Bijlage 5. Evaluatie beleid minimaregelingen Voorschoten 2019-2022
Tekst van het document
Evaluatie beleid minimaregelingen 2019-2022 Voorschoten 22 januari 2023 (concept) Judith Zweers, Team OBI, gemeente Leidschendam-Voorburg
1
Inhoud Samenvatting ..........................................................................................................................................3 1.
2.
3.
Beleid en aanpak evaluatie .............................................................................................................6 1.1
Beleid ......................................................................................................................................6
1.2
Toelichting op definities in dit rapport ...................................................................................7
1.3
De minimaregelingen en werkwijze uitvoering ......................................................................7
1.4
Aanpak evaluatie ....................................................................................................................8
Armoede in de gemeente Voorschoten .......................................................................................10 2.1
Omvang groep minimahuishoudens .....................................................................................10
2.2
Kenmerken minimahuishoudens in beeld ............................................................................12
2.3
Duur minima-inkomen ..........................................................................................................12
2.4
Kinderen in minimahuishoudens in beeld ............................................................................13
Gebruik en bereik minimaregelingen ...........................................................................................14 3.1
Gebruik minimaregelingen ...................................................................................................14
3.2
Aantal minimaregelingen per huishouden ...........................................................................15
3.3
Bereik minimaregelingen ......................................................................................................16
4.
Ervaringen met de toegang ......................................................................................................17 4.1
Kennis van het bestaan van regelingen (informatievoorziening) .........................................17
4.2
Besluit tot aanvraag: drempels .............................................................................................18
4.3
Het aanvraagproces ..............................................................................................................18
4.4
Het belang van de regelingen ...............................................................................................20
4.5
Tips voor verbetering en de eerste resultaten van de aanbevelingen .................................21
BIJLAGE 1:
Overzicht bedragen wettelijk sociaal minimum en vermogensgrenzen ...................23
2
Samenvatting In 2023 zijn de minimaregelingen geëvalueerd. De evaluatie is gebaseerd op verschillende rapporten en overige bronnen. In het hier voorliggende rapport zijn al deze rapporten en bronnen samengevoegd tot 1 overkoepelend rapport. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste bevindingen uit deze verschillende rapporten. Met minimahuishouden wordt gedoeld op huishoudens met een inkomen tot 130% van het wettelijk sociaal minimum (wsm), tenzij anders vermeld (100% wsm of 110% wsm). Waar wordt gesproken over de minima in beeld gaat het om de minimahuishoudens die bekend zijn bij de gemeente: minimahuishoudens die gebruik maken van een uitkering of een minimaregeling via de gemeente, of van schuldhulpverlening. Vanwege de AVG is het niet gelukt om alle benodigde data voor dit onderzoek aan te leveren, waardoor de cijfers over kwijtschelding ontbreken. De cijfers in dit rapport gaan over de periode 1 november 2021 t/m 31 oktober 2022, tenzij anders is aangegeven. In 2022 waren er in Voorschoten in totaal 11.408 huishoudens. Daarvan zijn er naar schatting 920 minimahuishouden (= ca. 8 %).
920 minimahuishoudens (schatting)
507 kinderen in minimagezinnen (schatting)
• 61% van de minima heeft een inkomen tot 100% wsm • • 70% van de minima in beeld heeft langdurig een laag inkomen • • 53% van de minima in beeld is alleenstaand • • 24% van de minima in beeld heeft het hoofdinkomen uit AO, ww of werk (60% uit de Participatiewet en 16% uit AOW)
• 66% groeit op in huishouden met inkomen tot 100% wsm • • 49% groeit op in 1-oudergezin • • 73% groeit op in huishouden met nietwesterse herkomst • • 29% groeit op in huishouden met AO, ww of werk als hoofdinkomen (71% uitkering participatiewet)
Bereik per minimaregeling In de volgende grafieken is het geschatte bereik per regeling te zien voor Voorschoten, in vergelijking met andere kleine gemeenten (in de grafiek aangeduid met ‘landelijk gemiddelde’). Aangezien het om schattingen gaat, en regelingen niet overal hetzelfde zijn, is voor deze vergelijking een range opgenomen met een minimum en een maximumscore. De verwachting is dat het gemiddelde hier tussenin zit. Bij alle regelingen is het bereik laag, en ook veel lager dan in vergelijkbare gemeenten (gemeenten tot 50.000 inwoners). Waarschijnlijk is het bereik per regeling hoger dan in onderstaande grafiek is aangegeven. Dit komt doordat er te weinig gegevens konden worden aangeleverd om dit goed te berekenen (beperkte BRP-set en kwijtscheldingsgegevens). Toch is duidelijk nog sprake van een
3
behoorlijke groep die waarschijnlijk wel recht heeft op regelingen, maar hier geen gebruik van maakt.
Geschat bereik minimaregelingen voor volwassenen:
Bron: Duidingsrapportage dashboard minima gemeente Voorschoten, meting over 2022, Kwiz
Het gebruik van de meeste regelingen, zowel de volwassenen- als kindregelingen, is gelijk gebleven in de periode 2019-2022. Alleen het gebruik van de gemeentepolis is gedaald Bron: Rapport Rekenkamercommissie WVOLV, 2023
Het belang van minimaregelingen Eind juni 2023 verscheen het rapport Een zeker bestaan. Naar een toekombestendig stelsel van het sociaal minimum, van de Commissie Sociaal Minimum. Het rapport bevat berekeningen voor verschillende type huishoudens, inclusief alle mogelijke toeslagen en regelingen. Hieruit blijken de lokale minimaregelingen voor veel huishoudens, met name voor paren met kinderen en voor alleenstaanden met oudere kinderen, essentieel om maandelijks rond te kunnen komen.
4
Ervaringen met informatievoorziening en het aanvraagproces
Uit ervaringen van inwoners en vrijwilligers over de informatievoorziening over de regelingen en over het aanvraagproces komen positieve punten naar voren, en verbeterpunten. Deze zijn hierna per stap weergegeven.
