Bijlage 2 Visie duurzame samenwerking onderwijs kov Voorschoten
Tekst van het document
Bijlage 2 Visie op duurzame samenwerking tussen basisscholen en kinderopvangorganisaties in Voorschoten1 Datum : 7 september 2023 Opgesteld door : de gezamenlijke schoolbesturen in Voorschoten Versie : definitief
Context Het huidige Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Voorschoten is in 2024 toe aan herijking. In de aanloop naar deze herijking dient ook een motie van de gemeenteraad Voorschoten (2022) over toevoeging van een vorm van Integraal Kindcentrum (IKC) meegenomen te worden. Het begrip Integraal wekt vaak verwarring, omdat dit zowel de huisvesting als de inhoudelijke samenwerking van diverse kindfuncties kan bevatten. Daarom is het beter het begrip Kindcentrum te hanteren. Als in deze visie de kinderopvang1 wordt benoemd, dan wordt daarmee het geheel aan kind gerelateerde functies bedoeld binnen de kinderopvang, dus kinderdagverblijf (KDV), buitenschoolse en tussenschoolse opvang (BSO en TSO) en peuterspeelzaal (PSZ). Het is van belang om een brede KC-visie te ontwikkelen waarbij de schoolbesturen vanuit het onderwijs de inhoudelijke bouwstenen aandragen. In het op te stellen IHP wordt vervolgens de KC-visie vanuit de inhoud en vanuit de middelen benaderd. Dit laatste is van belang bij toekomstige ver-/nieuwbouw van basisscholen in Voorschoten.
In de afgelopen maanden hebben vertegenwoordigers van de schoolbesturen en gemeente Voorschoten gesprekken gevoerd over de visie op IKC-vorming, waarbij duurzame samenwerking tussen partners die betrokken zijn bij de ontwikkeling van jonge kinderen (0-12 en 2,5-12jaar) in de verschillende wijken in de gemeente Voorschoten de gezamenlijke ambitie is.
Visie In Voorschoten streven we ernaar dat kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien, hun talenten kunnen ontwikkelen en naar vermogen participeren in een plezierige, gezonde en veilige omgeving. Naast ouders leveren verschillende organisaties een bijdrage aan het opgroeien van jonge kinderen, waaronder kinderopvangorganisaties en basisscholen. Deze, en andere participanten kunnen onderling samenwerken, waarbij de eigen visie, missie en werkwijze leidend is. De visie op samenwerking moet in afstemming met ieder die deelneemt aan het Kindcentrum nog verder vorm krijgen. Wenselijk voor de ontwikkeling van kinderen is dat er door alle participanten samengewerkt wordt waarbij de doorgaande ontwikkelingslijn van kinderen de verbindende factor is. Het (integraal) kindcentrum is een middel om dit te realiseren. Daarbij is het niet noodzakelijk om persé een Integraal kindcentrum te formeren, zoals beschreven in fase 4 van samenwerking. Binnen een kindcentrum hebben de voorzieningen en professionals die daarbinnen werkzaam zijn één gemeenschappelijk doel: bijdragen aan het opvoeden, ontwikkelen en leren van (jonge) kinderen. In een kindcentrum wordt daar gemeenschappelijk en vanuit één visie aan gewerkt. Daarmee staat het kind centraal en niet de organisatie of werksoort.
1
De peuterspeelzalen worden ook bedoeld maar niet apart genoemd omdat dit na de harmonisatie allemaal kinderopvangorganisaties zijn. Ook de buitenschoolse opvang wordt wel bedoeld maar niet apart genoemd, omdat deze door kinderopvangorganisaties wordt aangeboden.
