CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 010 Voortgang Kerkenvisie (incl. bijlagen).pdf

Gemeenteraad Voorschoten 3 februari 2022, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrieven van het College van B&W6.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatiebrief Zaaknummer: Documentnummer: Datum: Onderwerp: Portefeuillehouder: Bijlage(n):

Z /21/055741 285189 dinsdag 25 januari 2022/verzonden 26 januari 2022 Voortgang Kerkenvisie Wethouder Cramwinckel 1. Kerkenvisie verslag verkenningsfase en plan van aanpak ontwerpfaseplan; 2. Samenvatting; 3. Handelingskader bij functieverbreding, -verandering en herbestemming; 4. Overzichtslijst van het religieus erfgoed (stand van zaken januari 2022).

Geachte Raad,

Met deze brief informeren wij u over de voortgang van het project “Kerkenvisie, de toekomst voor religieus erfgoed”. In maart 2021 is besloten om samen met de gemeente Wassenaar het project “Kerkenvisie, de toekomst voor religieus erfgoed” te gaan uitvoeren. Hierin wordt uit oogpunt van efficiëntie samen opgetrokken en hiervoor is een decentralisatie-uitkering aangevraagd. Beide gemeenten ontvingen € 25.000, zodat een gezamenlijk budget van € 50.000 beschikbaar is voor het uitvoeren van dit project. Met het project Kerkenvisie zet de gemeente op een rij wat er speelt en wat belangrijk is. Dit doet de gemeente samen met de eigenaren, gelovigen en adviseurs. Kerken zijn al eeuwenlang belangrijk in ons dorp. Maar tijden veranderen en de positie, rol en betekenis van kerken in de dorpen verandert ook. Het is belangrijk om afspraken te maken over hoe we deze monumentale gebouwen en hun interieurs een toekomst kunnen geven. Het kerkenvisieproject is in oktober 2021 van start gegaan. In januari 2022 is de verkennende fase afgesloten en nu wordt gestart met de ontwerpfase van de kerkenvisie, zoals beschreven in de bijlage 1. We hebben het plan van aanpak voor deze fase vastgesteld en ook besloten om tijdens het proces te gaan werken met een handelingskader (bijlage 3).

Met het handelingskader wordt vastgelegd hoe er tijdens het Kerkenvisieproject omgegaan wordt met functieverbreding, -verandering en herbestemming van religieus cultureel erfgoed. Het kader biedt houvast voor de betrokkenen, specifiek voor lopende zaken rond nieuwe functies en herbestemmingen. Hiermee ligt de houding vooraf vast ten opzichte van dit erfgoed en is voorspelbaar welke maatwerkeisen er binnen een opgave liggen. Het kan een katalysator zijn voor lopende én nieuwe zaken en een impuls geven aan de dialoog over de omgang met het erfgoed.

Pagina 1 van 2

Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

A. R. de Graaf, gemeentesecretaris

drs. N. Stemerdink, burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 2 van 2

KERKENVISIE: DE TOEKOMST VAN HET RELIGIEUS ERFGOED VAN WASSENAAR EN VOORSCHOTEN

BIJLAGE 1 KERKENVISIE: DE TOEKOMST VAN HET RELIGIEUS ERFGOED VAN WASSENAAR EN VOORSCHOTEN VERSLAG VAN DE VERKENNINGSFASE VAN HET PROJECT EN PLAN VAN AANPAK VOOR HET OPSTELLEN VAN DE KERKENVISIE Probleemstelling Kerkenvisie Veel gebedshuizen verliezen hun functie of hun functionaliteit door veranderingen in het geloofslandschap en in de samenleving. Kerken worden te klein of juist te groot, te duur in onderhoud, zijn niet geschikt voor energietransitie, te historisch beladen voor jonge gemeenschappen die hun eigen geloofsidentiteit hebben, etc. De meeste kerkgebouwen moeten daarom een transitie doormaken om toekomstbestendig te kunnen worden. Kerken zijn niet alleen stedenbouwkundige ankerpunten in de dorpen, maar ook sociaal-emotionele ankerpunten voor de inwoners. Bij deze transitie moet daarom niet alleen zorggedragen worden voor het behoud van de historische waarden, maar ook voor het behoud van sociaalmaatschappelijke waarden. Het project Kerkenvisie adresseert dit probleem en schept tijd en aandacht om hiervoor een gezamenlijke visie op te stellen. Projectfasering In maart 2021 is in Wassenaar en Voorschoten besloten om de Kerkenvisie te gaan uitvoeren, hierin uit oogpunt van efficiëntie samen op te trekken en hiervoor een decentralisatie-uitkering aan te vragen. Beide gemeenten ontvingen voor het opstellen van een kerkenvisie € 25.000.

De basis voor de tweede fase, de verkenning, ligt in deze besluiten en in een bestuurlijke memo van juli 2021 waarin de aanpak voor deze fase wordt beschreven. In deze startnotitie is voorgesteld om in januari/februari 2022 de uitkomsten van de verkennende fase te presenteren, om zodoende nog in het eerste kwartaal met de volgende fase te kunnen starten. Op basis hiervan is de verkennende definitiefase van het kerkenvisieproject in Wassenaar van start gegaan. In oktober startte dit traject ook in Voorschoten. In januari 2022 wordt deze fase afgesloten en wordt, na bestuurlijke besluitvorming, gestart met de ontwerpfase van de kerkenvisie. Deze fase is gepland tot en met het najaar van 2022. Daarna volgt het vaststellen van de visie en kan de uitvoering beginnen. Leeswijzer Dit document bestaat uit drie delen: 1. Beknopte beschrijving van doel, context en beoogd resultaat van de Kerkenvisie; 2. Verslag van de verkennende fase: met wie is gesproken, wat zijn de belangrijkste uitkomsten van de gesprekken en wat kan hieruit geconcludeerd en geadviseerd worden? 3. Plan van aanpak voor ontwerpfase met een globaal tijdspad en begroting.

