CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 022 Ontwikkelingen jeugdbescherming (incl. bijlagen).pdf

Gemeenteraad Voorschoten 21 april 2022, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrieven van het College van B&W8.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer: Documentnummer: Datum: Onderwerp: Portefeuillehouder: Bijlage(n):

Informatiebrief Z/22/063231 289823 dinsdag 22 februari 2022/verzonden 22 februari 2022 Ontwikkelingen jeugdbescherming Wethouder de Bruijn 1. Toelichting Plan van Aanpak 2. Plan van Aanpak jeugdbescherming

Geachte Raad, Bij brief van 8 juli 2021 (Z-21/055612/254123) hebben wij u geïnformeerd over verschillende actualiteiten rond de jeugdbescherming. Graag informeren wij u over de ontwikkelingen die de afgelopen periode hebben plaatsgevonden. Dit betreft de huidige stand van zaken ten aanzien van het verscherpt toezicht van de regio Zuid West (ZW) door de Inspecties Gezondheid en jeugd (IGJ) en Justitie en Veiligheid (JenV) en het interbestuurlijk toezicht vanuit het Rijk. Daarnaast informeren wij u over het verbeterplan William Schrikker Stichting (WSS) en Zak- en Kleedgeld voor kinderen met een beschermingsmaatregel in een residentiële inrichting. 1.

Vervolg Inspectierapport ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’

De jeugdbeschermingsregio ZW met daarin de jeugdhulpregio’s Haaglanden, Midden Holland, Holland Rijnland en Zuid-Holland Zuid hebben gezamenlijk een Plan van Aanpak opgesteld (zie bijlage 2). Aanleiding voor dit plan is het rapport van de Inspecties in het kader van het vervolgtoezicht “Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd”1 van 5 juli 2021. Het rapport stelt vast dat de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) inmiddels goed voldoen aan de twee normen die gesteld zijn, te weten binnen vijf werkdagen een vaste jeugdbeschermer en binnen zes weken een gedragen koers voor de aanpak van de situatie. De voornaamste kritische bevinding in het rapport is dat te veel kinderen niet tijdig passende hulp ontvangen in de regio ZW. Op grond van deze bevinding is de regio ZW voor een periode van zes maanden onder verscherpt toezicht van de IGJ en onder interbestuurlijk toezicht van het Rijk gebracht. Beëindiging interbestuurlijk en verscherpt toezicht Begin februari 2022 hebben wij het bericht ontvangen van het Rijk dat het interbestuurlijk toezicht zal worden beëindigd voor regio ZW. Wel zal het Rijk de komende periode het aantal kinderen dat langer dan drie maanden wacht op passende hulp maandelijks blijven monitoren.

Het beëindigen van het interbestuurlijk toezicht geeft aan dat het Rijk vertrouwen heeft in onze aanpak en zij zien dat onze inspanningen effect hebben gehad op daling van het aantal kinderen dat wacht op passende hulp. De IGJ heeft tevens aangegeven dat het verscherpt toezicht zal worden beëindigd. De IGJ zal een eindrapport opleveren. Op 28 februari 2022 zal het definitieve rapport worden gepubliceerd. Dat het interbestuurlijk en verscherpt toezicht worden beëindigd neemt niet weg dat we onverminderd door zullen gaan met de uitvoering van het plan van aanpak om het aantal 1

Eerder informeerden wij u over het eerste rapport in 2019, op basis waarvan het verbeterplan JB-West tot stand is gekomen. Vervolgens hebben wij u geïnformeerd over de voortgangsrapportage (oktober 2020) op basis waarvan een doorbraakaanpak voor lang wachtende jeugdigen tot stand is gebracht.

Pagina 1 van 3

kinderen dat wacht op passende hulp te verminderen. Onze gezamenlijke aanpak, namelijk de vanuit experttafels geregisseerde ambtelijke en bestuurlijke samenwerking tussen gecertificeerde instellingen, jeugdhulpaanbieders en gemeenten, werkt en daar gaan we mee door. Een toelichting op het plan van aanpak over de periode juli 2021 tot op heden is toegevoegd als bijlage. In januari 2022 was er één Voorschotense jongere met maatregel die langdurig heeft moeten wachten op hulp gemeld op de experttafel. 2. William Schrikker Stichting (WSS) Tijdens het schrijven van het plan van aanpak is de positie op de arbeidsmarkt van de GI’s zeer kwetsbaar gebleken. In drie van de vier regio’s binnen ZW hebben is er wegens een forse uitstroom van personeel sprake (geweest) van een opnamestop bij de WSS voor nieuwe kinderen met een beschermingsmaatregel. Alleen in de regio Haaglanden is dit niet het geval. Ondanks de druk op de GI’s lukt het om de instromende kinderen tijdig een jeugdbeschermer toe te wijzen. Begin juli 2021 hebben we afspraken gemaakt over de financiering van de verbeterplannen van JB West en Leger des Heils voor het jaar 2022. Het bleek noodzakelijk om ook voor de WSS een verbeterplan in te zetten, vanwege het verscherpte toezicht en de kwetsbaarheid van de WSS. Het verbeterplan zorgt voor een verlaging van de caseload bij de jeugdbeschermers van de WSS.

De extra kosten voor het verbeterplan bedragen op jaarbasis € 409.000 voor regio Haaglanden. Hiervan komt waarvan € 6.000 voor Voorschoten. Deze kosten zijn verwerkt in de begroting 2022. JB West is al eerder gestart met een verbeterplan, met als resultaat dat cliënten meer tevreden zijn over de samenwerking en het contact met de jeugdbeschermer. Door de caseloadverlaging is er 15 minuten meer tijd per gezin, zijn er sinds januari 2021 geen wachtlijsten meer voor het toewijzen van een vaste jeugdbeschermer en is het verzuim en de uitstroom van personeel verminderd. 3. Zak- en Kleedgeld voor kinderen met een beschermingsmaatregel in een residentiële inrichting Op 23 juni hebben de Jeugdombudsman (Den Haag) en de Kinderombudsman (landelijk) het rapport “Wie geeft mij(n) zak- en kleedgeld?” uitgebracht. Dit rapport gaat over jongeren die niet meer thuis kunnen wonen en geen zak- en kleedgeld ontvangen. Het rapport stelt dat ouders primair verantwoordelijk zijn voor de kosten van levensonderhoud van hun kinderen, inclusief het zak- en kleedgeld. Als ouders niet (meer) in staat zijn deze kosten te betalen of niet in beeld zijn, dan hebben gemeenten op basis van de Jeugdwet een zorgplicht om een financiële vergoeding beschikbaar te stellen.

