CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Actieplan jeugd Voorschoten

Gemeenteraad Voorschoten 7 oktober 2021, gemeente voorschotenBij agendapunt: Kostenombuigingen Jeugdhulp Voorschoten4.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Actieplan jeugdhulp 2019-2021 9 juli 2019 Z/19/032963/141389

Inhoud Inleiding

p. 2

Oorzaken kostenstijging jeugdhulp

p. 2

Sturing op jeugdhulp lokaal op basis van thema’s

p. 4

Voorgestelde lokale maatregelen op basis van thema’s:

p. 6

1.

Thema preventie: a. Verdere verbetering verbinding onderwijs en jeugdhulp 2019-2021 b. Invoering BWO Voorschoten 2019-2020 c. Toevoegen GGZ expertise (bijvoorbeeld orthopedagoog) aan BWO voor begeleiding op locatie tot en met 2020 d. Continueren van semi-vrij toegankelijke ambulante jeugdhulp tot en met 2020 e. Continueren van het Veilig Verder Team Voorschoten tot en met 2020:

p. 6

2.

Thema Kwalitatieve en kostenbewuste toegang tot jeugdhulp a. Uitvoeren pilot praktijkondersteuner jeugd ggz Voorschoten 2019-2020 b. Stimuleren kostenbewust handelen jeugdconsulenten: Verwijsgedrag optimaliseren (m.n. ambulante hulp) cliënten grensgebied Jeugdwet en Wet langdurige zorg actief benaderen en ondersteunen bij aanvragen c. lokaal implementeren en investeren capaciteit invoering resultaatgericht jeugdhulpstelsel

p. 7

3.

Thema integrale zorg en ondersteuning a. stimuleren integrale werkwijze door lokale implementatie van het transformatie programma ‘beter samenspel’ met de Gecertificeerde Instellingen via een maatwerkprogramma b. screenen van de top 20 meest complexe jeugdigen op integrale en meest passende hulp en eventueel individuele adviezen uitbrengen

p. 10

4.

Thema begrenzing jeugdhulp a. door ontwikkelen van verlengde jeugdhulp 18-23-jarigen b. aanscherpen van voorwaarden voor jeugdhulpvervoer c. onderzoek naar het gebruik van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) en eventueel bepalen of en welke sturing nodig is d. het optimaliseren van het beleid persoonsgebonden budget: Het pgb tarief voor inhuur van het sociaal netwerk maximaal het tarief Wet minimumloon maken en Maximaliseren pgb tarief voor inhuur zelfstandig werkende gekwalificeerde aanbieders (tot maximaal 80% tarief ZIN)

p. 11

1

Inleiding Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten op basis van de Jeugdwet verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp. Landelijk is er vanaf het begin van de decentralisatie een tendens zichtbaar van oplopende kosten. Ook in de gemeente Voorschoten zijn de kosten van jeugdhulp de afgelopen periode toegenomen en bleek medio 2018 sprake van een forse stijging ten opzichte van 2017. De eerste prognose 2019 laat ten opzichte van 2018 vooralsnog een lichte daling zien van circa 4%. Daarbij moet worden opgemerkt dat de eerste prognose van het jaar altijd de minst betrouwbare is en dat er voor een groot deel gebruik is gemaakt van de best mogelijke schattingen op basis van de kostenontwikkeling 2018. Wij hebben over de kosten jeugdhulp gerapporteerd via de jaarrekeningen en voor- en najaarsnota’s. Daarnaast hebben wij hierover apart gerapporteerd via een raadsinformatiebrief in het najaar van 2018 en medio 2019 daarin een aantal (voorgenomen) maatregelen aangegeven. In de afgelopen tijd zijn bijvoorbeeld zowel de verordening, als de beleidsregels jeugdhulp, geactualiseerd, is de beleidsregel materieel controleplan vastgesteld en is een pilot ondersteuner jeugd en gezin voorbereid en gestart.

In de kadernota 2020 kondigen wij een lokaal actieplan jeugd voor de periode van 2019-2021 aan, met een overzicht van te nemen maatregelen, om versterkt sturing te geven aan jeugdhulp en deze voor Voorschoten (meer) toekomstbestendig te maken en (meer) betaalbaar en beheersbaar te houden. Dit niet alleen om de (stijgende) jeugdhulpkosten structureel te kunnen dekken, maar ook gezien de gevraagde lokale investeringen als gevolg van het beoogde resultaatgerichte jeugdhulpstelsel per 2020. Oorzaken kostenstijging jeugdhulp Er zijn meerdere oorzaken van de kostenstijging jeugdhulp geanalyseerd. Deze zijn kort samengevat: 1. Er is een toename van het aantal jeugdigen in jeugdhulp, alhoewel in 2018 sprake is van een lichte afvlakking. kalenderjaar