Succesvol: • •
•
Rol maatsch. organisaties in informeren inwoners Bekendheid regelingen bij gezinnen met jonge kinderen en minima met bijstandsuitkering Betere info op website gemeente LeidschendamVoorburg
Verbeterpunten: •
Informatievoorziening
• •
• •
Rol maatsch. organisaties in ondersteunen aanvraagproces
Aanvraag
• • •
•
Persoonlijk, laagdrempelig contact, betrokkenheid, meedenken
•
Rol consulent (informeren, beantwoorden vragen, uitleg regelingen) Bereikbaarheid beter dan voorheen, m.n. per mail
•
Contact maatsch. organisatie s Dienstverlening gemeente
Ervaren mogelijkheden Ruimte voor meer dan het hoogst noodzakelijke
Gebruik regelingen
5
Inwoners hebben moeite met het reizen naar LeidschendamVoorburg voor afspraken Er worden teveel bewijsstukken gevraagd Formulieren en brieven zijn onvoldoende toegankelijk Reminders bij aflopen regeling ontbreken
•
Zichtbaarheid en vindbaarheid maatsch. organisaties: niet iedereen weet ze te vinden
•
Betrokkenheid consulent kan beter: meer oog voor persoonlijk situatie, meer meedenken, breder uitvragen Betere bereikbaarheid
• •
• •
Regelingen zijn slecht zichtbaar/ vindbaar, verwarrend dat de website van Voorschoten doorverwijst naar Leidschendam-Voorburg Niet alle inwoners met bijstand kennen de regelingen Meer aandacht nodig voor huishoudens zonder kinderen en werkenden met laag inkomen
• •
Meer mogelijkheden voor volwassenen + thuiswonende 18+ Uitgekeerde bedragen verhogen, en schenken i.p.v. lening Verhoging inkomensgrens (voorkomen armoedeval)
1. Beleid en aanpak evaluatie 1.1
Beleid
Beleid 2019-2022 Vanuit de Participatiewet heeft de gemeente de wettelijke taak om hulp te bieden aan mensen die zonder ondersteuning niet in staat zijn om voldoende inkomen te genereren. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet en het inrichten van voorzieningen, zoals inkomensregelingen, en heeft hierbij lokale beleidsruimte. Het huidige minimabeleid loopt van 2019 t/m 2022. Kern van het beleid is de inzet van minimaregelingen. De regelingen dienen de financiële zelfredzaamheid van inwoners te vergroten en hen te beschermen tegen armoede en armoede-effecten. Het beleid is destijds ontwikkeld op basis van kwantitatieve analyses : • •
de Minima-effectrapportage van het Nibud, waarin tekorten zijn berekend voor verschillende typen huishoudens de Armoedemonitor van Kwiz, met inzicht in het bereik/niet-bereik per regeling.
Op basis van deze analyses zijn vergoedingen voor sommige regelingen/huishoudens herverdeeld en aangepast. In sommige regelingen werd meer differentiatie mogelijk, en de mogelijkheden en bedragen voor gezinnen met kinderen werden uitgebreid. Daarnaast werd voor sommige regelingen de maximale inkomensgrens verhoogd om de armoedeval tegen te gaan. Wat betreft communicatie werd besloten niet extra in te zetten op het verhogen van het bereik van de regelingen. In het voorgaande beleid was hier door middel van een tijdelijke aanjaagfunctie extra op ingezet. Wel zou “aanvullend inzet (worden) gepleegd op het bereiken van doelgroepen die als kwetsbaar naar voren komen in de minimaeffectrapportage”. Het gaat hierbij om kinderen in minimagezinnen. Met name Stichting Leergeld heeft veel geïnvesteerd in communicatie, o.a. via scholen. Evalueren en nieuw beleid Het aflopen van het huidige beleid betekent dat nieuw beleid moet worden opgesteld. Daarvoor is inzicht nodig in de effectiviteit van het huidige beleid. Hoewel er niet extra in geïnvesteerd zou worden, staat het bereik van de regelingen wel centraal in de doelstellingen in het huidige beleid. De regelingen moeten een bijdrage leveren aan de financiële zelfredzaamheid van inwoners. Dit betekent dat de evaluatie inzicht moet geven in: • • •
Bereik: mate waarin inwoners die recht hebben op een regeling, hier ook gebruik van maken Toegang: bekendheid van de regelingen en het aanvraagproces (randvoorwaarden voor bereik) Aanbod: aansluiting van het aanbod op de behoefte
Deze evaluatie heeft in het tweede en derde kwartaal van 2023 plaats gevonden, en bestond uit verschillende onderdelen. Dit rapport bevat de overkoepelende conclusies van alle onderdelen van de evaluatie.
6
1.2
Toelichting op definities in dit rapport
Minimahuishouden Met minimahuishoudens worden alle huishoudens bedoeld die een inkomen hebben tot 130% van het wettelijk sociaal minimum (wsm) en weinig eigen vermogen hebben, waardoor zij waarschijnlijk in aanmerking komen voor minimaregelingen voor inkomens tot 130% wsm. Als andere groepen huishoudens worden bedoeld (tot 100% of tot 110% wsm) dan staat dit erbij vermeld. Wettelijk sociaal minimum en vermogensgrenzen De bedragen van het wettelijk sociaal minimum verschillen per leeftijd en huishoudtype. Zie voor een overzicht van deze bedragen en de vermogensgrenzen bijlage 2. Cijfers over 2022 De meeste cijfers in dit rapport gaan over de periode 1 november 2021 t/m 31 oktober 2022. Om de leesbaarheid te bevorderen is deze periode aangeduid met 2022. Gebruik en bereik van minimaregelingen In dit rapport wordt gesproken over gebruik en bereik van minimaregelingen. Dat zijn twee verschillenden begrippen. Met gebruik wordt het aantal huishoudens (of kinderen) bedoeld dat daadwerkelijk gebruik maakt van een regeling. Met bereik wordt bedoeld het percentage van de geschatte minima die recht hebben op de regeling en hier ook daadwerkelijk gebruik van maken. Omdat we alleen de groep minima die de gemeente in beeld heeft kennen, heeft Kwiz via een model een inschatting gemaakt van de totale groep minima die waarschijnlijk recht heeft op een regeling.
Het bereik is dus altijd een procentuele inschatting.
