CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Geconsolideerde GR ODWH na de voorgestelde wijzigingen

Gemeenteraad Voorschoten 29 september 2022, gemeente voorschotenBij agendapunt: 12e wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West Holland (ODHW)5.928 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Z/22/131623/277670

Bijlage 4 Geconsolideerde GR ODWH

Gemeenschappelij ke regeling

Omgevingsdienst West-Holland. (geconsolideerd)

-

Regeling Milieudienst West-Holland, goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holl md op 27 december 2000

en als volgt gewijzigd:

l" Wijziging door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland goedgekeurd op 8 april 2003,

2 Wijziging bij raadsbesluit deelnemende gemeenten in werking op I oktober 2006, 3" Wijziging bij raadsbesluit deelnemende gemeenten in werking op 29 mei 2009

4 Wijziging bij raadsbesluit deelnemende gemeenten in werking op 1 januari 201 1, 5" Wijziging bij raadsbesluit deelnernende gemeenten in werking op I januari 2012, 6" Wijziging bij raadsbesluit deelnemende gemeenten en provincie in werking op I januari 2012, 7" Wijziging bij raadsbesluit deelnemende gemeenten en provincie in werking op I november 2013, 8" Wliziging bij raadsbesluit deelnemende gemeenten en provincie in werking op 1 juni 2014, 9" Wijziging bij raadsbesluit deelnernende gemeenten en provincie in werking op 24 december 2015, I 0d" Wijziging bij raadsbesluit deelnemende gemeenten en provincie in werking op I januari 2016. I l" Wijziging bij raadsbesluit deelnemende gemeenten en provincie in werking op I januari 2020. 12'Wijziging bij raadsbesluit deelnemende gemeenten en provincie in werking op 16 maart2022.

Z/22/131623/277670

Inhoud Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

Begripsbepalingen Het rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam Doel en taken Het algemeen bestuur

Paragraaf I

Samenstelling

Paragraaf2 Paragraaf3

Taken en bevoegdheden

Paragraaf 4

Werkwijze

Hoofdstuk 5

Het dagelijks bestuur Samenstelling

Paragraaf2 Paragraaf3

Taken en bevoegdheden

Hoofdstuk 10 Hoofdstuk 11 Hoofdstuk l2 Hoofdstuk 13 Hoofclstuk 14 Hoofdstuk 15

3

4 5

Stemverhouding

Paragraaf I

Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 Hoofdstuk 9

3

8

Stemverhouding

Informatieplicht De voorzitter Commissies De secretoris De omgevingsdienst

9 9 9

Personeel

Financiële bepalingen

Het archief Geschillenregeling Slot- en overgangsbepalingen

Bijlage 4: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging GR ODWH 2

Z/22/131623/277670

Hoofdstuk I Begripsbepalingen

Artikel 1

1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. regeling : deze gemeenschappelijke regeling; b. deelnemers : het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland en de colleges van burgemeester en

c. deelnemende gemeente : d. wet : e. werkgebied :

wethouders van de deelnemende gemeenten; aandeze regeling deelnemende gemeente; Wet gemeenschappelijke regelingen; grondgebied van de deelnemende gemeenten, alsmede het grondgebied van andere gemeenten biruren de regio Holland Rijnland voor zover het taken en bevoegdheden van de provincie Zuid-Holland zoals genoemd in artikel 6, eerste lid, onder e vandeze

regeling betreft; rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 vande regeling; g. directeur : functie als bedoeld in artikel 27 vande regeling; h. gedeputeerde staten : Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland; i. provincie provincie Zuid-Holland. : 2. Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen voor zover mogelijk in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders en de burgemeester, onderscheidenlijk de omgevingsdienst, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. 3. Waar in de regeling artikelen van de Provinciewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen voor zover mogelijk in die artikelen in de plaats van de provincie, provinciale staten, gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning, onderscheidenlijk de omgevingsdienst, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

f. omgevingsdienst :

Hoofdstuk 2 IIet rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam

Artikel2

l. Er is een openbaar lichaam, genaamd Omgevingsdienst West-Holland; 2. De omgevingsdienst is gevestigd in Leiden. Artikel3

1. Het bestuur van de omgevingsdienst bestaat uit: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter. 2. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de omgevingsdienst. Artikel4 (gereserveerd)

Hoofdstuk 3 Doel en taken

Bijlage 4: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging GR ODWH 3

Z/22/131623/277670

Artikel5 De regeling wordt getroffen ter ondersteuning van de belangen van de deelnemers op het gebied van omgevlng en milicu, mef name ter behartiging van het gemeentelijk belang van dê beleidsontwikkeling op het gebied van omgeving en milieu, alsmede gericht op een efficiënte en doelmatige uitvoering van de gemeentelijke en provinciale taken en bevoegdheden als becloeld in artikel 6, eerste lid.

