CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Ruimtelijke verkenning WOS

Gemeenteraad Voorschoten 4 juli 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Collectief warmtesysteem12.784 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Indien de stikstofdepositie hoger uitkomt dan 0,01 mol/ha/jaar is een ecologische voortoets en/of saldering noodzakelijk. Als deze opties geen soelaas bieden dient er een passende beoordeling uitgevoerd waarna een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit (uitgebreide procedure: 26 weken behandeltermijn + 6 weken beslistermijn) aangevraagd dient te worden. Het proces van passende beoordeling uitvoeren en omgevingsvergunning aanvragen kent een doorlooptijd van minimaal 1 jaar. Het aspect stikstofdepositie dient verder onderzocht te worden voor zowel de voorkeurslocatie als de alternatieve locatie.

3.7

Geur

In deze paragraaf wordt behandeld op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur.

30 | 41

Witteveen+Bos | 141250/24-003.129 | Definitief

Wettelijk kader Regels over geur zijn onderverdeeld in de verschillende Amvb’s van de Omgevingswet. Het verschilt per inrichting en activiteit waar de regels zijn opgenomen. Indien er geen aanpassingen hebben plaatsgevonden in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, gelden de regels uit hoofdstuk 22 van het omgevingsplan, die met de Bruidsschat onderdeel zijn geworden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het Rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels aan geurbelasting. De regels voor milieubelastende activiteiten staan opgenomen in hoofdstuk 3 van het Bal. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. Het is aan het Bevoegd Gezag om te beoordelen of de geurhinder aanvaardbaar is gelet op het Bkl en het omgevingsplan. Toetsing geurbronnen gasketel Bij het WOS (voorkeurslocatie en alternatieve locatie) wordt bij de piekbelasting van de warmtevraag extra warmte opgewekt met gasketels met een totaalvermogen van 100 MW. De rookgassen die vrijkomen met de verbranding van het aardgas worden via een schoorsteen naar de buitenlucht uitgestoten. Bij volledige verbranding van het aardgas komen geen gassen vrij die kunnen leiden tot geuroverlast. De rookgassen bestaan uit het geurloze CO2 en H2O. Daarmee is er geen geuroverlast en geurhindercontour verwacht en vormt het aspect geur geen belemmering op het planvoornemen.

Toetsing geurbronnen E-boiler Een E-boiler stoot geen voor geur relevante emissies uit naar de omgeving. Voor de E-boiler is het thema geur geen belemmering. Conclusie Het planvoornemen voorziet, in beide varianten, niet in geuremissies waaruit geuroverlast voortkomt en er gelden tevens geen geurhindercontouren. Ten aanzien van geur zijn er geen belemmeringen op het planvoornemen.

3.8

Omgevingsveiligheid

Het transport, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen brengen risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke lading vrij kan komen. De discipline omgevingsveiligheid (voorheen: externe veiligheid) houdt zich bezig met het beheersen van de hieraan verbonden risico’s voor mensen die zich in de nabijheid van gevaarlijke stoffen en risicobronnen bevinden. Wettelijk kader De belangrijkste wet- en regelgeving voor externe veiligheid, ten aanzien van een WOS, is onder de Omgevingswet vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Om risico’s voor mensen in de omgeving van een risicovolle activiteit te beperken staan in paragraaf 5.1.2 van het Bkl richtlijnen voor het opstellen van een omgevingsplan beschreven. De veiligheid van mensen in de omgeving van een milieubelastende activiteit wordt geborgd door afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedoeld in bijlage VII van het Bkl) en (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties, en zeer kwetsbare gebouwen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de kans van overlijden van een persoon door een ongeval met gevaarlijke stoffen die zich onbeschermd en onafgebroken op die plaats bevindt.

Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Onder de Omgevingswet wordt het groepsrisico aangeduid door aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s rondom een risicovolle activiteit (artikel 5.12 van het Bkl). Deze aandachtsgebieden maken zichtbaar waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen.