Aantal unieke jeugdigen in jeugdhulp ZIN1

2015

562

2016

661

2017

720

2018

665

Blijkbaar wordt er (meer) vroegtijdig en dichtbij gesignaleerd. Tegelijkertijd zijn er ook, vooral op het gebied van vooral jeugd-ggz en begeleiding, nieuwe aanbieders bij gekomen wat een aanzuigende werking heeft gehad. Er zijn meerdere wettelijke verwijzers naar jeugdhulp; huisartsen doen de meeste verwijzingen (ongeveer 49% van alle verwijzingen), daarna jeugdconsulenten (ongeveer 29%) en daarna de

1

Hierbij wordt opgemerkt dat jeugdigen soms meerdere vormen van jeugdhulp ontvangen. Daarnaast gaat hier uitsluitend om jeugdigen die jeugdhulp via zorg in natura ontvangen. Het aantal jeugdigen dat jeugdhulp via een pgb of via het jeugdteam ontvangen, is hierbij niet meegenomen.

2

overige verwijzers als jeugdartsen, Gecertificeerde Instellingen en medisch specialisten (ongeveer 22%). Huisartsen verwijzen vrijwel alleen naar jeugd ggz (95%). Jeugdconsulenten verwijzen meer divers; jeugdhulp ambulant (42%), jeugd ggz (32%), jeugdhulp met verblijf (12%). De meeste kinderen met jeugdhulp maken gebruik van jeugd-ggz (ruim 500 van de 650 unieke jeugdigen in jeugdhulp 2018), daarna volgen jeugdhulp ambulant (130), kindergeneeskunde (52), jeugdbescherming (39), jeugdhulp met verblijf (inclusief behandeling) (27) en dagbehandeling (21). 2. Er is, in 2018 en 2019, een toename van de zorgduur, intensiteit en complexiteit van jeugdhulp, in verschillende mate bij verschillende vormen van zorg: o

Er is in heel beperkte mate sprake van een langere zorgduur, ofwel langere doorlooptijd, bijvoorbeeld bij dagbehandeling en jeugdbescherming;

o

Er is vooral sprake van een stijging van de intensiteit van zorg, ofwel aantal behandeluren/dagdelen/etmalen per tijdsperiode, bijvoorbeeld bij dagbehandeling en jeugdbescherming;

o

Er is vooral sprake van een stijging van de complexiteit, ofwel er is sprake van een stijging van de gemiddelde kosten per jeugdige per maand, bijvoorbeeld bij dagbehandeling, jeugdhulp met verblijf (inclusief behandeling), activiteiten in het preventief justitieel kader en jeugd-ggz.

De redenen hiervoor zijn heel divers. Er is een verschuiving van groeps- naar meer individuele vormen van hulp te zien. Daarnaast heeft dit ook te maken met belemmeringen in in-, door-, uitstroomprocessen (adequate zorgbehoeftebepaling, wachttijden, uitstroom naar passend onderwijs en speciaal onderwijs en aanpalende wetten als bijvoorbeeld Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet en Wet maatschappelijke ondersteuning). Van de ruim 4 miljoen euro die aan jeugdhulp via zorg in natura is besteed in 2018, zijn de meeste kosten gemaakt in de: •

jeugd-ggz (ruim € 1,6 miljoen),

•

jeugdhulp ambulant (bijna € 800.000),

•

jeugdhulp met verblijf (ruim € 750.000),

•

dagbehandeling (ruim € 350.000) en

•

jeugdbescherming (ruim € 250.000).

Belangrijke aanbieders in aantallen unieke jeugdigen zijn vrijgevestigde aanbieders (jeugd ggz), Stichting Rivierduinen (jeugd ggz), Cardea (jeugd en opvoedhulp), Stichting Onderwijsadvies (ernstige enkelvoudige dyslexie), Jeugdbescherming West (jeugdbescherming) en Curium (jeugd ggz). Belangrijke aanbieders in financiële omzet zijn: Curium (jeugd ggz), Stichting Ipsen de Bruggen (zorg of begeleiding vanwege een handicap, chronische ziekte of een andere beperking), Jeugdformaat (jeugd en opvoedhulp), Cardea (jeugd en opvoedhulp) Horizon (hulp, begeleiding en onderwijs van jeugdigen met complexe problemen en hun ouders) en Jeugdbescherming West (jeugdbescherming en jeugdreclassering) en vrijgevestigde aanbieders (jeugd ggz).

3

Opvallend is dat er een relatief grote groep jeugdigen is, waarvan het traject relatief weinig kost en er een relatief kleine groep jeugdigen is, waarvan het traject relatief heel veel kost. 3. Er is in mindere mate sprake van negatieve gevolgen van de tarief- en productharmonisatie bij de aanbesteding jeugdhulp 2018. Er is geen sprake van een (grootschalige) wisseling van aangeboden zorg (naar duurdere vormen van hulp). Wel is bij een beperkt aantal producten sprake van een stijging van de kosten, die zijn toe te schrijven aan harmonisatie van het tarief. Dit speelt in 2019 geen rol meer. We hebben met de partners van het netwerk CJG Voorschoten gevraagd naar wat zij als oorzaken zien van de stijgende vraag naar jeugdhulp. Zij hebben samenvattend aangegeven: -

De maatschappij ontwikkelt zich zo dat steeds meer kinderen, jongeren en hun ouders problemen krijgen; De lat wordt op diverse gebieden (ouders, onderwijs, sociale media) steeds hoger gelegd. Meer kinderen/jongeren kunnen de verwachtingen niet waarmaken, zijn overprikkeld, ervaren druk en krijgen daardoor problemen.

