Bijlage 2 Toelichting septembercirculaire gemeentefonds 2022
Tekst van het document
Toelichting septembercirculaire gemeentefonds 2022 Z/22/69935/320883 Inleiding/samenvatting Op 21 september jl. is de septembercirculaire 2022 van het Gemeentefonds gepubliceerd. Om het effect van het ravijnjaar in 2026 enigszins te dempen wordt door het kabinet een eenmalige uitkering van bijna € 1 miljard beschikbaar gesteld voor 2026. Dit komt voor Voorschoten uit op een voordeel van ca. € 1 miljoen. Verder is nu sprake van een nieuwe methodiek met betrekking tot de trap-op-trap-af-systematiek. Het accres wordt gesplitst in twee delen, een volume- en een prijsdeel. Het volumedeel is voor de komende jaren vastgezet, dus ten opzichte van de meicirculaire kunnen alleen nog voor- of nadelen voortkomen uit het prijsdeel. Dit resulteert in accres dat de komende jaren alleen nog mee daalt of stijgt met de inflatie. Afgezien van de accressystematiek en de eenmalige uitkering in 2026 is de septembercirculaire met name beleidsarm. De voornaamste ontwikkelingen zijn extra middelen voor de energietoeslag, de verwachte toevoeging voor 2022 vanuit het BTW-compensatiefonds, extra middelen voor de invoeringskosten van de omgevingswet en een aantal kleine aanpassingen op taakmutaties en decentralisatie-uitkeringen. De septembercirculaire laat voor Voorschoten voordelen zien voor 2022, 2023, 2024 en 2026 van respectievelijk € 21.000, € 404.000, € 63.000 en € 640.000.
Voor 2025 laat de circulaire een nadeel zien van € 218.000. Deze uitkomsten komen via de najaarsnota ten gunste van het lopende begrotingsjaar en via de nota van wijziging ten gunste van het meerjarenperspectief. Via de najaarsnota en de nota van wijziging wordt uw raad geïnformeerd over het huidige begrotingssaldo en financieel meerjarenbeeld. Nadere toelichting vernieuwing trap-op-trap-af-systematiek Zoals bij de inleiding benoemt gaat de trap-op-trap-af-systematiek veranderen. In de Startnota 2022 van het Rijk is in het Coalitieakkoord besloten tot twee belangrijke wijzigingen in de indexering van de algemene uitkering. Vanaf 2026 zal niet langer via de normeringssystematiek geïndexeerd worden, dit betekent dat de koppeling van het gemeentefonds aan de rijksuitgaven vervalt. Het accres was bij de trap-op-trap-af-systematiek onderverdeeld in twee delen, het nominale deel en het prijsdeel. Het nominale deel was gekoppeld aan de rijksuitgaven en het prijsdeel was gekoppeld aan de inflatie. Vanaf 2026 zal alleen nog het prijsdeel zorgen voor mutaties op het gereserveerde accres, het accres zal hierdoor alleen nog gekoppeld worden aan de inflatie. Hiervoor wordt de jaarlijkse loon- en prijsontwikkeling zoals geraamd door het CPB gebruikt.
In een poging om het accres stabieler te maken heeft het kabinet het voorstel gedaan aan de VNG en het IPO om het volumedeel van het accres voor de periode 2022 – 2025 vast te zetten. De VNG heeft hiermee ingestemd, het IPO niet. Dit houdt in dat voor de gemeenten het nominale deel van het accres ook voor de periode 2022 – 2025 niet meer gaat veranderen. Hierin kunnen dus alleen mutaties plaatsvinden voortkomend uit loon- en prijsontwikkelingen. Dit geeft gemeenten de komende jaren zekerheid over de inkomsten en beschikbare vrije ruimte, ook wanneer uitgaven van het Rijk achterblijven bij de ramingen.
Gemeente Voorschoten Pagina 1 van 5 Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G
Het verschil tussen de septembercirculaire 2022 en de meicirculaire 2022 is als volgt:
Ontwikkeling uitkeringsfactor Ad 1. Accresontwikkeling in de septembercirculaire 2022 De accresontwikkeling in de septembercirculaire betreft de stijging van het prijsdeel van het accres. Voor een nadere toelichting op het accres en de nieuwe systematiek wordt verwezen naar pagina 1 ‘Nadere toelichting vernieuwing trap-op-trap-af-systematiek’. Ad 2. Nominale ontwikkeling in de septembercirculaire 2022 De nominale ontwikkeling in de septembercirculaire betreft het corrigeren van lopende prijzen naar constante prijzen. Normaal gesproken gebeurt dit bij de meicirculaire, dit wordt ook wel het verleggen van het basisjaar genoemd. In de meicirculaire werd dit gedaan op basis van het bruto binnenlands product (bbp), aangezien het bbp erg laag is gebleken vergeleken met de huidige situatie is bij de septembercirculaire gekozen in PAUW de correctie van lopende naar constante prijzen te corrigeren op basis van wat de gemeenten via het loon- en prijsaccres (LPO) voor de loon- en prijsontwikkeling gecompenseerd krijgen. Hierdoor ontstaat een eenmalig probleem, in de meicirculaire is namelijk gecorrigeerd op basis van het bbp die te laag was. Dit leidt in de septembercirculaire tot een extra nadeel. Ad 3. Eenmalige rijksbijdrage financieringssystematiek Het Rijk werkt met gemeenten en provincies aan een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026.