Daarnaast zijn in bijlagen opgenomen: ➢ een inhoudelijke samenvatting van het project (bijlage 2); ➢ een voorstel voor een handreiking/afspraken bij functieverbreding, -verandering en herbestemming (handelingskader, bijlage 3); ➢ de overzichtslijst van het religieus erfgoed (stand van zaken januari 2022, bijlage 4). 1. Beschrijving van doel, context en beoogd resultaat van de Kerkenvisie Doel van de Kerkenvisie

KERKENVISIE: DE TOEKOMST VAN HET RELIGIEUS ERFGOED VAN WASSENAAR EN VOORSCHOTEN

De Kerkenvisie dient een onderlegger te bieden voor de omgang met de transitie om toekomstbestendig te worden. De visie is een leidraad voor alle betrokkenen die bewust maakt van de waarden, de transitie-opgave en de problemen, maar ook oplossingen biedt, of ten minste houvast bij en een breed draagvlak voor de omgang met het vraagstuk. Context van de opgave

Religieus erfgoed maakt deel uit van het collectieve geheugen van Wassenaar en Voorschoten. Het is letterlijk en figuurlijk verankerd in de dorpen. Het is een van de belangrijkste typen erfgoed. Het belang van de kerken is veel groter dan enkel het geloofsbelang. Er ligt voor de overheid een wettelijke opgave om voor dit erfgoed te zorgen en te faciliteren dat mensen kennis kunnen (blijven) nemen van dit erfgoed. Deze zorgplicht vloeit voort uit de Erfgoedwet en de Omgevingswet en bestaat naast de instandhoudingsplicht die de eigenaar voor dit cultureel erfgoed heeft. Deze opgave heeft niet alleen te maken met fysiek behoud van de gebouwen. Het is een veel bredere opgave die ook te maken heeft met de sociale agenda, toegankelijkheid en educatie. De sociaal-maatschappelijke en immateriële meerwaarde van dit erfgoed kan een rol spelen bij thema’s als het versterken van burgerschap, identiteit, pluriformiteit en een inclusieve samenleving. Het principe van beschermen en doorgeven van kennis (verhalen) en kwaliteiten betekent overigens niet dat de tijd stilgezet moet worden. Behoud kan ook samengaan met transformatie. Wat is het resultaat van de Kerkenvisie?

De Kerkenvisie biedt inzicht in de waarden en kwaliteiten van het religieus erfgoed, niet alleen in cultuur, architectuur- en kunsthistorische zin maar ook uit oogpunt van beleving, tradities en sociaal-maatschappelijke en emotionele (immateriële) betekenis. De kerkenvisie zet op een rij welke opgaven er de komende jaren met het religieus erfgoed naar inzicht van de direct betrokkenen (gemeente, eigenaren) liggen – en beoogt hierover een brede consensus te verkrijgen. Bewustwording, draagvlak en participatie zijn de kernwoorden voor het kerkenvisieproject: het resultaat ontstaat in samenspraak met en wordt (zo veel mogelijk) ondersteund door de direct betrokkenen. De kerkenvisie biedt een afwegings- en handelingskader voor de wijze van beschermen en behouden van dit erfgoed en levert kernwaarden voor de Omgevingsvisie. Het beschermen kán ook inhouden dat in samenspraak met eigenaren voor een formele bescherming via het instrument van de Erfgoedverordening of Erfgoedwet gekozen wordt, maar dat is geen vooropgesteld doel, slechts een potentieel middel. 2. Verslag van de verkennende fase In de verkennende fase zijn uitgevoerd: ➢ startnotitie aanpak verkenning opgave; ➢ verkenning onder kerkeigenaren, bestuur, medewerkers en externe adviescommissies; ➢ opstellen verslag verkenning en plan voor ontwerpfase Kerkenvisie.

Het doel van de verkennende fase was om ➢ betrokkenen te informeren over het project, de aanpak en het tijdspad en hun advies hierover op te halen;

KERKENVISIE: DE TOEKOMST VAN HET RELIGIEUS ERFGOED VAN WASSENAAR EN VOORSCHOTEN

➢ de specifieke opgaven voor Wassenaar en Voorschoten te kunnen formuleren; ➢ nader te bepalen hoe de betrokkenen deze opgaven zien, welke bijdrage zij aan het proces willen leveren en wie welke rol daarin zal willen spelen; ➢ te achterhalen welke urgentie zij toekennen aan het opstellen van een Kerkenvisie en welk draagvlak er ligt. Een samenvattende toelichting (bijlage 2 ) vormde de basis voor het voeren van deze verkennende gesprekken. Onder meer als gevolg van het uitstellen vanwege de Corona-lockdown van bestuursvergaderingen van de kerken waarin over de Kerkenvisie beraadslaagd is, hebben enkele gesprekken later dan gepland plaatsgevonden of zijn naar 2022 verplaatst. Met het opleveren van dit verslag is de verkennende fase afgerond. Gevoerde verkenningsgesprekken In deze verkenningsfase zijn gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de kerkbesturen, kerkeigenaren, het bisdom Rotterdam, lokale erfgoed platforms, adviescommissie Welstand en Cultureel Erfgoed, betrokken portefeuillehouders en ambtelijk medewerkers van onder meer erfgoed, ruimtelijke ordening, contactpersoon wijken. De interne verantwoordelijkheid voor het project ligt bij de erfgoedadviseurs. De projectleiding en uitvoering is extern uitbesteed. Voorschoten Vertegenwoordigers van de ➢ r.k.

parochie: Laurentiuskerk ➢ Moeder Gods kerk (eigenaar en huidige huurders Godcentre) ➢ Kruispuntkerk (ontwikkelaar) ➢ Huize Bijdorp ➢ PKN: Dorpskerk ➢ Rehobothkerk ➢ De ontmoeting (ontwikkelaar) ➢ Lokaal Erfgoed Platform (LEP) Wassenaar Vertegenwoordigers van de ➢ PKN: o Dorpskerk o Messiaskerk o Kievietkerk ➢ r.k. parochie o Sint Jozefkerk o Sint Willibrordus o De Goede Herderkerk ➢ Klankbordgroep Cultuurhistorie Belangrijkste input opgehaald uit de verkennende gesprekken ➢ Vrijwel alle betrokkenen zijn enthousiast over het Kerkenvisieproject, ook vertegenwoordigers van kerken die in transitie verkeren – soms zelfs in een ingewikkeld proces. Zij vinden het onderwerp urgent en zijn bereid bij te dragen aan de brede(re) discussie over de toekomst van het religieus erfgoed.