-

Het preventieve aanbod is onvoldoende passend, zodat er sneller een beroep op de zwaardere vormen van jeugdhulp wordt gedaan.

-

We slagen er nog onvoldoende in om kinderen/jongeren/ouders duurzaam te helpen, waardoor ze vaak opnieuw hulp nodig hebben.

-

Het is voor ouders en jongeren nu niet makkelijk genoeg om eenvoudige vragen over opvoeden en opgroeien te stellen, waardoor ze pas hulp zoeken als problemen al groot zijn.

-

Het onderwijs is nog onvoldoende toegerust om kinderen in het kader van passend onderwijs op te kunnen vangen.

Gezien de landelijke trend van de stijging van kosten wordt vanuit gemeenten grote druk uitgeoefend op het Rijk om gemeenten hiervoor te compenseren. Ondanks de incidentele tegemoetkoming voor de jaren 2019-2021 en de toezegging tot verder onderzoek hiernaar door het Rijk, is sprake van aanhoudende lobby voor een passende structurele compensatie. Sturing op jeugdhulp lokaal op basis van thema’s De mogelijkheden om sturing te geven aan jeugdhulp zijn beperkt. Jeugdhulp is een open einde regeling. Een open einde regeling is een regeling waarin geen budgettair plafond kan worden toegekend. Op basis van de Jeugdwet heeft de gemeente zorgplicht. Het uitgangspunt daarbij is zorg zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Gelet op de breedte van de doelgroep en noodzaak, aard en duur van jeugdhulp, is het gebruik lastig te voorspellen. Daarnaast is sprake van meerdere wettelijke verwijzers (zijnde huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, Gecertificeerde Instellingen (voor jeugdbescherming en jeugdreclassering) en jeugdconsulenten in dienst van de werkorganisatie Duivenvoorde, waardoor het complex is sturing te geven. Gezien de oorzaken van de kostenstijgingen, richten maatregelen zich grofweg op: -

Het terugbrengen van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van (niet vrij toegankelijke) (hoog) specialistische jeugdhulp;

4

-

Het terugbrengen van de gemiddelde kostprijs per jeugdige per jaar door onder andere het verkorten van trajecten en eerder af te schalen;

-

Innoveren, leren en ontwikkelen om te komen tot de meest effectieve jeugdhulp in het kader van het resultaatgerichte jeugdhulpstelsel.

Regionaal wordt samen met andere gemeenten en het Inkoopbureau H10 opgetrokken om gezamenlijk sturing te geven en kosten jeugdhulp te beheersen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan: •

deelname aan landelijke lobby gericht op effecten pakketmaatregelen (Jeugdwet, Wet langdurige zorg, Passend Onderwijs) en een passend jeugdhulpbudget vanuit het Rijk;

•

ontwikkeling van regionaal jeugdhulpbeleid gericht op verdere transformatie (bijvoorbeeld programma beter samenspel, project jeugdhulp in gezinsvormen, programma transformatie) en dit lokaal implementeren;

•

verdere verbetering van de informatievoorziening, intensivering van het regionaal contractmanagement en verbindingen met het lokaal accountmanagement;

•

het ontwikkelen van reële tarieven voor jeugdhulp en

•

aanpak van ondoelmatig, oneigenlijk en misbruik van maatschappelijke voorzieningen ten gunste van financiële resultaten van aanbieders.

Het voorkomen dat jeugdigen jeugdhulp nodig hebben, is een belangrijk uitgangspunt van het Voorschotense beleid. En als zij zorg nodig hebben, is zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig, de basis. Een adequate zorgbehoeftebepaling is daarbij heel belangrijk. Verder is vastgesteld dat integrale hulp moet worden bevorderd. De lokale maatregelen voor de komende periode zijn daarom ingedeeld aan de hand van de volgende thema’s: 1. preventie, 2. de inrichting van de toegang tot jeugdhulp, 3. integrale hulp en 4. begrenzing. Gezien de aangegeven beperkingen aan sturing op gebruik jeugdhulp en daarmee onvoorspelbaarheid van het gebruik van (vormen van) jeugdhulp, is het daarnaast ook lastig om de resultaten van de te nemen maatregelen zichtbaar te maken en te kwantificeren. Er moet in ieder geval rekening mee worden gehouden dat resultaten soms pas na langere tijd merkbaar zijn. Daarnaast zijn de effecten van maatregelen soms lastig te meten, vooral kwantitatief. Dit is mede afhankelijk van een adequate informatievoorziening en analyse. Gezien de invoering van het resultaatgerichte jeugdhulpstelsel per 2020 is sprake van een knip in de informatievoorziening (grofweg van producten naar profiel-intensiteitscombinaties), waarmee ook rekening moet worden gehouden als effecten van maatregelen na verloop van tijd zichtbaar moeten worden gemaakt.

