Bijlage 4a.7 Besluit hogere waarden
Tekst van het document
BESLUIT HOGERE WAARDEN WET GELUIDHINDER (Z/21/050614\ 235155\1)
Besluit van burgemeester en wethouders tot vaststelling van hogere waarden geluid voor de realisatie van woningen en een nieuwe ontsluitingsweg binnen het plan ‘Korte Vliet-Leidseweg Noord deel Noord’ te Voorschoten. Dit besluit is gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht en op grond van artikel 110a van de Wet geluidhinder. 1. Ruimtelijke ontwikkeling Het bestemmingsplan ‘Korte Vliet-Leidseweg Noord deel Noord’. (d.d. 29 april 2021 met digitale planidentificatie NL.IMRO.0626.2021KVlietLdsewgNN-BP30 biedt de mogelijkheid woningen te realiseren binnen de hiervoor geldende bestemming ‘ Wonen – 1’ en ‘Wonen – 2’. 2. Wettelijke bepalingen Op grond van artikel 76 en 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) en artikel 4.2 van het Besluit geluidhinder (Bgh) moet bij het vaststellen van een bestemmingsplan op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een akoestisch onderzoek worden verricht, als dat plan mogelijkheden biedt voor nieuwbouw van woningen of andere geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van een weg of spoorweg. De woonstemmingen zijn gelegen binnen de zones van de Leidseweg, Stevenhofdreef/Vinkweg/Haagweg en, Trompweg/Vijf Meilaan en de nieuwe weg die door het plangebied heen loopt. Daarnaast is de locatie gelegen binnen de geluidzone van het spoor.
Uit het akoestisch onderzoek (bouwplan Intratuinlocatie Voorschoten, M+P.MEES.20.06.2, M+P, 9 maart 2021) blijkt dat voor het bestemmingsplan hogere waarden vanwege wegverkeers- en railverkeerslawaai dienen te worden vastgesteld. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan dienen (op grond van artikel 76 Wgh en artikel 4.1 Bgh) de in dit besluit vastgestelde hogere waarden in acht te worden genomen. 3. Overwegingen Gelet op artikel 82 van de Wgh bedraagt voor woningen de hoogst toelaatbare geluidbelasting van de gevel vanwege een weg 48 dB. Het akoestisch onderzoek toont aan dat deze grenswaarde vanwege de Trompweg/Vijf Meilaan en de nieuwe ontsluitingsweg met maximaal 7 respectievelijk 10 dB wordt overschreden. De hoogst toelaatbare geluid belasting van de gevel vanwege een spoor bedraagt op grond van artikel 4.9 van het Bgh 55 dB. De voorkeursgrenswaarde wordt met maximaal 4 dB overschreden. Ingevolge artikel 110a lid 5 Wgh kan er enkel hogere waarden worden vastgesteld wanneer maatregelen gericht op het terugdringen van de geluidbelasting: - onvoldoende doeltreffend zijn dan wel - overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.
Ten aanzien van wegverkeers- en railverkeerslawaai zijn de volgende maatregelen overwogen: - het toepassen van een geluidreducerend type wegverharding; - het toepassen van raildempers bij het spoor; - het verlagen van de maximum snelheid; - het toepassen van een geluidscherm bij de weg en het spoor; - Het verplaatsen van het bouwvlak verder van de weg. Bovenstaande maatregelen zijn betrokken in het ontwerptraject; het plan is naar aanleiding van de berekende geluidbelasting geoptimaliseerd. De volgende maatregelen zijn toegepast en overwogen: - Op de nieuwe ontsluitingsweg wordt een stil wegdekverharding van het type Dunne Geluidsreducerende Deklaag toegepast met een Cwegdek voor personenauto’s bij 50 km/u van ten minste 4,2 dB, zoals bijvoorbeeld Konwécity 5. - De verkaveling is aangepast, zodat alle woningen kunnen beschikken over een geluidluwe gevel. De woningen aan de oostzijde van de nieuwe ontsluitingsweg zijn bijvoorbeeld verder van de weg af gesitueerd en een aantal woningen zijn een kwartslag gedraaid. - Het verlagen van de snelheid is onwenselijk vanwege de doorstroming.
-
Het plaatsen van geluidschermen langs de weg is niet wenselijk vanuit stedenbouwkundige oogpunt. Het treffen van maatregelen (raildempers of schermen) ten gevolge van de geluidbelasting van het spoor is financieel onhaalbaar en eveneens vanuit stedenbouwkundig oogpunt ongewenst. Daarbij vindt de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde meest plaats op de verdiepingen en niet op de begane grond.
Cumulatie Bij vaststelling van een hogere waarde dient ook rekening gehouden te worden met cumulatie. Dit is het effect van meerdere geluidsbronnen samen, in casu de geluidbelasting ten gevolge van de wegen en het spoor. De gecumuleerde geluidbelasting leidt niet tot een onaanvaardbare geluidbelasting. 4. Procedure De uniforme openbare besluitvormingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 110 c van de Wgh is van toepassing op dit besluit. Het ontwerpbesluit is hiertoe gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan Korte Vliet-Leidseweg Noord deel Noord ter inzage gelegd van 5 november tot en met 16 december 2020. Er zijn geen zienswijzen ingekomen. Ambsthalve zijn tekstueel wijzigingen aangebracht ten opzichte van het ontwerp-besluit. Dit betreft het akoestisch rapport als ook het besluit zelf. 5. Besluit Gelet op onze overwegingen stellen wij de volgende hogere grenswaarden vast voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai: -
Trompweg / Vijf Meilaan: 45 woningen; 55 dB. Nieuwe ontsluitingsweg: 135 woningen; 58 dB.
Vanwege railverkeerslawaai stellen wij de volgende hogere grenswaarde vast: -
Spoorlijn Den Haag-Leiden: 135 woningen; 59 dB.
De genoemde waarden voor het wegverkeer zijn inclusief de aftrek op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder en artikel 3.4 Reken- en meetvoorschrift Geluidhinder. Voorschoten, 23 maart 2021 Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,
Bijlagen 1- Akoestisch onderzoek bouwplan Intratuinlocatie Voorschoten, M+P.MEES.20.06.2, M+P, 9 maart 2021
Beroep Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden, binnen zes weken na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd een beroepsschrift indienen bij de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.