Artikel6

1. Aan het bestuur van de omgevingsdienst komen, onverminderd het bepaalde in artikel 25,ter behartiging van de belangen waarvoor de regeling is getroffen, de volgende taken en bevoegdheden toe: a. het verrichten van adviserende, ondersteunende en voorbereidende werkzaamheden op het gebied van het omgevingsrecht en de uitvoering van programma's en projecten op het gebied van de omgeving; b. het namens de colleges van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester van de deelnemende gemeenten en voor zover daartoe mandaat is verleend, uitvoeren van de bij of krachtens de navolgende wetten toebedeelde taken en bevoegdheden: - Monumentenwet 1988; - Ontgrondingenwet; - Wet inzake de luchtverontreiniging; - WaterweÍ; - Wet milieubeheer; - Wet geluidhinder; - Wet bodembescherming - Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - Wet ruimtelijke ordening; - Woningwet; - Drank- en Horecawet; - Gemeentewet; - Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. c. het namens de colleges van burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester van de deelnemende gemeenten tevens uitvoeren van taken op grond van andere wet- en regelgeving dan genoemd in het eerste lid, onder b, voor zover daartoe mandaat is verleend. d.

de taken en bevoegdheden zoals bedoeld in onderdeel a, b en c worden uitgevoerd met inachtneming van het door de betreffende gemeente dan wel het algemeen bestuur van de omgevingsdienst vastgestelde beleid. e. het namens gedeputeerde staten en voor zover daartoe mandaat is verleend uitvoeren van de volgende taken en bevoegdheden, met inachtneming van het door de provincie vastgestelde beleid: 10 de taken en bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid, onder b, voor zover gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn; 20 taken op grond van andere wet- en regelgeving dan onder b genoemd. 2. Voor zover bij de mandaatverlening niet anders is bepaald kan ten aanzienvan de aan de directeur van de omgevingsdienst in mandaat toekomende taken en bevoegdheden ondermandaat worden verleend. 3.

Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen ter bescherming van de omgeving en het milieu, de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in eerste lid gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het in werking treden van deze regeling strekten, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door hun wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die in de genoemde artikelleden aan de directeur van de omgevingsdienst zijn opgedragen.

Artikel T

Bijlage 4: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging cR ODWH

4

Z/22/131623/277670

1. De omgevingsdienst is bevoegd tot het verrichten van diensten, voor zover deze vallen binnen het kader van de in artikel 5 vermelde belangen, voor andere dan de deelnemende gemeenten en/of derden, met een publiekrechtelijke taak erVof bevoegdheid. 2. Een besluit tot dienstverlening als bedoeld in het eerste lid wordt genomen door het dagelijks bestuur en vermeldt de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden.

Artikel8

l. Het provinciebestuur dan wel de besturen van de deelnemende gemeenten stellen, voor zover de omgevingsdienst daarin een bijdrage kan leveren of daarin een taak heeft, onderwerpen die een relatie hebben met het milieubeleid bij de omgevingsdienst voor overleg of advies, aan de orde. 2. De omgevingsdienst kan ongevraagd zijn zienswijze kenbaar maken aan het gemeentebestuur of provinciebestuur omtrent onderwerpen die behoren tot de taakstelling van de omgevingsdienst.