Een tussenevaluatie van de uitvoering van de actiepunten van dit plan staat gepland voor de tweede helft van 2020. Dit omdat dan evaluatie van een aantal belangrijke actiepunten staat gepland, bijvoorbeeld pilot OJG, invoering BWO, inzet jeugd ggz in BWO en inzet ambulante hulp

5

Cardea lokaal in de flexibele schil en stand van zaken (toegang) invoering nieuwe resultaatgerichte jeugdhulpstelsel lokaal. In de tweede helft van 2021 wordt bepaald of een nieuw actieplan nodig is. Voorgestelde lokale maatregelen op basis van thema’s: De volgende maatregelen worden voorgesteld: 1. Thema preventie: Naast het bestaande preventieve aanbod opvoed- en opgroeiondersteuning, worden een aantal aanvullende preventieve maatregelen voorgesteld: a.

Verdere verbetering verbinding onderwijs en jeugdhulp 2019-2021

De gemeente Voorschoten neemt deel aan het samenwerkingsverband passend onderwijs van de regio Leiden. Op de agenda 2019-2021 staat onder andere het thema onderwijs en jeugdhulp. Voorschoten gaat actief participeren binnen dit thema om hiertussen meer verbindingen te leggen. Dit ten eerste door de inzet van jeugdhulp binnen het onderwijs, binnen de verantwoordelijkheden tussen onderwijs en jeugdhulp, verder te verbeteren (bijvoorbeeld uitvoeren van pilots over gebundelde inzet van jeugdhulp in het regulier onderwijs, realiseren van verbinding tussen de BWO/JGZ en scholen, verbetering van doorstroming van intensieve dagbehandeling naar onderwijs te starten met in beeld brengen van de aantallen per gemeente waar het om gaat). Dit ten tweede door te voorkomen dat jeugdigen in jeugdhulp komen (bijvoorbeeld via het in kaart brengen thuiszitters en risicoleerlingen binnen primair onderwijs en voortgezet onderwijs en het aantal langer dan 3 maanden terugbrengen met 10%). Dit wordt gemonitord, geëvalueerd en eventueel bijgesteld. De kosten hiervan worden gedekt binnen de begroting. b.

Invoering BWO Voorschoten

Per 1 januari 2020 is Voorschoten Voor Elkaar de brede welzijnsorganisatie in Voorschoten. In 2019 worden de voorbereidingen hiertoe getroffen. De brede welzijnsorganisatie speelt een rol in het terugbrengen van het beroep op maatwerkvoorzieningen door enerzijds inwoners te faciliteren om zelf ondersteuning te organiseren en anderzijds signalen te vertalen naar voorstellen voor mogelijke wijzigingen in (gemeentelijk) beleid en het aanbod van (collectieve) voorzieningen. De brede welzijnsorganisatie betreft één organisatie, waarin alle ondersteuning met een preventief karakter (0delijn) en de professionele disciplines (1stelijn) voor de doelgroep 0 – 100 zijn gebundeld. De brede welzijnsorganisatie vormt een stevig netwerk met de wijk- en activiteitencentra en coördineert het (preventieve) aanbod zodat er geen hiaten en dubbelingen zijn. Deze organisatie biedt één ingang voor inwoners met een ondersteuningsvraag. Er wordt aangestuurd op de inzet van eigen kracht, het gebruik van basisvoorzieningen en het preventief aanbod, in plaats van gebruik van niet-vrij toegankelijke specialistische jeugdhulp. Op 1 januari 2020 is het beoogde eindresultaat nog niet gehaald, maar dan staat de basis waar vandaan kwaliteit wordt verbeterd en resultaten zichtbaar worden gemaakt.

Op basis van de overeenkomst tussen gemeente en Voorschoten Voor Elkaar, over het uitvoeren van de werkzaamheden, vinden frequente gesprekken plaats over de voortgang en door middel van

6

kwantitatieve en kwalitatieve monitoring en verantwoording wordt zichtbaar gemaakt waar we staan en wordt bepaald hoe eventueel wordt bijgestuurd. De kosten hiervan worden gedekt via de begroting. c.

