeven die plaatsvindt, namelijk de verwerkingvan het aan het woonadres gekoppelde chipnummer.

Als er herkenning is, wordt de grijze container geleegd door het inzamelvoertuig. Daarnais er een blokkadevan deze chip voor een bepaalde tijd. Tevens wordt geregistreerd en bewaard wie (chipnummerenadres), wanneer (datum en tijdstip waarop het afval wordt aangeboden), waar (locatiegegevens van de grijze container) afval aanbiedt. Ditzijn de stortgegevens die verwerkt worden en dus detweede stap in de verwerking. Deze stortgegevens wordenbewaard in de computerbij de inzameldienstvangemeente Voorschoten zolang de grijze container in gebruikis. Pas bij vervangingvan dezegrijze container worden alle stortgegevensverwijderd. 29Zie dossierstuk nr.20,p.1

De AP is van oordeeldat de uitgifte van slechts één grijze container perwoonadres, met een aanhet woonadresgekoppelde chip, in verhouding staat tot het te dienen doel, namelijkhet verminderen van restafval, ondermeer door het in omvang reguleren van de restafvalvoorzieningen. Voorts is deAP van oordeel dat het (kortstondig) verwerken van persoonsgegevens aan de hand van de lezerop hetinzamelvoertuig, om te verifiëren dat het om een grijze container van gemeente Voorschoten gaat, noodzakelijk is in hetkader van genoemde doeleinden. Dit geldt echter alléén voorzover envoor zolang dit nodigis om de grijze container te kunnen openen, ledigen en tijdelijk te kunnen blokkeren. Hiermee probeert het college uitvoeringte geven aan hetAfvalbeleidsplan 2016-2020. Daarentegenis de APvan oordeel dat het voorde vastgestelde doeleinden niet noodzakelijk is om opte slaan ente bewaren, wie (chipnummer en adres) wanneer (datum en tijdstip) afval aanbiedt via de grijze containermet chip.Voor dit deel van de verwerking, waarbij een koppelingwordt gemaakt tussen de stortgegevens en het woonadres, bestaat geen noodzaak. De AP heeft geconstateerd dat het college geen Diftarheeft opgenomen in het Afvalbeleidsplan 2016-2020,waarbij per huishoudengeregistreerdwordt hoeveelenwatvoorsoort afval wordt aangeboden met als doel 'de vervuilerbetaalt'.

Aangezien het college geen Diftarheeft opgenomen, kunnen de doeleindenookworden bereikt zonder dat wordtverwerktwie, wanneerafval aanbiedt. Hetcollege handelthiermee, ten aanzien van de stortgegevens envoorzover het niet (meer) nodigisvoor hetverifiërenvan het chipnummer, het ledigen van de grijze container en het tijdelijk blokkeren ervan, in strijd met artikel 6, eerste lid, onder e, van de AVG. Hiermee heeft het college tevens niet voldaan aan artikel 5,eerstelid, onder a, van de AVG. Deoverigegrondslagen uit artikel, eerste lid, van de AVG missen, naar het oordeel van de AP, toepassing enhier is ookgeen beroep op gedaan door het college. Daarom zullen deze buiten beschouwing worden gelaten. 3.4.4 Beoordelingnoodzakelijkheid verwerken persoonsgegevens ondergrondse containers met token hoogbouw In paragraaf3.4.2 heeft deAP geconcludeerd dat de doeleinden voor de verwerkingvanpersoonsgegevens met behulp van de tokenvoor de ondergrondse container, passen binnen een goedevervullingvan een publieke taakvan algemeen belang van het college,zoals omschreven in de Wm, del Afvalstoffenverordening en haar afvalbeleid. Het betreft de doeleinden van het verminderen vanrestafval enhetbevorderenvan afvalscheiding. Zoals in paragraaf2.4 wordt beschreven, werden de bovengrondse containers vervangen door ondergrondse containers, die alleen nog te openen waren met een token.

Per huishouden (perwoonadres) in de hoogbouw,werd slechts één token ter beschikking gesteld. Uit paragraaf2.4 blijktvoorts datbij het aanbiedenvande token bij een ondergrondse container, er een controle plaatsvindt op basis van adresin combinatie met de locatie van de ondergrondse container. Dit is de eerste stap de verwerkingvaneen persoonsgegeven die plaatsvindt, namelijkde verwerkingvan de aan hetwoonadres gekoppelde token. Als erherkenningplaatsvindt, wordt geregistreerd en bewaard, wie (tokennummer en adres), wanneer (datum en tijdstip waarop het afval wordt gestort), waar (locatiegegevens ondergrondse container), welk type afvalstort.Ditzijn de stortgegevens die verwerkt worden en dus de tweede stap in de verwerking. Dezestortgegevens worden bewaard in een computer bij de gemeente, gedurende een termijn van 5jaar.