KERKENVISIE: DE TOEKOMST VAN HET RELIGIEUS ERFGOED VAN WASSENAAR EN VOORSCHOTEN

➢ Het gesprek over de visie is gebaat bij een constructieve, open dialoog waarbij de gesprekspartners elkaar vertrouwen. ➢ De gemeente is initiator en heeft de leiding, maar het is tegelijkertijd belangrijk dat de gemeente zich proactief opstelt en het hoogste niveau van participatie met de eigenaren (meebeslissen, zelf uitvoeren) kiest. ➢ Alle geloven, geloofsgemeenschappen en al het religieus erfgoed, ook het funeraire religieus erfgoed (begraafplaatsen. kerkhoven), verdienen een plek in de Kerkenvisie. ➢ De brede(re) discussie vormt de basis voor de visie, die op zijn beurt de basis vormt voor de omgang met de concrete casussen. ➢ De Kerkenvisie moet een langetermijnvisie voor de toekomst zijn, gebaseerd op de betekenis van dit erfgoed voor de gemeenten en de inwoners. ➢ Terugloop van het aantal gelovigen is niet het enige probleem van de gebedshuizen: ze voldoen ook functioneel niet voor het uitoefenen van geloof anno nu, zeker niet voor nieuwe en groeiende geloofsgemeenschappen én ze voldoen niet aan hedendaagse eisen op het gebied van comfort en duurzaamheid. Het toekomstvraagstuk is daarom veel breder dan de vraag “leegstand en wat nu?”. Toekomstbestendigheid is het kernvraagstuk. ➢ Functieverbreding is een belangrijke pijler van een kostendekkende exploitatie en daarmee voor toekomstbestendigheid. ➢ Bij een visie op de toekomst is duurzaamheid een kernthema.

➢ Omdat verscheidene concrete casussen al lopen is het raadzaam om al in 2022 vanuit een principe-denkkader (handelingskader, afspraken, spelregels, zie bijlage 3) te werken. Dit biedt houvast bij de omgang met lopende zaken, zoals de r.-k. kerken Jozefkerk en Moeder Godskerk, maar ook bij het ontwikkelen van een afwegingskader voor de toekomstvisie op de protestantse kerken. ➢ Gebedshuizen en hun omgeving zijn karakterplekken in de dorpen. De toekomst ligt in het behoud van de belevingswaarde en de betekenis voor de dorpen. Deze waarden dienen gewaarborgd te worden, ook bij functiewijziging, herbestemming of (gedeeltelijke) sloop. ➢ Met name de middeleeuwse Dorpskerken vormen letterlijk en figuurlijk de kern van de dorpen en verdienen de hoogste prioriteit. ➢ Behoud van de “stenen” (fysiek behoud, cascobehoud) is niet voldoende / niet de enige optie / niet per se het belangrijkste. De “ziel” van de plek is minstens zo belangrijk. Zielbehoud (behoud van de belevingswaarde, bescherming van de emotionele waarde) is evenzeer van belang en soms zelfs belangrijker. ➢ Kerken zijn visuele, functionele en sociale ankerpunten in de dorpen. De Kerkenvisie moet de rol van de monumentale gebedshuizen in de samenleving, ook als cultureel centrum van de dorpen, voor de langere termijn benoemen. ➢ De omgeving verdient meer aandacht en afstemming (stedenbouwkundige context).

➢ De wijze waarop het immateriële religieuze erfgoed (ziel, beleving, emotionele waarden, verhalen) geborgd kan worden, verdient aandacht. ➢ De relatie tussen de autoriteit van de deskundige en het gewicht van het deskundige oordeel versus de autoriteit van de geloofsgemeenschappen, buurtbewoners etc en het gewicht van hun oordeel verdient aandacht in de visie. ➢ Nadere inventarisatie en waardering, inclusief interieurs en collecties (roerend erfgoed) en begraafplaatsen en met aandacht voor de omgevingswaarden is van belang voor het aanvullen en verdiepen van de kennis én voor het kennen van de opgave. ➢ Een meer formele en fysieke bescherming van het erfgoed is geen doel van de Kerkenvisie, maar kán wel een resultaat zijn. ➢ Snelheid is geboden, vanwege lopende en urgente zaken, maar ook omdat de visie de basis is voor de uitvoering. Er is een voorkeur uitgesproken voor een kort traject voor het maken van de visie. De Kerkenvisie moet bij voorkeur in 2022 gereedkomen, zodat voortvarend met de uitvoering gestart kan worden.

KERKENVISIE: DE TOEKOMST VAN HET RELIGIEUS ERFGOED VAN WASSENAAR EN VOORSCHOTEN

➢ Het brede, culturele en maatschappelijke belang van dit erfgoed zou meer onderkend moeten worden door meer ondersteuning te bieden aan eigenaren (financieel, hulp, meer afstemming, meer overleg over de omgeving van het monument, meer afstemming over bij elkaar brengen van sociaal-maatschappelijke en culturele functies, mogelijkheden voor en hulp bij verduurzamen, etc.). ➢ Nadere afspraken over de toekomst en “de weg daarnaartoe” (dialoog) zijn belangrijker voor de Kerkenvisie dan het maken van een “product”. ➢ De tijd nemen voor transitie naar ander gebruik is cruciaal, vooral ook voor het sociaal-maatschappelijke aspect. ➢ Ook jongeren en ondernemers zouden bij het opstellen e/o de uitvoering van het Kerkenvisieproject betrokken moeten worden. ➢ Betrekken van jongeren bij dit erfgoed via vrijwilligerswerk of maatschappelijke stage, in samenhang met de problematiek van de vergrijzing van vrijwilligers, biedt kansen voor de toekomst van het erfgoed. ➢ Er is een breed bestuurlijk draagvlak nodig voor de Kerkenvisie, waarbij mogelijk de burgermeester als verbinder en continue factor een rol kan spelen.

