CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief dd 22-07-2025 Rekenkamer WVOLV Onderzoeksrapportage Statushouders en gezinsmigranten

Commissie Burger & Bestuur Voorschoten 25 september 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Presentatie rekenkameronderzoek gemeentelijke rollen en taken voor statushouders en gezinsmigranten48.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Uit de KIS-monitor Inburgering komt naar voren dat 54% van de Nederlandse gemeenten aanvullende financiering inzet t.b.v. van de uitvoering van de Wi2021. Het gaat hierbij o.a. om de inzet van middelen uit de Participatiewet voor de participatiecomponent in de leerroutes, Europese middelen, middelen vanuit de Wmo of bijzondere bijstand om het inburgeren praktisch mogelijk te maken zoals reiskosten, vergoedingen voor kinderopvang, of een laptop voor de taallessen. De gemeenten in dit onderzoek hebben overigens geen kosten opgevoerd voor de inzet van begeleiding of instrumenten vanuit de Participatie-wet voor inburgeraars en geen baten vanuit de P-wet opgevoerd. Er is wel begeleiding richting werk of vrijwilligerswerk geboden aan inburgeraars, maar dit is niet als zodanig zichtbaar op de begroting of in de jaarstukken.

De uitvoeringskosten waren in 2022- 2024 al hoger dan de baten vanuit het gemeentefonds, dit zal in 2025 en 2026 nog sterker spelen. Dit probleem doet zich ook in veel andere gemeenten voor. Hoewel de VNG dit heeft aangekaart, onder andere bij de begrotingsbehandeling in november 2024[164], heeft het Rijk de financiering nog niet verhoogd. In de eerste helft van 2025 wordt een landelijk onderzoek uitgevoerd naar de kosten van de Wi2021. Door Oegstgeest en Wassenaar is in interviews de vraag gesteld of de kosten voor de uitvoering door Leiden c.q. Leidschendam-Voorburg niet relatief hoog zijn. Op basis van voorliggend onderzoek kunnen we deze vraag niet beantwoorden, bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal van andere gemeenten. In het najaar van 2025 wordt het landelijke onderzoek naar de kosten van de inburgering gepubliceerd, dan zal een vergelijking mogelijk zijn met de uitvoeringskosten van Leiden en Leidschendam-Voorburg. De gerealiseerde kosten voor de leerroutes blijven achter op de ontvangen SPUK- bedragen, door het lagere aantal inburgeraars. Dit komt overeen met het landelijke beeld uit de SISA-informatie 2023: veel gemeenten hebben slechts een beperkt deel van de beschikbare SPUK-gelden besteed. Gemeenten kunnen een deel hiervan doorschuiven naar het volgende jaar op basis van het daadwerkelijk geholpen inburgeraars.

Als in dat volgende jaar deze baten niet alsnog worden ingezet, oftewel als de achterstand in de taakstelling niet ingehaald wordt, zal het restant terugbetaald moeten worden. Dit gaat om aanzienlijke bedragen. Wassenaar heeft over 2022 en 2023 het verschil al terugbetaald.

164

VNG (2024). Begrotingsdebat Justitie en Veiligheid (position paper).

70

11

Conclusie

In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste conclusies, ter beantwoording van de onderzoeksvraag: Wat zijn de (wettelijke) rollen, taken en activiteiten van de gemeente voor statushouders en gezinsmigranten, hoe wordt dit ingevuld in de gemeenten Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg, wat gaat goed en wat zijn hierbij de knel- en verbeterpunten? In hoofdstuk 1 is deze onderzoeksvraag vertaald naar deelvragen. In de voorgaande hoofdstukken zijn deze onderzoeksvragen in meer detail beantwoord. Om de onderzoeksvraag te beantwoorden, beperken we ons hieronder tot deelvragen 1, 2, 3 en 8. Zo is per hoofdstuk een paragraaf opgenomen met de wettelijke rollen en taken van de gemeente voor statushouders en gezinsmigranten, specifiek op het gebied van huisvesting en inburgering (deelvraag 1). In grote lijnen gaat het om de verplichting om statushouders te huisvesten conform de taakstelling, het afnemen van een brede intake en opstellen van een PIP (Persoonlijk Plan Integratie en Participatie) voor statushouders en gezinsmigranten die onder de Wi2021 vallen, het begeleiden van deze inburgeraars bij hun inburgeringstraject en het (laten) uitvoeren van maatschappelijke begeleiding, financieel ontzorgen en leerroutes voor statushouders.

Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor begeleiding van inburgeraars die onder de Wi2013 vallen en voor de maatschappelijke begeleiding van deze groep. Wat willen de gemeenten effectief bereiken met de inburgering van statushouders en gezinsmigranten (op alle beoogde inburgeringsroutes) en binnen de participatiewet en in hoeverre zijn de door de gemeente gestelde doelen op deze thema’s gerealiseerd? (Deelvraag 2). De hoofddoelstelling van de vier gemeenten komt overeen met het doel van de Rijksoverheid, namelijk dat inburgeraars zo snel mogelijk participeren (het liefst via betaald werk) op het hoogst haalbare taalniveau (liefst minimaal B1). De gemeente Oegstgeest heeft inburgering als beleidsdoel opgenomen in het Beleidsplan Sociaal Domein 2021-2024. De Leidse visie op inburgering is om mensen zo breed mogelijk te laten oriënteren op onderwijs en de arbeidsmarkt[165]: Hierbij zijn de vijf subdoelen van de landelijke overheid als kernpunten overgenomen: tijdige start, snelheid, maatwerk, dualiteit en kwaliteit.

165

De gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar hebben de subdoelen maatwerk en kwaliteit van het landelijk beleid als strategieën overgenomen en daar drie strategieën toegevoegd: effectief, lokaal en transparant. De doelen dualiteit en tijdige start en snelheid zijn niet specifiek opgenomen als strategie van de drie gemeenten. In de beleidsdoelstellingen van deze drie gemeenten is verder opgenomen dat inburgeraars hun talenten en vaardigheden ontwikkelen en ontdekken, dat ze naar vermogen meedoen aan activiteiten, zich sociaal verbonden voelen met de samenleving en zo snel mogelijk financieel en maatschappelijk zelfredzaam zijn. In hoeverre in de vier gemeenten voldaan wordt aan het doel zo snel mogelijk participeren (idealiter via betaald werk en als dat niet haalbaar is via vrijwilligerswerk of andere vormen van participatie) is op basis van de verzamelde informatie nog niet goed vast te stellen. Leidschendam-Voorburg heeft ongeveer 10% van de inburgeraars succesvol begeleid naar betaald werk of vrijwilligerswerk, maar de registratie van deze resultaten behoeft verbetering, zodat dit ook per gemeente duidelijk wordt. Voor Oegstgeest zijn geen cijfers bekend. De gemeente Oegstgeest heeft ten tijde van het onderzoek geen inzicht kunnen geven in de cijfers van haar inburgeraars omtrent participatie.

Zonder die cijfers is zij onvoldoende in staat om te monitoren en tussentijds beleid en uitvoering bij te sturen. Dit geldt ook voor de andere drie gemeenten, waar de registratie onvoldoende op orde is. Verreweg de meeste inburgeraars in de vier gemeenten volgen de B1-route, wat duidt op een hoog niveau, vooral onder gezinsmigranten. In Wassenaar volgen relatief veel inburgeraars de Z-route. Het aantal personen dat de inburgering heeft afgerond onder de Wi2021 is nog klein, maar de meesten van hen hebben de B1-route succesvol doorlopen. De mogelijkheid van de Z-route met A2-examens en de constatering dat meerdere inburgeraars tussentijds zijn overgestapt naar een hoger niveau, draagt bij aan de conclusie dat veel inburgeraars een cursus op het hoogst haalbare niveau volgen. Deze conclusie geldt voor alle vier gemeenten. De startgroepen/startklassen dragen bij aan het bepalen van dat niveau en plaatsing in de juiste leerroute. Maatwerk in de inburgering wordt bevorderd door de brede intake (inclusief de startklas/-startgroep), de leerbaarheidstoets en het PIP, waardoor de begeleiding afgestemd kan worden op de behoeften van de inburgeraar. Dit geldt voor alle vier gemeenten. Voorheen kwam het wel eens voor dat inburgeraars te snel werden geplaatst in een leerroute en later bleek dat er moest worden opgeschaald of afgeschaald naar een andere leerroute.

