Bijlage 2 was wordt nota activabeleid 2020 - 2024.docx
Tekst van het document
gemeente al kosten waarvoor een krediet nodig is. Bij deze voorbereidingskredieten vormen de externe kosten een geheel met het actief. Interne uren van de gemeente rekenen we niet toe.
Nota Activabeleid 2020-2024 Z/21/059893/276124 Versie 16 december 2021 Geel gemarkeerde doorgestreepte tekst is vervallen.
1 Inleiding Investeringen hebben voor een lange(re) periode invloed op de budgettaire ruimte van een gemeente. Daarom is het van belang om hierover duidelijke regels op te stellen. Het BBV geeft de basis voor deze regels. De gemeente stelt aanvullende regels in de financiële verordening en de Nota Activabeleid. De regels in de Nota Activabeleid worden hier toegelicht. In de bijlage op de achterzijde van deze nota zijn de regels uit het BBV over activabeleid opgenomen.
2
Investeren en activeren
2.1 Financiële verordening over activa De basis voor de gemeentelijke regelgeving over activa is opgenomen in de financiële verordening. Daarin staat het volgende: Artikel 4. Autorisatie begroting en investeringskredieten 1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3. Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat de lasten of de baten de geautoriseerde lasten of baten, of de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten op programmaniveau met meer dan € 50.000 dreigen af te afwijken van de geautoriseerde bedragen . De raad geeft vervolgens aan of hij hiervoor een voorstel wil voor wijziging van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid. 4. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. 5.
Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 50.000 informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.
Artikel 9 . Waardering en afschrijving vaste activa 1. Materiële en immateriële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in bijlage 1 “afschrijvingsbeleid” bij deze verordening. 2. Afschrijvingen worden geraamd in het jaar volgend op de oplevering of ingebruikname van het actief. 3. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
2.2 Nota Activabeleid over investeren De basisvraag die in het kader van investeren en activeren eerst beantwoord moet worden is “wat is een investering?” In Voorschoten is sprake van een investering als: • er sprake is van een meerjarig nut; • er sprake is van een uitgave van meer dan € 20.000; • de uitgave een levensduurverlenging oplevert of een capaciteitsverbetering; • de uitgave een eenmalig karakter heeft en die niet jaarlijks terugkeert. Voor gronden en terreinen gelden andere regels, deze zijn opgenomen in de Nota Grondbeleid. De bevoegdheid voor het toekennen van investeringskredieten ligt bij de raad. De raad heeft hiervoor in principe twee momenten beschikbaar: a. regulier: bij de Kadernota, de raad ontvangt dan ook een investeringsplanning; b. in uitzonderlijke gevallen: met investeringsvoorstellen gedurende het jaar. Het verschuiven tussen investeringskredieten in omvang, type uitgave of tijd is in principe niet mogelijk tenzij de raad hierover een besluit neemt. Om te voorkomen dat er met het beschikbaar stellen van investeringskredieten langdurig geld vast ligt dat niet wordt besteed, blijven investeringskredieten maximaal twee jaar beschikbaar. Als de kredieten langer beschikbaar moeten zijn dan twee jaar ontvangt de raad hiervoor een nieuw kredietvoorstel.
2.3 Nota Activabeleid over activeren De definitie van activeren is: het als bezitting of vermogensobject op de balans opnemen van aangeschafte of vervaardigde zaken die langer dan één jaar tot de beschikking van de gemeente staan. Kosten van (klein en groot) niet-levensduur verlengend onderhoud worden niet geactiveerd. Dat klopt ook met de definitie van vestering: er moet immers sprake zijn van levensduurverlenging of capaciteitsverbetering. Voorafgaand aan een investering maakt de
3
Nota Activabeleid over waarderen en afschrijven
Waarderen Vaste activa worden gewaardeerd tegen historische kostprijs of vervaardigingsprijs. Aan het actief rekenen we geen BTW toe aangezien dit voor een gemeente verrekenbaar is. Bijdragen van derden (subsidies van rijk of provincies) worden in mindering gebracht op het te activeren bedrag. Financiële activa waarderen we tegen nominale waarde. Op- en afwaarderen Afwaarderen: Duurzame waardevermindering van vaste activa gebeurt onafhankelijk van het resultaat. Opwaarderen: Een boekwinst moet worden verwerkt als incidentele bate in de jaarrekening en mag niet worden verrekend met de boekwaarde van een actief dat ter vervanging wordt aangeschaft.