1.3
De minimaregelingen en werkwijze uitvoering
In de volgende tabel zijn de inkomensregelingen weergegeven. Type Kindpakket
Bijzondere bijstand
Overige regelingen
Regeling Computerregeling Internetregeling Tegemoetkoming school- cultuur- en sportkosten Tabletregeling Algemeen Chronisch zieken/gehandicapten AOW-gerechtigden Regeling maatschappelijke participatie Gemeentepolis Collectieve Verzekering Individuele Inkomenstoeslag Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
7
Doelgroep
Opmerking
130% Deels via Stichting Leergeld, deels via de gemeente Via Stichting Leergeld < 110% Als lening of als gift <130% <130% <110% Bij langdurig laag inkomen <100% Norm vastgesteld door VNG
De uitvoering van de minimaregelingen ligt bij de gemeente Leidschendam-Voorburg. Op de website van de gemeente Voorschoten wordt voor informatie doorverwezen naar de website van de gemeente Leidschendam-Voorburg. De regelingen kunnen digitaal of telefonisch worden aangevraagd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen uitkeringsgerechtigden en niet-uitkeringsgerechtigden (NUGgers). Uitkeringsgerechtigden kunnen de aanvraag digitaal doen door in te loggen met de DigiD. De informatie die al bekend is bij de gemeente, is dan al ingevuld. De afhandeling van de aanvraag kan hierdoor binnen een week plaats vinden. Niet-uitkeringsgerechtigden nemen eerst telefonisch contact op, alvorens een aanvraag te doen. Er moeten veel formulieren worden ingevuld en bewijsstukken worden aangeleverd over inkomen, vermogen, woonlasten, en besteding van het geld. Vaak zijn er meerdere contactmomenten met de consulent. Het streven de aanvraag af te handelen in 4 weken is in praktijk vaak niet haalbaar. In het aanvraagproces werkt de gemeente nauw samen met Voorschoten voor Elkaar. Vrijwilligers kunnen inwoners helpen bij het invullen van de aanvraag en het aanleveren van bewijs. Ook spelen zij een belangrijke rol in het bereik: zij kunnen huishoudens waar zij mee in contact staan wijzen op de mogelijkheden.
1.4
Aanpak evaluatie
Voor deze evaluatie is gekozen voor de combinatie van zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden. Er zijn twee onderzoeken uitgevoerd, die geleid hebben tot de volgende rapporten (te vinden in de bijlagen): • •
Armoedemonitor: bestaande uit een dashboard en een Duidingsrapportage Dashboard minima gemeente Voorschoten, meting over 2022 KWIZ, november 2023 Evaluatie klantbeleving minimabeleid, Regioplan, september 2023
De Armoedemonitor geeft inzicht in het vermoedelijke percentage minimahuishoudens dat in beeld is bij de gemeente, het gebruik van de regelingen en het vermoedelijke niet-bereik per regeling. Een vergelijking met het bereik in eerdere jaren kon niet worden gemaakt: de laatste berekeningen van het bereik dateren van 2016 en werden op een andere wijze berekend dan nu het geval is. Bovendien is een vergelijking niet zinvol omdat de meeste regelingen in de tussentijd zijn aangepast. Veel regelingen zijn veranderd en zijn inmiddels voor een bredere doelgroep beschikbaar: deze groep is minder goed in beeld, waardoor het bereik niet meer te vergelijken is. Voor het klantbelevingsonderzoek zijn 16 gesprekken gevoerd met inwoners uit de drie gemeenten die gebruik maken van één of meer minimaregelingen. Hen is gevraagd naar hun ervaringen met de dienstverlening (informatievoorziening, rol maatschappelijke partners, rol gemeente), succesfactoren, knelpunten en verbetermogelijkheden. Daarnaast is hen gevraagd naar het belang van de regelingen voor hun huishouden (effect). Naast deze twee rapporten is gebruik gemaakt van input uit andere bronnen en rapporten: •
Minimabeleid in Wassenaar, Voorschoten, Leidschendam-Voorburg en Oegstgeest, Eindrapport Rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en LeidschendamVoorburg, april 2023 8
•
Input van maatschappelijke organisaties over de regelingen en het aanvraagproces. Input van Voorschoten voor Elkaar is meegenomen in het rekenkameronderzoek. Het Sociaal Service Punt en Woej in Leidschendam-Voorburg hebben extra input gegeven over het aanvraagproces: aangezien het aanvraagproces voor inwoners uit Voorschoten grotendeels overeenkomt, is deze input ook in dit rapport meegenomen.
Overzicht bijdrage evaluatieonderdelen Bron: Onderwerp: Omvang minima/armoede Gebruik regelingen (Niet-) bereik Bekendheid regelingen Toegang/aanvraagproces Effectiviteit/ behoefte
Armoedemonitor Kwiz
Rapport Regioplan
Rapport RKC WVOLV
Input SSP en Woej
kwantitatief
kwalitatief
kwalitatief
kwalitatief
X
X
X X X
X X X
X X X
9
X X
2. Armoede in de gemeente Voorschoten Er zijn verschillende bronnen voor inkomensgegevens: • CBS (Statline): inkomensgegevens van alle inwoners. In deze gegevens zijn geen vermogensgegevens verwerkt. • De gemeente: gegevens over inkomen en vermogen van alleen de inwoners die bekend zijn bij de gemeente Leidschendam-Voorburg omdat zij gebruik maken van een uitkering of een minimaregeling via de gemeente, of van schuldhulpverlening. Dit zijn recente gegevens over 2022. Inwoners met een laag inkomen die geen gebruik maken van deze regelingen, zijn niet bekend bij de gemeente en kunnen dus niet worden meegenomen in deze cijfers. Idealiter zouden hierin ook de Kwijtscheldingsgegevens van gemeentelijke belastingen van de gemeente Voorschoten zijn meegenomen, maar deze konden om AVG-technische redenen niet worden aangeleverd. Ook is – wederom als gevolg van de AVG-vereisten - een beperkte BRP set aangeleverd, waardoor niet alle noodzakelijke koppelingen konden worden gemaakt. • Kwiz: heeft een model gemaakt waarmee een schatting kan worden gedaan van het aantal minimahuishoudens in 2022. Hierin worden zowel inkomen als vermogen meegenomen, omdat beide van belang zijn voor het recht op minimaregelingen. De schattingen van Kwiz over het aantal minima zijn daarom lager dan de cijfers over minima van het CBS.
Kwiz heeft op basis van het eigen model en de gegevens van de inwoners die bij de gemeente in beeld zijn een armoedemonitor gemaakt. De resultaten in dit hoofdstuk komen uit de Armoedemonitor, tenzij anders aangegeven.
