Conversietabel verordening op de raadscommissies Voorschoten 2025
Tekst van het document
Conversietabel Verordening op de raadscommissies
Huidige commissieverordening 2012
VNG model commissieverordening
Voorstel nieuwe commissieverordening
Opmerkingen/toelichting
Wettelijke grondslag: gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;
Wettelijke grondslag: gelet op artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet;
Wettelijke grondslag: gelet op artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet;
Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. lid: lid van een raadscommissie; b. voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger; c. commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens vervanger; d. griffier: griffier van de raad of diens vervanger; e. vergadering: vergadering van een raadscommissie; f. het college: het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; wet: Gemeentewet.
Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: commissiegriffier: griffier van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; commissielid: lid van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; commissievoorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens plaatsvervanger; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; wet: Gemeentewet. commissie: commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet.
Model overgenomen met toevoeging definitie commissie.
Artikel 2. Instelling raadscommissies 1. De raad stelt de volgende raadscommissies in: a. de commissie voor Burger en Bestuur; b. de commissie voor Wonen, Ruimte en Groen; c. de commissie voor Mens en Samenleving. 2. De raadscommissie voor Burger en Bestuur adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: algemeen bestuurlijke aangelegenheden, algemene regionale zaken, burgerzaken, openbare orde en veiligheid, politie- en brandweeraangelegenheden, communicatie en mediabeleid, informatisering en automatisering, ontwikkelingssamenwerking, financiën inclusief het onderzoek naar de jaarrekening en het jaarverslag, economie en bestuurlijke en veiligheidsaspecten van regionale samenwerking. 3. De raadscommissie voor Wonen, Ruimte en Groen adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: ruimtelijke ordening, grondzaken, volkshuisvesting, bouw- en woningtoezicht, monumenten civiele techniek, infrastructuur, verkeer en vervoer, milieu, gemeentereiniging en de fysieke aspecten van regionale samenwerking. 4. De raadscommissie voor Mens en Samenleving adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: sociale zaken, gezondheidszorg, gehandicapten, ouderen, jeugd, onderwijs, kinderopvang, emancipatie, kunst en cultuur, sport en recreatie en de sociale aspecten van regionale samenwerking. 5.
Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp behandeld in de commissie die
Artikel 2. Instelling raadscommissies Er is een: a. raadscommissie [... (bijvoorbeeld algemene zaken)], waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: 1° [...]; 2° [...]; b. raadscommissie [...],waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: 1° [...]; 2° [...], en c. raadscommissie [...],waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: 1° [...]; 2° [...].
Artikel 2. Instelling raadscommissies Er is een: a. raadscommissie Burger en Bestuur, waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: algemeen bestuurlijke aangelegenheden; algemene regionale zaken; burgerzaken; openbare orde en veiligheid; communicatie en mediabeleid; informatisering en automatisering; financiën; economie en toerisme; bestuurlijke en veiligheidsaspecten van regionale samenwerking; inwonerparticipatie. b. raadscommissie Mens en Samenleving waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: het sociaal domein: Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet en Jeugdwet; onderwijs en scholenbouw; kinderopvang; emancipatie; kunst en cultuur; sport; sociale aspecten van regionale samenwerking en c. raadscommissie Wonen, Ruimte en Groen waarvan de werkzaamheden de volgende onderwerpen betreffen: ruimtelijke ordening; grondzaken; woningbouw; bouw- en woningtoezicht; erfgoed en monumenten; civiele techniek; infrastructuur; verkeer en vervoer; milieu;
Model overgenomen en de onderwerpen uit de huidige verordening geactualiseerd. De leden 5 t/m 7 van de huidige verordening zijn niet overgenomen. Het presidium stelt de lange termijnagenda vast en bepaalt daarmee in welke commissie een onderwerp aan de orde komt. Bij een gecombineerde commissie zoekt de griffie een toepasselijk voorzitter op basis van inhoud en beschikbaarheid.