31 | 41

Witteveen+Bos | 141250/24-003.129 | Definitief

Toetsing risicobronnen gasketel Een WOS slaat geen aardgas op en de voorziene activiteiten, het wisselen van warmte en het in werking hebben van gasketel als piek- en back-up voorziening, zijn niet in opgenomen in bijlage VII van het Bkl. Daarmee zijn er geen veiligheidsafstanden of risicocontouren opgenomen die moeten worden aangehouden tot externe (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen. Daarmee vormt het aspect omgevingsveiligheid geen belemmering op het planvoornemen. Bij bovenstaande toetsing is enkel de ruimtelijke inpassing van het WOS getoetst aan de relevante wet- en regelgeving. De buisleiding voor het eventuele transport van aardgas is niet expliciet getoetst. Indien sprake is van een aardgasleiding met een uitwendige diameter van tenminste 50 mm en een druk van tenminste 16 bar is deze relevant qua omgevingsveiligheid en zijn eisen vanuit het Bal en Bkl van toepassing. Milieuzonering gasketel Bij een milieucategorie van 3.2 behoort een richtafstand van 50 m voor omgevingsveiligheid. In onderstaande afbeelding wordt middels een stippellijn de contour van 50 m weergegeven. Een deel van de mogelijke inpassingslocaties valt binnen deze 50 m contour. Uit bovenstaande toetsing komt naar voren dat voor de gasketel geen veiligheidscontour geldt.

Desalniettemin is het wenselijk om deze bron zover mogelijk van de gevoelige bestemmingen te situeren. In onderstaande afbeelding wordt dit weergegeven.

Afbeelding 3.5 Veiligheidscontour milieucategorie 3.2

Toetsing risicobronnen E-boiler Net als bij de gasketel geldt voor de E-boiler geen veiligheidscontour.

32 | 41

Witteveen+Bos | 141250/24-003.129 | Definitief

Milieuzonering E-boiler Bij een milieucategorie van 2 geldt een richtafstand van 10 m. Beide inpassingslocaties vallen volledig buiten deze 10 m contour. Voor milieuzonering is de inpassing van de E-boiler niet relevant omdat de contouren grotendeels buiten de inpassingslocatie vallen.

Afbeelding 3.6 Veiligheidscontour milieucategorie 2

Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering op het planvoornemen, omdat er geen veiligheidscontouren gelden voor de gasgestookte of E-boiler van de WOS. Desalniettemin, kan in het ontwerp van de gasketel meegenomen worden om deze zover als mogelijk van de gevoelige bestemmingen te situeren. Bij de E-boiler is dit vanuit omgevingsveiligheid niet noodzakelijk.

3.9

Archeologie en landschap

Gemeentelijk cultureel erfgoed beleid Het gemeentelijke cultureel erfgoed beleid is toegespitst op het beschermen van culture waarden in erfgoed (monumentale panden) en de ondergrond, waaronder archeologische waarden. De gemeente heeft binnen de gemeentegrenzen onderzocht welke archeologische waarden in de grond aanwezig zijn. Hiervoor zijn drie categorieën aangewezen. Gronden met archeologische hoge verwachting, gronden met een archeologische lage verwachting en AMK terreinen. Deze laatste zijn gronden die vallen binnen de archeologische monumenten kaart. Afbeelding 3.7 geeft de archeologische verwachting ter plaatse van de voorkeurs- en alternatieve locatie weer.

33 | 41

Witteveen+Bos | 141250/24-003.129 | Definitief

Afbeelding 3.7 Archeologische verwachting kaart

Toetsing archeologisch en cultureel erfgoed beleid Wegens de archeologische hoge verwachting ter plaatse van de locaties geldt een dubbelbestemming Archeologie 5. Verderop in deze paragraaf wordt het wettelijke kader hiervan behandeld en getoetst aan het planvoornemen. Verder zijn zowel binnen de voorkeurs- als alternatieve locatie geen Rijks, provinciaal of gemeentelijke monumenten gelegen. Daarmee heeft het planvoornemen geen effect op de monumentale waarde. Wettelijk kader dubbelbestemming Archeologie Ter plaatse van beide locaties geldt een ‘Dubbelbestemming - Archeologie - 5’. Conform artikel 23.1 van de planregels zijn de aangewezen gronden bestemd voor, naast voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende te verwachten archeologische waarden. Voor het bouwen en uitvoeren van werkzaamheden in de met archeologie bestemde gronden gelden voorwaarden. Deze voorwaarden staan opgenomen in artikel 23.2 Bouwregels. Voor het bouwen zijn de volgende regels van toepassing op het planvoornemen: - op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming, zoals in lid 23.1 bedoeld, slechts bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m;