1
Bijlage 2 Bij een kindcentrum wordt doorgaans gedacht aan één gebouw, één organisatie (juridische entiteit), één leiding en één bestuur. Maar wanneer onderwijs en kinderopvang in meerdere gebouwen gehuisvest zijn zonder een juridische entiteit te zijn kan eveneens sprake zijn van samenwerken vanuit de doorgaande ontwikkelingslijn van kinderen. De invulling is maatwerk wat betreft vorm (fysiek: onder één dak of in elkaars nabijheid), inhoud, doelgroep en tempo. Binnen Voorschoten formuleren de schoolbesturen als gezamenlijke ambitie dat alle basisscholen aan het einde van de komende IHP-periode een duurzame samenwerkingsrelatie met relevante partners waaronder in ieder geval kinderopvang hebben, -
zo mogelijk en wenselijk gericht op het ontwikkelen van een geïntegreerde voorziening voor educatie, ontwikkeling, opvang en zorg voor 0-12 jarigen; tenminste gericht op het realiseren van een doorgaande lijn voor ontwikkeling, educatie en zorg voor 2,5-12 jarigen.
Binnen een kindcentrum willen we de volgende fases van samenwerking onderscheiden: 1. Afstemming, zelf doen. De school en kinderopvang hebben besloten om zich samen te ontwikkelen tot een kindcentrum. De managers en medewerkers van kinderopvang en school ontmoeten elkaar en er komen incidenteel initiatieven tot stand. Er vindt uitwisseling plaats van methoden en materialen, ruimtes worden over en weer gebruikt. Mogelijkheden voor een nauwere, inhoudelijke samenwerking worden verkend. 2. Samen doen, zelf verantwoordelijk. Incidentele verkenningen krijgen een structureel karakter. Er ontstaan vaste overlegvormen of patronen. Er komen afspraken tot stand over pedagogische visie en doorgaande lijnen (programma, zorg, ouderbetrokkenheid, e.d.). Organisatorisch is er nog sprake van aparte organisaties. 3. Samen doen, samen verantwoordelijk. Structuur, samenwerking en overleg zijn verbreed. Er is sprake van een gezamenlijke pedagogische visie en een gezamenlijke visie op ontwikkelen en leren. Er is sprake van een doorgaande lijn qua zorg, partnerschap met ouders en onderwijsprogramma. Of er is zelfs een gezamenlijke managementstructuur en er zijn afspraken over de inzet van (elkaars) personeel. 4. Eén organisatie. School en kinderopvang vormen één organisatie waarin onderwijs, ontwikkeling, opvoeding en opvang zijn geïntegreerd op alle niveaus.
Er wordt toegewerkt naar één organisatie (juridische entiteit). Er is sprake van één leiding en één bestuur. Het streven in Voorschoten is dat alle kindcentra toewerken naar minimaal fase 3.
Belangrijke principes/uitgangspunten voor kindcentra in Voorschoten In de visie van schoolbesturen en gemeente zijn onderstaande principes belangrijk bij het ontwikkelen van kindcentra in Voorschoten. Deze geven de gewenste richting aan; in de praktijk zullen deze principes soms nog verder handen en voeten moeten krijgen: -
De ontwikkeling van het kind van 0-12 / 2,5-12 jaar staat centraal en niet de werksoorten of organisaties. Elk kindcentrum werkt vanuit een gezamenlijke pedagogische en educatieve visie op kindontwikkeling en aan de hand van een gezamenlijk plan. De visie van en het aanbod in het kindcentrum is gebaseerd op een (continu) analyse van wijk en schoolpopulatie (kinderen/ouders), behoeftegedreven. Er is diversiteit mogelijk, een Voorschotens kindcentrum is geen blauwdruk. Er is aandacht voor de brede ontwikkeling van kinderen. 2
Bijlage 2 -
-
De professionals in het kindcentrum vinden een goed contact met ouders belangrijk: educatief en pedagogisch partnerschap is het uitgangspunt. De professionals geven gezamenlijk uitvoering aan de visie, voelen zich samen verantwoordelijk voor de ontwikkeling van kinderen en maken gebruik van elkaars expertise. Het kindcentrum werkt inclusief: zo nodig wordt extra steun, begeleiding of zorg geboden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de kennis van andere partners, bijvoorbeeld het samenwerkingsverband Passend onderwijs, schoolmaatschappelijk werk, Centrum Jeugd en gezin. Vanuit het kindcentrum worden samenwerkingsrelaties in de wijk vormgegeven en onderhouden.