Artikel9 (Vervallen)

Hoofdstuk 4IJet algemeen bestuur Paragraaf I Samenstelling

Artikel 10

1. Het algemeen bestuur bestaat uit twee leden per deelnemende gemeente, die door het college van burgemeester en wethouders uit zijn midden worden aangewezen, alsmede uit twee leden, die door het college van gedeputeerde staten dt zijnmidden worden aangewezen. 2. De colleges van burgemeester en wethouders en het college van gedeputeerde staten kunnen voor de door hen aangewezen leden van het algemeen bestuur plaatsvervangende leden aanwijzen, die een lid bij verhindering of ontstentenis vervangen. 3. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra men ophoudt lid of voorzitter te zijnvan het college van gedeputeerde staten, dan wel ophoudt lid ofvoorzitter van het college van burgemeester en wethouders van de betreffende deelnemende gemeentete zijn. 4. De colleges van burgemeester en wethouders en het college van gedeputeerde staten wijzen in de eerste vergadering van de colleges in nieuwe samenstelling de leden en plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur aan, dan wel bij tussentijdse vervanging van een lid of plaatsvervangend lid in de eerste vergadering nadat het lid zijn lidmaatschap uit eigener beweging heeft beëindigd of dit van rechtswege is beëindigd.

Paragraaf 2 Stemverhouding

Artikel l1

L Het aantal stemmen van een deelnemer is gerelateerd aan de in de begroting van de omgevingsdienst voor het betreffende kalenderjaar opgenomen bijdrage van de deelnemer.

2. Het aantal stemmen van de provincie is niet hoger dan de deelnemende gemeente met de meeste stemmen.

3. Het aantal stemmen per deelnemer wordt jaarlijks door het dagelijks bestuur op de eerste vergadering van het jaar vastgesteld aan de hand van de voor dat jaar vastgestelde begroting van de omgevingsdienst. Het aantal stemmen wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal. 4. Het aantal stemmen per lid in het algemeen bestuur wordt berekend door het aantal stemmen per deelnemer te delen door twee. Indien slechts één lid van een deelnemer aan de stemming deelneemt, blijft het afwezige lid separaat stemmingsgerechtigd en kan door middel van een volmacht (in de zin van artikel 3:60 jo 3:62lid2 vanhel Burgerlijk Wetboek) aan het wél

Bijlage 4: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging GR ODWH

5

Z/22/131623/277670

5

6 7

aanwezige lid, zijn stem uitgebracht worden. Het aantal stemmen dat het afwezige lid vertegenwoordigt in het algemeen bestuur blijft in dat geval in stand. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aanïal leden dat zittingheeft en zich niet van deelneming aan de stemmingmoet onthoudeq daaraan heeft deelgenomen. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van het aanïal uitgebrachte stemmen. Indien gedurende het jaar sprake is van toetredende deelnemers, wordt in afwijking van het derde lid, tussentijds de stemverhouding vastgesteld met inachtneming van de in dit artikel vastgestelde methodiek.

Paragraaf 3 Taken en bevoegdheden

Artikel 12

2

Aan het algemeen bestuur behoren alle taken en bevoegdheden die aan het bestuur van de omgevingsdienst bij of krachtens deze regeling zijn opgedragen en niet aan een ander orgaan zijn opgedragen. Het algemeen bestuur kan zijn taken en bevoegdheden aan andere organen van het bestuur van de omgevingsdienst overdragen voor zover de wet ofde aard van de bevoegdheid zich daar niet tegen vetzet. Niet gedelegeerd wordt de bevoegdheid tot het vaststellen van cle begroting en van de jaarrekening.

ln

van

een meerjarenperspectief en een strategienota, alsmede het jaarlijks vaststellen van een karíe.rnota 4.

5

inhoudende beleidsinhoudelijke en financiële kaders. De ingevolge het derde lid jaarlijks vastgestelde kademota wordt door het dagelijks bestuur voor 15 april aan de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de provincie gestuurd. Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van en de deelneming in privaatrechtelijke rechtspersonen.

Paragraaf4 Werlauijze Artikel 13

1. Het algemeen bestuur stelt voor zijnvergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.

2. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls als het daartoe beslist, alsmede als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig acht, dan wel ien minste een vijfde van het aantal leden dit, onder opgaafvan redenen, schriftelijk verzoekt. 3. De voorzitter roept de leden schriftelijk op tot de vergadering onder gelijktijdige openbare kennisgeving van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De agenda en de daarbii behorende voorstellen met uitzondoring van de in artikcl 15 bcdocldc stuklien worden gelijktijdig rnet de oproeping en op een bij de openbare kennisgeving aan te geven wijze ter inzagegelegd. 4. De vergadering wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden vertegenwoordigd is. 5. Indien de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter onder verwij zingnaar dit artikel opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 6. Op de vergadering bedoeld in het vijfde lid is het vierde lid niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de in het viirde lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zittinghebbende deelnemers vertegenwoordigd is.