6.
7.
het onderwerp het meest aangaat, tenzij het presidium beslist dat het onderwerp wordt besproken in de afzonderlijke raadscommissies dan wel in een gezamenlijke vergadering van raadscommissies. Indien niet duidelijk is welke commissie adviseert over een bepaald onderwerp, bepaalt het presidium in welke raadscommissie het onderwerp wordt geagendeerd. Indien een gezamenlijke vergadering wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.
-
gemeentereiniging; fysieke aspecten van regionale samenwerking.
Artikel 3. Taken Een raadscommissie heeft de volgende taken: a. het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, tweede, derde, of vierde lid, genoemde onderwerpen; b. het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging; c. het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2, tweede, derde, of vierde lid, genoemde onderwerpen.
Artikel 3. Taken Een raadscommissie: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.
Artikel 3. Taken Een raadscommissie: a. brengt advies uit aan de raad over die onderwerpen waarop haar werkzaamheden betrekking hebben; b. kan advies uitbrengen aan de raad over andere onderwerpen dan bedoeld onder a, en c. voert overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval de door hen verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de onderwerpen, bedoeld onder a.
Model overgenomen.
Artikel 4. Samenstelling 1. Elke in de gemeenteraad vertegenwoordigde fractie heeft maximaal drie zetels in de commissie. 2. De leden worden aangewezen door de fractie die zij vertegenwoordigen. De fractievoorzitter stelt de gemeenteraad hiervan schriftelijk in kennis. 3. In maximaal twee raadscommissies kan per fractie één niet-raadslid zitting hebben. Elke fractie mag maximaal twee niet-raadsleden aanwijzen. 4. De volgens voorgaande bepalingen aangewezen leden worden geacht door de raad te zijn benoemd, tenzij deze benoeming strijdig is met de in het vijfde lid van toepassing verklaarde artikelen 10, 11 en 13. 5. De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op raadscommissieleden. 6. Commissieleden kunnen zich bij vergaderingen laten vervangen door alle raadsleden uit de fracties die hen hebben voorgedragen voor benoeming in de betreffende commissie. 7. Commissieleden, niet-zijnde raadsleden, treden niet eerder in functie dan nadat zij zijn beëdigd overeenkomstig artikel 14 van de Gemeentewet.
Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter 1. Een raadscommissie bestaat uit ten minste [aantal] en maximaal [aantal] commissieleden per fractie[, naar evenredigheid van het aantal zetels in de raad]. 2. De commissieleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3. Zowel raadsleden als niet-raadsleden kunnen lid zijn. De artikelen 10, 11, 12 en 13 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. 4. De raad benoemt op voordracht van de fracties voor iedere raadscommissie ten minste één plaatsvervangend lid per fractie, dat bij afwezigheid van een commissielid zitting heeft in de betreffende raadscommissie. 5. [De raad benoemt de commissievoorzitters. OF Een raadscommissie benoemt haar commissievoorzitter.]
Artikel 4. Samenstelling; toelatingsvereisten 1. Een raadscommissie bestaat uit maximaal drie commissieleden per fractie. 2. De fracties wijzen hun commissieleden aan en informeren de gemeenteraad hierover. 3. Iedere fractie kan maximaal twee nietraadsleden aanwijzen als commissielid. Ieder commissielid, niet-zijnde raadslid, is lid is van één commissie. De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op commissieleden die geen raadslid zijn. 4. Bij de aanwijzing van commissieleden, niet zijnde raadsleden, stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 5. Deze commissie onderzoekt de stukken waaruit blijkt dat het commissielid, niet zijnde raadslid, voldoet aan de vereisten van artikelen 10, 11 en 13 van de wet. Vervolgens brengt de commissie advies uit aan de raad over de toelating van de commissieleden, niet zijnde raadsleden, tot de commissie. Indien van toepassing, staat een minderheidsstandpunt vermeld in dit advies. 6. De volgens voorgaande bepalingen aangewezen leden worden geacht door de raad te zijn benoemd. 7. Commissieleden kunnen zich bij vergaderingen laten vervangen door alle raadsleden uit de fracties die hen hebben aangewezen in de betreffende commissie.