Conclusie Wanneer zullen de betrokkenen tevreden zijn met het resultaat van de Kerkenvisie? Als de Kerkenvisie: ➢ een basis biedt voor / input levert aan de Omgevingsvisie en voor het Omgevingsplan; o Religieus erfgoed is bij uitstek een type erfgoed dat een centrale rol speelt in het doorgeven van kernwaarden en kernkwaliteiten aan volgende generaties en verdient daarom een plek in de Omgevingsvisie. De Kerkenvisie dient ten minste van nut te zijn bij het opstellen van de Omgevingsvisie. ➢ borgt dat betrokkenen, inbegrepen de gemeente, gezamenlijk tot een gedragen visie op de toekomst kunnen komen en als die visie voldoende basis voor uitvoering biedt; ➢ er een actuele inventarisatie ligt die: o alle beschikbare informatie samenbrengt (bouwperiode, architect, achtergrond, verwantschap met andere kerken – uniciteit, status); o voldoende inzicht geeft in de specifieke erfgoedwaarden en het lokale belang; o ook begraafplaatsen/kerkhoven bevat; ➢ als de visie ook het immateriële erfgoed, de “ziel” van het erfgoed, benoemt en bijdraagt aan het behoud (en overdragen) daarvan; ➢ de visie voldoende basis legt om de toekomstvraagstukken in concrete casussen te kunnen beantwoorden, waaronder duurzaamheid; ➢ als de visie voldoende specifiek is voor Wassenaar en Voorschoten (“zit als een maatpak”); ➢ Als het project leidt tot een breed gedragen handelingskader bij functieverandering,

verbreding en bestemmingswijzigingen. 3. Plan van aanpak voor de ontwerpfase Stappenplan 2022 Onderdeel van de ontwerpfase van de visie zijn: A. Organisatie van enkele verdiepingsgesprekken met de betrokkenen over de toekomst van het religieus erfgoed, om van elkaar te leren, ervaringen uit te wisselen en beeldvormend een basis voor de visie te leggen. ➢ het initiatief hiervoor ligt bij projectleider (gemeente), maar de agenda wordt in samenspraak bepaald, de betrokkenen worden uitgedaagd om in de actiestand te gaan staan en zelf aan het stuur van de visie te draaien. ➢ geloofsgemeenschappen die in de verkennende fase nog niet of onvoldoende betrokken zijn geraakt worden (opnieuw) benaderd om mee te doen. ➢ de rol en bijdragen door andere partijen dan direct betrokkenen (bijv. buurtverenigingen, geloofsgemeenschappen zonder gebouw) wordt nader bepaald.

KERKENVISIE: DE TOEKOMST VAN HET RELIGIEUS ERFGOED VAN WASSENAAR EN VOORSCHOTEN

➢ in de gesprekken kunnen thema’s aan bod komen als o Wat behoort tot het religieus erfgoed en hoe waarderen we het? o Welke wijze van borging past hier het beste bij? o Wat is er nodig voor een transitie naar toekomstbestendig gebruik en beheer? o Voldoet het handelingskader (zie bijlage 3) of wat is hier nog voor nodig om te kunnen voldoen en dit kader verder uit kunnen werken o Sociaal-maatschappelijke en emotionele betekenis van kerken en geloofsgemeenschappen en rol daarvan bij het toekomstvraagstuk o Wat verwachten eigenaren van de gemeente en andersom, bijvoorbeeld op het gebied van ▪ financiën ▪ helpdesk ▪ instandhouding (goed rentmeesterschap) ▪ verduurzamen ➢ de samenstelling van de gespreksgroepen kan wisselen naar onderwerp, maar eigenaren van gebedshuizen worden altijd uitgenodigd. ➢ gesprekken worden bijgewoond door en/of gedeeld met vertegenwoordigers van de gemeente (bestuur en vakspecialisten) en LEP/KBG Cultuurhistorie. ➢ over de uitkomsten wordt advies ingewonnen bij WCE. ➢ conclusies en aanbevelingen worden gedeeld met inwoners. B. Parallel hieraan: Inventarisatie en waardering Hiervoor zetten we in elk geval de volgende stappen: 1. Gegevens verzamelen, advies inwinnen en overleggen met eigenaren. 2. Interieurinventarisatie door Museum Catharijneconvent (waar nodig en in samenspraak met eigenaren). 3.

Aandachtspunten formuleren en conclusies trekken voor advies in visie over nut en noodzaak van nadere inventarisaties/waardering/bescherming. 4. Aanvullen en verbeteren van overzichtslijsten. C. Eindfase ➢ opstellen visie en bestuurlijke besluitvorming (indien nodig). ➢ publiekspresentatie van de (samenvatting van de) uitkomsten. De uitkomsten worden op een aantrekkelijke wijze verwoord en verbeeld. Het product (film, infographic, …) staat niet vooraf vast, maar zal in elk geval digitaal toegankelijk zijn (“5 minutenvisual”) en zicht bieden op de wijze van uitvoering van de visie. D. Communicatie ➢ voor de communicatie wordt nog een plan uitgewerkt. ➢ communicatie vindt ten minste plaats bij markeringspunten in het proces. ➢ het communicatieplan geeft ten minste inzicht in hoe inwoners (bijv. buurt- en wijkverenigingen) bij inhoudelijke discussies betrokken kunnen worden (participeren, op welk niveau) en hoe het beklijven van de bewustwording van het belang van religieus erfgoed voorzien is. ➢ ook geeft dit plan inzicht in verdere bestuurlijke betrokkenheid (bijv. van de nieuwe raad). ➢ bij voorkeur wordt een communicatiekalender gemaakt met communicatiemomenten, de wijze waarop en aan wie gecommuniceerd wordt. Opdrachtgeverschap gemeente De gemeente, en specifiek de erfgoedwethouder van de gemeente, is de formele opdrachtgever van de Kerkenvisie.