34 | 41

Witteveen+Bos | 141250/24-003.129 | Definitief

-

-

ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende (bouw)regels - slechts worden gebouwd, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en: 1 de aanvragen van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarden van betrokken locatie naar het oordeel van het Bevoegd Gezag in de voldoende mate is vastgesteld; 2 de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals bedoeld in lid 23.2 onder b sub 1 door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op: - het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; - het doen van opgravingen; - begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; het bepaalde in lid 23.2, onder a en b is niet toepassing, indien het bouwplan betrekking of op een of meer van de volgende activiteiten: 1 vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2 een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 30 m 2; 3 een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden niet dieper dan 30 cm en zonder

heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.

Toetsing archeologie Het te realiseren bouwwerk ten behoeve van het WOS voldoet niet aan de bovengenoemde voorwaarden en daarmee dient een omgevingsplanactiviteit uitvoeren van werkzaamheden (reguliere procedure: 8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn) aangevraagd te worden. Als indieningsvereisten dient de initiatiefnemer een archeologisch onderzoek te overleggen met het bevoegd gezag, waaruit blijkt dat de archeologische waarde niet evenredig wordt geschaad. Conclusie Voor archeologie dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden en een omgevingsplanactiviteit uitvoeren van werkzaamheden aangevraagd te worden. Het servituut vormt op beide locaties geen belemmering op het planvoornemen.

35 | 41

Witteveen+Bos | 141250/24-003.129 | Definitief

4 OVERIG ZOEKGEBIED In hoofdstuk 4 volgt een hoog over ruimtelijke toetsing van het overige zoekgebied. De ruimtelijke inpassing (omgevingsplantoets) is locatiespecifiek. Geluid is afhankelijk van de ligging nabij geluidgevoelig functies. Voor de overige thema’s vinden er geen wijzigingen plaats ten opzichte van de in hoofdstuk 3 benoemde resultaten. Afbeelding 4.1 geeft het zoekgebied voor de inpassing van het WOS weer. Daarin worden tevens alle functies weergegeven van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan Voorschoten (te weten de voormalige bestemmingsplannen ‘Landgoederen en sportvelden’.

Afbeelding 4.1 Afbeelding zoekgebied WOS

36 | 41

Witteveen+Bos | 141250/24-003.129 | Definitief

4.1

Ruimtelijke inpassingstoets

In paragraaf 4.1 volgt een ruimtelijke toets van de percelen binnen 200 m en 300 m gelegen tot het T-stuk. In tabel 4.1 wordt per perceel, de huidige functie, eventuele belemmeringen vanuit geluid en of een afwijking benodigd is voor het inpassen van de WOS benoemd. Percelen met een agrarische, woon- en horecafunctie zijn niet opgenomen in de ruimtelijke toets. Voor deze gronden heeft de gemeente geen grondpositie. Daarnaast is het niet wenselijk op de gronden waar woonbestemmingen zijn gelegen een WOS in te passen vanwege de geluid- en veiligheidscontouren. Landschap (servituut) en landgoedbiotoop Ten behoeve van het vrijuit zicht van de buitenplaats Berbice is sinds 1917 een servituut1 geldend. Enkel perceel VST00-A-5888 valt binnen de zichtlijnen en is belast met de vrijuit zicht. Naast het servituut geldt een cultuurhistorische hoofdstructuur vanuit de provinciale omgevingsverordening. Dit stelt vast dat de waarde van de landgoedbiotoop gewaarborgd dient te worden en verbiedt aanpassingen in de hoofdstructuren. De agrarische gronden vallen onder dit landgoedbiotoop. Deze worden tevens niet meegenomen in de overige zoekgebieden.