Het model is als basis gebruikt, maar de bepalingen uit de huidige verordening over het aantal commissieleden niet zijnde raadsleden is overgenomen evenals de bepaling dat zij beëdigd worden voordat ze in functie treden. Daarnaast is het onderzoek naar de wettelijke toelatingsvereisten toegevoegd, op dezelfde wijze zoals dat bij raadsleden gebeurt. Lid 5 uit het model is niet hier gebruikt, maar in een apart artikel over benoeming voorzitters.
Artikel 5. Voorzitter 1. De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden benoemd. 2. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie, die hij voorzit. 3. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering b. het handhaven van de orde c. het doen naleven van deze verordening d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. 4. Bij ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de voorzitter van één van de andere commissies en bij ontstentenis van deze voorzitters door een raadslid dat geen zitting heeft in de betreffende commissie, zulks in overleg met het presidium.
Zie artikel 4.
Artikel 5. Voorzitter 1. De raad benoemt de commissievoorzitters en de plaatsvervangend commissievoorzitters. 2. De commissievoorzitter is geen lid van de raadscommissie die hij voorzit. 3. De commissievoorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering b. het handhaven van de orde c. het doen naleven van deze verordening d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. 4. Bij verhindering van de commissievoorzitter wordt deze vervangen door de voorzitter van één van de andere commissies of een plaatsvervangend commissievoorzitter.
Het model heeft geen apart artikel over de voorzitter. In tegenstelling tot de raadsvoorzitter regelt de gemeentewet niets over de voorzitter van de commissie. Daarom is artikel 5 uit de huidige verordening overgenomen en geactualiseerd.
Artikel 6. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, vierde lid, gestelde eisen. 3. Een lid wordt geacht te zijn ontslagen, zodra de fractie die hem als lid heeft aangewezen, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de raad, de wens kenbaar maakt, dat zijn lidmaatschap wordt beëindigd. Dit ontslag gaat in op een door de fractie te bepalen datum. 4. De raad kan de voorzitter ontslaan. 5. Een lid en zijn plaatsvervanger en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en 5. 7. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.
Artikel 5. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissielid en voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. 4. [De raad kan de OF Een raadscommissie kan haar] commissievoorzitter ontslaan. 5. Een commissielid en -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6. Als door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. 7. Het lidmaatschap van commissieleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.
Artikel 6. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissielid en voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3. Een commissielid en -voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. 4. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan. 5. Een commissielid, niet zijnde raadslid, wordt geacht te zijn ontslagen, zodra de fractie die hem als lid heeft aangewezen, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de raad, de wens kenbaar maakt, dat zijn lidmaatschap wordt beëindigd. Dit ontslag gaat in op een door de fractie te bepalen datum. 6. Als door overlijden of ontslag van een voorzitter een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. 7. Het lidmaatschap van commissieleden, aangewezen op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.
Model overgenomen met vervanging van lid 3 uit de huidige verordening. Leden 3 en 5 omgewisseld omdat dit logischer is. Een deel van lid 3 weggelaten. Bij commissieleden geldt niet dat ontslag pas ingaat nadat een opvolger is aangewezen.
Artikel 7. Griffier en commissiegriffier 1. De raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie een medewerker van de griffie als commissiegriffier. 2. De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig.
Artikel 6. De commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier.
Artikel 7. De commissiegriffier 1. De griffier van de raad wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan als commissiegriffier.
Model overgenomen.
3. 4.
Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de raad aangewezen medewerker van de griffie. De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn.
2. 3.
4.
Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.
2. 3.
4.
