CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 concept ruimtelijke onderbouwing (Goede Onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leeomgeving; GoFlo)

Gemeenteraad Voorschoten 12 december 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Woonwagenlocatie Hofweg/langs de Korte Vliet9.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Situatie Voor het meten van de luchtkwaliteit is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Deze is te vinden in bijlage 6. Uit de resultaten van het luchtonderzoek komt naar voren dat langs de ontsluitende wegen en nabij het plangebied er geen overschrijdingen optreden van de grenswaarden voor de concentraties stikstofdioxide en fijnstof. Hiermee worden ten gevolge van het plan ook geen mensen blootgesteld aan concentraties boven de grenswaarden. Hiermee voldoet het project aan grondslag a van artikel 5.16 lid 1 uit de Wet milieubeheer en draagt het project niet in betekende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Op het gebied van luchtkwaliteit is er geen belemmering om het project tot uitvoering te brengen. Betekenis voor dit project Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het plan voldoet hiermee, ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit, aan de milieukwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer.

4.11

Verkeer en parkeren

Verplaatsingen Voorliggende ontwikkeling leidt niet tot een significante verkeerstoename. De ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van vier woonwagens. Hierdoor is er geen sprake van een significante verkeerstoename. Parkeren Parkeren zal op eigen terrein plaatsvinden. Hierin wordt voorzien in twee parkeerplaatsen per woonwagen. Hierdoor wordt het parkeren op eigenterrein opgelost en zal het aspect parkeren geen belemmering veroorzaken. Betekenis voor dit project Het aantal verplaatsingen is klein en de ontwikkeling zal niet zorgen voor een significante toename. De totale toename is daarmee klein en de effecten zullen niet merkbaar zijn. Parkeren zal op het eigen terrein plaatsvinden. Verkeer en parkeren zal voor de beoogde ontwikkeling geen belemmering opleveren.

4.12 Bodem Kader In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging, dient in enkele gevallen een bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop en waarbinnen deze ontwikkelingen plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Situatie

27/32

Voor voorliggende ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Deze is te vinden in bijlage 7. Uit dit onderzoek blijkt het volgende.

07-11-2024

Gezien de resultaten van het onderzoek, wordt geconcludeerd dat de voor de deellocaties opgestelde hypotheses ‘verdachte locatie’ juist is. Over het algemeen zijn verdeeld over de gehele onderzoekslocatie licht verhoogde gehaltes van diverse zware metalen, PCB, PAK 10 VROM en/of minerale olie aangetroffen in zowel de bovengrond als ondergrond. Ook in het grondwater zijn lichte verontreinigingen met zware metalen en/of xylenen aangetoond. Het PFAS gehalte voldoet aan de klasse landbouw/natuur ter plaatse van de onderzoekslocatie. De hergebruiksklasse is verschillend per deellocatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken. Bij boring een boring (B05) is een matige verontreiniging met nikkel aangetroffen die zich beperkt tot B05, laag 0,30 – 0,50 m -mv. Ter plaatse van de onderzochte slootdemping (B07 t/m B09) zijn bijmengingen aangetroffen die verband kunnen houden met het dempingsmateriaal van de sloot. Analytisch is in de bovengrond van de gedempte sloot maximaal een lichte verontreiniging aangetoond. Deze bovengrond is niet toepasbaar omdat die voldoet aan klasse ‘niet toepasbaar>industrie’. In de ondergrond bevindt zich bij deze sloot een ondoordringbare laag. De bodemkwaliteit onder deze laag is voor alsnog onbekend.

Bij de overige slootdempingen (B07 t/m B09, B10 t/m B12 en B14 t/m B16) kon de bodemkwaliteit niet worden bepaald wegens ondoordringbare lagen op locatie. Hieruit volgt het volgende advies. Huidige onderzoeksresultaten duidden aan dat geen beperkingen op het gebied van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zijn voor de voorgenomen herontwikkeling anders dan de aanwezigheid van bijmengingen en ballast bij de slootdempingen. Indien werkzaamheden worden uitgevoerd ter plaatse van de overige slootdempingen (B07 t/m B09, B10 t/m B12 en B14 t/m B16) en onder de 0,50 m -mv bij de onderzochte slootdemping (B07 t/m B09) waar ondoordringbare lagen aanwezig zijn, dient de bodemkwaliteit onder de ondoordringbare alsnog te worden gemeten evenals de kwaliteit van de ondoordringbare lagen. Voor de niet toepasbare grond van B11 (laag 0,00 – 0,50 m -mv) wordt geadviseerd deze grond af te voeren naar een erkende verwerker. Voorafgaand aan het hergebruik bij de overige terreindelen wordt geadviseerd altijd overleg te plegen met de gemeente om de exacte hergebruiksmogelijkheden te bepalen. Op basis van de indicatieve CROW 400 toetsing zijn geen aanvullende veiligheidsmaatregelen vereist. Geadviseerd wordt om te allen tijde de basisveiligheidsmaatregelen in acht te nemen. Betekenis voor dit project Uit het onderzoek blijkt dat de bodem licht verontreinigd is op verschillende locaties.