De gemeente draagt zorg voor het proces, bewaakt de uitgangspunten en de uitvoering en beheert de financiën. Desondanks is de Kerkenvisie geen gemeentelijke aangelegenheid “pur sang”. Het is een proces samen met alle

KERKENVISIE: DE TOEKOMST VAN HET RELIGIEUS ERFGOED VAN WASSENAAR EN VOORSCHOTEN

betrokkenen. Eigenaren spelen hierin de hoofdrol en zijn leidend voor nadere uitwerking, te bespreken thema’s, etc. Tijdens ontwerpfase Het is wenselijk om een handelingskader of werkafspraken te hebben tijdens de ontwerpfase van de kerkenvisie met betrekking tot de omgang met functieverbreding, -verandering en bestemmingswijzigingen. Dit biedt houvast bij de lopende gesprekken en processen die al gaande zijn en biedt de gelegenheid om het kader te toetsen in de praktijk en waar nodig aan te passen. Het voorstel voor het handelingskader is opgenomen in bijlage 3. Ervaringen en conclusies over het kader worden opgenomen in de visie. Als onderdeel van de besluitvorming over de visie zal ook bepaald worden of dit kader blijft bestaan en zo ja in welke vorm. Tijdspad Na de verkenning in 2021 volgt in 2022 de uitvoering. De nadere inventarisatie en verdiepingsgesprekken vinden in Q2 plaats, mits de Coronamaatregelen dit toelaten. In en na de zomer worden de uitkomsten verwerkt in een eindproduct. De uitkomsten gaan vanaf Q4 bestuurlijk op route. Maatregelen rond de Coronacrisis kunnen betekenen dat het proces anders of vertraagd zal verlopen. Wat Verkenningsfase Besluitvorming over ontwerpfase en hanteren interim “handelingskader” Ontwerpfase visie Bestuurlijke besluitvorming Communicatie (doorlopend)

Start Juli 2021 Februari 2022

Gereed Februari 2022 Maart 2022

Maart 2022 Q4 2022 Februari 2022

Q3 2022 Q1 2023 Q1 2023

Begroting Wat

In

Decentralisatie-uitkering Voorschoten Decentralisatie-uitkering Wassenaar Initiatief- en verkenningsfase Ontwerpfase Communicatie en presentatie Reservering voor uitvoering/realisatie van de visie en onvoorzien

25.000 25.000

Uit

9.000 21.000 14.000 6.000 50.000

50.000

Na het maken van de visie Na het maken van de visie volgt de uitvoering. Hierbij is in elk geval aandacht voor de borging in beschermende en ruimtelijke instrumenten, zoals de Omgevingsvisie en voor het beklijven van de visie.

Bijlage 2: Samenvatting Kerkenvisie Voorschoten Wat is een Kerkenvisie?

Hoe ziet een Kerkenvisie eruit?

Wat zijn de minimumeisen?

Wat is religieus erfgoed?

Wanneer

Waarom

Op welke wijze

Wat speelt de hoofdrol

Een kerkenvisie is onderdeel van het Rijksprogramma Toekomst religieus erfgoed en is bedoeld om de dialoog over de toekomst van dit erfgoed op gang te brengen en afspraken te maken over de omgang ermee. Vorm en inhoud zijn vrij. Het resultaat is maatwerk en per gemeente geheel verschillend. De decentralisatie uitkering is bedoeld voor het proces (de dialoog) om samen met betrokken partijen (zoals eigenaren, burgers en erfgoedorganisaties) te komen tot een integrale kerkenvisie, dat wil zeggen: een toekomstperspectief te komen voor in principe al het religieus erfgoed (gebedshuizen) binnen de gemeente (monumentaal en nietmonumentaal). Met het oog op de kennisdeling moet medewerking verleend worden aan verzoeken van OCW om informatie over voortgang en geboekte resultaten en moet het resultaat na afloop gedeeld worden. Voor het dorp betekenisvolle cultuurhistorische zaken die met religie te maken hebben: roerend en onroerend, onder- en boven de grond, in situ (in het gebedshuis) en ex situ bewaard. Het erfgoed hoeft geen juridische bescherming te hebben en het gaat om alle denominaties. Start november 2021 met verkenning / kwartier maken. Begin 2022 plan van aanpak vaststellen. Daarna start uitvoering. Religieus cultureel erfgoed is van grote betekenis voor een gemeenschap.

Het beheer en behoud verlangt een gedragen langetermijnvisie, en goede onderlinge verstandhoudingen tussen de eigenaren en beheerders van dit erfgoed, gemeente en erfgoedorganisaties. Het project start met een verkenning van de opgaven door het voeren van één op één gesprekken met de eigenaren en de belangrijkste andere belanghebbenden. Zo ontstaat een maatwerkaanpak voor Voorschoten. De opgave ligt primair bij gebedshuizen die als gebedshuis zijn gebouwd, als zodanig nog (deels) in gebruik zijn en tot het erfgoed van Voorschoten behoren. Voor gebedshuizen die in een transitiefase zitten (van religieus gebruik naar functieverbreding c.q. functieverandering) is de Kerkenvisie het meest urgent. Toch staat toekomstbestendigheid van alle gebedshuizen

Wie spelen de hoofdrol

Wie zijn nog meer belangrijk en kunnen advies geven?

Welk gemeentelijk beleid is belangrijk?

Wat is het resultaat

en de visie daarop centraal, niet alleen van bedreigde gebedshuizen Vertegenwoordigers vanuit de geloofsgemeenschappen in bezit van religieus cultureel erfgoed. Zij zijn de sleutelpersonen in deze opgave. Vertegenwoordigers vanuit historische verenigingen, Lokaal Erfgoed Platform Voorschoten, gemeente Voorschoten, wijk- en of buurtverenigingen, Museum Catharijne Convent, Rijksdienst voor het cultureel erfgoed, aanjager herbestemming provincie Zuid-Holland, Erfgoedhuis Zuid-Holland, Platform Religieus Erfgoed Zuid-Holland, de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed De Voorschotense Kadernota uit 2013 beschrijft de rol en betekenis van erfgoed voor: • identiteit: met het verleden maak je de toekomst (erfgoed leeft); • perspectief bieden in sociaal-cultureel, ecologisch, recreatief, toeristisch en economisch opzicht (erfgoed loont); • sturing bieden voor ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid (erfgoed inspireert). Afspraken over de omgang met het religieus erfgoed “in goede en in slechte tijden” tussen belanghebbenden, en met name tussen gemeente en eigenaren onderling, zijn vastgelegd. Het doel is een stabiele verbinding tussen kerk en staat, zonder schending van de scheiding tussen die twee, waarbij verantwoordelijkheden en handelingskaders bij functieveranderingen en planologische randvoorwaarden duidelijk zijn.

Hierbij staan drie kernwaarden centraal: toekomstwaarde (beschermen en onderhouden), gebruikswaarde (benutten) en culturele waarde (beleving en betekenis).