2.1
Omvang groep minimahuishoudens
2016-2022: lichte daling aantal en aandeel minimahoudens in Voorschoten (CBS) In de periode 2016 t/m 2022 is het aantal minimahuishoudens in Voorschoten licht gedaald. Aangezien het totaal aantal huishoudens in deze periode steeg, is ook sprake van een procentuele daling. In 2016 behoorde nog 10,6% tot de lage inkomens tot 130% wsm; in 2022 was dit 9,6%. Het gaat om cijfers van het CBS, en dus zijn vermogens hierin niet meegenomen. 2016-2022: minder minimahuishoudens tot 110% wsm in beeld dan in 2016 In 2022 waren er 222 minder minimahuishoudens in beeld dan in 2016. Dat betekent een daling met 40%. In 2022 had de gemeente 3% van alle huishoudens in de gemeente in beeld als een minimahuishouden tot 110%. Waarschijnlijk is de groep inwoners in beeld bij de gemeente in werkelijkheid groter, maar kan dit vanwege eerder genoemde beperkingen niet inzichtelijk worden gemaakt. De cijfers van Kwiz en CBS zijn niet een-op-een vergelijkbaar. Kwiz gaat uit van % wsm + vermogen, terwijl CBS uitgaat van % wsm. Toch lijken deze cijfers een indicatie dat de gemeente minder minimahuishoudens bereikt in 2022 dan in 2016. 920 minimahuishoudens (= 8% van alle huishoudens): daarvan heeft gemeente minimaal 43% in beeld De gemeente had in 2022 minimaal 399 minimahuishoudens in beeld (zoals hierboven aangegeven is dit in werkelijkheid waarschijnlijk hoger).
Het aandeel minimahuishoudens in beeld van het totaal aantal huishoudens in de gemeente (4% tot 130% wsm) is laag in vergelijking met andere kleine gemeenten (gemiddeld 6%). Op basis van de cijfers die voor dit onderzoek zijn aangeleverd, was ca. 46% van deze minimahuishoudens in beeld bij de gemeente. In de meeste gemeenten is dit ca. 80%. 10
Dit verschil is waarschijnlijk te verklaringen vanuit het ontbrekende kwijtscheldingsbestand en de beperkte BRP-set (zoals eerder aangegeven beide een gevolg van de AVG-vereisten). Door het ontbrekende kwijtscheldingsbestand is een belangrijk deel van de inwoners die AOW, AO, ww of loon uit werk heeft tot 100% niet in beeld. Volgens de tabel hieronder heeft de gemeente 48% van de minimahuishoudens tot 100% wsm in beeld. Normaal gesproken zou dit rond de 90% moeten liggen (in andere gemeenten). Dit ontbrekende bestand lijkt dus inderdaad een deel van de verklaring. Minimahuishoudens in beeld in Voorschoten, en geschat totaal minimahuishoudens (2022)
Bron: Armoedemonitor Kwiz, 2023
Van de minimahuishoudens die de gemeente in beeld heeft, heeft 69% een inkomen tot 100% wsm, 14% heeft een inkomen tussen 100% en 110% wsm, en 18% heeft een inkomen tussen 110% en 130% wsm. Verdeling huishoudens in beeld over minimagroepen
Bron: Armoedemonitor Kwiz, 2023
In dit rapport maken we verder alleen gebruik van de gegevens van de inwoners die in beeld zijn bij de gemeente, tenzij anders is aangegeven. CBS/SCP/Nibud: lokale minimaregelingen zijn noodzakelijk om rond te kunnen komen Eind juni 2023 verscheen het rapport Een zeker bestaan. Naar een toekombestendig stelsel van het sociaal minimum, van de Commissie Sociaal Minimum. Het rapport bevat berekeningen voor verschillende type huishoudens, inclusief alle mogelijke toeslagen en regelingen. Hieruit blijken de lokale minimaregelingen voor veel huishoudens, met name voor paren met kinderen en voor alleenstaanden met oudere kinderen, essentieel om maandelijks rond te kunnen komen. 11
2.2
Kenmerken minimahuishoudens in beeld
Van de minimahuishoudens die in beeld zijn bij de gemeente, weten we meer over enkele achtergrondkenmerken. Zo zien we dat 60% het hoofdinkomen heeft vanuit de participatiewet en 16% vanuit de AOW. 24% heeft het hoofdinkomen uit andere bron, zoals AO, ww of werk. Landelijk neemt de groep met inkomen uit andere bron toe. Ruim de helft is alleenstaand. De helft heeft een niet-westerse migratieachtergrond.
60% minimahuishoudens heeft hoofdinkomen uit Participatiewet 16% uit AOW, 24% uit andere bron (werk of ww)
53% alleenstaand 22% 1-oudergezinnen
50% huishoudens heeft niet-westerse migratieachtergrond 44% heeft nederlandse achtergrond
41% woont in Vlietwijk, 30% woont in Noord-Hofland
13 huishoudens in de schuldhulpverlening, waarvan 4 bekend zijn als minimahuishouden Bron: Armoedemonitor Kwiz, 2023 (bewerking)
2.3
Duur minima-inkomen
Ruim tweederde (70%) van de minimahuishoudens heeft een langdurig laag inkomen. Bij andere vergelijkbare gemeenten ligt dit aandeel gemiddeld rond de 70-75%. Langdurige minimahuishoudens in beeld in Voorschoten tot 130% wsm
Bron: Armoedemonitor Kwiz, 2023
Van de langdurige minima heeft 76% een inkomen tot 100% wsm en ontvangt 65% een uitkering uit de Participatiewet. 12
2.4
Kinderen in minimahuishoudens in beeld
Kwiz schat dat er in Voorschoten ca. 507 kinderen opgroeien in minimahuishoudens. Dat is 9% van alle kinderen in de gemeente. Daarvan groeit 66% op in een huishouden tot 100% wsm. In totaal zijn minimaal 241 kinderen in beeld bij de gemeente (en zijn er dus ca. 266 kinderen mogelijk niet in beeld). Minimakinderen in beeld in Voorschoten in relatie tot schatting totale doelgroep
Bron: Armoedemonitor Kwiz, 2023
Het aantal kinderen in minimahuishoudens tot 110% dat de gemeente in 2022 in beeld had, lag met 198 kinderen lager dan in 2016 (262 kinderen). Van de kinderen in minimahuishoudens in beeld bij de gemeente heeft 73% een niet-westerse migratieachtergrond. 71% groeit op in een gezin waar het hoofdinkomen komt uit de participatiewet. De helft groeit op in een 1-oudergezin.
