CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief dd 22-07-2025 Rekenkamer WVOLV Onderzoeksrapportage Statushouders en gezinsmigranten

Commissie Burger & Bestuur Voorschoten 25 september 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Presentatie rekenkameronderzoek gemeentelijke rollen en taken voor statushouders en gezinsmigranten48.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

De afspraken tussen de gemeente Leidschendam-Voorburg en Echt Nederlands zijn vastgelegd in de aanbestedingsdocumenten en werkdocumenten. Hierin is vastgelegd dat Echt Nederlands de presentie van inburgeraars bijhoudt en doorgeeft aan de gemeente. De gemeente wordt betrokken bij het monitoren van de aanwezigheid als een inburgeraar twee keer afwezig is geweest zonder geldige reden. Bij ziekteverzuim wordt de consulent inburgering op de hoogte gebracht als er meer dan 20% verzuim is. De kwaliteitsmedewerker van de gemeente is verantwoordelijk voor monitoring en houdt via caseloadgesprekken bij, dat taallessen worden afgerond voor het aflopen van de inburgerings-termijn. In het Programma van Eisen is komt onder andere de kwaliteit van de docenten aan de orde, net als de mogelijkheid voor cursisten om over te stappen naar een andere leerroute. Specifiek voor de B1-route is ook vastgelegd dat er minimaal één centrale leslocatie binnen de gemeentegrenzen van de drie gemeenten is. De maximale groepsgrootte is twaalf deelnemers.

Indien er sprake is van beperkte instroom van deelnemers in de B1-route, staat het aanbieder vrij om deelnemers uit andere gemeenten (buiten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar) in een gezamenlijke klas te plaatsen Werkzame elementen De samenwerking tussen de gemeente Leidschendam-Voorburg en de taalschool verloopt naar wens van zowel de gemeente als Echt Nederlands. Echt Nederlands benoemt dat ze een directe contactpersoon bij de gemeente hebben en korte lijnen onderhouden. Echt Nederlands ziet daarnaast dat de inburgeraars aan wie ze op dit moment lesgeven zeer gemotiveerd en leerbaar zijn in vergelijking tot andere gemeenten waar ze actief zijn. Ze zien in de gemeenten LeidschendamVoorburg, Wassenaar en Voorschoten opvallend veel leerbare mensen geplaatst worden in vergelijking tot andere gemeenten. Hierdoor verwachten ze dat de meerderheid van de inburgeraars in principe binnen drie jaar de inburgering af zullen ronden. Op dit moment is er een landelijk tekort aan taaldocenten. Echt Nederlands benoemt dat zij, als relatief kleine taalschool, in veel mindere mate tegen dit probleem aanlopen omdat ze een kleinere caseload hebben. Inburgeraars kunnen over het algemeen snel geplaatst worden op de taalschool.

Uit landelijk onderzoek blijkt dat het gebrek aan kinderopvang ervoor zorgt dat inburgeraars met kinderen de taallessen niet goed ingepland krijgen.[110] Dit lijkt geen probleem te zijn in Wassenaar, Voorschoten en Leidschendam-Voorburg. De taalschool en de gemeente slagen er in om voor iedere inburgeraar een moment te vinden om taallessen te geven. Het is twee keer voorgekomen dat vrouwen twee dagdelen in plaats van drie dagdelen taalles hebben gevolgd.

110

Gruijter, M. de, T. A. Kool, Y. Dusault, L. Samson, A. Gehring, F. Acherrat (2024) KIS monitor 2024 Gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding en inburgering statushouders en gezinsmigranten. Utrecht: KIS.

42

Het bereiken van de taalschool voor inburgeraars die niet in Leidschendam-Voorburg wonen wordt gefaciliteerd door het vergoeden van reiskosten door de taalschool. Reiskosten worden vergoed vanaf de gemeentegrens tot aan de taalschool. Echt Nederlands heeft van te voren afspraken gemaakt met gemeenten over wie de reiskosten vergoedt. Dit zorgt ervoor dat de taalschool voor iedere inburgeraar toegankelijk is. De taalschool geeft aan dat het reizen met het OV van belang is voor inburgeraars in de B1-route, zodat ze lokaal hun eigen weg kunnen vinden. Inmiddels is er op verzoek van de gemeente Voorschoten een leslocatie geopend in Voorschoten, maar daar zijn kleine aantallen inburgeraars en minimale mogelijkheden voor differentiatie op taalniveau. Inburgeraars die taalles volgen in Voorschoten hebben dan ook hun ontevredenheid geuit bij taalschool Echt Nederlands. Echt Nederlands ziet verschillende inburgeraars die lesuren over hebben en de wens hebben om door te leren tot B2-niveau. Wanneer inburgeraars gemotiveerd zijn om door te leren, kan Echt Nederlands een methode aanbieden in de eindfase van de inburgering. De inburgeraars blijven dan wel nog in de B1-klas, maar werken zelfstandig om hun taalniveau te verbeteren. De voorwaarde hiervoor is dat inburgeraars op twee onderdelen van het B1-examen zijn geslaagd.

De gemeente heeft het voornemen om voor mensen die B2 niveau nodig hebben voor hun re-integratietraject richting arbeid, B2 niveau te bekostigen vanuit het P-budget. Knelpunten In het Programma van Eisen van de drie gemeenten is de richtlijn dat inburgeraars binnen twintig werkdagen kunnen beginnen met de taalles. Echt Nederlands benoemt dat de consequentie hiervan is dat het moeilijk is om homogene klassen te vormen. Onder de Wi2013 zat er geen tijdsdruk op de start van de taalles waardoor het mogelijk was om inburgeraars twee maanden te laten wachten en daarna in een homogene klas te plaatsen die aansluit bij het kennisniveau en de -behoefte van de inburgeraar. De consequentie van snel plaatsen is dat inburgeraars in meer gedifferentieerde klassen worden geplaatst waar leerlingen met verschillend instapniveau bij elkaar worden geplaatst. Dit is voor sommige inburgeraars een uitdaging en het vraagt in sommige gevallen twee of drie maanden acclimatiseringstijd. De vertegenwoordiger van Echt Nederlands merkt op dat inburgeraars dit punt aankaarten bij de gemeente en dat de gemeente de taalschool hier vervolgens op aanspreekt. Echt Nederlands ziet echter geen andere oplossing om de termijnen te halen. De ervaring van Echt Nederlands is dat inburgeraars na enkele maanden gewend zijn aan het werken in gedifferentieerde klassen.

Ze zouden hier graag meer verwachtingsmanagement van de gemeente aan het begin van het traject op zien, in plaats van dat de gemeente anticipeert op de onvrede van inburgeraars. Met betrekking tot verwachtingsmanagement zou de taalschool eveneens graag zien dat de gemeente geen valse hoop creëert bij inburgeraars over het mogelijk te behalen taalniveau. De gemeente schat het te behalen taalniveau in sommige gevallen te hoog in, waardoor inburgeraars ongefundeerde verwachtingen krijgen. Echt Nederlands zou graag met de gemeente duidelijkere afspraken maken over hoe te handelen bij examenweigeraars, dit gaat om mensen die de wens hadden om B2 aanbod te krijgen. Op dit moment wordt daar onvoldoende op gemonitord door de gemeente volgens Echt Nederlands. Aangezien de samenwerking goed verloopt met de gemeente, komen ze tot oplossingen voor individuele inburgeraars, maar Echt Nederlands zou graag zien dat hier protocollen voor worden ontwikkeld. De gemeente Voorschoten heeft Echt Nederlands verzocht om in de gemeente zelf taalles te geven op B1-niveau zodat inburgeraars niet hoeven te reizen. Vooraf waarschuwde de taalschool dat het van belang is dat er voldoende volume is voor een groep zodat het niveau van de leerlingen zo homogeen mogelijk is. De consequentie van een kleine gemeente is dat de klassen klein zijn en dat er veel doorstroom is.