In aanloop daarnaartoe stelt het kabinet voor gemeenten eenmalig € 1 miljard extra in 2026 beschikbaar. Daarvan wordt een bedrag van € 76 miljoen aan het BTW-compensatiefonds toegevoegd en komt € 924 miljoen beschikbaar via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Het aandeel van Voorschoten hierin is € 1.012.000. Ad 4. Voorschot BCF-plafond 2022 In 2022 bedraagt het totale BCF-plafond voor gemeenten € 3,7 miljard. Bij onderschrijding van het plafond wordt het verschil in het gemeentefonds gestort, bij overschrijding volgt een uitname van het gemeentefonds. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte over- of onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire volgend op dat kalenderjaar volgt de afrekening van de over- of onderschrijding. In de septembercirculaire wordt uitgegaan van een onderschrijding van het plafond van € 320,9 miljoen. Het aandeel van Voorschoten hierin is € 361.000.
Pagina 2 van 5
Ad 5. Bevolkingsdaling De middelen voor bevolkingsdaling in 2022 worden nog eenmaal gecontinueerd, per 1 januari 2023 lopen deze middelen definitief af. Eerder werden deze middelen uitgekeerd via een decentralisatieuitkering. Deze is echter door de Algemene Rekenkamer aangemerkt als niet rechtmatig. Hierom wordt deze uitkering in 2022 verstrekt via een specifieke uitkering. Ontwikkeling uitkeringsbasis Ad 6. Hoeveelheidsverschillen en ontwikkeling uitkeringsbasis De berekening van de algemene uitkering bestaat uit een vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (aantal x hoeveelheid). De som van deze producten wordt de uitkeringsbasis genoemd. De ontwikkeling van de landelijke uitkeringsbasis laat voor de jaren 2023 tot en met 2026 een positieve reeks zien. Alleen in 2022 komt hier een negatief resultaat uit voort. Daarnaast heeft bij de uitwerking van de septembercirculaire een actualisatie plaatsgevonden van de aantallen van de maatstaven op basis van de laatste cijfers vanuit het ministerie. Het nadelige verschil in 2022 van € 448.000 wordt voor € 411.000 veroorzaakt door een aanpassing van de maatstaf ouders met langdurig psychisch medicijngebruik. Taakmutaties Ad 7.
Energietoeslag Eerder dit jaar zijn vanuit het Rijk al middelen beschikbaar gesteld voor het uitkeringen van een eenmalige energietoeslag en de uitvoeringskosten die hiermee gepaard gaan. In de meicirculaire werd hiervoor € 854 miljoen beschikbaar gesteld, dit bedrag was gebaseerd op een eenmalige energietoeslag van € 800 per huishouden. In het debat over de Voorjaarsnota van het Rijk is besloten de energietoeslag te verhogen naar € 1.300 per huishouden. Hiervoor is in deze septembercirculaire € 550 miljoen beschikbaar gesteld, hiervan is € 50 miljoen bestemd voor de extra uitvoeringskosten die gepaard gaan met de verhoging van de eenmalige energietoeslag. In 2022 bedraagt de energietoeslag in totaal € 1.300 euro voor mensen die leven van maximaal 120% van het minimuminkomen. Ad 8. Asiel (inburgering) In het bestuurlijk akkoord met betrekking tot de opvang van asielzoekers op 26 augustus jongstleden is afgesproken dat het kabinet voldoende financiële middelen beschikbaar stelt voor integratie. Als gevolg van een hogere instroom van inburgeraars is afgesproken het budget voor de inburgering voor de jaren 2022, 2023 en 2024 op te hogen met respectievelijk € 20, € 40 en € 30 miljoen. Hiermee worden gemeenten in staat gesteld alle inburgeraars passende ondersteuning te bieden. Ad 9.