In het rapport zijn de volgende aanbevelingen opgenomen om de problemen rond zak- en kleedgeld op te lossen: Primair is een landelijke uniforme regeling nodig. De staatssecretaris VWS wordt verzocht om deze regeling op te stellen. Zolang die landelijke regeling er niet is, worden gemeenten, GI’s en instellingen gevraagd om dit op te pakken om te voorkomen dat kinderen de dupe worden en geen zak- en kleedgeld ontvangen. Wij hebben afspraken gemaakt met de GI’s over het betalen van het zak- en kleedgeld voor kinderen met een beschermings- en een reclasseringsmaatregel in de regio Haaglanden. Naar schatting gaat het gemiddeld om circa 30 kinderen in regio Haaglanden. Totdat er een landelijke regeling is, gelden de werkbare afspraken voor de regeling zak- en kleedgeld en ontvangen alle

Pagina 2 van 3

kinderen zak- en kleedgeld in de regio Haaglanden. De bijdrage voor gemeente Voorschoten hiervoor zijn < € 1000. Tot slot Wij zullen u informeren over verdere ontwikkelingen op deze dossiers wanneer daar aanleiding voor is. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

A.R. de Graaf, gemeentesecretaris

drs. N. Stemerdink, burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 3 van 3

Toelichting Plan van Aanpak Jeugdbescherming Bijlage bij raadsinformatiebrief over ontwikkelingen jeugdbescherming d.d. 22 februari 2022 Plan van Aanpak Met het Plan van Aanpak laten wij als regio Zuid West (ZW) zien hoe wij lokaal, regionaal en bovenregionaal de door de Inspecties gesignaleerde problematiek aanpakken. Hierbij volgen wij de normen van de inspecties: voor elk kind een vaste jeugdbeschermer, een tijdig gedragen koers en tijdig passende hulp. Vier gezamenlijke uitgangspunten Om dit te bereiken en te versterken hebben we als regio ZW vier gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd: 1. We werken samen om voor alle kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. 2. We beginnen met oplossingen voor de korte termijn. 3. We leren van de maatregelen op korte termijn en gebruiken die op verschillende niveaus om structurele verbeteringen te realiseren. 4. We grijpen de huidige situatie aan om de situatie van de jeugdbescherming structureel te verbeteren. Daarbij bouwen we zoveel mogelijk door op bestaande structuren en versterken deze waar nodig. Het gevolgde proces Het plan van aanpak is een product van een intensieve samenwerking tussen de vier jeugdhulpregio’s uit de regio ZW, zowel op ambtelijk als op bestuurlijk niveau.

Conceptversies van het plan zijn besproken met Gecertificeerde Instellingen (GI’s), jeugdhulpaanbieders en met de gemeenten en inkooporganisaties binnen de regio’s. Ook is er met de Inspecties en het Rijk tussentijds regelmatig over de aanpak gesproken. Door dit proces heeft het plan een breed draagvlak bij alle betrokken partijen en dat is essentieel: alleen gezamenlijk kunnen we betekenisvolle stappen vooruitzetten. Acht oplossingsrichtingen De vier uitgangspunten hebben we uitgewerkt in acht oplossingsrichtingen: 1. Het verder ontwikkelen en borgen van de doorbraakaanpak op korte en lange termijn. 2. Knelpunten bij het aanbod oplossen. 3. Bovenregionale samenwerking voortzetten en intensiveren. 4. Verbeterplannen continueren. 5. Bureaucratische belemmeringen wegnemen. 6. Arbeidsmarktproblematiek aanpakken. 7. Systeemcondities en landelijk op de lossen knelpunten agenderen. 8. Voortgang bewaken en monitoren.

Pagina 1 van 3

Analyse cijfers passende hulp In onderstaande tabel is het aantal kinderen (voor Haaglanden) weergegeven dat in het afgelopen jaar niet tijdig (uiterlijk binnen drie maanden na uitspraak van de kinderrechter) passende hulp heeft ontvangen. In deze brief gaan we in op de cijfers voor Haaglanden, in onderliggende bijlage treft u ook de cijfers aan voor de hele regio Zuidwest. Het aantal kinderen dat geen tijdig passende hulp heeft ontvangen (op een totaal van circa 2.260 maatregelen in regio Haaglanden):

Jeugdhulpregio Haaglanden START

134

15-JAN

83

15-FEB

20

15-MRT

14

15-JUN

17

1-SEP

15

1-OKT

28

1-NOV

47

1-DEC

32

1-JAN

35

1-FEB

37 0

20

40

60

80

100

120

140

160

In de tabel is goed te zien dat het aantal kinderen dat te lang op passende hulp wacht, flink is afgenomen ten opzichte van de start van de aanpak in november 2020. Na de daling van de cijfers tot aan september, zien we vanaf september 2021 weer een stijging van het aantal jeugdigen dat niet binnen drie maanden na de rechterlijke uitspraak passende hulp heeft ontvangen. Deze stijging is te verklaren door de verbreding van de aanpak naar alle GI’s (ook de landelijk werkende GI’s), maar ook doordat het belang om te melden vanaf dat moment beter op het netvlies stond van de jeugdbeschermers. Hierdoor worden nu ook jeugdigen gemeld die nog niet eerder waren aangemeld maar al wel langere tijd op passende hulp wachten. We zien in januari dat een aantal jeugdigen in december inmiddels van hulp is voorzien, maar dat er weer een nieuwe (ongeveer gelijke) instroom is van jeugdigen met specifieke vragen naar passende en tijdige hulp. Analyse van de knelpunten in Haaglanden We hebben de casuïstiek van januari 2022 voor alle gemelde jeugdigen geanalyseerd op het gewenste aanbod en de door de GI’s gesignaleerde knelpunten die een rol spelen in de toeleiding naar het passend aanbod. Op 1 januari 2022 ging het in totaal om 35 wachtende jeugdigen in Haaglanden. Afgezet tegen het totaal aantal maatregelen (circa 2.260) gaat het om 1,5% van het aantal kinderen.

Uit deze analyse komt het volgende naar voren. Verblijfshulp Van de 35 jeugdigen is er voor 16 jeugdigen een vraag naar verblijfshulp. De grootste knelpunten hierbij zijn: 7 jeugdigen staan op een wachtlijst voor een gezinshuis of kleinschalige woonvoorziening met intensieve begeleiding; 7 jeugdigen wachten op een vorm van begeleid of beschermd wonen. Wij zijn met de betreffende aanbieders in gesprek om tot integrale systeemoplossingen te komen. Op casusniveau maken wij afspraken tijdens de experttafels/zorglogistiek. Hierbij leren en onderzoeken we aan de hand van concrete casuïstiek wat nodig is om deze zorg te transformeren.

Pagina 2 van 3

Ambulante hulp Voor 17 van de 35 jeugdigen wordt ambulante zorg gevraagd. Het grootste knelpunt hierbij is dat 7 jeugdigen wachten op ambulante j-GGZ. In de andere situaties wachten jeugdigen op een andere ambulante zorgvorm. Soms kiezen ouders en/of jeugdigen er ook voor om op de wachtlijst te blijven staan en niet naar een andere aanbieder doorverwezen te willen worden. Bestuurlijk overleg ministeries van VWS en JenV Op 14 oktober 2021 is er bestuurlijk overleg geweest tussen de regio Zuidwest en Staatssecretaris Blokhuis (mede namens de minister van JenV) over het interbestuurlijk toezicht. Tijdens dit gesprek was ook de IGJ aanwezig in het kader van het verscherpt toezicht. Vanuit het Rijk is aangegeven dat er sprake is van een goede bovenregionale samenwerking in de regio ZW. Rijk en IGJ geven de regio ZW complimenten voor het opgestelde Plan van Aanpak en benoemen dat er een goede analyse is gemaakt van de problematiek rond de doorbraakaanpak. Het Rijk wenst inzicht in de lacunes in het (bovenregionale) jeugdhulpaanbod van de regio ZW. Er zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen Rijk en gemeenten om te borgen dat in de regio ZW aan de wettelijke norm en de eisen van de IGJ voldaan kan worden.

Onderdelen hiervan zijn het aanscherpen van de doorbraakaanpak, een proces om te komen tot passende hulp voor jeugdigen met een maatregel, eenvoudig en eenduidig te organiseren, per eind december 2021 bovenregionale samenwerkingsafspraken om voor het organiseren van bovenregionaal toereikend hulpaanbod en tussentijdse monitoring over de voortgang van de gemaakte plannen. Vanuit de regio ZW is benadrukt dat voor wat betreft de arbeidsmarktsituatie, de wachtlijsten bij de Raad voor de Kinderbescherming en de aansluiting met de volwassenen GGZ, samen optrekken met het Rijk essentieel is voor het welslagen van de doorbraakaanpak.