Op verzoek van de gemeente Voorschoten, heeft Echt Nederlands toch besloten om een klas te draaien in de gemeente, maar ze krijgen veel klachten van inburgeraars vanwege het grote niveauverschil in de klas. Echt Nederlands geeft er de voorkeur aan dat de leerlingen uit Voorschoten les krijgen in Leidschendam-Voorburg zodat ze in meer homogene klassen zitten. De klachten die er waren zijn inmiddels opgelost, een aantal cursisten zijn bijvoorbeeld teruggegaan naar de lesgroep in de gemeente Leidschendam-Voorburg. De gemeente Voorschoten hecht waarde aan de kwaliteit van de taallessen en monitort de kwaliteit op verschillende manieren:

„

De contractmanager in de regio voert kwaliteitsgesprekken met de taalaanbieders. De kwaliteitsadviseur bespreekt casuïstiek met consulenten. Echt Nederlands heeft een eigen interne kwaliteitsbeoordeling en beschikt over het Blik op Werk-keurmerk. Echt Nederlands heeft een klachtenprotocol waar cursisten gebruik van kunnen maken.[111]

111

Aanvullende vragen beleidsmedewerker Voorschoten.

„ „ „

43

Z-route De Z-route wordt in Wassenaar, Voorschoten en Leidschendam-Voorburg uitgevoerd door Foxtaal. Foxtaal is daarmee verantwoordelijk voor het bieden van 800 uur onderwijs aan inburgeraars in de Z-route. Foxtaal werkt vanuit de visie dat iedereen mee moet kunnen doen op diens eigen niveau waarbij het maximale uit mensen wordt gehaald. Inburgeraars volgen vier dagdelen per week taalles. In de Z-route zitten veel inburgeraars met een lage leerbaarheid. Via taalmaatjes, extra begeleiding en klassenassistenten dragen ze ervoor zorg dat iedereen mee kan doen aan de lessen. Foxtaal geeft les op locatie in de drie gemeenten. Ze geven alfabetiseringslessen, Brugklaslessen op A0/A1 niveau en les op A1/A2 niveau. De alfabetiseringslessen bestaan uit ‘Alfa A tot en met Alfa C’ en zijn bedoeld voor inburgeraars die in het Latijnse alfabet en/of in hun moedertaal niet goed kunnen lezen en schrijven. Na de alfabetiseringslessen kunnen de inburgeraars doorstromen naar Brugklaslessen gericht op tellen, klok lezen, korte teksten lezen en begrijpen en zelfstandig mensen aanspreken en eenvoudige gesprekken voeren. Vervolgens is doorstroom mogelijk naar de A1/A2 klassen waar de taal verder wordt geleerd. Iedere inburgeraar in de Z-route volgt bij Foxtaal Kennis van de Nederlandse Maatschappij.

Foxtaal heeft de grootste instroom op Alfa A niveau; inburgeraars die analfabeet zijn en ook in de eigen taal niet kunnen lezen en schrijven. Voor deze groep is het van belang dat naast taalvaardigheid ook studievaardigheden bijgebracht worden. Foxtaal biedt maatwerk waar mogelijk en sluit aan bij de leerbaarheid van de inburgeraars. Indien lezen en schrijven als lastig worden ervaren, zet Foxtaal in op spreken en luisteren. Hierbij focussen ze op het zo zelfredzaam mogelijk maken van de inburgeraars. De afspraken tussen de gemeente Leidschendam-Voorburg en Foxtaal zijn vastgelegd in de aanbestedingsdocumenten en werkdocumenten. Hierin zijn vergelijkbare vereisten vastgelegd als tussen de gemeente en Echt Nederlands. Specifiek voor de Z-route is in het Programma van Eisen opgenomen dat minimaal 800 uur les wordt gegeven, dat aandacht wordt besteed aan spreken, lezen, schrijven en luisteren - met de nadruk op spreken en begrijpen- en aan een aantal concreet genoemde thema’s, zoals gezondheid en digitale vaardigheden. Ook is vermeld dat de lessen worden verzorgd moeten worden binnen de gemeente waar de deelnemer woonachtig is. Voor de Z-route is het maximaal aantal cursisten per groep ook twaalf, net als bij de B1-route.

Indien er sprake is van een beperkte instroom van deelnemers in de Z-route, zoekt aanbieder andere mogelijkheden om de lessen doorgang te laten vinden zonder dit ten koste te laten gaan van de kwaliteit.

Werkzame elementen Foxtaal is een lokale taalschool en al 25 jaar actief in de gemeenten. Doordat ze de omgeving goed kennen en een groot netwerk in de regio hebben ze korte lijnen met welzijnsorganisaties in de omgeving en met de gemeente. En zijn ze goed in staat om het leren van de taal te combineren met participatie, in de vorm van participatieplekken waar inburgeraars terecht kunnen. Zie ook hoofdstuk 7. Foxtaal stelt dat ze er goed in slagen om onderwijs aan te bieden op alle taalniveaus, vanaf alfabetisering. Ze zetten docenten in die gespecialiseerd zijn in deze doelgroep en kunnen daardoor aansluiten bij de leerbaarheid van de doelgroep. De extra klassenondersteuning is hierbij van groot belang. Hierdoor kunnen inburgeraars met verschillend taalniveau meekomen in de lessen. Knelpunten Foxtaal ervaart vijf knelpunten in de uitvoering. Ten eerste, en anders dan Echt Nederlands, ervaart Foxtaal aanzienlijk meer problemen met het vinden van geschikte docenten die specifiek alfabetiseringslessen kunnen geven. Ze zeggen hierover:

“

NT2 docenten vinden is al een probleem maar dat is kwadratisch verdubbeld als je het hebt over alfabetiseringsdocenten. Tot nu toe krijgen we het voor elkaar, maar dat is wel een krachtsinspanning.”

Foxtaal heeft zich ontwikkeld tot een leeromgeving waar stagiaires terecht kunnen en door kunnen stromen naar een vaste baan. Op deze manier waarborgt Foxtaal de continuïteit van docenten en zorgen ze ervoor dat de docenten die ze in dienst nemen kwaliteit leveren en goed bij de organisatie passen. Op deze manier krijgen ze de bezetting rond, maar het blijft krap. Ten tweede, de gemeente heeft trajecten bij Foxtaal ingekocht voor 800 uur onderwijs per inburgeraar. In de praktijk komt het voor dat inburgeraars vanwege verschillende redenen niet naar de lessen (kunnen) komen. Dit betekent dat de taalschool wel 800 uur onderwijs heeft aangeboden, maar dat de inburgeraar aan het einde van het lopende onderwijscontract nog geen 800 uur aan taalles heeft gevolgd. Volgens Foxtaal legt de gemeente de verantwoordelijkheid en daarmee het financiële risico hiervan volledig bij de taalschool. Foxtaal en de gemeente hebben gesprekken hierover, maar er zijn nog geen ontwikkelingen geweest. Foxtaal verwacht dat ongeveer 50% van de inburgeraars niet naar alle taallessen zijn gekomen. Er spelen hierbij verschillende onderliggende oorzaken, zoals: gedwongen thuisblijven vanwege zieke kinderen, een zwangerschap, psychische problematiek of ziekte. Foxtaal stelt dat er daarnaast inburgeraars zijn die structureel

44

verzuimen. Ze geven dit door aan de gemeente en voeren gesprekken met gemeente en inburgeraars hierover. Hierover zeggen ze:

“

Er zijn klanten waarmee ik al een paar keer een gesprek heb gehad bij de gemeente maar het gedrag verandert niet. Die gaat dan ook niet die 800 uur halen. Ik moet dan lessen blijven geven terwijl de gemeente niet handhaaft. Ik vind het geen probleem om een percentage te pakken maar 100% dragen van de kosten vind ik geen goede actie.”

Ten vijfde, een deel van de doelgroep in de Z-route heeft met veel uitdagingen te maken. Dit probleem wordt zowel door Foxtaal als door de ambtenaren van de gemeente erkend. Het is een zeer diverse groep en ook binnen de groep is een grote diversiteit op het gebied van leerbaarheid. Foxtaal geeft het voorbeeld van een inburgeraar met een IQ van 65. Ze hebben deze inburgeraar doorverwezen naar Argonaut die verantwoordelijk is voor het afnemen van een medische toets om te onderzoeken of iemand vrijgesteld kan worden van de inburgering. Argonaut heeft geoordeeld dat de inburgeraar wel kan inburgeren. Foxtaal loopt er echter tegenaan dat de leerbaarheid van deze inburgeraar veel lager ligt dan de rest van de klas. Er is geen individueel traject mogelijk voor deze doelgroep binnen de inburgering. Iedereen dient 800 uur taalles af te ronden binnen de Z-route. Dit legt een grote druk op de inburgeraar en de op de taaldocenten die niet zijn opgeleid voor deze doelgroep.