Tabel 4.1 Ruimtelijke toets overige zoekgebied Perceelnummer

Functie

Valt binnen 50 m tot geluidgevoelige bestemming

Hoe ruimtelijke in te passen gasketel

Hoe ruimtelijk in te passen E-boiler

4956

detailhandel

ja, redelijk nabij (~20 m)

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van milieucategorie en bouwregels

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van bouwregels

4433

bedrijf

ja, redelijk nabij (~20 m)

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van milieucategorie en bouwregels

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van bouwregels

4444

bedrijf

ja, redelijk nabij (~20 m)

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van milieucategorie en bouwregels

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van bouwregels

5193

bedrijf

ja, redelijk nabij (~20 m)

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van milieucategorie en bouwregels

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van bouwregels

5194

bedrijf

ja, zeer nabij (< 10 m)

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van milieucategorie en bouwregels

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van bouwregels

5278

bedrijf

ja, zeer nabij (< 10 m)

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van milieucategorie en bouwregels

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van bouwregels

5287

bedrijf

ja, zeer nabij (< 10 m)

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van milieucategorie en bouwregels

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van bouwregels

5347

bedrijf

ja, zeer nabij (< 10 m)

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van bouwregels

1

Een zakelijk recht waarmee een onroerende zaak, een dienend of lijdend erf, ten behoeve van een andere onroerende zaak bezwaard. Denk daarbij aan vrijuit zicht.

37 | 41

Witteveen+Bos | 141250/24-003.129 | Definitief

Perceelnummer

Functie

Valt binnen 50 m tot geluidgevoelige bestemming

Hoe ruimtelijke in te passen gasketel

Hoe ruimtelijk in te passen E-boiler

basis van milieucategorie en bouwregels 5323

bedrijf

ja, zeer nabij (< 10 m)

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van milieucategorie en bouwregels

buitenplanse omgevingsplanactiviteit op basis van bouwregels

Conclusie ruimtelijke inpassing In de vorige paragraaf is hoog over onderzocht of de voorgenomen WOS planologisch inpasbaar is op een andere locatie binnen de 200 m en 300 m buffer tot het T-stuk. De onderzochte percelen zijn op een enkele na, bestemd met een bedrijfsbestemming. Voor de gasketel geldt dat deze op alle locaties een BOPA benodigd heeft om planologisch mogelijk te maken. De BOPA dient op basis van een hogere milieucategorie die benodigd is en op basis van de maatvoering die niet past aangevraagd te worden. Voor de E-boiler dient eveneens een BOPA aangevraagd te worden. Deze is enkel nodig voor de bebouwing die niet past binnen de maatvoering. De onderzochte locaties zijn qua milieuzonering en geluidaspecten nog complexer in te passen doordat deze veelal nog dichter op een geluidgevoelige bestemming zijn gesitueerd. Zelfs in het geval van de E-boiler wordt de richtafstand op weinig locaties behaald. De veiligheidsafstand voor de gasketel wordt nergens behaald. Bij het ontwerp is het niet mogelijk de gasketel of E-boilers buiten de richtafstanden te behouden. Daarnaast is door de landgoedbiotoop het merendeel van de percelen niet in eigendom van de gemeente. Waardoor eerst grond verworven moet worden. Dit vormt een extra belemmering om de percelen geschikt te maken voor een WOS.

Hieruit volgt dat geen van de overige zoeklocaties planologisch geschikter zijn dan de voorkeurslocatie of alternatieve locatie, gelet op de ruimtelijke en fysieke inpassing en belemmeringen vanuit geluid en veiligheidsafstand.

38 | 41

Witteveen+Bos | 141250/24-003.129 | Definitief

5 CONCLUSIE EN SAMENVATTING De gemeente Voorschoten heeft Witteveen+Bos gevraagd om een ruimtelijke verkenning uit te voeren naar de fysieke, ruimtelijke en planologische inpasbaarheid van een WOS. Gasketel Beide beoogde percelen (5257 en 5918) zijn planologisch en ruimtelijk geschikt voor het inpassen van het WOS met gasketel. Aandachtspunten hierbij zijn de milieu- en omgevingsaspecten ruimtelijke inpassing geluid, trillingen, stikstofdepositie, omgevingsveiligheid, archeologie. Daarnaast is op basis van de ruimtelijke verkenning een aantal vergunning benodigd om het voornemen planologisch mogelijk te maken. Onderstaande tabel geeft per aspect de mogelijke belemmering en risico daarvan weer.