Naar schatting 507 kinderen in minimahuishoudens
minimaal 241 kinderen in minimahuishoudens in beeld mogelijk 266 kinderen niet in beeld
De helft van deze kinderen (49%) groeit op in een 1-oudergezin
71% groeit op in huishouden met inkomen uit de Participatiewet 29% groeit op in gezin met inkomen uit AO, werk of ww
73% kinderen niet-westerse migratieachtergrond 4% heeft westerse migratieachtergrond, 23% een nederlandse
51% woont in Vlietwijk, 34% in Noord-Hofland Bron: Armoedemonitor Kwiz, 2023 (bewerking)
13
3. Gebruik en bereik minimaregelingen 3.1
Gebruik minimaregelingen
De meest gebruikte minimaregelingen zijn de Collectieve zorgverzekering, de Regeling Maatschappelijke Participatie en de Individuele inkomenstoeslag (kwijtschelding is niet in de cijfers meegenomen). Aantal huishoudens dat gebruik maakt van een regeling (Voorschoten, 2022) 212
Collectieve Zorgverzekering 173
Maatschappelijke participatie 133
Individuele Inkomenstoeslag 73
Bijzondere bijstand 60
Tegemoetkoming schoolkosten Bijzondere Bijstand chronische zieken
40
Internetregeling
39
Individuele studietoeslag
15
Computer- en tabletregeling
15
Bron: Armoedemonitor Kwiz, 2023 (bewerking)
Van een aantal regelingen is in het rapport van de RKC WVOLV de ontwikkeling van het gebruik in de afgelopen jaren weergegeven. We zien dat het gebruik van de meeste regelingen gelijk is gebleven. Alleen bij de collectieve zorgverzekering is sprake van een daling, die samen lijkt te hangen met de overgang van keuze tussen 2 aanbieders naar 1 vaste aanbieder. Regeling Maatschappelijke participatie Zorgverzekering Individuele inkomenstoeslag Kindpakket
Ontwikkeling 2019-2022 Stabiel Daling Stabiel Stabiel
Toelichting Jaarlijkse schommelingen, 2022 iets lager Sterke daling in 2020, daarna gestage stijging 2019-2021 stabiel, 2022 iets lager
Bron: Rapport Rekenkamercommissie WVOLV, 2023 (bewerking)
14
3.2
Aantal minimaregelingen per huishouden
De volgende grafiek toont het aantal minimaregelingen waarvan huishoudens gebruik maken. Van de minimahuishoudens die in beeld zijn, maken 61 van geen enkele minimaregeling gebruik (15%). Van de huishoudens die wel gebruik maken van minimaregelingen, hebben de meeste 1 regeling.
Gebruik van aantal regelingen per huishouden, Voorschoten 2022
Bron: Armoedemonitor Kwiz, 2023
De volgende grafieken tonen het aantal volwassenregelingen (links) en het aantal kindregelingen (rechts) per huishouden. Bij het aantal kindregelingen gaat het alleen om huishoudens met kinderen. 35% van de minimagezinnen in beeld maakt helemaal geen gebruik van de kindregelingen. Gebruik van aantal volwassen- en kindregelingen per huishouden, Voorschoten 2022 Volwassenregelingen
Kindregelingen
Bron: Armoedemonitor Kwiz, 2023
15
3.3
Bereik minimaregelingen
In de volgende grafiek is het geschatte bereik per regeling te zien: het aandeel huishoudens dat van een regeling gebruik maakt van het totale aantal huishoudens dat volgende het Kwizschattingsmodel waarschijnlijk recht heeft op de regeling. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het % wsm en de vermogensgrens, maar ook naar andere factoren die bepalend zijn voor het recht op regelingen, zoals leeftijd en duur van het lage inkomen. Daarnaast is een vergelijking gemaakt met het bereik in vergelijkbare gemeenten (gemeenten tot 50.000 inwoners). Aangezien het om schattingen gaat, en regelingen niet overal hetzelfde zijn, is voor de landelijke vergelijking een range opgenomen met een minimum en een maximumscore. De verwachting is dat het gemiddelde ergens hier tussenin zit. De Individuele Inkomenstoeslag en de Tegemoetkoming Schoolkosten hebben het grootste bereik: resp. 39% en 27%. De Tegemoetkoming Schoolkosten heeft in Voorschoten een groter bereik dan in vergelijkbare gemeenten. Voor de andere regelingen geldt dat het bereik lager is dan in vergelijkbare gemeenten. Voor de bijzondere bijstand chronisch zieken en de studietoeslag kan het bereik niet worden berekend, vanwege de specifieke voorwaarden voor het gebruik van deze regelingen. Kwijtschelding is niet opgenomen omdat hierover geen gegevens beschikbaar waren.
Geschat bereik minimaregelingen voor volwassenen:
Bron: Duidingsrapportage dashboard minima gemeente Voorschoten, meting over 2022, Kwiz *Het bereik in de gemeente Voorschoten ligt in werkelijkheid waarschijnlijk hoger: bereik kon alleen worden bepaald voor huishoudens die konden worden gekoppeld aan de BRP gegevens waar Kwiz beschikking over had. Een groep kon door de beperkte BRP-set niet worden gekoppeld
16
4. Ervaringen met de toegang In het voorjaar van 2023 zijn door een extern onderzoeksbureau (Regioplan) 16 inwoners uit Leidschendam-Voorburg, Wassenaar en Voorschoten die gebruik maken van minimaregelingen geïnterviewd. Zij ontvingen allen een uitkering: de meesten kregen bijstand, sommigen een Wajong of een WIA-uitkering. Zij maakten allen gebruik van meerdere regelingen. In ongeveer dezelfde periode heeft de Rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en LeidschendamVoorburg (RKS WVOLV) een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd. Hoewel beide rapporten zijn gebaseerd op een beperkt aantal interviews, komen de bevindingen van beide grotendeels overeen. Er werd in beide onderzoeken in totaal gesproken met 14 inwoners uit Leidschendam-Voorburg, 8 inwoners uit Wassenaar en 7 inwoners uit Voorschoten. In totaal zijn dus 29 inwoners gesproken over de minimaregelingen. Daarnaast is input opgehaald van vrijwilligers van Woej en het Sociaal Service Punt die inwoners helpen bij de aanvraag van minimaregelingen. Hoewel het om organisaties gaat die inwoners uit Leidschendam-Voorburg helpen, is deze input ook voor Voorschoten relevant. Het gaat namelijk om input over het aanvraagproces, dat voor de drie gemeenten gelijk is. Input van Voorschoten voor Elkaar is opgehaald door de RKC WVOLV en is in dat rapport verwerkt.