De gemeente en Foxtaal zijn nog in gesprek over dit onderwerp. Ten derde, het aantal inburgeraars dat instroomt in de gemeente fluctueert. De gemeenten verwachtten voorafgaand aan de start van de Wi2021 dat er jaarlijks rond de 33 inburgeraars in de Z-route zouden instromen. In de praktijk is dit in 2022 tien inburgeraars geweest, in 2023 25 inburgeraars en in 2024 rond de dertig inburgeraars op het moment van het interview. Gemeenten hebben een grote achterstand op de taakstelling. Dit heeft directe invloed op de instroom. Foxtaal wordt per inburgeraar betaald door de gemeente, zoals vastgelegd in de aanbesteding. Foxtaal stelt echter dat het bedrag in de offerte was gebaseerd op een hoger aantal inburgeraars en wanneer het aantal niet gehaald wordt, is het bedrag niet toereikend vanwege klassen die niet gevuld kunnen worden. Foxtaal zegt hierover: “De gemeente vindt dat ons bedrijfsrisico, maar wij zijn wel van hen afhankelijk.” Ten vierde, Foxtaal ervaart het gebrek aan kinderopvang wel als knelpunt. Dit komt doordat ze niet alleen taallessen, maar ook participatie moeten verzorgen. De kinderopvang in de drie gemeenten gaat om 14.00 uur dicht. Het is mogelijk om in de ochtend de taallessen te geven, maar daarnaast ook participatie vormgeven is een grote uitdaging binnen de gestelde uren.

Als oplossing probeert de taalschool verschillende lestijden voor ouders te organiseren zodat er altijd een ouder bij de kinderen kan zijn. Dit betekent wel dat de ouders niet beide in de eigen gemeente lessen kunnen volgen als ze op hetzelfde taalniveau zitten. De gemeenten zijn te klein voor meerdere klassen op hetzelfde taalniveau. De reiskosten voor inburgeraars in de Z-route worden echter niet vergoed en dienen de inburgeraars zelf te betalen.

Onderwijsroute (voor alle gemeenten, inclusief Oegstgeest) De onderwijsroute wordt regionaal ingekocht. De uitvoeringspraktijk in Wassenaar, Voorschoten, Leidschendam-Voorburg en Oegstgeest is daardoor hetzelfde. De uiteenzetting hieronder heeft daarom ook betrekking op Oegstgeest. De gemeente Leiden heeft een onderwijsconsulent in dienst die inburgeraars begeleidt naar het traject voor de onderwijsroute. MBO Statushouders hebben een brede intake bij de gemeente en dan worden ze aangemeld bij het ROC Mondriaan. Het is afhankelijk van de situatie van de statushouders en afspraken met de gemeenten of er een aanvullende intake plaatsvindt in opdracht van een gemeente bij een andere partij of dat het ROC zelf een aanvullende intake doet. Voor Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar doet het ROC een intake waarbij ze testen op leerbaarheid en alfabetsering en op basis daarvan wordt het PIP vastgesteld. Het ROC Mondriaan voert sinds het najaar van 2022 de onderwijsroute gericht op het mbo uit. Dit organiseren zij voor de richtingen mbo 2, 3 en 4. Het reguliere traject is een taal-en schakelprogramma van zeventig lesweken. Leerlingen krijgen vier dagdelen per week Nederlands en volgen vakken zoals rekenen, digitale vaardigheden en Engels.

Wanneer leerlingen nog geen start kunnen maken met reguliere traject is er een overbruggingstraject van twintig weken, waarbij ze twee dagdelen per week taalles kunnen volgen. De taallessen tellen dan ook al mee voor de inburgering.

45

Binnen de onderwijsroute zitten leerlingen in dezelfde klassen, dus de uitstroom naar mbo 2, 3 en 4. Voor het vak Nederlands worden ze ingedeeld in klassen op taalniveau. Voor de overige vakken biedt het ROC gedifferentieerd onderwijs aan, zodat leerlingen op hun eigen niveau les kunnen krijgen. Wanneer leerlingen bijvoorbeeld wiskunde nodig hebben of Nederlands op B2 niveau moeten volgen, zodat ze kunnen doorstromen naar een mbo-4 opleiding, wordt dat gedifferentieerd aangeboden in het vak. Wiskunde in het vak rekenen en B2 Nederlands in het vak Nederlands. Dat is dus maatwerk. HBO en WO De onderwijsroute in de gehele regio wordt uitgevoerd door de Haagse Hogeschool, Hogeschool Leiden en Universiteit Leiden.[112] Deze route is hetzelfde voor alle gemeenten. De onderwijsroute is het taalschakeltraject (TST) en hier zijn 22 gemeenten in de regio Leiden en Den Haag bij aangesloten. Het traject duurt twee jaar en is een voorbereidend traject op hoger beroepsonderwijs of wetenschappelijk onderwijs. Inburgeraars worden op basis van diplomawaardering en een intake ingedeeld in een WO of HBO klas. Zodra de aspirant-student is aangemeld voor de onderwijsroute, wordt er een plaatsingstoets Engels afgenomen om te zien of men voldoet aan het minimumniveau Engels. Daarna volgt een overbruggingsaanbod waarin studenten voorlichting krijgen over het gehele traject.

Indien nodig is er een plaatsingstoets Nederlands en een les om studenten op te starten met de tweedetaalverwerving. Het eerste deel van het traject is voornamelijk Nederlandse en of Engelse taalles en daarna volgen cursisten vakken zoals bijvoorbeeld wiskunde die ze nodig hebben voor hun vervolgopleiding. De invulling van het traject is maatwerk. Dat wil zeggen dat de vakken die cursisten volgen zijn toegespitst op hun vervolgopleiding. Gedurende het traject is er studiebegeleiding door een mentor, dit is maatwerk. Na afronding van het traject ontvangen cursisten een diploma. Het doel is dat ze vervolgens instromen op een vervolgopleiding bij een Hogeschool of Universiteit.[113]

112

Interview programmanager gemeente Leiden.

113

Interview Hogescholen.

6.2.3. Werkzame elementen Professionals die wij spraken benoemden de onderstaande werkzame elementen als het gaat om de uitvoering van de Onderwijsroute. Docent In de interviews met professionals naar voren dat de positieve benadering van de docent het verschil maakt, en de persoonlijke aandacht en vertrouwen. Volgens hen maakt de docent het verschil en is de positieve benadering van docenten cruciaal voor taalverwerving van inburgeraars.[113] Korte lijntjes gemeente De samenwerking met de coach van de gemeente is van belang om inburgeraars goed te kunnen begeleiden. Binnen deze samenwerking staan de docent, de coach van de gemeente en de inburgeraar centraal. 6.2.4. Knelpunten Professionals die wij spraken benoemde de onderstaande knelpunten als het gaat om de uitvoering van de Onderwijsroute. Intensiviteit studie Inburgeraars moeten veel lessen volgen en ook zelfstudie doen. Het volgen van een intensieve cursus blijkt een uitdaging omdat ze dit moeten combineren met andere verplichtingen. Dit kan gaan om afspraken met instanties maar ook zorgtaken van gezinsleden of familieleden[114]. Communicatie presentie gemeente De onderwijsinstellingen communiceren doorgaans direct met hun studenten, maar omdat dit inburgeraars betreft moeten ze verzuim aankaarten bij de gemeente.

Volgens hen is dit niet wenselijk, omdat het maatwerk is en inburgeraars een andere achtergrond hebben waardoor ze soms tegen verschillende zaken aanlopen zoals psychische klachten. Wanneer inburgeraars meer dan één keer verzuimen moet dit vanuit de onderwijsinstelling worden doorgegeven aan de gemeente. Hoewel docenten inburgeraars voorzichtig stimuleren, is de aanpak vanuit de gemeenten wisselend.

“

We moeten doorgeven als ze meer dan een keer niet komen en er zijn coaches die ze dan heel streng gaan toespreken. Sommigen schieten dan gelijk in de stress vanwege het traumatische verleden dat ze hebben meegemaakt. Er zijn er ook die het wat liefdevoller doen en misschien soms ook te soft en dat is zoeken.”

114

Interview Hogescholen en ROC.