Tabel 5.1 Conclusie inpassing gasketel op voorkeurslocatie en alternatieve locatie Aspect

Belemmering

Mitigatiemaatregel

Risico

ruimtelijke inpassing

op beide locaties wordt niet voldaan aan de milieucategorie en de maatvoeringeis van de maximale bouwhoogte. Daarnaast is er weinig ruimte aanwezig voor uitbreiding van het WOS op de locaties

BOPA op basis van afwijking milieucategorie en maatvoering.

laag risico

geluid

de nabije ligging tot geluidsgevoelige functies (onder andere woonfuncties) kan een belemmering vormen voor het planvoornemen. Middels een akoestische beoordeling dient onderzocht te worden wat de effecten op de leefomgeving en geluidsgevoelige functies zijn

maatregelen meenemen in ontwerp en uitvoering. Uitvoeren akoestisch onderzoek

midden risico

trillingen

in het ontwerp en het uitvoeringscontract dienen maatregelen opgenomen te worden die trillingen tot een minimum brengen

maatregelen meenemen in ontwerp en uitvoering

laag risico

stikstofdepositie

de indicatieve berekening van de emissies toont dat negatieve effecten door stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden niet op voorhand uitgesloten kunnen worden. Een volledige berekening middels de AERIUS-calculator dient uitgevoerd te worden. Als hieruit naar voren komt dat stikstofdepositie niet uit te sluiten is, dient er gekeken te worden naar salderingsmogelijkheden of een passende beoordeling met vergunning voor Natura 2000-activiteit aangevraagd te worden

uitvoeren stikstofdepositieberekening

midden risico

omgevingsveiligheid

de gasketel valt binnen de richtafstand van 50 m voor omgevingsveiligheid

in het ontwerp kan rekening gehouden om de gasketel buiten de richtafstand in te passen

laag risico

archeologie

het te realiseren bouwwerk ten behoeve van het WOS voldoet niet aan de voorwaarden conform artikel 23.3 van de planregels en daarmee dient een omgevingsplanactiviteit uitvoeren van

archeologisch vooronderzoek

midden risico

39 | 41

Witteveen+Bos | 141250/24-003.129 | Definitief

Aspect

Belemmering

Mitigatiemaatregel

Risico

werkzaamheden (reguliere procedure: 8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn) aangevraagd te worden. Als indieningsvereisten dient de initiatiefnemer een archeologisch onderzoek te overleggen met het bevoegd gezag, waaruit blijkt dat de archeologische waarde niet evenredig wordt geschaad

Op basis van bovenstaande verkenning zijn de volgende vergunningen benodigd: 1 buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het afwijken voor het ruimtelijk inpassen van een WOS (reguliere procedure: 8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn) of wijzigen omgevingsplan (6 maanden); 2 omgevingsplanactiviteit uitvoeren van werkzaamheden (regulier procedure: 8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn); 3 vergunningsplicht voor milieubelastende activiteit (uitgebreide procedure 26 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn), het in gebruik hebben van een groot stookinstallatie. E-boiler Beide beoogde percelen (5257 en 5918) zijn planologisch en ruimtelijk geschikt voor het inpassen van het WOS met E-boiler. Aandachtspunten hierbij zijn de milieu- en omgevingsaspecten ruimtelijke inpassing, geluid, trillingen, archeologie. Daarnaast is op basis van de ruimtelijke verkenning een aantal vergunning benodigd om het voornemen planologisch mogelijk te maken. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat met een ander ontwerp de E-boiler wel kan passen binnen het bestemmingsplan en daarmee zijn geen vergunningen benodigd om het planvoornemen planologisch mogelijk te maken. Onderstaande tabel geeft per aspect de mogelijke belemmering en risico daarvan weer.