Afschrijven Voorschoten gebruikt in beginsel de lineaire afschrijvingsmethodiek. De methode van afschrijven blijft voor de looptijd van het actief hetzelfde. Alleen om gegronde redenen mag hiervan worden afgeweken. Afschrijvingen beginnen in het jaar na verwerving/oplevering/ ingebruikname. De afschrijvingen gebeuren volgens de bruto methode, dat wil zeggen dat bestemmingsreserves niet in mindering mogen komen op het investeringsbedrag, maar vrijvallen gedurende de afschrijvingstermijn. Er wordt uit oogpunt van het voorzichtigheidsbeginsel terughoudend omgegaan met het berekenen van restwaarden van. Een uitzondering wordt gemaakt voor de volgende gevallen: 30% restwaarde voor: nieuwbouw van woonruimten, schoolgebouwen, kantoren en bedrijfsgebouwen; renovatie, restauratie en aankoop van woonruimten, kantoren en bedrijfsgebouwen; 10% restwaarde voor: nieuwbouw van tijdelijke woonruimten en tijdelijke bedrijfsgebouwen; zware transportmiddelen en personenauto’s en lichte motorvoertuigen.
4.
Rente
Voor de toerekening van rente aan investeringen geldt de omslagrente.
Bijlage Bij de Nota Activabeleid 2020-2024: Wat zegt het BBV over investeren en activeren? Artikel 31 Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van de provincie onderscheidenlijk gemeente al dan niet duurzaam te dienen. Artikel 32 Op de balans worden de passiva onderscheiden in vaste en vlottende passiva. Paragraaf 4.5.3. Vaste activa Artikel 33 Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa. Artikel 34 In de balans worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; c. bijdragen aan activa in eigendom van derden. Artikel 35 1. In de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. investeringen met een economisch nut; b. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; c. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. 2. Van de materiële vaste activa wordt aangegeven welke in erfpacht zijn uitgegeven. Artikel 36 In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kapitaalverstrekkingen aan: 1. deelnemingen; 2.
gemeenschappelijke regelingen; 3. overige verbonden partijen; b. leningen aan: 1. openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; 2. woningbouwcorporaties; 3. deelnemingen; 4. overige verbonden partijen; c. overige langlopende leningen; d. uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; e. uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; f. overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Paragraaf 4.5.4. Vlottende activa Artikel 37 Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de liquide middelen en de overlopende activa.
Artikel 40a 1. In de balans worden onder de overlopende activa afzonderlijk opgenomen: a. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel; b. overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. Artikel 52 1. In de toelichting op de balans worden onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. gronden en terreinen; b. woonruimten; c. bedrijfsgebouwen; d. grond-, weg- en waterbouwkundige werken; e. vervoermiddelen; f. machines, apparaten en installaties; g. overige materiële vaste activa. 2. In de toelichting op de balans wordt het verloop van de activa, als bedoeld in het eerste lid, gedurende het begrotingsjaar, in een sluitend overzicht weergegeven. Daaruit blijken, voor zover van toepassing: a. de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar; b. de investeringen of desinvesteringen; c. de afschrijvingen; d. bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief; e. afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen; f. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar.
Artikel 52b De aard en omvang van de aangebrachte dan wel geraamde waardeverminderingen van de leningen en vorderingen, bedoeld in artikel 63, achtste lid, van de vaste activa, bedoeld in artikel 65, eerste lid, en van de deelnemingen en voorraden, bedoeld in artikel 65, tweede lid, worden in de toelichting op de balans opgenomen. Artikel 59 1. Alle investeringen worden geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd. Artikel 60 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien: a. het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; b. de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; c. het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en; d. de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Artikel 61 Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; d.
de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Artikel 62 1. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht. 3. In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. Artikel 63 1. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 2. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 3. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. 4. Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. 5. Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen. 6.
In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer. 7. Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. 8. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend. Artikel 64 1. De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. 2. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar. 3. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. 4. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. 5.
In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar. 6. Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. Artikel 65 1. Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. 2. Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 3. Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.