7. Voor zover daarvan in deze regeling niet is afgeweken, zijn de artikelen 22,26,28,3\ en32 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur.

tsr.llage 4: Gemeenschappelijke

regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging GR ODWH 6

Z/22/131623/277670

Artikel 14

1. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 2. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt ofde voorzitter het nodig acht.

3. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd. Artikel 15

l. Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering geheimhouding opleggen, op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd,. 2. Op grond van de belangen genoemd in artikel l0 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het dagelijks bestuur en de voorzitter en door een commissie als bedoeld in de artikel 23, ieder ïen aanzien van stukken die zij aan het algemeen bestuur of aan de leden van het algemeen bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. 3. De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering, die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zittinghebbende leden, tezamen vertegenwoordigend meer dan de helft van het aanÍal stemmen, is bezocht, wordt

bekrachtigd.

4. De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het onderwerp waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan het algemeen bestuur is voorgelegd, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Het algemeen bestuur kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitling nemende leden, tezamenvertegenwoordigend meer dan de helft van het aantal steÍnÍnen, is bezocht.

Artikel 16

1. Het bestuur van de omgevingsdienst verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten, aan gedeputeerde staten en provinciale staten van de provincie de door een of meer van hun leden gevraagde inlichtingen. 2. De raden van de deelnemende gemeenten en gedeputeerde staten stellen ieder regels vast omtrent: a. de wijze waarop een door hen benoemd lid van het algemeen bestuur de door één of meer leden van gedeputeerde staten of raden gewaagde inlichtingen dient te verstrekken; b. de wijze waarop een door hen benoemd lid ter verantwoording kan worden geroepen voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid. 3. De raden van de deelnemende gemeenten en gedeputeerde staten zijn bevoegd een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur ontslag te verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de staten of de raad niet meer bezit.

Bijlage 4: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging GR ODWH

7

Z/22/131623/277670

Hoofdstuk 5 Het dagelijks bestuur Paragraaf I Samenstelling

Artikel lT

l. Het dagelijks bestuur bestaat uit viif leden, inclusief de voorzitter. De leden worden door en uit het algemeen bestuur aangewezen met dien verstande dat de aan te wijzen leden deel uitmaken van gedeputeerde staten ofvan een college van burgemeester en wethouders en de leden van het dagelijks bestuur niet de meerderheid in stemmen uitmaken van het algemeen bestuur. 2. De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling. 3. De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen, die door ontslag, overlijden of anderszins openvallen, vindt plaats uiterlryk één maand na dat openvallen. 4. De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur.

Paragraaf 2 Stemverhouding

Artikel 18

l. Ieder lid in het dagelijks bestuur, inclusief de voorzitter, heeft één stem in het dagelijks bestuur. 2. Indien bij een stemming, anders dan over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten oI aanbevelrngen, de stemmen staken, wordt opnieuw gestemd.

3. Bij het staken van de stemmen andermaal over hetzelfde voorstel, dan beslist de stem van de voorzitter. Paragraaf 3 Taken en bevoegdheden

Artikel 19

1. Het dagelijks bestuur is in elk geval bevoegd: a. het dagelijks bestuur van de omgevingsdienst te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur of de voorzitter hiermee is belast;

b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. tot de zorg over en het beheer van de financiële administratie, het geldelijk beheer en de boekhouding van de omgevingsdienst;

d. tot het stimuleren en coórdineren van het overleg tussen de deelnemers en het voorstaan van de belangen van de omgevingsdienst bij andere overheden, instellingen of personen waarÍnee

contact voor de omgevingsdienst van belang is;

e. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de omgevingsdienst ; f. met ambtenaren arbeidsovereenkomsten te sluiten, dezete beëindigen en ambtenaren te schorsen;

g. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de omgevingsdienst te besluiten, met uitzondering van de oprichting van en deelname aan privaatrechtelijke rechtspersonen;

h. te besluiten namens de omgevingsdienst, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen,bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten,ïenztj het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; i. ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen te nemen en te doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. 2. De leden van het dagelijks bestuur, ïezamen en ieder afzonderlijk, zljn aanhet algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur en verschaffen daartoe aan het algemeen bestuur of aan een lid van het algemeen bestuur dat hierom verzoekt, alle inlichtingen. 3. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop het algemeen bestuur tot het ontslag heeft besloten.