Toevoegen GGZ expertise (bijvoorbeeld orthopedagoog) aan BWO voor begeleiding op locatie tot en met 2020

Veel van de zorgvragen die binnen het onderwijs worden gesignaleerd, zijn jeugd-ggz gerelateerd. Door inzet van j-ggz expertise binnen de BWO, in aanvulling op de kortdurende begeleiding die schoolmaatschappelijk werk biedt op de scholen voor primair onderwijs, wordt gerealiseerd dat jeugdigen preventief, kortdurend en op locatie (school en/of thuis) worden begeleid en/of behandeld bij GGZ-problematiek. Hierdoor worden een adequate zorgbehoeftebepaling verbeterd, scholen ontzorgd (we willen stimuleren dat het aantal ‘shadows’ dat op scholen aanwezig is, wordt beperkt en/of teruggebracht) en doorstroming naar niet-vrij toegankelijke specialistische jeugdhulp verminderd. Op basis van een evaluatie wordt in de tweede helft van 2020 besloten of, en onder welke voorwaarden, dit wordt gecontinueerd per 1 januari 2021. De kosten hiervan worden gedekt via de begroting. d.

Het continueren van semi-vrij toegankelijke ambulante jeugdhulp tot en met 2020

Voorschoten streeft naar ambulantisering van de jeugdhulp. Dit betekent dat jeugdhulp ook lokaal en dichtbij wordt aangeboden, omdat wordt verondersteld dat dit leidt tot vroegtijdige, adequate signalering en een goed afgestemde aanpak van jeugd en opvoedhulp problematiek, lichte hulp wordt ingezet waar dat kan, en zwaar waar dat moet, en de samenwerking tussen alle betrokken partijen wordt versterkt. In het kader van ambulantisering van de jeugdhulp is besloten om (2,89 fte) intensieve ambulante gezinsbegeleiding door Cardea lokaal semi-vrij toegankelijk beschikbaar te stellen via het CJG Voorschoten, per medio 2019 via de BWO Voorschoten. Semi-vrij toegankelijk omdat door de BWO wordt besloten of een jeugdige/gezin dit nodig heeft/hebben. Trajecten zijn in principe begrensd tot 6 maanden, voordat deze worden beëindigd of worden afgeschaald via de BWO, of naar de nietvrij toegankelijke jeugdhulp worden doorverwezen. Het contract is geldig tot en met 2020. Op basis van een evaluatie wordt in de tweede helft van 2020 besloten of, en onder welke voorwaarden, deze hulp wordt gecontinueerd per 1 januari 2021. De kosten hiervan worden gedekt via de begroting. e.

Het continueren van het Veilig Verder Team Voorschoten tot en met 2020:

Uitgangspunt van beleid is dat zo veel mogelijk kinderen in de gemeente Voorschoten in veiligheid opgroeien. Toepassing van de Veilig Verder methodiek in samenwerking met Veilig Thuis Hollands Midden, Cardea, jeugdconsulenten en de BWO levert hier een bijdrage aan. De werkwijze betekent dat na een zorgmelding of een melding bij Veilig Thuis Hollands Midden, een veiligheidsplan wordt opgesteld met betrokken partners van Cardea, de jeugdconsulenten, de BWO en Veilig Thuis HM als procesregisseur, op vrijwillige basis in overleg met cliënten (ouders en jeugdigen), gericht op duurzaam herstel van veiligheid binnen het systeem. Dit is een vrijwillige, preventief gerichte maatregel om herhaling en escalatie te voorkomen. Op basis van een interne evaluatie wordt in de

7

tweede helft van 2020 besloten of en onder welke voorwaarden deze hulp wordt gecontinueerd per 2021. De kosten hiervan worden gedekt via de begroting. 2. Thema Kwalitatieve en kostenbewuste toegang tot jeugdhulp In het kader van het bevorderen van een kwalitatieve en kostenbewuste toegang tot jeugdhulp worden de volgende maatregelen voorgesteld: a.

Uitvoeren pilot Ondersteuner Jeugd en Gezin Voorschoten 2019-2020

Uit informatievoorziening is gebleken het merendeel van de jeugdigen in jeugdhulp gebruik maakt van jeugd-ggz. Jeugd-ggz legt ook beslag op een groot deel van de kosten jeugdhulp. Huisartsen doen de meeste verwijzingen naar jeugdhulp (ongeveer 50% van het totaal) en zij verwijzen vrijwel uitsluitend naar jeugd-ggz (95%). Op basis van een business case is hierover overleg gevoerd met huisartsen. Op basis van landelijk opgedane ervaringen blijkt dat gemiddeld 30% van de verwijzingen geen verdere behandeling nodig heeft, 40% door korte begeleiding van de praktijkondersteuner (een paar gesprekken) is geholpen en dat 30% alsnog wordt doorgestuurd naar de niet-vrij toegankelijke jeugd ggz. De lokale situatie kan natuurlijk afwijken van de landelijke gemiddelden maar een vermindering van verwijzingen naar jeugd-ggz valt te verwachten. Daarom is eind 2018 besloten een pilot ondersteuner jeugd en gezin te gaan uitvoeren. De pilot Ondersteuner Jeugd en Gezin Voorschoten heeft als doelstellingen de signaleringsfunctie van de huisartsenpraktijk verder te verbeteren, waardoor eventuele onnodige diagnoses worden voorkomen en kinderen zo nodig sneller en op de juist plek worden begeleid en/of behandeld.