Een commissiegriffier is aanwezig in vergaderingen. Bij verhindering of afwezigheid wordt de commissiegriffier vervangen door een door de griffier van de raad aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar of, in samenspraak met de secretaris, een niet op de griffie werkzame ambtenaar. Een commissiegriffier kan op uitnodiging van de commissievoorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen.
Artikel 8. Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders en de secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.
Dit artikel komt niet voor in het model. Artikel 14 van het model/artikel 17 van de nieuwe verodening maakt mogelijk dat de commissie anderen uitnodigt om deel te nemen aan de beraadslaging. En artikel 82 Gemwet regelt dat een taak van de commissie is het voeren van overleg met het college. Bovendien verklaart artikel 82 lid 5 dat artikel 21 Gemwet van toepassing is. Hierin staat dat burgemeester en wethouders aanwezig kunnen zijn en kunnen deelnemen aan beraadslagingen. Daarom komt dit artikel niet terug in de nieuwe verordening.
Artikel 9 vervallen Artikel 10. Vergaderfrequentie 1. De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 19.30 of 20.00 uur en eindigen uiterlijk om 22.30 of 23.00 uur. De vergaderingen worden gehouden in het gemeentehuis, Leidseweg 25 te Voorschoten. 2. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 3. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de commissiegriffier. Artikel 11. Oproep en voorlopige agenda 1. De voorzitter zendt ten minste dertien dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden met de schriftelijke oproep of eerder aan de leden verzonden. 3. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 12, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk gezonden.
Artikel 7. Oproep en agenda 1. De commissievoorzitter zendt ten minste [… (bijvoorbeeld zeven)] dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk [… (bijvoorbeeld 48)] uur voor aanvang van de vergadering, wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 8, derde lid, van toepassing. 4. De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.
Artikel 12. De agenda
Zie artikel 7.
Artikel 8. Vergaderfrequentie Het presidium stelt datum, tijd en plaats vast van de vergaderingen.
Dit artikel komt niet voor in het model. In het Reglement van Orde is in artikel 2 over het presidium bepaald dat die de vergadercyclus en voorlopige agenda’s vaststelt. Nodig is hier om te bepalen dat presidium datum, tijd en plaats vaststelt voor commissievergaderingen. Lid 2 van de huidige verordening is weggelaten. In onze praktijk beslist het presidium over het houden van (extra) vergaderingen van de commissie. Lid 3 van de huidige verordening komt niet terug. Dit komt nauwelijks voor en in voorkomende gevallen kan het presidium beslissen.
Artikel 9. Oproep en agenda 1. De commissievoorzitter zendt ten minste dertien dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. 2. In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk wordt deze met de daarbij behorende stukken aan de leden gezonden. 3. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 10, derde lid, van toepassing. 4. De raadscommissie stelt de agenda bij aanvang van een vergadering vast.
In het model zijn artikelen 11 en 12 uit de huidige verordening samengevoegd. Dit is overgenomen met de huidige werkwijze.
Dit artikel komt in het model niet apart voor maar in artikel 7 zijn bepalingen over de agenda te vinden.
1.
2. 3.
4.
5.
Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter de agenda van de vergadering voorlopig vast op advies van het presidium In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
Lid 4 van de huidige verordening komt elders in de nieuwe verordening terug als artikel 22. Lid 5 van de huidige verordening is overbodig, dit gebeurt bij de vaststelling van de agenda.
Artikel 13. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd of op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking gesteld wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de commissie en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2. Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de commissiegriffier en verleent de commissiegriffier een lid inzage. 3. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht.
Artikel 8. Ter inzage leggen van stukken 1. Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raadscommissie en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. 2. Elektronisch beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. 3. Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va, van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.
Artikel 10. Publiceren van stukken 1. De agenda met bijlagen wordt gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep gepubliceerd op de website van de gemeente. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken gepubliceerd worden, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad. 2. Op verzoek kan de griffie voor belangstellenden raadstukken op papier beschikbaar stellen. 3. Informatie van de raadscommissie of aan de raadscommissie verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier.