Bijlage 4: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging GR ODWH

8

Z/22/131623/277670

Paragraaf 4 llerkwijze

Artikel20

1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt of ten minste twee andere leden van het dagelijks bestuur zulks, schriftelijk, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, verzoeken 2. De artikelen 56 tot en met 59 van de Provinciewet zljnvanovereenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 6 Informatieplicht

Artikel2l

l. Het algemeen en het dagelijks bestuur alsmede de voorzitter geven aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten ongevraagd de informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur van de omgevingsdienst gevoerde en te voeren beleid nodig is.

2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten de inlichtingen die door een of meer leden van die raden ofgedeputeerde staten worden verlangd. 3. Het reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.

Hoofdstuk 7 De voorzitter

Arlikel22

1. De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen. 2. De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 3. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

4. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze veryangen door een door het dagelijks bestuur uit zijn midden aanïe wljzen lid van dit bestuur.

5. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan. De artikelen 32a en59avan de Provinciewet zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in plaats komen van griffier en secretaris in die artikelen, de secretaris van de omgevingsdienst. 6. De voorzitter vertegenwoordigt de omgevingsdienst in en buiten rechte. Indien de gemeente of de provincie van waaruit de voorzitter afkomstig is partij is in een geding waarbij de omgevingsdienst betrokken is, oefent een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van dat bestuur deze bevoegdheid uit. 7. In spoedeisende gevallen is de voorzitter bevoegd voorlopige maatregelen te nemen, die hij in de eerstvolgende vergadering van het dagelijks bestuur ter bekrachtiging aanbiedt.

Hoofdstuk 8 Commissies

Artikel23

1. Het algemeen bestuur is bevoegd commissies in te stellen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 24 en25 van de wet.

2. De Regionale Commissie Bezwaarschriften van de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Zoeterwoude en ServicepuntTl is bevoegd tot het adviseren van deelnemende gemeenten inzake ingediende bezwaarschriften tegen door de omgevingsdienst krachtens mandaat genomen besluiten.

Bijlage 4: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging GR ODWH

9

Z/22/131623/277670

Hoofdstuk 9 De secretaris

Artikel24 I

' De directeur van deomgevingsdienst treedt op als secretaris van het algemeen en heÍ dagetijks

bestuur. Het dagelijks bestuur wijst een ambtenaar van de omgevingsdienst aan als waarnemend secretaris.

2. De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter behulpzaam bij de

vervulling van hun taak en heeft in het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur àen raadgevende stem.

3. Alle stukken, die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door hem mede ondertekend.

4. Artikel 59a, derde lid, van de Provinciewet is van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk 10 De omgevingsdienst

Artikel25 1

2.

De omgevingsdienst voert haar taken zo doeltreffend en doelmatig mogelijk uit. Hieronder kan worden verstaan: a. het desgevraagd gemeenten ondersteunen en adviseren omtrent het opstellen van een gemeentelijk of gemeenschappelijk omgevings- en milieubeleid; van omgevlng en c. het in ontvangst nemen, verwerken en behandelen van klachten op het gehied van omgeving en milieu; d. het verrichten of laten verrichten van metingen en onderzoek op het gebied van omgeving en milieu; e. het voor gemeenten onderhouden van een bedrijfsregistratiesysteem en het verzamelen en be- of verwerken van omgevings- en milieurelevante gegevens; Met betrekking tot de taken en werkzaamheden van de omgevingsdienst worden met de deelnemende gemeenten en de provincie schriftelijke werkafspruk"r, g"-uakl, waarin in ieder geval wordt vastgelegd welke producten en diensten de omgevingsdiást aan de deelnemende gemeenten en de provincie levert.

Artikel26 (Vervallen)

Hoofdstuk 11 Personeel

Artikel27

1. Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur van de omgevingsdienst, op voordracht van ten minste twee leden van het dagelijks bestuur.

2. Het algemeen bestuur stelt de instructie van de directeur vast. 3. De directeur is onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast met de ambtelijke leiding van de omgevingsdienst en de zorgvoor een juistÀ taakvervulling in de organisatie.