46

Mentale welzijn Overigens maken docenten onderscheid tussen feitelijke afwezigheid en mentale afwezigheid. Ze zien inburgeraars die naar de les komen, maar mentaal afwezig zijn tijdens de les. Zowel bij het ROC als bij de onderwijsroute voor hbo en wo zien ze dat sommigen psychische ondersteuning nodig hebben en zich bijvoorbeeld eerder afwezig melden[114]. Weinig ruimte voor maatwerk Vanwege krappe financiering en beperkte tijd is er weinig ruimte om maatwerk te bieden. Docenten zetten graag in op gepaste persoonlijke begeleiding voor elke inburgeraar, maar er is maar beperkt ruimte voor maatwerk en extra studiebegeleiding. Verschillende locaties wo-route en hbo-route Momenteel volgen studenten de wo-route bij de Hogeschool Leiden en de hbo-route bij De Haagse Hogeschool. Het komt soms voor dat studenten switchen van route en in de communicatie en organisatie bleek dat lastig, omdat er ook verschillende coördinatoren bij betrokken zijn. Daarom is er besloten dat vanaf 1 januari 2025 de gehele onderwijsroute bij De Haagse Hogeschool zal plaatsvinden en dat er dan één coördinator is die overkoepelend verantwoordelijk is voor de organisatie.

Overgang uitkering naar studiefinanciering De overgang van de uitkering naar studiefinanciering kan problemen opleveren, omdat het inkomen van de inburgeraar verandert en het vaak even duurt voordat de studiefinanciering en aanvullende beurs worden uitgekeerd.

6.3.

Uitvoeringspraktijk Oegstgeest

De onderwijsroute wordt uitgevoerd door de Haagse Hogeschool, de Hogeschool Leiden en Universiteit Leiden voor gemeenten in de regio’s Leiden en Den Haag.[115] Behalve de B1 route, de Z-route en de Onderwijsroute biedt de gemeente een voorbereidingstraject MBO aan. Inburgeringsplichtige jongeren kunnen binnen de B1-route vakken volgen die hen voorbereiden op het MBO.[116] De B1-route wordt in Oegstgeest gecombineerd met aanvullende les van NT2-gecertifificeerde docenten en trainers in het pand waar Leidse Inburgering is gehuisvest. Het voordeel van een dergelijke benadering is dat men de jongeren goed in beeld heeft en er korte lijntjes mogelijk zijn tussen docent/trainer, onderwijsconsulent en inburgeringsconsulent. De onderwijsconsulent doet overigens heel veel in de begeleiding naar onderwijs, zowel MBO als HBO. Ook daar is een gecertificeerde docent met expertise op het MBO bij betrokken.[117] B1-route De B1 route is belegd bij zowel Danner & Danner als VluchtelingenWerk Nederland. De gemeente meldt statushouders aan bij één van de taalscholen. Dit is in afstemming met de statushouders en hierin wordt er bijvoorbeeld gekeken naar het rooster en de reisafstand.[118] Danner & Danner Wanneer de gemeente een statushouder heeft aangemeld is er binnen twee weken na aanmelding een intakegesprek.

Aan de hand van de aanmelding wordt er een inschatting gemaakt van het niveau van de cursist. Vanwege de hoge instroom is het mogelijk om verschillende soorten groepen te maken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen langzame en snelle B1-route groepen. De meeste routes hebben het gehele traject drie dagdelen les. De meeste B1 cursisten die zonder vertraging hun doorloop maken ontvangen tussen de 18 en 22 maanden onderwijs, dit geeft ze nog ruime tijd voor examen voorbereiding en eventuele herkansingen waar nodig. Danner & Danner biedt eveneens een jongeren route aan. Deze route is speciaal gericht op de leeftijd 18-23 en gaat uit van vier dagdelen les. De jongerenworden in principe opgeleid tot B1 niveau, maar vaak is er bijvoorbeeld een stukje alfabetisering nodig aan het begin. KNM wordt door cursisten zelf opgepakt na afronding van de A2 toetsen.

115

Gemeente Leiden (2022). Informatiegids Leidse Inburgering Gemeente Leiden (2016). Informatiepakket Project JAS

116

Gemeente Leiden (2024). Programmabegroting 2024 – 2027.

117

Ambtelijke aanvulling Oegstgeest.

118

Interview Vluchtelingenwerk.

47

VluchtelingenWerk Nederland Zodra de gemeente een statushouder heeft aangemeld hebben ze meestal binnen een week na aanmelding een intakegesprek bij Vluchtelingenwerk. Voor plaatsing in de groepen wordt gekeken naar leerbaarheid, het taalniveau en beschikbaarheid. Het B1 traject begint met een intensieve taalfase van zes maanden. Cursisten volgen vier of vijf dagdelen taalles om een goede start te maken met de Nederlandse taal. Daarna gaan ze door met een duale fase en hebben ze twee dagdelen taalles en gaan ze via de gemeente Leiden ook participatie activiteiten doen en krijgen ze ook het onderdeel MAP. Daarnaast is er een praktijkcoach, dat is een taalbuddy waarmee cursisten de Nederlandse taal thuis kunnen oefenen. Vluchtelingenwerk heeft avondgroepen en ook twee groepen voor mensen die nog moeten alfabetiseren. De avondgroepen zijn in het bijzonder fijn voor mensen die geen kinderopvang kunnen vinden of een betaalde baan hebben.

6.3.1. Aantallen en termijnen In deze paragraaf is een overzicht opgenomen van de aantallen inburgeraars per leerroute per gemeente. In het overzicht is onderscheid gemaakt tussen statushouders en gezinsmigranten. De gemeente Oegstgeest heeft 112 inburgeraars waarvan 72 asielmigranten en veertig gezinsmigranten. Voor 110 inburgeraars is het PIP vastgesteld en voor twee inburgeraars is nog geen PIP vastgesteld. Bij zes van de 112 inburgeraars is nog geen leerroute vermeld. Bij twee van deze zes betreft het de inburgeraar waarvan het PIP nog niet is vastgesteld. Eén inburgeraar heeft inmiddels onder de nieuwe wet de inburgering succesvol afgerond. Tabel 6.15. Huidige leerroutes

Z-route De Z-route is belegd bij NLtraining en Danner & Danner. Hieronder wordt beschreven hoe het aanbod voor de Z-route door Danner & Danner en NLtraining wordt vormgegeven.

Oegstgeest B1

Danner & Danner Danner & Danner heeft drie groepen. De eerste groep is een groep van mensen die allemaal met het A0-A2 boek bezig zijn. Dat zijn vooral jonge mensen waar ook mensen tussen zitten die A2 misschien wel gaan halen. Daarnaast is er een middengroep die in een wat simpeler taalboek werken. Daar wordt minder ingezet op digitale vaardigheden. De derde groep is een alfabetiseringsgroep waar mensen zijn die volledig analfabeet zijn en echt alle vaardigheden nog moeten leren.

Z-route

De Z-route cursisten hebben vier dagdelen les, waar mogelijk worden mensen opgeschaald naar B1 (met A2 als streefniveau). Z-route is in totaal 800 uur en als cursisten een goede aanwezigheid hebben zijn ze tussen de twee en tweeënhalf jaar klaar met hun uren. Naast deze uren hebben cursisten ook 800 participatie uren te volbrengen, deze worden door NewBees verzorgd. De MAP wordt op aangepast niveau gedaan in het de reguliere lessen, omdat voor Z-route het reguliere MAP programma te ingewikkeld is. De participatie uren van MAP worden door Newbees uitgevoerd. NLtraining De gemeente meld cursisten aan bij NL training. NLtraining heeft twee type cursisten: reguliere inburgeringsplichtigen en gezinsmigranten. Inburgeringsplichtigen hebben een consulent die hen aanmeld en gezinsmigranten melden zichzelf vaak aan bij de taalschool en zij hebben ook een consulent. De gemeente doet zelf een intake, maar de taalschool doet ook een intake om zeker te zijn dat het niveau passend is bij de cursist. Groepen hebben doorgaans twaalf cursisten, zodat er ruimte is voor persoonlijke aandacht.