Daarnaast een integrale aanpak van psychosociale problematiek in gezinnen die zich melden bij de huisarts en verdere verbetering van samenwerking en verbinding tussen de huisartsenpraktijk en de Jeugdgezondheidszorg, de Brede Welzijnsorganisatie, jeugd-GGZ-instellingen en het onderwijs. De pilot start juni 2019. Op basis van monitoring en evaluatie wordt in de tweede helft van 2020 besloten of deze werkwijze, inclusief de voorwaarden waaronder, wordt gecontinueerd. De kosten hiervan worden gedekt via de begroting. b.

Stimuleren kostenbewust handelen lokaal team/jeugdconsulenten: i. Verwijsgedrag optimaliseren (ambulante hulp)

Uit de analyse van de kostenstijging is vastgesteld dat de intensiteit bij bepaalde producten is toegenomen, bijvoorbeeld bij ambulante hulp. De jeugdconsulenten zijn de verwijzers die het meest naar ambulante hulp verwijzen. Er zijn een behoorlijk aantal jeugdigen die deze hulp ontvangen en ook de kosten zijn aanzienlijk. Veelal is deze informatie (nog) niet bekend. Daarom wordt ingezet op het versterken van het kostenbewust handelen van medewerkers in de toegang. Er wordt daarom breed ingezet op informatie en scholing in de tweede helft van 2019 en de eerste helft van 2020. Dit ook ter voorbereiding op het werken binnen het resultaatgerichte jeugdhulpstelsel en verdere verbetering daarvan en 2020 en 2021. De kosten hiervan worden gedekt via de begroting. ii. Cliënten grensgebied Jeugdwet en Wlz actief benaderen en ondersteunen bij aanvragen

8

Per 1 januari 2015 is de Algemene wet bijzondere ziektekosten opgegaan in onder andere de Jeugdwet en de Wet langdurige zorg. Dit zorgt er voor dat jeugdigen met een intensieve zorgvraag vanuit de Jeugdwet worden geholpen. Door signalen vanuit de toegang en jeugdhulpaanbieders is het vermoeden ontstaan dat cliënten soms langduriger binnen de Jeugdwet worden geholpen die eventueel al in aanmerking zouden kunnen komen voor een Wlz-indicatie. Alhoewel het niet om grote aantallen cliënten gaat, zijn de kosten per cliënt vaak aanzienlijk. Door cliënten met een specifieke combinatie van producten, kenmerkend voor het grensgebied tussen de Wlz en de Jeugdwet, na conversie vanaf 2020 actief te gaan benaderen en ondersteunen bij het indienen van een Wlz-indicatie, wordt er naar gestreefd cliënten onder de meest passende wetgeving onder te brengen. Voor de kosten hiervan zijn voorstellen opgenomen in de kadernota 2020 (zie ook maatregel 2c). c.

Invoering resultaatgericht jeugdhulpstelsel; implementatie en investeren lokaal in informatie, training en extra capaciteit:

Per 1 januari wordt, op basis van door de gemeenteraad vastgesteld beleid, via een aanbestedingstraject, een resultaatgericht jeugdhulpstelsel ingevoerd. Het gaat om een manier van inkoop die lokale teams en jeugdhulpaanbieders stimuleert en aanspoort om de jeugdige en het gezin centraal te zetten, maatwerk te realiseren, innovatie en professionals ruimte te bieden en te sturen op resultaten. De resultaatsturing vindt plaats op meerdere niveaus: op het niveau van het stelsel (werken met maatschappelijke doelen), van de individuele jeugdhulpaanbieder (prijskwaliteit verhouding) en binnen het individuele hulpverleningstraject (is het gezin geholpen). De implementatie van de nieuwe werkwijze betekent onder meer: -

De gemeente krijgt meer regie op de individuele trajecten en op een gezinsgerichte aanpak bij jeugdhulpaanbieders;

-

Jeugdhulpaanbieders, die met dezelfde jeugdige bezig zijn, weten dit van elkaar en stemmen de hulp op elkaar af;

-

De gemeente gaat regie voeren (in ieder geval bij casussen hoog specialistische jeugdhulp) op het waarmaken van de integrale samenwerking binnen het sociaal domein (1G-1P-1R);

-

De kosten voor jeugdhulp worden beter vooraf te voorspellen door de gemeente. Dit door de invoering van vaste trajectprijzen per Profiel-Intensiteitscombinatie (P.I.C.’s), ofwel een budgetplafond per cliënt. Daarbij wordt opgemerkt dat 2020 wel overgangsjaar is; voor hoog specialistische zorg wordt nog een jaar gewerkt met pXq bekostiging. Dit in het licht van het streven naar reële tarieven. Hierdoor kunnen tijdiger reële prognoses worden ontwikkeld. Dit leidt tot adequater kunnen begroten.