Artikel28

l. Het sluiten van een arbeidsovereenkomst, de schorsing en het ontslag van personeelsleden van de

omgevingsdienst geschiedt door het dagelijks bestuur met inachtn*ing vàn de door het algemeen bestuur vastgestelde formatie. 2. Op het personeel in dienst van de omgevingsdienst zijn de bepalingen uit de cao samenwerkende gemeentelijke organisaties en het personeelshandboek van toèpassing. 3. Waar in de in het tweede lid bedoelde regelingen wordt gesproken vàn'gemeent eraad, burgemeester en wethouders, burgemeester en hoofd van diènst' wordt voor de toepassing in het kader van deze gemeenschappelijke regeling respectievelijk gelezen: algemeen best.rrr., Jagelijks bestuur, voorzitter en directeur.

Bijlage 4: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging GR oDWH

10

Z/22/131623/277670

Hoofdstuk 12 Financiële bepalingen

Artikel29 (vervallen)

Artikel30 (vervallen)

Artikel3l

1. De kosten van de omgevingsdienst worden gedekt door verrekening per deelnemer op basis van gewerkte uren zoals bepaald in door het algemeen bestuur vast te stellen regels.

2. Tot de kosten van de omgevingsdienst worden, naast de directe uitvoeringskosten, tevens gerekend de overheadkosten en de kapitaalslasten.

3. De tarieven worden jaarlijks met ingang van I januari aangepast met de indexering zoals vastgesteld in de begroting van het desbetreffende jaar.

Artikel32

1. De door de deelnemers op grond van de gemaakte werkafspraken verschuldigde bedragen worden door de omgevingsdienst periodiek gefactureerd en zijn door de deelnemers bij vooruitbetaling verschuldigd. 2. In geval van niet tijdige betaling van de op grond van dit artikel door de deelnemers verschuldigde bedragen, wordt de wettelijke rente in rekening gebracht.

Artikel33

1. De overige uit deze regeling voortvloeiende gezamenlijke inkomsten en uitgaven worden met de

2.

deelnemers verrekend naar evenredigheid van de bijdrage per deelnemer als bedoeld in artikel 31, eerste lid. De verrekening wordt door het dagelijks bestuur op de eerste vergadering van het jaar vastgesteld aan de hand van de voor dat jaar vastgestelde begroting en rekening van de omgevingsdienst met de peildatum 1 januari van het voorgaande jaar. Het algemeen bestuur bepaalt elk jaar bij het vaststellen van de begroting de bijdrage per deelnemer in de voor het begrotingsjaar geraamde kosten.

Artikel33a De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat de omgevingsdienst te allen tijde over voldoende middelen beschikÍ om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.

Artikel33b

1. Indien aan het algemeen bestuur van de omgevingsdienst blijkt dat een gemeente weigert de verplichte uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet. 2. Indien aan het algemeen bestuur van de omgevingsdienst blijkt dat de provincie weigert de verplichte uitgaven op de begroting te zetlen, doet het algemeen bestuur onverwijld aande Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 198 en 799 van de Provinciewet.

Bijlage 4: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging GR ODWH

TT

Z/22/131623/277670

Artikel34

l. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting op van inkomsten en uitgaven en legt

deze ter beslr.ritvorming voor aan het algemeen bestuur. Uci dagclijks bestuur.,loct-1et algeme-en bestuur tijdig voorstellen tot wijziging van de begroting toekomen. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting, met áe daarbij behorende aanbiedingsbrief en toelichtrng, acht weken voordat deze aanhet algemeen bestuur wordt aangeboden voor zienswijze toe aan de raden van de gemeenten en aan provinciale staten. 3. Het totaal van de begroting vormt het autorisatieniveau voor begrotingswijzigingen. Indien noodzakelijk vinden begrotingswijzigingen plaats bij de eerste ÈestuursrapportuË" (hierna te noemen: "BU[1qp", enlof de tweede BURAP. Het dagelijks bestuur rendt d" o.rt*".p begrotingswijzigingen acht weken voordat deze aanhèt aigemeen bestuur worden aangeboden voor zienswiizetoe aan de raden van de gemeenten en aan provinciale staten. Het dagàlijks bestuur hoeft dit niet te doen als: 1. De bijdrage van de individuele deelnemers niet wijzigt; of 2.

