CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Was-wordt lijst

Gemeenteraad Voorschoten 5 april 2023, gemeente voorschotenBij agendapunt: Vaststellen Erfgoedverordening 20233.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Was-wordt-tabel

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Archeologische begeleiding Handelingen als bedoeld voor het opsporen, onderzoeken of verwerven van cultureel erfgoed of onderdelen daarvan tijdens civieltechnische werkzaamheden bij bouw of aanleg in geval het als gevolg van fysieke belemmeringen niet mogelijk is om adequaat vooronderzoek te doen, in geval er op grond van de beschikbare archeologische informatie wordt geconcludeerd dat het doen van een opgraving niet (meer) nodig is, maar men toch graag het zekere voor het onzekere wil nemen of in geval sprake is van bijzondere onderzoeksvragen bij uitvoeringstrajecten.

Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Archeologische begeleiding In de gangbare praktijk van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) moet bij veldwerkzaamheden bij archeologisch landbodemonderzoek worden gekozen voor een inventariserend veldonderzoek (IVO) of voor een opgraving. In uitzonderlijke gevallen kan een archeologische begeleiding worden uitgevoerd. Dit dient dan niet ter vervanging van een IVO of Opgraving, maar is daarvan een bijzondere variant. Bij een archeologische begeleiding geldt als uitgangspunt dat het protocol 4003 IVO-P, resp. 4004 Opgraven gevolgd wordt.

e. en f. Nummering wijzigt

e. Archeologische waardestelling: Beoordeling van de fysieke kwaliteit, de inhoudelijke kwaliteit en de belevingswaarde van een archeologische vindplaats op basis van onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van de KNA-leidraad bijlage IV ‘het waarderen van vindplaatsen’. naar f. en g.

g. Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed: de op basis van artikel 15 Monumentenwet 1988 door de raad ingestelde commissie met als taak het college van burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, deze verordening en het gemeentelijk cultureel erfgoed- en archeologiebeleid.

g. Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed: vervallen h. Adviescommissie Omgevingskwaliteit Voorschoten: De op basis van artikel 17.9 Omgevingswet door de raad ingestelde commissie met als taak het college van burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Erfgoedwet, Omgevingswet, deze verordening en het gemeentelijk cultureel erfgoed- en archeologiebeleid. naar i. t/m m.

h. t/m l. wijzigt k. Gemeentelijk monument onroerende zaak of terrein, met cultuurhistorische waarden, boven- en/of ondergronds, die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening, als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen en als bedoeld in artikel 2.2 lid 1

l. Gemeentelijk monument Onroerende zaak of terrein, met cultuurhistorische waarden, boven- en/of ondergronds, die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening, als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen en als bedoeld in artikel 1.1 van

onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

de erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister n. Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie (KNA): Wie archeologisch onderzoek verricht moet voldoen aan de daarvoor opgestelde kwaliteitscriteria – of 'dient zich te houden aan de normen zoals die in de archeologische beroepsgroep gelden’. Deze criteria zijn vastgelegd in de protocollen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). De KNA-protocollen bevatten de minimale inhoudelijke en ambachtelijke eisen die worden gesteld aan archeologische werkzaamheden van inventariserend onderzoek tot aan depotbeheer (het bewaren van archeologisch vondstmateriaal).

m. t/m t. nummering wijzigt

naar o. t/m u.

n. onderzoek 1. cultuurhistorische rapportage als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Mor (ministeriële regeling omgevingsrecht)

p. onderzoek cultuurhistorische rapportage als bedoeld in artikel 22.292 van de Bruidsschat

P. Plan van aanpak plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden overeenkomstig de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

r. Plan van aanpak Het PvA is een gedetailleerd werkplan van de te volgen werkwijze bij de uitvoering van een (archeologisch)project. Doorgaans is het een praktische vertaling van het PvE (indien aanwezig) en wordt in het veld gebruikt als handleiding voor het onderzoek. Het bevat in elk geval de concrete planning van het veldwerk en een beschrijving van de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.