-

De nieuwe werkwijze biedt meer inzicht in de effectiviteit van de ingezette hulp, door de landelijk vastgestelde outcomecriteria (cliënttevredenheid, doelrealisatie en uitval) in het berichtenverkeer op te nemen.

-

Intensivering van risico gestuurd regionaal contractmanagement; het hanteren van een escalatieladder met als uiterste opties als overleg niet tot gedragsverandering heeft geleid tot (gedeeltelijk) niet uitbetalen, een cliëntenstop en/of ontbinden van het contract.

Dit resultaatgerichte jeugdhulpstelsel vraagt ook lokaal implementatie en investeren in informatie, training en extra capaciteit gezien de uitbreiding van rollen van de jeugdconsulenten, de

9

implementatie van administratie en beheer en versterking van informatievoorziening en intensivering van lokaal accountmanagement voor inbreng voor beleid. Op basis van de Jeugdwet is de toegang belegd bij meerdere wettelijke verwijzers, ook via de gemeente, georganiseerd via jeugdconsulenten in dienst van de werkorganisatie Duivenvoorde, werkzaam binnen het CJG Voorschoten, medio 2019 met de BWO Voorschoten. De afgelopen periode is het aantal verwijzingen door jeugdconsulenten gestegen (ongeveer 29% van het totaal), waardoor er druk is ontstaan op de capaciteit om tijdig en kwalitatief aanvragen te kunnen behandelen. Als gevolg van invoering van het resultaatgerichte jeugdhulpstelsel worden er meer rollen belegd bij de jeugdconsulenten; verwijzen, toetsen van arrangementen bij begin en afronding zorg, regievoering (met name bij hoog specialistische jeugdhulp in het kader van het resultaatgerichte stelsel en bij maatregelen jeugdbescherming op basis van het transformatieprogramma ‘beter samenspel voor veilig opgroeien’ zie ook thema 3 integrale zorg en ondersteuning). Daarnaast vragen de aanpassing van administratie en beheer meer capaciteit. Tot slot vragen informatievoorziening en versterking van het lokaal accountmanagement, om sturing en grip te verstevigen, meer capaciteit met ingang van 2020. Voor de kosten hiervan zijn voorstellen opgenomen in de kadernota 2020. 3.

Thema Integrale zorg en ondersteuning: In het kader van het bevorderen van integrale zorg en ondersteuning gaan we de volgende acties uitvoeren: a.

Stimuleren van een integrale werkwijze door lokale implementatie van het transformatie programma ‘beter samenspel’ met de Gecertificeerde Instellingen via een maatwerkprogramma voor onze gemeente per 2020

Het regionale transformatie-programma ‘beter samenspel voor veilig opgroeien’ probeert het werken volgens 1 gezin 1 plan 1 regisseur verder te verbeteren, de kwaliteit van jeugdhulp te verhogen en de kosten te verlagen. Als doelen zijn gesteld: gemiddelde kostendaling hulp met 20%, daling van het aantal crisissen in gezinnen die al hulp ontvangen met 75%, doorstroming van gezinnen die al hulp ontvangen naar het gedwongen kader daalt met 25% en het aantal gezinnen dat binnen het jaar terugkeert naar de Gecertificeerde Instellingen daalt met 75%. De lokale situatie kan natuurlijk afwijken van de regionale verwachtingen en financiële effecten worden pas meerjarig verwacht. Deze nieuwe werkwijze komt samengevat neer op meer verbindingen leggen tussen de Gecertificeerde Instellingen (voor jeugdbescherming en jeugdreclassering) met het lokale team in gevallen waarin veiligheid een rol speelt (preventief) en daarnaast het stimuleren van een meer gezinsgerichte aanpak die is gericht op het doorbreken van intergenerationele patronen bij opgelegde maatregelen jeugdbescherming (curatief). Dit wordt meegenomen in de inkoop van de taken voor 2020 en verder. In de tweede helft van 2019 wordt daarnaast een maatwerkprogramma voor invoering in onze gemeente opgesteld, waarin ook wordt meegenomen wat dit lokaal vraagt en aan welke voorwaarden moet worden voldaan.

Bij de uitvoering hiervan in 2020 en 2021 wordt ook gemonitord en geëvalueerd, zodat bij een structurele inbedding de benodigde voorwaarden voldoende zijn gewaarborgd. Voor de kosten hiervan zijn voorstellen opgenomen in de kadernota 2020 (zie ook maatregel 2c).

10

b.