Tabel 5.2 E-boiler voorkeurslocatie en alternatieve locatie Aspect

Belemmering

Mitigatiemaatregel

Risico

ruimtelijke inpassing

op beide locaties wordt niet voldaan aan de milieucategorie en de maatvoeringeis van de maximale bouwhoogte. Daarnaast is er weinig ruimte aanwezig voor uitbreiding van het WOS op de locaties

ontwerp waarbij wel kan worden voldaan aan de maximale toegestane hoogte of BOPA op basis van maatvoering

laag risico

geluid

de nabije ligging tot geluidsgevoelige functies (onder andere woonfuncties) kan een belemmering vormen voor het planvoornemen. Middels een akoestische beoordeling dient onderzocht te worden wat de effecten op de leefomgeving en geluidsgevoelige functies zijn

maatregelen meenemen in ontwerp en uitvoering. Uitvoeren akoestisch onderzoek

laag risico

trillingen

in het ontwerp en het uitvoeringscontract dienen maatregelen opgenomen te worden die trillingen tot een minimum brengen

maatregelen meenemen in ontwerp en uitvoering

laag risico

archeologie

het te realiseren bouwwerk ten behoeve van het WOS voldoet niet aan de voorwaarden conform artikel 23.3 van de planregels

archeologisch vooronderzoek

midden risico

40 | 41

Witteveen+Bos | 141250/24-003.129 | Definitief

Op basis van bovenstaande verkenning zijn de volgende vergunningen benodigd: 1 buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het afwijken voor het ruimtelijk inpassen van een WOS (reguliere procedure: 8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn) of wijzigen omgevingsplan (6 maanden); 2 omgevingsplanactiviteit uitvoeren van werkzaamheden (regulier procedure: 8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn). Algemene conclusie voorkeurslocatie en alternatieve locatie Beide locaties zijn geschikt voor het inpassen van een WOS met een gasketel of E-boiler. Voor de gasketel zijn beide locaties inpasbaar, maar dienen wel de nodige vervolgstappen en vergunningen aangevraagd te worden om het planologisch mogelijk te maken. De E-boiler is planologisch eenvoudiger in te passen en zijn geen vergunningen benodigd, mits het ontwerp aan de geldende maatvoeringseis kan voldaan. Het is wel zeer onwaarschijnlijk dat de benodigde elektrisch vermogen wordt behaald gelet op de huidige netcongestie in Voorschoten. Overig zoekgebied Tot slot is gevraagd om een verkenning uit te voeren of er andere locaties zijn, binnen 200 m en/of 300 m van het T-stuk, die even goed of beter geschikt zouden zijn voor de realisatie van een WOS met de benodigde capaciteit. Binnen het zoekgebied zijn geen overige meer geschiktere locaties gevonden voor het inpassen van het WOS.

De locaties hebben een afwijking nodig van functie die ingrijpender zijn (zwaardere milieucategorie). Daarnaast zijn deze dichter gelegen op geluidgevoelige bestemmingen dan de voorkeurslocatie en alternatieve locatie en is geen ontwerp mogelijk waarbij de richtafstanden worden behaald.

41 | 41

Witteveen+Bos | 141250/24-003.129 | Definitief

Bijlage(n)

I BIJLAGE: SPECIFICERING ONDERDELEN SUPPLETIE EN WATERBEHANDELING IA. Suppletie Voor de behandeling van leidingwater tot demiwater, en voeding in het warmtenet wordt rekening gehouden met de volgende procesonderdelen: - pomp drinkwaterlijn 1 x 1,5 m; - ontharder + RO-installatie 2 x 1 m; - breekvat 1 x 1 m; - membraanontgasser 1 x 1 m; - demiwatervat Ø 2 m; - suppletiepomp 1 x 1,5 m. Rond alle procesonderdelen wordt een omloopruimte van 1 x 1 m in acht genomen. Dit brengt het totaal op 33 m2. IB. Waterbehandeling Voor behandeling van circulerend water in het warmtenet wordt rekening gehouden met de volgende procesonderdelen: - deelstroomfilter 1 x 1,5 m; - loogdosering 1 x 1 m; - vacuümontgasser 1 x 1 m. Rond alle procesonderdelen wordt een omloopruimte van 1 x 1 m in acht genomen. Dit brengt het totaal op 13 m2.

Witteveen+Bos | 141250/24-003.129 | Bijlage I | Definitief

www.witteveenbos.com

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=3218e7ec-ef59-4c7c-b629-29ddefb1bc3f