Ter inzage leggen van stukken is ouderwets en doen we al jaren niet meer. Daarom is het artikel aangepast naar de huidige digitale werkwijze.
Artikel 14. Openbare kennisgeving 1. De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huis bladen, en op de overigens of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2. De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; c. de mogelijkheid voor burgers tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 17.
Artikel 9. Openbare kennisgeving [1.] Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in […]. [2. In spoedeisende gevallen kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs elektronische weg plaatsvinden.]
Artikel 11. Openbare kennisgeving Commissievergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging op de website van de gemeente.
Aangepast naar huidige digitale werkwijze.
3.
Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst.
Artikel 15. Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld.
Artikel 16. Opening vergadering en quorum 1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is. 2. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal fracties aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden en de naam van hun fractie, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen. 3. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is. Artikel 17. Spreekrecht burgers 1. Na opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal vijfenveertig minuten het woord voeren over geagendeerde en niet geagendeerde onderwerpen, die de betreffende commissies aangaan. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c.
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. d. individuele aangelegenheden die alleen op de spreker betrekking hebben. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste 5 minuten voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.
Artikel 10. Presentielijst 1. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van vergaderingen. 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen commissieleden de presentielijst, die aan het einde van elke vergadering door de commissievoorzitter en de commissiegriffier door ondertekening wordt vastgesteld. Artikel 11. Opening vergadering en quorum 1. Een vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is. 2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende commissieleden tegenwoordig is.
Artikel 12. Presentielijst 1. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder commissielid de presentielijst. 2. De commissiegriffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van commissievergaderingen en bewaart deze na afloop.
Aangepast naar huidige werkwijze.
Artikel 13. Opening vergadering en quorum 1. De commissievoorzitter opent de vergadering indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties aanwezig is. 2. Als op grond van het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de commissievoorzitter opnieuw een vergadering op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 3. Op een vergadering als bedoeld in het tweede lid is het eerste lid niet van toepassing. Een raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, als blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende fracties tegenwoordig is.
Het model is gebruikt, met enige aanpassingen in lid 1 en 3. Hier is de huidige verordening gevolgd i.p.v. het model.
Artikel 15. Spreekrecht burgers 1. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. 2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen [een redelijke termijn OF [… (bijvoorbeeld 48 uur)]] voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 3. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 4. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 5. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
Artikel 18. Spreekrecht burgers 1. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die wel of niet geagendeerd zijn. 2. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk de dag voorafgaand aan de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, contactgegevens en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 3. Indien een inspreker zich later dan een dag voorafgaand aan de vergadering aanmeldt, beslist de voorzitter over het toestaan voor het spreekrecht van de vergadering. 4. De inspreker kan niet het woord voeren over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
Als basis is het model gebruikt, maar de huidige werkwijze en de bepaling over ‘verboden’ onderwerpen uit de huidige verordening zijn toegevoegd. Daarnaast is lid 7 uit de huidige verordening toegevoegd.
4. 5.
6.
7.
8.
De commissiegriffier deelt aan de inspreker mee hoe laat en hoe lang hij het woord kan voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De commissieleden kunnen vragen stellen aan de inspreker of anderszins reageren op het gevoerde betoog. De burgemeester en wethouders kunnen het woord verzoeken indien zij het noodzakelijk achten voor de correctie van weergegeven feiten. Verder nemen zij geen deel aan het gesprek tussen inspreker en commissieleden. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
d.
5. 6.
7.
8.
9.
Artikel 18. Verslag Van iedere vergadering wordt een besluitenlijst en beeldverslag met geluid gemaakt, te vinden op de website van het gemeente, en iedere vergadering is direct (live) te volgen op internet. Er is geen geschreven verslag.