De startgroepen/klassen bieden betrokken professionals meer tijd om te bepalen welke leerroute het meest passend is voor de inburgeraar. Inburgeringsconsulenten van statushouders uit Oegstgeest staan tijdens de brede intake stil bij verschillende leefdomeinen van de statushouders die zij begeleiden, zodat ze dat kunnen meewegen bij vaststellen van het PIP.

Beleidsregels Inburgering Gemeente Leiden.

71

Binnen de maatschappelijke begeleiding wordt maatwerk gerealiseerd door de intensiteit van de begeleiding zoveel mogelijk af te stemmen op de behoeften van de inburgeraars. Desondanks blijkt de maatschappelijke begeleiding van anderhalf jaar niet altijd voldoende en is er momenteel geen ruimte om de maatschappelijke begeleiding te verlengen, terwijl daar wel behoefte aan is. Dit geldt voor alle vier gemeenten.

In Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar dragen het opstellen van het PIP, de startklas en de voortgangsgesprekken met één en dezelfde consulent bij aan transparantie in het inburgeringsproces. Het aantal voortgangsgesprekken is overigens wel kleiner dan in Oegstgeest. Op het punt van handhaving is de transparantie echter beperkt voor de eerste cohorten inburgeraars (en voor consulenten), doordat het beleid hieromtrent nog in ontwikkeling is.

Maatwerk bij participatie wordt zoveel mogelijk naar gestreefd door te kijken naar de (werk) ervaring, behoeften en vaardigheden van statushouders. Dit wordt meegewogen om passende participatieplekken te vinden voor statushouders.

In Wassenaar draagt de trajectbegeleiding bij aan transparantie in het inburgeringstraject door het bijhouden van participatie activiteiten. In de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Voorschoten is de trajectbegeleiding met betrekking tot de invulling van participatie-uren recent opgetuigd, omdat statushouders tot voor kort dit zelfstandig moesten organiseren.

De kwaliteit van het inburgeringsaanbod in de vier gemeenten wordt gewaarborgd doordat er korte lijntjes zijn tussen de gemeenten en taalscholen over het inburgeringsaanbod en het verloop van de uitvoering. Daarnaast hebben de taalscholen het keurmerk Blik Op Werk. In Oegstgeest is deels sprake van een tijdige start, doordat statushouders die in de ROL verblijven al kunnen beginnen met de inburgering, dit is wel vrijblijvend. Op 1 november 2024 waren er zeven personen in de ROL gekoppeld aan de gemeente Oegstgeest. Het COA wijst bewoners van de ROL erop dat zij alvast kunnen starten met hun inburgering, wanneer iemand wil en kan starten wordt er contact gelegd met de gemeente Leiden. De startgroep in Oegstgeest en de startklas in de andere drie gemeenten draagt bij aan de snelheid van de inburgeringsroutes, door het voorkomen van vertragingen door onjuiste plaatsing in een leerroute. Voor gezinsmigranten is de snelheid in de eerste fase van de inburgering lager dan voor asielmigranten, omdat zij minder goed bereikt kunnen worden. In alle vier de gemeenten wordt bijgedragen aan de snelheid door het vaststellen van de PIP’s binnen 10 weken na huisvesting in alle drie gemeenten en in Oegstgeest voor een deel van de inburgeraars al in het azc.