Bijlage 3 Planologisch handelingskader bij functieverbreding en -verandering Spelregels voor/ afspraken over toekomstbestendigheid en passend gebruik van religieus cultureel erfgoed Er is geen rechte lijn van 100 procent religieus gebruik naar 100 procent ander gebruik en elk gebouw, omgeving en omstandigheden zijn anders. Functieverandering is daarom altijd een proces dat maatwerk verlangt. Een planologisch handelingskader biedt duidelijkheid over rollen, mogelijkheden en stappen die doorlopen moeten worden. Het voorkomt willekeur en ad hoc-besluiten over de omgang met het religieus cultureel erfgoed. Het planologische kader biedt een handelingsperspectief voor functieverbreding, verandering en herbestemming van religieus cultureel erfgoed en kan een plek krijgen in het Omgevingsplan. Omgevingswetbestendig kader Het handelingskader voor de omgang met het religieus erfgoed sorteert voor op de invoering van de Omgevingswet en de komst van het Omgevingsplan. Het kader bestaat niet uit een set regels maar duidt de omgang met de kernkwaliteiten en -waarden van dit type erfgoed. Daarmee geeft het invulling aan het casco Omgevingsplan van de VNG dat voorstelt om in hoofdstuk 2 van het Omgevingsplan de bedoeling te beschrijven.

Het handelingskader religieus erfgoed geeft die bedoeling helder aan via de uitgangspunten: behoud door ontwikkeling, treden voor functies en wijziging daarvan, en een stappenplan voor planontwikkeling. Daarnaast maakt het duidelijk hoe de betekenis van het erfgoed en het gebruik zich tot elkaar verhouden. De kernkwaliteiten maken de plek herkenbaar en leggen de te beschermen eigenheid vast. Door de kernkwaliteiten leidend te maken bij het maken van plannen kan de betekenis van het erfgoed versterkt worden, is duidelijk waarin het erfgoed onderscheidend is en kan het eigen karakter, in welke vorm dan ook, doorgegeven worden. Zo wordt het verhaal en de bedoeling van het verleden doorgegeven. Op deze wijze worden erfgoedwaarden onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit en wordt invulling gegeven aan de bedoeling van de Omgevingswet. Hiermee ligt de houding vast ten opzichte van dit erfgoed en is vooraf voorspelbaar welke maatwerkeisen er binnen een opgave liggen. Doel van functieverandering en herbestemmen Functieverbreding, -verandering en herbestemming van cultuurhistorisch waardevol religieus vastgoed betreft gebouwen die een leven geleefd hebben en een verhaal te vertellen hebben. Een passende functie is de belangrijkste (economische) drager voor goed beheer en behoud.

Doel van flexibiliteit in functies is dat objecten een nieuw leven krijgen zonder dat ze daarbij hun verhaal verliezen, terwijl er tegelijkertijd toch ook een ander gebruik mogelijk is. Rol van cultuurhistorische waarde De cultuurhistorische waarde en de beschermingsstatus zijn zeer bepalend in de zoektocht naar passend gebruik. De waardering/ betekenisverlening biedt een overzicht van gebedshuizen en hun betekenis voor de stad. De erfgoedwaarden bepalen de mate van de zogenaamde aanraakbaarheid: hoe hoger de waarde, hoe zorgvuldiger het vraagstuk rond de instandhouding van het erfgoed doorlopen moet worden. Over het algemeen geldt dat het oorspronkelijke gebruik het meest passend is, ook al kunnen veranderingen in de liturgie ook wijzigingen in het gebruik verlangen die van invloed zijn op de erfgoedwaarden. Ook functieveranderingen binnen de bestaande sociaalmaatschappelijke bestemming kunnen ingrijpend zijn, en vergen een zorgvuldige afweging.

Scenario’s in relatie tot het gebruik Getrapt scenario van meest gewenst naar minst gewenst. 1. Het gebedshuis blijft in gebruik door en in bezit van één geloofsgemeenschap en wordt incidenteel en/of structureel voor andere functies gebruikt vanuit de doelstellingen van de gemeenschap (diaconaal werk, bijv. priklocatie Corona / vluchtelingenopvang). Dit wordt niet gezien als verbreding of functieverruiming, maar hoort bij de geloofstaak. Door een brede opvatting van het begrip “kerk” en de plek van het gebouw daarin (met bijbehorende sociaal-maatschappelijke bestemming) is het mogelijk om toekomstwaarde te scheppen zonder “zware procedures” om ander gebruik mogelijk te maken. Dit wordt gezien als het optimaliseren van het gebruik binnen bestaande kaders. 2. Het gebedshuis blijft in gebruik door en in bezit van de geloofsgemeenschap, maar krijgt medegebruik door andere geloofsgemeenschappen en/of andere functies binnen sociaal-maatschappelijke bestemming; het gebruik als gebedshuis blijft de hoofdfunctie. 3. Het gebedshuis blijft in gebruik door en in bezit van de geloofsgemeenschap, maar komt daarnaast beschikbaar voor nevengebruik en multifunctioneel gebruik. Hierbij kan de liturgische functie nevengebruik worden, en het bijbehorende terrein kan worden ontwikkeld en/of geëxploiteerd voor ander gebruik (bijv. woningbouw voor een passende doelgroep). 4.

Het gebedshuis komt in ander eigendom (bijvoorbeeld stichting of exploitant), maar de kerkelijke partij blijft het gedeeltelijk gebruiken voor de eredienst. De gebedshuisfunctie wordt een “nevenfunctie” naast andere functies, en ook gebruik van het gebedshuis buiten de niet-sociaal-maatschappelijke bestemming is mogelijk (kantoor, horeca). 5. De locatie verliest zijn religieuze functie in het geheel, en er wordt een geheel nieuwe functie binnen of buiten de sociaal-maatschappelijke bestemming gezocht. Gebedshuis én terrein krijgen een ander gebruik. 6. Sloop van het gebedshuis, volledig nieuwe ontwikkeling van de locatie. Functies van meest gewenst naar minst gewenst (prioritering) a. Functieverandering of -verbreding binnen de bestaande sociaal-maatschappelijke bestemming van meest naar minst gewenst i. Kunst en cultuur ii. Verenigingsleven iii. Onderwijs (inclusief kinderopvang / BSO) iv. Maatschappelijke opvang en/of zorg v. Sport b. Functieverandering of -verbreding buiten de bestaande sociaal-maatschappelijke bestemming van meest naar minst gewenst i. Horeca en/of dienstverlening (kantoor) ii. Wonen iii. Andere commerciële functies die minder passend zijn door de aard van het bedrijf en/of de ingrijpende wijzigingen die er mee gepaard gaan.