Dit betekent dat de informatie in dit hoofdstuk afkomstig is van de volgende bronnen: • • •
4.1
Onderzoek door Regioplan Onderzoek door Rekenkamercommissie Input van vrijwilligers van maatschappelijke organisaties in Leidschendam-Voorburg
Kennis van het bestaan van regelingen (informatievoorziening)
Om gebruik te maken van minimaregelingen, moeten de regelingen bekend zijn bij de inwoners, en moeten de inwoners zo min mogelijk drempels ervaren om hulp te vragen. Informatie is te vinden op de website van de gemeente Leidschendam-Voorburg: inwoners die informatie zoeken op de website van de gemeente Voorschoten treffen hier een link naar de gemeente Leidschendam-Voorburg aan. De verwijzing naar de gemeente Leidschendam-Voorburg werkt verwarrend. Wel is geconstateerd dat de informatie op de website van de gemeente Leidschendam-Voorburg is verbeterd. Inwoners met een uitkering worden gerichter benaderd met flyers. Verder hebben maatschappelijke organisaties een rol in het informeren van inwoners over de mogelijkheden. Uit de rapporten van Regioplan en de RKC wordt duidelijk dat de inwoners die zij spraken de regelingen slecht zichtbaar en vindbaar vinden. Schriftelijke informatie wordt vaak niet gelezen, en wordt weinig toegankelijk gevonden. De meesten hoorden via bekenden over het bestaan van minimaregelingen: via school (vooral via andere ouders) en via hulporganisaties waar inwoners al mee in contact zijn zoals een vrijwilliger, een begeleider, maatschappelijk werker of bewindvoerder. Scholen en hulporganisaties lijken hiermee de belangrijkste informatiebron.
Er waren inwoners die een bijstandsuitkering hadden, maar die door een vrijwilliger – en dus niet door de gemeente - op de regelingen waren gewezen. De bekendheid van de regelingen die via Stichting Leergeld worden aangeboden, is door de actieve communicatie groter. 17
Verder is geconstateerd dat de landelijke communicatie over de energietoeslag in 2022 gezorgd heeft voor een veel groter bewustzijn van de mogelijkheden onder inwoners. Als de maatschappelijke organisaties zo’n belangrijke rol spelen, is het ook belangrijk dat iedereen de weg naar deze organisaties weet te vinden. De RKC WVOLV constateert echter dat dit niet voor iedereen geldt. Inwoners lijken de maatschappelijke organisaties vaak niet te kennen, aldus het rapport. Bijstandsgezinnen met kinderen lijken het beste bereikt te worden. Dit geldt vermoedelijk minder voor werkenden met een laag inkomen en voor volwassenen zonder kinderen.
4.2
Besluit tot aanvraag: drempels
Beide rapporten benadrukken dat inwoners soms wel bekend zijn met de regelingen, maar een hoge drempel kunnen ervaren om deze ook aan te vragen. Soms is sprake van schaamte: vooral gepensioneerden vragen niet snel om hulp. Sommigen hadden gebruik gemaakt van een regeling, en durfden niet goed ook een andere regeling aan te vragen, want: ‘Wat zullen ze wel niet denken?’. Daarnaast is het aanvragen vaak zo complex en vereist dusdanige digitale vaardigheden, dat inwoners om deze redenen afzien van een aanvraag. Inwoners met financiële problemen ervaren vaak al zoveel stress, dat een complexe aanvraag daar niet nog even bij kan. Verder geven inwoners in Voorschoten aan moeite te hebben met de reistijd naar LeidschendamVoorburg voor afspraken. Ten slotte valt op dat in beide rapporten ‘instantieangst’ wordt geconstateerd. Er is angst dat de regeling niet wordt toegekend of dat ze het op een later moment weer terug moeten betalen. Deze ‘instantieangst’ kan ertoe leiden dat inwoners toeslagen en regelingen waar wel recht op is, niet aanvragen. Het kan er ook toe leiden dat inwoners richting de consulent niet open durven te zijn over de persoonlijke situatie, met name over bredere problematiek.
4.3
Het aanvraagproces
2 routes De meeste inwoners die voor de onderzoeken zijn gesproken, hebben bij het aanvragen van regelingen hulp gehad van een vrijwilliger. Het gaat meestal om hulp vanuit Voorschoten voor Elkaar, maar het kan ook om ondersteuning vanuit Kwadraad gaan. Een aantal inwoners had regelingen zonder deze hulp aangevraagd. Als een maatschappelijke organisatie hulp biedt, betekent dit in praktijk dat zij de aanvraag meestal grotendeels overnemen van de inwoner: van het uitzoek- en regelwerk t/m het contact met de consulent. De inwoners zijn zonder uitzondering zeer positief over deze hulp. De vrijwilligers worden geroemd om het persoonlijke contact, de betrokkenheid, het meedenken, hun laagdrempeligheid en hun onmisbare hulp bij de aanvraag.
18
Degenen die de aanvraag zonder hulp hadden gedaan, geven aan dat de informatie op de website duidelijk was en dat het aanvraagproces voor zich spreekt: er staat duidelijk aangegeven waar je moet zijn, bij wie, en wat je moet doen. Aanleveren gegevens Het aanvragen van de regelingen vergt veel van de inwoner. Het proces wordt als zeer complex ervaren, zowel door de inwoners als door de vrijwilligers die hen hierbij ondersteunen. Inwoners die onvoldoende taalvaardig zijn, onvoldoende digitale vaardigheden hebben, en/of onvoldoende rust en overzicht hebben kunnen dit niet zonder de hulp van deze vrijwilligers. Daarnaast voelen de inwoners door de hoeveelheid aan te leveren stukken vooral wantrouwen vanuit de gemeente, wat de drempel om aan te vragen verder kan verhogen (instantieangst). • •
•
•
•
De brieven en formulieren worden als ingewikkeld ervaren: ze zijn slecht toegankelijk, niet alleen voor anderstaligen, maar ook voor Nederlanders die minder taalvaardig zijn. Er moeten veel stukken worden aangeleverd (zoals bankafsschriften, loonstrookjes, jaaropgave). Veel van dit soort documenten zijn lastig te vinden en moeten digitaal worden opgezocht met een DigiD, terwijl inwoners in de doelgroep vaak onvoldoende over de juiste vaardigheden beschikken. Vervolgens kan het niet digitaal worden aangeleverd: stukken moeten worden geprint, terwijl inwoners veelal niet over een printer beschikken. De digitaal vaardigen begrijpen niet waarom de aanvraag niet digitaal kan. Inwoners vragen zich af of al deze bewijsstukken echt nodig zijn. Veel bewijsstukken en andere informatie die moet worden aangeleverd, zijn al beschikbaar bij de gemeente (financiële gegevens zijn al bekend vanwege een uitkering of een eerdere aanvraag van een regeling, inschrijving op een school is al bekend). Toch moet deze informatie, mogelijk om AVG-redenen, steeds opnieuw worden aangeleverd. Sommige regelingen moeten elk jaar opnieuw worden aangevraagd. Inwoners begrijpen niet waarom de hele aanvraag steeds weer opnieuw moet, terwijl soms duidelijk is dat er nog steeds recht op is.