Het screenen van de top 20 meest complexe jeugdigen op integrale en meest passende hulp

Uit informatievoorziening is gebleken dat er een relatief kleine groep jeugdigen bestaat waarvoor relatief veel kosten worden gemaakt. Uit een lokale analyse van de top 20 meest complexe jeugdigen over de jaren 2016-2018 is gebleken dat het jeugdigen betreft die veelal gebruik maken van intensieve vormen van hulp als bijvoorbeeld dagbesteding en verblijf, dat zij gebruik maken van meerdere vormen van hulp, veelal jeugd en opvoedhulp en jeugd-ggz, dat een groot deel van deze jeugdigen een maatregel binnen het gedwongen kader heeft, kortom dat ook sprake is van hoog specialistische jeugdhulp en veelal multi-problematiek. Als in 2020 de capaciteit van de jeugdconsulenten meer is toegerust op de omvang van de taken, gaan de jeugdconsulenten, in overleg met betrokken jeugdigen en ouders, deze casussen screenen op integrale en meest passende hulp en individuele adviezen voor eventuele optimalisatie hiervan uitbrengen. Voor de kosten hiervan zijn voorstellen opgenomen in de kadernota 2020 (zie ook maatregel 2c). 4. Thema: begrenzing jeugdhulp In het kader van begrenzing van jeugdhulp gaan we de volgende acties uitvoeren: a.

Het door ontwikkelen van verlengde jeugdhulp 18-23-jarigen

Uit informatievoorziening is gebleken dat het volume niet heel groot is (het gaat om enkele jeugdigen per jaar, maar de individuele impact kan groot zijn) maar dat de doorstroming naar andere aanpalende wetgeving kan worden bevorderd. Dit kan door de voorwaarden aan te scherpen en de overgang tussen de Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet en Wet maatschappelijke ondersteuning te bevorderen en daarnaast de overgang 18-/18+ te versoepelen. Op dit gebied wordt ook regionaal opgetrokken en van elkaar geleerd. Dit door aangepaste voorwaarden vast te leggen, via actualisering van de beleidsregels in de tweede helft van 2019. Dit daarnaast door cliënten eerder en actiever voor te bereiden via het actief ondersteunen van cliënten door jeugdhulpaanbieders (waarvoor eisen zijn opgenomen in de contracten) en/of de jeugdconsulenten die hierop monitoren en actief ondersteunen in geval zij zelf in de betreffende casussen regievoeren per 2020. De kosten hiervan worden gedekt via de begroting. b.

Het aanscherpen van voorwaarden voor jeugdhulp vervoer

Uit informatievoorziening is gebleken dat het gebruik van jeugdhulp vervoer (vooral voormalig zittend ziekenvervoer jeugd-ggz nu lokaal gecontracteerd en vervoer vanwege een handicap/chronische ziekte/beperking nu nog regionaal gecontracteerd) en vooral de kosten hiervan zijn toegenomen. Daarnaast bestaat er behoefte aan optimalisatie van het afwegingskader van de jeugdconsulenten. Per 1 januari 2020 wordt de gemeente verantwoordelijk voor alle vormen van jeugdhulp vervoer en moet dit contractueel zijn vastgelegd. Daarom worden in de tweede helft van 2019 het afwegingskader voor jeugdconsulenten geoptimaliseerd, de beleidsregels jeugdhulp geactualiseerd, het lokaal vervoerscontract uitgebreid en de mogelijkheden van het realiseren van scherpere voorwaarden van het lokaal vervoerscontract per 2021 geïnventariseerd.

11

De kosten hiervan worden gedekt via de begroting. c.

Onderzoek naar het gebruik van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) en bij significante afwijking t.o.v. landelijk/regionaal gebruik bepalen of sturing nodig is in 2019

Uit informatievoorziening regionaal is gebleken dat het gebruik van EED relatief hoog is in relatie tot landelijk gebruik. In de tweede helft van 2019 vindt op basis van informatievoorziening een lokaal onderzoek plaats naar gebruik van EED en analyse. In geval van significante afwijking ten opzichte van landelijk en regionaal gebruik wordt bepaald of en welke sturing hierop nodig is en hoe dit wordt uitgevoerd in 2020. De kosten hiervan worden gedekt via de begroting. d.

Het optimaliseren van het beleid persoonsgebonden budget

Voor jeugdhulp zijn er in principe twee bekostigingsvormen; zorg in natura of een persoonsgebonden budget. Uit informatievoorziening is gebleken dat het aantal persoonsgebonden budgethouders relatief stabiel is maar dat het budget per budgethouder stijgt, ofwel de intensiteit/complexiteit neemt toe. In dat kader worden voorgesteld: i. Het pgb tarief voor inhuur van het sociaal netwerk maximaal het tarief Wet minimumloon te maken en ii. Maximaliseren van het pgb tarief voor inhuur zelfstandig werkende gekwalificeerde aanbieders (tot maximaal 80% tarief ZIN als gevolg van lagere overhead ten opzichte van instellingen). Dit via een raadsvoorstel tot aanpassing van de verordening jeugdhulp in het laatste kwartaal van 2019. De kosten hiervan worden gedekt via de begroting.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=99d3df90-f667-4b46-ac6f-914b4222632e