Bijlage 2 Toelichting septembercirculaire gemeentefonds 2023
Tekst van het document
Toelichting septembercirculaire gemeentefonds 2023 Z/23/080211/368445 Inleiding/samenvatting Op 19 september jongstleden is de septembercirculaire 2023 van het Gemeentefonds gepubliceerd. Op 22 september zijn de gecorrigeerde bestanden gepubliceerd. De belangrijkste mutatie van de septembercirculaire ten opzichte van de meicirculaire is de effectuering van de wijziging van de accresmethodiek vanaf 2027. Het Rijk heeft besloten om vanaf 2027 zowel het gemeente- als het provinciefonds te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Hierbij is het uitgangspunt dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bbp volgen. Deze nieuwe methode van indexatie zorgt vanaf 2027 voor fors meer accres. Afgezien van de accressystematiek is de septembercirculaire beleidsarm. De voornaamste ontwikkelingen zijn de verwachte toevoeging voor 2023 vanuit het BTW-compensatiefonds, een loon- en prijsbijstelling voor de middelen met betrekking tot jeugdzorg en een aantal kleine aanpassingen op taakmutaties. De septembercirculaire geeft ten opzichte van de ramingen in de begroting (stand meicirculaire) in alle jaren een voordeel. Voor 2023 is sprake van een voordeel van € 804.000, voor 2024 van € 1.219.000, voor 2025 van € 1.226.000, voor 2026 van € 1.106.000 en voor 2027 van € 1.892.000.
Via de najaarsnota en de nota van wijziging wordt uw raad geïnformeerd over de gevolgen en verwerking van de septembercirculaire. Het verschil tussen de septembercirculaire 2023 en de meicirculaire 2023 is als volgt:
Uitkeringsfactor Ad 1. Accresontwikkeling in de septembercirculaire 2023 In de septembercirculaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2024 en verder. De geactualiseerde accresraming is gebaseerd op de Miljoenennota 2024 van het Rijk. Voor de jaren 2023 t/m 2026 betreft de actualisatie van het accres alleen een actualisatie op het prijsdeel, het nominale deel is vastgezet. In de Voorjaarsnota 2023 van het Rijk is besloten om vanaf 2027 het gemeentefonds te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp).
Pagina 1 van 4
De indexatie wordt gesplitst in twee delen: Het volumedeel De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Het prijsdeel Het prijsdeel, de indexatie voor de inflatie, volgt de prijs bbp van het lopende jaar, hierdoor blijven de fondsen reëel ‘op niveau’. Voor de jaren tot en met 2026 geschiedt de indexatie voor het prijsdeel op basis van de CPB-raming van de loonvoet sector overheid, index materiele overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen. Hierbij wordt een verdeling van 60% loonontwikkeling, 20% consumptie en 20% investeringen aangehouden. Door de gewijzigde methodiek van indexeren pakt het accres vanaf 2027 aanzienlijk hoger uit. Het doel van deze nieuwe methodiek is om te zorgen voor minder schommelingen in het accres. Ad 2. Nominale ontwikkeling in de septembercirculaire 2023 De nominale ontwikkeling betreft de correctie om de lopende prijzen die het Rijk hanteert om te zetten in constante prijzen. Om constante prijzen te tonen wordt het verkregen loon- en prijsaccres (prijsdeel indexatie) gecorrigeerd. Voor 2025 en 2026 gebeurt dit op basis van de gecombineerde index op basis van de CPB-raming van de loonvoet sector overheid, index materiele overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen. Met ingang van 2027 wordt gecorrigeerd op basis van de prijs bbp van het lopende jaar.
In de begroting was in de lastenramingen al rekening gehouden met hogere loon- en prijsstijgingen. Deze hoeven hierop niet te worden aangepast. Ad 3. Voorschot BCF-plafond 2023 In 2023 bedraagt het totale BCF-plafond voor gemeenten € 4,0 miljard. Bij onderschrijding van het plafond wordt het verschil terug in het gemeentefonds gestort, bij overschrijding volgt een uitname van het gemeentefonds. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte over- of onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire volgend op dat kalenderjaar volgt de afrekening van de over- of onderschrijding. In de septembercirculaire wordt uitgegaan van een onderschrijding van het plafond van € 359 miljoen. Het aandeel van Voorschoten hierin is ca. € 381.000. Met het ontvangen van het voorschot kan de stelpost opgenomen voor 2023 van € 178.000 vervallen. Ad 4. Financieringssystematiek, deel BCF In de meicirculaire 2023 is een structurele rijksbijdrage van € 1 miljard beschikbaar gesteld. Toen is aangekondigd dat een deel van het bedrag nog afgestort moest worden in het BCF. Dit is in de septembercirculaire verwerkt. De stelpost van € 82.000 die hiervoor was opgenomen in de meicirculaire komt hiermee te vervallen. Ontwikkeling uitkeringsbasis Ad 5. Hoeveelheidsverschillen + Ad 6.
Ontwikkeling uitkeringsbasis De berekening van de algemene uitkering bestaat uit een vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (aantal x hoeveelheid). De som van deze producten wordt de uitkeringsbasis genoemd. Aanpassingen op het aantal of het gewicht zorgen voor een verschil ten opzichte van een eerdere raming. Dit worden ook wel hoeveelheidsverschillen genoemd. In deze circulaire zitten zowel aanpassingen op de aantallen als de gewichten.