Ook hebben inwoners moeite om eraan te denken de regelingen op tijd weer opnieuw aan te vragen: de gemeente stuurt geen reminders. Dit levert elk jaar opnieuw onnodige stress op bij een groep die al veel stress ervaart. De collectieve zorgverzekering loopt juist automatisch door. Inwoners weten niet wanneer zij hier geen recht meer op hebben, bijvoorbeeld als zij meer gaan verdienen.
Gesprek met consulent gemeente Uit beide rapporten komt een wisselend beeld naar voren van het contact met de gemeente. Uit gesprekken die Regioplan had met inwoners die de aanvraag zelf hadden gedaan, en hierdoor meer contact hadden met de gemeente, blijkt dat het contact als prettig werd ervaren. De consulent was behulpzaam, toonde zich betrokken en attendeerde op andere mogelijke regelingen. Dergelijke positieve ervaringen lijken wel in de minderheid te zijn. In beide onderzoeken komt vooral een beeld naar voren van een stroef contact, slechte telefonisch bereikbaarheid, wantrouwende houding, ontbreken van maatwerkmogelijkheden, en ontbreken van een brede uitvraag. De RKC noemt daarnaast nog een trage afhandeling en late toekenning. Mogelijk verschilt de dienstverlening per consulent.
19
Toelichting gemeente Leidschendam-Voorburg: dienstverlening Sinds het uitbreken van de coronacrisis in maart 2020 en de Oekraïnecrisis en de daarmee gepaard gaande energiecrisis begin 2022, is de gemeente op het terrein van WenI geconfronteerd met veel extra taken. Zoals de uitvoering van de Tozo, Tonk en de tegemoetkoming vast lasten in 20202021. En in 2022-2023 het leefgeld aan Oekraïense vluchtelingen en de energietoeslag aan minimahuishoudens. De gevolgen van de extra regelingen gedurende ruim 3 jaar zijn, ondanks de inzet van extra consulenten, zichtbaar binnen de reguliere dienstverlening en zo ook voor de bereikbaarheid en het leveren van maatwerk.
4.4
Het belang van de regelingen
Zoals in hoofdstuk 1 al is aangegeven kan uit recente berekeningen van CBS/SCP/Nibud worden geconcludeerd dat minimaregelingen voor veel huishoudens noodzakelijk zijn om maandelijks rond te kunnen komen. Hoe kijken de inwoners hier zelf tegenaan? Alle inwoners die gebruik maken van minimaregelingen geven aan dat deze regelingen belangrijk zijn. Het geeft hen de mogelijkheid om mee te kunnen doen: het biedt net even dat beetje ruimte om meer te doen dan alleen het strikt nodige. Het biedt kinderen de kans om leuke dingen te doen. Voor inwoners die rond het bijstandsniveau leven, kunnen de regelingen noodzakelijk zijn om rond te kunnen komen. De schoolspullenpas wordt zeer gewaardeerd. Dat geldt ook voor de andere regelingen in het Kindpakket. •
•
•
•
De Bijzondere Bijstand voor chronisch zieken en gehandicapten wordt o.a. gebruikt om ziektekosten en vervoerskosten te betalen. Het laatste helpt in het zelfstandig blijven. Enkele inwoners hadden de bijzondere bijstand gebruikt om verhuiskosten te kunnen betalen. De Regeling Maatschappelijke Participatie wordt eveneens gewaardeerd: het stelt inwoners in staat om uitstapjes te maken, de sportschool te bezoeken, naar musea of naar vrienden te gaan. “Met een uitkering heb je alleen geld voor eten en dan kan je echt iets voor jezelf doen”, aldus een inwoner, en: “Je wilt niet altijd nee zeggen tegen de kinderen.” Slechts enkele inwoners hadden ervaring met de Gemeentepolis. Zij waren hier blij mee, al werd ook opgemerkt dat de polis nog steeds duur is, terwijl veel zorgkosten niet worden vergoedt. Er is veel waardering voor de Individuele Inkomenstoeslag. De inwoners hebben vaak zelf niet de financiële ruimte om te sparen en gebruiken dit voor grotere uitgaven, zoals een wasmachine of nieuwe schoenen. Vaak wordt het uitgegeven aan de kinderen.
Wel geven de inwoners aan dat: • • • • •
zij niet geholpen zijn met een lening (bijzondere bijstand) sommige regelingen steeds kariger worden sommige regelingen onvoldoende bieden (de bedragen stijgen niet mee met de inflatie) er behoefte is aan nieuwe mogelijkheden, vooral voor volwassenen (bijv. computerregeling) het kindpakket vervalt bij 18 jaar, terwijl het kind dan vaak nog een opleiding volgt en geen eigen inkomen heeft.
20
De inwoners geven aan dat het, ook met deze regelingen, vaak nog niet lukt om financieel rond te komen. Door de inflatie, gestegen energieprijzen en de hierdoor gestegen prijzen voor boodschappen zorgen ervoor dat het belang van de minimaregelingen nog groter wordt.