Pagina 3 van 3

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest “Voor elk kind

een vaste jeugdbeschermer, een tijdig gedragen koers en tijdig passende hulp” 1 oktober 2021

Jeugdhulpregio Holland Rijnland

Jeugdhulpregio Haaglanden

Jeugdhulpregio Midden Holland

Jeugdhulpregio Zuid-Holland Zuid 2

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

Voorwoord van de vier wethouders regio Zuidwest We willen allemaal dat kinderen veilig kunnen opgroeien.

Maar de problemen in gezinnen zijn wel eens zó ernstig dat uiteindelijk de rechter moet ingrijpen en een kinderbeschermingsmaatregel oplegt, zoals een ondertoezichtstelling (waarbij het gezin verplicht hulp en ondersteuning bij het opvoeden krijgt), of een gezagsbeëindigende maatregel (waarbij de ouders het gezag over het kind verliezen). Op tijd passende hulp verlenen aan kinderen met een

kinderbeschermingsmaatregel is in alle gevallen essentieel. Daarover gaat dit plan van aanpak. Directe aanleiding is het rapport van de

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd die constateerde dat het bieden van tijdige en passende hulpverlening momenteel onvoldoende lukt in onze regio.

In dit plan van aanpak presenteren wij structurele verbeteringen

en sterkere bovenregionale samenwerking, zodat de meest kwetsbare kinderen betere hulp krijgen.

Als regio Zuidwest hebben wij dit plan gezamenlijk opgesteld en

besproken met GI’s en jeugdhulpaanbieders, zij ondersteunen dit plan van harte. Wij zien er dan ook naar uit om als regio Zuidwest met hen dit plan in praktijk te gaan brengen!

Kavita Parbhudayal (Regio Haaglanden) Corine Dijkstra (Midden Holland) Han de Jager (Holland Rijnland) Steven van Die (Zuid-Holland Zuid)

3

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

Inleiding/ Leeswijzer Dit plan van aanpak is opgesteld door de regio’s Haaglanden, Midden Holland, Holland Rijnland en Zuid-Holland Zuid. Deze regio’s vormen samen regio Zuidwest (hierna regio ZW). Het plan is in de wij-vorm geschreven om daarmee aan te geven dat het een gezamenlijk plan is van de vier samenwerkende jeugdhulpregio’s. In het uitvoeringsplan is aangegeven wie eigenaar van de specifieke actie is en wanneer er wat klaar moet zijn. Aanleiding voor dit plan is het rapport van 5 juli jl. van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna IGJ) in het kader van het vervolgtoezicht “Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd”1. Het rapport stelt vast dat de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) inmiddels goed voldoen aan de andere twee normen, te weten binnen vijf werkdagen een vaste jeugdbeschermer en binnen zes weken een gedragen koers voor de aanpak van de

In de onderstaande tabel is het aantal kinderen weergegeven dat in de afgelopen periode langer dan drie maanden hebben gewacht op passende hulp. Jeugdhulpregio Holland Rijnland START

Jeugdhulpregio Haaglanden

79

15-JAN

START

15-FEB

39

15-FEB

15-MRT

36

15-MRT

15-JUN

20

1-SEP

26

Jeugdhulpregio Midden Holland START 10

15-FEB

7

15-MRT

83 20 14

15-JUN

17

1-SEP

15

Jeugdhulpregio Zuid-Holland Zuid

20

15-JAN

134

15-JAN

72

START

96

15-JAN

96

15-FEB

3

15-MRT

15-JUN

4

15-JUN

1-SEP

3

1-SEP

58 44 20 32

Totaal START

329

15-JAN

261

15-FEB

124

15-MRT 15-JUN 1-SEP

97 61 76

Weblink: Regio Zuid West Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd vervolgtoezicht | Rapport | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (igj.nl).

1

4

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

situatie. De voornaamste bevinding in het rapport is dat te veel kinderen niet tijdig passende hulp ontvangen in de regio ZW. Op grond van deze bevinding is de regio ZW voor een periode van zes maanden onder verscherpt toezicht van de IGJ gebracht en onder interbestuurlijk toezicht van het Rijk. In de onderstaande tabel is het aantal kinderen weergegeven dat in de afgelopen periode niet tijdig passende hulp hebben ontvangen. In de tabel is goed te zien dat het aantal kinderen dat te lang op passende hulp wacht, flink is afgenomen t.o.v. de start van de aanpak in november 2020 en dat er ook na de datum (15 februari) waarop de IGJ haar rapport heeft gebaseerd per saldo nog sprake is van een afname. Tegelijkertijd is ook te zien dat we er nog niet zijn. In dit plan laten wij als samenwerkende regio’s zien hoe wij lokaal, regionaal en bovenregionaal de door de IGJ gesignaleerde problematiek aanpakken. Hierbij volgen wij de richtlijn van de IGJ: voor elk kind een vaste jeugdbeschermer, een tijdig gedragen koers en tijdig passende hulp. Om dit te bereiken en te versterken, zijn er vier gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd: 1.

We werken samen om voor alle kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden Hierbij gaan we aan de slag met het mandaat van deelnemers aan de doorbraakaanpak; focus op het onderliggende probleem en delen wij creatieve oplossingen bovenregionaal. 2. We beginnen met oplossingen voor de korte termijn De focus ligt bij het realiseren van tijdig passende hulp voor jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel. Daarnaast vraagt de opnamestop van de William Schrikker Stichting (WSS) en maatregelen die hieromtrent genomen worden nú om extra aandacht. 3. We leren van de maatregelen op korte termijn en gebruiken die op verschillende niveaus om structurele verbeteringen te realiseren Het gaat hierbij om concrete acties voor wat betreft het leren van de doorbraakaanpak: hoe kunnen we de governance beter benutten, hoe creëren we meer maatwerk, hoe brengen we het ontbrekend aanbod in beeld. 4. We grijpen de huidige situatie aan om de situatie van de jeugdbescherming structureel te verbeteren Dit doen we door onder andere het continueren van de verbeterplannen, de arbeidsmarktproblematiek aan te pakken en diverse pilots voort te zetten.

5

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

Het gevolgde proces Het plan van aanpak dat voor u ligt is een product van een intensieve samenwerking tussen de vier jeugdhulpregio’s waaruit de regio ZW bestaat: zowel op ambtelijk als op bestuurlijk niveau. Om de aanpak zo scherp mogelijk in te richten is bij het opstellen van het plan input opgehaald bij de mensen die de doorbraakaanpak uitvoeren en bij de GI’s. Conceptversies van het plan zijn besproken met GI’s, jeugdhulpaanbieders en met de gemeenten en inkooporganisaties binnen de regio’s. Ook is er met de IGJ en het Rijk tussentijds regelmatig over de aanpak gesproken. Door dit proces heeft dit plan een breed draagvlak bij de genoemde stakeholders en dat is essentieel: alleen gezamenlijk kunnen we betekenisvolle stappen vooruit zetten. Uitwerking De uitgangspunten hebben we uitgewerkt in acht oplossingsrichtingen: 1. Het verder ontwikkelen en borgen van de doorbraakaanpak op korte en lange termijn. 2. Knelpunten bij het aanbod oplossen. 3. Bovenregionale samenwerking voortzetten en intensiveren. 4. Verbeterplannen continueren. 5. Bureaucratische belemmeringen wegnemen. 6. Arbeidsmarktproblematiek aanpakken*. 7. Systeemcondities en landelijk op te lossen knelpunten agenderen. 8. Voortgang bewaken en monitoren. Bij iedere oplossingsrichting geven we aan: • • • • •

Om welk probleem het gaat. Welke belemmeringen we zien. Welke oplossingen er zijn. Wat we gaan we doen. Wat de planning is.