o. Programma van eisen programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het doel, ontwerp, uitvoering en rapportage van gravend archeologisch onderzoek overeenkomstig de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

s. Programma van eisen Een Programma van Eisen (PvE) is een inhoudelijk document waarin het doel, de vraagstelling en de uitvoeringswijze van een archeologisch veldonderzoek en specialistisch onderzoek verwoord staan. Ook staan hierin de randvoorwaarden bij het onderzoek, bijvoorbeeld wat betreft de omgang met het vondstmateriaal. In een PvE zijn voor elk onderdeel eisen geformuleerd waaraan onderzoek en uitvoering ten minste moeten voldoen. Het doel van een PvE is het borgen van de inhoudelijke kwaliteit van archeologisch onderzoek en het kan beschouwd worden als basisdocument voor archeologischonderzoek. Een PvE speelt op die manier een belangrijke rol in het archeologische werkproces en bij de cyclus van de monumentenzorg om te komen tot hoogwaardige archeologische kennisvorming. Het PvE wordt door het college vastgesteld

overeenkomstig de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). r. selectiebesluit Een gemotiveerd besluit van de bevoegde overheid tot het al dan niet behouden van een bepaalde archeologische vindplaats. Het besluit leidt tot het al dan niet, of onder voorwaarden, vrijgeven van een terrein of het nemen van archeologische maatregelen.

u. Vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

v. Wabo:

v. selectiebesluit Een gemotiveerd besluit van de bevoegde overheid op basis van een archeologisch rapport tot het weigering van de vergunning of een vergunning met voorschriften ter bescherming van archeologische waarden. De derde mogelijkheid is: er is voldoende onderzoek uitgevoerd, derhalve vrijgave van het terrein en vergunning zonder archeologische voorschriften. u. vergunning vervallen w. Omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. v. Wabo: vervallen x. Beeldbepalende zaak Een beeldbepalende (of karakteristieke) zaak is een zaak, geen monument zijnde, waarvan de hoofdvorm van algemeen belang is: -als kenmerkende uitdrukking van een bepaalde bouwwijze, architectuur, verkaveling of typologie -als kenmerkend overblijfsel van de historische ontwikkeling van Voorschoten; -en als zodanig is aangewezen in het bestemmingsplan. y. beschermd dorpsgezicht onroerende zaken en of terreinen, van algemeen belang vanwege hun schoonheid, onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde.

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 2 Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed. In spoedeisende gevallen kan van het vragen van advies worden afgezien.

Nieuwe tekst 2 Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan de Commissie Omgevingskwaliteit Voorschoten, zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en Verordening op de instelling van de Advies commissie Omgevingskwaliteit Voorschoten. In spoedeisende gevallen kan van het vragen van advies worden afgezien.

3 Voordat het college over de aanwijzing van een terrein tot archeologisch monument een besluit neemt, wordt advies gevraagd aan de adviseur archeologie van de gemeente. 3 t/m 5 nummering wijzigt

Wordt 4 t/m 6

5 De aanwijzing kan geen beschermd monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3.1 van de Erfgoedwet.

6 Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten, en b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet.

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Met ingang van de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving over het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 7 plaatsvindt, dan wel dat onherroepelijk vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing.

Nieuwe tekst Met ingang van de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving over het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 6 en 7 1e lid plaatsvindt, dan wel dat onherroepelijk vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 10 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 1 De commissie Welstand en Cultureel Erfgoed adviseert schriftelijk aan het college binnen acht weken na de datum van ontvangst van het verzoek tot advisering van het college. 2 Het college beslist omtrent de aanwijzing tot gemeentelijk monument binnen 12 weken na de datum van ontvangst van het advies van de Commissie Welstand en Cultureel Erfgoed, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag.

Nieuwe tekst 1 De Commissie Omgevingskwaliteit Voorschoten adviseert schriftelijk aan het college binnen acht weken na de datum van ontvangst van het verzoek tot advisering van het college. 2 Het college beslist omtrent de aanwijzing tot gemeentelijk monument binnen 12 weken na de datum van ontvangst van het advies van de Commissie Omgevingskwaliteit Voorschoten, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag.

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst 1 Het college registreert in het gemeentelijk erfgoedregister, datgene dat krachtens deze verordening en de Erfgoedwet als bedoeld in artikel 3.3., vijfde lid, onherroepelijk is aangewezen als monument.