4.5
Tips voor verbetering en de eerste resultaten van de aanbevelingen
Verbeteropties in het aanvraagproces Uit de rapporten van de RKC en Regioplan komen de volgende suggesties naar voren: • Verbeter de zichtbaarheid en vindbaarheid van de regelingen door een actievere, doelgroepgerichte communicatie. Maak enerzijds de schriftelijke informatie beter toegankelijk voor verschillende doelgroepen, zoals laaggeletterden en anderstaligen. Maar wees er ook van bewust dat sommige doelgroepen slecht worden bereikt met schriftelijke informatie: zij worden het beste via bekenden geïnformeerd. Speel hier dus op in. Toelichting gemeente Leidschendam-Voorburg: inmiddels ingevoerde verbeteringen zichtbaarheid, vindbaarheid en bereikbaarheid - Begin 2023 zijn alle brieven en formulieren herschreven en omgezet naar B1-niveau - Er is gewerkt aan een betere (telefonische) bereikbaarheid van consulenten. Het SSP heeft aangegeven dat de bereikbaarheid inmiddels verbeterd is - ICT storingen en de overgang naar een nieuw telefoonsysteem zorgen voor problemen. Meldingen van ICT storingen in het sociaal domein krijgen inmiddels een hoge(re) prioriteit zodat ICT problemen sneller opgelost worden • •
Plaats informatie over de regelingen op de eigen website van de gemeente Voorschoten in plaats van door de linken naar de website van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Zet in op betere zichtbaarheid/vindbaarheid van maatschappelijke organisaties die kunnen ondersteunen, zoals een laagdrempelige formulierenbrigade (in sommige gemeenten aanwezig) Toelichting gemeente Leidschendam-Voorburg: inmiddels ingevoerde verbeteringen zichtbaarheid/vindbaarheid - Met behulp van het “programmabureau Schouders eronder”, zijn er meerdere bijeenkomsten geweest met de verschillende instanties uit het voorliggend veld (ketenpartners, woningbouwverenigingen etc.), de gemeente en de schuldhulpverlening. Dit om te bekijken hoe de verschillende partijen gezamenlijk en alleen kunnen inspelen op de instantievrees voor de gemeente of anderszins problemen die ervoor zorgen dat mensen niet de juiste hulp krijgen die zij nodig hebben - Er zijn overleggen geweest met de instanties uit het maatschappelijk veld en afspraken gemaakt met de betreffende contactpersonen van de welzijnsorganisaties en de consulenten van de gemeente. Ook over de (telefonische) bereikbaarheid. - Er is een FAQ opgesteld voor de vrijwilligers van de welzijnsorganisaties
• • •
Zorg dat inwoners waarvan de aanvraag afloopt, een reminder krijgen zodat zij tijdig een nieuwe aanvraag kunnen doen en hier niet zelf aan hoeven te denken. Zorg dat er op vaste momenten een consulent op locatie is in Voorschoten, zodat inwoners als dat nodig is gemakkelijker langs kunnen komen. Zorg dat consulenten altijd een brede uitvraag doen, en besteed aandacht aan een meer klantgerichte houding, met meer oog voor de persoonlijke situatie en meer denken in
21
mogelijkheden. Wees daarbij meer bewust van de rol die schaamte en instantieangst kunnen spelen. Toelichting gemeente Leidschendam-Voorburg: inmiddels ingevoerde verbeteringen klantgerichtheid - Momenteel wordt onderzocht of het mogelijk is geautomatiseerde reminders te sturen. - In het afgelopen jaar hebben alle consulenten sociaal domein van de gemeente een training motiverende gesprekstechnieken gevolgd. Structureel is de training voor nieuwe consulenten en de herhaling en bijscholing voor bestaande consulenten nu ingevoerd. • •
Vereenvoudig het aanvraagproces: check waar het aantal aan te leveren stukken verminderd kan worden. Onderzoek welke mogelijkheden de AVG biedt om informatie te hergebruiken, i.p.v. steeds weer opnieuw op te vragen.
Verbeteropties in het aanbod Wat betreft doelgroepen is er behoefte aan: • Meer mogelijkheden voor volwassenen. In beide rapporten wordt geconstateerd dat het aanbod erg kindgericht is. • Meer mogelijkheden voor kinderen die 18 zijn geworden en nog thuis wonen en niet kunnen werken omdat zij gehandicapt zijn, of nog naar school gaan • ZZP-ers en woningeigenaren komen nu nergens voor in aanmerking, terwijl deze groepen wel behoefte hebben aan regelingen. Wat betreft het huidige aanbod, is er behoefte aan verbeteringen: • Meer mogelijkheden voor sportdeelname: de huidige bedragen zijn volgens de inwoners onvoldoende om abonnement, kleding, schoenen en materiaal aan te kunnen schaffen • Een collectieve zorgverzekering met keuze tussen 2 aanbieders (dit was tot 2020 het geval, maar sindsdien is er nog maar 1 aanbieder). Volgens inwoners vergoedt de verzekeraar geen zorg in de ziekenhuizen in de buurt. Het aanbod wordt hierdoor als minder aantrekkelijk ervaren. • Verstrek bijzondere bijstand niet als lening maar als gift • Laat bedragen meestijgen met de inflatie Er is ook behoefte aan nieuw aanbod: • Een regeling om schoenen en kleding aan te schaffen (voor kinderen én volwassenen) • Abonnement voor de bibliotheek voor volwassenen Ten slotte wordt aandacht gevraagd voor de armoedeval en wordt verzocht te onderzoeken of de inkomensgrens voor regelingen verhoogd kan worden.
Het SSP constateert dat hoe meer regelingen er komen, des te groter de armoedeval wordt: dat levert volgens hen soms schrijnende situaties op.
22
BIJLAGE 1:
Overzicht bedragen wettelijk sociaal minimum en vermogensgrenzen
Sociaal minimum vanaf 1 juli 2023 (Toeslagenwet) Huishouden Gehuwd / gelijkgestelden Alleenstaande 21 jaar en ouder Alleenstaande – woningdeler van 21 jaar e.o. Alleenstaande van 20 jaar Alleenstaande van 19 jaar Alleenstaande van 18 jaar
Bruto bedrag per maand € 1.994,91 € 1.408,31 € 898,71 € 1101,42 € 803,23 € 650,11
Bron: UWV
AOW vanaf 1 juli 2023 Huishouden
Bruto bedrag per maand
AOW alleenstaand AOW paar
€ 1.458,15 € 1.986,32
Bron: SVB
Vermogensgrenzen vanaf 1 juli 2023 Huishouden
Vermogen
Alleenstaande Alleenstaande met kind(eren) Paren (gezamenlijk bedrag) Bron: website lv.nl
€ 7.650 € 15.210 € 15.210
23