We zoeken daarbij naar een balans tussen wat we lokaal, regionaal en bovenregionaal oppakken. Daarmee doen we recht aan de verscheidenheid van de regio’s, maar kunnen we bijvoorbeeld ook waar nodig complexe problematiek bovenregionaal agenderen. Daarnaast maken we onderscheid tussen korte en lange termijn doelen. *N.B. Aandacht voor arbeidsmarktproblematiek: Tijdens het schrijven van dit plan van aanpak is de arbeidsmarktproblematiek voor de GI’s zeer kwetsbaar gebleken. Drie van de vier regio’s hebben te maken met een opnamestop bij de WSS.

6

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

De WSS zag zich hiertoe genoodzaakt door een forse uitstroom van personeel in de afgelopen maanden. Ondanks de druk op de GI’s lukt het nog goed om kinderen tijdig een jeugdbeschermer toe te wijzen. Dit is mogelijk dankzij de goede onderlinge samenwerking tussen de GI’s en het feit dat de vier regio’s en de GI’s gezamenlijk optrekken. Er is een wekelijks instroomoverleg ingesteld met de GI’s, de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de regio’s waarin we samen oplossingen bedenken zodat de jeugdbescherming zoveel als mogelijk beschikbaar blijft. We merken dat het evenwicht in de veiligheidsketen kwetsbaar is; wanneer een onderdeel van de keten uit evenwicht is, zoals nu met de arbeidsmarktproblematiek, heeft dit een sneeuwbaleffect op de hele keten. Hierdoor kunnen de GI-indicatoren uiteindelijk in het gedrang komen. Dit zorgt voor een hogere caseload voor jeugdbeschermers, waardoor er mogelijk nog meer personeel uitstroomt. We zien het als een gezamenlijke opgave met de gehele veiligheidsketen om hier een plan voor te maken.

Het gaat hier om twee indicatoren: binnen 5 werkdagen na opleggen maatregel heeft het kind een jeugdbeschermer en binnen 6 weken is er een gedragen koers voor de aanpak van de situatie.

2

7

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

Verdere uitwerking

en beschrijving van de maatregelen 1. Verder ontwikkelen van de doorbraakaanpak passende zorg en borgen van de aanpak

9

2. Knelpunten bij het aanbod

15

3. Bovenregionale samenwerking

18

4. Continueren verbeterplannen GI’s

20

5. Bureaucratische belemmeringen wegnemen

24

6. Arbeidsmarkt

27

7. Systeemcondities en landelijk op te lossen knelpunten

29

8. Monitoring en voortgangsbewaking

31

8

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

1. Verder ontwikkelen van de doorbraakaanpak passende zorg en borgen van de aanpak A. Beter benutten van de doorbraakaanpak (korte termijn) Wat is het probleem? De IGJ heeft voor de regio ZW gerapporteerd op basis van de stand per 15 februari 2021, waarbij 124 kinderen niet tijdig passende hulp hebben ontvangen. In de maanden daarna is dit aantal teruggebracht tot 61 kinderen op 15 juni, in de zomer is dit aantal opgelopen naar 76 op 1 september. De regio’s hebben de opdracht om voor deze kinderen per direct passende hulp te regelen, dit sluit aan bij onze ambitie om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. We verwachten dat er meer winst is te halen in de samenwerking en flexibiliteit van aanbieders en bij het ontwerpen van maatwerk voor complexe zorgvragen. Soms leidt maatwerk (op korte termijn) tot extra kosten. Welke belemmeringen zijn al bekend? • Wachtlijsten; analyse van mogelijke oorzaken. • Mandaten en/of doorzettingskracht voor bijvoorbeeld leden van de experttafels zijn niet goed geregeld en/of zijn niet aanwezig, hoe sluiten de gemeenten hier goed op aan. • Contra-indicaties en aannamebeleid van jeugdhulpaanbieders; analyse van de verschillende handelswijzen is nodig. • Onvoldoende maatwerk. • De meldingsbereidheid van de jeugdbeschermers bij de experttafels.

• Gemeenten kunnen administratief en financieel slecht uit de voeten met maatwerk.

9

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

• Onvoldoende integrale samenwerking tussen jeugd- en opvoedhulp, licht verstandelijk beperkte zorg en geestelijke jeugdgezondheidszorg. • Onvoldoende flexibiliteit bij het verlenen van jeugdhulp. • Administratieve handelingen die vertragend werken op de start van de zorg, zoals financiën en woonplaatsbeginsel. Welke oplossingen zien we? • Een goed lopende doorbraakaanpak vraagt om een hechte samenwerking tussen de GI’s, de jeugdhulpaanbieders en de gemeenten. Met de acties in deze paragraaf maken we de samenwerking effectiever zodat we voor meer kinderen dan nu passende oplossingen vinden. • We starten dit proces door met elkaar te bespreken wat we van de verschillende actoren - GI’s, aanbieders, experttafels, gemeenten en inkooporganisaties - verwachten. Ook gaan we actief volgen waar het eventueel klem loopt en voelen we ons betrokken bij het aanpakken van knelpunten. Het uiteindelijke doel is dat er een cultuur en werkwijze ontstaan waarbij jeugdhulpaanbieders dit zelf als vanzelfsprekend gaan oppakken. Door een scherper opdrachtgeverschap vanuit de expertisetafels, de uitleg achteraf en de betrokkenheid van de regio’s bij het oplossen van knelpunten, versterken we de doorbraakaanpak structureel en pakken we de resterende problematiek op korte termijn aan. • We scherpen de opdracht richting de experttafels3 aan.

Van de jeugdhulpaanbieders aan de experttafel verwachten wij dat zij passende hulp regelen. De benadering daarbij is “regel het, of leg uit”. De deelnemers aan de experttafel committeren zich hieraan. De deelnemers aan deze tafel zorgen er ook voor dat zij mandaat hebben om namens hun organisatie afspraken te maken en de oplossing intern in de organisatie indien nodig verder te brengen. • De definities voor “passend’’ en ‘’tijdig’’ worden met elkaar overeengekomen en vastgelegd. • Voortdurende aandacht bij de GI’s zodat jeugdbeschermers melden bij de experttafels bij vastlopende casuïstiek. • Als het niet tot een passende oplossing komt, geven de jeugdhulpaanbieders uitleg aan vertegenwoordigers van gemeenten waarbij bij voorkeur wordt aangesloten op een bestaand overleg4. Hierbij denken wij aan de directeuren sociaal domein, maar dit kan per regio verschillen, afhankelijk van de structuren. In HR is op 22/9 besloten om een experttafel in te gaan stellen. In de andere drie regio’s is al langer per regio een experttafel in werking. 4 Bijvoorbeeld de stuurgroep die de doorbraakaanpak aanstuurt aangevuld met vertegenwoordigers van gemeenten of een bestaande ontwikkeltafel. Dit kan per regio verschillen. 2

10

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

Als de uitleg niet overtuigend is, kan de gemeentelijke vertegenwoordiger de casus terugverwijzen naar de experttafel. Hierdoor komt beter in beeld welke kenmerken de afgewezen casuïstiek heeft. • Naast deze aanpak per casus vragen we de experttafel ook op geaggregeerd niveau informatie over alle vastgelopen casuïstiek te overleggen aan de regio’s. We vragen de aanbieders om deze informatie te analyseren en te rubriceren zodat we in samenspraak komen tot gerichte acties om passende hulp voor de jeugdigen te realiseren en de werking van de doorbraakaanpak te verbeteren. • Gemeenten en/of inkooporganisaties faciliteren de experttafel door het gesprek te organiseren met de aanbieders en de GI’s en oplossingen of werkwijzen bedenken. Dit gebeurt ook met aanbieders die niet aan de experttafel zitten. • Hiermee werken we aan de volgende resultaten: - Aanbieders stellen zich flexibel op en werken beter samen waardoor zij meer kinderen wél kunnen helpen i.p.v. het afgeven van een contra-indicatie. - Aanbieders puzzelen indien nodig net zo lang door tot er maatwerk is voor kinderen met een zeer complexe en/of zware problematiek. - We vragen aanbieders wat er nodig is om effectiever, resultaatgerichter en op maat te werken en stimuleren hen daarbij om creatieve oplossingen te bedenken.