Nieuwe tekst 1. Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de

2 Het gemeentelijk erfgoedregister bevat ten minste de plaatselijke en kadastrale aanduidingen, een redengevende omschrijving van het monument, de motivering die tot de aanwijzing heeft geleid, de tenaamstelling en de datum van de aanwijzing.

Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld. 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet en instructies als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functieaanduiding Rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht;] c. gegevens over door burgemeester en wethouders van gedeputeerde staten ontvangen instructies als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functieaanduiding provinciaal monument, provinciaal archeologisch monument of provinciaal beschermd stads- en dorpsgezicht.

Artikel 8 Artikel 8 en 9 worden samengevoegd Bestaande tekst Artikel 8 Wijzigen van de aanwijzing 1. Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een belanghebbende wijzigen. Artikel 3, lid 2 tot en met 6, alsmede artikel 4 tot en met 7 zijn van overeenkomstige toepassing op de wijziging. Indien de wijziging naar oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege. De inhoud en de datum van de wijziging worden in het gemeentelijk erfgoedregister opgenomen. Artikel 9 intrekken van de aanwijzing 1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een aanwijzing intrekken. Artikel 3, lid 2 tot en met 4 en artikel 5 tot en met 7 zijn van overeenkomstige toepassing op het intrekkingsbesluit. 2. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.1 van de Erfgoedwet. 3. De intrekking wordt onder vermelding van de reden van intrekking en de datum van ingang in het gemeentelijk erfgoedregister geregistreerd.

Nieuwe tekst Artikel 8 Wijzigen en intrekken van de aanwijzing 1. Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een belanghebbende, wijzigen of intrekken. Artikel 3, lid 2 tot en met 4 en artikel 5 tot en met 7 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsof intrekkingsbesluit. 2. Indien de wijziging naar oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 1, achterwege. 3. De wijziging of intrekking wordt onder vermelding van de inhoud of reden van intrekking en de datum van ingang in het gemeentelijk erfgoedregister geregistreerd. 4. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.1 van de Erfgoedwet.

Artikel 10 wordt artikel 9 gewijzigd als volgt: Bestaande tekst .

Nieuwe tekst Toegevoegd 5 c. het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden: 1˚. plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 2˚. doen van begravingen of asbijzettingen, of 3˚. ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument. 6 Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid].

Artikel 11 komt te vervallen Artikel 12 wordt artikel 10 Artikel 13 wordt artikel 11 Artikel 14 komt te vervallen Hoofdstuk 4 Instandhouding rijksmonumenten komt te vervallen Hoofdstuk 4 Aanwijzing gemeentelijk beschermd dorpsgezicht of beeldbepalend object wordt toegevoegd Hoofdstuk 5 wijzigt als volgt Bestaande tekst INSTANDHOUDING ARCHEOLOGISCHE TERREINEN Artikel 16 wijzigt Artikel 17 en 18 worden samengevoegd in art 19

Nieuwe tekst

Artikel 17 Archeologisch vooronderzoek Indien binnen het grondgebied van de gemeente Voorschoten vooronderzoek, bureauonderzoek, verkennend, karterend en waarderend veldonderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de archeologische monumentenzorg, in de zin van de Erfgoedwet, dient dit onderzoek te voldoen aan de archeologische richtlijnen die in aanvulling op programma’s van eisen door het college zijn vastgesteld en waarmee aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld aan de

Artikel 20 Archeologisch onderzoek Indien binnen het grondgebied van de gemeente Voorschoten archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd, dient, onverminderd de overige bepalingen van de wet: a. het college een Plan van Aanpak vast te stellen voordat booronderzoek wordt uitgevoerd. b. het college een Programma van Eisen vast te stellen voordat gravend onderzoek wordt uitgevoerd, waarbij

Naar artikel 18

uitvoeringsmethodiek en rapportage van archeologisch onderzoek. Artikel 18 Opgravingen en begeleiding Indien binnen het grondgebied van de gemeente Voorschoten onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen en begeleidingen in de zin van artikel 1.1 van de Erfgoedwet,dient, onverminderd de overige bepalingen van deze wet: het college een programma van eisen vast te stellen als bedoeld in artikel 1, waarbij nadereregels worden gesteld ten aanzien van het onderzoek;

nadere regels worden gesteld. Deze nadere regels kunnen mede betrekking hebben op het doel, ontwerp, uitvoering, toezicht en rapportage van gravend archeologisch onderzoek. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te worden genomen.