DeAP is van oordeel dat hetvervangenvan de bovengrondse containers door ondergrondse containers die alleen nogteopenen zijn met een token, en de uitgifte van slechts één token per woonadres, met een aan hetwoonadres gekoppeld tokennummer, in verhouding staat tot het te dienen doel. Dit doel betreft het verminderen van restafval, onder meer door te voorkomen dat ander afval dan van detoegewezen adressen, in de ondergrondse containers kan worden gestort. Voortsis de APvan oordeel dat het (kortstondig) verwerken van persoonsgegevens aan de handvan de token, om te verifiëren ofdeze token is geautoriseerd voor de bewuste ondergrondse container, noodzakelijkis inhet kadervangenoemde doeleinden. Ditgeldt echter alléén voor zover envoorzolangdit nodigis om de ondergrondse container te kunnen openen en daarin afval te storten. Hiermee probeerthet college uitvoeringte geven aan het Afvalbeleidsplan 2016-2020. Daarentegen is de AP van oordeel dat het voor de vastgestelde doeleinden niet noodzakelijk is om op te slaan entebewaren, wie (tokennummer en adres) wanneer (datum en tijdstip), waar (locatie) en welk type afval aanbiedt via de ondergrondse container met chip.Voor dit deel van de verwerking, waarbijeen koppelingwordtgemaakt tussen de stortgegevens en het woonadres, bestaat geen noodzaak.

De AP heeft geconstateerd dat hetcollege geen Diftar heeft opgenomen in hetAfvalbeleidsplan 2016-2020,waarbij perhuishoudengeregistreerd wordt hoeveel en watvoor soort afval wordt aangeboden metals doel'de vervuilerbetaalt'. Aangezien het college geen Diftar heeft opgenomen, kunnen de doeleinden ook worden bereiktzonder dat wordt verwerkt wie, wanneer afval aanbiedt. Hetcollegehandelt hiermee, ten aanzienvan de stortgegevens en voorzover het niet (meer) nodigisvoor het verifiëren van het tokennummer en het openen van de ondergrondse container, in strijd metartikel6, eerstelid, ondere, van de AVG. Hiermee heeft het college tevens niet voldaan aan artikel 5,eerste lid, ondera, van AVG. De overige grondslagen uit artikel, eerste lid, van de AVG missen, naar het oordeel van de AP, toepassing en hieris ook geen beroep op gedaan door het college. Daarom zullen deze buiten beschouwingworden gelaten. 3.5 Informatieverstrekking 3.5.1 Juridisch kader Uitartikel14, eerste lid, onder c en d van de AVG volgt: "1.Wanneerpersoonsgegevensnietvanbetrokkenezijnverkregen,verstrektdeverwerkingsverantwoordelijkedebetrokkene devolgendeinformatie: c) deverwerkingsdoeleinden waarvoordepersoonsgegevenszijn bestemd, en de rechtsgrond voorde verwerking.

d) debetrokkencategorieën vanpersoonsgegevens;"(..) Uitartikel5, eerste lid onder a van de AVG volgt: "1.Persoonsgegevensmoeten: a) wordenverwerktop eenwijzedie ten aanzien vandebetrokkene rechtmatig, behoorlijken transparantis ("rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie");"(..)

3.5.2 Beoordeling laagbouw Inparagraaf3.1en 3.2 heeft de AP geconcludeerd welke persoonsgegevens met behulp van de chip in de grijze containerworden verwerkt. In paragraaf3.3 heeft de AP geconcludeerd dat het college de verwerkingsverantwoordelijke is voorde verwerking van deze persoonsgegevens. Uitparagraaf2.6.1 blijkt dat de bewoners van de laagbouw per briefvan 5 maart 2019 zijn geïnformeerd overhetafleveren van de nieuwe grijze container en het innemen van de oude grijze container. In deze briefwerdnietvermeld welkepersoonsgegevens daarmee zouden wordenverwerkt, noch wat het doelof deverwerkingsgrondslagis. Per briefvan22 maart 2019 ontvingen de bewoners van de laagbouw een aanvullende briefmet informatie waarom de oude grijze containers worden vervangen door nieuwe grijze containers met een chip en een geadresseerde sticker, over het geautomatiseerde containerbeheersysteem en de chip. De AP concludeert dat ookin dezebriefniet werd vermeld welke persoonsgegevens daarmee zouden worden verwerkt nochwathetdoel en de verwerkingsgrondslagis. 3.5.3 Beoordelinghoogbouw Inparagraaf3.1 en 3.2 heeftde AP geconcludeerd welke persoonsgegevens met behulp van de tokenvoor de ondergrondsecontainerworden verwerkt. In paragraaf3.3 heeft de AP geconcludeerd dat het college de verwerkingsverantwoordelijke is voorde verwerking van deze persoonsgegevens. Uitparagraaf2.6.2.