De strategie effectiviteit van de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Wassenaar en Voorschoten wordt in de inburgering gerealiseerd door korte lijnen tussen de gemeente Leidschendam-Voorburg en de taalscholen. De gemeente heeft inzicht in de absentie van inburgeraars en daarnaast is de kwaliteitsmedewerker verantwoordelijk om zicht te houden op het afronden van taallessen binnen de inburgeringstermijn. Momenteel is er nog geen zicht op in hoeverre de inburgeringstermijn voor inburgeraars die in 2022 zijn gestart moet worden verlengd. Uitgangspunt blijft dat inburgeraars met begeleiding van de gemeente ook zelf verantwoordelijk zijn voor hun inburgering en participatie. Voor inburgeraars in Leidschendam-Voorburg wordt voldaan aan de strategie lokaal, aangezien de brede intake, de startklas, de leerbaarheidstoets en de voortgangsgesprekken in die gemeente plaatsvinden. Voor Wassenaar en Voorschoten geldt dit niet: ook de inburgeraars uit deze gemeenten moeten naar Leidschendam-Voorburg voor deze activiteiten, met uitzondering van één dag van de startklas in de eigen woonplaats. Een aanzienlijk deel van de inburgeraars kan in de eigen gemeente de inburgeringslessen volgen.

Uit de praktijk blijkt dat het een uitdaging is om dualiteit te realiseren. Het combineren van taalaanbod en participatie is lastig, omdat taalaanbod op zich al veel tijd in beslag neemt. Het vinden van participatieplekken is afhankelijk van verschillende factoren zoals taalvaardigheid, bereidheid van en warme contacten bij werkgevers. Tot slot hebben veel inburgeraars ook persoonlijke verplichtingen zoals de zorg voor een gezin of partner.

De participatie wordt ook lokaal vormgegeven, omdat de Vrijwilligerscentrale Wassenaar verantwoordelijk is voor de invulling van participatie-uren. Statushouders worden begeleid door trajectbegeleiders. In de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Voorschoten heeft Foxtaal recent de verantwoordelijkheid gekregen om statushouders te begeleiden bij de invulling van hun participatie-uren. Dit doen zij door trajectbegeleiders in te zetten zoals al gebeurt in de gemeente Wassenaar. Foxtaal zal voor de invulling van de participatie-ure samenwerken met lokale welzijnsorganisaties.

Maatschappelijke begeleiding draagt bij aan zelfredzaamheid en daarmee aan actieve participatie in de samenleving. Maatschappelijk begeleiders nemen statushouders actief mee in het proces het regelen van praktische zaken, wegwijs worden in de gemeente en toeleiding naar gezondheidszorg en school. Ook signaleren zij eventuele problemen in de randvoorwaarden voor deelname aan inburgering en participatie.

De maatschappelijke begeleiding wordt lokaal georganiseerd, doordat in alle vier gemeenten de begeleiding vanuit Vluchtelingenwerk gebeurt vanuit de lokale kantoren. Dit ideaal voor inburgeraars, omdat ze in hun eigen gemeente terecht kunnen bij hun maatschappelijk begeleiders. Ook hebben maatschappelijk begeleiders vaak korte lijntjes met andere lokale partijen in de inburgeringsketen, waarmee ze snel kunnen schakelen. 72

In paragraaf 2.5 is beschreven op welke manier de gemeenteraden betrokken zijn (geweest) bij het opstellen, uitvoeren en controleren van de processen rondom inburgering van statushouders en gezinsmigranten en de huisvesting van statushouders. (Deelvraag 3). De gemeenteraden van Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar zijn voorafgaand aan de implementatie van de Wi2021 geïnformeerd, vervolgens is het Beleidsplan inburgering 2022-2025 in maart/april 2021 besproken en vastgesteld in de verschillende gemeenteraden. In Voorschoten zijn bij de behandeling van het beleidsplan vragen gesteld over consequenties van eventuele vertraging van financiering vanuit het Rijk. In Leidschendam-Voorburg is het beleidsplan aangenomen, inclusief een amendement gericht op subsidietafels waarin inburgeraars een plek dienen te krijgen en een vraag over de inzet van sleutelpersonen tijdens de inburgering. Na het vaststellen van het Beleidsplan Inburgering, is in de drie gemeenten de Verordening Inburgering vastgesteld in september en november 2022. Hierin is de samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet opgenomen en wordt een boete- en handhavingssystematiek op hoofdlijnen uiteengezet.