Het totaal aan (budget)mutaties minder dan5%o van di totale begrotingsomvang (baten) bedraagt; of 3' De wijziging(en) het totaal van de begrote lasten niet te boven gaan of waar deze de begrote lasten wel te boven gaan er in financiële dekking is voorzien door: a) extra opdracht(en) van een individuele deelnemer en bijbehorende financiële dekking; of b) overige taken, zoals wettelijke taken waar extra bijdragen van derden/deelnemers tegenover staan.

4. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaanrle aan clat waarvoor zij dient. 5. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieáer geval vóór de in artikel 58, tweede lid, van de wet genoemde datum van het jaar vórafgaande aanáat waaryoor de begroting dient, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkijksrelaties.

Artikel35 (vervallen)

Artikel36

1. Het algemeen bestuur stelt de rekening van inkomsten en uitgaven vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

2. Het dagelijks bestuur biedt daartoe jaarlijks, zo spoedig mogelijk na beëindiging van elk

dienstjaar, de rekening van inkomsten en uitgaven aan het ulg"*""n bestuur aan. De directeur doet de rekening van inkomsten en uitgaven aan het dagelijks bestuur toekomen. De aanbieding aan het algemeen bestuur gaatvergezeld van een verantwoording en van een verslag van een onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening. 3. Het dagclijks bestuur zeirdt ccn afsclritL van de rekenilg aan de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten toe.

4. Het dagelijks bestuur zendt de rekening van inkomsten en uitgaven binnen twee weken na de

vaststelling doch in ieder geval vóór i 5 juli van het jaar volgáde op het jaar waarop de rekening betrekking heeft, aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

tutikel37 1

2

Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de financiële administratie en met betrekking tot het kasbeheer. Het algemeen bestuur stelt een regeling vast omtrent de verzekering van de gelden van de omgevingsdienst tegen benadeling.

Bijlage 4: Gemeenschappelilke regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging GR ODWH 1.2

Z/22/131623/277670

Artikel33

1. Uiterlijk binnen een maand na de vaststelling van de rekening doet het dagelijks bestuur aan elke gemeente en aan de provincie mededeling van het over het betreffende jaar verschuldigde aandeel.

2. Het exploitatiesaldo van een vastgestelde rekening in een jaar komt ten bate dan wel laste van de deelnemers, tenzij het algemeen bestuur anders besluit. De verdeling is gebaseerd op de inbreng

van de deelnemers.

Artikel39 Het dagelijks bestuur draag!. elk jaar vóór I 5 juli zorg voor de samenstelling van een verslag met betrekking tot de door de omgevingsdienst over het afgelopen jaar verrichte werkzaamheden. Het algemeen bestuur stelt het verslag vast en draagt zorg voor de toezending aan de gemeenten en de provincie.

Artikel39a Deelnemers dragen zorg voor de continuiteit van de omgevingsdienst en overleggen met de omgevingsdienst als eerste partij omtrent de voorwaarden voor het uitvoeren van de in de artikelen 6 en 25 genoemde taken en bevoegdheden.

Artikel39b

Bij opheffing van de omgevingsdienst stelt het algemeen bestuur een plan op dat voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van de omgevingsdienst over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.

Hoofdstuk 13 Het archief Artikel40

l. Het dagelijks bestuur van de omgevingsdienst draagt zorg voor het in goede, geordende en toegankelijke staat onderbrengen en bewaren van de archiefbescheiden volgens een door het algemeen bestuur vast te stellen regeling, alsmede draagt heI zorgvoor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. 2. De directeur is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden. 3. De kosten verbonden aan de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde zorg komen ten laste van de omgevingsdienst. 4. Voor de bewaring van de op grond van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wordt door het dagelijks bestuur gebruik gemaakt van de archiefbewaarplaats van de gemeente Leiden.

Hoofdstuk 14 Geschillenregeling

Artikel4l

1. Geschillen, voortvloeiende uit deze regeling worden, voordat door de deelnemers van een daarvoor openstaande wettelijke voorziening gebruik wordt gemaakt, door het algemeen bestuur voorgelegd aan een door hem in te stellen geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit drie leden en is samengesteld uit: - de voorzitter van de Regionale Commissie Bezwaarschriften van de gemeenten Leiden, Leid erd orp, Oegstgeest, Zoete,rwoude en S ervicepuntT 1 ., - een voorzitter van de Commissie voor de bezwaarschriften van één van de overige deelnemers, - een door hen beiden aan te wljzen derde.