Artikel 18. Verslag 1. Een commissiegriffier draagt zorg voor verslagen van vergaderingen. 2. Uit een verslag blijkt in ieder geval: a. de namen van de commissievoorzitter, de griffier, de commissiegriffier, de burgemeester, de wethouders en de commissieleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke commissieleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de sprekers; e. een samenvatting van het advies aan de raad met vermelding van de namen van de commissieleden die mededeling hebben gedaan van hun goed- of afkeuring en met aantekening van de namen van de commissieleden die zich niet hebben uitgelaten, en f. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 14 door de raadscommissie is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3. Een conceptverslag wordt gelijktijdig met de verzending aan de commissieleden verzonden aan de overige personen die het
individuele aangelegenheden die alleen op de spreker betrekking hebben. De commissiegriffier deelt aan de inspreker mee hoe laat en hoe lang hij het woord kan voeren. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. De burgemeester en wethouders kunnen het woord verzoeken indien zij het noodzakelijk achten voor de correctie van weergegeven feiten. Verder nemen zij geen deel aan het gesprek tussen inspreker en commissieleden. De commissievoorzitter of een commissielid kan een voorstel doen voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
Artikel 23. Besluitenlijst en verslag 1. De commissiegriffier draagt zorg voor de besluitenlijsten van vergaderingen. 2. De commissie stelt de besluitenlijst in de eerstvolgende commissievergadering vast. 3. Voor zover de aard en de inhoud zich daartegen niet verzet, wordt de vastgestelde besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de commissievergadering openbaar gemaakt op de website van de gemeente. 4. Van iedere vergadering is een videoverslag met beeld en geluid beschikbaar op de website van de gemeente. Er is geen geschreven verslag.
Van commissievergaderingen worden geen geschreven verslagen gemaakt. Daarom is gekozen voor een geheel nieuwe formulering voor dit artikel die zoveel mogelijk aansluit bij de formulering van hetzelfde artikel in het nieuwe reglement van orde en de huidige werkwijze. Daarnaast is ervoor gekozen om de besluitenlijsten voortaan door de commissie te laten vaststellen. Hierdoor ontstaat een afhechting van hetgeen de commissie aan de raad adviseert. Tot slot is ervoor gekozen om besluitelijsten niet te laten ondertekenen. De juridische waarde hiervan is niet evident en het is een onnodige administratieve handeling.
4. 5. Artikel 19. Aantal spreektermijnen 1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de leden van hun termijn gebruik kunnen maken. 5. Het derde lid is niet van toepassing op: a. de rapporteur van een commissie; b. het lid dat een voorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat voorstel. 6. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
woord hebben gevoerd in de vergadering waarop het betrekking heeft. Vastgestelde verslagen worden ondertekend door de commissievoorzitter en commissiegriffier. Elektronisch beschikbare verslagen worden op de website van de gemeente geplaatst.
Artikel 13. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de commissievoorzitter afgesloten. 3. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel 20. Spreektijd De voorzitter of een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden.
Artikel 16. Aantal spreektermijnen 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. De commissievoorzitter sluit de spreektermijnen af. 3. Per agendapunt voert één raadslid per fractie het woord. 4. Commissieleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een commissielid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 6. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
Hier het model gevolgd. Lid 4 uit de huidige verordening over het bepalen van de volgorde door de voorzitter weggelaten. Dit ook gezien de recente discussie hierover. Lid 3 toegevoegd om expliciet te maken dat per agendapunt slechts één persoon per fractie het woord kan voeren. Lid 6 is toegevoegd omdat dit lid ook in het RvO is opgenomen en hiermee interrumperen mogelijk wordt gemaakt.
Artikel 15. Spreektijden 1. In de commissievergadering gelden spreektijden voor de fracties en het college. 2. Het presidium stelt de spreektijdenregeling vast. 3. De voorzitter stelt de commissie bij aanvang van de vergadering een vergaderduur voor en verdeelt de spreektijd conform de spreektijdenregeling.
Het model heeft geen artikel over spreektijden. Daarom dezelfde bepaling toegevoegd als in het nieuwe reglement van orde.