Hoewel eerst gezocht moet worden naar functieverandering of -verbreding binnen de bestaande sociaal-maatschappelijke bestemming kan een andere bestemming meer gewenst zijn vanwege de benodigde ingrepen in het gebouw en/of de gevolgen voor de omgeving van een nieuwe functie binnen de sociaal-maatschappelijke bestemming. Omdat de betekenis van gebedshuizen voor de stad en haar inwoners een essentiële waarde is, zijn functies waarbij het gebedshuis en het omliggende terrein openbaar toegankelijk blijven of worden meer gewenst dan functies die privatisering betekenen.

Een proces voor functieverbreding, -verandering en herbestemming begint met vragen stellen Wat voor plek wil je dat de kerk is en blijft? Welke kernkwaliteiten moeten behouden blijven? Wat is het belangrijkste aspect hierin: wat is absoluut ‘onaanraakbaar’ en vormt het “hart” of de “ziel” van het erfgoed waar het erfgoed niet zonder kan. Hoe kan deze “ziel” behouden blijven bij herbestemming van het gebouw, zijn omgeving en/of de religieuze objecten, zelfs bij (gedeeltelijke) sloop? In het planproces moet het beantwoorden van deze vragen geborgd worden; het is een verplicht onderdeel bij veranderingen in het gebruik. De kernkwaliteiten duiden en respecteren zijn voorwaardelijke eisen in het plan. Stappenplan bij functieverandering en herbestemming 1. De eigenaar (initiatiefnemer) formuleert wensen en voert een eerste verkenning uit op basis van de beoordelingsaspecten De herbestemmingsanalyse is hiervoor een hulpmiddel 2. Initiatiefnemer betrekt gemeente en omwonenden bij het proces. Initiatiefnemer kiest een vorm van periodiek overleg (bijv. oprichting van een stuurgroep of klankbordgroep) en communicatie richting omwonenden 3. Gemeente is gesprekspartner over mogelijkheden voor functies en omgang met het erfgoed 4. Initiatiefnemer maakt een schetsontwerp en maakt inzichtelijk in hoeverre het erfgoed gewijzigd moet worden voor de functieverandering 5.

Gemeente vraagt advies over het schetsontwerp aan de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit (vooroverleg) 6. Initiatiefnemer voert de benodigde nadere onderzoeken uit om tot een definitief plan te komen, waaronder ten minste een Cultuurhistorische Effectrapportage (CER) waarin de gevolgen voor de erfgoedwaarden (aspecten zoals opgenomen in de waarderingstabel) inzichtelijk worden gemaakt 7. Het definitieve plan volgt de reguliere route voor functieverandering en vergunningverlening Beoordelingsaspecten voor functieverandering en herbestemming Financiële aspecten Beleid van het betreffende geloofsgemeenschap / eigenaar Bouwtechnische aspecten Cultuurhistorische aspecten Historische betekenis (rol in historie van de stad) Stedenbouwkundige betekenis (rol in stedelijk weefsel / oriëntatiewaarde) Architectuur (exterieur) Architectuur (interieur) Roerende collectie inclusief orgels, kerkelijke kunst, archieven Sociaal-maatschappelijke waarde van het erfgoed, zoals dit erfgoed leeft en functioneert vanuit de betreffende gemeenschap. Liturgische aspecten (inclusief muziek) Draagvlak in de wijk en in de stad

Deze beoordeling vindt plaats aan de hand van het Nationale Stappenplan “Herbestemmingsanalyse” of een ander, in samenspraak goedgekeurde wijze van analyseren. Nationale Stappenplan Herbestemmingsanalyse Doel Het doel van de herbestemmingsanalyse is dat vooraf onderzocht wordt in hoeverre het mogelijk is om het vastgoed een nieuw leven te geven zonder dat het daarbij zijn verhaal verliest, terwijl er tegelijkertijd toch ook een impuls kan worden gegeven aan de stad. Opzet De herbestemmingsanalyse richt zich op een balans (synergie) tussen kernwaarden en programma van eisen. Het onderzoek geeft ten minste inzicht in: a. Het laadvermogen van het monument Wat zijn de kernwaarden, welke veranderruimte is er (de aanraakbaarheid), in hoeverre is de veranderruimte afhankelijk van bepaalde functies? b. De noodzakelijke aanpassingen ten behoeve van het programma Beoordeling van de noodzakelijkheid van aanpassingen en de impact ervan op de waarden. c. De duurzaamheid van de bestemming Levensvatbaarheid, toekomstbestendigheid, maatschappelijke relevantie. d. De financiële consequenties Welke kosten, opbrengsten, exploitatiemogelijkheden, belangen, partijen spelen een rol; wanneer moet de exploitatie kostendekkend zijn; wat is er nodig om een herbestemming al dan niet op termijn haalbaar te maken? e.

De mogelijkheden om met tijdelijke functies naar een eindmodel te groeien Stadsherstelformule: onderzoek de haalbaarheid, voorkom verval, koop het pand of complex en restaureer het en zoek er een passende (economische) functie bij, zodat het gebouw of complex behouden blijft. f. De plan van aanpak Scenariostudie voor de invulling, waarna zo nodig een gefaseerde uitvoering van bouwen/restaureren in combinatie met het completeren van het financiële plaatje. Onderzoeksvragen Meer specifiek is het gewenst een beeld te schetsen van de kansen en bedreigingen op basis van de volgende facetten: bestuurlijk, economie, cultuurhistorie, ruimte, milieu en financiën. Per facet dienen – voor zover relevant – de vragen te worden beantwoord en zaken te worden beoordeeld. De analyse is een hulpmiddel, geen lijst om af te vinken. De analyse wordt tijdens het planproces steeds meer ingevuld en verfijnd. Per opgave zullen er andere accenten nodig zijn. De analyse blijft van eerste idee tot en met het definitieve plan een beoordelingskader voor kansen en bedreigingen. economie 1. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

bijdrage aan de aantrekkelijkheid voor de woon- en werkomgeving invloed op nieuwe locaties/mogelijkheden voor bedrijven mate waarin de economische structuur wordt versterkt invloed op de werkgelegenheid invloed op de lokale bestedingen invloed op de concurrerendheid met nieuwbouw