blijkt dat de bewoners van de hoogbouw per briefvan 30 november 2018 zijn geïnformeerd,wanneer de bovengrondse containers werden vervangen en hoe ditin zijn werk ging.In de briefwerd nietvermeld welke persoonsgegevens daarmee zouden worden verwerkt, noch wat het doelof deverwerkingsgrondslagis. DeAP is van oordeel dat het college, door de inwoners van gemeente Voorschoten niet te informeren over hetdoelen de verwerkingsgrondslag, niet alle regels als bedoeld in artikel 14, eerstelid, onderc en d,van de AVG heeft nageleefd. Hiermee heeft het college tevens niet voldaan aan het beginsel van transparantie alsbedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, van de AVG. 4. Conclusie In de periode van 1 april 2019 tot aan de dagtekeningvan dit rapportzijn er met behulp van de chip in de grijze container, door het college van gemeente Voorschoten diverse persoonsgegevensverwerktvande inwoners van de hoogbouw in de gemeente Voorschoten. In de periode van 1 december 2018 tot aan de dagtekening vandit rapportzijn er met behulp van detoken voorde ondergrondse container, doorhet college van gemeente Voorschoten diversepersoonsgegevens verwerktvan deinwoners van de laagbouw in degemeente Voorschoten.

De AP constateert dat het college van gemeente Voorschoten verwerkingsverantwoordelijke is in de zin van artikel4, aanhefen onder 7, van de AVG, voor de verwerkingen van persoonsgegevens van bovengenoemdeinwonersvan Voorschoten. DeAP concludeert dat de (kortstondige) verwerking vanpersoonsgegevens, alléén voorzover en voor zolangnodig om te verifiëren dathet om een grijze containervan gemeenteVoorschotengaat en om deze grijze containerte kunnen openen, ledigen en tijdelijkte blokkeren, noodzakelijk is in hetkadervan

genoemdedoeleinden. Hiervoor heeft het college een grondslagin de zin van artikel 6, eerste lid, ondere, vande AVG. Ditbetreft de laagbouw. DeAP concludeert dat de (kortstondige) verwerking van persoonsgegevens, alléén voorzover en voor zolangnodigom te verifiëren ofde token is geautoriseerd voor de bewuste ondergrondse container, en om dezetekunnen openen om afval te kunnen storten, noodzakelijk is in het kader van genoemde doeleinden. Hiervoorheeft het college cen grondslag in de zin van artikel 6, eerste lid, onder e, van de AVG. Ditbetreft dehoogbouw. DeAP concludeert dat er géén grondslag is voor de verwerkingvan de stortgegevens van de grijze containermet chip, en voor zover het niet (meer) nodig is voorhet verifiëren van het chipnummer,het ledigen en tijdelijk blokkeren van de grijze container. Ditbetreft de laagbouw. Ook concludeert de AP dat ergéén grondslagis voor de verwerkingvan de stortgegevensvan de ondergrondse containers, en voor zoverhet niet (meer) nodig is voor het verifiëren van het tokennummer en het openen vande ondergrondse container. Dit betreft dehoogbouw. Hiermee overtreedthet college artikel 6, eerstelid, onder e,van de AVG en daarmee ook artikel 5, eerste lid, onder a, van deAVG.

De AP concludeert verder dat het college de inwoners van de laagbouw in de brieven van 5 maart2019 en 22 maart2019 niet heeftgeïnformeerd, welke persoonsgegevens met de chip in de grijze containerzouden wordenverwerkt, noch wat het doel en de grondslagzijn van die verwerking. Hiermee overtrad hetcollege artikel14, eerstelid, onder c en d, van deAVG en daarmee ook artikel 5, eerste lid, onder a, van deAVG. De AP concludeert dat het college de inwoners van de hoogbouw in de briefvan 30 november2018 niet heeftgeïnformeerd, welke persoonsgegevens met de tokenvoor de ondergrondse container zouden wordenverwerkt, noch wat het doelen degrondslagzijn van dieverwerking. Hiermee overtrad het college artikel14, eerstelid, onder c en d, van de AVG en daarmee ook artikel 5, eerste lid, onder a, van de AVG. Ditrapportis opgemaaktte Den Haag. AutoriteitPersoonsgegevens, Namensdeze,

DirecteurKlantcontact en Controlerend Onderzoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=d6e60fee-60ad-4692-b48f-43aeed8ef189