Artikel 21. Voorstellen van orde 1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3. Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond.
Artikel 17. Voorstellen van orde Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over.
Artikel 20. Voorstellen van orde Commissieleden kunnen tijdens een vergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raadscommissie beslist hier terstond over.
Model overgenomen.
Artikel 22. Handhaving orde; schorsing 1. Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2. Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp,
Artikel 16. Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.
Artikel 19. Handhaving orde en schorsing 1. De commissievoorzitter handhaaft de orde in de vergadering. 2. Hij roept sprekers tot de orde als deze zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaten, afwijken van het in behandeling zijnde onderwerp, andere sprekers herhaaldelijk interrumperen, dan wel anderszins de orde verstoren. Sprekers die hieraan geen gevolg geven kunnen door hem het woord ontnomen worden over het aanhangige onderwerp.
Model overgenomen.
3.
4.
5.
een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
3.
4.
Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
3.
4.
Hij kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en, als na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten. Hij kan de raadscommissie voorstellen aan een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de commissievoorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het commissielid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.
Artikel 23. Beraadslaging 1. De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
In het model komt dit artikel niet voor. Dit zijn ordevoorstellen, waarover de commissie altijd beslist en die bij ons overigens vrijwel altijd in goede harmonie tot stand komen.
Artikel 24. Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. 2. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
Artikel 14. Deelname aan de beraadslaging door anderen Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 17. Deelname aan de beraadslaging door anderen Een raadscommissie kan besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Model overgenomen.
Artikel 25. Advies 1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of er een advies aan de raad wordt uitgebracht. 3. Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies.
Artikel 12. Advies; geen stemmingen 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslissen de leden op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. In het advies worden opgenomen de standpunten van alle fracties en commissieleden die geen raadslid zijn. 3. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.
Artikel 14. Advies; geen stemmingen 1. Als een raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt, beslist de commissie op voorstel van de commissievoorzitter over de inhoud van het advies. 2. In een vergadering vinden geen stemmingen plaats, met uitzondering van stemmingen over geheimhouding en met betrekking tot de orde.
Model overgenomen met een kleine aanpassing van lid 1. Lid 2 van het model is weggelaten omdat wij dit in de praktijk niet doen. Fracties spreken zich in de commissie niet altijd uit over hun standpunt.
4.
In het advies worden de standpunten van alle fracties en buitengewone leden opgenomen.
Artikel 26. Rondvraag 1. Tijdens elke commissievergadering is er een rondvraag. 2. Het commissielid dat tijdens de rondvraag vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van de rondvraag bij de voorzitter. De rondvraag is bedoeld voor vragen over actuele onderwerpen, die niet op de wijze als in artikel 39 Reglement van Orde kunnen worden gesteld, omdat de actualiteit dit vergt. Louter technische of informatieve vragen worden op een andere wijze gesteld. De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens de rondvraag aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de commissievergadering op diezelfde dag aan de orde komt. 3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens de rondvraag aan de orde worden gesteld. 4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige commissieleden. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om een korte vraag aan het college of de burgemeester te stellen en een korte toelichting daarop te geven. 6. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om een korte aanvullende vraag te stellen. 7.
Tijdens de rondvraag kunnen geen moties worden ingediend en worden geen discussies en interrupties toegelaten.
Artikel 21. Vragenuur 1. In iedere commissievergadering is er een vragenuur. 2. Het vragenuur is bedoeld voor vragen over politiek actuele onderwerpen, vragen die niet gesteld kunnen worden als schriftelijke vragen (artikel 37 Reglement van orde) of als technische of informatieve vragen op grond van de ambtelijke bijstand. 3. Commissieleden melden hun vragen voor het vragenuur ten minste 24 uur voor aanvang van het vragenuur aan bij de commissievoorzitter. 4. Commissieleden stellen hun vraag in de commissie die volgens artikel 2 over dit onderwerp handelt. 5. De commissievoorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld. 6. De commissievoorzitter verleent per onderwerp aan de vragensteller het woord om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7. De commissievoorzitter verleent in de tweede termijn aan andere commissieleden het woord om aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8. Tijdens het vragenuur worden geen discussies en interrupties toegelaten.