Onderwijsroute

Totaal

Gezinsmigranten Statushouders Gezinsmigranten Statushouders Gezinsmigranten Statushouders Gezinsmigranten Statushouders

2022 12 1 2 15

2023 18 18 2 3 3 21 23

2024 8 19 5 1 9 9 33

Totaal 26 49 8 4 15 30 72

Twee inburgeraars zijn gewijzigd van leerroute. Het gaat om twee statushouders. Waarvan één in de B1 route en de ander in de onderwijsroute. De inburgeraar die de B1-route deed volgt op dit moment een “niet-vrijstellende opleiding” en de leerroute staat “on hold’’. De inburgeraar die de onderwijsroute deed volgt nu de B1-route. 6.3.2. Werkzame elementen De niveaus van inburgeraars lopen uiteen en het is een meerwaarde dat er kan worden gedifferentieerd op taalniveau voor de samenstelling van groepen. Zo kunnen inburgeraars die hetzelfde (taal)niveau en leerbaarheid hebben samen hun taallessen volgen. Dit biedt de docent ook meer ruimte om de gehele groep op hetzelfde tempo les te geven, met veel verschillende niveaus in één groep zou dat een uitdaging zijn en invloed hebben op de kwaliteit van het onderwijs. De taalscholen hebben korte lijntjes met de gemeente. Inburgeringsconsulenten houden nauw contact met de taalscholen om de voortgang van inburgeraars te monitoren. Ook reiken taaldocenten uit naar gemeenten over zaken zoals presentie en persoonlijke situaties in afstemming met inburgeraars, zodat tijdig acties kunnen ondernemen indien nodig. Beide partijen weten elkaar te vinden.

48

De uitwisseling tussen taalscholen en taaldocenten is van meerwaarde voor de uitvoering van de leerroutes. Sommige taalscholen bieden aanbod in verschillende gemeenten waardoor taaldocenten onderling kunnen uitwisselen en van elkaar kunnen leren. Deze uitwisseling is er ook tussen verschillende aanbieders:

“

Wij hebben laatst voor het eerst een B2 groep gestart en toen heb ik VluchtelingenWerk gevraagd hoe zij dat aan hebben gepakt en wat hun ervaringen zijn.”

6.3.3. Knelpunten De thuissituatie van inburgeraars is voornamelijk een belemmering voor hun inburgering. Kinderen die nog niet naar een reguliere school kunnen, moeten naar een internationale schakelklas, maar die is er niet in Oegstgeest. Dit gaat vaak om jonge kinderen die nog niet zelfstandig naar school kunnen. De inburgeringsconsulent die statushouders uit Oegstgeest begeleidt zegt hierover: “Ouders moeten dan eerst de kinderen wegbrengen, dan naar de taalschool hier, dan weer op tijd de kinderen ophalen en dat is al gauw een half uur reizen’’. De inburgeringstrajecten van de inburgeraars verlopen hierdoor minder soepel. Bovendien is het lastig om kinderopvang te realiseren. Inburgeraars weten ook niet ruim van te voren wat hun rooster zal zijn, omdat taalscholen afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van docenten en lokalen. Dit maakt dat zij geen rooster kunnen opgeven, waar de kinderopvang om vraagt. De roosters van de taalscholen en aanvullend aanbod vanuit de gemeente sluiten niet altijd goed op elkaar. Dat betekent dat inburgeraars soms trainingen volgen ten koste van een aantal taallessen. Overigens is dit wel in overleg met de taalscholen, het komt ook voor dat een taalschool bij de gemeente signaleert dat een inburgeraar het niet kan permitteren om taallessen te missen. Daarnaast kan de mentale gezondheid van inburgeraars een vlotte inburgering in de weg staan.

Wanneer men is gehuisvest en meer rust en regelmaat heeft, kan het zijn dat psychische klachten zich voordoen. De wachtlijsten voor psychologen zijn lang. Wachtlijsten bij taalscholen zijn ook een knelpunt, omdat men daardoor langer moet wachten totdat ze eenmaal kunnen starten met hun inburgering. Taalscholen zijn ook afhankelijk van beschikbare docenten.

een verschillend taalniveau hebben, dat vraagt van de docent om daar goed op in te spelen en de een heeft meer aandacht nodig dan de ander. Landelijk is er een tekort aan NT2 docenten en dat speelt ook in de Leidse regio. Daarnaast is de arbeidsmarkt overspannen en dat heeft ook negatieve gevolgen voor wat er mogelijk is voor statushouders.[112]

6.4.

Conclusie

In deze paragraaf beschrijven we de verdeling statushouders en gezinsmigranten per leerroute. Daarnaast schetsen we in hoeverre beleid en uitvoering van de vier gemeenten voldoen aan het landelijke beleid en het beleidskader van Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar over de invulling en uitvoering van de verschillende leerroutes. Verdeling statushouders en gezinsmigranten B1 route Als we kijken naar de verdeling van de leerroutes voor statushouders en gezinsmigranten, zien we dat er relatief veel inburgeraars in de B1-route zitten. Dit sluit aan bij het streefdoel van het landelijke beleid: idealiter verwerven inburgeraars het taalniveau B1. Het landelijke percentage statushouders in de B1-route is (52%)[119] en in Oegstgeest is dat percentage (68%), in Voorschoten (55%), in Leidschendam-Voorburg (54%) en in Wassenaar is dat percentage lager dan in de andere drie gemeenten (31%). Een hoog percentage gezinsmigranten zit in de B1 route, dit komt overeen met landelijke cijfers (84%). In Leidschendam-Voorburg is het percentage gezinsmigranten in de B1-route (94%), in Voorschoten is het percentage gezinsmigranten in de B1 route (93%) in Wassenaar (91%) en in Oegstgeest (87%). Verdeling statushouders en gezinsmigranten onderwijsroute Het landelijke percentage voor statushouders in de onderwijsroute is (15%).

Het percentage statushouders in de onderwijsroute in Voorschoten is (27%), in LeidschendamVoorburg (20%), in Oegstgeest (11%) en in Wassenaar is het percentage (8%).

Inburgeraars zijn soms niet tevreden over de taalschool, omdat ze niet gewend zijn aan het Nederlandse onderwijssysteem. Ze moeten bijvoorbeeld veel meer zelfstandig werken, dat is anders dan ze zijn gewend in het land van herkomst. Ook komen ze in de klas met mensen die 119

Divosa (2024). Inburgeraars onder de Wet inburgering 2021: cijfers tot en met december 2022.

49

Het landelijke percentage van gezinsmigranten dat in de onderwijsroute zit is slecht (0,2%). In de gemeente Wassenaar gaat het om (2%) en in Leidschendam-Voorburg (1%). Er zijn geen gezinsmigranten in de onderwijsroute geplaatst in de gemeenten Voorschoten en Oegstgeest. Verdeling statushouders en gezinsmigranten Z-route Het landelijke percentage van statushouders in de Z-route is (29%). De lokale percentages per gemeente zijn voor Wassenaar een hoog percentage (51%), in Leidschendam-Voorburg (24%) in Oegstgeest (21%) en in Voorschoten (17%). Het aandeel van gezinsmigranten dat de Z-route volgt is landelijk (9%). In de gemeente Oegstgeest (13%), in Wassenaar (7%), in Leidschendam-Voorburg (4%) en in Voorschoten (3%). Ruimte voor maatwerk De gemeente Leiden en Leidschendam-Voorburg streven in hun beleid zoveel mogelijk naar maatwerk. Gemeenten en taalscholen werken nauw samen voor een zorgvuldige plaatsing van inburgeraars. Bij de samenstelling van de groepen wordt zoveel mogelijk gekeken naar taalniveau en leerbaarheid. Waar mogelijk worden ook jongerengroepen opgezet. Maatwerk is mogelijk als er meer groepen zijn, zodat meer verschillende niveaus kunnen worden aangeboden. En dit heeft effect op de kwaliteit van de lessen. Effectief en lokaal Taalscholen opereren op lokaal niveau (behalve in Wassenaar), waardoor ze goed bekend zijn met omgeving.

Taalscholen zoeken naar samenstelling van de klassen vanwege laag aantal leerlingen per gemeente. Gemeenten hebben de voorkeur dat taalles lokaal wordt aangeboden. De taalscholen signaleren dat dit leidt tot (soms te grote) diversiteit in samenstelling van de klas. Dit is niet altijd in het voordeel van de inburgeraar. Voor Z-route worden reiskosten naar andere gemeente niet vergoed. Voor B1-route wel.