• Gemeenten gaan het mogelijk maken om in meer situaties maatwerk te declareren en belonen aanbieders passend als zij voor complexe gezinnen maatwerk leveren. • Analyse van de casuïstiek waarbij een contra-indicatie aan de orde is, dit om scherp te krijgen wat de inhoudelijke redenen van een contra-indicatie zijn en vooral te kijken wat er wél aan hulpverlening mogelijk is. • Alle bovenstaande acties vinden plaats per jeugdhulpregio omdat de doorbraakaanpak en de bijbehorende werkprocessen op dat niveau zijn ingericht. Aanvullend leren we op bovenregionaal niveau van elkaars aanpak door het uitwisselen van good practices en door aandacht te hebben voor waar het vastloopt en waarom. Wat kunnen wij daarvoor bedenken? We onderzoeken of wij bij het inrichten van een dergelijk leer- en werkverband kunnen aansluiten op bestaande structuren, zoals het BREN. Wat gaan we doen? • We zorgen voor een betere benutting van de doorbraakaanpak. In eerste instantie doen we dit per regio omdat op dat niveau de aanpak is georganiseerd.

11

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

• De betrokkenen bij de doorbraakaanpak analyseren de dossiers van de jeugdigen die nog steeds op passende hulp wachten grondig. Specifieke patronen in de dossiers gaan wij bespreken met de GI’s en de experttafels en/of andere betrokkenen bij de doorbraakaanpak. • We vragen de cijfers m.b.t. de doorbraakaanpak in de periode van het verscherpt toezicht maandelijks op. Deze cijfers volgen we actief en zo houden we de vinger aan de pols of de doorbraakaanpak inderdaad succesvoller is in de loop van de komende periode.

B. Leren en doorontwikkelen doorbraakaanpak (lange termijn) Wat is het probleem? • De experttafels zijn werkzaam in drie regio’s maar worden nog niet altijd tijdig en optimaal benut. In de regio Holland Rijnland is de experttafel net ingesteld. • Ervaringen met diverse tafels, zoals de expert- zorglogistiek- en verblijfstafel: geen mandaat en gezamenlijk gevoelde verantwoordelijkheid om voor alle jeugdigen passende hulp te vinden. Daardoor zeggen aanbieders nog te vaak ‘nee’. • Nog niet alle aanbieders zijn betrokken. Welke belemmeringen zien we? Belemmeringen die jeugdbeschermers ervaren bij de zoektocht naar passende zorg en waarbij maatwerk wordt gesuggereerd: • • • • •

Personeelstekort bij de jeugdhulpaanbieder. Financiën en beperking van stapelen van jeugdhulp. Tekort aan stenen (onvoldoende verblijfshulp beschikbaar). Geen inhoudelijke match tussen vraag en aanbod. “Vast blijven zitten” met moeilijk (over)plaatsbare jeugdigen.

Welke oplossingen zien we? • Vroegtijdig beschikbaar stellen van kennis en expertise, zoals de zorgcoördinator van de GI, waardoor jeugdbeschermers tijdig naar passende alternatieven kunnen uitwijken. • Duidelijke mandaten bij bijvoorbeeld de experttafels. • Duidelijke spelregels voor zowel aanbieders als gemeenten en GI’s waaraan zij zich committeren.

12

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

• Na het uitwerken van bovenstaande drie acties: het ontwikkelen van een bovenregionale route waarin duidelijk is, wanneer de GI’s contact opnemen met de experttafels en aanhaken op de BREN. • We leren daarbij van hoe wij, als opdrachtgevers, eerst per regio en later wellicht bovenregionaal een effectievere werking van de doorbraakaanpak kunnen regelen waardoor er geen jeugdigen meer tussen wal en schip vallen. De ambitie is daarbij meer casuïstiek door de jeugdbeschermer zelf te laten oplossen, eventueel met inzet van een zorgcoördinator. Door goede voorbeelden van de experttafel breder toepasbaar te maken, kan de jeugdbeschermer hiervan gebruik maken. Idealiter is er in de toekomst geen doorbraakaanpak meer nodig: maatwerk wordt regulier. • Voor de lange termijn zullen wij via transformatiegesprekken -bijvoorbeeld aan ontwikkeltafels- contractuele afspraken aanpassen. Dit kan leiden tot herzieningen in de contracten. Wij spreken aanbieders vervolgens aan op het bieden van maatwerk, samenwerking en flexibiliteit in aannamebeleid van cliënten. Wat gaan we doen? • Leren van elkaar: delen van successen, creatieve oplossingen. • Delen van de knelpunten, gezamenlijk oplossingen bedenken. • De uitvoering, de aanbieders, de GI’s, de gemeenten en de inkooporganisaties betrekken. • Vaststellen welke onderwerpen we bovenregionaal gaan uitwerken (n.a.v.

gesprekken van de IGJ met de regio’s). Planning 1a en 1b • Nu: analyseren van de dossiers waarop nog geen doorbraak is gerealiseerd en de patronen uit de dossiers delen met betrokkenen doorbraakaanpak om zo tot oplossingen te komen. • September-oktober: Verder vormgeven van de doorbraakaanpak per regio. • Oktober-november: Opleveren en delen van de regionale inzichten op de verschillende onderdelen van de doorbraakaanpak. • November-december: Vaststellen welke elementen we gezamenlijk (bovenregionaal) gaan oppakken en doorontwikkelen. • Februari 2022: Besluitvorming regionaal en bovenregionaal. • Maart-april 2022 (e.v.): Implementatie.

13

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

c. Borgen door duurzame financiering en een vaste plek in het werkproces We financieren de doorbraakaanpak duurzaam in de jeugdhulpregio’s en borgen deze daarmee. De GI’s, jeugdhulpaanbieders, experttafels, inkooporganisaties en gemeenten gaan afspreken dat de doorbraakaanpak een reguliere plaats in het werkproces heeft. Planning: vanaf 2023

14

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

2. Knelpunten bij het aanbod Wat is het probleem? (Bron: Inspectierapport juli 2021, analyse ontbrekend zorgaanbod en rapportage Doorbraakaanpak JB West: • Wachtlijsten voor gezinshuizen, jeugd-(S)GGZ, ambulante jeugdhulp en forensische jeugdhulp, groepsdagbehandeling (SGGZ), residentiële voorzieningen; voor kinderen vanaf 12 jaar met complexe gedragsproblemen en met LVB-problematiek. • Het hulpaanbod voor complexe scheidingen is onvoldoende effectief. • Behoefte aan specifiek (nieuw) aanbod: - Passende 3 milieus voorziening LVB ontbreekt. - Een locatie waar jeugdigen met voogdijmaatregel voor langere tijd kunnen opgroeien in de buurt van hun sociale netwerk. - Woonvormen (met begeleiding) voor jongeren op de grens van 18 jaar. - Een opname waar ouders samen met kinderen verblijven waarbij de behandelaars werken aan het doorbreken van patronen en het creëren van een duurzame veilige opvoedsituatie thuis. - Specialistische voorzieningen (zoals ASS, eetstoornissen, forensische zorg); deze voorzieningen zijn ook niet 1-2-3 op te richten. Welke belemmeringen zien we? • Er zijn onvoldoende mogelijkheden voor doorstroom uit residentiële voorzieningen, groepsdagbehandeling (SGGZ) etc.