Echter blijkt dat er geen beperkingen gelden op het gebied van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zijn voor de voorgenomen herontwikkeling anders dan de aanwezigheid van bijmengingen en ballast bij de slootdempingen. Indien rekening wordt gehouden met bovengenoemde maatregelen per verontreiniging vormt het aspect bodem geen belemmering voor voorliggende ontwikkeling.

28/32

5

Participatie

07-11-2024

Participatie Idealiter verloopt de planvorming min of meer in onderstaande volgorde. Het is echter ook goed denkbaar dat het initiatief al (vrijwel) gereed was voordat er bijvoorbeeld participatie plaatsvond. Omschrijf welke stappen zijn ondernomen, wat de uitkomsten zijn en of er eventueel aanpassingen zijn gedaan. Als bijlage wordt een verslag van het proces bijgevoegd. Voorafgaand aan het indienen van de BOPA gaan we er vanuit dat overleg heeft plaatsgevonden tussen de verschillende overheden. Dit kan op verschillende manieren: via de Omgevingstafel of een vooroverlegtraject voorafgaand aan het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning.

5.1.1

Verplichte participatie

Komt het initiatief voor op de vastgestelde lijst (zie bijlage) van de raad? De lijst is toegevoegd als bijlage

5.1.2

Intaketafel/Omgevingstafel/groep van 3

Beschrijven wat de uitkomsten zijn en de eventuele aanpassingen die zijn doorgevoerd.

5.1.3

Participatie omgeving

Beschrijving van de wijze van participatie, de keuze waarom voor deze wijze van participatie is gekozen en wat het resultaat hiervan is. Hoe heeft participatie bijgedragen aan de totstandkoming/aanscherping van het plan? De gemeente levert hierover een handleiding aan.

5.1.4

Bestuurlijk vooroverleg

Hier ingaan op de wijze waarop hogere overheden en andere stakeholders (bijv. de veiligheidsregio) zijn meegenomen in het vooroverleg. Uit dit overleg moet blijken of er hogere belangen zijn gediend en/of er specifieke aandachtspunten zijn ten aanzien van het voornemen. Uit het vooroverleg moet onder andere blijken of de gemeente inderdaad het bevoegd gezag is voor de behandeling van deze vergunningaanvraag, of dat de provincie of zelfs het rijk bevoegd gezag is vanwege gemeente-overstijgende belangen.

29/32

6

Financiële uitvoerbaarheid

07-11-2024

In dit hoofdstuk wordt de wijze van bekostiging van het initiatief beschreven. Uitgangspunt is dat de kosten die gemaakt worden voor het opstellen van een buitenplanse omgevingsplan activiteit voor rekening komen van de initiatiefnemer.

6.1

Kostenverhaal

Daar waar nodig zal op basis van artikel 13.18 het publiekrechtelijke kostenverhaal worden verrekend door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). Ten behoeve van onderhavig plan wordt het kostenverhaal gedekt door de gemeente Voorschoten. Hierdoor wordt er geen anterieure overeenkomst afgesloten. De financiële haalbaarheid van het plan is hiermee gewaarborgd.

30/32

7

Bijlagen

07-11-2024

Bijlage 1 – Toekomstige situatieschets;

31/32

Bijlage 2 – Akoestisch onderzoek;

07-11-2024

Bijlage 3 – Natuurtoets; Bijlage 4 – Vleermuisonderzoek; Bijlage 5 – Stikstofrapport; Bijlage 6 – Luchtkwaliteitsonderzoek; Bijlage 7 – Verkennend bodemonderzoek. Bijlage 8 – Bureauonderzoek archeologie; Bijlage 9 – Inventariserend archeologisch onderzoek; Bijlage 10 – Externe veiligheid; Bijlage 11 – Ontplofbare Oorlogsresten; Bijlage 12 – Weging van waterbelang; Bijlage 13 – Boomeffectanalyse

32/32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=7f5a245a-f845-4feb-a423-6c01d28e91fd