Begeleiding Inburgeringsconsulenten hebben regelmatig contact met taalscholen om de voortgang te bewaken op de inburgeringstrajecten van de inburgeraars die zij begeleiden. Dit doen zij door middel van periodieke overleggen, telefonisch contact en per mail. Handhaving De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft nog geen handhavingsbeleid. Taalscholen lopen hier tegenaan als inburgeraars examendatum niet inplannen. Daarnaast is een probleem voor Foxtaal als inburgeraars niet naar lessen komen, maar het budget voor het aanbieden van lessen is opgemaakt. Er zijn geen duidelijke afspraken met de gemeente wie verantwoordelijk is voor financiering in dit geval. De inkoopafspraken zijn duidelijk, in de praktijk blijkt echter dat er nog verdere afstemming nodig tussen de taalschool en de gemeente Leidschendam-Voorburg. De gemeente heeft geen afspraken gemaakt over wat vervolgstappen zijn indien een inburgeraar niet de 800 uur maakt binnen twee jaar. Kwaliteit De taalscholen in Leidschendam-Voorburg en Leiden die inburgeringsaanbod bieden hebben allemaal het keurmerk Blik Op Werk. Ook is er afstemming tussen de gemeente en taalscholen over de uitvoering. Dit gaat om input van beleidsmedewerkers voor de modules die de taalschool biedt aan inburgeraars, dit wordt afgestemd op de behoeftes van de inburgeraars.

Differentiatie taalonderwijs Taalscholen die homogene groepen kunnen samenstellen, bieden inburgeraars de kans op een soortgelijk (taal)niveau les te volgen en dit heeft een positieve invloed op de kwaliteit van het onderwijs dat door taaldocenten wordt gegeven. Dit is niet in alle gemeenten te realiseren vanwege de kleine aantallen inburgeraars.

Verwachtingsmanagement De taalschool Echt Nederlands, die de B1-route verzorgt in de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar, zou graag meer verwachtingsmanagement zien tussen gemeente en inburgeraar als het gaat om B2 advies. De taalschool heeft zicht op de capaciteit van de inburgeraar en het komt soms voor dat een inburgeraar een sterke wens heeft om B2 aanbod te volgen en de gemeente dat steunt, terwijl dat volgens de taalschool nog niet haalbaar is. Verwachtingsmanagement kan worden bereikt door uitwisseling tussen de gemeente en de taalschool, omdat de taalschool de doelgroep kent en de gemeente meer op afstand zit. Het is van belang dat er geen wisselende signalen zijn vanuit de gemeente en taalscholen, zodat inburgeraars een realistisch beeld hebben van hun capaciteiten en mogelijkheden. 50

7 7.1.

Dualiteit – participatie, werk en de MAP Wettelijke taken van de gemeente

Onderdeel van de inburgeringsplicht zijn het PVT (voor alle leerroutes), de MAP (voor de Z-route en B1-route). Voor de inburgeraars die de onderwijsroute afronden, geldt een vrijstelling voor de MAP en voor de Z-route is een minimaal aantal participatie-uren van 800 (incl. PVT en MAP) verplicht.[120] De gemeente is verantwoordelijk voor het aanbieden van het PVT en de MAP, aan zowel asielmigranten als aan gezinsmigranten.[121] In het PIP wordt opgenomen op welke manier op individueel niveau invulling gegeven wordt aan PVT en MAP [122] en aan eventuele andere onderdelen van de participatiecomponent. Het PVT (participatieverklaringstraject) betreft de overdracht van kennis over Nederlandse kernwaarden, zoals vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit en participatie. Gemeenten organiseren hiertoe minimaal twaalf uur aan: „ „ „

Een inleiding op de kernwaarden (bijvoorbeeld in dialoogsessies). Minimaal een excursie of activiteit voor een praktische uitwerking van ten minste een Nederlandse kernwaarde. Het ondertekenen van de Participatieverklaring. De tekst van de Participatieverklaring is voor iedereen gelijk en wordt beschikbaar gesteld door het ministerie.[123]

Met de ondertekening van de participatieverklaring tonen inburgeringsplichtigen hun betrokkenheid bij de Nederlandse samenleving en hun bereidheid om daar actief aan bij te dragen.[124]

Inburgeringsplichtigen moeten de PVT binnen de inburgeringstermijn van drie jaar afronden. Dit is een langere periode dan onder de vorige wet inburgering, zodat gemeenten meer tijd hebben voor het organiseren en inbedden van de PVT in het inburgeringstraject en biedt de mogelijkheid de ondertekening van het PVT meer als sluitstuk van de inburgering te positioneren. Ook vanuit het perspectief van effectieve waardenoverdracht en taalbeheersing is een moment later in het inburgeringstraject effectiever.[125] De MAP vervangt het onderdeel ONA uit de vorige wet inburgering en betreft een kennismaking met en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt, zoals beroepenoriëntatie, werknemerscompetenties, realistisch beroepsbeeld, beroepskansen, beroepscompetenties verwerven, netwerk opbouwen, werk vinden en werkcultuur.[126] In tegenstelling tot voorheen de ONA wordt de MAP door gemeenten uitgevoerd en is deze meer praktisch van aard.

Zo zijn ten minste veertig uren van de module Arbeidsmarkt en Participatie gericht op de praktische inzet van de inburgeringsplichtige op de arbeidsmarkt [127], bijvoorbeeld door bedrijfsbezoeken, vrijwilligerswerk, werkervaringsplaatsen/stages of betaald werk.[128] Inburgeraars die (fulltime) betaald werk hebben, kunnen die uren meetellen voor de veertig urennorm.[129] De module Arbeidsmarkt en Participatie wordt afgesloten met een eindgesprek tussen de inburgeringsplichtige en het college.[126] Inburgeraars met een asielstatus in de Z-route moeten, naast 800 uur formele taal- en KNM-lessen, 800 uur aan participatie-activiteiten besteden De PVT en de MAP tellen hiervoor mee. De invulling van de overige uren van de participatiecomponent is niet expliciet vastgelegd in de wet-en regelgeving, maar hier zijn wel enkele voorwaarden aan gesteld. Zo moeten de activiteiten plaatsvinden in een nederlandstalige context en mogen ze niet in isolement plaatsvinden.

Ook in de voorinburgering door COA moeten deze kernwaarden aan de orde komen, zodat een doorlopende leerlijn over waarden ontstaat.[124]

120

Zie hoofdstuk 6 voor meer informatie over de Z-route.

121

Artikel 6 Wet inburgering 2021.

122

Kamerstukken II 2019/20, 35483, nr. 3, p.10 (Memorie van Toelichting Wi2021).

123

Artikel 3.1 Besluit inburgering 2021.

124

Kamerstukken II 2019/20, 35483, nr. 3, p.43 (Memorie van Toelichting Wi2021).

125

Kamerstukken II 2019/20, 35483, nr. 3, p.44 (Memorie van Toelichting Wi2021).

126

Afdeling 2 Besluit inburgering 2021.

127

Afdeling 1 Regeling inburgering 2021.

128

Kamerstukken II 2019/20, 35483, nr. 3, p.45 (Memorie van Toelichting Wi2021).

129

https://www.divosa.nl/publicaties/wet-inburgering-vraag-en-antwoord/wet-inburgering-vraag-en-antwoord/ overige-inburgeringsvoorzieningen/module-arbeidsmarkt-en-participatie-map.

51

Het aanbod in de Z-route moet zijn gericht op de Nederlandse taal, zelfredzaamheid, activering en participatie, waaronder: betaald werk, vrijwilligerswerk, stage, arbeidsoriëntatie en arbeidstoeleiding. Daarnaast kan binnen de route ook worden ingezet op activiteiten in andere domeinen zoals onder andere financiën, gezondheid en sociaal netwerk waarmee het spreken van de Nederlandse taal en participatie worden gestimuleerd. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan: tegenprestatie of andere activiteiten onder de Participatiewet (voor zover de inburgeringsplichtige bijstandsgerechtigd is), deelname aan non-formeel onderwijs (zoals bijvoorbeeld een taalvrijwilligerstraject), behalen van een praktijkverklaring of deelcertificaat, vrijwilligerswerk, begeleid werk bij een werkvoorziening, zelfwerkzaamheid, deelname aan activiteiten in het kader van welzijn, budget coaching, digitale vaardigheden, ouderbetrokkenheid op scholen of sportverenigingen, etc.[130] Voor gezins-en overige migranten bestaat de participatiecomponent uit de PVT en de MAP, omdat zij niet onder de Participatiewet vallen. En ook voor de B1-route is de participatiecomponent in landelijke regelgeving niet verder ingevuld dan de PVT en de MAP. Deze kan door gemeenten op verschillende wijzen worden ingevuld en wordt vastgelegd in het PIP.