Bijlage 4: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging GR ODWH

13

Z/22/131623/277670

3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen en brengt advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.

4. Het algemeen bestuur kan een termijn vaststellen, binnen welke de geschillencommissie advies moet uitbrengen.

Hoofdstuk 15 Slot- en overgangsbepalingen

Artikel42

1. Deze regeling treedt in werking op een door het algemeen bestuur te bepalen tijdstip. Elk van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde staten dragen zorg voor de opname in het register als bedoeld in artikel 27 van de wet, respectievelijk artikel 52, eerste lid, onder j van de wet. 2. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 3. Een voorstel tot wijziging van de regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door de besturen van een deelnemer. In het laatste geval wordt een zodantg voorstel ingediend bij het algemeen bestuur, die dit voorstel eventueel vergezeld van een advies, aan de besturen van de deelnemers ter vaststelling aanbiedt.

4. Deartikelen5,6,ll, 18, 31,leden1 en2,32,33,45,46en47 kunnenslechtswordengewijzigd bij eensluidende besluiten van de deelnemende bestuursorganen van de deelnemers.

5. De niet in het vierde lid van dit artikel genoemde artikelen worden gewijzigd bij eensluidende besluiten van de besturen van ten minste twee derde van de deelnemers.

6. De bestuursorganen van een deelnemer die, binnen een halfjaar nadat een voorstel tot wijziging bij de deelnemer is ingediend, ïer zake geen beslissing hebben genomen, worden geacht te hebben ingestemd met de wijziging. Artikel43

L Toetreding kan op verzoek van de beoogde toekomstige deelnemer, plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van de deelnemende bestuursorganen.

2. Het algemeen bestuur doet daartoe een voorstel en geeft daarin aan of, enzo ja, welke voorwaarden, waaronder financiële, aan de toetreding zijn verbonden.

3. De toetreding gaat in op een in overleg tussen het algemeen bestuur en de toetredende deelnemer te bepalen tijdstip, dat niet ligt voor het tijdstip dat de in het eerste lid genoemde besluiten zijn

genomen.

Artikel44

1. Een deelnemer kan uittreden door toezending van de daartoe strekkende besluiten van de deelnemende bestuursorganen van de deelnemer aan het algemeen bestuur, doch slechts nadat het algemeen bestuur daarin bewilligt. 2. De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur te kennen heeft gegeven met de uittreding in te stemmen, tetuij door het algemeen bestuur een andere datum is bepaald. 3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding en kan aan de uittreding voorwaarden, waaronder financiële en personele, verbinden. Tot deze financiële voorwaarden behoort in elk geval de bepaling, dat een uittredende deelnemer van het jaar van uittreding af aan de omgevingsdienst blijft betalen een bijdrage in de jaarlijkse (vaste) exploitatielasten van de omgevingsdienst. Deze bijdrage wordt bepaald naar het gemiddelde van de in de laatste drie jaren, voorafgaande aan de uittreding, door de uittredende deelnemer afgenomen producten en diensten, uitgedrukt in geld. De bijdrage is niet meer verschuldigd, zodra het algemeen bestuur beslist, dat de uit de uittreding voortgekomen kostenstijging op voldoende wijze is gecompenseerd. 4. Een uittredende deelnemer kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van de omgevingsdienst.

Bijlage 4: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging GR ODWH

'1.4

Z/22/131623/277670

Artikel45

l'

De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de bestuursorganen van alle deelnemers. 2. De opheffing wordt van kracht op 1 januari na de datum waarop de besluitvorming zoals bedoeld in het eerste lid is afgerond. Het algemeen bestuur kan een andere datum vaststellen, mits deze niet ligt voor het tijdstip van afronding van de in het eerste lid bedoelde besluitvorming. 3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de opheffing.

Artikel46 (vervallen)

Artikel47 Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-

Holland.

Bijlage 4: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst West-Holland 12e wijziging GR ODWH

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=cd7f9040-4e5f-41db-b0e3-b05cb255b44e