Pagina 2 van 4
De grootste afwijking wordt veroorzaakt door de maatstaf ‘Inwoners 75+ met drempel’. In 2023 zorgt dit voor een positief hoeveelheidsverschil van € 600.000, oplopend tot € 700.000 in 2027. Deze maatstaf is nieuw geïntroduceerd in de meicirculaire 2023. Uit de definitieve waarden die het CBS heeft vastgesteld voor 2023 blijkt het aantal aanzienlijk groter. In de ramingen bij de meicirculaire was gerekend met inwoners met een leeftijd vanaf 76 jaar. Nu blijkt dat ook inwoners met een leeftijd van 75 meegenomen dienen te worden in de tellingen. Verder zijn de maatstaven die op de betaalspecificatie van het Rijk statuscode 3 ‘definitief’ hebben bijgewerkt. Grootste veroorzakers van verschillen zijn de maatstaven ‘Inwoners met migratieachtergrond’, ‘Regionale centrumfunctie’, ‘Omgevingsadressendichtheid’ en ‘Inwoners jonger dan 18 jaar’. Taakmutaties Ad 7. Bijzondere bijstand en vroegsignalering In totaal wordt voor de jaren 2022 t/m 2024 € 200 miljoen beschikbaar gesteld om een stapeling van sociale en maatschappelijke problemen als gevolg van de hoge inflatie te voorkomen. In 2023 is al € 50 miljoen beschikbaar gesteld, nu wordt voor 2024 ook € 50 miljoen beschikbaar gesteld. Voor Voorschoten gaat het om ca. € 37.000. Ad 8.
Loon- en prijsbijstelling Jeugdzorg In de septembercirculaire worden de middelen voor loon- en prijsbijstelling 2022 over de reserveringen jeugdzorg op de aanvullende post (AP) toegekend. Deze overboeking heeft betrekking op 2024 en 2025 omdat voor die jaren de middelen van de AP, via de meicirculaire 2023, zijn vrijgegeven. Ad 9. Overige taakmutaties Dit betreft alle overige taakmutaties met een effect van minder dan € 10.000. Integratie-uitkeringen (IU’s)/ decentralisatie-uitkeringen (DU’s) en suppletie-uitkeringen (SU’s) Ad 10. Veilig wonen De veiligheid van decentrale bestuurders is een vereiste voor het goed functioneren van het openbaar bestuur. Per 1 oktober 2023 wordt de werkgeversverantwoordelijkheid voor hun veiligheid geëxpliceerd met een wijziging van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Ten behoeve van een veilige woonplek zullen decentrale bestuurders een beveiligingsadvies op maat aangeboden worden. Het beveiligingsadvies dient altijd overgenomen te worden, de uitvoering van de veiligheidsmaatregelen dienen hierbij door gemeenten bekostigd te worden. Ter tegemoetkoming ontvangt elke gemeente een vast bedrag van ca. € 7.000. Stelposten Ad 3. Vrijval BCF Voor de toelichting op het BCF en de stelpost wordt u verwezen naar ad 3. Ad 4.
Storting BCF financieringssystematiek Voor de toelichting op de storting BCF financieringssystematiek wordt u verwezen naar ad 4. Ad 11. NTO Jeugdzorg Op 20 juni 2023 is de definitieve Hervormingsagenda Jeugd aangeboden aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Enkele dagen hierna zijn gemeenten door provincies geïnformeerd over de begrotingsrichtlijn ‘Afspraken jeugdmiddelen in meerjarenraming’. Dit heeft geleid tot een geactualiseerd beeld van de jeugdmiddelen. Dit is al financieel verwerkt in de begroting. In de uitwerking van de septembercirculaire wordt deze mutatie budgettair neutraal verwerkt.
Pagina 3 van 4
Mutaties met gevolgen voor de uitgaven Het in de eerste tabel berekende bruto effect van de septembercirculaire dient gecorrigeerd te worden. Zoals toegelicht in Ad 11. NTO Jeugdzorg is deze mutatie al verwerkt in de begroting. Het effect van de bijstelling moet dus in de septembercirculaire budgettair neutraal meegenomen worden. Dit leidt tot het volgende netto effect:
Meerjarenperspectief De effecten van de septembercirculaire 2023 worden integraal verwerkt in de najaarsnota 2023 en de nota van wijziging 2024-2027. In de nota van wijziging wordt u geïnformeerd over het actuele begrotingssaldo. Mededelingen In de meicirculaire 2023 is vermeld dat er twijfels waren over de juistheid van de maatstaf ‘Lage inkomens huishoudens’. De aanname was dat de maatstaf onderhevig was aan een definitiewijziging, dit blijkt niet het geval te zijn. Contact met PAUW en Ministerie leidde tot de volgende uitleg: “Inmiddels is nadere informatie ontvangen over de maatstaf lage inkomens. De definitie is niet gewijzigd, maar de maatstaf lage inkomens met drempel is gewijzigd. Het CBS heeft de methodiek gewijzigd en de gewijzigde methodiek is overgenomen bij de herijking, waardoor de waarden van 2022 en 2023 niet vergelijkbaar zijn met elkaar.” Bij het bepalen van het herverdeeleffect bij de meicirculaire van 2022 is het ministerie al uitgegaan van de lagere waarden op deze maatstaf als gevolg van de gewijzigde meetmethodiek. Het Rijk is daarbij alleen vergeten de gemeenten hier actief over te informeren. Dat het Rijk deze lagere waarden daarbij heeft toegepast heeft de gemeente inmiddels ook vastgesteld. Het herverdeeleffect is daarmee correct bepaald. Daarom is afgezien van verder bezwaar.
Pagina 4 van 4