In september/ oktober 2024 zijn alle drie de gemeenteraden geïnformeerd over de stand van zaken rondom de inburgering middels een raadsbrief, een Jaarrapportage Inburgering 2023 en de Monitor Inburgering 2023. In geen van de drie gemeenteraden is het thema vervolgens geagendeerd en/of zijn er raadsvragen gekomen over de uitvoering van de Wi2021 naar aanleiding van deze stukken. De gemeenteraad van Oegstgeest is in september 2020 geïnformeerd over de nieuwe inburgeringswet en regionale aanbesteding inzake leerroutes voor statushouders en in oktober 2020 over een wijziging in de aanbesteding. Het inburgeringsbeleid is in februari 2023 met de raad besproken. De gemeenteraad heeft op dat moment een verordening vastgesteld met betrekking tot de handhaving en boetes. Waar liggen mogelijkheden voor verbetering (Deelvraag 8): „ In de kaderstelling en randvoorwaarden door rijk of lokaal door de gemeenteraad? „ In de praktijk van uitvoering? De huisvestingstaakstelling werd in de vier onderzochte gemeenten niet behaald, soms al meerdere jaren. Hierdoor wachten statushouders die aan deze gemeenten zijn gekoppeld, langer in de opvang en kunnen ze nog niet (of slechts gedeeltelijk) starten met inburgeren en participeren. Daarbij krijgen gemeenten te maken met maatregelen door de provincie die toeziet op de realisatie van de taakstelling.

De genoemde plannen lijken niet op korte termijn tot uitvoering te komen of tot aanzienlijk resultaat te leiden. En afstemming en samenwerking tussen de gemeenten ontbreekt.

Door het niet behalen van de taakstelling, ontstaat op het eerste gezicht een te rooskleurig beeld van de financiële situatie omtrent de inburgering. Reeds ontvangen middelen vanuit de SPUK zullen namelijk deels terugbetaald moeten worden, als de achterstand in de taakstelling - en daarmee in het aantal inburgeraars - niet ingehaald wordt. Wassenaar heeft hier al op geacteerd, door tot terugbetaling over te gaan. Wanneer er een grotere realisatie is van de taakstelling, zullen gemeenten en de uitvoerende partijen meer inburgeraars moeten bedienen. Dit creëert enerzijds meer werk en middelen op inburgering (caseload), anderzijds biedt het meer mogelijkheden om het juiste aanbod te bieden aan verschillende groepen. Dit geeft taalscholen de mogelijkheid om gedifferentieerd aanbod en maatwerk te bieden onder andere op basis van taalniveau. Leidschendam-Voorburg, Wassenaar en Voorschoten hebben een tijdige start en snelheid niet als strategie overgenomen uit de landelijke beleidstheorie. Er is dan ook geen sprake van een vroege start in het AZC. De wet biedt deze ruimte, maar het is de vraag of hiermee voldaan zal worden aan het hoofddoel van zo snel mogelijk participeren. Er lijken meer mogelijkheden voor een vroege start te zijn, zeker in Voorschoten en Wassenaar, dan de beleidsambtenaren van LeidschendamVoorburg momenteel zien.