Dit kan onderdeel zijn van de taalcursus, of apart door de gemeente georganiseerd worden. Waar relevant en mogelijk zal worden ingezet op een combinatie van inburgering en participatie: het leren van de taal in combinatie met werk of andere activiteiten gericht op het meedoen in de samenleving.[131]

7.2.

Uitvoeringspraktijk Wassenaar, Voorschoten en LeidschendamVoorburg

Het beleid De gemeenten Wassenaar, Voorschoten en Leidschendam-Voorburg sluiten in het beleidsplan 20222025 aan bij de doelen in de Wi2021 voor wat betreft het PVT, MAP en participatie. Het beleidsplan biedt daarnaast aandacht aan het samen laten gaan van de Wi2021 en de participatiewet in de begeleiding van inburgeraars. In het beleidsplan wordt gesteld dat de doelen van de Participatiewet verenigbaar zijn met die van de Wet inburgering; iedereen doet mee, bij voorkeur via betaald werk. Voor zowel de re-integratie als participatie van inburgeraars wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de bestaande dienstverlening; waar nodig wordt deze uitgebreid of doorontwikkeld.

130

Kamerstukken II 2019/20, 35483, nr. 3, p.42 (Memorie van Toelichting Wi2021).

131

Kamerstukken II 2019/20, 35483, nr. 3, p.35 (Memorie van Toelichting Wi2021).

De uitvoering PVT Het PVT wordt uitgevoerd door VluchtelingenWerk Nederland in alle drie de gemeenten. Elke inburgeraar is verplicht een participatieverklaring te ondertekenen. VluchtelingenWerk Nederland vindt het van belang dat inburgeraars weten wat ze ondertekenen. Tijdens de training worden inburgeraars begeleid om meer begrip te krijgen van de inhoud van het de participatieverklaring en worden thema’s als vrijheid, gelijkheid, solidariteit en democratie uiteen gezet. Tijdens de trainingen is aandacht voor dialoog en vindt er tegelijkertijd kennisoverdracht plaats over onder andere de Nederlandse grondwet en het politieke stelsel. Het traject wordt afgesloten met het tekenen van de participatieverklaring tijdens een bijeenkomst op het gemeentehuis. Het streven is dat de wethouders van de verschillende gemeenten hierbij aanwezig zijn. MAP De MAP wordt uitgevoerd door een trainer in dienst van de gemeente en in samenwerking met het Werkgeversservicepunt. De training bestaat uit meerdere bijeenkomsten. Tijdens de bijeenkomsten worden de inburgeraars zo goed mogelijk voorbereid op de arbeidsmarkt en krijgen ze verschillende trainingen, zoals een sollicitatietraining. Daarnaast maken de deelnemers kennis met het werkveld en gaan ze ook zelfstandig aan het werk. Participatie Op dit onderdeel verschilt de uitvoering in de drie gemeenten.

De gemeente Wassenaar heeft vanaf het begin de Vrijwilligerscentrale Wassenaar betrokken bij de invulling van de participatie-uren. De Vrijwilligerscentrale zet individuele trajectbegeleiders in om statushouders te begeleiden richting een participatieplek. De focus hierbij is op statushouders in de Z-route, maar statushouders in de B1-route zijn ook welkom. Voor statushouders in de Z-route is de Vrijwilligerscentrale verantwoordelijk voor het begeleiden richting, ongeveer, 600 participatie-uren. De overige uren worden onder andere opgebouwd uit uren besteed aan de Startklas, Omgaan met Geld (training door VluchtelingenWerk Nederland), de PVT en de MAP. De invulling van de participatie-uren wordt individueel en via maatwerk bepaald, mogelijkheden zijn: deelname aan een creatieve club, een tweewekelijks taalcafé, fietslessen, yoga, een moestuin en uitjes en het (mee)organiseren van een kledingmarkt. Daarnaast is een belangrijke taak het begeleiden richting vrijwilligerswerk aan het einde van het traject wanneer het taalniveau voldoende is. Ook ondersteunen de trajectbegeleiders statushouders in de Z-route met het bijhouden van overige participatie activiteiten, zoals doktersbezoek, schoolbezoek van de kinderen en een gesprek met de buren. In de gemeente

52

Voorschoten dragen lokale partijen Sakeina en Stichting Assalem bij aan de inburgering. Deze partijen organiseren activiteiten en lessen, gericht op het versterken van participatie en verbinding.[132] De gemeenten Leidschendam-Voorburg en Voorschoten hadden tot en met de zomer van 2024 geen beleid ontwikkeld om statushouders te begeleiden richting een participatieplek. De verantwoordelijkheid voor het behalen van de 800 participatie-uren in de Z-route was volledig bij de inburgeraar neergelegd. In de praktijk is gebleken dat het voor statushouders in de Z-route te complex is om zelf invulling te geven aan deze uren, mede omdat de formulieren die ingevuld moeten worden zeer talig zijn. De gemeenten hebben daarom alsnog de regie gepakt op dit onderdeel. Foxtaal heeft in de nieuwe plannen de verantwoordelijkheid gekregen om de begeleiding richting 400 participatie-uren te organiseren. Hiervoor heeft Foxtaal trajectbegeleiders aangesteld. De regie voor het invullen van de overige uren ligt bij de gemeente in samenwerking met lokale welzijnsorganisaties (WOEJ, LVvoorElkaar en Voorschoten Voor Elkaar). Het gehele begeleidingstraject duurt maximaal 24 maanden. Daarna ligt de focus op het werkfit maken van mensen in de Z-route.

De eerste stappen in het ontwikkelen en uitvoeren van dit plan zijn gestart rond de zomer van 2024, de verdere inbedding en ontwikkeling van het beleid gaat plaatsvinden in 2025. Inburgeraars die op dit moment aan het einde van hun inburgeringstermijn zitten, krijgen extra begeleiding van de gemeente. Aangezien op het moment van de interviews met de ambtenaren de begeleiding pas recent vorm had gekregen, kunnen de ambtenaren nog geen uitspraken doen over aantallen en het halen van termijnen. Voor de B1-route onderhoudt de gemeente contact met LVvoorElkaar en het begeleiden richting vrijwilligerswerk. De uren in alle gemeenten worden bijgehouden via een excelsheet per inburgeraar. Inburgeraars krijgen een kaart waar activiteiten op staan en die afgetekend kunnen worden. Begeleiding richting betaald werk De gemeente Leidschendam-Voorburg is verantwoordelijk voor begeleiding richting betaald werk. De consulent Inburgering en Werk gaat na twee of drie maanden gesprekken met de inburgeraar aan over (on)betaald werk. Op dit moment is de inburgeraar geland in de gemeente en heeft hij/zij enige taalkennis op kunnen doen om een kennismakingsgesprek op de werkplek te kunnen voeren. De consulent signaleert wanneer een inburgeraar klaar is om stappen te zetten richting een betaalde baan en wordt op dat moment doorverwezen naar de matchmaker van het Werkgeversservicepunt.

De matchmaker onderzoekt samen met de inburgeraar wat voor werk passend zou kunnen zijn en biedt ondersteuning richting deze werkplek. Dit kan direct een betaalde

132

baan zijn, een leerwerktraject of een taalstage. Leerwerktrajecten zijn afgestemde trajecten met inburgeraars die in een bepaalde branche willen werken en tegelijkertijd nog extra taalvaardigheden of werknemersvaardigheden moeten verwerven. Het gaat bijvoorbeeld om inburgeraars die al werkervaring in een bepaalde sector hebben vanuit het land van herkomst, maar nog ervaring op moeten doen met de Nederlandse context. Tijdens het leerwerktraject behoudt de inburgeraar de uitkering. Voor taalstages heeft de gemeente een aantal samenwerkingspartners waar mensen geplaatst kunnen worden, zoals de kringloopwinkel. Maatwerk staat centraal in de begeleiding richting werk. De eerste inburgeraars in de Z-route zijn over het algemeen pas na het eerste jaar arbeidsfit volgens de matchmaker. In de periode daarvoor ligt de focus op alfabetisering. Taalstages kunnen dan al wel starten. Vanuit het Werkgeversservicepunt wordt ondersteuning geboden aan werkgevers die inburgeraars in dienst willen nemen. Ze geven voorlichting over loonkostensubsidie en de mogelijkheid tot een proefplaatsing met behoud van uitkering. Op deze manier willen ze werkgevers tegemoet komen. Daarnaast kunnen er jobcoaches ingezet worden die inburgeraars ondersteuning bieden op de werkplek. De gemeente Voorschoten heeft de wens uitgesproken om lokaal extra aandacht te bieden aan uitstroom richting werk.