15

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

• De transformatie van JeugdzorgPlus verloopt stroef. De doorontwikkeling naar kleinschalige voorzieningen en de realisatie van ambulante alternatieven verloopt traag. • De samenwerking met de zorgkantoren is soms moeizaam. N.B. Het rapport van de IGJ veronderstelt een bepaalde maakbaarheid, waardoor er altijd oplossingen voorhanden zouden zijn. Maar bijvoorbeeld het realiseren van nieuwe residentiële kleinschalige voorzieningen vraagt soms veel tijd en inzet van capabele en gemotiveerde mensen, bijvoorbeeld voor het beschikbaar krijgen van vastgoed, maar ook voor het vormen van een team. Welke oplossingen zien we? • Samen met verwijzers en aanbieders per regio een analyse maken over de achtergronden van ontbrekend aanbod en welke oplossingen dat vraagt. Betrek daarbij het aanbod bij complexe scheidingen. • Hierin brengt iedereen regio een prioritering aan volgens eenzelfde format waarin ook opgenomen welke oplossingen er zijn en wie daarvoor verantwoordelijk is. • Geef het vraaggericht inroepen van jeugdhulp een plaats. Hoe smarter de GI de vraag neerlegt, hoe beter de aanbieder er op kan inspelen. • Het inschakelen van het bovenregionaal expertisenetwerk (BREN), waarin consultatie en advies, het organiseren van hulp en leren en kennisdelen samenkomen.

In dit geval is bovenregionaal waarschijnlijk ook provinciaal (Zuid-Holland) samen met de regio Rijnmond, waar het de meest specialistische vormen van hulp betreft. Wat gaan we doen? • Op basis van de regionale inventarisatie besluiten nemen over de oplossingen voor de lacunes in het aanbod op regionaal niveau. • We bepalen aan de hand van de regionale inventarisaties welke lacunes we op bovenregionaal niveau gaan oppakken en schakelen daarbij het BREN in. • Dilemma’s delen over schaarste: als regio’s met elkaar, met aanbieders, ouders en ervaringsdeskundigen. Breder kijken naar wat er nodig is. • Strategische partners bovenregionaal uitnodigen en gezamenlijk het gesprek aangaan over: wat zijn de belemmeringen (organisaties, systeem, regio etc.), maar vooral wat is er wél mogelijk? Hoe kunnen we belemmeringen oplosen? Wie staat daarvoor

16

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

aan de lat? Waar lukt de samenwerking wel? Aanbieders daarbij aanspreken op hun verantwoordelijkheid; idem voor gemeenten. • Zorgen voor een duidelijkere governance en mandaat in de bovenregionale samenwerking (o.a. in de verschillende projecten die er zijn zoals bij JeugdzorgPlus). N.B. Dit is deels een lange termijn oplossing, waarbij we de landelijke ontwikkelingen afwachten. Wel kijken wij naar het mandaat voor bijvoorbeeld de deelnemers aan de werkgroepen JeugdzorgPlus, zodat we daar op de kortere termijn wel sneller een heldere governance en mandaat realiseren. Planning Half november: Opleveren regionale inzichten (volgens een format). Eind november-half december: Bepalen wat we n.a.v. de inzichten bovenregionaal gaan oplossen. Januari-februari: Besluitvorming per regio over lacunes in het aanbod. Maart-april: Bovenregionale besluitvorming over lacunes in het aanbod.

17

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

3. Bovenregionale samenwerking Wat is het probleem? Het probleem was dat tarieven en verantwoordingseisen verschilden in de regio’s. Wat is de oplossing? Op het gebied van tarieven en verantwoordingseisen werken wij al bovenregionaal samen met betrekking tot GI’s met de volgende resultaten: • Verbeterplannen zijn ingediend voor de hele regio en financiering is bovenregionaal afgestemd. • De tarieven zijn geharmoniseerd. • De verantwoordingseisen zijn uniform. Welke belemmeringen zien we? Als we bij de onderwerpen in dit plan van aanpak hebben bepaald wat we per onderwerp bovenregionaal oppakken, vullen we deze paragraaf aan. Wat gaan we doen? • Tarieven blijven de komende jaren geharmoniseerd. • Verbeterplannen zetten we door in 2022 (zie ook punt 4.). • We inventariseren bij welke werkprocessen bovenregionale harmonisering gewenst is.

18

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

• We bezien of we de werkwijze van inkoop van niet gecontracteerd zorgaanbod kunnen harmoniseren. Planning: December: Inzicht welke zaken op bovenregionaal niveau spelen. Januari-half februari 2022: Uitwerken hoe we bovenregionaal vorm hieraan geven. Begin maart 2022: Besluitvorming op bovenregionaal niveau.

19

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

4. Continueren verbeterplannen GI’s Wat is het probleem? De regio’s Haaglanden, Midden Holland en Holland Rijnland hebben begin 2020 aan de drie GI’s gevraagd om een verbeterplan in te dienen. Aanleiding hiervoor was de hoge caseload van en werkdruk bij jeugdbeschermers en daardoor een groot verloop van personeel. Het doel van het verbeterplan is om te investeren in de kwaliteit van de GI’s; de basis op orde en meer tijd voor de gezinnen. Daarmee voldoen de regio’s aan de caseload norm van 20145. JB West heeft in april 2020 een verbeterplan ingediend dat is goedgekeurd door de drie regio’s voor de periode juli 2020 tot februari 2022. Belangrijke elementen in het plan zijn: • Meer tijd en aandacht voor de gezinnen door ondersteuning en coaching van de jeugdbeschermers (gemiddeld 15 minuten meer tijd per maatregel). • Ondersteuning van de jeugdbeschermers door de inzet van zorgcoördinatoren voor toeleiding naar en het vinden van passende hulp; vooral ook voor de jeugdigen in de doorbraakaanpak. • Inzet van teamondersteuners die administratieve taken uit handen nemen. • Verlaging van de caseload van de jeugdbeschermer, waardoor deze minder werkdruk ervaart.

zie https://vng.nl/sites/default/files/nieuws_attachments/2014/201406-normenkader-_gecertificeerde-instellingen-_ jeugdbescherming-jeugdreclassering.pdf en https://vng.nl/files/vng/20160106_brochure_factsheet_over_tarieven_voor_ jbjr_2014.pdf).