Dit zou de gemeente Leidschendam-Voorburg in afstemming met de gemeenten Voorschoten en Wassenaar kunnen verkennen, zodat ze kunnen realiseren dat inburgeraars een vroege start maken met hun inburgering terwijl ze nog op het AZC wonen. Dit is al het geval voor sommige inburgeraars uit de gemeente Oegstgeest, die zijn al gestart met hun inburgering, terwijl ze nog woonachtig zijn op de Regionale Opvang Locatie (ROL) in Oegstgeest. Met betrekking tot de participatie van inburgeraars, bijvoorbeeld in betaald werk of vrijwilligerswerk, is nog een flinke inhaalslag te maken. Recentelijk is trajectbegeleiding gestart in LeidschendamVoorburg en Voorschoten. In Wassenaar en Oegstgeest werd al dergelijke begeleiding geboden. Het aantal inburgeraars met betaald of vrijwilligerswerk lijkt echter nog klein, voor zover dit al zichtbaar is in de registraties. De rapportages vanuit die registratie zijn echter nog onvoldoende betrouwbaar. Tot slot benoemen we enkele aandachtspunten op Rijksniveau, die de gemeenten in hun contacten met het Rijk en de VNG kunnen benoemen: Uit de interviews blijkt dat meer duidelijkheid nodig is over het voornemen van het kabinet om de spreidingswet af te schaffen en voorrang op huisvesting voor statushouders te verbieden. Ook over de financiering en verantwoordelijkheid voor doorstroomlocaties nieuwe stijl is nog veel onduidelijk.

En als laatste blijkt uit dit onderzoek dat de financieringsstructuur van de Wi2021 complex en onvoldoende inzichtelijk is - door

73

de combinatie van middelen uit het gemeentefonds en SPUKs en aangekondigde wijzigingen in de SPUKs en prestatiebekostiging- en dat de baten voor de uitvoeringskosten onvoldoende zijn. Op basis van ons onderzoek en op dit punt van de inburgering, kunnen we geen conclusies trekken of de financiering voor de inburgering volledig kostendekkend is. De gemeenten benoemen zelf dat de beschikbare middelen vaak onvoldoende zijn om de vereiste ondersteuning volledig te kunnen bekostigen. Dit dwingt hen ertoe om aanvullende financiering te zoeken binnen andere gemeentelijke budgetten, bijvoorbeeld voor het organiseren van maatwerk binnen leerwerktrajecten of onderwijstrajecten. De conclusie dat de financiering kostendekkend is, doet daarmee geen recht aan de complexe werkelijkheid waarmee gemeenten te maken hebben. Tegelijkertijd is het belangrijk om de wijze waarop met niet-bestede inburgeringsmiddelen wordt omgegaan goed te duiden. Volgens Divosa geldt de volgende regeling:

“

11.1.

Indien de gemeente in een kalenderjaar het voor dat jaar toegekende inburgeringsbudget niet volledig heeft besteed aan inburgeringsvoorzieningen, kan de gemeente het niet-bestede bedrag tot maximaal 100% van het voor dat jaar toegekende inburgeringsbudget reserveren voor besteding aan inburgeringsvoorzieningen in het daaropvolgende kalenderjaar. Een overschot op het inburgeringsbudget (dit kan opgebouwd zijn over één of meerdere jaren) wordt pas van de gemeente teruggevorderd, indien en voor zover dat overschot meer bedraagt dan 100% van het toegekende inburgeringsbudget. Hiertoe houdt SZW een administratie bij van de overschotten.”[166]

Aanbevelingen

Hieronder beschrijven we kort de aanbevelingen die voortvloeien uit de conclusies. Verken kansen voor een vroege start In Leidschendam-Voorburg, Wassenaar en Voorschoten is nog geen sprake van een vroege start. Inburgeraars maken in die drie gemeenten nog geen start met hun inburgering, terwijl ze nog op het AZC verblijven. Dit in tegenstelling tot de gemeente Oegstgeest, waar een deel van de inburgeraars al een vroege start maakt met de inburgering. Dit doen zij tijdens hun verblijf op de Regionale Opvang Locatie (ROL) Oegstgeest. De gemeente Leidschendam-Voorburg kan in afstemming met Wassenaar