Uitvoeringskosten SVB PGB Trekkingsrechten De VNG en het ministerie van VWS zijn overeengekomen om met ingang van 2023 een structureel bedrag uit te nemen uit het gemeentefonds ten behoeve van de uitvoeringskosten van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het overeengekomen bedrag van € 27,2 miljoen per jaar is gelijk aan de begrote uitvoeringskosten van de SVB voor de Jeugdwet (€ 7,2 miljoen) en de Wmo (€ 20 miljoen) in 2022. In 2026 zal een evaluatie plaatsvinden van de uitname, op basis hiervan kan besloten worden om de structurele uitname naar boven of naar beneden bij te stellen. Ad 10. Bijdrage centrale financiering GDI. De financiering van de generieke digitale infrastructuur (GDI) wordt vanaf het begrotingsjaar 2023 centraal ondergebracht bij het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). Een centrale financiering draagt bij aan de gewenste bredere deelname en een hoger gebruik van de GDI. IU/DU/SU Ad 11. Invoeringskosten omgevingswet In de meicirculaire 2022 is reeds aangekondigd dat het Rijk € 150 miljoen bijdraagt aan de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. In de septembercirculaire is deze € 150 miljoen verwerkt, het aandeel van Voorschoten hierin is € 210.000. Ad 12.
Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) In de meicirculaire 2022 is reeds aangekondigd dat het Rijk € 25 miljoen bijdraagt aan de kosten die gemoeid zijn met de (gefaseerde) inwerkingtreding van de wet Kwaliteitsborging voor het
Pagina 3 van 5
bouwen (Wkb). Naar verwachting treedt deze wet in werking per 1 januari 2023. Deze € 25 miljoen aan middelen is bovenop de € 10 miljoen aan middelen die in 2021 is verwerkt. Stelposten Ad 13. Maatschappelijke begeleiding statushouders De stelpost maatschappelijke begeleiding statushouders wordt bijgesteld op basis van de laatst ontvangen bijdrage vanuit het Rijk hiervoor. Historisch gezien werd deze stelpost altijd geraamd op € 83.000, realisatie is de afgelopen jaren echter lager uitgevallen. Om deze stelpost realistischer te ramen wordt vanaf de septembercirculaire 2022 meerjarig uitgegaan van de laatst bekende realisatie, € 50.000. Ad 14. Afslag onderuitputting accres Bij verwerking van de meicirculaire 2022 was onzekerheid over het hoge accres en de daadwerkelijke uitputting hiervan, in het kader van voorzichtigheid is besloten om een stelpost op te nemen voor onderuitputting van het accres. Na de verwerking van de meicirculaire heeft de VNG ingestemd met een voorstel van het kabinet om de accressen voor de periode 2022 – 2025 te bevriezen. Omdat dit zekerheid geeft over de accressen voor de komende jaren kan deze stelpost nu vervallen. Ad 15. Correctie uitkeringsfactor In de uitwerking van de septembercirculaire is door het Rijk een fout gemaakt met betrekking tot de waardestijging van de WOZ waarde woningen (eigenaren).
Er is abusievelijk gerekend met een stijging van 30%, dit is een factor twee te hoog geraamd. Het gevolg hiervan is dat de uitkeringsfactor (UF) van het gemeentefonds te hoog is vastgesteld. Dit leidt tot een uitwerking van de circulaire voor gemeenten die een voordeliger beeld geeft dan de werkelijke situatie. Het Rijk heeft aangegeven om dit te corrigeren in de aankomende decembercirculaire. Om een reëel beeld weer te kunnen geven wordt een stelpost opgenomen. Ad 16. Herverdeeleffect algemene uitkering Voor Voorschoten is het herverdeeleffect van de algemene uitkering in de meicirculaire 2022 vastgesteld op € 140 nadelig per inwoner. Tot en met 2025 is sprake van een ingroeipad van oplopend van een nadeel van € 7,50 per inwoner in 2023 tot € 37,50 per inwoner in 2025. Voor 2026 en verder is nog onduidelijk hoe met het resterende nadeel per inwoner wordt omgegaan. Vanuit voorzichtigheid is gekozen om een stelpost op te nemen in 2026 van € 15 per inwoner in 2026. Dit is in lijn met het huidige ingroeipad. Het totale nadeel per inwoner in 2026 komt hiermee neer op € 52,50 per inwoner. Compensaties Het in de eerste tabel berekende bruto effect van de septembercirculaire dient gecorrigeerd te worden voor verschillende posten. Zo zullen tegenover de extra baten voor de energietoeslag ook extra lasten worden geraamd.
Ook tegenover de extra baten voor asiel (inburgering) zullen extra lasten worden geraamd. Verder dienen de invoeringskosten Omgevingswet, Wet kwaliteitsborging bouw en de maatschappelijke begeleiding statushouders ook bijgesteld te worden in de lasten.
Pagina 4 van 5
Meerjarenperspectief De effecten van de septembercirculaire 2022 worden integraal verwerkt in de najaarsnota 2022 en de nota van wijziging 2023-2026. Tezamen met een aanpassing van de budgetten BUIG van € 319.000 nadelig resulteert het in een aanpassing van de begrotingssaldi voor de periode 2023 – 2026 zoals in onderstaande tabel gepresenteerd:
Pagina 5 van 5