5

20

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

JB West heeft hiervoor 24 fte extra jeugdbeschermers en ondersteunende jeugdbeschermers voor de drie regio’s aangesteld. De financiële bijdrage van de regio’s hiervoor was ruim 2,5 miljoen euro: een totaalbedrag voor de periode van 2020 tot december 2021. Door deze investeringen is het ook gelukt om aan de wettelijke norm te voldoen dat elk kind binnen vijf werkdagen na een uitspraak van de kinderrechter een jeugdbeschermer krijgt toegewezen. Daarnaast hadden we in regio ZW te maken met verschillende tarieven voor de GI’s. Deze zijn m.i.v. 2021 geharmoniseerd in regio ZW verband en we indexeren deze vanaf 2022 (zie paragraaf 3). Wat gaan we doen? We blijven in de regio ZW gemeentelijke middelen vrijmaken voor kwaliteitsverbeteringen bij de GI’s, o.a. voor caseloadverlaging en andere investeringen om de basis op orde te krijgen. Hierbij heeft ook regio Zuid-Holland Zuid aangegeven om per 2022 middelen vrij te maken. • We continueren het verbeterplan van JB West. • We maken deze investeringen ook mogelijk voor het Leger des Heils (LdH) en de WSS. • We voldoen op deze manier aan de normen voor de caseload voor GI’s. Welke belemmeringen zien we? • Het LdH en de WSS zijn in eerste instantie niet op de uitnodiging van de gemeenten tot het indienen van een verbeterplan ingegaan. Het LdH heeft in het voorjaar van 2021 alsnog een verbeterplan ingediend.

• De WSS had in eerste instantie een landelijk verbeterplan ingediend dat niet is opgepakt. Dit werd veroorzaakt door onduidelijkheid in de rolverdeling tussen de VNG en de jeugdbeschermingsregio’s waar het gaat om landelijk werkende GI’s. Vervolgens heeft de regio ZW de WSS gevraagd om een verbeterplan in te dienen. De WSS heeft besloten om geen verbeterplan in te dienen. In juli 2021 heeft de WSS aangegeven toch een verbeterplan te willen opstellen. Het concept verbeterplan van de WSS is vervolgens op 16 augustus 2021 ingediend bij de regio ZW. • De arbeidsmarkt is erg krap op dit moment, zeker voor jeugdbeschermers in de Randstad. • Gemeentelijke middelen voor jeugdhulp staan onder druk ondanks de extra financiële middelen die gemeenten van het Rijk gaan ontvangen.

21

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

Welke oplossingen zien we? • We blijven investeren in kwaliteitsverbeteringen in de GI’s, financieel gezien, maar ook in de versterking van de jeugdhulpketen. • Met investeringen in de verlaging van de caseload zijn de GI’s een aantrekkelijkere werkgever, ontstaat er perspectief op de werkvloer en versterken zij hun positie op de arbeidsmarkt. • We werken in partnerschap samen met de GI’s. Planning Korte termijn, september tot en met december 2021: • We monitoren periodiek de (tussen)resultaten van de caseloadverlaging van JB West. • We zetten het verbeterplan en de caseloadverlaging van JB West voor de regio ZW voort in 2022. Hiervoor is bestuurlijke besluitvorming in het najaar van 2021 in de regio ZW voorzien. We brengen de verbeterplannen van het LdH en de WSS en de verlenging van het verbeterplan JB west in het najaar van 2021 in de route voor bestuurlijke besluitvorming in regio ZW. • We bespreken met de GI’s welke andere mogelijkheden er zijn om de basis op orde te krijgen en om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen nu de arbeidsmarkt zo krap is. We leggen de afspraken vast in een addendum bij de overeenkomsten met de GI’s. N.B. Door de krapte op de arbeidsmarkt, met name in de jeugdbeschermingsketen, is er een risico dat het de GI’s niet lukt om voldoende (gekwalificeerd) personeel binnen te halen.

Langere termijn, 2022 – 2026: • We stemmen mogelijkheden af tot verdergaande gezamenlijk inkoop van de diensten van de GI in de regio ZW. • We gaan met de GI’s regionaal in gesprek over hoe we het samenwerken in partnerschap en de dialoog over en weer kunnen versterken. We brengen de uitkomsten van deze gesprekken samen in regio ZW verband en leren daarbij van elkaar. • We werken op het inhoudelijke dossier van jeugdbescherming in regio ZW verband verder met elkaar samen en gaan bezien of we een bovenregionaal ambitiedocu-

22

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

ment over de jeugdbescherming en jeugdreclassering opstellen. Hierin nemen we o.a. de gewenste beweging naar 0 uithuisplaatsingen en het voorkomen van lang wachten op jeugdhulp op. We betrekken hierin ook het cliëntperspectief van de ouders en de jeugdigen. We sluiten hierbij aan bij de diverse lopende initiatieven in de regio’s ten aanzien van samenwerking in de jeugdbeschermingsketen, zoals bijvoorbeeld Beter Samenspel. • We bespreken met de betrokken partijen wat er nodig is om tot verdergaande verbetering van de jeugdbeschermingsketen te komen. Dit bezien we ook in het kader van het landelijke traject (toekomstscenario) om te komen tot Regionale Veiligheidsteams, in samenwerking tussen de lokale teams, de GI’s, Veilig Thuis (VT) en de RvdK. Dit kan ook onderdeel van het bovenregionale ambitiedocument worden.

23

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

5. Bureaucratische belemmeringen wegnemen Wat is het probleem? De IGJ benoemt in de rapportages dat GI’s belemmeringen ervaren bij het inzetten van jeugdhulp. Zo vindt er regelmatig overleg plaats met de gemeente. Dit overleg is er primair op gericht om te weten welke jeugdhulp door de gemeente is gecontracteerd en anderzijds dat de gemeente als financier dient te weten welke jeugdhulp de jeugdbeschermer nodig vindt. Een goede samenwerking op casusniveau tussen GI’s en de gemeente is belangrijk zodat de aanbieders tijdig passende hulp kan inzetten. Het administratieve en bureaucratische proces mag daarin niet vertragend of belemmerend werken of ertoe leiden dat hulp aan een jeugdige laat of niet wordt ingezet. De werkwijzen binnen de regio ZW verschillen van elkaar en kunnen ook binnen een regio van elkaar verschillen. Wat gaan we doen? • Inzichtelijk maken welke belemmeringen er zijn • Per regio/per gemeente • Per onderdeel, zoals het woonplaatsbeginsel, de overgang 18-/18+ etc. • Bovenstaande knelpunten bovenregionaal agenderen met betrokkenen in themabijeenkomsten; hierin staat het leren van elkaar centraal. Welke knelpunten zijn er? Welke oplossingen zijn al bedacht?

24

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

• Zijn er mogelijkheden om werkwijzen met elkaar bovenregionaal af te stemmen en te harmoniseren zoals het woonplaatsbeginsel, de inhoud van een bepaling etc. • Concrete afspraken maken, vastleggen in routekaarten en communiceren. Welke belemmeringen zien we? • • • • •

Grensproblemen tussen gemeenten; Verandering van woonplaatsbeginsel; Stelselovergang bij het bereiken van het 18e jaar; Verschillende aanmeldroutes voor aanbieders; Verschillende (landelijke en regionale) administratieve processen bij gemeenten.

Welke oplossingen zien we? • Onderzoeken welke gemeenten wel of geen last hebben van bovenstaande aandachtspunten; wat kunnen we hierin leren van elkaar? • Routes vereenvoudigen daar waar nodig. • Zorgen voor heldere informatie over regelgeving en wat wél mogelijk is zoals verlengde jeugdhulp, informatie over het woonplaatsbeginsel, etc. voor de GI’s en gemeenten. • Bovenregionaal gecontracteerde aanbieders verzoeken om gebruik te maken van één aanmeldformulier. • Regionale routekaarten maken bij veelvoorkomende administratieve handelingen zoals het opstellen van een bepaling. • Onderling afspraken maken over de afhandeling van wijziging in het woonplaatsbeginsel. • Lijst met contactpersonen maken zodat er snel gehandeld kan worden als een probleem zich voordoet. Planning: • 15 november: Per regio is inzichtelijk wat de knelpunten zijn. • Begin december: Beoordelen welke knelpunten en werkprocessen we bovenregionaal oppakken.