166

en Voorschoten verkennen welke mogelijkheden er zijn om een vroege start te realiseren voor hun inburgeraars. Inburgeraars die een vroege start maken met hun inburgering, krijgen per 1 juli 2025 een reiskostenvergoeding vanuit het COA. Dit is een tijdelijke regeling die duurt tot 31 december 2026. [167] Verbeter de registratie van participatiecijfers De registratie van de participatiecijfers is in alle vier gemeenten nog niet op orde. In LeidschendamVoorburg, Wassenaar en Voorschoten is dit beperkt beschikbaar. De gemeente Oegstgeest heeft ten tijde van dit onderzoek geen inzicht kunnen geven in de participatiecijfers van haar inburgeraars. Het is van belang dat alle vier gemeenten de registratie van participatiecijfers op orde brengen, zodat ze inzicht krijgen in de invulling, voortgang en knelpunten van participatie. Verken (samenwerkings)mogelijkheden om huisvesting van vergunninghouders te bevorderen Alle vier gemeenten blijven achter bij het realiseren van de huisvestingstaakstelling. Huisvestingsplannen die er zijn, worden niet op korte termijn uitgevoerd. Bovendien lijken ze niet aanzienlijk bij te dragen aan het realiseren van de taakstelling. Gemeenten zouden meer met elkaar kunnen afstemmen en samenwerken om de huisvesting van vergunninghouders te bevorderen.

Mogelijke oplossingen die eerder zijn benoemd, zijn flexwoningen, woningdelen, regionale uitruil, prestatieafspraken met woningbouwcorporaties en het bouwen van sociale huurwoningen. Vraag opdrachtnemende gemeenten periodiek over de voortgang van de inburgering De opdrachtgevende gemeenten Oegstgeest, Voorschoten en Wassenaar beschikken (ten tijde van dit onderzoek), maar in beperkte mate over de inburgeringscijfers van hun inburgeraars. Dit terwijl ze hun inburgering hebben uitbesteed aan de gemeente Leiden (Oegstgeest) en LeidschendamVoorburg (Voorschoten en Wassenaar). Het is van belang dat ze de cijfers en andere relevante informatie met betrekking tot de inburgering regelmatig bijhouden, zodat ze goed kunnen monitoren en waar nodig kunnen bijsturen. Periodieke informatieverstrekking is ook van belang om de lokale gemeenteraden goed te kunnen informeren en te verantwoorden waaraan de financiële middelen worden uitbesteed.

167

Divosa (2025). Vergoeding voor reiskosten van inburgeraars bij vroege start | Divosa.

Verantwoording | Divosa.

74

COLOFON Auteurs: Dr. A. Gehring R. Yohannes, MSc Drs. C. van Egten Met mederwerking van N. de Wijs Illustratie Adobe Illustrator Uitgave Verwey-Jonker Instituut Giessenplein 59-C 3522 KE Utrecht T (030) 230 07 99 E secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl De publicatie kan gedownload worden via onze website: http://www.verwey-jonker.nl © Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, juli 2025 ISBN: 978-94-6409-382-7 Het auteursrecht van deze publicatie berust bij het Verwey-Jonker Instituut. Gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. The copyright of this publication rests with the Verwey-Jonker Institute. Partial reproduction of the text is allowed, on the condition that the source is mentioned. Het gebruik van dit rapport staat iedereen vrij. Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. In dit rapport wordt verwezen naar verschillende interventies. Dit overzicht van interventies is niet uitputtend. Bovendien zijn niet alle interventies geëvalueerd. Het overzicht van interventies dient daarom vooral ter inspiratie voor de aanpak van lokaal beleid ter preventie van radicalisering en ongewenste polarisatie. In de rapportage wordt verwezen naar webpagina’s. Deze kunnen in de loop van de tijd veranderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=2a9d447c-b60b-471d-8e6b-8023c6483d51