In het model komt geen rondvraag voor. Gekozen is om de bepaling uit het nieuwe reglement van orde over te nemen. Zowel qua titel als inhoud, aangepast naar de commissie.
Artikel 27. Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 19. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 24. Toepassing verordening op besloten vergaderingen Op besloten vergaderingen is deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Model overgenomen
Artikel 28. Verslag 1. Van iedere besloten vergadering wordt een besluitenlijst en beeldverslag met geluid gemaakt. Deze zijn uitsluitend te lezen en bekijken door raads- en commissieleden en/of het college. Er is geen geschreven verslag. 2. In beslotenheid kan de raadscommissie een beslissing nemen over het al dan niet openbaar maken van een besluitenlijst en een beeldverslag met geluid.
Artikel 20. Verslag besloten vergadering 1. Conceptverslagen van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de commissieleden ter inzage gelegd bij de commissiegriffier. 2. Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het verslag.
Artikel 25. Besluitenlijst besloten vergadering 1. Besluitenlijsten van besloten vergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raads- en commissieleden ter inzage gelegd bij de griffie. 2. Deze besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op de besluitenlijst.
Model is zoveel mogelijk gevolgd. Zie verder de opmerkingen hierboven over openbare besluitenlijsten.
3.
De vastgestelde verslagen worden door de commissievoorzitter en de commissiegriffier ondertekend.
Artikel 29. Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.
Het model heeft hier geen artikel over. Geheimhouding is in hoofdstuk Va: artikelen 87 t/ 89 van de Gemwet geregeld.
Artikel 30. Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
Artikel 21. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
Artikel 26. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd.
Model overgenomen.
Artikel 31. Toehoorders en pers 1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3. De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.
Artikel 22. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
Artikel 27. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare vergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De commissievoorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de vergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.
Model overgenomen.
Artikel 32. Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.
Artikel 23. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluidof beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Artikel 28. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare vergadering geluidof beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de commissievoorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Model overgenomen
Artikel 29. Uitleg verordening In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van de verordening, beslist de commissie op voorstel van de commissievoorzitter.
Het model heeft hiervoor geen artikel. In het reglement van orde staat een dergelijk artikel wel en in de huidige verordening ook. Daarom opgenomen.
Artikel 30. Intrekking oude verordening De Verordening op de raadscommissies Voorschoten 2012 wordt ingetrokken.
Model overgenomen.
Artikel 33 – vervallen Artikel 34. Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, bij twijfel over de toepassing van de verordening of bij afwijking van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter. Artikel 35. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking op de dag nadat deze is bekendgemaakt. 2. Op dat tijdstip vervalt de verordening op de raadscommissies Voorschoten 2004 vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2003.
Artikel 24. Intrekking oude verordening De [citeertitel oude verordening] wordt ingetrokken. Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op [datum]. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies [naam gemeente en eventueel jaartal].
Artikel 31. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies Voorschoten 2025.
Artikel 22. Collegevoorstel 1. Als het college een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de (voorlopige) agenda van de commissievergadering, wil terugtrekken, adviseert de commissie de raad over het verlenen van toestemming hiervoor. De raad neemt hierover een besluit. 2. Als de commissie van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, adviseert zij de raad daarover. De raad neemt hierover een besluit. 3. Als de commissie een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging in de raad voorbereid acht, kan zij aan het college nadere inlichtingen vragen.
Dit artikel is toegevoegd om ook voor de commissie heldere afspraken te maken over het terugtrekken van raadsvoorstellen en niet-besluitrijpe raadsvoorstellen. De inhoud is gebaseerd op hetzelfde artikel in het nieuwe reglement van orde.