25

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

• December-februari: de regionale knelpunten/werkprocessen van een oplossing voorzien en leiden tot besluitvorming. • Maart-mei: implementeren van oplossingen voor regionale knelpunten/ werkprocessen. • December- maart: de bovenregionale knelpunten/werkprocessen van een oplossing voorzien en leiden tot besluitvorming. • April-juni: implementeren van oplossingen voor bovenregionale knelpunten/ werkprocessen.

26

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

6. Arbeidsmarkt Wat is het probleem? De jeugdhulpsector kampt, mede vanwege een slecht imago, met een toenemende krapte op de arbeidsmarkt. De jeugdbescherming heeft grote moeite om (ervaren en gekwalificeerd) personeel te vinden en binnen te houden. Het werk is zwaar, kent grote verantwoordelijkheden en heeft grote impact op de jeugdbeschermer als persoon door het van overheidswege (zwaar) ingrijpen in opvoedingssituaties. Wellicht is een systeem van job-rotatie (carrousel) tussen GI’s en/of met aanpalende organisaties (RvdK, VT, lokale teams) een idee om de functie in het veiligheidsdomein meer divers en afwisselend in zwaarte te maken. De uitstroom zou wellicht hierdoor kunnen teruglopen omdat de continue druk op de JB-er vermindert. Het imago van de JB-er/jeugdzorgwerker zou via een meer wisselende en roterende functie in het veiligheidsdomein kunnen verbeteren. Ook de opleidingen kunnen bij het plan betrokken worden voor wat betreft de werving en ideeën voor job-rotatie. Wat gaan we doen? • Actief aansluiten op wat landelijk gebeurt. Gemeenten hebben weinig instrumenten om hierop te sturen en zijn in belangrijke mate afhankelijk van wat het Rijk hierop kan verbeteren. In de brief van 5 juli jl.

heeft het kabinet aangegeven met alle betrokken partijen voor de jeugdbescherming te willen verkennen waar nog extra mogelijkheden zijn om de arbeidsmarktproblematiek aan te pakken. Het kabinet informeert hierover de Tweede Kamer in september. Wij zien met veel belangstelling de uitkomsten van deze verkenning tegemoet. Het (verouderde) functieprofiel van de jeugdbeschermer is daarbij van belang, in de praktijk is te zien dat medewerkers van de lokale teams vaak dezelfde beloning ontvangen als de jeugdbeschermer.

27

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

Er is aanleiding om het functieprofiel te actualiseren, afweging daarbij is wel dat in het Toekomstscenario Kind- en Gezinsgerichte bescherming een geheel andere werkwijze van de jeugdbescherming beschreven wordt in de zogeheten regionale veiligheidsteams. • We vragen de GI’s om gezamenlijk tot een concreet plan te komen voor het arbeidsmarktprobleem voor de korte en langere termijn en hier ook VT, de RvdK en eventueel lokale teams bij te betrekken, inclusief voorstellen van de GI’s over een vernieuwd functieprofiel voor de Jeugdbeschermers. We maken nog een afweging of we dat op bovenregionaal niveau doen. In dit verband noemen we de Campus Gouda waarbij gemeenten en Hogescholen met bedrijven en zorginstellingen opleidingen voor starters en zij-instromers en stageplekken aanbieden in een duurzame en innovatieve omgeving.

28

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

7. Systeemcondities en landelijk op te lossen knelpunten Wat is het probleem? • De wachtlijsten van de RvdK: - We hebben te maken met lange wachttijden bij de RvdK. - Hierdoor blijven veel gezinnen met veiligheidsissues lang in een vacuüm. - Er is formatie toegevoegd, maar vooralsnog geen verbetering te zien. • Jeugdigen zitten vaak vast op een verblijfplek, hebben te maken met woningtekorten waardoor de doorstroom vanuit jeugdhulpvoorzieningen stagneert: - Bij toenemende vraag naar bijzondere woonvormen/gezinsvormen voor jeugdigen die uit de jeugdzorg komen. - Bij doorstroming van jongeren uit pleeggezinnen. - Bij doorstroming uit studentenwoningen etc., hetgeen ook drukt op de markt. • Aansluiting met volwassen GGZ ontbreekt, maar is wel nodig: - Informatie delen tussen jeugdbescherming en volwassen GGZ. - Samenwerken aan één plan. - Zicht op psychiatrische problematiek bij ouders die van invloed is op opvoeding van de kinderen en hierop snel en outreachend inzetten. - Jeugdbeschermers kunnen niet verwijzen naar volwassen GGZ. • Overgangen tussen stelsels vormen een drempel: - Door- en uitstroom van (gesloten) jeugdhulp naar voorzieningen begeleid of beschermd wonen; o.a. Regionale Instelling voor Beschermende Woonvormen (RIBW) en jongerenhuisvesting.

29

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

- Uitstroom; bijvoorbeeld vanuit Kinderdagcentra (KDC’s) naar (speciaal) onderwijs, men is anderhalf tot twee jaar van tevoren bezig met een aanmelding. - Overgang naar Wet langdurige zorg (Wlz) is een struikelblok: dit is een landelijk probleem; de Wlz indicatie is star: geen inhoudelijke matching, maar indicatie op basis van “het plaatsen van vinkjes”: discrepantie tussen het kijken naar mogelijkheden, het ontwikkelperspectief in de Jeugdwet en ontwikkelbelemmeringen die aangetoond moeten worden voor toegang tot de Wlz. De instroomleeftijd schuift steeds verder op. Welke oplossingen zien we? De gemeenten in onze jeugdhulpregio’s kunnen een aantal van deze problemen niet oplossen omdat dit buiten onze beïnvloedingssfeer ligt. Hier vragen we in de gesprekken met de ministeries van VWS en JenV aandacht voor gevraagd. Woningtekorten/doorstroom vanuit jeugdhulp: • Maak uitstroomprofielen voor jongeren en bespreek dit met gemeenten, woningcorporaties, GI’s en zorgaanbieders (Voorbeeld: https://voordejeugd.nl/praktijkvoorbeelden/van-geen-plek-naar-eigen-stek/). Aansluiting met volwassen GGZ ontbreekt, maar is wel nodig: • Hiervoor wordt landelijk aandacht gevraagd. • Betekent vertraging in zicht op veiligheid in gezinssystemen. • Vraagt om afstemming met zorgverzekeraar en GGZ-volwassenen.

30

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

8. Monitoring en voortgangsbewaking De monitoring van de situatie van de jeugdbescherming tijdens het verscherpt toezicht houdt in dat we maandelijks de volgende gegevens opvragen: • Het aantal kinderen dat binnen vijf werkdagen geen jeugdbeschermer heeft. • Het aantal kinderen waarvoor binnen zes weken geen gedragen koers is vastgesteld. • Het aantal kinderen dat niet tijdig passende jeugdhulp ontvangt (uiterlijk binnen 3 maanden). Na de periode van het verscherpt toezicht vindt de monitoring ieder kwartaal plaats. Om de voortgang van dit plan van aanpak te bewaken is een uitvoeringsplan opgesteld. In dit uitvoeringsplan is bij elke actie de eigenaar, de activiteit, het resultaat en de planningsdatum benoemd. Via een stoplichtmodel monitoren we de realisatie van de acties, hetgeen als basis kan dienen voor de rapportage aan het Rijk.

31

Plan van aanpak jeugdbeschermingsregio Zuidwest

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=43fa3440-32ae-4442-927e-801c37557d3a