De gemeente houdt gesprekken met lokale ondernemers om de samenwerking te versterken en inburgeraars een plek te kunnen te bieden. Ze richten zich hierbij met name op inburgeraars in de Z-route. Daarnaast wil de gemeente specifieke activiteiten ontwikkelen om vrouwen beter te begeleiden richting participatie en werk. 7.2.1.

Aantallen en termijnen

Tabel 7.16. PVT

Leidschendam-Voorburg Voorschoten Wassenaar

Gezinsmigrant Statushouder Gezinsmigrant Statushouder Gezinsmigrant Statushouder

2022 26 20 2 8 6 6

2023 58 69 10 27 21 15

2024 44 26 8 11 8 10

Totaal 128 115 20 46 35 31

In totaal heeft ongeveer 85% van de ingestroomde inburgeraars een PVT cursus gevolgd.

Ambtelijke aanvulling Voorschoten.

53

Tabel 7.17. MAP

Leidschendam-Voorburg Voorschoten Wassenaar

Gezinsmigrant Statushouder Gezinsmigrant Statushouder Gezinsmigrant Statushouder

2022 27 20 2 8 6 8

2023 53 51 9 23 16 13

2024 40 21 6 7 7 6

Totaal 120 92 17 38 29 27

In totaal heeft ongeveer 80 procent van de ingestroomde inburgeraars de MAP gevolgd.

Leidschendam-Voorburg begeleidt statushouders in de inburgering richting leerwerktrajecten, vrijwilligerswerk en betaald werk. In totaal zijn 249 personen begeleid in 2022-2024, vanuit de participatiewet. Daarvan hebben 23 personen daadwerkelijk werk gekregen en zijn dertien personen met vrijwilligerswerk gestart, voornamelijk vanuit de B1-route. Ook zijn elf personen gestart met een leerwerktraject. De resultaten van deze begeleiding zijn slechts ten dele inzichtelijk en betrouwbaar, vanwege beperkingen in de registratie. 7.2.2. Werkzame elementen Een groot aantal inburgeraars heeft de PVT en de MAP gevolgd. De inhoud van de trainingen draagt volgens de uitvoerders bij aan de inburgering en wordt als zeer waardevol gezien. De begeleiding richting participatie verloopt voorspoedig in Wassenaar. De insteek van de begeleiding en het plaatsen bij participatieplekken is lokaal. De verantwoordelijke partner in de gemeente heeft een sterk lokaal netwerk. Dit sluit aan bij de strategieën die de gemeenten hebben geformuleerd in het beleidsplan. De begeleiding richting werk is goed ingebed in de begeleiding vanuit de gemeente sinds de consulenten van het team Inburgering en Werk zijn samengevoegd in één functie. Hierdoor kennen de consulenten de inburgeraars beter en kunnen ze sneller schakelen met de matchmaker van het Werkgeversservicepunt.

De begeleidingstrajecten richting betaald werk die plaats hebben gevonden, sloten aan bij de werkervaring en interesse van de inburgeraars.

7.2.3. Knelpunten De beleidsmakers en uitvoerders signaleren de volgende knelpunten. PVT Voor het organiseren van de PVT moeten Vluchtelingenwerk Nederland en de gemeente de planning afstemmen. Deze planning is complex, omdat statushouders veel verschillende inburgeringsverplichtingen hebben en omdat kinderopvang geregeld dient te worden. Daarnaast zijn er wisselingen geweest bij VluchtelingenWerk Nederland waardoor enkele trainingen niet door zijn gegaan. De ambtenaren bij de verschillende gemeenten ervaren dat de communicatie hierover verbeterd kan worden. Op de inhoud van de trainingen hebben ze niets aan te merken en wordt als goed en positief geëvalueerd door de gemeenten en VluchtelingenWerk Nederland. Begeleiding richting participatieplekken in de Z-route Aanvankelijk had de gemeente de verantwoordelijkheid voor het invulling geven aan participatie uren en de registratie hiervan belegd bij inburgeraars in de Z-route zelf. Deze taak bleek niet aan te sluiten bij de leefwereld van de inburgeraars in de Z-route. De gemeente LeidschendamVoorburg heeft pas in 2024 haar regiefunctie gepakt op dit onderdeel en beleidsplannen hierop ontwikkeld. De implementatie van de plannen vond in de zomer van 2024 plaats. Op dit moment is het nog te vroeg om de resultaten hiervan in kaart te brengen. De beleidsplannen bieden een realistische basis om vorm te geven aan de participatie-uren.

Wel moet nog duidelijk worden op welke manier statushouders die geen begeleiding hebben ontvangen tussen januari 2022 en juli/ augustus 2024 met terugwerkende kracht de uren kunnen registreren. De gemeente heeft aangegeven dat dit mogelijk is en dat inburgeraars hierbij begeleid worden. Begeleiding richting werk Bij de begeleiding richting werk ervaren gemeenten dat het vinden van bedrijven waar statushouders terecht kunnen lastig kan zijn. Commerciële bedrijven geven volgens de matchmaker die we hebben geïnterviewd de voorkeur aan mensen die de taal al spreken en gelijk aan het werk kunnen. Bedrijven hebben niet de tijd of willen de tijd niet investeren om de extra begeleiding te bieden die statushouders veelal wel nodig hebben. Het vinden van werkplekken bij kleinere bedrijven verloopt soepeler en daar wordt meer bereidheid gezien om de nodige flexibiliteit te bieden.

54

De beperkingen die bedrijven zien verhindert de vroege arbeidsparticipatie van statushouders volgens de matchmaker. De wet is erop gericht dat statushouders in een vroeg stadium aan het werk gaan terwijl hun inburgeringstraject nog loopt, maar werkgevers stellen eisen aan het taalniveau van inburgeraars. Zoals in de KIS monitor 2024 is benoemd, ontstaat hierdoor een vicieuze cirkel: statushouders hebben een taalrijke praktijkplaats nodig om Nederlands te oefenen en werkgevers willen, of kunnen, deze niet bieden, juist omdat de Nederlandse taal nog niet goed genoeg wordt beheerst.[133] Kinderopvang Foxtaal en de gemeente benoemen dat kinderopvang een probleem is op het moment dat inburgeraars taal en participatie combineren. De kinderopvang sluit om 14.00 uur. Hierdoor zijn er maar een beperkt aantal uren per dag beschikbaar voor participatie, omdat (één van de) ouders thuis moeten zijn bij de kinderen. Een van de consulenten van Leidschendam-Voorburg zegt hierover:

“

7.3.

Soms hebben statushouders drie of vier kinderen thuis en kinderopvang nodig maar dat is een uitdaging. Soms duurt het regelen van kinderopvang wel een jaar. Wel proberen we samen met [de matchmaker] bijvoorbeeld vrijwilligerswerk te regelen voor drie uur per dag, twee dagen in de week. Zo proberen we het wel te regelen, maar dat lukt niet altijd, maar het lukt beter dan onder de oude wet.”

Uitvoeringspraktijk Oegstgeest

7.3.1. Het beleid Het beleid van de gemeente Leiden is gericht op zo snel mogelijk participeren met uitzicht op betaald werk of andere vormen van participatie. Dit doen zij in opdracht van de gemeente Oegstgeest. De gemeente Leiden sluit aan bij de doelen die opgesteld zijn in de Wi2021 als het gaat om PVT, MAP en participatie. De gemeente Leiden voert zelf de PVT uit en het participatiegedeelte voor de B1 route, waaronder de MAP. Daarnaast heeft de gemeente een jobhunter en trainer. De instroom op de arbeidsmarkt doet de gemeente in samenwerking met DZB, het re-integratiebedrijf van de gemeente Leiden, UWV en individuele werkgevers.

133

Gruijter, M. de, T. A. Kool, Y. Dusault, L. Samson, A. Gehring, F. Acherrat (2024) KIS monitor 2024 Gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding en inburgering statushouders en gezinsmigranten. Utrecht: KIS.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=2a9d447c-b60b-471d-8e6b-8023c6483d51