de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van aanpak als bedoeld in artikel1 van deze verordening ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te overleggen. In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te worden genomen Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag advies aan een deskundige, of de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; Artikel 19 vervalt

Artikel 20 tegemoetkoming in de schade komt te vervallen Artikel 21 wordt artikel 20 gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 21 Degene, die handelt in strijd met artikel 10 en artikel 16, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Nieuwe tekst Artikel 20 Degene, die handelt in strijd met artikel 9 en 18 wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Artikel 23 wordt artikel 22 gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 23 De Erfgoedverordening gemeente Voorschoten

Nieuwe tekst Artikel 22 De Erfgoedverordening Voorschoten 2016

2010 wordt geacht te zijn ingetrokken op het moment dat de Erfgoedverordening Voorschoten 2016 in werking treedt.

wordt geacht te zijn ingetrokken op het moment dat de Erfgoedverordening Voorschoten 2023 in werking treedt.

Artikel 24 wordt artikel 23 gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 24 1 De op grond van de Erfgoedverordening gemeente Voorschoten 2010 aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 2 Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening gemeente Voorschoten 2010.

Nieuwe tekst Artikel 23 1 De op grond van de Erfgoedverordening gemeente Voorschoten 2016 aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 2 Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening gemeente Voorschoten 2016.

Artikel 26 wordt artikel 20 gewijzigd als volgt: Bestaande tekst Artikel 26 Deze verordening wordt aangehaald als ‘Erfgoedverordening Voorschoten 2016.’

Nieuwe tekst Artikel 25 Deze verordening wordt aangehaald als ‘Erfgoedverordening Voorschoten 2023.’

Toelichting Algemeen De Erfgoedverordening Voorschoten 2023 bevat regels over de fysieke leefomgeving en is aangepast met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow). De wettelijke grondslagen en formele verwijzingen zijn geactualiseerd, zodat vanaf juli 2023 doorgewerkt kan worden met deze verordening onder de Ow. Het betreft een juridisch-technische omzetting. Artikelsgewijs Artikel I, onder t en u Hier wordt het specifiek beoordelingskader opgesomd. In overige onderdelen worden grondslagen en formele verwijzingen geactualiseerd als gevolg van de Ow. Zij behoeven geen afzonderlijke toelichting. Hoofdstuk 2 In dit hoofdstuk worden formele verwijzingen geactualiseerd als gevolg van de Ow. Zij behoeven geen afzonderlijke toelichting. Hoofdstuk 3 De toelichting op de vervallen artikelen 11, 14 en 15 komt te vervallen vanwege de inwerkingtreding van de Ow. Artikel 14 wordt vervangen door een beperkender regime. Na inwerkingtreding van de

Ow zijn de intrekkingsgronden van een omgevingsvergunning uitputtend geregeld in onder andere de artikelen 5.39 en 5.40 van de Ow, artikel 8.97 e.v. van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) en – in verband met het overgangsrecht – ook artikel 10a.12 van het Bkl. Overige formele verwijzingen geactualiseerd als gevolg van de Ow. Zij behoeven geen afzonderlijke toelichting. Hoofdstuk 4 Dit hoofdstuk instandhouding rijksmonumenten komt te vervallen. Dit is geregeld in de Omgevingswet Hoofdstuk 4 Aanwijzing gemeentelijk beschermd dorpsgezicht of beeld bepalend object wordt toegevoegd. Dit geeft de mogelijkheid om een gradatie aan te brengen en uitsluitend dat te beschermen wat van waarde is. Deze verordening zal uiteindelijk integraal worden opgenomen in het omgevingsplan. Het toevoegen van deze artikelen waarborgt de voortgang van de gehele actualisatie en zorgt voor een soepele overgang naar het omgevingsplan. Hoofdstuk 5 In dit hoofdstuk worden formele verwijzingen geactualiseerd als gevolg van de Ow. Zij behoeven geen afzonderlijke toelichting. Hoofdstuk 6 Artikel 20 tegemoetkoming in de schade. De afdeling van de Raad van State heeft uitgemaakt dat de erfgoedverordening zonder een schadevergoedingsregeling rechtsgeldig is (BR86,604).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=7601f2d9-6351-4ea4-8e10-24ea2893b699