Bijlage beantwoording 648 PVDA normbedragen-kwijtschelding-belastingen-per-1-januari-2024
Tekst van het document
Normbedragen kwijtschelding belastingen per 1 januari 2024 Normbedragen voor bestaanskosten Per 1 januari 2024 wijzigen de bijstandsnormen1. Als gevolg hiervan wijzigen ook de normbedragen voor de kosten van bestaan bij de kwijtschelding van belastingen.
Bij een kwijtscheldingsnorm van
90%
95%
100%2
beide partners ≥ 21 jaar tot AOW-gerechtigde leeftijd
1.651,00
1.743,00
1.834,04
beide partners AOW-gerechtigd
1.750,00
1.846,00
1.942,32
één partner AOW-gerechtigd en andere partner ≥ 21 jaar maar niet AOW-gerechtigd
1.745,00
1.841,00
1.937,32
≥ 21 jaar, maar niet AOW-gerechtigd
1.156,00
1.220,00
1.283,83
AOW-gerechtigd
1.289,00
1.360,00
1.430,76
≥ 21 jaar, maar niet AOW-gerechtigd
1.156,00
1.220,00
1.283,83
AOW-gerechtigd
1.289,00
1.360,00
1.430,76
is het bedrag van de kosten van bestaan (in euro) Echtgenoten
Alleenstaande ouder
Alleenstaande
Overeenkomstig artikel 16, lid 3, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 worden de kosten van bestaan verhoogd met3: - € 10,00 als de belastingschuldige en zijn echtgenoot de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt (artikel 16, lid 3, onderdeel a), - € 5,00 als de belastingschuldige of zijn echtgenoot de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt (artikel 16, lid 3, onderdeel b). De verhoging voor AOW-gerechtigden is in de bovenstaande normbedragen verwerkt.
1 Bron: Normenbrief 1 januari 2024 - informatie voor gemeenten en Stcrt. 2023, 35511 2 Overeenkomstig de rijksregeling zijn de bedragen bij 90% en 95% naar boven afgerond op hele euro’s. Deze
afronding is ook toegestaan bij 100%. Voor gemeenten die een ander percentage hanteren, hebben wij hier het bedrag van de basisnorm vermeld. 3 Bedragen gelden met ingang van 1 januari 2023, niet gewijzigd per 1 januari 2024 (Stcrt. 2022, 33377).
1
Aangepaste normen bestaanskosten voor AOW-gerechtigden Gemeenten kunnen de kwijtscheldingsnormen voor AOW-gerechtigden verhogen tot 100% van de toepasselijke netto AOW-bedragen. De bandbreedte van de kwijtscheldingsnormen AOW-gerechtigden is met ingang van 1 januari 2024 (inclusief de verhoging van een deel van de inkomensondersteuning AOW’ers):
Ondergrens
Paar, beide partners AOW-gerechtigd
90% bijstandsnorm (afgerond) 1.750,00
Huidige bovengrens 100% bijstandsnorm
Nieuwe bovengrens
1.942,32
100% netto AOWbedrag4 2.086,40
Paar, 1 partner AOW-gerechtigd
1.745,00
1.937,32
2.081,40
Alleenstaande ouder
1.289,00
1.430,76
1.531,46
Alleenstaande
1.289,00
1.430,76
1.531,46
Vrij te laten inkomsten in de inkomenstoets - inkomsten ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet, de kinderopvangtoeslag en de tegemoetkomingen ingevolge de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. - de individuele inkomenstoeslag (artikel 36 Participatiewet); - de vergoeding voor de verzorging en opvoeding van een pleegkind in het kader van de Jeugdwet; - het kindgebonden budget, bedoeld in de Wet op het kindgebonden budget; - de huurtoeslag, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet op de huurtoeslag, de krachtens de Participatiewet ontvangen woonkostentoeslag en de zorgtoeslag, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet op de zorgtoeslag. Verder worden in de inkomenstoets vrijgelaten de volgende subsidies en premies bedoeld ter stimulering van arbeid. Het betreft: -
-
-
de premie in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling (artikel 31, lid 2, onderdeel j, Participatiewet) en een daarmee naar aard, strekking en omvang overeenkomende premie: per jaar. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk tot ten hoogste de bedragen, genoemd in artikel 2, lid 6, Wet LB: per maand, met een maximum van: per kalenderjaar (artikel 31, lid 2, onderdeel k, Participatiewet). de maximaal vrij te laten inkomsten uit arbeid (artikel 31, lid 2, onderdeel n, Participatiewet): per maand.
1 juli 2023
1 januari 2024
€ 2.979,00
€ 3.151,00
€ 190,00 € 1.900,00
€ 210,00 € 2.100,00
€ 249,00
€ 264,00
4 Bron: Rekenregels 1 januari 2024, bijlage II.1
2
-
de inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder of alleenstaande ouder met een of meer meerderjarige kinderen tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van: per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, ingeval: 1° hij de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot 12 jaar, 2° de periode van zes aaneengesloten maanden, bedoeld in artikel 31, lid 2, onderdeel n, Participatiewet, is verstreken, en 3° dit volgens het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling (artikel 31, lid 2, onderdeel r, Participatiewet).
Uitgave voor het houden van kostgangers In artikel 15, eerste lid, onderdeel f, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 is het bedrag opgenomen dat bij de vaststelling van de betalingscapaciteit, bedoeld in artikel 11 URIW 1990, in aanmerking mag worden genomen als uitgave voor het houden van kostgangers. Dit bedrag bedraagt:
1 juli 2023
1 januari 2024
€ 155,74
€ 164,73
1 juli 2023
1 januari 2024
€ 14,90
€ 17,70
Normen huurtoeslag De normen voor de huurtoeslag worden op 1 januari van elk jaar gewijzigd of opnieuw vastgesteld. Voor de kwijtschelding zijn de volgende bedragen relevant5: Minimumbedrag netto huurlasten (normhuur): - een- en meerpersoonshuishouden - eenpersoonsouderenhuishouden - meerpersoonsouderenhuishouden Maximaal subsidiabele huur per maand
1 januari 2023 € 225,54 € 223,72 € 221,91 € 808,06
1 januari 2024 € 226,676 € 224,857 € 223,048 € 879,669
Normpremie ziektekostenverzekering De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt per 1 juli 2023 1 juli 2023 1 januari 2024 - voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder per maand € 3,00 € 42,00 - voor echtgenoten per maand € 50,00 € 95,00 Kostendelersnorm Op kwijtscheldingsverzoeken is de kostendelersnorm uit de Participatiewet van toepassing. De normbedragen voor de bestaanskosten in de kwijtschelding sluiten daarmee aan bij de systematiek uit de Participatiewet. Voor de kwijtschelding is de kostendelersnorm opgenomen in artikel 16, lid 2, onderdelen b en d van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
5 Stcrt. 2023, nr. 31878 6 Artikel 17, lid 2, Wht 7 Artikel 17, lid 3, onderdeel a, Wht 8 Artikel 17, lid 3, onderdeel b, Wht 9 Artikel 13, lid 1, onderdeel a, Wht
3