7. invloed op de vastgoedmarkt ruimte 2. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

invloed op de gebiedsidentiteit invloed op maatschappelijke effecten kwaliteitsimpuls voor de buurt prikkel voor andere investeringen realisatie van ruimtelijk beleid op lange termijn mogelijkheid voor huisvesting van specifieke groepen mate waarin sprake is van katalysatorfunctie voor gebiedsontwikkeling

8. mate waarin ruimte ontstaat voor experimenten 9. mate waarin sprake is van strijdigheid met ruimtelijke kaders cultuurhistorie 3. 1. 2. 3. 4.

bijdrage aan de culturele geschiedenis (gebouw en gebied) invloed op de cultuurhistorische waarden vanwege het gebruik* invloed op de cultuurhistorische waarden vanwege aanpassingen* inbreng van expertise (passende functies en veranderruimte monument)

* * de Cultuurhistorische Effectrapportage, waaruit de gevolgen voor de erfgoedwaarden duidelijk worden, heeft zowel betrekking op de gevolgen van het gebruik als de gevolgen van de aanpassingen die nodig zijn. milieu 4. 1. 2. 3. 4.

invloed op het voorkomen van nieuwbouw in groene gebieden mate waarin verbruik van grondstoffen wordt voorkomen door nieuwbouw invloed op het voorkomen van verkeer(sbewegingen) mate waarin de principes van Duurzame Monumentenzorg kunnen worden gerealiseerd 5. invloed op energieverbruik

financiën 5. 1. 2. 3. 4.

invloed op waarde omliggend vastgoed (OZB) invloed op de OZB-opbrengsten (a.g.v. gebruik) snelheid en prijs in relatie tot nieuwbouw mate waarin kosten door leegstand kunnen omgezet in opbrengsten door gebruik 5. mate waarin elders aanleg en beheer van voorzieningen kan worden voorkomen 6. mate waarin elders inkomsten uit gronduitgifte worden gemist 7. mate waarin financiële belangen in andere vastgoedprojecten worden beïnvloed

8. gevolgen op waarde a.g.v. prijsontwikkelingen na verwerving vastgoed 9. investeringskosten in kennis, vaardigheden en begeleiding

bestuurlijk 1. aanwezigheid van middelen en kennis om de herbestemming te ondersteunen 2. inzicht in vraag, aanbod en belangen lokaal vastgoed 3. mogelijkheden vraag, aanbod en belangen met elkaar te verbinden 4. 5. 6. 7.

maatschappelijke verantwoordelijkheid tegen gevolgen van leegstand voorbeeldfunctie (met eigen vastgoed) intensieve(re) samenwerking tussen diensten invloed van de formele taken op het creatieve proces

8. mogelijkheid nieuwe financieringsconstructies te gebruiken 9. invloed van regel- en bestuursdruk 10. mogelijkheid van oppositie bij burgers als gevolg van nieuwe functies 11. mogelijkheid van succes binnen ambtsperiode bestuurders

Monumentale_status

Adres

Gemeentelijk Monument

Tolstraat

Gemeentelijk / rijks

Kerkplein

Gemeentelijk Monument in procedure

Schoolstraat Baron Schimmelpenninck van der Oyelaan Leidseweg

Rijksmonument

Huisnummer Oorspronkelij Actuele_naam ke 4 Gereformeerde Kerk 2 Dorpskerk 2 18 98

Het Kruispunt Heilige Moeder Gods St.-Laurentiuskerk

Type

Functie

Architect

Kerk

-

Kerk

Kantoren en bedrijven Religieus

Kerk Kerk

Religieus Religieus

Kerk

Religieus

Onvlee, H. Nefkens, H.N.M. Asseler, Th.

Kerk

gezondheidscentrum

-

Kerk

Religieus

-

Wonen

Geen monumentenstatus Jan Evertsenlaan

2 De Ontmoeting

Geen monumentenstatus Anthoni van Leeuwenhoekkade Geen monumentenstatus Bachlaan

36 17

kerk

Gemeentelijk Monument

3

Kapel Huize Bijdorp kapel

Religieus

Kapel Beresteijn

Religieus

Veurseweg

Geen monumentenstatus Leidseweg

191 Beresteijn

GM RM deels GM

Kerkplein bij Leidseweg bij Rosenburgherlaan

2 98 5 Rosenburgh

GM

Veurseweg bij

3 Bijdorp

Rehobothkerk

Rosenburgh

kapel

kerkhof religieus kerkhof religieus begraafpl algemeen aats begraafpl religieus aats

Druiding, A.

Margry, A.A.J.

Hoofddat Eeuw 1879 19de eeuw 1886 15de eeuw? 1924 20ste 1967 eeuw 20ste eeuw 1865-1868 19de eeuw

Buitengebruik

Denominatie oorspronkelijk

1924 (GK) Gereformeerde Kerken in Nederland 0 (NH) Nederlandse Hervormde Kerk 0 (GK) Gereformeerde Kerken in Nederland 2016 (RKK) Rooms-Katholieke Kerk in Nederland 0 (RKK) Rooms-Katholieke Kerk in Nederland

1982 20ste 2018 (NH) Nederlandse Hervormde Kerk; eeuw zevende dag adventisten 1988 20ste 0 (NH) Nederlandse Hervormde Kerk eeuw 1975 20ste 2004 Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt eeuw 1882 19de eeuw binnenkort congregatie van de H. Catharina van Siëna r.k., paters Montfortanen

1970 20ste eeuw

Denominatie Huidig nvt (PKN) Protestantse Kerk in Nederland nvt Godcentre (RKK) Rooms-Katholieke Kerk in Nederland nvt Hersteld Hervormde Gemeente Rehoboth nvt

nvt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=3e615e2d-00f2-48e9-b914-38cfcf9f56ff