Wie heeft welke rol? Om de ontwikkeling van kindcentra in Voorschoten in de komende jaren verder te stimuleren en te ondersteunen is inzet nodig vanuit het onderwijs, de kinderopvang en de gemeente. Iedereen heeft daarin een eigen rol, maar nauwe samenwerking is en blijft nodig. De schoolbesturen/scholen en kinderopvangorganisaties/locaties nemen zelf initiatief tot de ontwikkeling van een kindcentrum en zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de vormgeving daarvan. Zij dragen ervoor zorg dat de samenwerking vorm krijgt en gedragen wordt binnen de organisatie(s). Daarnaast betrekken zij ouders in het proces van ontwikkeling en de keuzes die gemaakt worden. De gemeente zal de ontwikkeling van kindcentra in Voorschoten op verschillende manieren stimuleren, ondersteunen en faciliteren, bijvoorbeeld via de vve-subsidie, het afsluiten van samenwerkingsovereenkomsten, de koppeling met de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) en het huisvestingsbeleid.
Visie in relatie tot nieuwbouw/renovatie en bestaande bouw Eerder is opgemerkt dat een kindcentrum in fysieke vorm kan bestaan uit één gebouw waarin school, kinderopvang (en wellicht nog andere partners) gehuisvest zijn, óf uit meerdere gebouwen kan bestaan. De fysieke vorm is in beginsel geen belemmering om de gezamenlijke ambitie en gewenste fase in de samenwerking gestalte te geven. Wel heeft alles onder één dak meerdere voordelen: - Er wordt een vertrouwde omgeving gecreëerd voor kinderen van 0-2,5 tot 12 jaar en hun ouders met een herkenbaar pedagogisch didactisch beleid, een afgestemde organisatie en werkwijze, en vertrouwde gezichten. Ook logistiek (één plek) is het voor ouders en kinderen voordelig. - De doorlopende ontwikkelingslijn kan beter en eerder gestalte krijgen; - Overgangen voor kinderen kunnen vloeiender verlopen; - Multidisciplinaire samenwerking tussen professionals met verschillende expertise kan makkelijker en flexibeler (brede inzetbaarheid/combinatiefuncties) gestalte krijgen; - Binnenschools en buitenschools leren kan makkelijker worden verbonden; - Ruimtes, faciliteiten en materialen kunnen efficiënter gebruikt worden. Om deze voordelen optimaal te kunnen benutten is het uitgangspunt van de gemeente Voorschoten dat bij nieuwbouw van basisscholen extra ruimte wordt gecreëerd voor kinderopvang.
De gemeente verbindt hier wel de voorwaarden aan dat: - sprake is van een duurzame samenwerking tussen partners waarbij minimaal fase 3 gerealiseerd wordt; - sprake is van een langdurig huurcontract (minimaal 10 jaar) tussen gemeente en kinderopvangorganisatie(s). Binnen Voorschoten hanteren we het uitgangspunt dat de scholen gelijke kansen bieden aan de leerlingen. Voor de scholen waar de eerste 10 jaar geen nieuw/verbouw gepland is, wordt tezamen 3
Bijlage 2 met de gemeente en de kinderopvangpartners gekeken wat nodig is om minimaal in fase 3 te komen wat betreft de samenwerking. Daarnaast wordt bekeken wat er nodig is voor de realisatie van het kindcentrum in bestaande bouw die de komende jaren geen bouwkundige renovatie of uitbreiding te verwachten hebben. Ook daar wordt bekeken of er een inbreiding of uitbreiding van het aantal noodzakelijke m2 bvo voor de kinderopvangfunctie gecreëerd kan worden onder dezelfde twee voorwaarden. Wanneer een bestaand basisschoolgebouw in aanmerking komt voor renovatie c.q. uitbreiding van het huidige gebouw kan onder bovengenoemde twee voorwaarden eveneens extra ruimte gecreëerd worden.
4